CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Begripsbepalingen

Raad (besluitvormend) 7 juli 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Veldhoven 'Deelplan Zonderwijk'4.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage I: Begripsbepalingen Omgevingsplan gemeente Veldhoven Concept wijzigingsbesluit

colofon

projectnaam Bijlage I: Begripsbepalingen datum 2 mei 2026 projectnummer P04346 IDN opdrachtgever gemeente Veldhoven Concept 2 mei 2026 Ontwerp 22 juli 2025 Vaststelling BRO projectleider TAu projectteam TAu bron kaft BRO review -

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Begripsbepalingen aaneengebouwde woning: een hoofdgebouw (woning) dat deel uitmaakt van een blok van meer dan hoofdgebouwen, waarvan het ene hoofdgebouw tegen het hoofgebouw van het aangrenzende bouwperceel is gebouwd; ook de "eindwoning" van een blok van aaneengebouwde woningen wordt als een "aaneengebouwde” woning gezien. aansluitafstand: afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. Activiteitenbesluit-bedrijventerrein: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld. archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). AS SIKB 2000: AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018. bebouwingsgebied: achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

bebouwingspercentage: een percentage, dat de grootte van het deel van een bepaald gebied aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen, overkappingen, carports en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Kelders en ondergrondse ruimten tellen niet mee voor de bepaling van de bebouwde oppervlakte als zij volledig onder de grond liggen. bedrijfsmatige activiteit: een activiteit gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen van goederen, evenals verhuur, opslag en distributie van goederen en eventueel ondergeschikte detailhandel. beroepsmatige activiteit aan huis het verrichten van betaalde werkzaamheden die niet specifiek publiekgericht zijn en op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk worden uitgeoefend, door de bewoner van die woning. De werkzaamheden passen qua aard en schaal bij een woonomgeving. Het gaat daarbij om het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig/cultureel, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid.

Bijlage I: Begripsbepalingen

3

bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. begane grondlaag: de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.

bestaand: a. bij bebouwing: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van een ontwerpwijziging van het omgevingsplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd volgens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. bij gebruik van grond en opstallen: zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het omgevingsplan in werking is getreden. bloementuin: een tuin of een gedeelte van een tuin dat speciaal is aangelegd om bloemen te kweken en te tonen door een vereniging. bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. De begane grond is een bouwlaag. Een kelder/souterrain en zolder niet. bouwactiviteit: een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar op basis van de regels gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen staan. BRL SIKB 2000: BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-122013. BRL SIKB 7000: BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015.

cafetaria/snackbar/afhaalservice: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwakalcoholische en niet-alcoholische dranken. café: een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid.

Bijlage I: Begripsbepalingen

4

carport: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder eigen wanden of deuren, bedoeld als overdekte stallingruimte voor personenauto's. coffeeshop: een horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met eventueel als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid, en van verdovende en/of hallucinerende stoffen. concentratiegebied geurhinder en veehouderij: gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied. cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. dak: de gesloten bovenbeëindiging van een gebouw. dakkapel: een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de daknok is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in een of beide dakvlakken zijn geplaatst.

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. dichte erfafscheiding: een erfafscheiding met een constructie waardoor het zicht op de achterliggende gronden wordt belemmerd en waarbij de constructie voor meer dan 30% dicht is. dienstverlening: het bedrijfsmatig verkopen en verlenen van zakelijke en persoonlijke diensten. distributienet voor warmte: collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater.

Bijlage I: Begripsbepalingen

5

eindafrekening: afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen en financiële bijdragen als bedoeld in artikel 13.20 respectievelijk 13.23 van de Omgevingswet. erker: een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel. financiële bijdrage: financiële bijdrage voor ter verbetering van de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 13.23 en artikel 13.24 van de Omgevingswet. friendswoning: een vorm van wonen waarbij vrienden, familieleden, collega's of niet bekenden samenwonen en één huishouden vormen. Iedere bewoner heeft daarbij een eigen slaapkamer. De keuken, woonkamer en de badkamer worden daarbij gedeeld. garagebox: een gebouw dat bedoeld is voor de stalling van motorvoertuigen, alsmede als opslagplaats c.q. berging ten behoeve van huishoudelijk gebruik. geschakelde woning: wonen in de vorm van een vrijstaand geschakelde woning of een twee-onder-een-kapwoning. gestapeld: een bouwvorm waarbij in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen (woon)functies bevat. geurgevoelig object: a. gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3.

dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b. geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. gezoneerd industrieterrein: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. groene vingers: de vijf grotere groene oost-west gerichte structuren in Veldhoven die zorgen voor het contact tussen het stedelijk gebied en het landschap. Ze geven kwaliteit en identiteit aan Veldhoven en bieden de ruimte om te ontmoeten en te recreëren. De volgende vijf structuren met ieder een eigen karakter zijn te onderscheiden: 1. De Rundgraaf;

Bijlage I: Begripsbepalingen

6

2. De Heerbaan; 3. Zone ter hoogte van de Bossebaan, Hagendorenseweg-Julianastraat; 4. Zone ter hoogte van de Europalaan; 5. Zone van de Poelenloop of Rijt en de Gender. hondenuitlaatvoorziening: a. hondenuitlaatterrein: al dan niet afgeschermd/omheind of met paaltjes gemarkeerd terrein waarbinnen honden los mogen lopen en hun behoefte mogen doen, zonder opruimplicht; b. hondenuitrenterrein: met paaltjes gemarkeerd terrein waarbinnen honden los mogen lopen, maar niet hun behoefte mogen doen, met opruimplicht; c.

hondenuitlaatroute: met paaltjes gemarkeerde route (1,5 m brede strook) waar honden aangelijnd mogen lopen en hun behoefte mogen doen, zonder opruimplicht.

horeca – 1: een horecabedrijf dat hoofdzakelijk overdag en 's avonds (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige maaltijden en etenswaren aanbiedt zoals een broodjeszaak, koffie-/theehuis, ijssalon en/of een qua aard, openingstijden en invloed op de omgeving vergelijkbaar horecabedrijf. horeca – 2: een horecabedrijf dat vooral 's avonds maaltijden en/of (alcoholische) dranken aanbiedt, zoals een café, cafetaria/snackbar/afhaalservice, conferentiecentrum, ontmoetingscentrum, restaurant, en/of een qua aard, openingstijden en invloed op de omgeving vergelijkbaar horecabedrijf. horeca – 3: een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het 's avonds en/of 's nachts verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een discotheek, zalencentrum en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. hospita: een vorm van wonen waarbij de huurder en de verhuurder (de hospita) wonen in dezelfde woning. De verhuurder verhuurt één of meer kamers. Gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de keuken, douche en toilet worden vaak gedeeld. huishouden: een persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.

Inwoning, meer-generatiewoning en friendswoningen worden beschouwd als één huishouden. industrie: perceel of deel van een perceel dat bedoeld is voor het gebruik industrie. inwoning: een vorm van wonen waarbij een woning wordt gedeeld met bijvoorbeeld een familielid of een kennis, zonder dat hiervoor huur wordt gevraagd. Er dient sprake te zijn van één huishouden.

Bijlage I: Begripsbepalingen

7

ISO 11423-1: ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997. kamerverhuur: het verhuren en gebruiken van onzelfstandige woonruimtes van een woning dan wel een hoofdgebouw met bijbehorende bouwwerken aan één of meerdere personen die elk deel uitmaken van een eenpersoonshuishouden. kantoor: een (gedeelte van een) gebouw waar werkzaamheden aan een bureau worden verricht, zoals bestuurlijke, financiële, zakelijk of administratieve werkzaamheden. Klanten worden zelden of niet rechtstreeks en zonder afspraak geholpen. kelder: een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, tot maximaal een 0,5 meter boven maaiveld. kostenverhaalsbeschikking: beschikking als bedoeld in artikel 13.18 lid 3 van de Omgevingswet. kostenverhaalsbijdrage: de door een aanvrager van een Bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigde betaling in de kosten op grond van artikel 13.11 van de Omgevingswet. kostenverhaalsgebied: het kostenverhaalsgebied waarop de Kostenverhaalsregels van toepassing zijn en welke als zodanig bij deze wijziging van het Omgevingsplan is bepaald. kostenverhaalsregels: de kostenverhaalsregels als bedoeld in artikel 13.14 en artikel 13.15 van de Omgevingswet.

laad- en losplaats: een speciaal aangewezen opstelplaats bestemd voor het laden en lossen van goederen, inclusief manoeuvreerruimte. landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders. landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

Bijlage I: Begripsbepalingen

8

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren. maatschappelijk: gebruiksactiviteiten ten behoeve van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, onderwijs, opvoeding, cultuur en lichamelijke en/of geestelijke gezondheidszorg, niet zijnde zorgwoningen. maatvoeringen: omgevingsnormen die de waarden vastlegt zoals de hoogte, breedte, diepte van het bouwwerk of de omvang van voorzieningen. moestuin: perceel of deel van een perceel dat bedoeld is om gewassen te telen voor eigen consumptie. NEN 5725: NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017. NEN 5740: NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016. NEN 6090: NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017. NEN 6578: NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011. NEN 6589: NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010. NEN 6600-1: NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019.

NEN 6965: NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaireabsorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005. NEN 6966: NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006. NEN-EN 12566-1: NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016.

Bijlage I: Begripsbepalingen

9

NEN-EN 12673: NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999. NEN-EN 16693: NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015. NEN-EN 1825-1: NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006. NEN-EN 1825-2: NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002. NEN-EN 858-1/A1 NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004. NEN-EN 858-2: NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003. NEN-EN 872: NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005.

NEN-EN-ISO 10301: NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997. NEN-EN-ISO 10523: NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012. NEN-EN-ISO 11885: NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009. NEN-EN-ISO 12846: NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

Bijlage I: Begripsbepalingen

10

NEN-EN-ISO 14403-1: NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012. NEN-EN-ISO 14403-2: NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012. NEN-EN-ISO 15587-1: NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002. NEN-EN-ISO 15587-2: NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002. NEN-EN-ISO 15680: NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003. NEN-EN-ISO 15682: NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.

NEN-EN-ISO 15913: NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003. NEN-EN-ISO 17294-2: NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016. NEN-EN-ISO 17852: NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008. NEN-EN-ISO 17993: NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004. NEN-EN-ISO 2813: NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.

Bijlage I: Begripsbepalingen

11

NEN-EN-ISO 5667-3: NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018. NEN-EN-ISO 5815-1: NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019. NEN-EN-ISO 5815-2: NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.. NEN-EN-ISO 9377-2: NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000. NEN-EN-ISO 9562: NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004. NEN-ISO 15705: NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003. NEN-ISO 15923-1: NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.

nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. ondergeschikte bouwdelen: bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen en liftschachten. ondergeschikte detailhandel: detailhandel voor zover deze qua omzet, ruimtelijke omvang en functie ondergeschikt is aan de toegestane bedrijfsmatige activiteit. De bedrijfsvloeroppervlakte die wordt gebruik voor detailhandel mag maximaal 30% bedragen van de totale toegestane en feitelijke gebruikte bedrijfsvloeroppervlakte, met een absolute bovengrens van 15 m². Daarnaast mag de omzet uit detailhandel niet meer dan 30% van de totale bedrijfsomzet bedragen. Tot slot moeten de te verkopen goederen functioneel aansluiten bij de hoofdactiviteit van het bedrijf.

Bijlage I: Begripsbepalingen

12

ondergeschikte horeca: horeca die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie die op een locatie is toegestaan. Dit betekent dat de horecavoorziening niet zelfstandig functioneert, maar ondersteunend is aan een andere hoofdactiviteit, zoals detailhandel, cultuur of dienstverlening. ondergronds bouwwerk: een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het peil ligt. openbare parkeerplaatsen: de voor eenieder toegankelijke openbare plaatsen, waaronder parkeervakken langs de weg, openbare parkeerterreinen en openbare parkeergarages die in eigendom en/of beheer zijn bij de gemeente. open erfafscheiding: een erfafscheiding met een constructie die wel de toegang tot de achterliggende gronden fysiek belemmert, maar waarbij het zicht op de achterliggende gronden intact blijft, bijvoorbeeld door het gebruik van gaas of spijlen. Hierbij dient de constructie voor minimaal 70% open/begroeid te zijn. Een (dichte) poort in de erfafscheiding is hierbij toegestaan. overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en niet meer dan één eigen wand. parkeerplaats: opstelplaats voor één auto. Parkeergarages en en/of garageboxen bij woningen vallen hier niet onder. Opstelplaatsen in collectieve parkeervoorzieningen en carports worden wel gezien als parkeerplaats.

patiowoning: een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenterrein die begrensd wordt door de gevels van aangrenzende of op het eigen perceel aanwezige bebouwing. peil: a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. plankosten: plankosten als bedoeld in hoofdstuk 13 van de Omgevingsregeling en bijlage XXXIVa behorende bij de Omgevingsregeling gelezen in samenhang met artikel 13.15 Omgevingswet. Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkassenerven: voor het projectgebied de Kempen geldende onderzoeksprotocol, versie juni 2019. restaurant: een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken.

Bijlage I: Begripsbepalingen

13

seksgerelateerde bedrijvigheid: een voor publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen plaatsvinden of erotisch- pornografische handelingen bekeken kunnen worden. Hieronder vallen in ieder geval: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, erotisch getinte horeca, raam- en straatprostitutie, al dan niet in combinatie met elkaar. siertuin: perceel of deel van een perceel waar geen gewassen worden of zullen worden geteeld voor eigen consumptie en waar geen beweiding van landbouwhuisdieren plaatsvindt. sportvoorziening: instelling/gelegenheid, welke primair is gericht op de uitoefening van sporten. standplaats: vanaf een vaste locatie te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel. stedelijk groen: beplanting (zoals bomen, struiken, gras en andere vegetatie gronden) gelegen binnen de bebouwde kom. Hieronder vallen onder meer parken, plantsoenen, groenstroken, bermen, stadsbossen en natuurrijke speelterreinen. straatpeil: a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. supermarkt: een zelfbedieningswinkel waar vooral levensmiddelen, voedingsmiddelen - inclusief versartikelen zoals groente, brood, vlees en zuivel - en huishoudelijke artikelen worden verkocht. Het winkelvloeroppervlak (wvo) is minimaal 250 m2. twee-onder-een-kapwoning: een woning waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct tegen elkaar aaneengebouwde hoofdgebouwen. Ook de laatste woningen die onderdeel zijn van een reeks van dezelfde projectmatig gebouwde twee-onder-een-kapwoningen vallen hieronder. voorgevel: de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. voorgevellijn: de denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen.

Bijlage I: Begripsbepalingen

14

voorste bouwgrens: de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde grens van het bouwvlak of de zijde van het bouwvlak waarop de voorgevel is georiënteerd. vrijstaande woning: een woning, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd. vrijstaand geschakelde woning: een woning waarvan het hoofdgebouw via een bijgebouw (of bijbehorend bouwwerk) verbonden is met het hoofdgebouw op het buurperceel. Het hoofdgebouw is met de andere kant in de zijdelingse perceelsgrens gebouwd. Ook woningen die aan het einde staan van een reeks van soortgelijke woningen worden beschouwd als geschakelde woning, ook al staat deze niet met één kant in de zijdelingse perceelsgrens. warmteplan: besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

water: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan voorzieningen als duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten. werkingsgebied nieuwe deel omgevingsplan gemeente Veldhoven: het geografisch afgebakend gebied binnen Veldhoven waarop de nieuwe regels van het omgevingsplan van toepassing zijn. Deze regels zijn gesteld op grond van artikel 4.1 van de Omgevingswet, waarin is bepaald dat een omgevingsplan regels kan bevatten over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het werkingsgebied vormt daarmee de juridische en ruimtelijke reikwijdte van deze nieuwe bepalingen binnen Veldhoven. werkingsgebied tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Veldhoven: het geografisch afgebakend gebied binnen Veldhoven waarop de tijdelijke regels van het omgevingsplan van toepassing zijn. Dit betreft de regels die tijdens de transitieperiode vanuit het omgevingsplan van rechtswege, de bestaande planologische regelingen zijn overgenomen en blijven gelden totdat zij worden vervangen door nieuwe regels op grond van artikel 4.1 van de Omgevingswet.

Het werkingsgebied vormt daarmee de juridische en ruimtelijke reikwijdte van het tijdelijke deel van het omgevingsplan binnen Veldhoven. winkelvloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke vloeroppervlakte in een winkel.

Bijlage I: Begripsbepalingen

15

woning: een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Dit is een woning die een eigen toegang heeft en waarvan het gebruik niet afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woning. Kamerverhuur en zorgwoningen vallen hier bijvoorbeeld niet onder. woonwagenstandplaats: een plek dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor wonen geschikte ruimte, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten. woonwagenwoning: een woning, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. zinkassen: restproduct van de thermische zinkertsverwerkende bedrijven of voormalige thermische zinkertsverwerkende bedrijven in de Nederlandse en Belgische Kempen. zinkassengebied De Kempen gebied waarbij zinkassen in de bodem aanwezig zijn of waarbij de bodem verontreinigd is geraakt door de aanwezigheid van zinkassen in het verleden. Het gehele ambtsgebied van de gemeente Veldhoven valt onder dit gebied.

zorgwoning: een zelfstandig gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging nodig hebben. Verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.

Bijlage I: Begripsbepalingen

16

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Bijlage I: Begripsbepalingen

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17005683/2