CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering - Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

Raad (besluitvormend) 7 juli 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Veldhoven 'Deelplan Zonderwijk'32.923 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

132 alinea's met “omgevingsplan”: 1 6 12 39 83 99 100 102 103 107 108 109 110 127 128 129 130 131 132 133 135 137 142 144 148 149 151 153 154 155 156 162 165 166 171 176 179 180 184 187 …

Motivering Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven Deelplan Zonderwijk

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Wijziging van het omgevingsplan

7

3

Beleid en regelgeving

9

Aanleiding Ligging plangebied Beschrijving van het plangebied Leeswijzer

Huidige bestemmingsplannen Aanpak en uitgangspunten Reikwijdte omgevingsplan

Rijksbeleid

Omgevingswet Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Ladder duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

4 4 5 6

7 7 8

9

9 9 10 11

11

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving’ 11 Provinciale instructieregels ‘TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’ 12 Conclusie 13

Regionaal beleid Integrale Strategie Ruimte Metropoolregio Eindhoven (ISR)

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Veldhoven, Stad van dorpen in het hart van Brainport Visie op Veldhoven 'Op weg naar Veldhoven 2040' Ambitiedocument ‘Samen voor ruimtelijke kwaliteit’

4

Omgevingsaspecten

Activiteiten en milieuzonering Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Cultuurhistorie Toetsingskader Onderzoek

13 13

15 15 17 18

20 20

20 20 21

21 21 22 22

23 23 23 23

23 23 24 24

24 24 24

1 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Conclusie

Duurzaamheid

24

24

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

24 25 25

Klimaatadaptatie

25

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

25 26 27

Elektromagnetische straling Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur

27 27 27 28

28 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Gezondheid Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Luchtkwaliteit

28 28 28

28 28 29 29

29

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

29 30 30

Milieueffectrapportage

30

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

30 31 31

Natuur en landschap

31

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

31 32 33

Omgevingsveiligheid

33

Waarborgen van veiligheid Onderzoek Conclusie

Trilling Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Waterbelangen Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bezonning Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Lichthinder Toetsingskader

33 34 34

34 34 35 35

35 35 35 36

36 36 36 36

36 36 37 37

37 37

2 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Onderzoek Conclusie

Windhinder Toetsingskader windhinder Onderzoek Conclusie

5

Financiële en maatschappelijke verantwoording Financiële verantwoording

38 38

38 38 38 38

39 39

Financieel-economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal

39 39

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39

Afstemming Zienswijzen Vaststelling

Bijlage 1: Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

39 40 40

41

3 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

1 Inleiding Aanleiding Met de komst van de Omgevingswet op 1 januari 2024 moet de gemeente Veldhoven voor 1 januari 2032 een nieuw omgevingsplan vaststellen voor haar hele grondgebied. Het omgevingsplan wordt in fasen/delen vastgesteld. Dit deel van het omgevingsplan van de gemeente gaat over de wijk Zonderwijk. In figuur 1 zijn (globaal) de grenzen van het gebied weergegeven. Een volgend deel van het omgevingsplan zal een ander gebied bevatten. Zo maakt de gemeente uiteindelijk een compleet omgevingsplan voor de hele gemeente. In deze motivering wordt dit deel van het nieuwe omgevingsplan (Zonderwijk) verder toegelicht.

Figuur 1: Begrenzing plangebied.

Ligging plangebied Dit deel van het omgevingsplan van de gemeente gaat over de wijk Zonderwijk. De wijk is gelegen midden in Veldhoven en grenst aan ten noorden aan de wijk ’t Look ten oosten aan D’Ekker en ten noordoosten aan de wijk Cobbeek. Ook het perceel Roskam 17 ligt in het plangebied.

4 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Beschrijving van het plangebied Historie Zonderwijk is Veldhovens tweede naoorlogse nieuwbouwwijk. Gerekend vanaf 1950 zou Veldhoven een spectaculaire groei doormaken, deels veroorzaakt door een bouwstop tijdens de Tweede Wereldoorlog voor eigen inwoners, maar bovenal door een spectaculaire groei van het aantal woningen ten behoeve van de Philips- en Daf-werknemers, voor wie – door de geringe huisvestingcapaciteit binnen Eindhoven – in Veldhoven woningen werden gebouwd. In 1952 werd dit woningbouwproces gestart met de bouw van de nieuwe wijk d’Ekker. Vervolgens werd gestart met de aanleg van Zonderwijk. Voor deze nieuwe wijk is een groot deel van de akkers aan landbouw onttrokken. Fysieke structuur en bebouwing Zonderwijk is een typische jaren '60 wijk, met een overzichtelijke, rechthoekige wegenstructuur en daarbinnen herhalende stempels met rijwoningen en vier bouwlagen hoge appartementengebouwen, die zijn gekoppeld aan de centrale, U-vormige wegenstructuur van de Mullerlaan, Planetenlaan en Oortlaan. De verkavelingsstructuur is ruim, strak en open van opzet. De buurten in het hart van Zonderwijk zijn opgebouwd uit bouwstroken van aaneengebouwde woningen van twee bouwlagen met kap. Zowel in het noordelijk als in het zuidelijk deel van Zonderwijk bevindt zich een verbijzondering in de vorm van een zone met maatschappelijke voorzieningen.

In het oosten van het plangebied is door de jaren het winkelcentrum Mira herontwikkeld. Dit gebied geeft ruimte aan detailhandelsvoorzieningen in de vorm van supermarkten, maatschappelijke voorzieningen, horeca en (dienstverlenende) bedrijven. Tussen de rijwoningen staan rijen met garageboxen. Aan de noordelijke en zuidelijke rand van de wijk (aan de De Sitterlaan en de Kapteijnlaan) staan halfvrijfstaande woningen en - aan de buitenrand van de wijk vrijstaande, bungalowachtige woningen op ruime percelen. Aan de westzijde van de wijk, westelijk van de Planetenlaan, staan vrijstaande en halfvrijstaande woningen die deels zijn gesitueerd rond groen ingerichte hofjes en deels grenzen aan de Sondervick, die de westelijke begrenzing van Zonderwijk vormt. Landschap & groen Zonderwijk wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde begrensd door brede groenzones. Aan de achterzijde van de woonpercelen aan de De Sitterlaan en de Kapteijnlaan is sprake van opgaande beplanting, die de woonpercelen vanuit de groenzones aan het oog onttrekt. In aanvulling op deze hoofdgroenstructuur liggen in het centrale deel van de wijk (het deel tussen de Oortstraat, Planetenlaan en Mullerlaan) twee grotere groenzones: westelijk van winkelcentrum Mira en op de gronden tussen de Planetenlaan en de Kometenlaan. De groenvoorziening ten westen van winkelcentrum Mira (De Springplank) wordt voorzien in woningbouw.

Daarnaast komen verspreid over de wijk grotere en kleinere groene plekken voor, onder andere aan de Planetenlaan en de daaraan gelegen hofjes in het westelijk deel van de wijk en rond de appartementengebouwen aan de Oortlaan en Mullerlaan. Binnen de stempels met woonbebouwing komen kleinschalige groenvoorzieningen voor, die veelal in gebruik zijn als speelvoorziening. De hoofdwegen door de wijk worden begeleid door volwassen boombeplanting.

5 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Leeswijzer Deze motivering over de omzetting van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig/definitief omgevingsplan voor het plangebied Zonderwijk bestaat uit verschillende onderdelen. Na deze inleiding beschrijft hoofdstuk 2 de huidige bestemmingsplannen die van toepassing zijn in het plangebied, de aanpak voor de omzetting en de belangrijkste uitgangspunten voor het nieuwe omgevingsplan. In hoofdstuk 3 worden de geldende beleidskaders, regelgeving en visies/doelen van verschillende overheden (zoals het Rijk, de provincie, en de gemeente) besproken. Ook wordt uitgelegd hoe dit worden toegepast of doorwerkt in het omgevingsplan voor Zonderwijk. Hoofdstuk 4 gaat over de milieuaspecten die volgens de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) belangrijk zijn. Ook wordt uitgelegd hoe deze worden opgenomen in de regels van het omgevingsplan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het omzetten van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig/compleet omgevingsplan voor Zonderwijk.

6 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

2 Wijziging van het omgevingsplan Huidige bestemmingsplannen Dit nieuwe deel van het omgevingsplan van de gemeente voor Zonderwijk vervangt de volgende bestemmingsplannen:

Bestemmingsplan

Vastgesteld

Identificatienummer

Zonderwijk, herziening

21 november

n.v.t.

Springplank

2006

Cobbeek, d’Ekker en

19 december

Zonderwijk 2017

2017

Roskam 17

19 maart 2024

NL.IMRO.0861.BP00067-0401

NL.IMRO.0861.BP00189-0401

Aanpak en uitgangspunten De gemeente Veldhoven wil met het omgevingsplan zorgen voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het te vervangen bestemmingsplan ‘Cobbeek, d’ Ekker en Zonderwijk’ is voor het overgrote deel van toepassing en is nog actueel en richt zich op specifieke gebieden, waaronder Zonderwijk. Voor de omzetting van de wijk Zonderwijk is gekozen voor een beleidsneutrale omzetting van de regels. Het betreffende bestemmingsplan is de basis voor dit deel van het omgevingsplan. Hierbij is gebruikgemaakt van de bestaande regels om de huidige bestemmingen beleidsneutraal om te zetten in functies en bijbehorende activiteiten. Voor een verdere toelichting op de structuur en systematiek van het omgevingsplan wordt verwezen naar de algemene toelichting van het omgevingsplan. Het huidige beleid van verschillende overheidsorganen (het Rijk, de provincie NoordBrabant, Waterschap De Dommel, en de gemeente Veldhoven) is onderzocht en -voor zover relevant- verwerkt in het omgevingsplan. Ook zijn de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van het Rijk en de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant onderzocht en doorvertaald naar de regels van dit omgevingsplan, voor zover deze raakvlak hebben met het omgevingsplan. Hierdoor zijn de instructieregels slechts beperkt van toepassing.

Er is daardoor ook geen sprake van een mer-(beoordelings)plicht. In dit omgevingsplan zijn geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, met uitzondering van het deelgebied ‘Stadse Woonstraten’ op een gedeelte van de locatie van en rondom winkelcentrum Mira. Binnen de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan wordt gestreefd naar het mogelijk maken van ruimere bouwvolumes, hogere maximale bouwhoogtes en flexibiliteit bij het invullen van de bouwwerken met bij de stedelijke omgeving passende functies. Er is sprake van een uitnodiging aan de markt om uiteindelijk tot een ontwikkeling te komen, er wordt op dit moment niet actief ingezet op het realiseren van de verdichting op een korte termijn. Voor deze vorm van uitnodigingsplanologie en de effecten op de fysieke leefomgeving is een separate motivering opgesteld, die onderdeel uitmaakt van deze planwijziging. Deze motivering is als bijlage 1 toegevoegd.

7 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Verder is aangetoond dat het omgevingsplan economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is. Bestaande rechten en plichten van inwoners en bedrijven in Zonderwijk blijven bestaan. De gemeente betaalt de kosten voor het omgevingsplan. Er is geen verplichting om kosten te verhalen. Er zijn dus geen kostenverhaalsregels opgenomen in het omgevingsplan, met uitzondering voor het deel Stadse Woonstraten. Er heeft afstemming over het omgevingsplan plaatsgevonden met ketenpartners. Ook is er een participatieproces doorlopen. De resultaten hiervan zijn meegenomen bij de vaststelling van het omgevingsplan. Voor een perceel aan de Roskam is op 19 maart 2024 ten behoeve van de bouw van een woning het bestemmingsplan ‘Roskam 17’ vastgesteld. Tegen dit bestemmingsplan zijn geen beroepen ingediend, waarna het onherroepelijk is geworden. De woning is op dit moment nog niet gerealiseerd. De planologische mogelijkheden zoals opgenomen in het voornoemde bestemmingsplan zijn overeenkomstig in voorliggend plan opgenomen.

Reikwijdte omgevingsplan In het omgevingsplan is een juridische regeling opgenomen voor het plangebied. De inhoud van de juridische regeling sluit aan op de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet. Het merendeel van de regels dat betrekking heeft op Zonderwijk is aangeduid en toepasbaar verklaard op specifieke locaties en functies binnen dit gebied. Hiermee wordt maatwerk geboden, passend bij de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling van Zonderwijk Voor een aantal regels is het wenselijk om deze op termijn gemeentebreed toe te passen. Dit betreft onder meer de begrippen, meet- en rekenbepalingen, algemene regels ten aanzien van parkeren, waterberging e.d. Gelet op de huidige samenloop met bestaande voorrangsbepalingen en het belang van rechtszekerheid is er vooralsnog voor gekozen deze regels niet algemeen geldend vast te stellen. Door deze gefaseerde aanpak wordt voorkomen dat inconsistenties ontstaan tussen het nieuwe deel en het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Een uitzondering hierop vormt de regeling met betrekking tot de bebouwingscontour in relatie tot houtkap. Deze regeling is, vanuit het oogpunt van landschappelijke bescherming en uniforme toepassing, eveneens van toepassing verklaard op gronden die buiten het plangebied zijn gelegen.

Voor de overige gronden buiten het plangebied blijven vooralsnog de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van kracht. Met deze opzet wordt enerzijds invulling gegeven aan een samenhangend en toekomstbestendig omgevingsplan en wordt anderzijds de overgang tussen het nieuw en tijdelijk deel omgevingsplan stapsgewijs ingevoerd.

8 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

3 Beleid en regelgeving Rijksbeleid Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet is gericht op het: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; en, b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Dit alles met het oog op duurzame ontwikkeling, het bewoonbaar houden van het land en het beschermen en verbeteren van het milieu. De wet verzamelt veel bestaande wetten en regels die gaan over onze leefomgeving. Het maakt een samenhangend en flexibel systeem, waarbij verschillende onderdelen van de leefomgeving samen worden bekeken. Dit betreft aspecten zoals water, bodem, lucht, natuur, cultureel erfgoed, gezondheid, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Het idee is om de regels overzichtelijker te maken en ruimte te bieden voor maatwerk en lokale keuzes. De wet moedigt een integrale aanpak aan, waarbij het Rijk, provincies, gemeenten, regio’s en waterschappen nauwer samenwerken. Ze nemen beslissingen die rekening houden met de complexe samenhang van factoren in de leefomgeving. Ook stimuleert de Omgevingswet de deelname van burgers en bedrijven bij ruimtelijke ontwikkelingen (participatie). Inspraak en betrokkenheid worden al in een vroeg stadium bevorderd.

Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is het omgevingsplan. Hierin stellen gemeenten regels op voor hun hele grondgebied over de fysieke leefomgeving (artikel 2.4 Omgevingswet). In het omgevingsplan staan regels voor activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, gericht op de doelen van de Omgevingswet (artikel 4.1 Omgevingswet). Het omgevingsplan bevat in ieder geval de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet). Doorwerking plangebied Het omgevingsplan van de gemeente is gericht op het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. De gemeente wil een goede balans vinden tussen flexibiliteit en zekerheid. Dit doen ze door maatwerk te bieden voor een goede kwaliteit van de omgeving. Dit gebeurt door functies aan gebieden toe te wijzen en regels te stellen voor activiteiten.

Nationale omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en het project van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:

9 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

•

• •

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is, een hoog afwentelrisico kent of in beheer is bij het Rijk. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Doorwerking omgevingsplan De NOVI heeft invloed op het omgevingsplan en werkt hierin door. In dit omgevingsplan is er namelijk ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie. De doorwerking van de NOVI is terug te vinden in het gemeentelijk beleid. Voor het overige is dit omgevingsplan conserverend van aard.

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Om rijksbeleid te borgen zijn er in het Bkl instructieregels opgenomen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies en locaties (afdeling 5.1). Aan deze instructieregels dient getoetst te worden. Het gaat om het waarborgen van de volgende hoofdonderwerpen: Het Bkl bevat voor onder andere de volgende onderwerpen rijksinstructieregels: • voldoen aan de Dienstenrichtlijn (paragraaf 5.1.1); • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);

10 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

• • • •

•

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Doorwerking plangebied Gemeenten hebben de mogelijkheid om maatwerk te leveren en specifieke lokale belangen en omstandigheden mee te nemen in hun plannen. Het Bkl dient als een algemeen kader dat de ruimte/bandbreedte bepaalt waarbinnen gemeenten hun omgevingsplan kunnen ontwikkelen. Dit omgevingsplan voldoet aan de instructieregels uit het Bkl. In hoofdstuk 5 van deze motivering wordt per aspect gecontroleerd of het voldoet aan de instructieregels uit het Bkl.

Ladder duurzame verstedelijking Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist (artikel 5.129g Bkl). Doorwerking omgevingsplan In het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking een rol speelt. Voor de ontwikkelingen in Stadse Woonstraten wordt verwezen naar bijlage 1.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving’ Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de visie officieel juridische status van Omgevingsvisie gekregen.

11 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden: • Gaan voor meerwaardecreatie; • Gaan voor technische én sociale innovatie; • Gaan voor kwaliteit boven kwantiteit; • Gaan voor steeds beter; • Gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd: • Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. • Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen.

Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”. De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Doorwerking Het omgevingsplan is belangrijk voor een zorgvuldige en toekomstbestendige invulling van de ruimte. In het omgevingsplan worden verschillende aspecten meegenomen, zoals duurzaamheid, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.

Provinciale instructieregels ‘TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’ Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de ‘nieuwe TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’ van kracht. Deze omgevingsverordening bevat rechtstreeks werkende regels voor activiteiten en stelt regels voor ruimtegebruik en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die gemeenten in acht moeten nemen bij het maken of wijzigingen van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Sinds de inwerkingtreding zijn regelwijziging 1 (1 januari 2025) en regelwijziging 2 (12 december 2025) vastgesteld. De eerste wijziging was vooral bedoeld om de verordening technisch te verbeteren, om beleid aan te scherpen en nieuwe locaties/regelingen juridisch vast te leggen. De tweede wijziging versterkt provinciaal beleid op thema’s als ammoniakreductie, drinkwatervoorziening en veehouderij en sluit aan bij nieuwe inzichten en uitvoeringservaring sinds de eerste versie van de omgevingsverordening.

12 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Doorwerking plangebied Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het Stedelijk gebied. Aan de westzijde van het plangebied (Sondervick) zijn enkele percelen gelegen binnen het Landelijk gebied. De regels zijn bindend voor de gemeente. De gemeente moet haar omgevingsplan zo vaststellen dat het in overeenstemming is met die instructieregels. Dit is gebeurd. Het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk wordt beleidsneutraal omgezet als basis voor het totale omgevingsplan van de gemeente Veldhoven. Naast de ontwikkeling van de Stadse Woonstraten zijn er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.

Conclusie Het initiatief voldoet aan de provinciale instructieregels en aan het provinciaal beleid.

Regionaal beleid De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang. Er vindt overigens geen overdracht van bevoegdheden plaats.

Integrale Strategie Ruimte Metropoolregio Eindhoven (ISR) In 2016 is Brainportregio Eindhoven door het Rijk erkend als één van de drie mainports. De 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) hebben een gezamenlijke ambitie: de Brainport Eindhoven verder ontwikkelen tot een economische topregio die internationale allure verbindt aan regionale eigenheid. De ISR is een ambitie, inspiratie- en kansendocument voor de regio. Het is een basis van waaruit partijen op verschillende niveaus (lokaal, subregionaal en bovenregionaal) werken aan opgaven ter versterking van de kwaliteiten van onze regio. Het vormt een gemeenschappelijk vertrekpunt voor de subregionale en lokale beleidsontwikkeling. De ISR ondersteunt daarmee de onderlinge en met andere partijen te maken afspraken. De ISR heeft een functie voor communicatie- en lobbytrajecten. Zo zal het een bouwsteen namens de regio vormen voor de provinciale omgevingsvisie. De ISR is opgesteld door de werkplaats Ruimte met partners uit het bedrijfsleven, wetenschap, onderwijs en overheden. De ISR zet in op 3 centrale thema’s: • • •

De energieke regio: de centra van steden en dorpen zijn van bewoners en bezoekers. Inrichting is gericht op beleving en verblijfskwaliteit. De verbonden regio: een onderscheidende regionale en (inter-)nationale bereikbaarheid. Verplaatsen in de regio is sneller, eenvoudiger en/of leuker. De innovatieve regio: economische activiteit en innovatie op werklocaties. Verbeteren van de verwevenheid tussen campussen, kennisinstellingen en de innovatieve maakindustrie met ruimte om te experimenteren.

De strategiekaart toont de keuzen, ambities en strategische projecten die van belang zijn op (inter)nationaal niveau, waaraan we als Brainportregio werken. De Brainportregio

13 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

maakt onderdeel uit van de nationale Ruimtelijke Economische Ontwikkelingsstrategie (REOS). Deze richt zich op het versterken van het economisch kerngebied van Nederland. Tegelijkertijd dragen de op de strategiekaart vermelde elementen ook bij aan een versterking van de regio zelf, wat goed is voor het woon-, leef- en ondernemingsklimaat van iedereen in de regio. De strategie is opgebouwd uit de thema’s: economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat; omgevingskwaliteit; mobiliteit; duurzaamheid en klimaat. Per thema bevat de ISR een kaart en een beschrijving van het streven en de wijze waarop dit kan worden bereikt. Economisch vestigingsklimaat Met het Rijk en de noord-zuidvleugel van de Randstad wordt aan een krachtig nationaal vestigingsklimaat gewerkt, de REOS. Ambitie is het versterken van de nationale economische toplocaties en de (internationale) bereikbaarheid ervan. Het versterken van het economische (vestigings)klimaat vraagt om een breed pakket aan maatregelen. Voorbeelden daarvan zijn een aantrekkelijke omgeving met groene verblijfsruimten, een aantrekkelijk landelijk gebied dat ook een proeftuin is voor experimenten en waar start-ups de ruimte krijgen op goed ontsloten locaties en woningen voor alle doelgroepen.

Woon- en leefklimaat Het is de ambitie om een excellent en divers woonklimaat met topvoorzieningen te kunnen (blijven) bieden, waar iedereen ontspannen kan wonen en verpozen. Daarom wordt gewerkt aan een hoogwaardige (woon)omgeving, waar het veilig en gezond is, met een compleet en goed bereikbaar (hoog)stedelijk voorzieningenpakket in Eindhoven en Helmond, een levendig hart in de andere kernen met ruimte voor ontmoeting en goed toegankelijke fraaie landschappen met een gezellige Brabantse sfeer die bijdragen aan een gezonde samenleving. Door aan te sluiten op de verschillende karakteristieke gebiedskwaliteiten en identiteitsdragers op alle schaalniveaus, wordt de variatie aan woon- en leefmilieus alleen maar verder vergroot. Ieder deelgebied heeft vanuit de ontstaansgeschiedenis (ruimtelijk en sociaal) een specifieke aantrekkingskracht, waardoor er veel verschillende woonmilieus ontstaan zijn. Er wordt ingezet op een verdere versterking van deze diversiteit. Duurzaamheid en klimaat Ambitie is om schoner, slimmer en zuiniger om te gaan met de ruimte en om grondstoffen optimaal te (her)benutten. Er wordt gestreefd naar duurzame locatieontwikkeling: herontwikkeling en transformatie van bestaande gebieden is daardoor een essentieel onderdeel.

Het juiste type woon- en werkmilieu moet worden geaccommodeerd op de juiste locatie, met respect voor het landschap, het watersysteem en andere (ook sociale) waarden: naar klimaatadaptief grondgebruik in een gezonde leefomgeving. Doorwerking plangebied De wijziging van het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk zal beleidsneutraal plaatsvinden. Met voorliggend plan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

14 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Gemeentelijk beleid In deze paragraaf komt het gemeentelijk beleid aan de orde zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en de gemeentelijke Omgevingsprogramma’s. Ook komen sectorale beleidsuitgangspunten aan de orde

Omgevingsvisie Veldhoven, Stad van dorpen in het hart van Brainport Op 8 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Veldhoven de Omgevingsvisie Veldhoven 'Stad van dorpen in het hart van de Brainport' vastgesteld. In de omgevingsvisie is aangegeven waar de gemeente Veldhoven op inzet bij de ontwikkeling van Veldhoven tot 2040 en hoe daar op hoofdlijnen uitvoering aan wordt gegeven. De visie geeft hiermee richting en kaders aan voor toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. In de Omgevingsvisie is een beeld geschetst van Veldhoven in 2040. Ook in 2040 beschikt Veldhoven nog over een unieke combinatie van dorpse en stedelijke kwaliteiten. Er is in 2040 flink bijgebouwd om iedere Veldhovenaar een goede, betaalbare woning te kunnen bieden. Met name in en rond het City Centrum, de Burgemeester van Hoofflaan, op en langs bedrijventerrein De Run en langs de uitvalswegen heeft Veldhoven in 2040 een nieuw, stads gezicht gekregen. Langs de as Hertgang, Dom, Sterrenlaan, Heerbaan laat het meer stedelijke karakter zich af en toe zien bij knooppunten van wegen, entrees van wijken of rondom voorzieningen. In 2040 zijn er nieuw duurzame en collectieve woonconcepten en (kleinere) woningen waar ouderen, jongeren, gezinnen en nieuwe Veldhovenaren genieten van de dynamische omgeving en de uitstekende bereikbaarheid met het openbaar vervoer.

Dat kan omdat hier en daar hoger en gemengder wordt gebouwd dn in de rest van Veldhoven. Op basis van drie kernopgaven wordt beschreven waar de gemeente voor staat tot 2040. Deze drie kernopgaven vormen samen de ruimtelijke koers voor Veldhoven: 1. Investeren in stedelijke en dorpse kwaliteiten. 2. Verder bouwen aan de innovatieve en bereikbare maakstad. 3. Werken aan een duurzame en gezonde leefomgeving. In de omgevingsvisie is per kernopgave een aantal strategische keuzen bepaald. Zo is er op basis van de kernopgaven bijvoorbeeld gekozen voor een sterk stedelijke structuur, het City Centrum als bruisend en multifunctioneel hart, het behoud van een herkenbare dorpse structuur, het werken aan gezonde wijken, het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het werken naar toekomstbestendige woonwijken en werkmilieus. Eén van deze strategische keuzes voor kernopgave 1 is het inzetten op een passende woning voor een ieder. Hiervoor wordt in Veldhoven ook nu al volop ontwikkeld. Eén van deze locaties is Zilverackers waar met name wordt ingezet op een gemengd grondgebonden programma, aanvullend op de stedelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld Eindhoven. Na de afronding van Zilverackers wil Veldhoven niet verder uitbreiden in het buitengebied, behoudens het wellicht invullen van een enkele rafelrand.

Omdat wordt gestreefd naar een zo inzichtelijk en voorspelbaar mogelijk beleid in de omgevingsvisie is er een gebiedsgerichte vertaling van deze strategische keuzes in de omgevingsvisie opgenomen. In deze gebiedsgerichte vertaling zijn de integrale ambities voor een gebied op een rij gezet. Zo is per gebied de karakterisering en opgave verwoord en zijn de kaders waarbinnen ontwikkelingen mogen plaatsvinden, weergegeven. Er gelden afzonderlijke gebiedsopgaven voor de volgende gebieden: 1. Dorpskernen en - gehuchten.

15 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

2. 3. 4. 5. 6.

Dorpslinten. Woonwijken en Stadse Woonstraten. Buitengebied. Bedrijventerreinen. Sterke Stedelijke Structuur.

Doorwerking plangebied Op het kaartbeeld met de visie voor Veldhoven in 2040 ligt het plangebied grotendeels binnen de aanduiding ‘Gezonde en duurzame woonwijken’. Aan de westzijde ligt het gebied voor een gedeelte binnen de aanduiding ‘Dorpslinten’ en aan de oostzijde binnen ‘Stadse Woonstraten’. In de omgevingsvisie staat hierover het volgende geschreven: De woonwijken van Veldhoven zijn vanaf de 2e helft van de 20e eeuw planmatig gebouwd, om de bestaande dorpen en linten heen. De afzonderlijke wijken zijn ingebed in een royale groenstructuur, een robuust raamwerk van grote groenzones waar wordt gesport, gespeeld en gewandeld. Ook verweven deze ‘groene vingers’ het Kempenlandschap en de daar aanwezige flora en fauna met de bebouwde kom. In de wijken is een goed niveau van maatschappelijke-, zorg- en dagelijkse voorzieningen aanwezig. De wijken bieden zo een aantrekkelijk en gezond woonklimaat voor jong en oud in een stedelijke structuur, met een dorpse sfeer om de hoek in de kernen en linten. Dwars door Veldhoven lopen de oude bebouwingslinten die de dorpskernen verbinden. De Dorpsstraat, Provincialeweg, Broekweg, Kruisstraat en Sondervick zijn de belangrijkste. Een dorpslint wordt gekenmerkt door de veelheid aan functies en afwisselingen in de bebouwing. Hier vind je veel zelfstandige ondernemers, hobbywinkels en een diversiteit aan woningen.

Doordat de linten geleidelijk in tijd zijn ontstaan vormen ze een contrast met de planmatig aangelegde woonwijken die erachter liggen. De opgave ligt enerzijds in het behoud en versterken van het karakter van een dorpslint, maar anderzijds in het faciliteren van ontwikkelingen passend in een veranderende maatschappij. Langs enkele structuren aan de randen van bestaande wijken is nu al sprake van wat meer stedelijke bebouwing, soms in combinatie met voorzieningen. Het gaat dan om de lijn Hertgang-Dom-Sterrenlaan (The Village, Mira, Abdijtuinen) en de lijn Houtwal-Traverse (Rundgraafpark, Den Hoorn) en de Abdijlaan (Merefelt). Langs deze structuren liggen gebouwen tot wel 40 meter hoog. Op enkele plekken langs deze structuren (bijvoorbeeld rondom kruisingen van wegen of plekken met voldoende open ruimte er om heen) is het mogelijk om nieuwe stedelijke woonconcepten, gestapeld wonen en hoogbouw toe te staan. Langs deze Stadse Woonstraten wordt meer nadruk gelegd op stadse architectuur en is ook hoogbouw mogelijk. Het plan is conserverend van aard, met uitzondering van de uitnodigingsplanologie aan de zijde van winkelcentrum Mira. Daarvoor wordt verwezen naar de motivering die als bijlage 1 is toegevoegd.

16 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Figuur 2: Kaartbeeld met de visie voor Veldhoven in 2040 met globale ligging plangebied (t.p.v. rode cirkel).

Visie op Veldhoven 'Op weg naar Veldhoven 2040' Op 7 mei 2024 heeft de gemeenteraad van Veldhoven de Visie op Veldhoven 'Op weg naar Veldhoven 2040' vastgesteld. Hierin staat waar Veldhovenaren vinden dat de toekomst van Veldhoven over moet gaan, wat hen bezighoudt en hoe zij de toekomst voor zich zien. Dit is wat de samenleving van Veldhoven over de toekomst van Veldhoven vindt: 1. Het dorpse karakter Er is waardering voor de eigen dorpskernen en wijken en identiteiten. Het willen betrokken worden bij de (grootschalige) veranderingen en helpen om samen een nieuw Veldhoven te maken, gebaseerd op wat al goed is. Hierbij wordt ontmoeting in de buurt als heel belangrijk ervaren. 2. Groen als onderdeel van een prettig leven Voor (veel) mensen is het prima dat Veldhoven moet groeien, maar wanneer hierbij groen in het geding komt doet dit af aan de leefbaarheid in Veldhoven. Groen en groei moet daarom in evenwicht zijn, waarbij moet worden ingezet op meer groen in de wijken. Daarnaast moet volgens veel Veldhovenaren ook ruimte behouden worden. Dit is misschien ingewikkeld in combinatie met groei. Dit vraagt om

17 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

innovatieve oplossingen waarbij ook naar bestaande (leegstaande) panden gekeken wordt. 3. Woningbouw en voorzieningen Wat de Veldhovenaren betreft moet de focus liggen op het aanbod van woningen voor jonge mensen, zodat die zich in Veldhoven kunnen blijven vestigen. Dit kan o.a. worden bereikt door de doorstroming voor ouderen, met interessante en mooie voorzieningen waar ouderen samen kunnen wonen en komen, te bevorderen. De samenleving in Veldhoven wil actief meedenken over wonen en bouwen. Doorwerking plangebied De wijziging van het omgevingsplan voor de wijk ‘Zonderwijk’ is conserverend van aard. De bestaande functionele en ruimtelijke structuur van het gebied wordt intact gelaten en geborgd in het omgevingsplan.

Ambitiedocument ‘Samen voor ruimtelijke kwaliteit’ Het ambitiedocument, zoals vastgesteld op 14 mei 2019, bevat 4 kernwaarden en 5 architectuurprincipes. Het plangebied is voornamelijk gelegen binnen ‘aantrekkelijke woonwijken’ en grenst aan ‘sterk stedelijke structuur’. Dorpslint Sondervick valt onder de kernwaarde ‘blijvend herkenbare dorpslinten’. Binnen het gebied ‘aantrekkelijke woonwijken’ is het ruimtelijk kwaliteitsbeleid gericht op het bewaken van de basiskwaliteit en het respecteren van de bestaande omgeving. De nadruk ligt op het handhaven van de bestaande omgevingskwaliteiten van de bebouwing. In het algemeen wordt gestreefd naar een rustig straatbeeld, dat wil zeggen dat bij verbouwplannen geen al te opvallende wijzigingen plaatvinden. In principe luidt het advies, inventariseer de ruimtelijke kenmerken van je omgeving en sluit daarbij aan. Bij het dorpsplint is het belangrijk dat deze qua uiterlijk als zodanig herkenbaar blijft.

Figuur 3: Kernwaardenkaart

Uitgangspunt voor iedere ontwikkeling is dat het moet leiden tot een kwaliteitsimpuls. Iedere ontwikkeling moet op een logische locatie en op een zodanig goede wijze worden ingepast, dat er sprake is van een meerwaarde voor iedereen. Voor de woningbouwopgave

18 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

moet worden ingezet op diversiteit in wonen. De gemeente Veldhoven staat open voor vernieuwende ideeën die passen binnen het tijdsbeeld en beleidskader. Hiervoor worden de Brainport Principes gehanteerd. Na de realisatiefase, worden verbouwplannen van de planmatig gebouwde woningen getoetst aan de kernwaarde 'aantrekkelijke woonwijken'. De bestaande kwaliteit is altijd het uitgangspunt. Voor het Sondervick is het belangrijk dat deze als dorpslint herkenbaar blijft. In gebieden die in het Besluit ruimtelijke ordening zijn gedefinieerd als achtererfgebied gelden geen regels. Voor alle overige bouwwerken worden de 5 architectuurprincipes gehanteerd. Het betreft de volgende basiselementen: 1. 2. 3. 4. 5.

Relatie tussen bouwwerk en omgeving Samenhand vormgeving, functie en constructie Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Schaal en maatverhoudingen Materiaal, textuur, kleur en licht

Daarnaast stimuleert de gemeente initiatiefnemers in een vroegtijdig stadium duurzaamheidsmaatregelen integraal onderdeel te laten uitmaken van het ontwerp. Doorwerking plangebied Het gebied Zonderwijk kenmerkt zich voornamelijk door overzichtelijke, rechthoekige wegenstructuur en daarbinnen herhalende stempels met rijwoningen en vier bouwlagen hoge appartementengebouwen, die zijn gekoppeld aan de centrale, U-vormige wegenstructuur van de Mullerlaan, Planetenlaan en Oortlaan. Aan de west- en oostranden (Sondervick en Mira) kenmerkt het gebied zich met een dorpslintstructuur en hogere stedelijkheidsgraad in de vorm van bebouwing. De bestaande ruimtelijke mogelijkheden binnen deze gebieden worden gehandhaafd in het omgevingsplan.

19 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

4 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. Dit hoofdstuk gaat over het plangebied, met uitzondering van de ‘Stadse Woonstraten’. Hiervoor is een aparte motivering (zie bijlage 1) opgenomen.

Activiteiten en milieuzonering Toetsingskader Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is. 2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Bkl ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het milieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Bal. De term is dus ruimer dan de veelgebruikte term ‘milieubelastende activiteiten’. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie, net als o.a.

onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.

Onderzoek In en rondom de planlocatie zijn voornamelijk woningen gelegen met een enkele gemengde en maatschappelijke functie. Het gebied is daarom te categoriseren als een rustig gebied. In het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij activiteit en milieuzonering een rol speelt. In het omgevingsplan is rekening gehouden met de instructieregels van Bkl, waarbij vooralsnog aansluiting is gevonden op de normen uit de Bruidsschat.

20 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Conclusie Vanuit het milieuaspect activiteiten en milieuzonering is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Geluid Toetsingskader Er dient rekening te worden gehouden met het geluid door (spoor)wegen op geluidgevoelige gebouwen. Daarbij gelden er geluidaandachtsgebieden rondom (spoor)wegen. Binnen een dergelijk geluidsaandachtsgebied, dient het geluid op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.2a Bkl). Indien het geluid op een geluidgevoelig gebouw (binnen een geluidaandachtsgebied) niet meer bedraagt dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden zijn aangegeven in onderstaande tabel. Deze geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Standaardwaarde Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen

50 Lden

Gemeentewegen

en

53 Lden

locale

55 Lden

waterschapswegen Hoofdspoorwegen

en

spoorwegen Industrieterreinen

50 Lden

Tabel 1: Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per (spoor)weg

De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een (spoor)weg. Geluidsgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast vindt de beheersing van het geluid plaats: •

bij provinciale wegen en door de provincie aangewezen lokale spoorwegen: met geluidproductieplafonds (op referentiepunten);

•

bij gemeentelijke en waterschapswegen en andere lokale spoorwegen: met de

basisgeluidemissie. Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de geluidsbron.

21 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Geluid door activiteiten In Bijlage XXII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: •

Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS);

•

Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS);

•

Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen

en militaire

springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

Onderzoek Geluid-(spoor)wegverkeer In het omgevingsplan voor Zonderwijk is de bestaande (hoofd)wegenstructuur vastgelegd via de aanduiding ‘verkeer’. Er wordt niet voorzien in wijzigingen of de aanleg van nieuwe wegen. Door het plangebied lopen geen spoorwegen of bevinden zich geen industrieterreinen. Er worden geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen mogelijk gemaakt met deze wijziging van het omgevingsplan, waarbij rekening moet worden gehouden met de aanvaardbaarheid van het geluid van (spoor)wegen of industrieterreinen. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen voor het bouwen van geluidgevoelige gebouwen binnen geluidaandachtsgebieden. Hiermee wordt voldaan aan de instructieregels van het Bkl. Geluid door activiteiten In paragraaf 22.3.4 zijn de standaardwaarden voor geluid opgenomen door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw. Aanvullend is in dit omgevingsplan voor Zonderwijk bij milieubelastende functies aangegeven dat het geluidsniveau van de activiteiten die daar mogen plaatsvinden op 30 meter van de grens van elk bouwperceel niet hoger mag zijn dan de daar genoemde standaardwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT. Binnen sommige milieubelastende functies zijn activiteiten waarvan het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden op 50 meter van het bouwperceel mogelijk gemaakt met een vergunningplicht om zo meer flexibiliteit te bieden.

Daarmee is de geluidgebruiksruimte van deze activiteit geregeld. De samenhang van deze regelingen verzekert dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Conclusie Ten aanzien van het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

22 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Archeologie Toetsingskader Er dient rekening gehouden te worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par. 5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed gericht op: • het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten; • het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. In het belang hiervan worden in het omgevingsplan ook regels gesteld over eisen aan onderzoek.

Onderzoek De bestaande archeologische waarden conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart van 10 maart 2014 zijn opgenomen in het omgevingsplan. Op een later moment wordt via een thematische wijziging de op 9 september 2025 vastgestelde Erfgoednota doorvertaald.

Conclusie Ten aanzien van het aspect archeologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bodem Toetsingskader Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de gemeenterekening met de interventiewaarden voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grondverzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen.

23 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Onderzoek Met onderhavig plan worden geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. Voor nieuwe initiatieven zullen de regels uit de bruidsschat gelden voor het bouwen van bodengevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties. De waarden zoals opgenomen in het Bal zijn hiervoor van toepassing op het plangebied.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het initiatief.

Cultuurhistorie Toetsingskader Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer van cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Omgevingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Er dient rekening gehouden te worden met het belang van het behoud van dit cultureel erfgoed. Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed (par. 5.1.5.5 Bkl). In het belang hiervan worden in het omgevingsplan ook regels gesteld over eisen aan onderzoek.

Onderzoek De regels en gebiedsaanwijzingen zijn gebaseerd op de cultuurhistorische waarde van de verschillende soorten landschappen. Deze regels zijn voldoende om de cultuurhistorische waarden te beschermen. Er is geen reden om extra of strengere regels toe te voegen.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het project.

Duurzaamheid Toetsingskader Doel van de Omgevingswet is een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Duurzaamheid is het waarborgen van de bestaansmogelijkheden van de mens. Iedereen wil immers welvarend, gezond en veilig leven. Duurzame ontwikkeling vergt volgens de commissie-Brundtland een balans tussen de kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving (planet), de economie (profit) en het sociale vermogen van de mens (people). Dit vraagt om zorgvuldig benutten, ontwikkelen en beheren van de fysieke leefomgeving.

24 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

Onderzoek Op grond van artikel 5.55 TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant dient te worden onderbouwd dat er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Daar is onder andere sprake van als optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie, rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water en de mogelijkheid voor duurzame mobiliteit worden benut. Daarnaast heeft de gemeente Veldhoven een beleidskader hernieuwbare elektriciteit en besparing vastgesteld. Met het Beleidskader hernieuwbare elektriciteit en besparing wordt aangesloten bij verschillende ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en actuele inzichten die deze ambities in een nieuw daglicht plaatsen. Onze ambities zijn als volgt: • In 2040 wordt minimaal 50% van de elektriciteitsvraag van het referentiejaar 2019 duurzaam opgewekt binnen de gemeentegrens. • De benodigde opwek, infrastructuur en opslag van duurzame energie is op een kwalitatieve manier ingepast in de fysieke leefomgeving; • Er moet worden gestreefd naar een betaalbare en betrouwbare energievoorziening voor de Veldhovense inwoners en bedrijven. Bij het opstellen van het omgevingsplan is aangesloten op de doelen en ambities die onder andere voortvloeien uit de Omgevingsvisie.

Een van de kernopgave volgend uit de Omgevingsvisie betreft: het werken aan een duurzame en gezonde leefomgeving. In de regels van dit omgevingsplan zijn algemene doelen opgenomen die deels afkomstig zijn vanuit de Omgevingswet, maar ook vanuit de gemeentelijke ambities. Zo wordt er gestreefd naar een hoge kwaliteit van het openbaar gebied en een klimaatbestendig woongebied. Voor het overige zijn in de regels waar mogelijk aangesloten op het vigerend beleid. Zo zijn in er regels opgenomen ten behoeve van waterberging mede ook in relatie tot het stroomgebied van de Gender. Bij beoordelingsregels zijn ook voorwaarden opgenomen om aan te sluiten op de gemeentelijke duurzaamheidsambities. Bij het opstellen van het verdere omgevingsplan van de gemeente Veldhoven zal dit onderdeel worden aangevuld.

Conclusie Op dit aspect is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Klimaatadaptatie Toetsingskader Het klimaat verandert in een hoog tempo. Om Nederland tegen de gevolgen van klimaatverandering te beschermen, is het nodig om verschillende soorten maatregelen te nemen, vanuit verschillende beleidsvelden. Daarnaast is het nodig dat klimaatadaptatie op alle overheidsniveaus onderdeel is van het beleid en uitvoering. In Nederland is het beleid op de gevolgen van klimaatverandering nationaal geregeld aan de hand van twee programma’s: 1. De Nationale klimaatadaptatiestrategie; en,

25 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk

2. Het Deltaprogramma Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) De Nationale klimaatadaptatiestrategie is de overkoepelende strategie op het gebied van klimaatadaptatie in Nederland. Het doel van de NAS is om alle risico’s en gevolgen van klimaatverandering voor Nederland te beheersen en te verkleinen. Het is de koers die wordt omgezet in plannen en acties in een uitvoeringsprogramma. De werkzaamheden uit het NAS zijn gericht op de risico’s die het meest urgent zijn, enkele voorbeelden zijn: -

meer hittestress bij mensen door extreem weer;

-

vaker uitval van delen van het vitale en kwetsbare functies door extreem weer zoals energie, telecom en IT-voorzieningen;

-

oogstschade en andere schade in de land- en tuinbouwsector;

-

verschuiving van klimaatzones in combinatie met gebrek aan internationale ruimtelijke samenhang;

-

mogelijk meer infecties en allergieën, zoals hooikoorts of andere luchtwegklachten;

-

cumulatieve effecten: uitval in één regio of sector heeft gevolgen voor andere sectoren of locaties.

Deltaprogramma en Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) In het nationaal Deltaprogramma staat beschreven hoe de overheid Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en werkt aan een klimaatbestendig en waterrobuuste inrichting. Alle verschillende overheidsniveaus werken vanuit het deltaprogramma samen aan deze opgaven. Het deltaprogramma is opgebouwd rond drie thema’s/programma’s. Dit zijn Waterveiligheid, Zoetwater, en ruimtelijke adaptatie die voor de verschillende regio’s zijn uitgewerkt. Deze programma’s zijn weer opgebouwd uit een Deltabeslissing en een Deltaplan. In de Deltabeslissingen staan nationale kaders die voor heel Nederland gelden. De deltaplannen bestaan uit concrete maatregelen voor de uitvoering van het beleid en de planning van deze maatregelen. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie staan bijvoorbeeld concrete acties en doelen die ervoor zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaprogramma controleert en evalueert elk jaar hoe de deltabeslissingen, voorkeursstrategieën en deltaplannen tot dan toe zijn uitgewerkt en uitgevoerd. In deze jaarlijkse monitor kunnen voorstellen staan om beleid aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen en risico’s die zijn ontstaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17005692/1