Naar meer zicht op Duurzaamheid (Rekenkamercommissie, mei 2021)
Tekst van het document
NAAR MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID EEN ONDERZOEK NAAR HET VELDHOVENS DUURZAAMHEIDSBELEID EN DE UITVOERING DAARVAN
mei 2021 Rekenkamercommissie gemeente Veldhoven
INHOUDSOPGAVE ONDERDEEL
Pagina
Inleiding
3
Opzet, aanpak en rapportage
4
Onderzoeksvragen en conclusies
5
Samenvattend beeld
9
Aanbevelingen
10
Reactie college van burgemeester en wethouders
13
Nawoord rekenkamercommissie
14
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
2
INLEIDING Wat onderzoeken we?
Onderzocht is welk beleid over duurzaamheid in Veldhoven of deelgebieden daarvan is ontwikkeld. Voorts is nagegaan in welke mate en op welke wijze uitvoering is gegeven aan dat geformuleerde beleid.
Tenslotte wordt ingegaan op de rolverdeling bij de beleidsvorming en beleidsuitvoering.
Waarom dit onderwerp? Bij de raadpleging van de raadsfracties over mogelijke onderzoeksonderwerpen is het thema duurzaamheid uitdrukkelijk benoemd. Het is een actueel thema met forse opgaven voor de gemeente. Eerder heeft Veldhoven heeft zich aangesloten bij de zogenaamde “Global Goals” gemeenten, die de 17 Global Goals van de Verenigde Naties onderschrijven en als uitgangspunten voor hun beleid hanteren.
Hoe en wanneer is dit onderzoek uitgevoerd? Het onderzoek is uitgevoerd in de tweede helft 2020 en maart 2021 en is als volgt gefaseerd: Wat is de doelstelling?
•
Inventarisatie en documentenanalyse Verzamelen en analyseren relevante documenten
Met het onderzoek wordt beoogd om aan de raad inzicht te verschaffen hoe het duurzaamheidsbeleid in Veldhoven er uit ziet, hoe het staat met de uitvoering daarvan en wie daarbij welke rol speelt.
•
Interviews. Ter verdieping van de documentanalyse. De geïnterviewde personen staan vermeld in het bijlagenboek
•
(Concept)rapportage
•
Formele behandelingsprocedure Doorlopen gebruikelijke procedure van hoor en wederhoor. Definitieve rapportage opgesteld en aangeboden aan de raad.
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
3
OPZET, AANPAK EN RAPPORTAGE Schematisch ziet de opzet van het onderzoek er als volgt uit.
DOELSTELLING ONDERZOEK
ONDERZOEKSVRAGEN
BEVINDINGEN
N O R M E N K A D E R
CONCLUSIES
AANBEVELINGEN
LEESWIJZER De rapportage bestaat uit twee delen. Dit kernrapport vormt het eerste deel en bevat hierna de conclusies uit het onderzoek en de daaruit afgeleide aanbevelingen. In de Bijlagen rapportage (het tweede deel) zijn de bevindingen uit het onderzoek uitgebreider gerapporteerd. In dit Kernrapport is een verwijzing opgenomen naar de pagina’s in het Bijlagenboek voor een verdere toelichting op de bevindingen.
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
4
ONDERZOEKSVRAGEN EN CONCLUSIES ONDERZOEKSVRAGEN m.b.t. BELEID
CONCLUSIES
1
•
Heeft de gemeenteraad een beleidskader vastgesteld voor het Veldhovense duurzaamheidsbeleid? •
Het Milieubeleidsplan 2010 vormt de basis voor het duurzaamheidsbeleid. Daarnaast geeft de nota ‘Klimaatbeleid Veldhoven 2.0, Lokaal klimaatbeleid 2013-2015’ mede richting aan het duurzaamheidsbeleid. Het milieubeleidsplan is actief gemonitord tot 2014, daarna via de jaarrekeningen. De nota Klimaatbeleid is niet actief gemonitord noch geactualiseerd. Aangegeven werd dat daarvoor geen aanleiding was omdat vanuit het rijk het rijk geen nieuw beleid kwam op dit gebied. Ook het manifest ‘Global Goals’ kan worden beschouwd als een abstracte koers voor duurzaamheid. Daaropvolgend zijn tal van beleidsnotities, startnotities en strategieën, die betrekking hebben op de duurzaamheidsaanpak in Veldhoven geformuleerd. De inhoudelijke relatie met het oorspronkelijke beleidskader wordt daarbij niet expliciet gelegd. In die zin vormen deze latere nota’s ook geen systematische uitwerking van het duurzaamheidskader, maar komen er naast te staan. Soms worden deze overigens ook ingegeven door externe ontwikkelingen, zoals bij voorbeeld een vanuit het Rijk verplichte Regionale Energie Strategie. Het oorspronkelijk beleidskader is daarmee steeds meer op de achtergrond geraakt, temeer omdat ook geen actualisering heeft plaatsgevonden.
Beschrijving van de bevindingen over beleidskaders en operationalisering: pagina’s 4 t/m 13 van het Bijlagenboek
2
•
Op welke wijze is het begrip duurzaamheid gedefinieerd en geoperationaliseerd?
•
•
In Veldhoven is geen eenduidige omschrijving van duurzaamheid aanwezig. Daarmee is niet duidelijk wat er wel en wat er niet onder moet worden verstaan. Juist bij een breed ‘container-begrip’ als duurzaamheid is dat een gemis. Het begrip duurzaamheid kent ook geen eenduidige operationalisering en systematische uitwerking. In Veldhoven zijn tal van beleidsdocumenten aanwezig, die betrekking hebben op duurzaamheid. De samenhang daartussen is niet aangegeven en onduidelijk. De vroegere milieu uitvoeringsprogramma’s kenden wel een duidelijke operationalisering naar uitvoeringsacties. Met het oog op de komende Omgevingswet zijn die indertijd afgeschaft. Daarmee is zowel beleidsmatig als programmatisch een fors gat ontstaan, waardoor het zicht op een samenhangende uitvoering is verdwenen.
Beschrijving van de bevindingen over beleidskaders en operationalisering: pagina’s 4 t/m 13 van het Bijlagenboek
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
5
ONDERZOEKSVRAGEN EN CONCLUSIES ONDERZOEKSVRAGEN m.b.t. BELEID
CONCLUSIES
3
•
Zijn de rollen van de verschillende betrokken interne en externe spelers bij de formulering van het duurzaamheidsbeleid vooraf duidelijk benoemd?
• •
De gemeente is zich ervan bewust dat ze slechts een van de spelers is om het duurzaamheidsbeleid handen en voeten te geven. Er wordt dan ook gerekend op de inzet van andere spelers. De eigen rollen als beleidsbepaler, stimulator, handhaver, e.d. worden onderkend en vaak ook expliciet aangegeven. In beleidsnota’s en startnotities wordt expliciet op de betekenis en de rollen van de verschillende spelers ingegaan.
Beschrijving van de bevindingen over rollen: pagina’s 15 en 16 van het Bijlagenboek
4
•
Welke doelen zijn er gesteld en is er samenhang en afstemming tussen deze doelen?
•
In de nota ‘Klimaatbeleid Veldhoven 2.0, Lokaal klimaatbeleid 2013-2015’ zijn diverse doelen en speerpunten benoemd. Sommige in kwantitatieve, sommige in kwalitatieve zin. De relatie van deze doelen met latere beleidsdocumenten is niet expliciet gelegd. Daarmee bestaat er ook geen zicht op de samenhang tussen de beleidsdoelen met betrekking tot duurzaamheid. Het gaat om een grote hoeveelheid gestapelde beleidsrichtingen, waarbij de onderlinge samenhang niet helder is. Het beleidsbeeld kan dan ook het best worden gekwalificeerd als fragmentarisch. Het vormt een spagetti van doelen, speerpunten, acties , e.d.. Uit het voorafgaande mag niet worden geconcludeerd dat de RKC een voorstander is van een klassieke, traditionele beleidsbenadering voor het duurzaamheidsbeleid. Daarmee wordt bedoeld: opstellen van een doelenboom met benoeming van ‘outcome’, throughput en output’. Het nut en de betekenis daarvan wordt beperkt geacht, gelet op de breedte van het begrip duurzaamheid en de onmogelijkheid om effecten van duurzaamheidsbeleid in de praktijk goed te meten. Dat laat onverlet dat een meer samenhangend zicht op het duurzaamheidsdoelen en de afstemming daartussen op meerdere redenen wenselijk wordt geacht.
Bijvoorbeeld om naar de verschillende spelers (intern en extern) beter te kunnen laten zien hoe Veldhoven met duurzaamheid omgaat, of te kunnen inspireren, te prioriteren en te sturen.
Beschrijving van de bevindingen over doelen: pagina’s 6 t/m 14 van het Bijlagenboek
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
6
ONDERZOEKSVRAGEN EN CONCLUSIES ONDERZOEKSVRAGEN m.b.t. UITVOERING
CONCLUSIES
5
•
Op welke wijze en in welke mate wordt in Veldhoven uitvoering en inhoud gegeven aan het duurzaamheidsbeleid?
•
•
De doelen van het Veldhovens duurzaamheidsbeleid krijgen geen systematische doorvertaling naar een uitvoeringsagenda of een uitvoeringsprogramma. Via diverse invalshoeken en beleidssectoren wordt overigens daadwerkelijk uitvoering gegeven aan het duurzaamheidsbeleid. Voor een deel gebeurt dit via wettelijke verplichte activiteiten zoals bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategie en de Omgevingswet. Maar voor een deel ook via eigen acties en maatregelen op het terrein van wonen, duurzame huisvesting voorzieningen en bedrijven, mobiliteit, water en groen, afvalverwerking, inkoop, voorlichting en stimulering, e.d. Daarmee wordt ingespeeld op kansen, die zich voordoen in de verschillende beleidssectoren. Er bestaat echter geen zicht op de afweging, die wordt gemaakt om bepaalde activiteiten wel in gang te zetten en andere niet. De motivatie van de ingang gezette uitvoeringsacties en hun bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen blijft daarmee vaak onduidelijk. Een overzicht op het geheel van geplande uitvoeringsacties ontbreekt. De in het Bijlagenboek opgenomen lijst van activiteiten vormt overigens een goede aanzet voor een dergelijk overzicht.
Beschrijving van de bevindingen over de uitvoering: pagina’s 19 t/m 26 van het Bijlagenboek
6
•
Welke interne en externe partijen zijn bij die uitvoering betrokken conform de vooraf gedefinieerde rollen?
•
Bij de uitvoering wordt uitdrukkelijk ingezet op de verschillende spelers in de Veldhovense samenleving. Gedoeld wordt hierbij op de Veldhovense inwoners, bedrijven, scholen, woningbouwcorporaties, verenigingen, e.d.. De rollen van deze externe spelers zijn vooraf meestal ook duidelijk aangegeven. Een bijzondere en stimulerende rol richting de bewoners wordt gespeeld door de vereniging ‘Veldhoven Duurzaam’.
Beschrijving van de bevindingen over de rollen bij de uitvoering: pagina 15 en 16 van het Bijlagenboek
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
7
ONDERZOEKSVRAGEN EN CONCLUSIES ONDERZOEKSVRAGEN m.b.t. COMMUNICATIE EN INFORMATIEVERSTREKKING
CONCLUSIES
7
•
De gemeenteraad krijgt via Burap’s en jaarrekeningen informatie over fragmenten van het duurzaamheidsbeleid. Daarnaast is de raad afgelopen jaren periodiek geïnformeerd (via bijeenkomsten en raadsinformatiebrieven), uitgenodigd voor beeldvorming over duurzaamheidsonderwerpen en uiteraard voor besluitvorming in de reguliere raadsvergaderingen. Het gaat daarbij overigens wel om informatie en besluitvorming over deelonderwerpen uit de brede duurzaamheidsagenda. In informatie en besluitvorming over de volle breedte van het duurzaamheidsbeleid is niet voorzien. Daarmee is het voor de raad lastig afwegingen te maken op welke duurzaamheidsthema’s met welke intensiteit ingezet moet worden. De kaderstelling vanuit de raad heeft daarmee op het onderwerp dan ook een sterk ad-hoc karakter.
•
Binnen college en ambtelijke organisatie verloopt de informatievoorziening, communicatie en besluitvorming over duurzaamheid via de reguliere overleggen. Ook hier gaat het steeds om deelonderwerpen ofwel fragmenten uit het totale duurzaamheidspakket. Een meer integrale benadering en afweging van duurzaamheid binnen het college en de ambtelijke organisatie blijft daarmee uit beeld.
•
Vanuit het college en de ambtelijke organisatie wordt het belang benadrukt dat de duurzaamheidsproblematiek in de cultuur en genen van de organisatie moet zitten. Daarbij is niet zichtbaar op welke wijze dit moet worden bewerkstelligd. Van gekende hulpmiddelen en instrumenten om duurzaamheid te bevorderen wordt niet echt gebruik gemaakt. Gedacht kan hierbij worden aan: een coördinator duurzaamheid (als aanjager voor een dergelijke cultuuromslag), een stimulerende gemeentelijke duurzaamheidsagenda, contactpersonen in de verschillende afdelingen om duurzaamheid levend te krijgen en te houden.
Hoe wordt intern en aan de raad gerapporteerd over de voortgang van beleid en genomen maatregelen?
Beschrijving van de bevindingen over informatieverstrekking: pagina’s 27 t/m 29 van het Bijlagenboek
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
8
SAMENVATTEND BEELD Wanneer Veldhoven wordt vergeleken met andere gemeenten (landelijk en regionaal) dan blijkt Veldhoven op duurzaamheidsgebied een middenmoter te zijn. Daarbij wordt aangetekend, dat dit vooral komt door de hoge score op het terrein van Profit (arbeid, vestigingsklimaat, infrastructuur, economie e.d.). Voor People (wonen, participatie, veiligheid, kunst en cultuur etc.) en Planet (diverse milieuaspecten) zit Veldhoven (nog) ruim beneden het gemiddelde. Duurzaamheid is een breed begrip, dat vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen bestrijkt. Dat constaterend is het een gemis dat het begrip in Veldhoven niet explicieter is uitgewerkt in termen van: wat verstaan we eronder, hoe kunnen we duurzaamheid operationeel maken, welke beleidssectoren pakken welke duurzaamheidsthema’s op en hoe worden de meer abstracte doelstellingen op het terrein van duurzaamheid uitgewerkt in een gemeente brede agenda voor uitvoering? Op dit moment draagt het beleidsbeeld (zowel qua beleidsvorming als beleidsuitvoering) een ad-hoc en fragmentarisch karakter. In dat opzicht is sprake van ‘versnipperde duurzaamheid’. De samenhang tussen ambities, doelen en de uit te voeren acties wordt niet systematisch opgezocht. Daarmee is het lastig goed zicht te krijgen op de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. Dat beperkt zicht geldt voor de interne spelers alsook de extern betrokkenen.
Van het belang om vele spelers te betrekken bij de realisatie van duurzaamheidsambities is de gemeente zich zeer wel bewust. Dat wordt meestal ook duidelijk aangegeven in beleidsnota’s en startnotities.
Wat betreft de uitvoering van duurzaamheidsbeleid is Veldhoven op vele fronten bezig en zet via vele sporen in om de doelen te realiseren. Een fors pakket van activiteiten, voortkomend uit wettelijke verplichtingen alsook vanuit de eigen ambities, is in gang gezet. In dat opzicht wordt er zeker gepresteerd. Maar waarom juist deze activiteiten worden ondernomen, waar de prioriteiten in de uitvoering liggen wordt niet expliciet verantwoord. Een duurzaamheidsagenda zou in deze een nuttige rol kunnen spelen. Daarmee kan de uitvoering van beleid actueel in beeld blijven en prioriteiten worden aangegeven. Ook kan daar een coördinerende en inspirerende werking van uit gaan richting de vele extern en intern betrokkenen.
ONDERZOEK ‘MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID’
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
9
AANBEVELINGEN AANBEVELINGEN
AAN
OVERWEGINGEN
Aanbeveling 1:
Raad, College en Organisatie
•
Kom tot een verheldering van het begrip duurzaamheid, operationaliseer dat in thema’s en beleg die bij teams in de organisatie.
• •
•
Aanbeveling 2:
Raad
Op dit moment is het onduidelijk wat onder duurzaamheid wordt verstaan. Daarmee is ook geen duidelijk zicht op het duurzaamheidsbeleid en de uitvoering ervan mogelijk. Het brede begrip duurzaamheid kent veel thema’s , waarbij verschillende collegeleden en vele teams in de organisatie zijn betrokken. Op dit moment is intern niet duidelijk vastgelegd wie welke bijdragen moet leveren in de realisatie van de duurzaamheidsambities. In dat opzicht heeft er geen operationalisering van het begrip duurzaamheid plaatsgevonden. Via allerlei deelnota’s en deelacties wordt ad-hoc gewerkt aan de bevordering van de duurzaamheid. Het zicht op en de samenhang tussen de verschillende thema’s is daarbij niet zichtbaar gemaakt. Geef bij de bedoelde omschrijving ook aan welke onderdelen van duurzaamheid in welke beleidskaders een plaats hebben en welke afdelingen daar verantwoordelijk voor zijn.
Een Veldhovense duurzaamheidsagenda geeft zicht op de acties in de verschillende duurzaamheidsthema’s. Het huidige fragmentarische Geef het college opdracht om een beeld kan daarmee worden afgezwakt. Veldhovense duurzaamheids• Ook kan daarin duidelijk worden gemaakt welke acties prioritair zijn agenda op te stellen en agendeer en waarom dit is. De afwegingen in de prioriteiten worden daardoor die periodiek in de raad. ook beter zichtbaar. • Een dergelijke agenda is ook een goed hulpmiddel om te communiceren met de vele interen en externe spelers. • Er kan ook een inspirerende werking van uit gaan; waar de gemeente inzet op een grote rol van vele partners bij de uitvoering is deze inspiratiefunctie van grote betekenis. • Een dergelijke agenda brengt ook de raad beter in positie: beter geïnformeerd, een scherper zicht op de breedte van het duurzaamheidsbeleid, betere mogelijkheden voor kaderstelling en controle . • Zorg er voor dat de duurzaamheidsagenda en de daarin vastgelegde acties en ambities een structurele verankering krijgen in de begroting. ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID ' •
10
AANBEVELINGEN AANBEVELINGEN
AAN
OVERWEGINGEN
Aanbeveling 3:
Raad, College en Organisatie
•
Maak slim gebruik van het instrumentarium van de Omgevingswet voor het voeren van een deel van het duurzaamheidsbeleid.
Aanbeveling 4: Versterk de verankering van het duurzaamheidsbeleid in de organisatie en zet daar ook hulpmiddelen voor in.
•
College en Organisatie
• •
•
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
In sommige producten uit de Omgevingswet (zoals omgevingsvisie, omgevingsplannen en omgevingsprogramma) kunnen bepaalde aspecten van het duurzaamheidsbeleid worden opgenomen. Maar het instrumentarium van deze wet kan niet in de plaats komen van het duurzaamheidsbeleid. Dat is namelijk breder dan de Omgevingswet. Beleidsmatig is er een gat ontstaan omdat de oorspronkelijke beleidsnota’s duurzaamheid niet zijn gemonitord en geactualiseerd. De eerder genoemde duurzaamheidsagenda zou kunnen helpen dit gat te dichten en de juiste inbreng te leveren bij de opstelling van omgevingsvisie, omgevingsplannen en omgevingsprogramma. Voor de vorming en uitvoering van het duurzaamheidsbeleid zijn veel gemeentelijke spelers uit verschillende afdelingen nodig. Vanuit het college en de ambtelijke organisatie wordt het belang benadrukt dat de duurzaamheidsproblematiek in de cultuur en genen van de organisatie moet zitten. Dit gaat echter niet vanzelf. Om het echt ‘tussen de oren te krijgen’ zullen prikkels moeten worden ingebouwd. Gedacht wordt hierbij aan hulpmiddelen als: een functionaris met coördinerende bevoegdheden op het terrein van duurzaamheid (als aanjager voor een dergelijke cultuuromslag), een stimulerende gemeentelijke duurzaamheidsagenda ( zoals hiervoor genoemd), accounts in de verschillende teams om duurzaamheid levend te krijgen en te houden.
Een bewakerstimulator-aanspreekpunt per organisatieonderdeel kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Gedacht kan worden aan een werkmodel zoals toegepast bij de ‘samenspraakregisseurs’.
11
AANBEVELINGEN
AANBEVELINGEN
AAN
OVERWEGINGEN
Aanbeveling 5:
College en Organisatie
•
Blijf goed gebruik maken van Veldhoven Duurzaam en andere organisaties bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid
•
• •
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
Terecht wordt voor de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid een zware wissel getrokken op de inzet van externe spelers als inwoners, bedrijven woningcorporaties, verenigingen, rijk en provincie, e.d. Van groot belang is de communicatie met hen actief te blijven opzoeken. Overigens wordt daar door verschillende externe spelers, met wie is gesproken, de verhouding met de gemeente op dit terrein als ‘goed’ gekwalificeerd. De duurzaamheidsagenda zou ook hierbij als hulpmiddel kunnen worden ingezet. De mooie rol van Veldhoven Duurzaam als intermediair richting inwoners verdient bijzondere aandacht. De deur naar inwoners gaat op die manier namelijk makkelijker open.
12
Reactie College van burgemeester en wethouders Bij brief van 4 mei 2021 heeft het college gereageerd op de feitelijke juistheid van het rapport. Daarbij maakt het college een tweetal kanttekeningen: 1. In het Bijlagenboek vindt geen verdere uitwerking plaats van het milieubeleidsplan, terwijl dit de basis vormt voor het duurzaamheidsbeleid van Veldhoven; 2. Op blz. 11 is aangegeven, dat de milieu-uitvoeringsplannen zijn afgeschaft i.v.m. de komst van de Omgevingswet. Volgens het college is dit niet juist omdat dit een gevolg was van de Crisis- en herstelwet, waardoor gemeenten niet langer verplicht waren om deze uitvoeringsplannen op te stellen. Met het oog op de Omgevingswet is geen nieuw Milieubeleidsplan meer opgesteld. De volledige brief van het college is als bijlage 1 opgenomen in het Bijlagenboek
Nawoord rekenkamercommissie De Rekenkamercommissie dankt het college voor haar reactie. Naar aanleiding daarvan wordt het volgende opgemerkt. Ad.1: Ook in het Bijlkagenboek is aangegeven, dat het Milieubeleidsplan in feite de basis vormt voor het duurzaamheidsbeleid van Veldhoven en dat op basis daarvan 2jaarlijkse uitvoeringsplannen werden opgesteld. Het Milieubeleidsplan had een werking tot 2014 en de werkingsduur is eenmalig verlengt tot 2016. De werkingsduur is inmiddels dus 5 jaar verstreken, vandaar dat in het bijlkagenboek inhoudelijk niet verder daarop is ingegaan.
Ad.2: Zowel in de interviews met de meest betrokken beleidsambtenaren als met de portefeuillehouder werd aangegeven, dat milieubeleidsplan én de uitvoeringsprogramma’s zijn afgeschaft i.v.m. de komst van de Omgevingswet. De Crisis- en Herstelwet is in deze interviews niet ter sprake geweest. Overigens maakt dit materieel geen verschil. De bedoeling was om duurzaamheidsbeleid te integreren in Omgevingsvisie, -plan en –programma. Door de vertraging, die daarin plaats vindt, ontstaat er volgens de rekenkamercommissie een hiaat in het duurzaamheidsbeleid. Dat is de essentie van de opmerkingen en deze blijft geheel overeind. Tenslotte wil de Rekenkamercommissie de verschillende personen danken, die middels aanlevering van informatie en gesprekken een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan dit onderzoek. Dank daarvoor !
ONDERZOEK 'MEER ZICHT OP DUURZAAMHEID'
13