CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b_Format Planregels Erfgoed voor het omgevingsplan gemeente Veldhoven

Raad (besluitvormend) 9 september 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen actualisatie Erfgoedbeleid9.589 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

normale onderhoudswerkzaamheden betreffen, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden in verband met de normale bodemexploitatie en het normale bodemgebruik; c. als door het bevoegd gezag schriftelijk is medegedeeld, dat voor de geplande werken/werkzaamheden geen omgevingsvergunning is vereist; d. werken of werkzaamheden, die op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan, in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d, geldt niet voor: a. het snoeien van bomen, als dat noodzakelijk is voor de instandhouding daarvan; b. het knotten of kandelaberen van reeds geknotte of gekandelaberde bomen; en c. een boom die moet worden gekapt of houtopstand die geheel of gedeeltelijk moet worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet of vanwege een aanschrijving op grond van de Algemene plaatselijke verordening. Artikel 5.[bsd+3] Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aannemelijk gemaakt dat de activiteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van het karakter van het beschermd dorpsgezicht.

22

2. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen of geheel of gedeeltelijk vellen van bomen of houtopstanden in een beschermd dorpsgezicht worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de te kappen boom of te vellen houtopstand op een kaart, foto of tekening; b. de reden voor het kappen van de boom of vellen van de houtopstand; c. de mogelijkheid tot herbeplanten en, als het voornemen tot herbeplanten bestaat, de locatie daarvan, het aantal en de soorten; en d. een onderbouwing waarin aannemelijk wordt gemaakt dat het kappen of vellen in overeenstemming is met het belang van het behoud van het karakter van het beschermd dorpsgezicht. Artikel 5.[bsd+4] Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van het karakter van het beschermd dorpsgezicht. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel dat aantasting van het karakter van in het omgevingsplan beschermde dorpsgezichten door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen moet worden voorkomen. Artikel 5.[bsd+5] Meldingsplicht snoeien, knotten of kandelaberen van bomen in een beschermd dorpsgezicht 1.

Het is verboden een boom in een beschermd dorpsgezicht te snoeien, knotten of kandelaberen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2. Bij de melding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de te snoeien, knotten of kandelaberen boom op een kaart, foto of tekening, ieder voorzien van een nummer of aanduiding; en b. als een boom wordt gesnoeid: een onderbouwing van de noodzaak daarvan. Artikel 5.[bsd+6] Algemene regels bouwen 1.

Een bouwwerk wordt volledig gebouwd op een locatie met de functie-aanduiding ‘bouwvlak’.

2.

Op een locatie met de functie-aanduiding ‘nokrichting 1’ loopt de nokrichting van een bouwwerk evenwijdig aan de weg.

3.

Op een locatie met de functie-aanduiding ‘nokrichting 2’ staat de nokrichting van een bouwwerk haaks op de weg.

4.

Op een locatie met de functie-aanduiding ‘gevellijn’ wordt de gevel van een bouwwerk in de gevellijn gebouwd.

5.

Op een locatie met de functie-aanduiding ‘minimale breedte’ heeft de gevel van een bouwwerk ten minste de aangegeven breedte.

6.

Op een locatie met de functie-aanduiding ‘maximale breedte’ heeft de gevel van een bouwwerk ten hoogste de aangegeven breedte.

7.

Op een locatie met de functie-aanduiding ‘wegprofiel’ wordt het wegprofiel niet aangetast door een bouwwerk.

Paragraaf 5.2.[b] Activiteiten in de omgeving van een molenbiotoop

23

Artikel 5.[b+2] Vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een molenbiotoop: a. een bouwwerk te bouwen; b. gronden te beplanten met bomen, heesters en andere hoog opgaande beplanting. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud, beheer en gebruik van de gronden betreffen. Artikel 5.[mb+2] Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen in een molenbiotoop De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het zicht op de molen en de waarde van de molen als cultuurhistorisch en landschappelijk element door de activiteit niet verminderen; en b. het bouwwerk geen negatieve invloed heeft, ook niet in samenhang met andere voorgenomen of gerealiseerde activiteiten, op het huidige of toekomstige functioneren van de molen als werktuig, voor zover het betreft een vermindering van: 1°. de windvang van de molen; of 2°. bij een watermolen met een waterstaatkundige functie: de watertoevoer of de waterafvoer.

Paragraaf 5.2.[bc] Activiteiten in een beschermd cultuurlandschap Artikel 5.[bc] Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over de volgende activiteiten in een beschermd cultuurlandschap: a. het bouwen van bouwwerken; b. het slopen van bouwwerken; c. (her)inrichtingswerkzaamheden (bijv. wijziging van het verkavelingspatroon); d. graafwerkzaamheden (bijv. van bouwput); e. de aanleg of het onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen, kabels en leidingen; f. het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte; g. het aanleggen of dempen van waterlopen en het aanleggen van vaargeulen; h. het aanplanten of verwijderen van bomen en struiken; i. het ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld; j. het wijzigen van de grondwaterstand; k. grondwerkzaamheden zoals afplaggen, of l. het saneren van gronden]; en m. het kappen of geheel of gedeeltelijk vellen van bomen en houtopstanden. 2. Deze paragraaf gaat niet over het dunnen van houtopstanden. Artikel 5.[bc+1] Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het behoud van het karakter van beschermde cultuurlandschappen. Artikel 5.[bc+2] Vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een beschermd cultuurlandschap:

24

a. een bouwwerk te bouwen; b. een bouwwerk te slopen; c. de activiteiten, bedoeld in artikel 5.[bc], onder c tot en met m te verrichten; of d. geheel of gedeeltelijk een boom te kappen of een houtopstand te vellen. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor: a. reeds in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; b. werken of werkzaamheden, gericht op de instandhouding van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarden. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet voor: a. het normale onderhoud betreffen; b. het snoeien van bomen, als dat noodzakelijk is voor de instandhouding daarvan; c. het knotten of kandelaberen van reeds geknotte of gekandelaberde bomen; en d. een boom die moet worden gekapt of houtopstand die geheel of gedeeltelijk moet worden geveld op grond van de Plantgezondheidswet of vanwege een aanschrijving op grond van de Algemene plaatselijke verordening. Artikel 5.[bc+3] Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aannemelijk gemaakt dat de activiteit in overeenstemming is met belang van het behoud van het karakter van het beschermd cultuurlandschap. 2. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen of geheel of gedeeltelijk vellen van bomen of houtopstanden worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

een aanduiding van de te kappen boom of te vellen houtopstand op een kaart, foto of tekening; b. de reden voor het kappen van de boom of vellen van de houtopstand; en c. de mogelijkheid tot herbeplanten en, als het voornemen tot herbeplanten bestaat, de locatie daarvan, het aantal en de soorten. Artikel 5.[bc+4] Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de bouwactiviteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van het karakter van het beschermd cultuurlandschap. 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het beginsel dat aantasting van het karakter van in het omgevingsplan beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen moet worden voorkomen. Artikel 5.[bc+5] Meldingsplicht snoeien, knotten of kandelaberen van bomen in een beschermd cultuurlandschap 1. Het is verboden een boom in een beschermd cultuurlandschap te snoeien, knotten of kandelaberen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2. Bij de melding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een aanduiding van de te snoeien, knotten of kandelaberen boom op een kaart, foto of tekening, ieder voorzien van een nummer of aanduiding; en b. als een boom wordt gesnoeid: een onderbouwing van de noodzaak daarvan.

25

Hoofdstuk 7 Procedures Afdeling 7.3 Advies Artikel 7.1 Advies Voordat wordt beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in de paragrafen 5.2.[b] tot en met 5.2.[k/v2], of op verzoek van een ander bevoegd gezag over die aanvraag wordt geadviseerd, vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (geldend vanaf 1-1-2024). Artikel 7.2 Betrekken archeologische deskundigheid bij beoordeling aanvraag Het college van burgemeester en wethouders betrekt een archeologisch deskundige bij de beoordeling van het bij de aanvraag overgelegde rapport, bedoeld in de artikelen 5.[b4+3], 5.[s+3] en 5.[a+3].] Artikel 7.3 Kerkelijk monument 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een gemeentelijke monumentenactiviteit en het gemeentelijk monument een kerkelijk monument is, neemt het bevoegd gezag pas een beslissing op de aanvraag na overleg met de eigenaar. 2. Voor zover het gaat om een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, beslist het bevoegd gezag alleen in overeenstemming met de eigenaar.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15846903/3