CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Verordening BIZ Citycentrum Veldhoven 2026-2030

Raad (besluitvormend) 21 oktober 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen BIZ Citycentrum Veldhoven 2026-20302.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit Verordening bedrijveninvesteringszone Citycentrum Veldhoven 2026-2030 volgnummer datum raad agendapunt onderwerp

: : : :

25.114

21 oktober 2025 vaststellen Verordening bedrijveninvesteringszone Citycentrum Veldhoven 2026-2030

De raad van de gemeente Veldhoven; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025, nr. 25.113; gelet op: Artikel 1, eerste en tweede lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en; de tussen de gemeente Veldhoven en de Stichting “Stichting BIZ Citycentrum Veldhoven” uitvoeringsovereenkomst 2026-2030. b e s l u i t: vast te stellen de “Verordening bedrijveninvesteringszone Citycentrum Veldhoven 2026-2030”

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.

Bedrijveninvesteringszone (BIZ); aangewezen gebied binnen de gemeente Veldhoven dat vermeld is op een bij de verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart;

b.

BIZ-bijdragen: bestemmingsbelasting die op verzoek van gebruikers jaarlijks wordt geheven om met de opbrengst activiteiten te realiseren als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Wet;

c.

BIZ-subsidie: de op basis van de verordening en de Wet te verlenen subsidie voor de bedrijveninvesteringszone;

d.

College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Veldhoven;

e.

Perceptiekosten: kosten voor heffing en invordering van de BIZ-bijdragen door de gemeente Veldhoven;

f.

Uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en de Stichting BIZ Citycentrum Veldhoven gesloten overeenkomst van 16 september 2025 als bedoeld in artikel 7, lid 3, van de Wet.

g.

Stichting: Stichting BIZ Citycentrum Veldhoven, als bedoeld in artikel 7 van de Wet.

h.

Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam BIZ-bijdrage wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op

1

het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1.

De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone op de begane grond gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.

2.

De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezit, beperkt recht.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4 Belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak, zoals bedoeld in artikel 16, hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).

Artikel 5 Belastingplicht 1.

De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de BIZ gelegen belastingobject gebruikt.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt: -

gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

-

het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is

3.

gesteld. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar.

Artikel 6 Heffingsmaatstaf 1.

De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het belastingjaar 2026 (waardepeildatum 1 januari 2025).

2.

Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de WOZ, met dien verstande dat de waardepeildatum 1 januari 2025 is.

3.

In afwijking van het eerste en het tweede lid wordt de BIZ-bijdrage van een onroerende zaak, die binnen de bedrijveninvesteringszone gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode nieuw tot stand is gekomen, geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ voor de onroerende zaak vastgestelde waarde vanaf het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onroerende zaak in gebruik is genomen overeenkomstig zijn beoogde bestemming.

Artikel 7 Vrijstellingen 1.

In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a.

voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

b.

glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;

c.

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

d.

één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

f.

openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

g.

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

h.

werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

i.

werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;

j.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste

van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k.

plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

l.

begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria.

m.

belastingobjecten voor zover die bestemd zijn en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;

n.

onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport of voor andere activiteiten van sociale of maatschappelijke aard;

o.

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;

p.

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

q.

objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als opslag/distributie;

r.

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn ten behoeve van infrastructuur in het kader van elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie.

2.

In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 8 Tarief BIZ-bijdrage 1.

De BIZ-subsidie wordt bepaald op basis van een gedifferentieerd tarief per belastingobject. Er is gekozen om een percentage van de WOZ-waarde te hanteren.

2.

Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt voor de gebruiker 0,385% van de WOZ-waarde (heffingsmaatstaf), met een minimum van € 640,00 en een maximum bijdrage van € 6.400,00 per object.

Artikel 9 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven, zo mogelijk gelijktijdig met de aanslag onroerende-zaakbelastingen. Indien de aanslagen BIZ-bijdrage en onroerendezaakbelastingen niet gelijktijdig worden geheven leidt dat niet tot nietigheid van de aanslag BIZbijdrage.

Artikel 10 Betalingstermijnen

1.

De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijn drie maanden later.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste elf bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Nadere regels door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen Artikel 13 Aanwijzing Stichting De BIZ-bijdrage wordt als subsidie verstrekt aan de bij deze verordening aangewezen Stichting BIZ Citycentrum Veldhoven. De Stichting BIZ Citycentrum Veldhoven wordt aangewezen als de Stichting zoals bedoeld in artikel 7 van de Wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Artikel 14 Buiten toepassing Algemene Subsidieverordening De Algemene Subsidieverordening van de gemeente Veldhoven is niet van toepassing op subsidies op grond van deze verordening.

Artikel 15 Subsidieverlening

1.

De BIZ-subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De BIZ-subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

2.

De BIZ-subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De door de gemeente in mindering te brengen perceptiekosten zijn vastgesteld op maximaal € 1.500,00 per jaar.

Artikel 16 Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 17 Subsidievaststelling 1.

De Stichting is verplicht om binnen 6 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen.

2.

De BIZ-subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 8 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.

Artikel 18 Melding van relevante wijzigingen De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: a.

meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie,

b.

een wijziging van de statuten,

c.

verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de Wet is gebleken.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

3.

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening Bedrijveninvesteringszone Citycentrum Veldhoven 2026-2030”.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Veldhoven in de openbare raadsvergadering van 21 oktober 2025.

N. Hoogerbrug – van de Ven

M.J.A. Delhez

griffier

voorzitter

ValidSigned door N.A. Hoogerbrug - van de Ven op 22-10-2025

ValidSigned door M.J.A. Delhez op 22-10-2025

Bijlage 1: Kaart afbakening BI-zone 2026 - 2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15960860/5