MRE Conceptbegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2026 METROPOOLREGIO EINDHOVEN
Inhoudsopgave KERNGEGEVENS
3
LEESWIJZER
4
ALGEMEEN
5
PROGRAMMA’S EN THEMA’S
9
REGIONALE STRATEGIE EN SAMENWERKING .............................................................................. 9 RUIMTE EN WONEN ................................................................................................................. 11 MOBILITEIT ............................................................................................................................. 13 ENERGIETRANSITIE ................................................................................................................. 14 VITAAL LANDELIJK GEBIED ...................................................................................................... 19 REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM EINDHOVEN (RHCE) ......................................................... 21 OVERHEAD............................................................................................................................. 22
PARAGRAFEN
24
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOMANAGEMENT ................................................................... 24 FINANCIERING ........................................................................................................................ 26 VERBONDEN PARTIJEN ............................................................................................................ 28 GRONDBELEID ........................................................................................................................ 29 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ........................................................................................... 29
FINANCIËLE BEGROTING 2026
30
OVERZICHT BATEN EN LASTEN ................................................................................................. 30 TOELICHTING OP HET OVERZICHT BATEN EN LASTEN ................................................................. 31 HERKOMST EN BESTEDING VAN MIDDELEN ................................................................................ 34 OORSPRONG BEGROTE BATEN ................................................................................................ 36 MEERJARENRAMINGEN 2026-2029 ......................................................................................... 37 STAAT VAN MATERIËLE VASTE ACTIVA ...................................................................................... 38 STAAT VAN RESERVES ............................................................................................................ 38 STAAT VAN VOORZIENINGEN .................................................................................................... 39 INCIDENTELE BATEN EN LASTEN 2026-2029 ............................................................................. 39 INWONERBIJDRAGE ................................................................................................................. 39 FORMATIE .............................................................................................................................. 40
OVERZICHT GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN
41
BIJDRAGE PER GEMEENTE ....................................................................................................... 41 RHCE: KOSTENOPBOUW PER GEMEENTE 2026 ........................................................................ 42
1
Overzicht Metropoolregio Eindhoven
Gemeenschappelijke Regeling Vanaf 25 februari 2015 heeft de bestuurlijke samenwerking in de regio vorm gekregen in de Metropoolregio Eindhoven. Vanaf deze datum is dan ook de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven in werking getreden. Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Op basis hiervan is ook de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling MRE per 1 juli 2024 in werking getreden. Deelnemende gemeenten
21
Algemeen bestuur
21 leden
Dagelijks Bestuur
Jeroen Dijsselbloem (voorzitter) Sjoerd Potters Greet Buter Judith Keijzers-Verschelling Giovanni Wouters (secretaris-directeur)
Adviseurs Dagelijks Bestuur
Suzan van de Goor-Gelens (Ruimte & Wonen) Mathijs Kuijken (Mobiliteit) Stijn Steenbakkers (Economie) Rick Thijs (Energietransitie) Fons d’Haens (Landelijk Gebied)
2
Kerngegevens Begroting 2026
Begroting 2025
816.413 146.000
809.180 146.000
20.605 828 19.275 19.859 14.404 3.636 2.808
21.342 828 4.318 11.984 7.568 3.835 3.100
6.715.980 13.593.542 20.309.522 20.309.522
6.733.974 12.908.641 19.642.615 39.285.230
27,1 17,4 12,4 56,9
30,2 18,3 10,4 58,9
Metropoolregio Eindhoven Bijdrage Regionale opgaven
5,772
5,573
Bijdrage Brainport Development Bijdrage Stimuleringsfonds
3,782 2,516
3,651 2,516
Regionaal Historisch Centrum Totaal
4,693 16,763
4,532 16,272
Indexering inwonerbijdrage Kadernota
4,50%
6,38%
Algemeen Inwoners Hectares (x € 1.000)
Financieel Balans Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Vlottende passiva Lasten Personele lasten Programmalasten Totaal lasten Totaal baten Formatie (in fte's) Metropoolregio Eindhoven RHCe Bedrijfsvoering Totaal Gemeentelijke bijdragen
(per inwoner x € 1)
3
Leeswijzer Hierbij treft u de Programmabegroting 2026 aan van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. Het betreft de vierde begroting in de bestuursperiode 2023-2026. In deze begroting zijn drie programma’s onderscheiden: 1.
Metropoolregio Eindhoven, bestaande uit de thema’s: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Regionale strategie en samenwerking, incl. Landgoed Gulbergen Ruimte en wonen Mobiliteit, incl. GGA Energietransitie Economie, inclusief Investeringsfondsen en bijdrage Brainport Development Landelijk gebied
2.
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)
3.
Overhead
De programmabegroting 2026 bestaat uit een overzicht van de programma’s, de financiële begroting en (voorgeschreven) paragrafen. In deze paragrafen worden een aantal aspecten van de financiële huishouding toegelicht, zoals weerstandsvermogen, financiering en bedrijfsvoering. Tevens wordt informatie gegeven over de verbonden partijen en grondbeleid.
4
Algemeen Programmabegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven Met deze begroting 2026 van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven wordt uitvoering gegeven aan de vierde jaarschijf van het Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Dit samenwerkingsakkoord, waarop de 21 gemeenteraden een zienswijze kenbaar hebben gemaakt, is op 1 maart 2023 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In deze begroting kijken we vooruit wat we, de 21 samenwerkende gemeenten, in 2026 gaan doen om de ambitie en opgaven te realiseren. Hierbij betrekken we ook het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) en Landgoed Gulbergen als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. Financiële uitgangspunten en analyse De financiële uitgangspunten voor het opstellen van deze begroting zijn vastgesteld in de Kadernota 2026. Conform de vastgestelde systematiek wordt de gemeentelijke bijdrage voor 2026 voor de Regionale opgaven, Brainport Development en het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) geïndexeerd met 4,5%. Gelet op de financiële positie van gemeenten heeft het Algemeen Bestuur en de Commissie van advies Financiën verzocht een analyse uit te voeren naar de mogelijkheden van besparingen op taakniveau. Hierbij is aangegeven dat, indien blijkt dat juist aanvullende middelen vereist zijn, een gedegen onderbouwing hiervoor noodzakelijk is.
Daarnaast is het advies gegeven om de kosten die voortvloeien uit de schaalsprong in principe te dekken vanuit de Brainport- en Beethovendeal. Context regionale krachtenbundeling (besluiten 2024 en 2025) In 2024 en 2025 zijn in het kader van de begroting een aantal besluiten genomen om op regionaal niveau de krachten te bundelen voor de opgaven in het kader van de schaalsprong. Dit heeft geleid tot het versterken van de basisorganisaties van de MRE en Brainport Development. Bovendien is met de meest recente begrotingswijziging (december 2024) een bestemmingsreserve van €4 miljoen gevormd voor de doorontwikkeling van de regionale opgaven. Daarnaast is in 2025 de bedrijfsvoering (financiën en control) met een ‘tussenstap’ versterkt om kwetsbaarheden te ondervangen, mede vanwege het toenemend belang van een goed fondsenbeheer. Per begrotingsonderdeel levert dit de volgende constateringen op: Regionale opgaven De regionale opgaven zijn evident en zijn geïntensiveerd in het kader van de afspraken ‘Beethoven’. Het versterken van de gezamenlijke, regionale uitvoeringskracht is noodzakelijk voor het versnellen van de woningbouw, het uitvoeren van het mobiliteitsprogramma (openbaar vervoer, fietspaden, hubs, etc.), en de aanpak van het gewenste voorzieningenniveau en het oplossen van de netcongestie in onze regio.
Gezien de urgentie en noodzakelijke versnelling is er weinig ruimte voor uitstel. De verwachting is dat de uitvoeringskracht van de 21 MRE-gemeenten verdere versterking vereist, zowel organisatorisch als financieel. Voor dit doel is dan ook afgelopen jaar een bestemmingsreserve van € 4 miljoen gevormd. De focus ligt primair op het verkrijgen van aanvullende middelen uit Rijks-, Provinciale en Europese programma’s. Daarnaast wordt ingezet op private bijdragen vanuit de Brainport Partnerfondsen. Door deze strategie blijft een verhoging van de inwonerbijdrage vooralsnog uit, met oog voor de financiële positie van de gemeenten.
5
Bijdragen Brainport Development en Stimuleringsfonds De MRE draagt samen met andere aandeelhouders zorg voor de basisfinanciering van Brainport Development. Deze meerjarenfinanciering is vorig jaar met de vaststelling van de Begroting 2025 al herijkt. Ook zijn recent de middelen voor het Stimuleringsfonds herijkt met de vaststelling van de begrotingswijziging op 18 december 2024. RHCe De afgelopen jaren is het aantal formatieplekken (fte) binnen het RHCe aanzienlijk gereduceerd, van 25 fte in 2020 naar 18 fte in 2025. Met deze besparingen heeft het RHCe zich gericht op het waarborgen van de minimale wettelijke archieftaken. Het duurzaam en toegankelijk beheer van de regionale archieven en de dienstverlening aan gemeenten en burgers is als gevolg hiervan versoberd. Verdere bezuinigingen worden daarom afgeraden omdat de ondergrens voor de uitvoering van de wettelijke taken in zicht is. Integendeel, beperkte investeringen zijn nodig maar zullen door verdere efficiencybesparingen binnen de bedrijfsvoering worden opgevangen. Bedrijfsvoering en Fondsbeheer Uit het onderzoek van organisatieadviesbureau &Van de Laar (eind 2023) naar de minimale benodigde capaciteit in relatie tot de opgaven blijkt dat een aanvullend bedrag van € 410.000 nodig is, gericht op de financiële- en informatiefunctie. In de eerder genomen ‘tussenstap’ is hiervan € 175.000 toegekend door het Algemeen Bestuur.
Verdere invulling van deze behoefte is door het Algemeen Bestuur als opdracht aan de directeur MRE meegegeven, inclusief de inrichting van het fondsbeheer gelet op verzwaring van het takenpakket met het mobiliteitsfonds, Regiodeal en mogelijk woningbouwgelden ‘Beethoven’. De naleving van wet- en regelgeving staat onder druk als gevolg van de huidige ondersteuningscapaciteit, waardoor de organisatie kwetsbaar is. Door bedrijfsvoeringstaken samen te voegen (MRE-team én RHCe) en efficiënter in te richten, kan aan de opgaven worden voldaan zonder een verdere financiële verhoging vanuit de inwonerbijdragen. Fondsbeheer is deels ingericht, maar voor het beheer van het publieke mobiliteitsfonds en mogelijk het beheer van de Beethovenregeling versnelling woningbouw, zijn aanvullende middelen noodzakelijk. In principe zullen deze kosten worden gedekt uit de uitvoeringskosten van de betreffende fondsen. Kansen In de samenwerking zitten ook verdere kansen om financieel voordeel te behalen op langere termijn. Er kan gezamenlijke uitvoering opgezet worden van bijvoorbeeld beleidsarme uitvoeringsonderdelen waardoor schaalvoordelen te behalen zijn. Ook zijn er mogelijkheden om te gaan werken met een gezamenlijke projectleiderspool om zo de inhuur en daarmee extra kosten per gemeente te verminderen.
Tenslotte is ook besparing te realiseren door met meerdere gemeenschappelijke regelingen gezamenlijk bedrijfsvoeringsfuncties te delen. Al deze kansen vragen nadere uitwerking. Zij vragen mogelijk investeringen aan de voorkant maar zullen daarentegen op lange termijn structureel voordeel opleveren. Conclusie Zowel de ondersteuning van de organisatie als de taken van het RHCe raken de ondergrens en vragen in principe om aanvullende middelen. De verwachting is dat deze binnen de bestaande begroting op te lossen zijn door het zo efficiënt mogelijk samenvoegen van de bedrijfsvoering. Bij het heroverwegen van prioriteiten binnen de regionale opgaven is er de keuze tussen vertraging, uitstel of het verlagen van het ambitieniveau. Dit betreft een bestuurlijke afweging, waarbij personele kosten op korte termijn vaak niet direct kunnen worden afgebouwd.
6
Begroting 2026 De Begroting 2026 ziet er samengevat als volgt uit: Programma (bedragen x € 1.000)
Personele kosten
Begroting 2026 Totaal lasten
Programma kosten
Baten
Saldo
Metropoolregio Eindhoven - Regionale strategie en samenwerking - Landgoed Gulbergen
3.202 143
287 862
3.490 1.005
5.624 618
2.134 -388
- Ruimte en Wonen
0
48
48
0
-48
- Mobiliteit, incl. GGA
0
246
246
198
-48
- Energietransitie
0
772
772
724
-48
0 139 177 0
48 0 2.054 6.269
48 139 2.231 6.269
0 139 2.231 6.269
-48 0 0 0
0
48
48
0
-48
1.745
1.025
2.770
3.720
950
0
0
0
0
0
1.309
1.607
2.915
399
-2.517
Heffing VPB
0
6
6
0
-6
Bedrag onvoorzien
0
322
322
0
-322
6.716
13.594
20.310
19.922
-388
Mutaties reserves
0
0
0
388
388
Geraamd resultaat
6.716
13.594
20.310
20.310
0
- Economie -Regio Deal - Stimuleringsfonds - Bijdrage Brainport Development - Landelijk gebied RHCe Algemene dekkingsmiddelen Overhead
Geraamd saldo van baten en lasten
Bijdrage per inwoner Metropoolregio Eindhoven - Regionale opgaven - Brainport Development - Stimuleringsfonds - RHCe
5,772 3,782 2,516 4,693 16,763
* het bedrag per inwoner RHCe is een gemiddeld bedrag per inwoner op totaalniveau. De werkelijke bijdrage per gemeente wordt bepaald op basis van het aantal in gebruik zijnde m1 en TB in combinatie met het aantal inwoners.
Indexering gemeentelijke inwonerbijdrage Lonen en prijzen stijgen ieder jaar, er is sprake van inflatie. Goederen en diensten worden duurder, de kosten van personeel stijgen door bijvoorbeeld een nieuwe CAO en hogere (pensioen)premies. Om dezelfde werkzaamheden op hetzelfde niveau te kunnen blijven uitvoeren, dienen inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht te blijven. Voor de Metropoolregio Eindhoven betekent dit dat de inwonerbijdragen voor Regionale opgaven, Brainport Development en het RHCe jaarlijks worden geïndexeerd conform een vastgestelde systematiek. Deze (financiële) uitgangspunten worden in de vorm van de kadernota aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Op 18 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur de Kadernota Begrotingsjaar 2026 vastgesteld waarin de indexering inwonerbijdrage is vastgesteld op 4,5 % ten opzichte van het begrotingsjaar 2025. Aantal inwoners Het aantal inwoners in de regio Zuidoost Brabant waarmee in deze Begroting 2026 rekening wordt gehouden, is bepaald op 816.413. Dit op basis van de aantallen per 1 januari 2025 zoals
7
gepubliceerd door het CBS. Ten opzichte van de begroting 2025 is er sprake van een stijging met 7.233 inwoners. Verloop inwonerbijdrage 202-2026 Onderstaande tabel geeft een overzicht van de inwonerbijdrage over de laatste 5 jaren:
Jaar
Inwonerbijdrage Metropoolregio Eindhoven
Inwonerbijdrage RHCe *
2022 2023 2024 2025 2026
10,017 10,105 10,235 11,740 12,070
4,153 4,210 4,292 4,292 4,693
* het bedrag per inwoner RHCe is een gemiddeld bedrag per inwoner op totaalniveau om inzicht te geven in het meerjarig verloop. De werkelijke bijdrage per gemeente wordt bepaald op basis van het aantal in gebruik zinde m1 en TB in combinatie met het aantal inwoners.
8
PROGRAMMA’S EN THEMA’S Regionale strategie en samenwerking incl. Landgoed Gulbergen Regionale strategie en samenwerking Wat willen we samen bereiken? In 2026 werken we gezamenlijk door aan een sterk ambtelijk en bestuurlijk samenspel in de regio met de focus op realisatie. De gremia in onze regionale samenwerking zijn versterkt, de informatieen kennisdeling met onze 21 gemeenten verbeterd, de onderlinge werkwijzen aanscherpt en de basis is op orde. De goedlopende gemeenschappelijke regeling en P&C-cyclus blijven kwalitatief geborgd. We hebben gebruik gemaakt van monitors en landelijke netwerken om de brede welvaart in de regio te stimuleren. Bovendien hebben we verder geïnvesteerd in onze bovenregionale samenwerking met mogelijke partnergemeenten en -regio’s, provincie(s) en Rijk. Wat gaan we samen doen? Doorontwikkelen regionale en bovenregionale samenwerking en strategie ▪
Versterken gremia als het AB, DB, poho’s, RT21 en raden door uniforme, tijdige en consequentie informatievoorziening, kennisdeling en (strategische) communicatie;
▪
Investeren op bovenregionale samenwerking met omliggende gemeenten en regio’s, provincie(s), Rijk, EU, VNG en andere relevante partijen en lobbytrajecten die bij kunnen dragen aan onze regionale doelen en ambities.
▪
Organiseren en faciliteren van bijeenkomsten zoals de regioconferenties, Omgevingsdagen en allerlei structurele, regionale overlegvormen.
▪
Borging perspectief brede welvaart voor beleidsontwikkeling in de programma’s, o.a. door monitoring, kennisdeling en gebruik van landelijke netwerken.
▪
Bewaken gemeenschappelijke regeling met kwalitatief goede P&C-producten.
▪
Faciliteren doorontwikkeling MRE door in de praktijk brengen verbetersuggesties in samenwerking met bestuursadviseurs, begeleiden proces nieuwe Samenwerkingsakkoord, etc.
Activiteiten 2026 Regionale samenwerking ▪
Versterken en ondersteunen Algemeen Bestuur en poho’s vanwege verbinding portefeuillehouder/college/raad.
▪
Versterken en strategisch adviseren (vice-)voorzitters poho-overleggen.
▪
Zorgdragen voor uniforme, tijdige en consequente agenda's en verslagen, informatievoorziening, kennisdeling en (strategische) communicatie van en naar onze bestuurlijke gremia (AB, DB, poho’s, raden en RT21) en de diverse ambtelijke gremia.
▪
In stelling brengen van de Raadstafel21, raden en griffies m.n. door tijdige, uniforme en consequente informatievoorziening, om de adviesrol van de RT21 richting het AB en de positie van de raden te versterken.
▪
Het doorontwikkelen van nuttige handvatten om de onderlinge samenwerking te verbeteren, zoals een bestuurs- en communicatiekalender en strategische communicatie.
▪
Het organiseren en faciliteren van diverse bijeenkomsten, zoals de regioconferenties, coördinatie van de Omgevingsdagen en ondersteuning bij bijeenkomsten van de Raadstafel21; het organiseren en faciliteren van allerlei structurele overlegvormen (AB, DB, poho, RT21,
9
overleg gemeentesecretarissen, bestuursadviseurs, etc.), en het organiseren van structurele en incidentele (digitale) sessies om ambtenaren en/of bestuurders mee te nemen op inhoud en proces van de ontwikkelingen in MRE-verband. ▪
Verdere uitrol doorlopend proces om met de bestuursadviseurs als ambtelijk gremium de onderlinge samenwerking te optimaliseren.
Bovenregionale samenwerking ▪
Verwacht begin uitvoering samenwerkingsovereenkomsten met bovenregionale partnergemeenten en/of -regio’s, zoals Weert, Meierijstad en Venlo.
▪
Verdere verkenning en/of verdieping van de samenwerking andere gemeenten en regio’s, waaronder Tilburg en Vlaanderen.
▪
Het positioneren van de regionale belangen op (boven-)regionale strategische overlegtafels om gewenste besluitvorming, middelen en andere bijdragen vanuit het Rijk naar de regio te krijgen, en gecoördineerde inbreng regio aan de provinciale en Rijkstafel(s), waaronder het BOBrainport en het bijbehorende coördinatieoverleg.
▪
Het verder verkennen van mogelijkheden voor benutten Europese, Rijks- en provinciale regelingen voor realisatie van (onderdelen van) ons samenwerkingsakkoord.
P&C-cyclus en regionale aanpak brede welvaart ▪
Verdere uitrol proces om te komen tot nieuw Samenwerkingsakkoord 2027-2030.
▪
Faciliteren overdracht voorafgaand en na gemeentelijke verkiezingen.
▪
Onderhoud Gemeenschappelijke Regeling en doorlopen bijbehorend proces (actualisatie archiefbepalingen).
▪
Het opleveren van P&C-producten (kadernota, begroting, bestuursrapportages, jaarrekening) volgens de gemaakte afspraken.
▪
Particperen in het nationaal netwerk brede welvaart en actief gebruik maken van onderzoeken op nationaal en provinciaal niveau, waarmee de schaalsprong in de breedte van brede welvaart wordt gerealiseerd. MRE-organisatie maakt deze informatie toegankelijk voor alle 21 gemeenten en zet actief in op kennisdeling.
▪
Participatie in nationaal netwerk Brede Welvaart door inbreng casus "schaalsprong" met partners: CBS, PBL, Pon-Telos, Provincie NB, SCP.
Landgoed Gulbergen Wat willen we bereiken? ▪
Prenazorg - milieutechnisch verantwoord beheren van de stortplaats, totdat het moment dat deze kan worden overgedragen aan de Provincie voor eeuwigdurende nazorg. De stortplaats kan worden overgedragen aan de Provincie als het Nazorgplan gereed is. Dan kan de eindinspectie door de Provincie worden ingezet, waarna overdracht kan gaan plaatsvinden.
▪
Ontwikkelen van het landgoed – tot een aantrekkelijk toeristisch en recreatief gebied met een sterke groene geleding en duurzame uitstraling, met aandacht voor het hoge ijkpunt van de stortplaats in de regio en passend binnen de Brainport-ambitie van de regio.
Wat gaan we daarvoor doen in 2026? Prenazorg In 2024 is het concept nazorgplan ingediend bij de Provincie. In 2025 is dit plan besproken met de Provincie en geaccordeerd. Dat betekent dat de overdracht van het beheer van de stortplaats zal gaan plaatsvinden in 2076. Ontwikkeling Vanuit strategische overwegingen heeft de Metropoolregio Eindhoven eind 2020 de erfpacht met Attero beëindigd. Hierdoor is de Metropoolregio Eindhoven weer volledig eigenaar van het Landgoed en is het mogelijk dit gebied integraal te gaan ontwikkelen. Samen met de gemeenten
10
Geldrop-Mierlo en Nuenen c.a. zijn kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied in kaart gebracht en vertaald in een aantal mogelijke ontwikkelrichtingen van het gebied. Na een breed communicatie- en burgerparticipatieproces is daarvan een Participatieverslag gemaakt. Dit Participatieverslag is, samen met de Ruimtelijke Verkenning de basis geworden voor de Ontwikkelvisie, die door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 28 februari 2024. Nadat in 2025 de gesprekken met de initiatiefnemers zijn afgerond en de overeenkomsten tot stand zijn gekomen, kan in 2026 fysiek worden gestart met de daadwerkelijke invulling van het gebied. Wat mag dat kosten? Regionale strategie en samenwerking Omschrijving Personele kosten Programmakosten Lasten Baten Saldo
Begroting 2025 3.641.008 275.082 3.916.089
Begroting 2026 3.202.488 287.460 3.489.948
Saldo 438.520 -12.379 426.141
5.474.172 1.558.082
5.624.320 2.134.372
150.149 576.290
Begroting 2025 142.740 825.000 967.740
Begroting 2026 143.177 862.125 1.005.302
Saldo -437 -37.125 -37.562
617.740 -350.000
617.740 -387.562
0 -37.562
Landgoed Gulbergen Omschrijving Personele kosten Programmakosten Lasten Baten Saldo
Ruimte en wonen Wat willen we samen bereiken? We werken samen vanuit één perspectief. Daarvoor hebben we in 2023, samen met de provincie en waterschappen, de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant opgesteld. Deze ontwikkelen we door, zodat deze actueel blijft. We zorgen ervoor dat deze waar nodig meer integraal wordt, om ook de groei in balans beter te kunnen faciliteren. Zo versterken we de Ontwikkelstrategie als ons gezamenlijk ruimtelijk perspectief op basis waarvan we integraal sturen. Dat betekent dus ook een nauwe connectie met alle domeinen. Op gebied van woningbouw werken we aan een aantrekkelijke woningbouwmarkt, die past bij de woonbehoefte en deze duurzaam accommodeert. Om de huidige krapte op de woningmarkt aan te pakken, én om de groei van de regio te faciliteren, is het noodzaak om de woningbouw te versnellen. Dat doen we op basis van een herijkte woondeal met het Rijk en mede met middelen uit het convenant Beethoven Wat gaan we samen doen? Ontwikkelstrategie We benutten de ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant voor de ruimtelijke koers van onze regio en starten met de doorontwikkeling. Hiermee zorgen we ervoor dat de Ontwikkelstrategie in de toekomst actueel blijft en wordt benut bij het sturen op ruimtelijke ontwikkeling en het maken van de keuzes hierin.
Woningbouw We werken aan regie op de woningbouwmarkt in onze regio waarmee we kunnen versnellen en sturen naar een aantrekkelijke woningbouwmarkt, die past bij de woonbehoefte en deze duurzaam accommodeert.
11
Activiteiten 2026 Doorontwikkeling regionale ontwikkelstrategie ▪
Het ontwikkelen van een instrument of afwegingskader, op basis van de ontwikkelstrategie, dat voor lokale en regionale ontwikkelingen toepasbaar is als hulpmiddel bij het maken van integrale keuzes.
▪
Het verrijken en actualiseren van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant.
▪
Uitvoeren van de afspraken uit de ontwikkelstrategie.
▪
Het borgen van de samenhang tussen de ontwikkelstrategie en andere ruimtelijke opgaven die vanuit de andere beleidsthema’s spelen op regionale schaal, waarbij het perspectief van brede welvaart het richtinggevende kompas is.
▪
Een actieve rol vervullen in beleidsontwikkeling, lobby of anderszins, voor wat betreft de ruimtelijke belangen van de regio met partners buiten de regio (zoals Rijk en Provincie).
▪
Ruimtelijke afstemming binnen de regio van ruimtelijke ontwikkelingen met een bovenlokale impact.
▪
Inbreng van ruimtelijke belangen van de regio bij een vervolg van de actualisatie van het MIRTonderzoek dat in 2025 wordt opgeleverd.
Versnelling woningbouw en mobiliteit vanuit bestaande plannen ▪
Woningbouwregie voeren op basis van gemonitorde data en hiermee sturen op kwaliteit en kwantiteit.
▪
In de regio zetten we in op het combineren van realisatie nieuwbouw en herstructurering en transformatie van de bestaande voorraad.
▪
MRE-organisatie stuurt op thematieken zoals woonzorg, doelgroepenhuisvesting, duurzaamheid, procesoptimalisatie en voert regie op het woningbehoefteonderzoek.
▪
Afsprakenkaders afstemmen en voortgang rapporteren t.o.v. de realisatie en uitvoering van de regionale woondeal en addendum.
▪
Versnellen van nieuwbouw passend bij de Ontwikkelstrategie ZOB en de (herijkte) Woondeal.
▪
Uitvoering van een financiële regeling onder convenant Beethoven om de woningbouw te versnellen.
▪
De MRE-organisatie werkt toe, vanuit opdracht Beethovendeal, naar oplossingsgerichte publiek-private samenwerking die de versnelling woningbouw mede realiseert en de gemeenten ondersteunt in hun woningbouwopgave (i.c.m. versnellingsteam).
Wat mag dat kosten? Omschrijving Programmakosten Lasten Baten Saldo
Begroting 2025 45.847 45.847
Begroting 2026 47.910 47.910
Saldo -2.063 -2.063
0 -45.847
0 -47.910
0 -2.063
12
Mobiliteit Wat willen we samen bereiken? We bevinden ons in een mobiliteitstransitie naar een nieuw, samenhangend mobiliteitssysteem voor de hele regio. We werken mee aan de realisatie van dat mobiliteitssysteem: ▪
Dat heel de regio onderling én met de omgeving verbindt, ook in deze transitiefase;
▪
Dat zorgt voor mobiliteit voor iedereen én bijdraagt aan een betere leefomgeving, gezondheid, veiligheid en klimaatdoelstellingen;
▪
Dat de economische ontwikkeling van de Brainportregio mogelijk maakt;
▪
Dat, ondanks de verschillen in de regio, toch soepel als één samenhangend systeem functioneert;
▪
Waar we gezamenlijke verantwoordelijk voelen en waar we samen realiseren.
Wat gaan we samen doen? Regionale strategie mobiliteit We houden de strategisch vastgestelde koers uit de mobiliteitsvisie actueel en benutten kansen. We agenderen de regionale strategische opgaven op de MIRT-tafel, zodat we de intraregionale en internationale bereikbaarheid van de regio verbeteren. Programmeren regionale mobiliteit We geven uitvoering aan het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitsprogramma 2040 en intensiveren de samenwerking met omliggende regio's. Coördinatie uitvoering – Korte Termijn Aanpakken We werken samen aan een schonere, gezondere en veiligere mobiliteit in de regio door het realiseren van programma's en projecten die opgenomen zijn in het MMMP en een extra financieel impuls kennen vanuit o.a. het Rijk. Activiteiten 2026 Regionale strategie mobiliteit ▪
Monitoren nieuwe ontwikkelingen, in beeld brengen kansen hiervan voor de Brainportregio en vertalen naar impact op Regionale Mobiliteitsvisie en MMMP.
▪
Identificeren kansen bij provincie en Rijk (MIRT) voor financiering om de ambities uit de Regionale Mobilteitsvisie en MMMP gerealiseerd te krijgen.
▪
Uitwerken strategische beleidskaders die bijdragen aan de ambitie van de regio voor Fiets en OV/deelmobiliteit.
▪
Mogelijke uitkomsten MIRT actualisatie Brainport (2025) opvolgen.
▪
Meewerken aan de nieuwe ov-concessie die in 2027 in zal gaan.
Programmeren regionale mobiliteit ▪
Uitvoering geven aan het vastgestelde MMMP (beoogde vaststelling 2025) en vertalen naar een jaarplan.
▪
Uitvoering geven aan het vastgestelde Regionaal Mobiliteitsplan (beoogde vaststelling 2025) t.a.v. verkeersveiligheid, verkeersmanagement. Dit samen met 21 gemeenten, waterschappen Aa en Maas & de Dommel en Provincie.
▪
Afstemming en mogelijk gezamenlijke uitvoering van afspraken met omliggende regio’s in het kader van bovenregionale samenwerking (Meierijstad, Weert en Venlo)
▪
Verkennen opstellen programma's met nader te bepalen regio's, zoals de stedelijke regio Tilburg-Breda en Vlaanderen.
13
Coördinatie uitvoering – Korte Termijn Aanpakken ▪
Aansturen, coördineren, beheren en verantwoorden van de korte termijn programma's Bereikbaarheidakkoord, Korte Termijn Maatregelen uit de Brainportdeal (KTM1), Korte Termijn Maatregelen uit de Beethovendeal (KTM2) door de MRE-organisatie. Specifiek aandacht voor besluit t.a.v. regionale mobiliteitshubs, over ontwikkelmodel voor realisatie, exploitatie en beheer.
▪
MRE-organisatie stuurt uitvoeringsorganisatie Brainport Bereikbaar aan.
▪
De MRE-organisatie werkt toe, vanuit opdracht Beethovendeal, naar oplossingsgerichte publiek-private samenwerkingen die de versnelling op mobiliteit mede realiseren en de gemeenten helpt in hun opgave.
Wat mag dat kosten? Omschrijving Programmakosten Lasten
Begroting 2025 115.847 115.847
Begroting 2026 245.940 245.940
Saldo -130.093 -130.093
70.000 -45.847
198.030 -47.910
128.030 -2.063
Baten Saldo
Energietransitie Wat willen we samen bereiken? Onze regio wil uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. Dat is de stip op de horizon in de Metropoolregio Eindhoven. In 2030 zijn we al een heel eind op weg. Als tussenstap zullen we uiterlijk in 2030 minimaal 55% minder CO2 uitstoten dan in 1990, zoals ook landelijk is afgesproken. Daarbij is het belangrijk dat we een robuust en betrouwbaar energiesysteem hebben, zoals ook benoemd in het Beethoven-convenant. Dit vraagt op de korte en lange termijn om afstemming en afspraken tussen overheden, netwerkbedrijven en bedrijven in de regio. Anderzijds zetten we volop in op energiebesparing, de realisatie van zonnevelden en windparken en een slimme inzet en verdeling van warmtebronnen in onze regio. Hierover hebben we met elkaar afspraken vastgelegd in onze Regionale Energiestrategie (RES) 1.0. In het Samenwerkings- en Uitvoeringsprogramma (S&UP) RES 2025-2027, een uitwerking van de RES 1.0, zijn de acties terug te vinden die we gezamenlijk oppakken. Wat gaan we samen doen? Energiesysteem ▪
Toekomstbestendig afgestemd vraag-aanbod energiesysteem in 2050.
▪
Zorgen voor samenhang van regionale (ruimtelijke/economische) ontwikkelingen met het (toekomstige) energiesysteem.
▪
Versnelling van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de regio.
▪
Meer inzet en opschaling van slimme oplossingen om het elektriciteitsnetwerk efficiënter te benutten.
Grootschalige opwek duurzame energie ▪
Realisatie zonne- en windparken conform de afgesproken ambitie in de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 MRE.
▪
Realisatie zon op bedrijfsdaken en ‘restruimtes’ als taluds, op parkeergarages of bij vliegvelden.
14
▪
Alle gemeenten hebben beleid op het gebied van lokaal eigendom bij grootschalige wind- en zonprojecten.
▪
Monitoring op de RES-ambities.
Gebouwde omgeving / besparing ▪
Reductie van de CO2-uitstoot door besparing op en verduurzaming van energieverbruik door bewoners, bedrijven en gemeenten en deze doelgroepen (versneld) in beweging te krijgen.
▪
Realisatie projecten uit het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES op het gebied van besparing, warmte en verduurzaming van energiegebruik.
Warmte ▪
Gemeenten hebben hun beleid met elkaar afgestemd met betrekking tot het gebruik van duurzame warmtebronnen.
▪
Alle 21 gemeenten hebben een warmteprogramma opgesteld om zowel lokaal als regionaal (en bovenregionaal) optimaal bij te dragen aan de warmtetransitie.
Activiteiten 2026 Sturing en organisatie programma energietransitie ▪
Monitoring voortgang op ambities uit de RES 1.0 en bijsturing.
▪
Opstellen Voortgangsrapportage RES 2026.
▪
Start proces RES 2.0.
▪
Delen van innovaties via nieuwsbrieven en bijeenkomsten (i.s.m. Brainport Development). Onder de aandacht brengen van MRE Stimuleringsfonds.
▪
Onderhouden en benutten netwerk met provincie, Rijk en Europa. Inclusief deelname aan landelijk RES-beraad en Brabantbreed Bestuurlijk Overleg Energie (BBOE).
▪
Zorgen voor kennisdeling (kennis- en leeragenda).
Energiesysteem ▪
De ontwikkeling van een regionale strategie en afspraken over de inzet van alternatieve energiedragers voor woningbouw, (proces)industrie en de glastuinbouw.
▪
Regionaal strategische inbreng organiseren voor het provinciaal en nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK).
▪
Uitvoering geven aan de MIRT-actualisatie Verstedelijking en mobiliteit Brainport 2040, welke in 2025 is opgesteld.
▪
Inzetten, vanuit een kartrekkersrol, op versnelling van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de regio op laag- en middenspanningsniveau, op basis van het Uitvoeringsprogramma toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk Brainport (UTEB).
▪
Inzetten op versnelling van de uitbreiding van de hoogspanningsnetten, via afstemming met provincie, rijk en Brainport Development. We zetten in op het verbeteren van de informatiepositie van gemeenten en bedrijven over de planning en impact van de verschillende projecten van de netbeheerders.
▪
Inbreng leveren voor en uitwerking van systeemstudies voor de langere termijn.
▪
Bijdrage aan de ontwikkeling/uitrol van slimme oplossingen bij netcongestie, samen met Brainport Development.
Grootschalige opwek duurzame energie ▪
Monitoring voortgang op ons ‘bod’ in de RES 1.0 op het gebied van grootschalige opwek.
▪
Monitoring van het gemeentelijk beleid op het gebied van lokaal eigendom bij grootschalige wind- en zonprojecten in het online dashboard RES MRE.
15
▪
Samenwerking met de rijksdiensten op de volgende OER-trajecten (‘Opwek Energie op Rijksgrond’): OER Brainport Infra (A2/A50/A67) en vliegbasis Eindhoven/legerplaats Oirschot.
▪
Ondersteuning gemeenten m.b.t. het thema ecologie en biodiversiteit rondom grootschalige wind- en zonneparken.
▪
Kennisdeling over participatie, lokaal eigendom, natuurinclusief ontwikkelen, publiek ontwikkelbedrijf en over goede voorbeelden.
▪
Stimuleren van maatregelen als zon-op-dak en zon-boven-parkeren.
Gebouwde omgeving / besparing ▪
Ondersteuning professionalisering lokale energiecoöperaties en versterken samenwerking tussen gemeenten en energiecoöperaties.
▪
Oppakken kansrijke samenwerkingsactiviteiten gemeenten met woningcorporaties, zoals bij het uitvoeren van ecologisch onderzoek bij verduurzaming woningen.
▪
Ondersteuning gemeenten bij het adviseren/begeleiden/ontzorgen van bewoners bij het verduurzamen van hun woning.
▪
Bij 29 bedrijventerreinen in onze regio: 1) Vergroten van de organisatiegraad en 2) en/of zorgen voor (meer) deelname aan verduurzamingsacties.
▪
Afstemming met de woningcorporaties uit de regio op het thema energietransitie.
▪
Ondersteuning coalities van gemeenten.
▪
Kennisdeling over kansrijke aanpakken, zoals over energieloketten, verduurzaming maatschappelijk vastgoed en aanpak energie-armoede.
Warmte ▪
Doorontwikkeling en up to date houden Regionale Structuur Warmte.
▪
Coördinatie en monitoring subsidie Nationaal Programma Lokale Warmte (deels ingezet ten behoeve van gemeentelijke coalities).
▪
Inzicht bieden in de systeemeffecten van keuzes voor een bepaalde warmtevoorziening op het totale (regionale) energiesysteem.
▪
Zorgen voor afstemming gemeentelijk beleid zoals op de onderwerpen geothermie en groen gas.
▪
Kennisdeling over kansrijke aanpakken, zoals op het gebied van kleine warmtenetten, in afstemming met het Nationaal Programma Lokale Warmte.
▪
Kennissessies over onderwerpen als wet- en regelgeving en de oprichting van een warmtebedrijf.
Wat mag dat kosten? Omschrijving Programmakosten Lasten Baten Saldo
Begroting 2025 1.275.847 1.275.847
Begroting 2026 771.766 771.766
Saldo 504.081 504.081
1.230.000 -45.847
723.856 -47.910
-506.144 -2.063
16
Economie Wat willen we samen bereiken? We streven in de regio naar een goede balans tussen wat nodig is om de mainportstatus verder door te ontwikkelen en dat wat lokaal en sub-regionaal gewenst is vanuit een duurzame, gezonde en inclusieve samenleving. We faciliteren een stevige basis voor brede welvaart in onze regio. Binnen de Triple Helix-samenwerking geven wij vanuit de overheid vorm aan de doorontwikkeling van de ruimtelijke schaalsprong, als onderdeel van de (regionale) Brainportagenda en de Strategische Agenda Brainport de agenda waarlangs de dialoog wordt gevoerd met het Rijk over de doorontwikkeling van de mainportstatus. Een eerste onderdeel daarvan is de ruimtelijke impact van de economische ontwikkelingen rondom bedrijventerreinen. Nieuwe bedrijventerreinen zijn nodig voor de economische ontwikkeling en om de ruimte op de beste plekken te benutten voor de functies die daar het beste passen. In de vastgestelde ‘Regionale visie werklocaties’ zal daarnaast ook aandacht zijn voor het toekomstbestendig (intensivering-/ verdichtingsmogelijkheden) maken van de bestaande bedrijventerreinen om de regionale groei op te kunnen vangen. Een tweede onderdeel is dat we kijken naar de versterking van het voorzieningenniveau in de Metropoolregio.
Zo wordt met de uitvoering van de Regiodeal ‘Thuis in Brainport’ geïnvesteerd in een aantal belangrijke voorzieningen met regionale impact. Ook zetten we in op het regionaal mee groeien van de (basis, regionale en top) voorzieningen in onze regio. Dit alles komt ook samen in een goede ruimtelijke afweging in nauwe samenhang met het thema Ruimte en Wonen. We werken met ons regionaal Stimuleringsfonds aan het versterken van het innovatieve ecosysteem en ketenwerking in het bedrijfsleven door de ontwikkeling van projecten en financiering. Tenslotte werken we met de input vanuit de verschillende deelprogramma's binnen het thema Economie en in samenhang met de andere MRE-thema's aan de de ontwikkeling van nieuwe economische dragers voor de regio. Inzet is om de mainport hiermee in bredere zin te versterken. Wat gaan we samen doen? Doorontwikkeling mainport ▪
Eén regionale economische agenda, door samenhang te creëren tussen de lokale en subregionale economische agenda’s met de Strategische Agenda Brainport.
▪
De economische weerbaarheid van de regio op langere termijn versterken zodat ook de ecosystemen van de toekomst zich kunnen ontwikkelen.
Versterken vestigingsklimaat ▪
Een toekomstbestendig scenario voor ontwikkeling van bedrijventerreinen die passen bij de behoefte van de regio, door een goede regionale afstemming tussen de 21 gemeenten en in samenwerking met provincie.
▪
Stimuleringsfonds: Innovatieve projecten tot uitvoering brengen die ons innovatieve ecosysteem versterken en/of een bijdrage leveren aan onze regionale opgaven.
▪
Een voorzieningenstructuur in de regio, passend bij de schaalsprong.
▪
Nieuwe economische dragers in het MRE-gebied.
Activiteiten 2026 Sturing en organisatie programma Economie ▪
Organiseren bijeenkomsten tbv bestuurlijke aansturing van de economische opgave.
17
▪
Opstellen en uitvoeren communicatieplan o.a. tbv meenemen raden en ambtelijke organisaties in de ontwikkeling op het gebied van economie.
▪
Ondersteuning regionale bestuurlijke afvaardiging in bestuurlijke gremia
▪
Monitoring voortgang op ambities uit Programma Economie
▪
Doorontwikkeling programmasturing (inclusief intrumentarium) Programma Economie
Doorontwikkeling mainport ▪
Organiseren van de overheidsinbreng in de triple helixsamenwerking Brainport door MREorganisatie via het Poho Economie, de vertegenwoordiging van het DB MRE in het algemeen bestuur van de Stichting Brainport
▪
Versterken van de samenwerking tussen de 21 gemeenten door de lokaal economische agenda's te verbinden aan de (regionale) Brainportagenda en de Strategische Agenda Brainport, waarlangs de dialoog met het Rijk wordt gevoerd over de doorontwikkeling van de mainportstatus.
▪
Coördinatie uitvoering meerjarenfinanciering Brainport Development, op basis van afspraken nieuwe meerjarenfinanciering 2025-2032.
Versterken vestigingsklimaat ▪
De uitgangspunten van uit de visie Werklocaties in samenhang/ afstemming brengen met de regionale Ontwikkelstrategie.
▪
Het organiseren van het regionale samenwerkingsproces werklocaties om te komen tot een adaptieve programmering van nieuwe werklocaties zoals door 21 gemeenten vastgesteld in de Uitvoeringsstrategie. In afstemming met de gemeenten uitvoering geven aan de acties uit de Uitvoeringsagenda Werklocaties.
▪
Uitvoering geven aan de tenders Stimuleringsfonds, zoals geformuleerd in de Beleidsregel Stimuleringsfonds. Monitoring lopende projecten en resultaten
▪
Het coördineren van de uitvoering van de Regiodeal ‘Thuis in Brainport’.
▪
Uitvoering geven aan een regionale strategie voorzieningen gericht op versterking van basis, regionale en topvoorzieningen.
▪
Samen met de opgave Vitaal Landelijk Gebied mogelijk uitvoering geven aan de verkenning van nieuwe economische dragers in het landelijk gebied en dit vervolgproces coördineren en uitvoeren.
Wat mag dat kosten? Omschrijving Personele kosten -Regio Deal - Stimuleringsfonds
Begroting 2025
Begroting 2026
Saldo
0 176.893
139.495 176.893
-139.495 0
Programmakosten - Economie - Stimuleringsfonds - Bijdrage Brainport Development NV Lasten
45.847 2.035.839 5.999.395 8.257.974
47.910 2.054.095 6.269.369 8.687.762
-2.063 -18.256 -269.974 -429.788
- Economie - Stimuleringsfonds -Regio Deal - Bijdrage Brainport Development NV Baten Saldo
2.323.574 0 5.999.396 8.322.970 64.996
2.230.988 139.495 6.269.369 8.639.852 -47.910
-92.586 139.495 269.973 316.882 -112.906
18
Vitaal landelijk gebied Wat willen we samen bereiken? We zetten koers op een vitale groene leefomgeving vanuit een economisch, ecologisch en maatschappelijk vitaal landelijk gebied dat draagkrachtig en vol te houden is. Het landelijk gebied is daarmee een essentiële drager onder de geïntensiveerde schaalsprong. Voor een duurzame ontwikkeling van de regio zetten we daarom in op een sluitend netwerk van natuurgebieden, landschappen, parken en groen tot aan de voordeur; een groenblauwe structuur als basis voor een gezonde leefomgeving en een vitale landbouwsector die in balans is met de fysieke leefomgeving. We werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied en een transitie van de voedselketen. Hiermee willen we bereiken: ▪
Versnelling op gebiedsontwikkelingen die bijdragen aan een vitale, groene leefomgeving
▪
Robuuste groenblauwe verbindingen vanuit natuurgebieden en robuuste landschappen tot aan de voordeur
▪
Duurzaam evenwicht tussen natuur en bouw: groen groeit mee met rood
▪
Gewaardeerde agrarische sector in balans met de fysieke leefomgeving die als hoeder van het landschap de license to produce verdient
▪
Grondverbonden vitale agrarische sector die in toenemende mate bijdraagt aan regionale ketens van eiwitproductie en teelt van gewassen die in de regio de eindbestemming hebben.
Wat gaan we samen doen? Toekomstbestendig Landelijk Gebied ▪
Economisch, ecologisch en maatschappelijk vitaal landelijk gebied dat draagkrachtig en vol te houden is en daarmee een essentiële drager is onder de geïntensiveerde schaalsprong door 1. een sluitend netwerk van natuurgebieden, landschappen, parken en groen tot aan de voordeur. Een groenblauwe structuur als basis voor een gezonde leefomgeving & 2. vitale landbouwsector die in balans is met de fysieke leefomgeving.
▪
Versterken van regionale voedselketens, waardoor meer ondernemers afzet dichterbij kunnen realiseren en er gezond en betaalbaar voedsel voor alle inwoners binnen bereik is.
Activiteiten 2026 Sturing en organisatie Programma Vitale Groene Leefomgeving Vitaal Landelijk Gebied (na vaststelling programma in 2025: Vitale Groene Leefomgeving) ▪
Programma Vitale Groene Leefomgeving met uitvoeringsagenda is door AB vastgesteld en in werking.
▪
Programma wordt ingevlochten in doorontwikkeling Regionale Ontwikkelstrategie.
▪
Waarde van de vitale groene leefomgeving voor de regio vanuit Brede Welvaartsperspectief wordt tastbaar gemaakt en gekoppeld aan andere programma’s.
▪
Via regionale portefeuillehoudersoverleggen (poho's) en ambtelijke overleggen (AO's) sturing en voortgang op vastgesteld programma.
▪
Inzet op bestuurlijke en ambtelijke lobby door voorbereiding op en regionale afstemming over (vervolg op) Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw, (vervolg op) BO ALG (Aanpak Landelijk Gebied) en ambtelijk aanjaagteam ALG en werkgroepen.
▪
Deelname aan relevante bovenregionale ambtelijke overleggen en netwerken
▪
Programmaondersteunend netwerk bouwen en borgen met als doel belangenbehartiging, agendasetting en vergroten realisatiekracht (via mensen en middelen).
▪
Inzet vanuit gemeenten op programmaonderdelen is geborgd.
19
Inhoud programma Vitaal Landelijk Gebied (na vaststelling programma in 2025: Vitale Groene Leefomgeving) We maken verbinding tussen het programma en andere gebiedsoverstijgende programma's landschap/vitale groene leefomgeving (NOVEX De Peel, Van Gogh Nationaal Park, NGP Groote Heide). ▪
We leggen verbindingen tussen lokale en subregionale plannen zodat we zicht krijgen op de ontwikkelingen van het landelijk gebied voor de regionale kwaliteit van de leefomgeving.
▪
We zetten in op uitvoering met de uitvoeringsagenda door enerzijds te versterken en versnellen wat in de regio in gang is gezet en aan te haken bij projecten van externe partners en inzet en middelen te combineren. Anderzijds door een gezamenlijk bod te maken voor een regionale investeringsagenda zodat gemeenten extra mensen en middelen ter beschikking krijgen voor (begeleiding van) uitvoering.
▪
We maken met een regionaal inzetbare waarderingssystematiek expliciet wat de waarde is van de vitale groene leefomgeving zoals in het dan vastgestelde programma omschreven. Daarmee kunnen ambities uit het programma vertaald worden naar concrete doelen en kwantitatieve afspraken.
▪
We zetten in op het concreet maken van kansen voor langjarige verdienmodellen voor de grondgebonden agrarische sector die bijdragen aan de vitaliteit en kwaliteit van de groene leefomgeving (oa via projecten voor agrarisch natuurbeheer, landschapsontwikkeling, CO2 opslag). Aparte sporten binnen de MRE zijn teelt biobased bouwmaterialen en korte voedselketens, samen met netwerkpartners en ondernemers.
▪
We organiseren kennisdeling en inspiratie voor de 21 gemeenten. In dit snel veranderende, onzekere werkveld met ook veel personele wisselingen is het belangrijk om iedereen aangehaakt en betrokken te hebben en houden. We doen dit met digitale kennissessies en door het uitnodigen van sprekers bij overleggen. Belangrijke landelijke en provinciale informatie wordt via de digitale nieuwsbrief en andere kanalen doorgezet.
Wat mag dat kosten? Omschrijving Programmakosten Lasten Baten Saldo
Begroting 2025 45.847 45.847
Begroting 2026 47.910 47.910
Saldo -2.063 -2.063
0 -45.847
0 -47.910
0 -2.063
20
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) Wat willen we samen bereiken? De overheid heeft maar één soort brandstof, en dat is informatie. Als regio werken we daarom ook samen in het realiseren van een goed functionerende informatiehuishouding bij de gemeenten in Zuidoost-Brabant en in het beheren en aanbieden van de overheidsarchieven en historische collecties aan het brede publiek. Gemeenten creëren, verwerken en publiceren iedere dag gigantische hoeveelheden aan informatie. Van persoonlijke informatie (HRM, sociaal domein), beleidsstukken, memo’s, emails, websites, video’s, analoge en digitale documenten, berichten op sociale media en zelfs WhatsApp berichten van bestuurders en management; het is allemaal onderdeel van de informatiehuishouding. Ambtenaren hebben constant informatie nodig om hun werk te kunnen doen. Een goede informatiehuishouding zorgt ervoor dat zij op het juiste moment de juiste informatie tot hun beschikking hebben. De overheid werkt transparant, beslissingen moeten kunnen worden herleid en beleid moet kunnen worden gerechtvaardigd. Informatie wordt openbaar voor het gebruik door burgers, om rekenschap te geven én gearchiveerd als cultureel erfgoed. Een goede informatiehuishouding is essentieel, voor nu en voor later.
Wat gaan we samendoen? Toezicht en advisering In de regio toetsen we de kwaliteit van het informatiebeheer aan de Archiefwet en andere relevante regelgeving en treedt de streekarchivaris op als toezichthouder. De Archiefwet is de belangrijkste wet voor de informatievoorziening van de Nederlandse overheid. Binnen de kaders stemmen we gezamenlijk de uitvoering af. We kijken naar welke verbeterstappen nodig zijn om de informatie van de gemeenten op orde te houden. Digitalisering bij de overheid is namelijk nog lang niet uitgekristalliseerd voor wat betreft de praktische implicaties op informatiebeheer voor gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Het RHCe heeft een adviserende rol waar partners in toenemende mate een beroep op doen. Daar willen we ons, naast toezicht, graag verder op toeleggen. Overbrenging De Archiefwet regelt dat bepaalde overheidsinformatie permanent bewaard moet worden en na verloop van tijd openbaar wordt. Bij het overbrengen van informatie naar het RHCe wordt het hele proces rondom het verlenen van toegang zo goed en zo concreet mogelijk geregeld. We zetten ons met onze partners, de gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, in voor een informatieketen met als doel dat overheidsinformatie uiteindelijk zoveel mogelijk beschikbaar is voor burgers.
Bij het RHCe wordt de informatie beheerd en behouden (gepreserveerd) voor de toekomst en samen met aanvullende particuliere historische collecties aangeboden voor raadpleging. De regionale collectie die hiermee ontstaat is ontzettend waardevol om op te reflecteren en op voort te bouwen, het vormt het hart van de regionale identiteit. Toegankelijk aanbieden historische collectie van de regio We willen de collectie op een zodanige manier aanbieden dat iedereen die er recht op heeft, er weet van kan krijgen en de informatie zo goed mogelijk kan vinden. Met dienstverlening en toegankelijk beheer van informatie die we namens de gemeenten uitvoeren creëren we dus publieke waarde. Hierin willen en moeten we nog stappen zetten. Zodat we onze basis goed op orde hebben en de (historische) informatie goed te vinden is. Bijvoorbeeld voor universitaire onderzoekstrajecten, huis- en wijkrenovaties, het opsporen van familiegegevens (stamboomonderzoek) of om input te leveren voor een juridisch geschil. Dit alles vraagt om een zorgvuldige aanpak en nauwe samenwerking binnen het regionale netwerk van gemeenten en erfgoedpartners. Het werkgebied van het RHCe is groot en kent een complexe wisselwerking van wet- en regelgeving en praktische uitdagingen. De Archiefwet wordt
21
vernieuwd en zal leiden tot aanpassingen in ons beleid en dienstverlening om mee te bewegen met wat de digitale overheid van ons vraagt en archieven beschikbaar te stellen op een manier die passend is in een digitale samenleving. ▪
Met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Voor een aantal openbaar lichamen op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (intergemeentelijke samenwerkingsverbanden) is het RHCe ook aangewezen als archiefbewaarplaats en de streekarchivaris als toezichthouder.
▪
De particuliere archieven vallen zodra ze zijn opgenomen in de archiefbewaarplaats ook onder de Archiefwet. Het RHCe kent een passief acquisitiebeleid, wat betekent dat we particulier archief opnemen dat ons wordt aangeboden en dat voldoet aan het criterium dat het een toevoeging aan de regionale collectie betreft.
Wat mag dat kosten? Omschrijving Personele kosten Programmakosten Lasten
Begroting 2025 1.718.740 980.551 2.699.291
Begroting 2026 1.745.353 1.024.676 2.770.029
Saldo -26.613 -44.125 -70.738
3.571.543 872.252
3.719.647 949.619
148.104 77.367
Baten Saldo
Overhead Metropoolregio Eindhoven & RHCe Wat willen we bereiken? Aangaande de bedrijfsprocessen wordt blijvend gewerkt aan: ▪
Efficiënt en effectief regelen van de bedrijfsvoering.
▪
Flexibiliteit in de organisatie en de uitvoering.
▪
Borgen van kwaliteit van dienstverlening aan gemeenten, burgers en instellingen.
Onder overheadkosten wordt verstaan: ▪
Directe loonkosten van directie en ondersteuning, waaronder control, financiën, P&O, ICT, facilitaire en secretariële / administratieve ondersteuning.
▪
Indirecte loonkosten, waaronder opleidingsbudget en kosten salarisadministratie.
▪
Kosten gebouwbeheer, waaronder huisvesting, kapitaallasten en depotvoorzieningen.
▪
Kosten automatisering, waaronder beheer en hosting werkplekomgeving en financieel systeem.
▪
Algemene kosten, waaronder accountantskosten, verzekeringen en belastingen.
▪
Bureaukosten, waaronder telefoonkosten en kantoorbenodigdheden.
Onder overheadopbrengsten wordt verstaan: ▪
Rentebaten van uitzettingen korten dan 1 jaar.
▪
Huurbaten RHCe.
Welke opgaven hebben we? Om de kosten van overhead inzichtelijk en transparant te hebben worden deze conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord op een afzonderlijk programma. Hierbij dient de Notitie Overhead zoals die is opgesteld door de commissie BBV als uitgangspunt.
22
De organisatie Metropoolregio Eindhoven bestaat uit twee diensten, de Metropoolregio Eindhoven en het RHCe. De bedrijfsvoering op beide diensten is efficiënt en in overeenstemming met de taken en schaal van de dienst. De taken op het gebied van bedrijfsvoering worden in 2026 voor beide dienstonderdelen van een centraal punt in de organisatie uitgevoerd. Wat mag dat kosten? Omschrijving Personele kosten Programmakosten Lasten Baten Saldo
Begroting 2025 1.054.593 1.235.669 2.290.262
Begroting 2026 1.308.574 1.606.870 2.915.444
Saldo -253.981 -371.202 -371.202
6.191 -2.284.071
398.514 -2.516.930
392.323 -232.859
23
PARAGRAFEN Inleiding In dit hoofdstuk worden een aantal aspecten van de financiële huishouding belicht. Het betreft: ▪
Weerstandsvermogen en risicomanagement
▪
Financiering
▪
Bedrijfsvoering
▪
Verbonden partijen
▪
Grondbeleid
▪
Onderhoud kapitaalgoederen
Weerstandsvermogen en risicomanagement Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven Het Algemeen Bestuur heeft op 4 juli 2018 de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven vastgesteld. In deze nota is vastgesteld wat de onder risicomanagement wordt verstaan en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s opnieuw in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. De belangrijkste risico’s boven € 200.000 worden hieronder weergegeven: Risico
Dienstonderdeel
2.
MRE
3.
4.
Omschrijving risico
Landgoed Gulbergen Doelvermogen onttoereikend voor eeuwigdurende nazorg
MRE
Beheersmaatregel
Onvoldoende middelen en capaciteit voor de uitvoerende Capaciteitstekorten worden actief in kaart gebracht samen taken uit het samenwerkingsakkoord 2023-2026 (Regiodeal, met gemeenten en partners, waarbij gekeken wordt naar Ruimte en Wonen, schaalsprong, Brede Welvaart), met risico herverdeling van taken en structurele versterking. op niet-gerealiseerde externe financiering en vertraging in Samenwerking met kennisinstellingen, bedrijven en externe uitvoering door een tekort aan projectmanagement en experts wordt geïntensiveerd om specialistische kennis en beleidsmatige ondersteuning binnen MRE. uitvoeringskracht aan te vullen. Tegelijkertijd worden financieringsmogelijkheden, zoals subsidies en publiekeprivate samenwerkingen, verkend om structureel te investeren in uitvoeringscapaciteit. Eventuele financiële en uitvoeringsrisico’s worden tijdig gesignaleerd via de P&Cdocumenten en indien nodig bijgestuurd via een begrotingswijziging in het Algemeen Bestuur. Heldere afspraken maken met de Provincie N-B over het vereiste doelvermogen en de gemeenten hierover tijdig informeren.
Niet kunnen invullen van vacatures waardoor externe inhuur Vacatures worden uitgezet in vakbladen en via social media. noodzakelijk is.
Risicoscore
Kans
Zeer hoog
50%
€ 400.000
Hoog
3%
€ 500.000
Hoog
50%
€ 225.000
Benodigde weerstandscapaciteit
Vermogenspositie De concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven (Metropoolregio Eindhoven, Regionaal Historisch Centrum en Landgoed Gulbergen) realiseert volgens de Begroting 2026 een omzet van ruim € 19,9 miljoen. Deze baten zijn volgens de Notitie Algemene Reserve (vastgesteld Algemeen Bestuur 1 november 2017) bepalend voor de berekening van de hoogte van de Algemene Reserve. Metropoolregio Eindhoven De baten die in de Begroting 2026 zijn toe te wijzen aan de Metropoolregio Eindhoven bedragen € 16,2 miljoen. Volgens de in de Notitie Algemene Reserve opgenomen staffel betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve zich tussen de € 600.000 en € 1.200.000 moet bevinden. De stand per 31-12-2024 bedraagt € 1.200.000, vanuit de risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 1.445.000. Dit past echter niet binnen de staffel van de Notitie Algemene Reserve. In 2025 zullen we de Notitie Algemene Reserve aanpassen aan de huidige situatie. Bij het voorstel tot resultaatbestemming zal worden voorgesteld om de algemene reserve aan te vullen.
24
Regionaal Historisch Centrum (RHCe) De baten die in de Begroting 2026 zijn toe te wijzen aan het RHCe bedragen ruim € 3,7 miljoen. Volgens de in de Notitie Algemene Reserve opgenomen staffel betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve zich tussen de € 150.000 en € 300.000 moet bevinden. De stand per 31-12-2024 bedraagt € 300.000, vanuit de risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 245.000. Landgoed Gulbergen Het weerstandsvermogen van de Landgoed Gulbergen wordt begrensd door de in de bestemmingsreserve Gulbergen aanwezige middelen. De stand van de reserve per 32-12-2024 bedraagt € 12.145.962. Doelvermogen Tot op heden is er met de Provincie Noord Brabant geen overeenstemming over de inhoud van het nazorgplan en de financiële vertaling hiervan naar het doelvermogen. Dit houdt in dat de kosten van pre-nazorg eveneens voor rekening blijven komen van de Metropoolregio Eindhoven. Het uitblijven van bestuurlijke overeenstemming kan op termijn leiden tot uitputting van middelen in relatie tot de ontwikkeling van het landgoed. Financiële kengetallen Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de begroting een aantal verplichte financiële kengetallen te bevatten. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie.
De kengetallen moeten het bestuur wel gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de onderstaande kengetallen vergeleken moeten worden. De voorgeschreven kengetallen zijn:
Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de Metropoolregio Eindhoven ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast.