CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht van uitgebrachte zienswijzen en reactie daarop

Raad (besluitvormend) 1 juli 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Toestemming treffen GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd & informele zienswijze Ontwerpbegroting 20262.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzen op ontwerp Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd De colleges van de gemeenten Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, GemertBakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Someren, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre hebben aan de respectievelijke gemeenteraden het voornemen gedeeld om een gemeenschappelijke regeling te treffen met de naam Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. De colleges van de gemeenten hebben, zoals voorzien in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, gevraagd het ontwerp voor zienswijzen voor te leggen aan hun raad. In dit document wordt een terugkoppeling gegeven van de resultaten van de zo doorlopen zienswijzeprocedure. Geen zienswijze De navolgende gemeenteraden hebben besloten geen zienswijze naar voren te brengen; Asten, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Someren en Veldhoven Zienswijzen De gemeenteraden van Nuenen c.a., Son en Breugel en Waalre besloten een zienswijze naar voren te brengen. Onderstaand treft u daar de inhoud van aan: Son en Breugel: De omvorming van de samenwerkingsovereenkomst Een 10 voor de Jeugd naar een gemeenschappelijke regeling biedt een duidelijke basis om onze samenwerking efficiënt voort te zetten. Wel geldt dat door aanpassing in de financieringssystematiek de gemeente minder bijdragen ontvangt vanuit het Rijk.

Dit betekent dat we als gemeente kritisch moeten zijn op onze uitgaven en maatregelen moeten nemen om deze zoveel mogelijk te beperken. We verwachten dit ook van de te vormen GR. Wij vragen u met een kritische blik te kijken naar uw begroting en terughoudend te zijn met kostenverhogingen. Daarnaast vragen wij u met nadruk om bij contract- en tariefafspraken zoveel mogelijk rekening te houden met de financiële gevolgen die de inzet van jeugdhulp heeft voor onze gemeente. Wij respecteren de afspraken over loon- en prijsindexatie. Nuenen c.a. Door aanpassing in de financieringssystematiek ontvangt de gemeente minder bijdragen vanuit het Rijk. Dit betekent dat we als gemeente kritisch moeten zijn op onze uitgaven en maatregelen moeten nemen. We verwachten dit ook van de te treffen GR. Wij vragen u met een kritische blik te kijken naar uw begroting GR en terughoudend te zijn met

kostenverhogingen. Daarnaast vragen wij u met nadruk om bij contract- en tariefafspraken zoveel mogelijk rekening te houden met de financiële gevolgen die de inzet van jeugdhulp heeft voor onze gemeente. Wij respecteren de afspraken over loon- en prijsindexatie. Waalre: Allereerst wil de gemeenteraad zich positief uitspreken over de inspanningen vanuit Een 10 voor de Jeugd waar het gaat om het versterken van de regionale samenwerking op het gebied van specialistische jeugdhulp. Los van de verplichting tot GR-vorming die vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg van de regio wordt verwacht, wordt gezien dat er sprake is van een stevige regionale samenwerking die maakt dat de inkoop van jeugdhulp in onze regio op een goede manier wordt vormgegeven. Wel wil de gemeenteraad van Waalre aandacht vragen voor de financiële kant van de GR-vorming richting het opstellen van een begroting. Met de behandeling van de meerjarenbegrotingen in 2024 van de verbonden partijen is door de gemeenteraad de zorg uitgesproken over de oplopende kosten van verbonden partijen en het beslag wat zij leggen op de gemeentebegroting. Dit hangt samen met het feit dat gemeenten minder bijdragen vanuit het Rijk ontvangen en van daaruit kritisch moeten zijn op de uitgaven en hierin maatregelen moeten treffen.

In aanloop naar het opstellen van een begroting voor de op te richten GR, willen wij dan ook meegeven dat Waalre erg kritisch staat tegenover de kostenstijgingen van verbonden partijen en het neerleggen van deze kostenstijgingen bij gemeenten. We verwachten dan ook dat deze GR zorgt voor het strak gezamenlijk inkopen van de juiste jeugdhulp en dat goed contractmanagement en het implementeren van de Hervormingsagenda Jeugd ertoe leidt dat de stijging van de kosten van de jeugdzorg afneemt, de zorg voor de meest kwetsbare kinderen gewaarborgd blijft en deze zorg tijdiger beschikbaar wordt. We zouden graag zien dat u dit vertaalt in concreet meetbare doelstellingen en zien ernaar uit om periodiek geïnformeerd te worden over de voortgang van de met deze GR beoogde verbeteringen. De gemeenteraad van Waalre verzoekt de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd om in haar inkoopactiviteiten onderwijs op maat expliciet mee te nemen als uitgangspunt. Dit zodat alle jongeren in de JeugdzorgPlus ingekocht door Een 10 voor de Jeugd, ongeacht hun onderwijsniveau, toegang hebben tot passend onderwijs. Dit houdt onder meer in dat bevoegde docenten, inclusief eerstegraads docenten voor de bovenbouw havo/vwo, beschikbaar dienen te zijn voor jongeren in de jeugdzorg.

Reactie op zienswijzen ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten hebben met zorgvuldigheid kennisgenomen van de ingediende zienswijzen van de raden van Son en Breugel, Nuenen c.a. en Waalre. De colleges waarderen het bestuurlijke signaal dat hiermee wordt afgegeven en onderkennen het belang van betrokkenheid van raden bij het proces van het treffen van een gemeenschappelijke regeling, conform artikel 1, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De reacties bevestigen dat het onderwerp jeugdzorg niet alleen beleidsmatig, maar ook financieel en maatschappelijk hoog op de agenda staat. De ervaren druk om met minder middelen meer te realiseren wordt ook door bestuurders ervaren en is breed gedeeld. Ook is er begrip voor de zorgen over de afstand tot besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling, waarbij de formele rol van de raad zich in de praktijk veelal beperkt tot het bieden van de mogelijkheid om een bestuurlijk signaal af te geven in de vorm van een zienswijze. De colleges concluderen dat de ingebrachte zienswijzen geen inhoudelijke aanpassingen van het ontwerp van de regeling noodzakelijk maken. Het ontwerp van de GR is gebaseerd op het principe om bestaande, goed functionerende afspraken zoveel mogelijk in stand te houden.

De GR doet niet méér dan uitvoering geven aan de wettelijke verplichting om de inkoop van specialistische jeugdhulp regionaal en samenhangend te organiseren, zoals beoogd met de Hervormingsagenda Jeugd en het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. In de voorbereiding is nadrukkelijk gekozen voor een lichte uitvoeringsstructuur, waarbij geen personeel in dienst komt van het openbaar lichaam. Gemeenten leveren zelf, of via een al bestaande GR, de benodigde ondersteuning. Hierdoor worden dubbele uitvoeringskosten voorkomen en blijft de overhead beheersbaar. Tegelijkertijd is een zelfstandig rechtspersoon verplicht om aan de eisen van de Wgr en aan de verplichtingen rondom financiën, archivering en openbaarheid te voldoen. De colleges onderkennen het belang van transparantie en sturing en het signaal dat de gemeenteraden hierover hebben afgegeven. Daarom zal in de considerans van de regeling expliciet een extra overweging worden opgenomen: 6) vanuit de ontvangen zienswijzen op het ontwerp van de regeling enkele gemeenteraden hebben aangegeven dat door aanpassing in de financieringssystematiek de gemeenten minder bijdragen ontvangen vanuit het Rijk. Dit betekent dat gemeenten kritisch moeten zijn op hun uitgaven en dit ook van de te vormen Gemeenschappelijke regeling

Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd verwachten; Hiermee wordt ook naar de toekomst toe geborgd dat financiële discipline een kernwaarde blijft, mede met het oog op de signalen van diverse raden over oplopende bijdragen aan verbonden partijen. De wens om de resultaten van de samenwerking eerder dan na vier jaar te evalueren is gehoord en wordt meegegeven aan de leden van het Algemeen bestuur die daarover, ook binnen het huidige ontwerp van de regeling toe kunnen besluiten: in de regeling staat immers “in elk geval elke vier jaar”. Ten aanzien van de specifieke oproep van de gemeenteraad van Waalre om “onderwijs op maat” als expliciet uitgangspunt mee te nemen in de inkoop van JeugdzorgPlus, willen we benadrukken dat het onze ambitie en uitgangspunt is dat alle jeugdigen in jeugdhulp deel kunnen nemen aan het (speciaal) onderwijs, en dat daarom in de inkoopafspraken ook meerdere afspraken opgenomen zijn, zodat jeugdigen die jeugdhulp ontvangen onderwijs kunnen (blijven) volgen. Jeugdigen bij wie dit perspectief er (vrijwel) niet is, moeten kunnen rekenen op goede ondersteuning zo lang als dat nodig is en ook bij hen wordt er gewerkt aan een zo zelfstandig mogelijk toekomstperspectief. Ook jeugdigen die in verblijf wonen met perspectief op onderwijs van een hoger niveau moet mogelijk zijn. Hiervoor wordt ook met de samenwerkingsverbanden onderwijs gepraat.

Gemeenten hebben op basis van de Jeugdwet niet de verantwoordelijkheid voor het organiseren en aanbieden van (passend) onderwijs en het is daarmee ook geen opdracht voor de regionale inkooporganisatie. De Wet passend onderwijs en Jeugdwet verplicht onderwijsinstellingen, gemeenten en zorgaanbieders wel om met elkaar samen te werken om alle jeugdigen een zo optimaal mogelijk ontwikkelperspectief te bieden. Onderwijs moet een integraal onderdeel zijn van geboden jeugdhulp. Daarom is de verbinding met onderwijs ook een overkoepelend uitgangspunt dat in het programmaplan Een 10 voor de Jeugd 2024 – 2028 over de opgaves heen, is meegenomen. Concrete voorbeelden daarvan zijn: 1- het huidige project collectieve financiering zorg in onderwijstijd (ZiO) met als doel het integraal organiseren van zorg en onderwijs bij Speciaal Onderwijs scholen, Voortgezet speciaal onderwijs scholen en speciaal basis onderwijs scholen, door middel van collectieve inzet en bekostiging van jeugdhulp in het onderwijs 2- de afspraken in het bovenregionale plan Transformatie JeugdzorgPlus om in alle (inkoop)regio’s Zorg-onderwijsknooppunten (ZOK) te realiseren. ZOK zijn gespecialiseerde voorzieningen waar jongeren met

complexe problematiek integrale zorg en passend onderwijs ontvangen en een volledig dagprogramma voor zorg en onderwijs gewaarborgd is. Binnen deze knooppunten werken verschillende zorgdomeinen, zoals GGZ, verslavingszorg, forensische zorg, LVB-zorg en jeugd- en opvoedhulp, en één of meerdere onderwijsorganisaties, nauw samen om jongeren de juiste behandeling en ondersteuning te bieden. De focus ligt hierbij op matched care, ambulantisering en het behouden of herstellen van netwerkrelaties. Het doel is om stabiliteit te creëren, onnodige overplaatsingen te voorkomen en jongeren een vloeiende overgang te bieden naar vervolgonderwijs of duurzame dagbesteding. Wijzigingen van andere aard ten opzichte van de zienswijzenversie 1) In het onderdeel “overwegingen” voorafgaand aan de GR tekst is een extra overweging opgenomen: (overwegende dat) de vijf Peelgemeenten (gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren) de inkooptaak op het gebied van jeugdzorg hebben gemandateerd aan het openbaar lichaam Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten.

Om deze reden zal het openbaar lichaam Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten namens de vijf Peelgemeenten personele inzet en financiële middelen leveren aan het openbaar lichaam Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd; 2) In artikel 14 (Organisatiebesluit )was opgenomen dat het bestuur van het openbaar lichaam een organisatiebesluit vaststelt. Dit artikel is als volgt gewijzigd: Artikel 14 Organisatiebesluit

Het bestuur stelt kan een organisatiebesluit vast vaststellen. In het organisatiebesluit worden die zaken geregeld die toezien op de organisatie binnen het openbaar lichaam welke gericht zijn op het goed doelmatig, rechtmatig en efficiënt functioneren van de samenwerking. Een organisatiebesluit is vooral een intern document. Door de bovenstaande wijziging aan te brengen blijft het oordeel over de noodzaak om dit document op te stellen aan het bestuur van de GR in plaats van dat de regeling bepaalt dat er een organisatiebesluit moet zijn. 3) In artikel 22 (Kostenverdeling) is een 4e (extra) lid opgenomen: Voor de deelnemers in het openbaar lichaam Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten geldt dat de financiële stromen via het openbaar lichaam Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten mogen lopen.

Hiermee wordt een grondslag gecreëerd om op rechtmatige wijze de financiële afwikkeling naar de deelnemers vanuit de Peelgemeenten af te wikkelen. 4) Hoofdstuk 7 (ARCHIEF) is herzien zoals hierna zichtbaar gemaakt. Na overleg met het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven is op basis van de bij hen aanwezige expertise aangevuld op de bestaande bepalingen om een zorgvuldige, correcte en transparante wijze invulling te kunnen geven aan de taken van de Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. Artikel 25.

Archiefbescheiden Archiefzorg

1. Het Dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Dit overeenkomstig een door het Algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen archiefverordening, die aan Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld. 1. Het Dagelijks bestuur is ook belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het openbaar lichaam eventueel in de toekomst gedelegeerde taken. 1. Voor de door deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten. 2. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is de archivaris van de deelnemende gemeente(n) belast. 3. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is de streekarchivaris van het RHCe belast.

2. Bij opheffing van de regeling en bij of uittreding van een deelnemende gemeente wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 Archiefwet 1995. Artikel 26.

Archiefbeheer

De beheerder is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Artikel 27.

Archiefbewaarplaats

1. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemende gemeente(n). 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe. Artikel 28.

Toezicht

1. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is de archivaris van de deelnemende gemeente(n) belast. 2. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is de streekarchivaris van het RHCe belast.

Artikel 29.

Verantwoording

1. De archivaris van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven brengt jaarlijks aan het Dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het Dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het Algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van het openbaar lichaam. Artikel 30.

Terbeschikkingstelling

1. De deelnemende gemeentenDe deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking stelling gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden gesteld worden aan de terbeschikkingstelling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15578814/2