CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Gewijzigde Verordening Sociaal Domein Veldhoven (concept ter vaststelling)

Raad (besluitvormend) 25 maart 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen actualisatie verordening Sociaal Domein Veldhoven24.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

9.4 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? Jeugdwet / Wmo / PW / IOAW / IOAZ / WI / Llv 9.4.1 Controle 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening en of hij de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. 2. De controle door de gemeente vindt periodiek, themagericht of signaalgericht plaats. 3. De manier waarop de controle wordt uitgevoerd, past bij de situatie.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

49

4. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 5. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 9.4.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik De gemeente informeert inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 9.4.3 Privacy 1. De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op, die ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. De protocollen voldoen aan de regels die daarvoor gelden vanuit de regelgeving op het gebied van privacy, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De gemeente maakt de protocollen openbaar. 2. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat de inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. 3. Een inwoner voor wie de gemeente gegevens heeft vastgelegd, heeft op verzoek recht op:  Inzage van gegevens.  Rectificatie van gegevens.  Wissen van gegevens.  Beperking van de verwerking van zijn gegevens.

Het verzoek van een inwoner wordt door een daartoe aangewezen medewerker van de gemeente (privacy officer) beoordeeld. 9.4.4 Toezichthouders 1. De gemeente wijst één of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. 2. De gemeente kan personen aanwijzen die toezicht houden op de naleving van het bepaalde in deze verordening.

10 Inspraak en inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is er een participatieraad (Veldhoven Aan Tafel). In dit hoofdstuk staat beschreven wat de taak is van deze raad. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners met een beperking. Kernwaarden Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

50

 

De mening van de inwoner is belangrijk. De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.

10.1 Inspraak van inwoners

Jeugdwet / Wmo / PW / IOAW / IOAZ / Gemeentewet 1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Inspraakverordening zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. 2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de brede participatieraad; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c. door samen met inwoners een plan te ontwerpen. 4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft.

10.2 Participatieraad (Veldhoven aan Tafel)

Jeugdwet / Wmo / PW / IOAW / IOAZ / Gemeentewet 10.2.1 Veldhoven aan Tafel 1. De gemeente faciliteert Veldhoven aan Tafel, een participatieraad die een afspiegeling vormt van de verschillende groepen inwoners voor wie deze verordening iets regelt. Het doel van Veldhoven aan Tafel is om inwoners inspraak te geven in het beleid, de regels en de uitvoering van deze verordening. 2. Veldhoven aan Tafel bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende groepen inwoners voor wie deze verordening iets regelt. 10.2.2 Taken en bevoegdheden Veldhoven Aan Tafel 1. Veldhoven aan Tafel maakt ervaringen, meningen en inzichten van inwoners die afhankelijk zijn van hulp van de gemeente kenbaar aan de gemeente. 2. Veldhoven aan Tafel adviseert de gemeente gevraagd en ongevraagd over plannen om beleid, regels of de uitvoering daarvan bij te stellen. 3. Voor bepaalde thema’s kan Veldhoven aan Tafel aparte werkgroepen samenstellen. 4. Veldhoven aan Tafel kan zelf regels vaststellen over de manier waarop zij werken. 5. De gemeente legt in uitvoeringsregels vast op welke wijze de gemeente Veldhoven aan Tafel faciliteert, zodat de vertegenwoordigers hun rol effectief kunnen vervullen.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

51

10.3 Inspraak bij aanbieders

Jeugdwet / Wmo 1. Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruikmaken van hun diensten of producten inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft. 2. De gemeente controleert of de aanbieder zich houdt aan de regels voor inspraak.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

52

11 Klachten en bezwaren De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staat beschreven wanneer en hoe inwoners een klacht kunnen indienen. Hoe inwoners een vertrouwenspersoon kunnen spreken en hoe inwoners bezwaar kunnen maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Kernwaarden  De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.  De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.  De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven.

11.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure

Awb 1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt niet als het voor de gemeente overduidelijk is dat een mondelinge toelichting geen zin heeft. 3. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. 4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk worden afgehandeld. De gemeente spant zich in dit binnen de wettelijke termijnen te doen. 5. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.

11.2 Klachten over gemeente

Awb 1. De inwoner kan bij de gemeente een klacht indienen over het gedrag van medewerkers of bestuurders naar de inwoner over:  omgangsvormen en fatsoen;  niet of te laat verstrekken van informatie waar de inwoner om heeft gevraagd;  niet nakomen van afspraken of toezeggingen aan de inwoner;  niet bereid zijn om gemaakte fouten te herstellen. 2. De inwoner kan de klacht op de volgende manieren melden:

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

53

 digitaal: via het klachtenformulier op www.veldhoven.nl;  schriftelijk: per e-mail naar gemeente@veldhoven.nl of per brief; en  mondeling. 3. De inwoner ontvangt zo snel mogelijk een bevestiging van de melding van de klacht en informatie over de manier waarop de gemeente de klacht behandelt.

11.3 Klachten over andere personen of organisaties

Awb 1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon die door de gemeente is ingehuurd of een medewerker van een organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Een organisatie moet een klachtenregeling hebben. 2. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht is afgehandeld door de persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente.

11.4 Vertrouwenspersoon

Jeugdwet 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp van de gemeente krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. 2. De vertrouwenspersoon kan de inwoner (jeugdige, ouder of pleegouder) op verzoek ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulpverlening door:  de gemeente;  de jeugdhulpaanbieder;  de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering; en  het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).

11.5 Bezwaar

Awb 1. Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. Nadat de gemeente een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker telefonisch contact op met de inwoner om het bezwaar te bespreken. De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar argumenten, feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente en kan leiden tot een heroverweging van het besluit.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

54

12 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk en goed bruikbaar zijn voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden  Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner.  De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.

12.1 Kwaliteit

Jeugdwet / Wmo / LLv 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenst effect voor de inwoner wordt bereikt. 2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder. 3. De diensten en producten: a. passen bij de behoefte van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen aanvaard zijn; d. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; e. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner worden meegedeeld. 4. De gemeente stelt uitvoeringsregels vast waarin de kwaliteitseisen worden uitgewerkt en controleert of deze eisen door aanbieders worden nageleefd.

12.2 Afstemming met andere organisaties

Jeugdwet / Wmo / Llv De gemeente zorgt ervoor dat de hulp of ondersteuning die de gemeente toekent, aansluit bij andere vormen van hulp of ondersteuning die aan de inwoner wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met aanbieders van hulp of ondersteuning, zorgverzekeraars, huisartsen en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:  procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp of ondersteuning;  communicatie met andere organisaties en de gemeente;  afbakening van taken en verantwoordelijkheden;  aansluiting van vrij toegankelijke hulp of ondersteuning met hulp of ondersteuning waarvoor een toekenning nodig is. Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

55

12.3 Inkoop en aanbesteding

Jeugdwet / Wmo / Llv / Gemeentewet 1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. 2. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij: a. diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; b. als zij personeel hebben, dat zij zich als werkgever houden aan de regels van het arbeidsrecht. 3. De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met: a. het soort dienst of product; b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; e. reis- en opleidingskosten; f. het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten; g. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; 4. De aanbieder moet aantonen dat bij het bepalen van de kostprijs rekening gehouden is met de factoren uit 12.3 lid 3.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

56

13 Tot slot In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier staat beschreven welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden  De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.  De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.

13.1 Uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van nadere regels. Beleidsregels beschrijven hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. In nadere regels worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

13.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening, als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner. Of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening, door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.

13.3 Intrekken oude verordeningen De Verordening sociaal domein Veldhoven die per 1 januari 2024 in werking is getreden, wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening in werking treedt.

13.4 Overgangsrecht 1. Een voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na 1 januari 2025 doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door, totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening of uitkering heeft genomen. 2. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2025 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

57

ingediend vóór 1 januari 2025, geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 13.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe.

13.5 Ingangsdatum en naam 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening sociaal domein Veldhoven. 2. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

58

14 Begrippen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?  Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.  Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.  Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.  Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet terug te vinden zijn in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.

A Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente. Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi, niet zijnde openbaar vervoer. Afstand: afstand tussen de woning en de school voor de leerling, gemeten langs de kortste en voldoende begaanbare en veilige weg op basis van de ANWB routeplanner. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp of ondersteuning die hij nodig heeft. Anders dan wat de gemeente kan toekennen volgens deze verordening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar die vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke voorziening, een algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW en artikel 37 van de IOAZ.

B Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

59

Basisschool: een school waar basisonderwijs wordt aangeboden. Een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs. Begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om het kind tijdens het vervoer te begeleiden. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Of als het om vervoer naar school gaat het kind die vanwege zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap niet of niet zelfstandig van de fiets of het openbaar vervoer gebruik kan maken. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5 onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jeugdige van 18 tot 21 jaar dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

Buitenschoolse opvang: de buitenschoolse opvang, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, van de leerling waar de leerling voor of na afloop van de lestijd op de school verblijft.

D Dichtstbijzijnde toegankelijke school: de school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, dan wel de openbare school die het dichtst bij de woning van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Daar komt een tweede criterium bij, namelijk de school van de soort waarop het kind is aangewezen op grond van zijn lichamelijke of geestelijke situatie.

E Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of mag gebruiken. Effect: het resultaat of doel. Eigen kracht: de mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen om zelf of met behulp van het sociaal netwerk bij te dragen aan het verbeteren van een situatie.

G

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

60

Gebruikelijke hulp: de hulp die in het algemeen mag worden verwacht van de partners (echtgenoten), ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gecertificeerde instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven. Gespecialiseerde jeugdhulp: jeugdhulp waarvoor een toewijzing van de gemeente nodig is.

H Hulpvraag: de behoefte aan hulp of ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Hulpbehoefte: de behoefte aan hulp of ondersteuning die de inwoner, gelet op zijn hulpvraag, eventuele beperkingen en problemen die worden ervaren, heeft. Deze hulpbehoefte wordt vastgesteld door de medewerker van de gemeente en wordt waar nodig onderbouwd met adviezen van andere deskundigen.

I Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32 lid 1 van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 10 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Veldhoven volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-ondersteuning, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp of ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats daar niet meer heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp of ondersteuning door de gemeente. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

J Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

61

Jeugdige: de jeugdige bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

K Kind: de minderjarige. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen.

L Leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voorgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra. Leerlingenvervoer (Llv): de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dat wil zeggen de Wet op het primair onderwijs, de wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.

M Mantelzorg: zorg die aan een inwoner, die hulp of ondersteuning nodig heeft, wordt gegeven door iemand uit zijn omgeving. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Meedoen-voorziening: een voorziening die een inwoner de mogelijkheid biedt om mee te doen door een lidmaatschap of deelname aan een activiteit van een organisatie, een lidmaatschap van de bibliotheek of een tegemoetkoming in de kosten van internet te geven. Misbruik: het gebruiken van een situatie, zaak, persoon of recht op een manier of voor een doel dat niet acceptabel is.

N Natura-tarief: het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de hulp of ondersteuning, op grond van de tarieven waarvoor de gemeente de (vergelijkbare) hulp of ondersteuning heeft ingekocht.

O Oneigenlijk gebruik: gebruik in strijd met een wet of regel. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak, dat de gemeente of de aanbieder die de hulp of ondersteuning aan de inwoner biedt, opstelt, waarin de volgende onderwerpen aan bod komen: de hulpvraag van de inwoner, beperkingen van de inwoner, ervaren problemen Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

62

door de inwoner (en de directe omgeving), de hulpbehoefte van de inwoner, de mogelijkheden om in die behoefte te voorzien op eigen kracht, door inzet van het sociale netwerk, algemene voorzieningen of vrij toegankelijke voorzieningen, de inzet van hulp of ondersteuning vanuit de gemeente en de resultaten die met die inzet behaald moeten worden. Ontwikkelingsperspectiefplan (Opp): een voor de leerling vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a in de Wpo, artikel 41a als bedoeld in de Wec of artikel 26 als bedoeld in de Wvo dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; Openbaar vervoer (OV): openbaar toegankelijke personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Daaronder valt ook een buurtbus. Opstapplaats: door de gemeente aangewezen plaats vanaf waar de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer.

P Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen. PGB: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand hulp(middelen) in kan kopen. Plan voor de besteding van het pgb: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp of ondersteuning die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. PW: Participatiewet.

R Reistijd: de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

63

mag maximaal 15 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 15 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor OV of aangepast vervoer.

S Samenwerkingsverband: er zijn twee samenwerkingsverbanden passend onderwijs: één voor basisonderwijs (als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid van de Wet op het primair onderwijs) en één voor voortgezet onderwijs (als bedoeld in artikel 17a, tweede En zestiende lid van de Wet op het voortgezet onderwijs). Alle scholen zijn verplicht aangesloten, behalve cluster 1 en 2 scholen. In het basisonderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit de reguliere basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo) en de scholen voor speciaal onderwijs (so) van de clusters 3 en 4. In het voortgezet onderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit het regulier onderwijs: vmbo, havo en vwo, het praktijkonderwijs en de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso). Samen zorgen ze ervoor dat alle kinderen een passende plek op school krijgen. School: basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school waar speciaal of voortgezet (speciaal) onderwijs wordt gegeven (als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra). Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen waarmee de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers).

Speciaal onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

T Toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4 van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij rekening gehouden wordt met de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige leerling keuze van een school. Toewijzing: een besluit van de gemeente om gespecialiseerde jeugdhulp toe te kennen of een brief van de gemeente ter bevestiging dat de gemeente ervoor zorgt dat de jeugdige en/of zijn ouders gespecialiseerde jeugdhulp krijgen, als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of de bevoegde rechter naar gespecialiseerde jeugdhulp verwijst.

U Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of IOAZ-uitkering of een bijstandsuitkering voor zelfstandigen (Bbz-uitkering).

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

64

Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jeugdige van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

V Vergoeding: Vergoeding van kosten. In het kader van hoofdstuk 4 (vervoer naar school): de gehele of gedeeltelijke bekostiging van reiskosten, bedoeld in artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 4 Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4 van de Wet op de expertisecentra. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Vrij toegankelijke hulp of ondersteuning: hulp of ondersteuning die beschikbaar is zonder besluit van de gemeente of verwijzing van de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Vrijwilligersorganisatie: een organisatie die bijeenkomsten en/of activiteiten organiseert die worden uitgevoerd door vrijwilligers.

W Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-ondersteuning: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.

Z Zelfredzaamheid-Matrix: een instrument waarmee de zelfredzaamheid van de inwoner wordt vastgesteld. Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden, zoals ook bepaald in artikel 1.1.1 van de Wmo.

Vastgesteld d.d. 17 december 2019 1e wijziging d.d. 15 december 2020 2e wijziging d.d. 1 januari 2024 3e wijziging d.d. 1 januari 2025 (concept ter vaststelling)

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15262963/2