Memo IHP Sport n.a.v. oordeelsvorming 12 mei
Tekst van het document
Memo Tijdens de oordeelvormende raad van 12 mei 2026 heeft wethouder toegezegd een aantal antwoorden te geven op gestelde vragen over het IHP Sport. Hieronder worden deze vragen beantwoord. ------------------------------------------------------------------------------------------1. De gevallen waar ‘huisvestigingsplan’ staat verbeterd worden naar ‘huisvestingsplan. Zijn aangepast in raadsvoorstel en raadsbesluit aan. 2. Wethouder vóór de besluitvorming van 2 juni schriftelijk terugkomt op de cijfers die zijn opgehaald bij de verenigingen en waar het uitvoeringsprogramma op is gebaseerd. Voor het bepalen van de benodigde capaciteit die hoort bij de schaalsprong van de gemeente is gebruik gemaakt van landelijke richtlijnen, kengetallen en lokale gebruiksgegevens. Daarbij is per type sportvoorziening gekeken welke methodiek het meest passend is. Voor het bewegingsonderwijs is de benodigde capaciteit bepaald op basis van de leerlingenprognoses en de normering voor het aantal klokuren bewegingsonderwijs. Hiermee is inzichtelijk gemaakt hoeveel zaalcapaciteit in de toekomst nodig is voor het onderwijs. Voor verenigingssport is gebruik gemaakt van de richtlijnen en capaciteitsnormen van de betreffende sportbonden. Hierbij is gekeken naar onder andere ledenaantallen, teamindelingen, wedstrijdbelasting en trainingsbehoefte.
Naast de demografische ontwikkeling is nadrukkelijk ook gekeken naar bredere trends en ontwikkelingen die invloed hebben op de toekomstige sportvraag. Voor Veldhoven is daarbij een relevante constatering dat de sportdeelname via sportverenigingen procentueel hoger ligt dan het gemiddelde van zowel NoordBrabant als Nederland. Dit betekent dat de lokale vraag naar sportvoorzieningen relatief hoog is en ook in de toekomst om voldoende capaciteit vraagt. De onderliggende berekeningen voor zowel binnen- als buitensport zijn opgenomen in Bijlage C van het IHP Sport. Omdat in het voorjaar van 2025 is gestart met het opstellen van het IHP Sport, is gewerkt met de meest actuele gegevens die op dat moment beschikbaar waren. Sportverenigingen hebben hiervoor zelf informatie aangeleverd over onder andere ledenaantallen, teamindelingen en gebruik. In de meeste gevallen betreft dit gegevens uit het seizoen 2024/2025. Aanvulling ten aanzien van de voetbalcapaciteit. Voor de bepaling van de toekomstige capaciteit voor voetbal is, naast de landelijke richtlijnen van de sportbond, specifiek afgestemd met de sectie voetbal in Veldhoven. In deze gesprekken is gezamenlijk gekeken naar de meest passende manier om de toekomstige speel- en trainingscapaciteit te organiseren binnen de beschikbare ruimte.
Op basis van deze gesprekken is ervoor gekozen om in de capaciteitsberekeningen aan te sluiten bij de methodiek die ook wordt toegepast in Eindhoven. Deze methodiek gaat uit van een gefaseerde ontwikkeling waarbij circa twee derde van de voetbalvelden wordt uitgevoerd als kunstgrasveld. De reden hiervoor is dat kunstgrasvelden aanzienlijk intensiever bespeeld kunnen worden dan natuurgrasvelden, waardoor binnen dezelfde ruimtelijke footprint meer trainings- en wedstrijdcapaciteit beschikbaar komt. Deze aanpak sluit aan bij de groeiopgave van Veldhoven, de hoge sportdeelname, de toenemende druk op de beschikbare ruimte en de wens om sportparken toekomstbestendig en multifunctioneel in te richten. Deze uitgangspunten en de planning van de velden zijn daarom na overleg met de sectie voetbal daarom meegenomen in scenario 3 voor de toekomstige voetbalcapaciteit binnen het IHP Sport.
3. Wethouder de raad een memo stuurt over wat het college bedoeld met vrijwilligersmanagement en hoe er bepaalde verzoeken afgehandeld kunnen worden. De verwachte groei van het aantal inwoners en sporters in Veldhoven heeft niet alleen gevolgen voor de fysieke sportcapaciteit, maar ook voor de organisatorische kracht van sportverenigingen. Tijdens de totstandkoming van het IHP Sport is dit onderwerp nadrukkelijk besproken met de werkgroep en vertegenwoordigers van verenigingen. Daarbij is vastgesteld dat groei van verenigingen doorgaans ook leidt tot een grotere vraag naar vrijwilligers, bestuurskracht en ondersteuning. Tegelijkertijd zien we dat het werven, begeleiden en behouden van vrijwilligers steeds complexer wordt. Dit geldt in het bijzonder in een gemeente als Veldhoven, waar verenigingen in toenemende mate te maken krijgen met een veranderende ledenopbouw, waaronder een groeiend aantal internationale gezinnen en expats. Dit vraagt om een andere benadering van communicatie, betrokkenheid en vrijwilligersorganisatie.
Met vrijwilligersmanagement wordt bedoeld het ondersteunen van verenigingen bij onder andere: het werven, begeleiden en behouden van vrijwilligers; het opstellen van duidelijk vrijwilligersbeleid, taakprofielen en inzetroosters; het verlagen van de druk op bestaande kaderleden en bestuurders; het betrekken van nieuwe doelgroepen, waaronder internationale leden en ouders; kennisdeling tussen verenigingen en het stimuleren van samenwerking op sportparken. In dat kader is binnen het IHP Sport ook gekeken naar de mogelijke inzet van verenigings- of parkmanagers. Een parkmanager heeft daarbij nadrukkelijk een brede rol en is ook locatie afhankelijk. Deze functionaris kan verenigingen ondersteunen bij organisatorische vraagstukken, samenwerking tussen clubs en buurt versterken en helpen bij het opzetten van vrijwilligersbeleid. Juist op locaties waar meerdere verenigingen samenkomen of waar de ledengroei sterk is, kan dit bijdragen aan toekomstbestendige verenigingen. 4. Wethouder schriftelijk terugkomt op de raming waarin een bedrag is opgenomen voor drie kunstgrasvelden plus kleedkamers. Het is nu onduidelijk waarom kleedkamers hier zijn opgenomen, omdat de wethouder eerder aangaf dat deze van de verenigingen zijn. Tijdens de uitwerking van het IHP Sport is dit onderwerp besproken met de werkgroep en de sectie voetbal in Veldhoven.
In deze gesprekken is geconstateerd dat er op dit moment binnen het gemeentelijke sportvastgoed sprake is van verschillen in de wijze waarop kleedvoorzieningen zijn georganiseerd en gefinancierd. Zo geldt bij gemeentelijke binnensportvoorzieningen dat gebruikers via het huurtarief gebruik kunnen maken van de aanwezige kleedkamers; deze voorzieningen maken integraal onderdeel uit van de accommodatie. Ook bij bepaalde buitensportvoorzieningen, zoals de honk- en softbalvoorzieningen, zijn kleedaccommodaties onderdeel van het gemeentelijk vastgoed. Bij voetbal is historisch gezien een andere situatie ontstaan, waarbij kleedaccommodaties in veel gevallen eigendom zijn van de verenigingen zelf. In overleg met de werkgroep en de sectie voetbal is besproken dat dit vanuit het gelijkheidsbeginsel opnieuw bekeken mag worden. Wanneer de gemeente investeert in nieuwe sportvelden, is het verdedigbaar om ook de functioneel noodzakelijke ondersteunende voorzieningen — waaronder kleedkamers — als onderdeel van de totale sportvoorziening te beschouwen. Dit betekent nadrukkelijk niet dat deze voorzieningen kosteloos beschikbaar worden gesteld.
Indien kleedaccommodaties onderdeel zijn van gemeentelijke investeringen, zullen de bijbehorende kapitaal-, onderhouds- en exploitatiekosten worden meegenomen in de huur- of gebruikstarieven van de sportaccommodatie, vergelijkbaar met de systematiek die ook geldt bij andere gemeentelijke sportvoorzieningen.
2/3
Evenmin betekent dit dat de gemeente zonder verdere onderbouwing extra kleedkamers zal realiseren. Bij toekomstige investeringen wordt uitgegaan van de functionele behoefte, waarbij de richtlijnen en normeringen van de betreffende sportbonden als uitgangspunt kunnen worden gehanteerd. Op die manier wordt voorkomen dat overcapaciteit ontstaat en blijft de investering in verhouding tot het daadwerkelijke gebruik. De opname van kleedaccommodaties in de investeringsraming moet daarom worden gezien als een beleidsmatige verkenning. De opgenomen kosten van € 3.096.000 zijn dan ook alleen voor kunstgrasvelden en niet voor kleedkamers.
3/3