Bijlage 1c_Overzicht van waardevol cultureel erfgoed in Veldhoven
Tekst van het document
Bijlage 3: Overzicht van waardevol cultureel erfgoed in de gemeente Veldhoven Versie maart 2025
Inhoudsopgave ....................................................................................................................................................1 1. Overzicht van gebouwde rijksmonumenten...........................................................................2 2. Overzicht van gemeentelijke monumenten............................................................................4 3. Overzicht van archeologische rijksmonumenten...................................................................5 4. Overzicht van archeologisch waardevolle gebieden............................................................11 5. Overzicht van cultuurhistorisch waardevolle gebieden van Provinciaal belang..................17
De Plaetse van Zandoerle (foto Erfgoedhuis Veldhoven).
1
1. Overzicht van gebouwde rijksmonumenten De gegevens in dit overzicht zijn ontleend aan het Rijksmonumentenregister zoals beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en opgenomen in de Objecten Databank (ODB). Verder is ook het unieke nummer zoals vermeld op de erfgoedkaart opgenomen. Voor een uitgebreide (redengevende) omschrijving en waardering van het gebouwde erfgoed in de gemeente Veldhoven, zie de catalogus bij de gemeentelijke erfgoedkaart. Rijksnummer 37046 37040 507725 37043 507720 37047 37050
Naam, adres Zeelster Molen Molen de Adriaan Kerk St. Johannes de Doper in Oerle Sint Lambertuskerk Kapelstraat-Zuid 20 Meerveldhoven H. Caeciliakerk Veldhoven Willibrorduskerk in Zeelst Kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand, Zandoerle
507723
Pastorie Kapelstraat Zuid 18 Meerveldhoven
37041
Pastorie Dorpstraat 93-95 Veldhoven
37042 507721 37045 37049 37058 37059 37057 37052 37053 37056 37055 507727 37048 37044 507719 507724 507728 507722 507726
N.H. Pastorie Dorpstraat 120 Veldhoven Notarishuis, Dorpstraat 25-25a, Veldhoven Trapjeshuis, Kapelstraat-Noord 76-78, Meerveldhove Oude Kerkstraat 52 Paleisstraat 1, Zandoerle Zandoerle 17 Paddevenweg 2, Zandoerle Dingbank, Zandoerle 15, Zandoerle Zandoerle 26, Zandoerle Zandoerle 30, Zandoerle Zandoerle 36, Zandoerle Zandoerle 34, Zandoerle Vilderstraat 1, Berkse Hoef, Oerle Berkt 50, Zandoerle Hemelrijken 6-8-12-14, Veldhoven Huize Selstadium Binnenweg 1, Zeelst Villa Het Slot 1929, Kruisstraat 23, Zeelst Villa Kapelstraat Zuid 8, Meerveldhoven Villa Kapelstraat Zuid 3, Meerveldhoven Huize Ter Eik Provincialeweg 66, Meerveldhoven
Uniek nr. 13.16.1.001 13.16.1.007 13.26.1.002
Functie windmolen windmolen Kerk
13.26.1.004 13.26.1.008
Kerk Kerk
13.26.6.002 13.26.13.00 1 13.26.13.00 2 13.26.13.00 3 13.31.1.001 13.31.1.002 13.31.1.003 13.31.2.001 13.31.2.002 13.31.2.003 13.31.2.004 13.31.2.005 13.31.2.006 13.31.2.007 13.31.2.008 13.31.2.009 13.31.2.010 13.31.3.001 13.31.3.002 13.31.3.003 13.31.3.004 13.31.3.005
Kapel Pastorie Pastorie Pastorie Woonhuis Woonhuis Woonhuis Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Boerderij Villa Villa Villa Villa Villa
2
Rijksmonument Binnenweg 1 in Veldhoven (foto 2011 Wikimedia Commons, Rosemoon).
3
2. Overzicht van gemeentelijke monumenten Naam, adres Jozeftoren in d’Ekker
Uniek nr. 13.26.1.009
Functie Kerktoren
De Jozeftoren in wijk d’Ekker is een gemeentelijk monument (foto Eindhovens Dagblad, Ger de Greef/SHEV).
4
3. Overzicht van archeologische rijksmonumenten De onderstaande archeologische rijksmonumenten zijn beschermd vanuit de Erfgoedwet. Ze zijn op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen als archeologische rijksmonumenten. Monument nr.
Locatie
Complextype
Beschrijving
487
Heersche Heide; De Heibloem
Grafheuvel, onbepaald
1501
Koningshof
Grafveld, onbepaald
Terrein met sporen van begraving (urnenveld) uit de ijzertijd. Een deel van het urnenveld is in 1844 onderzocht door P.N. Panken, in 1910 opnieuw door C. Rijken. Het monument omvat een gereconstrueerde grafheuvel (ijzertijd) met een diameter van 15 meter en een hoogte van 0.6 meter. Het heuvellichaam is aangetast. Waarschijnlijk is er tijdens boswerkzaamheden met zwaar materiaal overheen gereden. Onderzoek 1957 door Instituut voor Prehistorie Leiden (IPL). Omdat deze tumulus de honderdste was die in Brabant wetenschappelijk werd onderzocht, heeft de heuvel de bijnaam 'nr. 100' gekregen. De noorden noordoostzijde waren vergraven door zandwinning, de westelijke helft door konijnen en dassen. De gehele heuvel is onderzocht. Consolidatie 1985 (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek). In het kader van het Actualisering Monumenten Register-project is het terrein op 15 april 2004 bezocht. Naar aanleiding van de resultaten is besloten de omvang van de wettelijke bescherming terug te brengen tot de huidige staat. Terrein met een middeleeuwse landweer, twee heuvels uit waarschijnlijk dezelfde tijd en een bron/put. Binnen de grenzen van het terrein lagen ooit een 12-tal (?) ophogingen die (zonder voorafgaand onderzoek) als tumuli werden geïnterpreteerd. Verondersteld werd ook dat daar een urnenveld bij zou horen.
Tevens zou er sprake zijn van een Romeins grafveld; de sporen die in verband staan met het laatstgenoemde complex bevinden zich echter circa 500 meter ten noordoosten van het monument (zie mon.nr 3061). In 1964 werd de meest noordelijke heuvel afgegraven in verband met aanpassingen van de aangrenzende rijksweg. Ten tijde van de afgraving zou in het heuvellichaam een duidelijke plaggenstructuur zichtbaar zijn geweest, hetgeen echter niet in de literatuur wordt vermeld. R. Klok (ROB) bracht in 1973 de heuvels in kaart, waarbij een vijftal zekere grafheuvels werd genummerd. De afgegraven heuvel had nummer 1. Ook is sprake van een landweer: dit is lijnvormige doorgaande aarden grenswal of diepe sloot met vaak een doornenhaag en diende ter bescherming
5
van een landstreek tegen vijandige invloeden van buiten. De landweer werd door Klok aangegeven met een lengte van circa 210 meter. Inmiddels zijn ook delen van deze landweer geëgaliseerd ten behoeve van de bosbouw. De landweer bleek in 2002 nog herkenbaar te zijn over een lengte van zo'n 180 meter. Aan de noordwestzijde is een stuk van ongeveer 70 meter verdwenen bij boswerkzaamheden, waarbij ook Klok's heuvel 4 ten onder is gegaan. De begeleidende greppels gaan hier nog onder het oppervlak schuil en de landweer zal zich mogelijk verder in de noordwestelijke richting hebben voortgezet. De breedte bedraagt circa 14 meter in het zuidoostelijk gedeelte, meer naar het noordwesten zo'n 12 meter. Voor zover de landweer nog in goede staat verkeert, bestaat hij uit een wal met aan beide zijden een greppel. Het is niet uitgesloten dat tussen de beide greppels twee wallen hebben gelegen, gescheiden door een ondiep greppeltje in het midden. Een in 2002 nog aanwezig greppelspoor in het zuidoostelijke gedeelte zou daarop kunnen duiden. In dit mogelijk oude scheidingsgreppeltje zijn echter bomen geplant en het zou in dat licht bezien ook om een recent spoor kunnen gaan. In dit terrein zou zich ook een 'prehistorische put' bevinden, die kort na de ontdekking in 1963 zou zijn volgestort. De contouren van de kuil lieten zich nog herkennen in 2002.
De kuil bleek in gebruik te zijn als (illegale) stortplaats van tuinafval en dergelijke. Een handmatig proefputje bereikte een diepte van circa 50 centimeter voor het water opwelde; geconcludeerd werd dat het om een oude bron gaat. Gelet op de regelmatige, ronde vorm is het mogelijk dat de kuil in het verleden is gemodelleerd en dat hier ooit water werd geput. In het kader van het AMR-project heeft op 28 februari en op 15 maart 2002 een uitgebreide visuele inspectie van het terrein plaatsgevonden. Een deel van de heuvels bleek te zijn verdwenen door afgraving of egalisatie in het kader van bosbouw. Geen van de 5 heuvels die Klok in kaart had gebracht kon nog worden getraceerd; 6 andere konden nog wel worden opgespoord. Geen daarvan heeft ooit gediend als grafheuvel. Twee zuidelijke heuvels zijn wel antropogeen van aard en houden wellicht verband met de landweer, evenals de put/bron die op het terrein ligt. Van een urnen- of grafveld is niets gebleken. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten heeft de AMC besloten de omvang van de wettelijke bescherming terug te brengen tot de huidige staat. Voor nadere informatie zie Livelink en/of dossier. Opm.: de bij ditterrein behorende Waarneming (33891) ligt iets
6
1502
Heersche Heide; De Heibloem
Grafheuvel, onbepaald
1503
Vessemse Dijk
Nederzetting, onbepaald
1504
Vessemse Dijk
Grafheuvel, onbepaald
noordelijker, buiten de grenzen van het monument. Terrein met sporen van begraving (7 grafheuvels en een urnenveld) uit respectievelijk de bronstijd en uit de late bronstijd en/of ijzertijd. De grafheuvels zijn in 1844, 1910 en 1957 onderzocht. Na onderzoek werden ze gerestaureerd en in 1986 heeft consolidatie plaatsgevonden. Voor de consolidatie waren alle grafheuvels in meer of mindere mate beschadigd door onderzoek, bosploegvoren, de aanleg van paden, erosie en/of schatgraverij. De afmetingen na consolidatie zijn: Heuvel 1/De Heibloem 101: diameter 10 meter, hoogte 0.6 meter. Heuvel 2/De Heibloem III/IV: diameter 15 meter, hoogte 0.9 meter. Heuvel 3/De Heibloem V: diameter 8 meter, hoogte 0.75 meter. Heuvel 4/De Heibloem VI: diameter 13 meter, hoogte 1 meter. Heuvel 5/De Heibloem VII: diameter 10 meter, hoogte 1 meter. Heuvel 6/De Heibloem VIII: diameter 15 meter, hoogte 0.9 meter. Heuvel 7/De Heibloem X: diameter 10 meter, hoogte 0.7 meter. Heuvel 1 is voorzien van een palenkrans. Volgens CMA-gegevens zouden hier in totaal 10 tumuli liggen. Ook wordt melding gemaakt van de aanwezigheid van bewoningssporen uit de Romeinse tijd. Een 8e grafheuvel ligt in het aangrenzende mon.nr 487. Twee (potentiële) exemplaren die het tiental zouden completeren, lieten zich tijdens een veldbezoek in 2004 op geen enkele wijze in het terrein herkennen.
Het is niet duidelijk waar de bewering van de aanwezigheid van Romeinse bewoningssporen op is gebaseerd; deze zijn voor zover bekend nooit aangetroffen. Bij de aanleg van rabatten/bosgreppels in de directe omgeving van de heuvelgroep (in 1963 door Beex ten onrechte 'langbedden' genoemd) is het aanwezige microrelief (waaronder dat van urnenveldheuveltjes) aanzienlijk gedeformeerd. De heuvels zijn gelegen in een relatief vlak dekzandlandschap. In het kader van het AMRproject is het terrein op 8 november 2001 en op 15 april 2004 bezocht. Terrein met sporen van bewoning (vuursteenvindplaats) uit het mesolithicum en sporen van begraving (urnenveld) uit de ijzertijd. De vindplaats ligt op een zandrug langs de rand van een beekdalletje. In het kader van het AMRproject is op 7 februari 2002 een visuele inspectie uitgevoerd. Terrein met sporen van begraving uit de bronstijd. Het betreft een terrein waarin zich een viertal grafheuvels bevinden. Ook liggen aan de noordzijde sporen van wat waarschijnlijk een oude verbindingsroute is, die wellicht een prehistorische ouderdom heeft (zie beneden). De grafheuvels zijn
7
1505 of 46130
Toterfout, Lambertsbergje
Nederzetting onbepaald; Grafheuvels
in 1949, op de profieldammen na, onderzocht. Waarschijnlijk is van heuvel 1 een deel van het zuidelijk talud verloren gegaan bij ontginningswerkzaamheden. Op heuvel 1 staan twee eiken die in verband met mogelijke windworp de tumulus kunnen beschadigen. Het monument herbergt twee grote grindtegels met bronzen informatieplaquettes. In 1963 werden de volgende afmetingen vastgelegd: Grafheuvel 6/1 (151.920/380.960) had een ovale vorm van 8.7 bij 10.4 meter en een hoogte van 0.4 meter. Grafheuvel 6/2 (151.900/380.960) had de vorm van een 8 en mat circa 12 bij 8.8 meter, met hoogtes van 1 en 0.7 meter. Grafheuvel 6/3 (151.870/380.940) had een diameter van 9 meter en een hoogte van 0.75 meter. Rond de voet van heuvel 3 ligt een ondiepe greppel. Grafheuvel 2 wordt omgeven door een ringwal en een achtvormige greppel. Waarschijnlijk zijn tijdens de restauratiewerkzaamheden in 1949 zowel de ringwalheuvel als een heuvel binnen de tweede opening van deze achtvormige greppel gereconstrueerd. Aangrenzend, aan de noordzijde van het zandpad, ligt monument 51D-028 (mon.nr 1503; ODB46128) waarin zich de restanten van een urnenveld bevinden. Volgens Glasbergen strekt dit grafveld zich uit tot binnen de grenzen van het onderhavige monument (mon.nr 1504).
Samen met de grafheuvels 51D-022 (mon.nr 1509;ODB46132) en 51D-024 (mon.nr 1507; ODB46131) zijn de heuvels binnen het onderhavige terrein mogelijk opgeworpen langs een prehistorische weg, omdat ze lijnvormige zijn gerangschikt langs de langgerekte depressie aan de noordzijde van de heuvelgroep. Het monument is gelegen in een dekzandvlakte. In het kader van het AMR-project is het terrein op 14 april 2004 bezocht. Bij de bescherming van het terrein in 1968 werd een omvangrijk voormalig wegenstelsel mee beschermd. Naar aanleiding van het AMRonderzoek heeft de AMC besloten de wettelijke bescherming van dat gedeelte af te voeren. De omvang van het monument is daarbij teruggebracht tot de huidige staat. Terrein met sporen van bewoning uit het middenen/of laat-neolithicum en sporen van begraving (grafheuvel) uit de bronstijd. In 1950 werd hier onderzoek verricht aan een enkele jaren eerder ontdekte grafheuvel, in 1966 naar neolithische bewoningssporen (aardewerk en vuursteenvondsten). Het gehele monument verkeert als gevolg van diepe omploeging (de tumulus inbegrepen) in een zeer matige staat. In het kader van het AMR-project zijn in mei 2002 boringen uitgevoerd.
8
1507
Toterfout, Halve Mijl, Grote Aard
Nederzetting, onbepaald; Grafheuvels
1509
Toterfout, Halve Mijl
Nederzetting, onbepaald
Terrein met sporen van begraving (grafheuvels) uit de bronstijd en sporen van bewoning (aardewerk en vuursteenvondsten) uit het neolithicum (Vlaardingen-cultuur). Binnen de grenzen van het monument liggen 7 grafheuvels. Ze werden in 1950 onderzocht en naderhand gerestaureerd. In dat kader zijn de heuvels onder meer (opnieuw) voorzien van een randstructuur (paalkrans, greppel en/of wal). Rond heuvel 6 is een ringwal en een greppel aangebracht. Op en rond de overige heuvels staan enkel- en meervoudige paalkransen. Tussen de tumuli 2, 4 en 5 is een open strook gecreëerd, waardoor er sprake is van een goede visuele relatie tussen de betreffende heuvels. Gelet op de ligging van de tumuli ten opzichte van de heuvelgroepen die worden beschermd onder de monumentnummers 1509 (51D-022 / ODB46132) en 1504 (51D-027 / ODB46129), mag worden aangenomen dat ze zijn opgeworpen langs een prehistorische weg. Bij de opgraving in 1950 is vuursteenmateriaal, huttenleem en aardewerk uit het neolithicum aangetroffen. De grond bleek op die locatie door ploegen te zijn verstoord tot 30-40 cm diepte. Op heuvel 5 staat een eik, geplant door de onderzoeker W. Glasbergen. Doorworteling of windworp kan leiden tot aantasting van intacte archeologische sporen. Het monument is gelegen in een vrij vlak dekzandgebied dat aan de zuidzijde grenst aan het beekdal van de Bruggenrijt.
In het kader van het AMR-project is het terrein op 14 april 2004 bezocht. Naar aanleiding van het AMRonderzoek heeft de AMC besloten de omvang van de wettelijke bescherming terug te brengen tot de huidige staat. Terrein met sporen van begraving (4 grafheuvels) uit de Bronstijd. De tumuli zijn in 1950 onderzocht en na afloop van de opgraving gereconstrueerd. In dat kader werden ze onder meer (opnieuw) voorzien van een randstructuur (paalkrans, greppel). Op en rond de heuvels 1, 2 en 3 staan enkel- en meervoudige palenkransen. Een kringgreppel omsluit de voet van heuvel 4. Gelet op de ligging van de tumuli ten opzichte van twee in oostelijke richting gelegen heuvelgroepen (mon.nr 1507 / ODB46131 en mon.nr 1504 / ODB46129), mag worden aangenomen dat ze zijn opgeworpen langs een prehistorische weg. Op heuvel 2 staat een eik. Doorworteling of windworp kan leiden tot aantasting van intacte archeologische sporen. Het monument is gelegen in een vrij vlak dekzandgebied dat aan de zuidzijde grenst aan het beekdal van de Bruggenrijt. In het kader van het AMR-project werd het terrein op 15 april 2004 bezocht. Naar aanleiding van het AMR-onderzoek heeft de AMC besloten de omvang van de
9
wettelijke bescherming terug te brengen tot de huidige staat. Opm.: bij de heuvels is een informatieplaquette geplaatst waarop onterecht wordt vermeld dat tijdens de opgraving van heuvel 3 een landweer of wildweer onder het heuvellichaam zou zijn aangetroffen.
Archeologisch rijksmonument 46130, Lambregtsbergje, Halve Mijl. Dit monument herbergt bewoningssporen uit de late steentijd en een grafheuvel uit de bronstijd (foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
10
4. Overzicht van archeologisch waardevolle gebieden De onderstaande archeologische monumenten zijn niet beschermd vanuit de Erfgoedwet. Ze zijn op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen als gebieden van (hoge) archeologische waarde. Monument nr. 3058
Locatie
Complextype
Beschrijving
Toterfout, Halve Mijl
Grafheuvels; nederzetting onbepaald
3036
Weijerse Weg, Grote Aard
Nederzetting, onbepaald
3038
Zandoerle Zuid
Grafheuvels; nederzetting onbepaald
Terrein met sporen van begraving (grafheuvels) uit de bronstijd. Ook zijn vuursteenvondsten gedaan (mesolithicum-neolithicum). Het terrein ligt ingeklemd tussen 2 wettelijk beschermde monumenten. Een kartering door T. Huijbers in april 1986 leverde na diepploegen (!) o.a. 4 (!) a 5 concentraties bronstijd aardewerk op; verploegde graven (zie beneden)? Bovendien een hoeveelheid mesolithische en neolithisch vuursteen en een klein hoeveelheid scherven uit de ijzertijd-Romeinse tijd en de late middeleeuwen. Naar aanleiding van het bovenstaande moet rekening worden gehouden met althans een gedeeltelijke verstoring van archeologische resten in het terrein. G. Beex meldde in 1963 de aanwezigheid van grafheuvels alhier (zie Waarneming 33371). De locatie ervan is niet precies bekend, maar ze lagen wel op dit terrein (Glasbergen 1954:15, fig. 3). Ze waren gedeeltelijk (inmiddels waarschijnlijk helemaal) geëgaliseerd. Terrein met sporen van bewoning uit de late ijzertijd. De bron van deze beschrijving is onbekend. Wel zijn hier 2 neolithische bijlen gevonden. Terrein met vermoedelijke sporen van begraving (3 grafheuvels) uit de bronstijd en bewoningssporen uit de ijzertijd. Het CMA bevat een foto van een der ophogingen. Opm.: 1 tumulus is apart opgenomen in het CMA -> 33/1: 152.58/380.05.
Reden? Betreft het meest waarschijnlijke exemplaar? In het kader van het AMR-project is aangrenzend monument ODB46118/CMA51D-008 diverse malen in de periode 31 januari 2002 - 16 maart 2002 bezocht. Gezien de samenhang met deze heuvels is ook onderhavige locatie bekeken en zijn de heuvels van een nieuwe nummering voorzien: Heuvel 11 bevindt zich in reliefrijk gebied dat mogelijk deels door verstuiving is aangetast. De heuvel zelf ligt op een zandkop. Heuvel 12 betreft een zwaar gedeformeerd exemplaar dat zich alleen nog maar als verhoging laat herkennen. Aan de zijde van het pad werd onder een pakket verstoorde grond het restant van een heuvellichaam c.q. het oud-
11
3044
Hoogeloonse Dijk
Grafheuvel
1574
Huismeer
Grafheuvels en urnenveld
oppervlak onder de heuvel waargenomen. Heuvel 13 bevindt zich ter hoogte van een kruispunt van zandwegen en is als gevolg van deze wegenaanleg grotendeels verdwenen. Alleen het zuidoostelijk kwadrant verheft zich nog boven de omgeving, terwijl de contouren van de heuvel ook nog enigszins in het padenstelsel kunnen worden herkend. Het overige reliëf dat tijdens een bezoek van Beex in 1968 was waargenomen zal om natuurlijke terreinwelvingen gaan. Het kan niet worden uitgesloten dat zich in de omgeving nog meerdere begravingen bevinden waarvan de contouren zich niet in het terrein aftekenen. Naar aanleiding van de bevindingen van het AMR-project heeft de AMC enkele zones van ZHAW aangewezen rondom ODB46118. De begrenzing van onderhavig monument is aangepast en de status is opgewaardeerd van HAW naar ZHAW. Terrein met sporen van begraving (vermoedelijke grafheuvel) uit de bronstijd. Bron? Er is geen met dit terrein corresponderende Archis-waarneming. Wel bevat het CMA een foto van de betreffende ophoging. In het kader van het AMR-project is aangrenzend monument ODB46118/CMA51D008 diverse malen in de periode 31 januari 2002 - 16 maart 2002 bezocht. Gezien de samenhang met deze heuvel is ook onderhavige locatie bekeken en is de heuvel van een nieuw nummer voorzien: Heuvel 14: de heuvel strekt zich uit op een smalle dekzandrug.
De heuvel is doorgespit, waardoor ook het uiterlijk van dit exemplaar is aangetast. Terrein met sporen van begraving (ten minste 10 grafheuvels en een urnenveld) uit het neolithicum en/of de bronstijd (grafheuvels) en de ijzertijd (urnenveld). De heuvels zijn tijdens verschillende veldbezoeken, onder andere door de ROB en Hijszeler (1951/52) alsook door Beex (1968) en later nog tweemaal verschillend genummerd. Door de verwarrende documentatie, vergravingen in het verleden en de slechte herkenbaarheid van de sporen in het natuurlijke reliëf van het terrein is het monument zeer ontoegankelijk voor onderzoek. De nieuwste nummering van de heuvels rangschikt ze van zuid naar noord: Heuvel 1 (Hijszeler III en Beex I) is in 1951/52 onderzocht en in 1984 gerestaureerd. Diameter ca. 8 meter; hoogte ca. 0,5 meter. Heuvel 2 (Hijszeler II en Beex II) is in 1951/52 onderzocht en in1984 gerestaureerd. Diameter ca. 12 meter;
12
hoogte ca. 1,2 meter. Heuvel 3 (Hijszeler I en Beex III) is in 1951/52 onderzocht en in 1984 gerestaureerd; het betreft de zogeheten 'Kattenberg'. Ten noordwesten ervan zijn in beperkte mate verhevenheden herkenbaar die samenhangen met het urnenveld. Heuvel 4 is het restant van een zwaar gedeformeerde grafheuvel die zich bevindt aan de westrand van een uitgesleten weg, waar zand werd gewonnen. Aan de westzijde laat zich de heuvelvoet nog min of meer herkennen. Op basis van het restant is de diameter globaal te bepalen op 15-16 meter. Heuvel 5 is duidelijk herkenbaar. In het centrum bevindt zich een groot gat. De heuvel is niet wetenschappelijk onderzocht. Diameter ca. 12 meter; hoogte ca. 0,8 meter. Heuvel 6 is een lage en weinig opvallende grafheuvel die waarschijnlijk deel uitmaakt van een urnenveld. Diameter ca. 10 meter; hoogte ca. 0,5 meter. Heuvel 8/9 (Hijzeler V+VI en Beex IV+V) zijn in 1951/52 onderzocht en verdwenen. Over enige afstand is de bodem vergraven tot op de schone ondergrond. Mogelijk heeft hier nog een derde heuvel gelegen, waarvan een deel van de paalkrans kon worden vastgelegd. Heuvel 10 (Hijszeler VIII en Beex VI) is in 1951/52 onderzocht en in 1984 gerestaureerd. Diameter ca. 12 meter; hoogte ca. 1 meter. Het urnenveld strekt zich waarschijnlijk uit over de gehele zandrug.
In het bouwlandperceel is een grootaantal paalkuilen aangetroffen, alsmede twee kringgreppels, een kuiltje en een aantal karrensporen. De karrensporen stammen uit de 18e of 19e eeuw. Ze hebben een spoorbreedte van 1.85 meter en zijn mogelijk veroorzaakt door postkoetsen. Het monument ligt in een dekzandlandschap, meer specifiek op een zandrug tussen twee natte gebieden (aan de oostzijde van een voormalig ven). Over deze zandrug heeft een doorgaande route gelopen, die getuige vondsten uit die periode in de omgeving - waaronder enkele grafheuvels wellicht al uit het neolithicum stamt en die in gebruik is gebleven tot in de 19e/20e eeuw (zoals blijkt uit de karrensporen). Het lijkt erop dat een in verschillende putten aangetroffen zone met paalgaten/-kuilen was bedoeld ter afsluiting van de noordoostelijke landtong en dat deze vanaf het ontoegankelijke moerasgebied in het zuidoosten doorliep tot aan het Huismeer in het noordwesten. De 'bundel' paalgaten/-kuilen zou het restant zijn van een versperring gericht op de controle van goederenvervoer. Het is niet uit te sluiten dat
13
3035
Zandoerlesche Bosschen
nederzetting
3037
Hoogeloonse Dijk
Nederzetting onbepaald
3039
Hoogeind; Oude Kerkstraat
Grafheuvels
3061
Koningshof
Nederzetting/ grafveld
tussen de palen vlechtwerk was aangebracht of dat de zone met behulp van andere middelen (zoals braamstruiken) minder doordringbaar werd gemaakt. Zie ook het aangrenzende, gerelateerde mon.nr 3038 (terrein waarin drie grafheuvels) en mon.nr 3044 voor een vierde tot deze reeks behorende grafheuvel. In het kader van het AMR-project is het terrein in de periode 31 januari 2002 - 16 maart 2002 diverse malen bezocht. Ook werd in de periode 5-9 december 2002 het bouwlandperceel onderzocht door middel van proefputten. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek heeft de AMC besloten de omvang van de wettelijke bescherming terug te brengen tot de huidige staat. Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. In 1955 werd een houten waterput aangetroffen en uitgegraven. In de put 'urnscherven' en Romeins materiaal. Terrein met sporen van bewoning dan wel begraving uit de ijzertijd. Grenst aan een monument met een bronstijd grafheuvel (foto in CMA). Bron? Een met dit terrein corresponderende Archis-waarneming ontbreekt. Terrein met sporen van begraving (7 grafheuvels) uit de bronstijd. Allemaal door ploegen geëgaliseerd. Groep grafheuvels door P. Panken genoemd.
In 1950 schetste Beex de ligging van enige heuvels die, hoewel bijna geheel geëgaliseerd toch nog in het terrein waren te zien Na die tijd door ploegen nog meer geëgaliseerd, maar waarschijnlijk is heuvelzool nog intact. Panken noemt hier: 7 heuvels in rechte lijn over afstand van 5 minuten, gelegen 1/4 uur NW van de kerk van Oerle. Bij boringen (W. Verwers; 15-07-1976) leek nauwelijks nog iets aanwezig. Opm.: de prehistorische ingravingen kunnen wellicht nog bestaan. Terrein met sporen van bewoning en/of begraving uit de Romeinse tijd en mogelijk sporen van begraving (urnenveld) uit de late bronstijd-ijzertijd. Onmiddellijk grenzend aan het terrein zijn de sporenvan mogelijk een Romeinse wachttoren opgegraven (Waarneming 31034; zie beneden). Het betreft een voormalig terrein van Archeologische Betekenis (51D-A02), dat in het kader van het project IWAT (een nadere waardering van terreinen van Archeologische Betekenis in de provincie Noord-Brabant, uitgevoerd in 2003begin 2004) niet kon worden verkend. De beschikbare Archis-gegevens gaven aanleiding
14
8461
Moormanlaan
Nederzetting, onbepaald
9492
Grote Vlasroot
Urnenveld
16849
Zeelst
Historische woonkern
tot een opwaardering van het terrein tot de huidige status (AW), mede omdat er ten dele sprake is van een esdek. De oorspronkelijke omvang van het monument is daarbij verkleind: plekken met bebouwing zijner grotendeels buiten gehouden. Opm.: wat de bron van de melding van het urnenveld is, is niet duidelijk. Opm.: waarschijnlijk betreft het GEEN wachttoren, maar een inheems-Romeins graf (Slofstra 1993:58) Terrein met sporen van bewoning uit de ijzertijd en/of de Romeinse tijd. De met het monument corresponderende Waarnemingen (33922 en 31084) liggen net erbuiten aan de zuidzijde, in het traject van een weg. Terrein met waarschijnlijk sporen van begraving (urnenveld) uit de late bronstijd en/of ijzertijd. De monumentnummers 9491 (51D-058), 1500 (51D-019) en 9492 (51D-059) vormden gezamenlijk ODB46125. Op deze locatie(s) werd een urnenveld vermoed. In oktober 2001 zijn de terreinen in het kader van het AMRproject onderzocht door middel van proefsleuvenonderzoek. Hoewel maar op 1 plek (niet binnen het onderhavige terrein) sleuven werden getrokken (Waarneming 52138), is toch duidelijk geworden dat de oorspronkelijke aanwijzingen (een onderwijzer zou ten oosten en westen van het Groot Vlasrootven veel urnen hebben uitgegraven) nogal vaag, c.q. twijfelachtig waren. Er zijn geen vondsten (meer?) in het gebied gedaan.
In het kader van het AMR-project heeft de AMC besloten het monument ZHAWB af te voeren. Twee (deel)gebieden (de mon.nrs 1500 en 9491) zijn van de AMK verwijderd en de betreffende informatie is ondergebracht bij Waarnemingsnummer 33896. Het gebied ten noordoosten van het ven (mon.nr 9492) is behouden, maar de status is teruggebracht tot een terrein van Archeologische Waarde. Het monument ligt op een hoge dekzandrug tussen twee vennen, waar het podzolprofiel nog intact zou zijn. Cluster oude bebouwing Zeelst. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20eeeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze
15
1499
De Bussels; Oerlesche Bosschen
Urnenveld
16831
Zandoerle
Historische woonkern
contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de vroege en volle middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Terrein met sporen van begraving (urnenveld) uit de late bronstijd en/of de ijzertijd. In 1964 en 1965 werden hier bij zandwinning urnen aangetroffen. De aanwezigheid van een urnenveld werd vermoed, maar bij een veldbezoek op 14 november 2002 (AMRproject) werd vastgesteld dat destijds de verkeerde vindplaats is vastgelegd en beschermd. In het kader van het AMR-project heeft de AMC besloten het oorspronkelijke monument ZHAWB (ODB46124) af te voeren, c.q. de status aanmerkelijk te verlagen en de begrenzing aan te passen: wat van het westelijk aangrenzende perceel restte is terrein van Archeologische Waarde geworden, aangezien hier ooit de urnen werden gevonden. Nader onderzoek is wenselijk. Oude dorpskern van Zandoerle. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven.
Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20eeeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de vroege en volle middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
16
5. Overzicht van cultuurhistorisch waardevolle gebieden van Provinciaal belang KZ01 Cultuurhistorisch waardevol gebied Jonge heidebebossing Toterfout, Halfmijl Voormalig heideterrein met prehistorische grafheuvels. In de 19e en 20e eeuw omgezet in naaldbos en landbouwgrond. Waarden kenmerken: De relatie tussen de dekzandrug, de grafheuvels en de mogelijke prehistorische weg; De grafheuvels; De oost-west paden op de dekzandrug; De Bruggenrijt. Jonge heideontginning, overwegend bestaande uit naaldbossen. Het gebied bestaat uit een oost-west lopende dekzandrug, die vroeger geflankeerd werd door heidevelden en vennen. In het zuiden lag een groot ven, de Postelsche Weijer, van waaruit een beekje, de Bruggenrijt, naar het noorden stroomde. De heidevelden werden vroeger gebruikt door de boeren uit Zandoerle. Het oorspronkelijke landschap van heideterreinen en vennen is in de 19e en 20e eeuw ontgonnen en grotendeels in naaldbos omgezet. De zuidelijke rand bestaat uit landbouwgrond. De beek is bovenstrooms verlengd en watert het landbouwgebied af. Op de zuidflank van de rug liggen diverse grafheuvels uit de nieuwe steentijd en de bronstijd (ca. 2500-800 v. Chr.), mogelijk opgeworpen langs een prehistorische landweg. Bij de ontginning van het gebied (ca. 1940) en bij de latere ruilverkaveling (ca.
1950) is het grafheuvellandschap deels verdwenen en deels gespaard en gerestaureerd. KZ02 Cultuurhistorisch waardevol gebied Akkercomplex Zandoerle Het gebied bestaat uit een open akkercomplex met bolle ligging, steilranden en zandwegen. In de Oerlesche en Zandoerlesche Bosschen liggen relatief veel en gaaf bewaarde hakhoutbosjes. Het contrast tussen de openheid van het akkercomplex en het besloten landschap rondom het akkercomplex is goed bewaard gebleven. Waarden kenmerken: De relatie van het akkercomplex met Zandoerle (beschermd dorpsgezicht) en de omringende voormalige heidevelden; Het akkercomplex met relief, esdek en openheid; De zandwegen;De (langgevel)boerderijen; De (hakhout)bosjes; De steilranden; De Wintelrese Dijk. Het gebied is een open akkercomplex tussen Oerle en Zandoerle met esdek, bolle ligging, steilranden, zandpaden, wallen en (restanten van) hakhout. Ten zuiden van het akkercomplex ligt de buurtschap Zandoerle. De buurtschap kent relatief veel oude (langgevel) boerderijen. De vanouds aanwezige beslotenheid bij Zandoerle als gevolg van de vele houtsingels en bosjes is grotendeels bewaard gebleven. Midden over de akker loopt de zandweg Wintelrese Dijk, een onderdeel van de oude landweg tussen Oirschot en Zandoerle. Er was een relatie met de omringende heidevelden en met de korenmolen die op de heide bij het Huismeer stond.
KZ03 Cultuurhistorisch waardevol gebied Jonge heideontginning Huismeer Het gebied is sinds 1850 veranderd van een open heidelandschap met een langgerekt ven, prehistorische grafheuvels en een korenmolen op het hoogste punt, in een vrijwel gesloten bosgebied. Waarden kenmerken: De relatie tussen de grafheuvels, het ven en de mogelijke prehistorische weg; De relatie tussen de molenplaats en de buurtschappen Zandoerle en Knegsel; De grafheuvels; Het voormalige Huismeer.
17
Het gebied Huismeer is een jonge heideontginning, overwegend bestaande uit naaldbossen. De bossen zijn grotendeels na 1850 aangeplant. In het gebied liggen verschillende grafheuvels. De grafheuvels hebben een kenmerkende ligging, op een hoge rug aan de oostzijde van het Huismeer, een langgerekt, noord-zuid georiënteerd ven, dat in 1850 nog als meertje op de kaart is aangegeven. Over deze hoge rug liep in de prehistorie hoogstwaarschijnlijk een weg. De grafheuvels zijn opgeworpen in de late nieuwe steentijd en de bronstijd (ca. 2500-800 v. Chr.). Bij de ontginning van het gebied (ca. 1940) en bij de latere ruilverkaveling (ca. 1950) is het grafheuvellandschap deels verdwenen en deels gespaard en gerestaureerd. Het gebied kent een samenhang met de buurtschap Zandoerle, omdat de boeren hier hun schapen lieten grazen. Ten zuiden van de Hoogeloonse Dijk, midden op een uitgestrekt heideveld, stond vroeger de korenmolen van Zandoerle. Het toponiem Molenberg herinnert hier nog aan. Er liepen verschillende paden naar de molen, onder andere vanuit Knegsel. Door de bebossing, waarbij een rechthoekig padenstelsel is aangebracht, is de oude padenstructuur op de heide verdwenen. Ook het onderscheid tussen het Huismeer, de dekzandrug met de grafheuvels en de vroegere heidevelden, is door de bebossing verdwenen.
Overzicht van de ligging van drie cultuurhistorisch waardevolle gebieden van Provinciaal belang in het noordwesten van Veldhoven. DO31 Cultuurhistorisch waardevol gebied Beekdal van de Dommel Het Dommeldal is een beekdal met een redelijk gaaf bewaard gebleven percelering, hakhoutbosjes en watermolens. Waarden kenmerken: De strookvormige percelering haaks op de beek, gemarkeerd door sloten; greppels; De restanten van elzensingels; De (restanten van ) hakhoutbossen; De zandwegen; De turfputjes van Heuvel; De Volmolen;
18
De Molenplaats bij de Loondermolenbrug; Het Agnetendaal me met monumentale gebouwen en bomen; De boerderij Het Kasteel; De Dommelse watermolen; De Venbergsche Molen; De Grenspaal Graaf van Loon
Het Dommeldal bestaat uit een afwisseling van graslandpercelen (beemden) en bossen. De beemden (oude hooi- en weilanden) zijn overwegend kleine smalle percelen haaks op de beek. Veel percelen hebben perceelrandbegroeiing in de vorm van elzensingels. De percelering kan deels nog dateren uit de periode 1250-1500, toen grote delen van de beekdalen werden verdeeld. In het beekdal zijn veel, deels doodlopende, zandpaden. Nabij de Loondermolenbrug lagen vroeger het kasteel van de heren van Waalre en de Loondermolen. Het kasteel is grotendeels afgebroken in 1667, een gedeelte van de gracht is nog aanwezig.Verder stroomafwaarts ligt nog de Volmolen (recentelijk herbouwd op oude funderingen en in gebruik als waterkrachtcentrale,). In het noordelijke deel van het beekdal bevinden zich de Heuvelsche Putten, de oude turfputten van het buurtschap Heuvel. Hoewel het gebied nooit is herverkaveld en de Dommel nog over een groot deel van het traject vrij meandert, is de percelering na 1950 deels gewijzigd, waarbij de percelen werden vergroot. Delen van het beekdal zijn thans bedekt met aaneengesloten bos. Voor een deel bestaat dit bos uit (doorgeschoten) hakhout. Bij Dommelen ligt Agnetendaal, een voormalig kloosterterrein, met monumentale gebouwen en bomen. Daarnaast staat er bij Dommelen de Dommelse Molen, een dubbele onderslag korenmolen (17e eeuw en jonger, molenaarshuis uit 1843).
In het beekdal verder de Venbergsche Molen (ca. 1900, vermeld in 1227). De enige oversteekplaatsen in 1840 waren de brug of voorde ten zuiden van Achterste Brug (in België), de voorde tussen Schaft en Borkel (in 1900 lag hier de Schaftsche Brug) en de brug bij de Venbergse Molen.Het Dommeldal kent een samenhang met het akkercomplex Loonse Akkers, de oude dorpskern van Dommelen, de woeste gronden van De Malpie, de buurtschappen Schaft en Achterste brug en de jonge ontginning De Plateaux.
Overzicht van de ligging van het cultuurhistorisch waardevolle gebied beekdal van de Dommel van Provinciaal belang in het zuidoosten van Veldhoven. Het ligt slechts voor een klein deel in de gemeente.
19