Bijlage 1a_Erfgoed begrippen in de Omgevings
Tekst van het document
Bijlage 1 Erfgoed begrippen in de Omgevings- en Erfgoedwet1 Voor bepaalde functietoedelingen en regels in het omgevingsplan is het noodzakelijk dat de gemeente de wettelijke begrippen voor cultureel erfgoed hanteert: Archeologisch monument = terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Aantoonbaar te verwachten archeologisch monument = op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologisch monument. Cultuurgoed = roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. Cultuurlandschappen = gebieden zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen, die deel uitmaken van cultureel erfgoed. Hieronder kunnen zowel aangelegd erfgoed als historisch landschap vallen. Gemeentelijk monument = monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven.
Immaterieel cultureel erfgoed = de praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, kennis, vaardigheden – met inbegrip van de bijbehorende instrumenten, voorwerpen, artefacten en culturele ruimtes – die gemeenschappen, groepen en, in sommige gevallen, individuen erkennen als deel van hun cultureel erfgoed. Dit immaterieel cultureel erfgoed, dat van generatie op generatie wordt overgeleverd, wordt voortdurend opnieuw gecreëerd door gemeenschappen en groepen in reactie op hun omgeving, hun interactie met de natuur en hun geschiedenis en geef hun een gevoel van identiteit en continuïteit. Monument = onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. Een monument is altijd de gehele onroerende zaak en kan bijvoorbeeld geen bestanddeel zijn, zoals alleen een voorgevel. Eén monument kan wel uit meerdere onroerende zaken bestaan. Denk aan een blok arbeiderswoningen, een boerderij (woning + deel) met vrijstaande schuur en hooiberg, of een groenaanleg. Rijksmonument = monumenten en archeologische monumenten die op grond van de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. Stads- en dorpsgezicht = groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden.
Hieronder kunnen zowel gebouwd en aangelegd erfgoed als historisch landschap vallen. Werelderfgoed = op het grondgebied van Nederland gelegen cultureel en natuurlijk erfgoed dat op grond van het werelderfgoed verdrag is opgenomen in de Lijst van het Werelderfgoed (Unesco).
1 Handreiking begrippenkader cultureel erfgoed onder de Omgevingswet. Hoe gemeenten cultureel erfgoed beter kunnen beschermen, door wettelijke begrippen eenduidig toe te passen (in het omgevingsplan) (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), 2020.
Er is ook een Voorlopige Lijst werelderfgoed. Hierop staan erfgoederen die Nederland bij Unesco wil voordragen om op de Lijst van het Werelderfgoed te plaatsen. Ook hiervoor zijn in sommige gevallen regels opgesteld.