CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

RV_Zienswijze bovenregionale samenwerking MRE

Raad (besluitvormend) 21 oktober 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen Zienswijze bovenregionale samenwerking MRE2.361 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*979596*

Datum besluitraad: Zaaknummer: Portefeuillehouder: Datum oordeelraad: Datum B en W: Programma begroting: Taakveld:

21 oktober 2025 978324 M. Delhez 30 september 2025 2 september 2025 3 3.1

Raadsvoorstel Zienswijzen bovenregionale samenwerking MRE Beslispunten 1. Geen zienswijzen in te dienen bij de Metropoolregio Eindhoven over de regelingen en de samenwerkingsagenda’s voor bovenregionale samenwerkingen. 2. Het college te verzoeken om de conceptbrief ook namens de gemeenteraad te versturen. Aanleiding De (economische) groei legt in de hele Brainportregio druk op wonen, werklocaties, voorzieningen, talent en bereikbaarheid. Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven heeft daarom op 3 juli 2024 aangegeven om de mogelijkheid om te komen tot “bovenregionale samenwerkingen” met Meierijstad, Venlo en/of Weert te willen verkennen. Het doel van die samenwerkingen is om de druk op onze regio te verlichten. De gesprekken tussen MRE en Meierijstad, Venlo en Weert hebben geleid tot de samenwerkingsafspraken die zijn vervat in drie “gemeenschappelijke regelingen zonder meer” en drie samenwerkingsagenda’s. Deze liggen in een parallel proces ter besluitvorming voor bij MRE (en de daarin deelnemende gemeenten) en de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. Op 11 juli 2025 heeft het Dagelijks Bestuur van de MRE (DB-MRE) u de drie concept gemeenschappelijke regelingen en daaraan gekoppelde samenwerkingsagenda’s tussen DB-MRE en de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert aangeboden. Aan u is gevraagd om uiterlijk 31 oktober 2025 een zienswijze kenbaar te maken.

Uw zienswijze wordt betrokken bij de formele besluitvorming over de samenwerkingsagenda’s: - op 8 december 2025 in het DB-MRE - en op 17 december 2025 in het Algemeen Bestuur MRE. Beoogd effect De druk op de regio te verlichten met positieve effecten voor zowel de MRE-regio als de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. Argumenten 1.1

De regelingen en samenwerkingsagenda's sluiten aan bij de eerder gestelde kaders. Het Algemeen Bestuur MRE heeft op 3 juli 2024 ingestemd met de volgende kaderstellende uitgangspunten voor bovenregionale samenwerking:  Samenwerking moet passen binnen de doelen van het samenwerkingsakkoord MRE en/of Brainport Agenda.  Een samenwerking mag niet ten koste gaan van de bestaande afspraken van gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (binnen het samenwerkingsakkoord) en met het Rijk en de provincie. Daarom worden

portefeuillehouderoverleggen betrokken als het hun thema betreft, en gemeenten indien het een samenwerking met hun buurgemeente betreft. Een samenwerking is een wederzijdse afspraak en werkt alleen als het voor beide partijen voordelen oplevert. Uitgangspunt is dat de beoogde partners ook zelf inzet en/of middelen leveren ten behoeve van het specifieke samenwerkingsprogramma met die partner(s). Bij een samenwerking moet de inhoud leidend zijn waarbij governance/organisatie volgend en ondersteunend is. Een lichte organisatievorm ligt voor de hand. Gezien het voorgaande uitgangspunt is het uitbreiden van de MRE met een 22e of 23e gemeente, of het aangaan van een gemeenschappelijke regeling, niet opportuun.

1.2

De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert dragen bij aan vermindering van de druk (wonen, werklocaties, bereikbaarheid) op de Brainportregio Eindhoven. Het economisch succes zorgt binnen de hele Brainportregio voor druk op wonen, werklocaties en op bereikbaarheid. De in MRE-verband met 21 gemeenten afgesproken maatregelen leiden op korte termijn nog niet tot vermindering van deze druk. Een druk die inmiddels ook voelbaar is buiten de grenzen van onze eigen regio. De gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert hebben alle drie groeiambities met (extra) woningen, die de druk op onze regio kunnen verlichten. Door samenwerking bij de plaatsing van werklocaties kunnen zoekvragen van bedrijven in een breder perspectief worden bekeken. (MKB-)bedrijven kunnen via herhuisvesting gemakkelijker voor de bredere regio behouden blijven. Aan meer (internationale) bedrijven kan een passend aanbod worden gedaan. In de praktijk werken MRE (soms in subregionaal verband) en eerdergenoemde drie gemeenten al samen op mobiliteitsdossiers zonder dat daar expliciete samenwerkingsafspraken onder liggen. Dat is vanaf nu wel het geval. Hierdoor kunnen we als MRE effectiever met deze drie gemeenten samenwerken met provincie en Rijk. En dat maakt het gemakkelijker om tot passende en snelle(re) oplossingen te komen.

Het is nadrukkelijk niet zo dat hierdoor het aantal gemeenten binnen de MREsamenwerking wordt uitgebreid. Deze blijft bestaan uit 21 gemeenten. Meierijstad, Venlo en Weert gaan -zoals al vanaf het begin in het Algemeen Bestuur MRE is besproken- geen onderdeel uitmaken van de MRE-samenwerking en krijgen dus geen zitting in het AB, DB of de MRE-Portefeuillehoudersoverleggen. Voor Veldhoven specifiek levert de samenwerking ook een vermindering van de druk op wonen, werklocaties en bereikbaarheid op. Het biedt meer mogelijkheden voor de huisvesting van medewerkers van bedrijven in Veldhoven, of schuifruimte voor Veldhovense bedrijven. Dan kan een rechtstreeks effect zijn, maar ook het doorschuiven van de mogelijkheden verder naar de randen van de regio levert meer ruimte op in het hart van de regio. Voor het realiseren van de gewenste verdeling in mobiliteitstypen (fiets-OV-auto) biedt met name de samenwerking met Weert en Venlo goede kansen, waardoor het sterk kan bijdragen aan de bereikbaarheid van Veldhoven. 1.3

De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert sluiten aan op de al zichtbare impact van Brainport in deze drie gemeenten. Enerzijds zien we (structurele) files op de snelwegen tussen de Brainportregio en deze drie gemeenten. Anderzijds zijn de afstanden en reistijden, zeker naar internationale maatstaven, kort te noemen. Meierijstad, Venlo en Weert geven allemaal aan dat ze merken dat woningzoekenden in de Brainportregio ook zoeken in hun gemeenten.

2/6

Voor Weert en Venlo geldt dat zij een intercitystation hebben met in de directe omgeving mogelijkheden om woningen te bouwen. Beide locaties maken onderdeel uit van “Limburg Centraal” (provincie Limburg + 6 steden). De reistijd van Weert naar Eindhoven Centraal bedraagt 16 minuten, die met Venlo momenteel 39 minuten, wat bijvoorbeeld kansen biedt voor studentenhuisvesting. 1.4

De drie gemeenten kunnen gebruikmaken van de opgebouwde kennis en analysemethodieken in de Brainportregio over talent en voorzieningen. Dit vergroot de potentie voor synergie. Binnen de MRE-samenwerking hebben we een verkenning uitgevoerd naar basis-, regionale en topvoorzieningen. Op basis daarvan werken we binnen de MREsamenwerking aan een voorzieningenstrategie/-aanpak. Weert en Meierijstad gaan een soortgelijke verkenning uitvoeren. Als (samenwerkende) gemeenten hebben we maar een beperkte formele taak op het thema talent. Wel kunnen we Meierijstad, Venlo en Weert in contact brengen met de voor een gemeente relevante kennisinstellingen. We doen dit met Brainport Development. Door een complementaire benadering van talent/onderwijs, waarbij meer dan voorheen in deze gemeenten ook het bedrijfsleven (stageplaatsen) wordt betrokken, zetten we in op vergroting van het arbeidsmarkpotentieel voor de Brainportregio. 1.5 De juridische grondslag “regeling zonder meer” onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) sluit het beste aan op de drie concept Samenwerkingsagenda’s. Geen van de drie concept-samenwerkingsagenda’s bevat afspraken die vragen om overdracht van taken of het oprichten van een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan. De publiekrechtelijke samenwerkingsvorm die hierop aansluit is de zogenaamde “regeling zonder meer” onder de Wgr.

Dit is het lichtste instrument uit deze wet. De ontwerpregelingen voor de samenwerking tussen MRE en Meierijstad, respectievelijk Venlo, en Weert, bevatten de minimale bepalingen zoals voorgeschreven door de Wgr, en verder de spelregels om de samenwerking te laten functioneren. De ontwerpregelingen bevatten geen inhoudelijke afspraken, deze staan in de Samenwerkingsagenda’s. Het DB-MRE is op grond van art 17.2-e GR MRE bevoegd een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam MRE en andere openbare lichamen (zoals gemeenten) vast te stellen, voor zover het collegebevoegdheden betreft. Daarvan is hier in alle drie de gevallen sprake. 2.1

Het geven van een zienswijze op het aangaan van een gemeenschappelijke regeling tussen DB MRE en een gemeente is een collegebevoegdheid. Op grond van art 26.2 GR MRE moet het DB-MRE, voordat ze besluit om een gemeenschappelijke regeling aan te gaan, de colleges van de 21 deelnemende gemeenten de kans geven om schriftelijk “wensen en bedenkingen” mee te geven aan het DB-MRE. Deze verplichte “wensen en bedenkingen”-procedure maakt onderdeel uit van de zienswijzenprocedure voor de raden (op grond van art 25.3 GR MRE). Dit heeft het DBMRE op 16 juni 2025 besloten. 2.2

De raden van de MRE-gemeenten worden gevraagd om een zienswijze te geven bij de samenwerkingsagenda’s en de regelingen. De Raadstafel21 heeft het DB-MRE en Algemeen Bestuur gedurende het verkenningsproces geadviseerd om de raden te betrekken in het proces. Dit kan door een zienswijzenprocedure in te lassen op het moment dat er formele besluiten genomen moeten worden.

3/6

Het DB-MRE heeft op 16 juni 2025 besloten om de samenwerkingsagenda’s en de regelingen voor een zienswijzenprocedure voor te leggen aan de raden. Daarmee wordt invulling gegeven aan art 25.3 GR MRE, om voor “andere dossiers” deze zogenaamde “voorhangprocedure” te volgen. Het geven van een zienswijze op het aangaan van een gemeenschappelijke regeling door het DB-MRE is in dit geval formeel een collegebevoegdheid. Vanwege de samenhang tussen regeling en samenwerkingsagenda mogen de raden ook aspecten inbrengen die zij belangrijk vinden voor de besluitvorming door het DB-MRE over de regelingen en door het Algemeen Bestuur over de samenwerkingsagenda’s. Kanttekeningen en risico’s

1.1 De MRE-samenwerking gaat over afgebakende thema's en dat geldt ook voor bovenregionale samenwerking. De MRE is verlengd lokaal bestuur. In het MRE-samenwerkingsakkoord en de daaruit voortkomende werkprogramma’s zijn de thema’s en opgaven waarin de 21 gemeenten in MRE-verband samenwerken limitatief vastgelegd. Daaruit volgt dat de samenwerkingsafspraken met Meierijstad, Venlo en Weert zich primair focussen op de thema’s werklocaties, wonen en bereikbaarheid. 1.2 Bovenregionale samenwerking gaat niet ten koste van de inzet van de MREorganisatie voor de 21 deelnemende gemeenten. Het geven van opvolging aan de bovenregionale samenwerkingsafspraken ligt primair bij de MRE-werkorganisatie. De primaire taak van de MREwerkorganisatie is en blijft het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten. Dat betekent dat de capaciteitsinzet vanuit MRE voor deze bovenregionale samenwerkingen lean & mean is. Dat geldt ook voor de capaciteitsinzet van de MRE-gemeenten. Voor het merendeel zal deze beperkt zijn. De meest belanghebbende ‘buurgemeenten’ uit het MRE-gebied zullen door de MRE-werkorganisatie het meest intensief worden betrokken, maar ook hiervoor zullen zoveel mogelijk bestaande overlegmomenten en –tafels worden benut. Meierijstad, Venlo en Weert staan zelf aan de lat voor de realisatie van hun groeiambities en hun aandeel in de realisatie van de samenwerkingsagenda’s.

Hiervoor wordt vanuit de MRE geen ambtelijke capaciteit beschikbaar gesteld. 1.3 De samenwerkingsagenda’s zijn nog algemeen en/of procesmatig van karakter De afspraken over woningen en werklocaties zijn deels procesmatig. Waar mogelijk worden er aantallen en hectares genoemd, maar er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt over welke segmenten op welke termijn in de respectievelijke gemeenten zullen worden gerealiseerd. Het is dus belangrijk om de nu voorliggende samenwerkingsagenda’s zo snel mogelijk verder uit te werken in segmenten (type woningen, type bedrijventerreinen) en fasering, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen. Voor de volledigheid, dergelijke afspraken met Meierijstad, Venlo en Weert hebben geen invloed op de afspraken die de 21 gemeenten in MREverband hierover al met elkaar hebben gemaakt. 1.4 Er zijn meer gemeenten in de invloedsfeer aan de Brainportregio In lijn met eerdere besluitvorming in het Algemeen Bestuur MRE is prioriteit gegeven aan het komen tot samenwerkingsagenda’s met Meierijstad, Venlo en

4/6

Weert. MRE blijft wel in gesprek met andere gemeenten, om voeling te blijven houden bij kansen en ontwikkelingen.

Financiën

Er zijn geen financiële consequenties (zoals verhoging van de inwonerbijdrage) voor de gemeente door het aangaan van de samenwerking door MRE met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. Het aangaan van de samenwerking heeft ook geen effect op de bestaande financiële afspraken (zoals de Beethovendeal).

Communicatie en samenspraak De colleges en raden van de MRE-gemeenten zijn gedurende het verkenningsproces regelmatig door het DB-MRE geïnformeerd, waaronder via een brief op 14 oktober 2024, openbare AB-presentatie op 18 december 2024, brief op 24 maart 2025 en brief op 16 juni 2025. De Raadstafel21 is ook regelmatig bijgepraat over de laatste stand van zaken, net als individuele colleges en subregio’s die hier behoefte aan hadden.

Er is geen participatiemogelijkheid (bv. voor burgers of ondernemers) voorzien in de totstandkoming van de samenwerkingsagenda’s. Ze bevatten geen nieuw beleid. Uitvoering / planning

Actie Dagelijks Bestuur (vrijgave zienswijzen) Algemeen Bestuur (informeren) Zienswijzeperiode

Portefeuillehoudersoverleg - Economie - Mobiliteit - Ruimte en wonen Laatste aanpassingen voorstel DB / AB Dagelijks Bestuur Algemeen Bestuur Tekenmomenten Publicatie

Datum 16 juni 2025 2 juli 2025 Vanaf 18 augustus t/m 31 oktober 2025 Meierijstad: 18 sept. in de raad; Weert: 24 sept. in de raad; Venlo: 22 okt. in de raad. Data: 20 november 2025 26 november 2025 27 november 2025 Na poho t/m 28 november 2025 8 december 17 december 2025 18 en/of 19 december 2025 Direct aansluitend

Het voorstel voor de zienswijze op de bovenregionale samenwerking volgt de reguliere raadscyclus (30 september oordeelsvormend, 21 oktober besluitvormend). Desgewenst kan het onderwerp ook aan bod komen bij de raadswerkgroep regionale samenwerking op 1 oktober 2025. De conceptbrief kan nog worden aangepast als de raad dat wil. In dat geval zal de aangepaste brief nog een keer worden voorgelegd aan het college (conform voorhangprocedure). Als de gemeenteraad geen wijziging in de voorgestelde brief wenst aan te brengen, zal de brief direct verstuurd worden.

5/6

Evaluatie De verantwoording over de voortgang vindt binnen de MRE-samenwerking vindt plaats via de bestuursrapportages en jaarverslagen van de MRE. De samenwerkingsagenda’s hebben een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029. Uiterlijk in 2028 worden de bovenregionale samenwerkingen tussen MRE en Meierijstad, Venlo en Weert geëvalueerd. Bijlagen Bijlage 1: de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Meierijstad, Bijlage 2: de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Venlo, Bijlage 3: de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Weert, Bijlage 4: de concept Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad, Bijlage 5: de concept Samenwerkingsagenda MRE-Venlo en Bijlage 6: de concept Samenwerkingsagenda MRE-Weert Bijlage 7: aanbiedingsbrief van MRE Bijlage 8: concept antwoordbrief naar MRE Concept raadsbesluit Resultaat van de behandeling in de oordeelsvormende raad

Reactie college n.a.v. behandeling in de oordeelsvormende raad

Burgemeester en wethouders van Veldhoven,

J.H.J. Sanders gemeentesecretaris/algemeen directeur

6/6

M.J.A. Delhez burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15960835/3