Bijlage III.1 - Beeldkwaliteitseisen Stadse Woonstraten - Zonderwijk
Tekst van het document
Beeldkwaliteitseisen Stadse Woonstraten - Zonderwijk 1. Relatie tussen bouwwerk en omgeving: Een gebouw moet goed bij de omgeving passen, alsof het er al thuishoort. Het mag niet "vreemd" lijken, maar moet aansluiten bij de stijl en sfeer van de buurt. Dit wordt in ieder geval bereikt via de volgende criteria: • Gebouwen zijn primair (stedelijk) georiënteerd op Sterrenlaan maar hebben ook een alzijdige oriëntatie. • Aansluiting op stedelijke infrastructurele assen in zones L en XL, met een levendige plint en wonen op de verdiepingen. • Woningen op maaiveld die direct grenzen aan de woonstraat hebben altijd een eigen brievenbus en entree aan de openbare ruimte. • Overgangszones moeten visueel bijdragen aan het gevelbeeld (zoals zitelementen i.p.v. hekwerken). Daarnaast nodigen deze uit tot gebruik en verblijf. • Gevels in zones M, L en XL hebben een open houding en maken interactie mogelijk. 2. Samenhang tussen vormgeving, functie en constructie: Het uiterlijk, hoe het gebouw gebruikt wordt, en hoe het gebouwd is, moeten logisch bij elkaar passen. Het moet mooi zijn én goed werken. Dit wordt in ieder geval bereikt via de volgende criteria: • Hoofdentrees worden over verschillende zijdes van een gebouw verspreid. • Openbaar en privaat fietsparkeren vooraf ontwerpen en faciliteren. Entrees van collectieve fietsenstallingen zijn zichtbaar, ruim en toegankelijk.
In zone XL zijn de collectieve fietsenstallingen altijd inpandig. • In het ontwerp wordt het parkeren binnen het bouwveld opgelost. Entrees van autoparkeergarages gaan visueel op in het gevelbeeld; deze zijn ondergeschikt aan overige gevelopeningen aan die zijde. • Aan het gevelbeeld is duidelijk te herleiden welke functies zich daarachter bevinden. • Overwegend open/transparante gevels aan omliggende langzaamverkeersroutes. Dit is extra belangrijk bij niet-woonfuncties. 3. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit: Een goed ontwerp is duidelijk en makkelijk te begrijpen, maar heeft ook interessante details. Het mag niet saai zijn, maar ook niet overdreven ingewikkeld. Dit wordt in ieder geval bereikt door de volgende criteria: • Hoofdentrees grenzen altijd aan de openbare ruimte (entrees: minimaal 2 m breed, met extra overgangsruimte van 3 m) en zijn duidelijk aanwezig in het straatbeeld. • Woningen op het maaiveld hebben altijd een buitenruimte die toegankelijk is vanuit de openbare ruimte. • Collectieve tuinen zijn direct toegankelijk vanuit de woningen die daar aan grenzen. • Variatie in gevelbeeld door verspringende rooilijnen en/of een verbijzondering in de gevel wanneer deze overwegend gesloten zijn (denk aan bergingen/parkeren/technische installaties).
1 Beeldkwaliteitseisen Stadse Woonstraten - Zonderwijk
•
Gevels in zones M, L en XL hebben voldoende dieptespeling.
4. Schaal- en maatverhoudingen: Een gebouw moet de juiste maat hebben in verhouding tot de mensen en de omgeving. Het bouwvolume moet passen in zijn omgeving en prettig aanvoelen. Dit wordt in ieder geval bereikt door de volgende criteria: • Hoogteaccenten in zone XL ter verdichting en oriëntatie. • Daktuinen voorzien van schaduwrijke plekken en flexibel gebruik. • Balkons in zone XL (vanaf bouwlaag 6) mogen voor max. 1/4 van het totale balkon deel uitkragend zijn. 5. Materiaal, textuur, kleur en licht: De materialen, kleuren, en hoe het licht op het gebouw valt, maken een groot verschil. Ze zorgen ervoor dat het gebouw prettig oogt en past bij de ambiance van de plek • Circulair materiaalgebruik in gebouw en openbare ruimte. • Beplanting afstemmen op periodes van droogte/neerslag. • Diversiteit in gevelbeeld door variatie in materialisatie en/of kleur (zintuigen stimuleren). • Flexibele balkonbeglazing is denkbaar bij geluidgevoelige locaties.
2 Beeldkwaliteitseisen Stadse Woonstraten - Zonderwijk