Bijlage 1f_Aanzet Uitvoeringsprogramma Erfgoed
Tekst van het document
Bijlage 7 Aanzet Uitvoeringsprogramma Erfgoed Onderzoek verplichtingen cultuurhistorische waarden De gemeente Veldhoven heeft een wettellijke zorgplicht voor Rijksmonument. Dit betekent onder andere de instandhouding van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Bij grote en kleine ruimtelijke ontwikkelingen wil de gemeente dat er getoetst wordt welke cultuurhistorische waarden er zijn en hoe daarmee wordt omgegaan. De interactieve Cultuurhistorische Waardenkaart (Odzob) vormt hiervoor de basis. Bij ruimtelijke ontwikkelingsplannen is een omgevingsvergunning vaak noodzakelijk om cultuurhistorische waarden te beschermen. De toetsing gebeurt op basis van de erfgoedverordening en het Omgevingsplan. Vroegtijdige afstemming over de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied voorkomt dat erfgoed in een latere fase van de planontwikkeling als een obstakel wordt gezien. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wordt de vraag gesteld of de aangevraagde wijziging of geplande ontwikkeling de monumentale- en cultuurhistorische waarden van het pand of gebied schaadt. Wijzigingen van monumenten, cultuurhistorische ensembles en cultuurhistorisch landschap behoren het historische beeld en structuur te waarderen. Dit geldt ook voor cultuurhistorisch waardevolle objecten. PLANNEN OP ORDE VOLDOENDE GEGEVENS HEBBEN OM te kunnen beoordelen …. Wat hebben we nodig.
Oud situatie en nieuwe situatie en beeldbepalende /cultuurhistorische van belang detailsVoor wat betreft de inhoudelijke aspecten van de aanvraag voor het wijzigen van erfgoed zijn met name details van belang. Deze details komen in een aantal momenten in de vergunningprocedure tot uiting. Daarbij is de intake van de aanvraag een belangrijk moment. Bij de intake en de ontvankelijkheidtoets moet worden gecheckt of alle relevante details van de te wijzigen onderdelen zijn toegevoegd.
Nadere beleidsafwegingen cultuurhistorie Onevenredige aantasting Beschermen van erfgoed betekent niet dat er niks meer mag veranderen aan een beschermd of waardevol object; integendeel. Als de cultuurhistorische of monumentale waarden van een object of pand worden gerespecteerd is het geen probleem om wijzigingen aan te brengen. In het licht van de Omgevingswet moet voor de gebruiker (burgers/ bedrijven) ook duidelijk zijn wáár deze informatie te vinden is. Een adequate informatieverstrekking is van groot belang. Bij een vergunningaanvraag wordt getoetst of deze waarden niet onevenredig worden aangetast. Als dat wel het geval is, vindt een belangenafweging plaats, waarbij wordt gekeken of de andere belangen dermate zwaarwegend zijn dat zij aantasting van de cultuurhistorische waarden rechtvaardigen. De vergunningplicht geldt niet alleen voor de buitenzijde (gevels en daken), maar ook voor het interieur. Het betekent echter niet dat alles aan of in een monument historische waarde heeft. De gemeente kan vragen om een bouwhistorisch onderzoek om te zien welke delen van het monument wegens hun historische waarde bescherming behoeven. Bij de vergunning kunnen dan voorschriften worden opgenomen om die monumentale delen te beschermen.
Vergunning plichtig of Vergunningsvrij De bepalingen over vergunningsvrije bouwwerken zijn opgenomen in art 2.15d en 2.15f van het Bbl.1 Met de bruidsschat wordt aan het omgevingsplan van rechtswege een algemeen verbod
1 In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over veiligheid, gezondheid,
duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en
toegevoegd op het’ zonder vergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken’. Deze artikelen wijzen categorieën van (bouw)activiteiten aan waarvoor dit verbod niet geldt. De overige regels van het omgevingsplan blijven echter onverminderd op deze bouwwerken van toepassing. Bij deze vrijstelling gelden wel randvoorwaarden over maatvoering, plaatsing etc. In artikel 2.15g zijn specifieke randvoorwaarden opgenomen met betrekking tot (voor)beschermde monumenten en door het Rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezichten. Voor gewoon onderhoud, gericht op het behouden van wat er is, en minder omvangrijke activiteiten aan monumenten is geen omgevingsvergunning nodig. Dit betreft normaal onderhoud waarbij materiaalsoort, kleur, vormgeving, detaillering en profilering niet wijzigen. Bijvoorbeeld:
het schilderen in dezelfde kleur/verfsysteem
het vervangen van kapotte ruiten of kozijnen door hetzelfde type/materiaalsoort
het opstoppen van rieten daken
het vervangen van enkele dakpannen.
Verder is het bouwen in, aan of op een monument (rijks of gemeentelijk) niet vergunning plichtig mits het om onderdelen gaat die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben. Ook voor het bouwen in rijks beschermde stads- en dorpsgezichten en voor inpandige veranderingen en bepaalde activiteiten op achtererven is geen vergunning meer nodig. Waar precies de grenzen liggen, is te vinden op de op de website van de RCE.2 Als de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder vergunning, geldt nog steeds dat een beschermd monument niet beschadigd of te vernield mag worden: “vergunningsvrij is dus niet vogelvrij”. Dit valt onder de instandhoudingsplicht beschermd cultureel erfgoed (Omgevingsbesluit art 1.3 en meer specifiek voor rijksmonumenten Bal art 13.11).
Implementatie cultureel erfgoed in omgevingsplan Rijks- en gemeentelijke monumenten als ook objecten of gebieden met archeologische of cultuurhistorische waarden, waaronder de aardkundige waarden en ensembles, zullen via instructie- en maatwerkregels in het omgevingsplan moeten worden opgenomen ter bescherming van de aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarden. Daarnaast wordt voorgesteld om voor de Rijks- en gemeentelijke monumenten ook een functieaanduiding op te nemen in het omgevingsplan. Voor de basisregels voor cultureel erfgoed, die bij het opstellen van het omgevingsplan binnen de gemeente Veldhoven als uitgangspunt kunnen worden gebruikt, zie bijlage. 3 Het gaat hier om voorbeeldregels. In de toelichting van het omgevingsplan zal op basis van de erfgoedkaart een archeologische en cultuurhistorische paragraaf moeten worden opgenomen. Hierin wordt het volgende beschreven en/of weergegeven:
de ondergrond in het plangebied voor zover relevant voor de historische situatie;
de bewoningsgeschiedenis en/of de stedenbouwkundige geschiedenis van het gebied;
de aanwezige monumenten en andere karakteristieke bebouwing of relicten;
het archeologische/cultuurhistorisch onderzoek naar de waarden;
het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. 2 Zie https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2018/01/01/vergunningvrij. 3 De regels moeten voldoen aan de Standaard toepasbare regels (STTR) voor opname in het Omgevingsloket. Daarbij is het mogelijk om extra informatie toe te voegen aan de toepasbare regels, zoals toelichtingen. Omdat er nog geen goede voorbeelden zijn, moeten deze basisregels gezien worden als een eerste aanzet.
de (relicten van) historische terreininrichting en het landschap (verkaveling, begroeiing, wallen, sloten, bolle akkers, steilranden, holle wegen etc.);
het gemeentelijke beleid ten aanzien van archeologische en cultuurhistorische waarden en/of verwachtingen;
tot slot wordt een motivering gegeven van de wijze waarop in het eventuele ruimtelijk ontwerp wordt omgegaan met de eventueel aanwezige waardevolle archeologische en cultuurhistorische relicten.
Conclusie Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Veldhoven zijn de aanwezige cultuurhistorische waarden van lokaal, regionaal en bovenregionaal belang aangegeven. Deze waarden kunnen verschillende typen objecten of gebieden betreffen, die specifieke omschrijvingen in de planregels vereisen. In tegenstelling tot archeologie is voor cultuurhistorische geen standaard vastgesteld op basis van oppervlak en diepte omdat de diversiteit van de cultuurhistorische waarden te groot is. Of en welk onderzoek nodig is, wordt in overleg met de erfgoeddeskundige van de gemeente en/of de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. Dit hoofdstuk geeft een analyse van het bestaand instrumentarium ten aanzien van ruimtelijk erfgoed in de gemeente Veldhoven. Per instrument wordt aangegeven of en hoe daar verbeteringen in kunnen worden aangebracht.
Adviescommissie voor omgevingskwaliteit In de Omgevingswet is de commissie op het gebied van de monumentenzorg vervallen. De gemeente Veldhoven heeft de “Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Veldhoven” vastgesteld. Deze is per 1 januari 2024 in werking getreden met de Omgevingswet. Hierin is vastgelegd dat de adviescommissie tot taak heeft om de gemeenteraad en het college te adviseren op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden. De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken.
In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met architectuur, inrichting openbare ruimte, woonkwaliteit, duurzaamheid, kunst en cultuur, monumentenzorg en de historie van Veldhoven. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt en zo’n geval is er sprake van een dorpsbouwmeester. Een dergelijke dorpsbouwmeester is een lid van de commissie met een eigen door de raad aangewezen takenpakket. Een ambtenaar of een andere deskundige kan op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen). Veldhoven beschikt over een adviescommissie zonder dorpsbouwmeester. Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De
beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota. De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen voor een betere inbedding en aansluiting van welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot “binnenplanse” afwijkingen), als over de toepassing van de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit. Het college van B&W vraagt de adviescommissie advies bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een (rijks)monumentenactiviteit maar kan dat ook doen bij mogelijke aantasting van cultuurhistorische waarden.
De adviescommissie moet zo veel mogelijk ingezet worden om initiatiefnemers aan de voorkant van het proces te adviseren en hen uit te dagen om hun plannen met zo veel mogelijk kwaliteit en consensus te realiseren. Dit is van groot belang omdat onder de Omgevingswet veelal de reguliere procedure van toepassing zal zijn op vergunningaanvragen en er dus ná de aanvraag zeer weinig tijd is voor afstemming. Daarom is het de taak van de gemeente álle afstemming zoveel als mogelijk aan de voorkant van de procedure te laten plaatsvinden. Voor het college zullen adviezen over de meerwaarde van ‘ruimtelijke kwaliteit’ in een project steeds belangrijker worden, als de vraag is of ‘de meerwaarde opweegt tegen het afwijken van de algemene regel van een omgevingsplan’. Indien de afwijking van de algemene regel groter wordt, wordt de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag ook zwaarder om het besluit op goede wijze te motiveren. Voor die motivering van de (maatschappelijke) meerwaarde is, volgens de Raad voor de Leefomgeving, een advies van een (brede) onafhankelijke adviescommissie noodzakelijk. Veldhoven beschikt sinds januari 2024 over een adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Vooruitlopend op het herziende erfgoedbeleid is de erfgoedverordening geactualiseerd en is er een nieuwe subsidieregeling voor gemeentelijke monumenten vastgesteld.
Een ander stimulerende maatregel betreft de leges.
Geen Leges voor Monumentactiviteit Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning of wijziging van een bestemmingsplan kunnen leges in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Ook kunnen bepaalde advieskosten, zoals voor de inhuur van archeologische deskundigheid, worden doorberekend in de leges. Het betreft terugkerende taken die samenhangen met het adviseren inzake bestemmingsplannen, vergunningen en het beoordelen van archeologische en cultuurhistorische rapporten en het toezien op de uitvoering van archeologisch, bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek:
Beoordelen van Programma’s van Eisen (controle onderzoeksvragen, prospectiestrategie en –methode) voor alle uitvoerende onderzoeken in de gemeente. In de regel betreft het onderzoeken in het kader van nieuwe (ontwikkelingsgerichte) bestemmingsplannen of onderzoeken in het kader van omgevingsvergunningen.
Beoordelen van cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken in (ruimtelijke) stedelijke of landschappelijke nieuwbouw- c.q. ontwikkelingsprojecten.
Beoordelen van de rapportages die het resultaat zijn van uitgevoerde onderzoeken en op basis daarvan besluiten of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.
Selecteren van cultuurhistorische waarden op grond van een afgerond vooronderzoek en een uitgebracht advies.
Formuleren van de eisen aan de maatregelen, die gericht zijn op het beschermen van geselecteerde erfgoedwaarden.
Voor de Omgevingsvergunning monumentenactiviteit worden er in Veldhoven geen leges in rekening gebracht, wel voor de activiteit bouwen.
Bouwhistorisch onderzoek Bij gebouwde monumenten is vaak sprake van een summiere monumentenbeschrijving en waardestelling, omdat meestal alleen de buitenzijde van het pand beschreven is. De redengevende monumentbeschrijving is bedoeld om een object te duiden en de reden van bescherming te motiveren. Of in het pand nog oude kelders, schouwen of constructieonderdelen, zoals balklagen of oude kapconstructies aanwezig zijn, is in de meeste gevallen niet bekend. Om duidelijkheid te krijgen over de specifieke waarden van een monument, zoals muren of constructies is deze beschrijving vaak niet toereikend. Het is wenselijk om voorafgaand aan de vergunningaanvraag een uitgebreider bouwhistorisch onderzoek of verkenning te laten uitvoeren. De diepgang van het onderzoek is afhankelijk van de ingreep en de vraag welke monumentale waarden in geding zijn. Bouwhistorisch onderzoek omvat het zoeken naar alle relevante gegevens, en de analyse en de interpretatie daarvan, die kunnen leiden tot de beschrijving van de bouw– en gebruiksgeschiedenis van bouwwerken of structuren. Er worden verschillende vormen van bouwhistorisch onderzoek onderscheiden op grond van de diepgang van de werkzaamheden. In bijlage 4 zijn minimale richtlijnen geformuleerd waaraan het bouwhistorisch onderzoek moet voldoen, wat eenduidigheid geeft voor de initiatiefnemers.4 Het doel van bouwhistorisch onderzoek is: -
signalering van historische bouwwerken en structuren;
-
documentatie van historische bouwwerken en structuren (bouw-, verbouwings –en gebruikersgeschiedenis)
-
bouwhistorische waardestelling van historische bouwwerken en structuren, ten behoeve van een beter beheer of als voorbereiding van een restauratie, verbouwing of herbestemming. Door het bepalen en vastleggen van bouwhistorische waarden kan worden voorkomen dat deze door onwetendheid verloren gaan;
-
advisering bij verbouwingen van bouwwerken en structuren;
-
vergroting van kennis van de geschiedenis van het bouwen/ verbouwen
Het voordeel van een bouwhistorisch onderzoek is dat de waardestelling voor alle partijen inzichtelijk is. Daarmee kan de juiste discussie worden gevoerd over de meest essentiële kwaliteiten van het pand. Dit biedt voor alle partijen duidelijkheid en zorgt voor een goede procesvoortgang en uiteindelijk veel tijdswinst. Het waarde stellend bouwhistorische onderzoek vormt een toetsingskader voor de beoordeling van een omgevingsvergunning voor wat betreft de specifieke monumentale waarden van een pand. De gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit bepaalt en beoordeelt de onderzoeken aan de hand van de vastgestelde richtlijnen en kennis van de situatie. Wanneer geen monumentale waarden in het geding zijn, of een beperkte ingreep plaatsvindt, zal geen of slechts een beperkt onderzoek nodig zijn. Indien er meer gecompliceerde ingrepen gaan plaatsvinden, zal er een onderzoek door een deskundige (bouw- c.q. architectuurhistoricus) moeten plaats vinden.
4
Uitgangspunt is dat het onderzoek in een zo vroeg mogelijk stadium wordt verricht, zodat het kan dienen als leidraad en inspiratiebron voor de planvorming.
Gemeentelijke richtlijnen cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek In haar rol van bevoegd gezag ziet de gemeente erop toe dat bij de uitvoering van alle vormen van onderzoek wordt gewerkt conform de (standaard)richtlijnen zoals moet worden vastgelegd in het gemeentelijke erfgoedbeleid. Dit gemeentelijke toezicht geldt ook voor cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek wat steeds vaker binnen de gemeenten voorkomt. Hier waren nog geen richtlijnen voor opgesteld vanuit de gemeente in tegenstelling tot archeologie. De richtlijnen voor cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek zijn conform de landelijke richtlijnen.
Voor cultuurhistorisch onderzoek raadpleeg: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2013/01/01/cultuurhistorischonderzoek-in-de-vormgeving-van-de-ruimtelijke-ordening
Voor bouwhistorisch onderzoek raadpleeg: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2009/01/01/richtlijnenbouwhistorisch-onderzoek
Deze richtlijnen voor cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek zijn vertaald in Bijlage 4 en zijn bedoeld om het zorgvuldig omgaan met erfgoed verder te professionaliseren. Alle archeologische, cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken, die binnen de gemeente Veldhoven worden uitgevoerd in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, zullen moeten voldoen aan de hier gestelde richtlijnen. Met deze richtlijnen worden de onderzoeken toegespitst op de gemeentelijke situatie, zoals het verplicht raadplegen van de erfgoedkaart en het Erfgoedhuis of het voorkomen van onnodige karterende boringen. De richtlijnen vormen tevens het kader voor de toetsing van cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek bij vergunningsprocedures. Cultuurhistorisch, bouwhistorisch en vooral archeologisch, onderzoek raakt veel belanghebbenden en betrokkenen; van eigenaar, onderzoeker, ontwerper, toezichthouder tot en met beheerder. Het gaat om het nemen van afgewogen beslissingen. De cultuurhistorische waarde is daarbij een essentieel onderdeel. De richtlijnen zijn in eerste instantie bedoeld voor eigenaren/beheerders van een cultuurhistorisch waardevol object, gebied of gebouw, de onderzoekers die de waarden van een object of gebouw vaststellen, en toetsers die veranderingen beoordelen en/of daarvoor vergunning verlenen.
De resultaten leveren in woord en beeld inspiratie en uitgangspunten op voor het ontwerpproces.
Onderhoud erfgoedkaart Het is voor de gemeente strategisch en organisatorisch van belang om over een zo volledig mogelijk en actueel overzicht van de samenstelling van het eigen erfgoed te kunnen beschikken. De erfgoedkaart is in dat kader een belangrijk instrument, dat echter up-to-date moet worden gehouden. Alle relevante informatie uit archeologisch, cultuurhistorische en bouwkundig onderzoek binnen de gemeente dient beschikbaar te komen voor de verdere ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. Alle nieuwe informatie moet daarbij in een goed functionerend informatiesysteem terechtkomen en gebruikt worden voor het actualiseren van de gemeentelijke erfgoedkaart.
Het onderhoud van de erfgoedkaart van de gemeente Veldhoven zal worden verzorgd door de Odzob via de website https://odzob.nl/kaarten-erfgoed-archeologie. Voor het onderhoud van de erfgoedkaart zal jaarlijks structureel € 4.000, - worden gereserveerd.
Conclusie Om vergunningaanvragen te kunnen beoordelen is specialistische kennis noodzakelijk op gebied van archeologisch, gebouwd en landschappelijk erfgoed.
De gemeente Veldhoven beschikt over een adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Om de inzet van de deskundigen te waarborgen binnen de gemeente, is een structurele werkwijze gewenst, waarbij erfgoed deskundigen bij de hele keten van ruimtelijke ordening worden ingezet.
De gemeente Veldhoven beschikt over een subsidieverordening voor gemeentelijke monumenten en er worden geen leges geheven voor activiteit ‘Monument’.
Bij vergunningaanvragen betreffende erfgoed of in de omgeving hiervan is het verrichten van cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken/verkenningen conform de landelijke richtlijnen vereist. Een actuele interactieve erfgoedkaart is een belangrijk instrument. Alle relevante informatie uit archeologisch, cultuurhistorisch en bouwkundig onderzoek binnen de gemeente dient beschikbaar te zijn en blijven voor de verdere ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. Alle nieuwe informatie moet daarbij in een goed functionerend informatiesysteem terechtkomen en gebruikt worden voor het actualiseren van de gemeentelijke erfgoedkaart.
Dankzij de interactieve erfgoedkaart is de cultuurhistorische informatie openbaar toegankelijk.
Keuzen erfgoedbeleid Om de gestelde doelen in de erfgoednota te verwezenlijken, moeten er keuzen worden gemaakt. Hieronder volgt een opsomming. De opsomming is een aanzet. 5 Keuzen erfgoedbeleid
Actualisatie (aanwijzing van) gemeentelijke monumenten (m.b.v. de nieuwe erfgoed meetlat).
Inventarisatie van overige cultuurhistorische cq. beeldbepalende structuren en objecten, met name de Wederopbouwperiode en POST65.
Inventarisatie monumentaal groen, zoals parken, kerkhoven en monume
Structurele actualisatie van dit erfgoedbeleid (elke 7 tot 10 jaar).
Structurele actualisatie met een jaarlijks onderhoud van de erfgoedkaart (en hierbij de wijzigingen automatisch mandateren in beleidskaart)
Ruimtelijke invloedssfeer Kerken en monumenten (vanuit de kerkenvisie is de wens om de kerken te waarderen en eventueel aan te wijzen als gemeentelijk monument.
Opstellen van beeldkwaliteitsplannen voor stedenbouwkundig waardevolle cultuurhistorische structuren (Borghoutspark en Zandoerle) en de Naoorlogse woonwijken.
Inventariseren roerend, informatief en immaterieel erfgoed.
Uitgangspunten erfgoedvisie door vertalen in omgevingsplan. Maatwerkregels opnemen in het Omgevingsplan.
Keuzen monument(eigenaren)
5 Deze lijst geeft slechts een voorzet aan keuzen en is zeker niet volledig.
Eigenaren van monumenten informeren en expliciet betrekken bij het behoud.
Actieve deelname in herbestemming van gebouwen en complexen.
Bedenken van stimulerende maatregelen voor eigenaren
Keuzen organisatie
Opleiding interne organisatie door middel van terugkerende workshops/ bouwplanttoetser
Keuze beleven en verbeelden van erfgoed
Canon van Veldhoven
Museum Oude Slot omgeving versterken
Zichtbaar maken erfgoed door middel van tentoonstellingen, open dagen, rondleidingen