CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport IHP Veldhoven

Raad (besluitvormend) 3 september 2024, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-204016.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ICS ADVISEURS

Veldhoven

IHP Veldhoven Primair- en voortgezet onderwijs

RBOB De Kempen

Korein Voor kinderen.

o ikOOK

Opdrachtgever Gemeente Veldhoven

Datum 9 juli 2024

Referentienummer 22300333/20240709SÜ1

Auteur(s) Onno Damen, Joëlle Wijntjens en Tijmen Bruil

Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

ICS ADVISEURS

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Scope en status IHP

4

1.3 Leeswijzer

2.

Visie op onderwijs- en kinderopvanghuisvesting

4

6

2.1

Aanbod en samenwerking

6

2.2

Inclusiever en passend onderwijs en kinderopvang

6

2.3

Denken in gebieden

10

2.4

Spreiding

10

2.5

Multifunctionaliteit

11

2.6

Duurzaamheid en gezondheid

13

2.7

Type maatregelen in het IHP

17

Maatregel 1: (vervangende) nieuwbouw

17

Maatregel 2a: Levensduurverlengende renovatie (scope 40 jaar)

18

Maatregel 2b: Levensduurverlengende renovatie (scope 25 jaar)

19

Maatregel 3: In stand houden

20

Maatregel 4: Afstoten

20

2.8

3.

Huisvesting van maatschappelijke partners

Scenario's 3.1

Primair onderwijs

20

22 23

3.1.1

Heikant-West, Heikant-Oost, De Kelen en Polders

23

3.1.2

Fasering

26

3.1.3

Het Look en Cobbeek

27

3.1.4

Fasering

28

3.1.5

Zonderwijk en d'Ekker

29

3.1.6

Fasering

30

3.1.7

Zeelst

31

3.1.8

Fasering

31

3.1.9

Meerveldhoven

32

3.1.10

Fasering

33

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

ICS ADVISEURS

3.1.11

Veldhoven Dorp

33

3.1.12

Fasering

34

3.1.13

Oerle

34

3.1.14

Fasering

36

3.1.15

Zilverackers

36

3.1.16

Fasering

37

SBO en (V)SO

38

3.2

3.2.1

SBO De Verrekijker in MFA Midden

38

3.2.2

Prins Willem-Alexander

38

3.2.3

Zuiderbos

39

3.2.4

Fasering

41

Voortgezet onderwijs

42

3.3

3.3.1

4.

Fasering

Financiële kaders en werkwijze

43

44

4.1

Uitgangspunten

44

4.2

Totale investering IHP

45

4.3

Fasering

45

5.

Slotsom en werkafspraken

47

5.1

Slotsom

47

5.2

Aanbevelingen

47

www.icsadviseurs.nl

ICS ADVISEU PS

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Op het gebied van onderwijs- en kinderopvanghuisvesting is er de nodige dynamiek. Zowel landelijke ontwikkelingen, als de lokale context in Veldhoven, vragen om duidelijke, door schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente gedragen, kaders voor toekomstbestendige onderwijs- en kinderopvanghuisvesting. De afgelopen periode is actief gewerkt aan de uitvoering van projecten uit het in 2020 vastgestelde Integraal Huisvestingsplan (IHP) Veldhoven. Het voorliggend IHP-rapport borduurt voort op het IHP uit 2020 en is geactualiseerd met nieuwe inzichten zoals leerlingenprognoses. Het IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met alle schoolbesturen voor het primair-, speciaal en voortgezet onderwijs, de kinderopvangorganisaties in kindcentra/brede scholen en de gemeente Veldhoven.

1.2 Scope en status IHP Een IHP is een belangrijk lokaal sturingsinstrument in het realiseren van diverse onderwijskundige, beleidsmatige en maatschappelijke ambities, waarbij onderwijshuisvesting dus niet alleen een antwoord is op een ruimtevraag, maar ook een strategisch bedrijfsmiddel om genoemde ambities te ondersteunen of te realiseren (PO-raad). Het IHP Veldhoven biedt een perspectief voor alle onderwijslocaties voor het primair-, speciaal en voortgezet onderwijs voor de periode 2025 - 2040. Het IHP anticipeert op de verwachte wetwijziging, die gemeentes verplicht een IHP te hebben. De invoering van deze wet wordt medio 2025 verwacht. Het IHP vormt een perspectief voor alle besluiten omtrent investeringen in onderwijs- en kinderopvanghuisvesting voor de komende jaren en wordt (bij voorkeur) iedere vier jaar geactualiseerd. Het IHP is bedoelt als een koersdocument en geen blauwdruk, zodat flexibiliteit (beargumenteerd) behouden blijft. Het IHP krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Hiermee staan de investeringen in de eerste vier jaar vast. Besluiten over investeringen na deze periode worden apart genomen. Naast de investering van de gemeente is er ook sprake van investeringen vanuit schoolbesturen.

Als partijen zich onverhoopt niet aan het IHP (kunnen) houden of er onderling niet uitkomen, dan wordt teruggevallen op de Verordening Voorzieningen Onderwijshuisvesting van de gemeente Veldhoven. Het IHP is ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad, nadat overeenstemming is bereikt in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO).

1.3 Leeswijzer Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen, kinderopvang en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij deze partijen vormt de basis voor de aanpak. Het IHP is opgebouwd uit onderstaande punten: *

Actualisatie basisinformatie

Voor elke onderwijslocatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet' gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische- en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik van de (onderwijs) capaciteit inzichtelijk gemaakt. De factsheets zijn als bijlage toegevoegd aan de rapportage.

www.icsadviseurs.nl

4/48

ICS ADVISEURS

"

Visie op onderwijs en huisvesting

Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente, de kinderopvangorganisaties en de schoolbesturen met hun onderwijs- en kinderopvanghuisvesting beogen. Thema's als aanbod, inclusief en passend onderwijs, samenwerking, gezondheid en duurzaamheid zijn behandeld in werksessies. *

Situatieschets per gebied

Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een kansenkaart gemaakt van de voorzieningen in de gemeente. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per gebied in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of de huisvesting inclusief kinderopvang. *

Oplossingsrichting en prioriteit

Op basis van de analyse is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de analyse vormt de input voor huisvestingsoplossing per locatie. De huisvestingsoplossing is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. *

Financiële vertaling huisvestingsoplossingen

Voor de huisvestingsoplossingen worden de investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. *

Rapportage IHP

De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken en de huisvestingsoplossingen, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport.

www.icsadviseurs.nl

5/48

ICS ADVISEU PS

2. Visie op onderwijs- en kinderopvanghuisvesting 2.1 Aanbod en samenwerking Veldhoven is een veelzijdige gemeente. In de gemeente Veldhoven willen gemeente, onderwijs- en kinderopvangorganisaties een doorgaande leerlijn van 0 tot 18 jaar bieden (de bandbreedte van de leeftijdscategorie is afhankelijk van het type onderwijsaanbod). Iedereen doet mee. Ook wanneer extra ondersteuning nodig is, zorgt men voor een passende leerplek. Nauwe samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is een voorwaarde voor succes. Hierover zijn nauwgezette afspraken gemaakt die in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden geborgd. De samenwerking kan worden geoptimaliseerd wanneer partners ook samen gehuisvest zijn, bijvoorbeeld in een multifunctionele accommodatie (MFA) of brede school. Wanneer partners samenwerken in het belang van het kind doen ze dat vanuit eenduidige pedagogische waarden (taakstellende referentie vormt het eerder opgestelde kwaliteitsdocument/afspraken ‘Samenwerkingsovereenkomst Brede School Veldhoven'). Zo wordt voor het kind een bestendige ontwikkeling vormgegeven. Het onderwijsaanbod sluit aan bij de lokale behoefte en is gevarieerd. Scholen en kinderopvang hebben hun eigen identiteit. Deze vormt geen belemmering voor samenwerking. Verschillende identiteiten kunnen elkaar juist versterken.

In de verschillende wijken wordt door middel van accenten invulling gegeven aan de gemeenschappelijke visie. Deze accenten zitten hem met name in de functie van de school in de wijk. De school heeft een centrale plek in het netwerk rond het kind in het belang van zijn/haar sportieve, culturele en creatieve ontwikkeling. Naast onderwijs en kinderopvang kan, afhankelijk van de lokale behoefte, in de school ook ruimte worden geboden aan educatie, sport, ontmoeting of zorg. Zo wordt de gemeenschap betrokken bij de groei en ontwikkeling van het kind. De combinatie tussen zorg en onderwijs kan leiden tot een meer preventiegerichte benadering. Indien sprake is van nieuwbouw denkt men in de gemeente Veldhoven altijd na over de mogelijkheden tot clustering van diverse maatschappelijke functies in een gebouw. Dit om het aanbod en de samenwerking optimaal te faciliteren. Verschijningsvormen van voorzieningen De vorming van kindcentra of brede school is het leidende principe. In de praktijk zijn er verschillende verschijningsvormen van voorzieningen mogelijk, te weten: * * *

School: dit is een voorziening waar enkel een onderwijspartij in gehuisvest is zonder andere kindpartners. Brede school: dit is een voorziening waarbij naast onderwijs ook een andere kindpartner(s) gehuisvest zijn. bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorgpartner et cetera. Multifunctionele accommodatie (MFA): dit is een voorziening waarin naast de partijen die in een kindcentrum of brede school aanwezig zijn, ook andere partijen gehuisvest zijn die meer gerelateerd zijn aan de wijk of een bredere welzijnsvoorziening. Een multifunctionele accommodatie kan ook zonder een onderwijsvoorziening gerealiseerd worden.

Voor de leesbaarheid wordt in het vervolg gesproken over een kindcentrum, maar dat kan ook een MFA, school of brede school betreffen in voorkomend geval.

2.2 Inclusiever en passend onderwijs en kinderopvang Ieder kind in de gemeente Veldhoven heeft recht op gelijke ontwikkelkansen door goede kinderopvang en onderwijs, zeker kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte1.

1 Dit is in lijn met de integrale kadernota ‘Focus op alle jeugd' (mei 201 7) van de gemeente Veldhoven.

www.icsadviseurs.nl

6/48

ICS ADVISEU RS

Passend onderwijs richt zich niet op de beperkingen, maar kijkt naar wat het kind (of groepen kinderen) nodig heeft (hebben). Daarbij is aandacht voor inclusiviteit op het gebied van cognitief, sociaal en fysieke vlak. Alle betrokken organisaties (schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente) dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit hun taakbetrokkenheid. Het uitgangspunt is inclusiever en zo thuisnabij mogelijk. Wanneer extra ondersteuning nodig is, wordt dit zo thuisnabij mogelijk aangeboden. Dit betekent dat zoveel als mogelijk de expertise naar de scholen wordt gebracht in plaats van de kinderen naar speciale voorzieningen. Bijvoorbeeld specialistische expertise en zorg in het reguliere onderwijs. In deze gedachte staat de ontwikkeling van het kind voorop. Vanuit de ontwikkeling van het kind betekent dit soms ook dat kinderen juist beter tot ontwikkeling komen op een speciaal (basis)onderwijsvoorziening. Dit kan tijdelijk van aard zijn, maar ook structureel. Deze voorzieningen blijven dan ook voor een bepaalde doelgroep benodigd. Ook voor deze kinderen wordt inclusie georganiseerd. Denken vanuit sociale inclusie is hierin belangrijk door het bevorderen van ontmoeting tussen kinderen (tegengaan van exclusie).

Het speciaal onderwijs moet hiernaast een specialistisch netwerk worden, dat zijn expertise binnen inclusievere scholen inzet, zodat leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoefte steeds vaker naar dezelfde school kunnen, (zoveel mogelijk) in de dezelfde klas zitten, samen spelen of elkaar ontmoeten op het schoolplein (Samenwerkingsverband passend onderwijs De Kempen2), jaarschijf ondersteuningsplan 2023­ 2024). Inclusiever en passend onderwijs en kinderopvang heeft ook gevolgen voor de huisvesting. Het vraagt om andere typen ruimten (zie tekstkader op de volgende pagina), maar ook de inrichting en toegankelijkheid van deze ruimten speelt een grote rol (prikkelarm, materiaalgebruik et cetera). Voor passende kinderopvang wordt naast de inrichting van ruimten ook gekeken naar expertise van professionals en meer professionals op een groep kinderen. De passende kinderopvang sluit aan bij het onderwijs vanuit de doorgaande ontwikkellijn van kinderopvang naar onderwijs.

2SWV PO

www.icsadviseurs.nl

7/48

ICS ADVISEU RS

Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs in de Kempen voor primair- en voortgezet onderwijs (PO en VO) De Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs in de Kempen voor PO en VO realiseren voor élk kind en jeugdige binnen het voedingsgebied een onderwijsaanbod dat zoveel mogelijk geïntegreerd en thuisnabij is en dat optimaal voldoet aan de onderwijs- en ontwikkelingsbehoefte van elk individueel kind. Het onderwijsaanbod is gericht op een optimale ontplooiing van talenten zodat een zelfbewust, zelfstandig en gelukkig functioneren mogelijk en haalbaar is, zowel persoonlijk als maatschappelijk. De samenwerkingsverbanden zijn ingericht als netwerkorganisatie. Dit betekent dat de aangesloten schoolbesturen autonoom zijn in het realiseren van de doelen van het samenwerkingsverband en verbonden zijn op de inhoud. De speciaals onderwijs besturen uit de gemeente Veldhoven zijn medeverantwoordelijk voor de realisering van: Passend arrangeren Dit wordt gerealiseerd door het effectief en efficiënt arrangeren van de extra ondersteuning die nodig is boven de basisondersteuning om een kind tot ontwikkeling te brengen of in ontwikkeling te houden. Een mogelijkheid daarbij is de samenwerking tussen basisonderwijs-speciaal (basis)onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs-voortgezet onderwijs.

Een dekkend netwerk voor alle kinderen Dit houdt in dat voor alle leerlingen, zo thuisnabij mogelijk, een passende onderwijsplek geboden kan worden. Samenwerken tussen onderwijs en jeugdhulp Er is een nadrukkelijke wens uitgesproken voor een nog betere en efficiëntere samenwerking tussen de jeugdhulp en het onderwijs. Eveneens is er behoefte om de mogelijkheden voor collectieve financiering van specialistische jeugdhulp in het speciaal onderwijs verder met elkaar te verkennen (bundelen van financiering in plaats van individuele beschikkingen).

www.icsadviseurs.nl

8/48

ICS ADVISEU RS

Denkrichting: extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs De ontwikkeling van inclusiever en passend onderwijs heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten (mindervalidentoilet, douche, interventieruimte et cetera). Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat' gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs' een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Het schoolbestuur kan - bij nieuwbouw, uitbreiding of renovatie - een goede onderbouwing aanleveren, waaruit blijkt dat er behoefte is aan extra vierkante meters. Na overleg met de gemeente wordt gezamenlijk besloten of dit aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De investering van deze ‘extra meters' wordt - na akkoord van de gemeente - gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur.

Indicatief kan per primair onderwijsvoorziening gedacht worden aan 50 bruto vierkante meter. Voor een voortgezet onderwijsvoorziening is dit 100 bruto vierkante meter. Per locatie/school kan dit beargumenteerd afwijken. NB: Bovenstaande biedt de ruimte om ‘boven-normatieľ te denken en ook ruimtelijk maatwerk te leveren. In elk project wordt de afweging gemaakt of onderwijsinstellingen de extra meters kunnen exploiteren en welke kansen multifunctioneel (dubbel)ruimtegebruik biedt zonder investering in extra meters maar wel het bereiken van de gewenste functionaliteit. Hierbij wordt ook de kinderopvang betrokken als samenwerkingspartner in een gebouw.

Onderwijs voor nieuwkomers We weten dat in de komende vijf jaren het aantal nieuwkomers nog meer zal gaan toenemen in de Metropool Regio Eindhoven (MRE). Vanwege de complexe regio-indeling met 21 gemeentes en vijf samenwerkingsverbanden voor primair en voortgezet onderwijs die gemeentegrens overstijgend opereren, kunnen we niet anders dan grensoverstijgend de handen ineenslaan om ervoor te zorgen dat geen enkel kind thuis komt te zitten als gevolg van een capaciteitsprobleem of gebrek aan expertise. Hierover is In de regio daarom structureel overleg. Gemeente, schoolbesturen en kinderopvang stemmen gezamenlijk af op welke manier de spreiding van voorzieningen voor nieuwkomers georganiseerd wordt. De ambitie is om leerlingen, zoveel mogelijk, in het reguliere onderwijs te laten doorstromen. In het IHP wordt voor toekomstige huisvesting uitgegaan van huisvesting die flexibel en schaalbaar is, los van de oplossing in de vorm van nieuwkomersklassen of als onderdeel van het reguliere onderwijs. Daarnaast is ook sprake van ondersteuningsbehoefte bij nieuwkomers die meer aansluit bij het aanbod in het speciaal onderwijs. De ondersteuningsvraag is alleen nog niet altijd even helder, maar de verwachting is wel dat nieuwkomers ook voor groei binnen het speciaal onderwijs zullen zorgen.

www.icsadviseurs.nl

9/48

ICS ADVISEURS

2.3 Denken in gebieden Voor een goed onderwijs-, kinderopvang- en ondersteuningsaanbod is het belangrijk dat deze ook voor betrokken organisaties goed te organiseren is qua schaalgrootte. Bepalend is het aantal kinderen, de zwaarte van problematiek en benodigde omvang vanuit bedrijfsmatig oogpunt. Om een sterk aanbod te kunnen waarborgen, wordt de gemeente Veldhoven verdeeld in een aantal gebieden. Per gebied is een maatwerkaanbod passend bij het DNA en de specifieke vraagstukken binnen het gebied. Het is aan de organisaties die actief zijn binnen het gebied om vanuit hun professie in gezamenlijkheid het DNA en de vragen vanuit het gebied te vatten en te vertalen naar een maatwerkaanbod. De gebieden zijn hieronder weergegeven. Daarnaast is gemeentebreed een aantal gebiedsoverstijgende voorzieningen aanwezig, zoals speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. Deze voorzieningen hebben een regionale functie en passen niet in het principe denken in gebieden. ' mmm 5 m 0 0 0 10

Heikant-West. Heikant-Oost, De Kelen, Polders Het Look en Cobbeek Zonderwijken d'Ekker Zeelst Meerveldhoven

11

Veldhoven Dorp

12

Oerle

0

Zilverackers

2.4 Spreiding Het aanbieden van meerdere denominaties3 binnen Veldhoven vergroot de keuzevrijheid voor ouders en kinderen. Bij voorkeur is er voor de ouders en het kind iets te kiezen. Hoofdzaak is dat altijd op wijkniveau de schoolfunctie met goed onderwijs geborgd wordt. Voor het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs is dit op gemeenteniveau. Daarbij geldt ook dat er ruimte is voor een divers onderwijskundig aanbod en scholen met een specifieke denominatie. Bij een sterke overtuiging voor een denominatie is er altijd iets te kiezen, al vergt dit enige inspanning van de ouders (reistijd). De schoolbesturen komen in samenspraak met kinderopvangorganisaties tot spreiding van het kinderopvangaanbod en het aantal kindplaatsen. In geval van financiering door de gemeente wordt de gemeente aan de voorkant actief betrokken en ligt het uiteindelijke besluit om te financieren (tegen een kostprijsdekkende huur) bij de gemeenteraad (zie ook paragraaf 2.8).

3 Onderwijsrichtingen zoals openbaar- en bijzonder onderwijs,

www.icsadviseurs.nl

10/48

ICS ADVISEU PS

2.5 Multifunctionaliteit Flexibiliteit en ruimtegebruik Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet, zoals een wissellokaal en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de buitenschoolse opvang (bso) of door andere gebruikers na schooltijd. Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of renovatie rekening te houden met: *

*

*

De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw voor onderwijs em/of kinderopvang. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. In de ruimtelijkplanologische zin dient hier rekening mee gehouden te worden, door in het omgevingsplan en bij het bepalen van het terreinoppervlak te anticiperen op een toekomstige uitbreiding. Dit is in lijn met het onderwijs- en kinderopvangconcept. Toekomstige (interne) aanpasbaarheid voor onderwijs em/of kinderopvang. Bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp, technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing zo veel mogelijk te voorkomen. De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst (gedeeltelijk of volledig) te transformeren naar een andere functie. In geval van gedeeltelijke transformatie dan gaat dit niet ten koste van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang. Schaalsprong metropoolregio Eindhoven Eind 2022 is er een samenwerkingsakkoord gesloten binnen de metropoolregio Eindhoven voor de periode 2023-2026. Dit samenwerkingsverband is het gevolg van de groei van de regio naar de eerste economie van Nederland, en de opgaven die daarbij komen kijken.

21 gemeenten, waaronder gemeente Veldhoven, hebben gezamenlijke ambities, opgaven, doelen en afspraken geformuleerd waar de gemeenten in samenwerking aan gaan werken. Binnen het akkoord wordt voorzien dat de complete regio een schaalsprong gaat doormaken. Bij het opstellen van de leerlingenprognoses, door het prognosebureau Pronexus, zijn de woningbouwplannen van de gemeente Veldhoven meegenomen. In de vertaling naar onderwijs- en kinderopvanghuisvesting zal dit vragen om flexibiliteit, waarbij ook ruimte is voor een ingroeimodel. In de leerlingenprognoses zijn op wijkniveau onderstaande aantallen meegenomen: Data en prognoses: Actueel 1-1-2024 Prognose 2040

Inwoners 46.417 55.000

Woningen 20.792 26.373

Operatie Beethoven leidt mogelijk tot een extra versnelling van de woningbouw. Indien deze versnelling plaatsvindt, zal ook de onderwijscapaciteit versneld gerealiseerd moeten worden. Indien van toepassing kunnen schoolbesturen een gesprek aanvragen met de gemeente om deze versnelling te bespreken. Ook voor de kindpartner geldt dat de versnellingsopgave gevolgen kan hebben voor de behoefte aan kindplaatsen.

www.icsadviseurs.nl

11/48

ICS ADVISEURS

Groei en krimp Een daling van het aantal leerlingen kent ruimtelijke en financiële gevolgen voor onderwijs- en opvanghuisvesting, te weten: *

* *

Bedrijfsmatig: voor de kinderopvang zijn bezette kindplaatsen belangrijk voor de levensvatbaarheid van een locatie maar ook om kwaliteit te kunnen bieden (bijvoorbeeld interactie tussen kinderen). Voor het onderwijs gaat het om het bieden van onderwijskwaliteit en continuïteit. Financieel: de materiële instandhoudingsvergoeding (vanuit het Rijk) is voor schoolbesturen ontoereikend om de normatief leegstaande lokalen te kunnen bekostigen (leegstand kost geld). Ruimtelijk: er ontstaat leegstand en er wordt minder efficiënt gebruik gemaakt van (onderwijs)ruimten.

Het bepalen of leegstand een probleem is, ligt bij de gemeente en de onderwijs- en kinderopvangorganisaties. Uitgangspunt is dat leegstand bovenmaats is als dat door de onderwijsorganisatie wordt geconstateerd. Daarentegen behoudt de gemeente het initiatief om leegstand als bovenmaats te duiden en daarover in gesprek te treden met het schoolbestuur. Indien de leegstand bovenmaats is en dit de komende jaren aanhoudt, dient de onderwijs- en kinderopvangorganisatie in afstemming met de gemeente een integraal en toekomstbestendig plan opgesteld te worden om de leegstand de komende jaren terug te dringen. De integrale plannen dienen afgestemd te zijn op de toekomstige behoeften en ontwikkelingen binnen een gebied. Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Binnen een gebied worden niet onnodig veel meters gerealiseerd en wordt de leegstand maximaal benut. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen die maar één keer aangewend kunnen worden. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd.

In lijn met de ambitie om op locaties tot doorlopende leerlijnen en (integrale) kindcentra te komen, dient bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen vanzelfsprekend ook te worden gekeken naar het inpassen van kinderopvangfuncties om de leegstand terug te dringen (als één van de mogelijke oplossingsrichtingen). Bij vraagstukken rond krimp (of groei) zijn onderwijs- en kinderopvangorganisaties gelijkwaardig4. Het vorderen van lokalen in gebruik door kinderopvang ten behoeve van het onderwijs of de mogelijkheid om lokalen te verhuren wordt per gebied bekeken. Deze werkwijze geeft onderwijs- en kinderopvangorganisaties de mogelijkheid om per situatie maatwerk te leveren, waarbij het uitgangspunt is om die continuïteit te borgen die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking. Naast krimp kan ook sprake zijn van groei. Bij het aanpassen of realiseren van kindvoorzieningen wordt ook direct nagedacht over hoe om te gaan met groei. Dat betekent onder andere: *

*

Gezamenlijk nadenken over uitbreidingsmogelijkheden van een gebouw op zo'n manier dat het onderwijs- of opvangconcept overeind blijft en de nieuwe omgeving recht doet aan de manier waarop gewerkt gaat worden. Gezamenlijk nadenken over het ventilatieconcept zodat dit bij aanpassing van het gebouw (andere ruimtelijke indeling) eenvoudig mogelijk wordt zonder grote aanpassingen/investeringen.

Multifunctionaliteit Het realiseren van een kindcentrum met (mogelijk) een functie voor de wijk vraagt om een andere kijk op de gebouwde onderwijsomgeving. Daarnaast worden voorzieningen bekostigd met maatschappelijke middelen. Het uitgangspunt binnen de gemeente is om efficiënt om te gaan met de middelen en ruimten. De intentie is om tijdens schooltijden het schoolgebouw, het plein en (indien aanwezig) de gymzaal multifunctioneel in te zetten en na schooltijden beschikbaar te stellen. De mogelijkheden en effecten worden situationeel bekeken. Veiligheid en afspraken over eigendom en beheer zijn hierbij van belang en vragen, per locatie, om een nadere uitwerking. Dit vindt in afstemming plaats tussen de gemeente, het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie.

4 De gemeente heeft voor het onderwijs een wettelijke zorgplicht in het realiseren van voldoende huisvesting. Dit geldt niet voor de kinderopvang.

www.icsadviseurs.nl

12/48

ICS ADVISEURS

2.6 Duurzaamheid en gezondheid Binnen het IHP worden, in lijn met het duurzaamheidbeleid en geldende wet- en regelgeving, duurzaamheidsambities geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, valt onder maatschappelijk vastgoed. In de gemeente Veldhoven staat duurzaamheid gemeentebreed prominent op de agenda. Het streven is, in lijn met het klimaatakkoord, tot een CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van 1990 te komen. Daarnaast is het streven dat de gebouwen in 2050 95% CO2-reductie moeten hebben gerealiseerd. Daarnaast wordt vanuit de klimaattafels gewerkt aan landelijke routekaarten. Binnen het IHP wordt uitgegaan van: *

*

* *

Voor nieuwbouw betekent dit dat de ambitie hoger ligt dan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (1 januari 2021) waarin Bijna Energie Neutraal (BENG) als eis geldt. De ambitie ligt op Energie Neutraal Gebouw (ENG) en daarmee is het saldo energieverbruik en energieopbrengst, met betrekking tot gebouwgebonden energie, nul. Er is wetgeving vanuit Europa in ontwikkeling waar ENG vanaf 2028 voor nieuwbouw waarschijnlijk verplicht wordt. In dit IHP nemen we daarop een voorschot door bij de maatregelen voor nieuwbouw uit te gaan van ENG. Voor levensduurverlengende renovatie (scope 40 jaar) geldt dat ENG beredeneerd zoveel mogelijk wordt gehaald. De reden is dat bij bestaande bouw het lastig (lees: kostbaar) is om eisen van ENG te bereiken. Het streven is daarom om beredeneerd te kijken wat kan en verantwoord is. Voor levensduurverlengende renovatie (scope 25 jaar) geldt BENG. Nieuwbouw is aardgasloos, levensduurverlengende renovatie (bij beide varianten) is waar mogelijk/verplicht ook aardgasloos. Netcongestie Een belangrijk aandachtspunt is de beschikbaarheid van aansluitingen op het energienet (netcongestie). In de praktijk blijkt er nu onvoldoende capaciteit om nieuwbouw te realiseren, aansluitwaarde te vergroten of om duurzaamheidsopties (o.a. zonnepanelen) te kunnen realiseren. Het is niet wenselijk dat projecten vertraging op lopen.

Er zijn alternatieven beschikbaar die als oplossing kunnen dienen voor de netcongestie. In de praktijk vraagt dit om extra budget. Binnen het IHP wordt een stelpost meegenomen per project om het vraagstuk van netcongestie te overbruggen. Per project wordt bij uitvoering gekeken naar de meest passend oplossing, ook financieel. NB: Er is ook aandacht voor procedures die doorlopen moeten worden om netvoorzieningen te realiseren.

www.icsadviseurs.nl

3/48

ICS ADVISEURS

jf/ BENG Bijna Energie Neutraal Gebouw

(t.a.v. de gebouw gebonden energie} BENG specificeert eisen voor: * De maximale energiebehoefte * Het maximaal fossiel energiegebruik * Minimaal aandeel hernieuwbare energie Het saldo energieverbruik en energieopbrengst tav. de gebouw gebonden energie, is groter dan nuk Het bouwbesluit is per 1 jan 2021 aangepast aan BENG

Circulariteit Een circulaire economie, gericht op het minimaliseren van afval en het maximaliseren van de waarde van grondstoffen, sluit aan bij de ambities van het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen. Het realiseren en gebruiken van schoolgebouwen maakt integraal onderdeel uit van de ontwikkeling naar een circulaire economie en levert hieraan een bijdrage. Gemeente en schoolbesturen zien diverse kansen om circulariteit te integreren in projecten, maar ook in het gebruik van de schoolgebouwen. Circulaire principes worden zoveel mogelijk toegepast binnen bouwprojecten. Denk daarbij aan het gebruik van hergebruikte materialen, biobased grondstoffen en demontabele bouwmethodes. Ook in het gebruik van ruimte komt de circulaire gedachte tot leven. Om een circulair gebouw en -gebruik te realiseren, wordt bij ieder project een team samengesteld met ervaring met circulair bouwen. Ook wordt er in de voorbereidingsfase voldoende tijd ingeruimd om de circulaire principes te vertalen naar een haalbaar ontwerp. Bij circulair bouwen behouden de gebouwen een zekere (economische) restwaarde, omdat bouwmaterialen na een levenscyclus herbruikbaar zijn. Materialen krijgen een toekomstwaarde. Daarmee wordt het mogelijk om restwaarde toe te kennen aan het gebouw en de investering niet volledig naar nul af te schrijven.

In de projecten in ook aandacht voor het circulair slopen van gebouwen door bruikbare materialen te oogsten tijdens het sloopproces. Circulariteit vraagt vaak om een extra investering, maar deze kan op de lange termijn voordelen opleveren. Total Cost of Ownership (TCO) De kosten van een gebouw bestaan niet enkel uit de bouwkosten tijdens de realisatiefase van het proces. Tijdens de levensduur van het gebouw komen daar ook kosten bij voor het beheer en exploitatie (lees: de instandhouding, een school bestuurlijke verantwoordelijkheid). Het concept ‘Total Cost of Ownerhsip' (TCO) gaat hier over en tracht de totale eigendomskosten over de gehele levensduur in beeld te brengen. Om goed in beeld te krijgen hoeveel een gebouw kost over zijn gehele levensduur is het belangrijk om de overige eigendomskosten ook duidelijk te hebben. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor keuzes tijdens het ontwerpproces.

www.icsadviseurs.nl

14/48

ICS ADVISEURS

Materialen, installaties of producten kunnen bij de aanschaf of installatie duurder zijn maar minder onderhoud nodig hebben of langer meegaan waardoor de totale kosten minder blijken. Hierbij valt te denken aan onderhoudsvrije vloeren of installaties die lagere energiekosten hebben. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar gebouwen en hun levensloop. Op projectniveau moeten hiervoor keuzes worden gemaakt. Bij elk project dat voortkomt uit het IHP wordt een haalbaarheidsonderzoek gemaakt waarin TCO leidend is. Dit haalbaarheidsonderzoek kan ook gebruikt worden als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur, passend binnen de kaders van het onderwijsaccountantsprotocol5. Slim investeren in duurzaamheid Investeringen in duurzaamheid vinden plaats op natuurlijke momenten zoals (vervangende) nieuwbouw, levensduurverlengende renovatie of groot onderhoud. Schoolbesturen zijn vrij om, binnen de mogelijkheden die zij hebben, passend binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol, zelf maatregelen te treffen met betrekking tot het verduurzamen van onderwijsgebouwen. In het uitvoeringsprogramma IHP Veldhoven 2020-2024 zijn met de schoolbesturen afspraken gemaakt over het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen. Deze maatregelen zijn voor scholen met een energielabel lager dan A en zijn op korte termijn terug te verdienen (Quick Wins).

De maatregelen zijn op alle scholen uitgevoerd. Gezondheid Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat met de aspecten luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Daarnaast draagt een gezond binnenklimaat bij aan de leerprestaties en vermindert het gezondheidsklachten. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie van schoolgebouwen geldt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B als gemiddelde basis (slimme mix van Frisse Scholen klassen). Voor de kinderopvangvoorzieningen gelden (minimaal) de wettelijke vereisten. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde levensduurverlengende renovatie) is het streven minstens een goed binnenklimaat conform de vereisten van Frisse Scholen klasse B (gemiddeld). De investeringen die nodig zijn voor een gezond binnenklimaat worden zorgvuldig afgewogen en gekoppeld aan de resterende levensduur van het gebouw. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties om deze ambitie ook in bestaande gebouwen na te streven.

Het schoolbestuur brengt de bestaande situatie in beeld inclusief de benodigde maatregelen. Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft financiële implicaties, zowel wat betreft initiële investeringen als exploitatiekosten. Het toevoegen van installaties kan namelijk resulteren in een verhoogd energieverbruik en onderhoudskosten voor de schoolbesturen. Wanneer een investering in het binnenklimaat bij een bestaand gebouw aan de orde is, ligt de eerste verantwoordelijkheid bij het schoolbestuur, eventueel in samenwerking met de kinderopvang. Kinderopvangorganisaties kunnen zelf investeren of bijdragen aan de financiering van de investering (voor hun deel van het gebouw) via huurvergoedingen. Alle betrokken partijen komen gezamenlijk tot een weloverwogen beslissing op basis van gedegen argumenten en belangenafweging.

5 Het accountantsprotocol is de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, de controle op de jaarrekening, het onderzoek naar de bekostigingsgegevens en de gewenste accountantsproducten iwww.onderwiisinspectie.nl/onderwiisaccountantsprotocol 2023).

www.icsadviseurs.nl

15/48

ICS ADVISEU RS

Toegankelijkheid Een cruciaal aspect van inclusie is het waarborgen van toegankelijkheid van voorzieningen, zodat ieder persoon er gebruik van kan maken. Het Handboek voor Toegankelijkheid is leidend bij uitvoering van projecten. Bewegen en buitenruimte Een belangrijk aspect van gezondheid is ervoor zorgen dat kinderen voldoende beweging krijgen in en rondom de het kindcentrum. Het bevorderen van beweging heeft directe voordelen voor hun leerprestaties en algemene ontwikkeling. Om dit te bereiken, is het van belang dat de leer- en ontwikkelomgeving zo wordt ingericht dat beweging wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan het plaatsen van klimmuren, het aanleggen van niveaus en het gebruik van meubilair dat uitnodigt tot beweging. Ook de activiteiten die de school of kinderopvang organiseert, zoals beweegactiviteiten tijdens pauzes en naschoolse sportactiviteiten, dragen hieraan bij. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan de gezondheid van kinderen. Bij de ontwikkeling van deze gezonde buitenruimte is aandacht voor: veiligheid, uitdaging, uitnodiging tot spel, uitnodiging tot ontwikkeling, uitnodiging tot bewegen, uitnodiging tot ontdekken, groene en natuurlijke uitstraling (met buffer ter voorkoming van vervuiling in het gebouw) en onderhoudsvriendelijkheid.

Bij bestaande locaties wordt de bestaande buitenruimte behouden, maar er wordt gekeken naar manieren om deze groener te maken6. Bij nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt de omvang van de buitenruimte als een belangrijke factor gezien. Voor de kinderopvang wordt er voldaan aan de geldende regelgeving. Voor het onderwijs wordt minimaal uitgegaan van de meest recente versie van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Veldhoven, zodat er voldoende speelruimte beschikbaar is en kinderen volop mogelijkheden hebben om te bewegen. Het is aan het schoolbestuur en de kinderopvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogisch en educatieve visie vorm te geven en in te richten. Het is gemeentelijk beleid om (waar mogelijk) schoolterreinen als openbaar gebied in te richten. schoolterreinen die als openbaar gebied zijn aangemerkt heeft de gemeente ook een rol in de inrichting en bekostiging daarvan. Dit wordt per situatie bekeken en besloten (i.o.m. gemeente, schoolbestuur en kinderopvangorganisatie). Tevens is oog voor het zelfstandig naar school komen van leerlingen lopend of met de fiets. Vanuit visie wordt een buitenruimte die aantrekkelijk is ook belangrijk gevonden voor het mentale welbevinden van kinderen, jongeren en personeel.

6 Dit valt echter buiten de scope van het IHP.

www.icsadviseurs.nl

6/48

ICS ADVISEU PS

2.7 Type maatregelen in het IHP Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario's: * * * * *

(vervangende) nieuwbouw (en uitbreiding); levensduurverlengende renovatie met scope 40 jaar; levensduurverlengende renovatie met scope 25 jaar; in stand houden; afstoten 1 2a 2b 3 4

Maatregel Vervangende nieuwbouw Levensduurverlengende renovatie scope 40 jaar Levensduurverlengende renovatie scope 25 jaar In stand houden Afstoten

Verantwoordelijkheid Beiden Beiden

Budget 100% IHP-norm nieuwbouw 100% IHP-norm nieuwbouw

Beiden

Max. 70% IHP-Norm nieuwbouw

Schoolbestuur Schoolbestuur

MI-vergoeding (vanuit het Rijk) n.v.t

Hieronder wordt de definitie en het afwegingskader van de huisvestingsscenario's verder uitgewerkt. De huisvestingsmaatregelen kunnen leidend zijn, maar het laat onverlet dat er ook ruimte blijft voor maatwerkoplossingen in goed overleg waar dat gewenst/noodzakelijk en financieel haalbaar is. Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren . Na realisatie van een project gelden de wettelijke taken en verantwoordelijkheden voor gemeente en schoolbesturen qua exploitatie (lees: het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het in stand houden, het verrichten van aanpassingen en het exploiteren).

Maatregel 1: (vervangende) nieuwbouw Bij de maatregel (vervangende) nieuwbouw gaat het om schoolgebouwen waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging is aangetoond. Deze gebouwen vereisen op korte termijn een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw. Nieuwe schoolgebouwen dragen bij aan de verduurzamingsopgave. Dit wil zeggen bouwen volgens ENG7 en aardgasloos. Het streven op het gebied van gezondheid is om gemiddeld Frisse Scholen klasse B te behalen, en waar mogelijk op onderdelen Frisse Scholen klasse A. Voor de maatregel (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: * * * *

Een haalbaarheidsonderzoek toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk het haalbaarheidsonderzoek op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De kosten en verantwoordelijkheid voor het haalbaarheidsonderzoek worden gelijk verdeeld: 50% voor de gemeente en 50% voor het schoolbestuur. De gemeente financiert ENG en gemiddeld Frisse Scholen klasse B, waarbij per project wordt bekeken op welke onderdelen Frisse Scholen klasse A kan worden behaald binnen het budget.

7 Bij nieuwbouw wordt vanuit duurzaamheidsambitie en vooruitlopend op wetgeving in ontwikkeling gekozen voor ENG. Wanneer een gebouw vanaf het begin met de ENG-filosofie wordt ontworpen zijn de meerkosten te overzien. Voor bestaande gebouw wordt (B) ENG beredeneerd benaderd en een beredeneerde afweging gemaakt welke ambitie verantwoord te behalen is.

www.icsadviseurs.nl

17/48

ICS ADVISEURS

"

* *

Er dienen voorafgaand aan de planvorming afspraken gemaakt te worden tussen de gemeente en het schoolbestuur over het eventueel inbrengen van gereserveerde onderhouds- en exploitatiebudget ten behoeve van het bekostigen van ENG. Er wordt een klimaatscan (inzicht in verduurzamingsmogelijkheden in lijn met het Klimaatbeleid) uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget.

Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG.

Maatregel 2a: Levensduurverlengende renovatie (scope 40 jaar) Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen en tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer wordt gemaakt. Bij levensduurverlengende renovatie (scope 40 jaar) wordt uitgegaan van ENG (waar dit niet kan beargumenteerd bijna energieneutraal gebouw (BENG)), gemiddeld Frisse Scholen klasse B en aardgasloos (waar al mogelijk/verplicht). Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar: * * * *

functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ruimtelijke staat; verduurzaming van het gebouw.

In de afweging voor vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie dient er ook aandacht te zijn voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses) en de klimaateffecten. Spelregels IHP - levensduurverlengende renovatie (scope 40 jaar Voor de oplossingsrichting levensduurverlengende renovatie zijn de volgende spelregels van toepassing: *

* * *

*

Een haalbaarheidsonderzoek (inclusief schouw) dient aan te tonen of levensduurverlengende renovatie een beter alternatief is dan vervangende nieuwbouw. De kosten voor een haalbaarheidsonderzoek worden gezamenlijk bekostigd. Het haalbaarheidsonderzoek dient in gezamenlijke opdracht van gemeente en schoolbestuur te worden gemaakt om eenzijdige sturing te voorkomen. De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur zijn vergelijkbaar met de spelregels voor vervangende nieuwbouw. Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel levensduurverlengende renovatie als vervangende nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor levensduurverlengende renovatie vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een levensduurverlengende renovatie bekostigd kan worden. In het afwegingskader binnen het haalbaarheidsonderzoek dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van vervangende nieuwbouw: het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of; het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of; het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of; - de exploitatie vormt geen probleem, en/of;

www.icsadviseurs.nl

18/48

ICS ADVISEURS

-

* *

levensduurverlengende renovatie vormt een minimaal gelijkwaardig duurzaam alternatief dan vervangende nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen, en/of; - er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of; - financiële afweging; het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst). Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. Deze wordt 50-50% bekostigd door gemeente en schoolbestuur. De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd.

In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie zijn nog drie spelregels van toepassing: * *

*

Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing. Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) vervangende nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een haalbaarheidsonderzoek. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt. Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van concept.

Maatregel 2b: Levensduurverlengende renovatie (scope 25 jaar) In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduurverlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal, ruimtelijke ontwikkeling, et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlenging van 25 jaar passend zijn. Spelregels IHP - aangepaste levensduurverlengende renovatie (scope 25 jaar8) * * *

* *

*

Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd (BENG), het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte, op basis van de leerlingenaantallen, van de school (en kinderopvang), niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 70% van het vervangende nieuwbouwbudget. Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd. De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich.

8 In het vorige IHP is uitgegaan van 20 jaar levensduurverlenging. De keuze voor 25 jaar is in overeenstemming met de wetgeving in ontwikkeling.

www.icsadviseurs.nl

19/48

ICS ADVISEURS

Maatregel 3: In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw kwalitatief goed te onderhouden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. NB: Verduurzaming vindt alleen plaats op natuurlijke momenten (vervangende nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie). Daar waar sprake is van onderhoudswerkzaamheden die ook een verduurzaming kunnen bewerkstelligen, kunnen gemeente en schoolbestuur met elkaar in dialoog gaan om de duurzaamheidsambitie gezamenlijk te bewerkstelligen.

0

Maatregel 4: Afstoten

Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening Onderwijshuisvesting van de gemeente Veldhoven. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming. In Veldhoven is hier nu geen sprake van.

2.8 Huisvesting van maatschappelijke partners Bij nieuwbouw is het uitgangspunt gezamenlijke huisvesting van onderwijs met maatschappelijke partners. Voorbeeld hiervan is kinderopvang. Er zijn twee mogelijkheden om tot gezamenlijke huisvesting te komen: (1) investering door de maatschappelijke partner zelf9 of (2) investering door de gemeente met een minimaal kostprijsdekkende huurovereenkomst. In bestaande situaties waar kinderopvang gebruik maakt van (leegstaande) ruimten in een onderwijsvoorziening is sprake van gelijkwaardigheid in huisvesting. Dit betekent dat bij groei van het onderwijs de kinderopvang niet wijkt. Om de groei van het onderwijs op te vangen blijft kinderopvang zitten en worden groepsruimten voor het onderwijs bijgebouwd (uitbreiding)10. In dat geval wordt de uitbreiding aangemerkt als beredeneerde aantoonbare investering ten behoeve van kinderopvang en wordt de gemeente via een (kostprijsdekkende) huurvergoeding gecompenseerd voor de kapitaallasten. Indien de kinderopvangorganisatie niet aan de huurvergoeding kan voldoen, dan wijkt zij wel. NB: Voor bovenstaande geldt dat rekenschap gegeven wordt aan het Didam-arrest *HR: 26-11-2021, ECLI:NL:2021:1778). Vanuit de gemeente geldt een aantal randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan: m

*

*

Eigendom: De gemeente is eigenaar en kan direct afspraken maken met de kinderopvangorganisatie over de huur. Men wordt niet belemmerd door het vorderingsrecht uit de WPO. In deze constructie geeft de gemeente het onderwijsdeel in gebruik aan het schoolbestuur. Huurprijs: De eigenaar bepaalt de huurprijs. Bij een gemeentelijke investering dient de huurprijs minimaal kostprijsdekkend te zijn. De gemeente Veldhoven hanteert vaste vierkante meter prijzen die marktconform zijn. Verder is het belangrijk om bij de realisatie van het kindcentrum de kosten voor de ruimten voor kinderopvang specifiek inzichtelijk te laten maken. Enkel- en dubbelgebruik: Bij het bepalen van de huurprijs dient tevens onderscheid te worden gemaakt tussen enkel- en dubbelgebruik. Bij enkelgebruik wordt de ruimte uitsluitend door de opvangorganisatie gebruikt en wordt een volledige (100%) huur betaald. Bij dubbelgebruik wordt ruimte een bepaald deel van de tijd gebruikt door de opvangorganisatie (bv. naschools). De huur die hiervoor bij de opvangorganisatie in rekening wordt gebracht, wordt berekend aan de hand van de verhouding van het

9 Investering door de kindpartner is een keuze, geen voorwaarde voor samenwerking. Vanuit de inhoud kiest de onderwijsorganisatie de samenwerkingspartner. 10 Ook kunnen gemeente en schoolbestuur in dialoog treden over het tijdelijk inzetten van leegstand in het gebied als alternatief.

www.icsadviseurs.nl

20/48

ICS ADVISEU RS

*

aantal uren dat de opvangorganisatie gebruikmaakt van de ruimte ten opzichte van het totaal aantal uren dat deze ruimte wordt gebruikt. Beheer en exploitatie: Bij aanvang van de huurovereenkomst dient de opvang te voldoen aan de eisen. Daarnaast dienen er ook afspraken te worden gemaakt over uitvoeren van de taken rondom beheer en exploitatie. Vaak is de school de grootste gebruiker van het kindcentrum en wordt zij verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. Stelselwijziging kinderopvang Het kabinet heeft eerder plannen gepresenteerd om de kinderopvang (bijna) gratis te maken voor alle werkende ouders. Of deze plannen daadwerkelijk tot uitvoering worden gebracht is op dit moment lastig te voorspellen. Bij (bijna) gratis kinderopvang is de verwachting dat de drempel om kinderen naar de kinderopvang te brengen lager wordt, waardoor de vraag zal toenemen. Dit heeft personele gevolgen, maar ook gevolgen voor de huisvesting (toename ruimtebehoefte). Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) verwacht een toename in gebruik van kinderopvang (grotere vraag) van ongeveer 10%. Wanneer ook kinderen van niet-werkende ouders (bijna) gratis naar de kinderopvang mogen is de verwachte toename 29%. Rondom dit onderwerp is nog te veel onzekerheid om concrete maatregelen in het IHP mee te nemen.

www.icsadviseurs.nl

21/48

ICS ADVISEURS

3. Scenario’s De gemeente Veldhoven, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties streven naar kwalitatief hoogstaand onderwijs en kinderopvang. Daarbij richten zij zich op het realiseren van passende gebouwen met een gezond binnenklimaat, die optimaal aansluiten bij de behoeften van het onderwijs en de kinderopvang. Om dit in kaart te brengen, is de gemeente Veldhoven voor het IHP in een aantal gebieden opgedeeld. In totaal zijn er 13 wijken in 8 gebieden geïdentificeerd. Deze gebieden zijn weergegeven in de onderstaande afbeelding. .234

Heikant-West. Heikant-Oost, De Kelen. Polders

0

Het Look en Cobbeek

0 0 0

Zonderwijken d'Ekker

5

Zeelst Meerveldhoven Veldhoven Dorp

12

Oerle Zilverackers

Een aantal schoollocaties is gebiedsonafhankelijk vanwege de specifieke doelgroepen. Deze locaties zijn: (V)SO Zuiderbos, SBO De Verrekijker, PWA (V)SO en Sondervick College. In het IHP is een aparte paragraaf gewijd aan het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs en een paragraaf aan het voorgezet onderwijs. Leerlingenprognose De gemeente Veldhoven heeft voor de IHP periode 2025-2040 nieuwe leerlingenprognoses laten opstellen. Deze zijn als aparte bijlage beschikbaar. In de volgende paragrafen zijn per gebied de leerlingenprognoses weergegeven in tabellen. De leerlingenprognoses zijn slechts prognoses en kunnen in werkelijkheid afwijken van de feitelijke situatie11. Daar waar dit het geval is, wordt dat toegelicht en onderbouwd. De gemeente is voornemens om jaarlijks de leerlingenprognoses te herijken met het oog op de schaalsprong binnen Veldhoven. Omgang vierkante meters Voor het onderwijs is de normatieve ruimtebehoefte aangehouden. In dit IHP is de denkrichting extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs opgenomen. In bestaande situaties waar een overmaat aan meters is, worden deze meters ingezet om een inclusief onderwijsprogramma aan te bieden. In nieuwe situaties (nieuwbouw en levensduurverlengende situaties) wordt per casus gekeken of de denkrichting extra vierkante meters aan de orde is (zie ook tekstkader in paragraaf 2.2).

Vierkante meters kinderopvang In de verschillende gebieden worden in de tabellen vierkante meters kinderopvang benoemd. Dit betreft de vierkante meters kinderopvang in de huidige situatie die in het gebouw van het kindcentrum/de schoolgebouwen aanwezig zijn en in enkel ruimtegebruik (tenzij anders vermeld).

De leerlingenprognoses zijn opgesteld met de informatie beschikbaar in april 2024. In de tussentijd kan de feitelijke situatie al zijn veranderd.

www.icsadviseurs.nl

22/48

ICS ADVISEU RS

Projecten IHP 2020 In het in 2020 vastgestelde IHP stonden voor de periode 2020-2024 verschillende projecten gepland. Deze projecten zijn echter nog niet uitgevoerd. De denkrichting voor deze projecten uit 2020 is daarom overgenomen in dit nieuwe IHP, en de stichtingskosten zijn aangepast aan de huidige bedragen (prijspeil juni 2024)12. Voor deze projecten gelden de eisen volgens huidige wetgeving en de visie vanuit het IHP. Stopjaren Binnen de scenario's wordt rekening gehouden met stopjaren, die zijn vastgesteld op basis van de economische levensduur en de meerjarenonderhoudsplan (MJOP's) van de gebouwen. In het stopjaar is het gebouw afgeschreven. In de praktijk wordt rond deze tijd meer duidelijk over de toekomst van het gebouw.

3.1

Primair onderwijs

3.1.1

Heikant-West, Heikant-Oost, De Kelen en Polders

In dit gebied heeft RBOB De Kempen drie locaties die allen vallen onder het brinnummer van OBS Dick Bruna. De locaties zijn: * * *

Dick Bruna locatie Smelen (MFA Noord); Dick Bruna locatie Roek; Dick Bruna locatie 't Heike.

De overige vijf onderwijslocaties in het gebied vallen onder het schoolbestuur van Veldvest, te weten: * * *

De Berckacker; De Heiacker met de locaties Polders en Heikant; Aan 't Heike.

De speciaal onderwijsvoorziening Prins Willem-Alexander (hierna te noemen PWA) komt aan bod in paragraaf 3.2.

OBS Dick Bruna Roek

OBS Dick Bruna Smelen 8* PWA SO

De Heiacker locatie Polders

De Heiacker locatie Heikant Aan ‘t Heike 8. OBS Dick Bruna Heike

De Berckacker

2 De stichtingskosten uit 2020 zijn gedateerd en niet meer realistisch in de huidige bouwconjunctuur.

www.icsadviseurs.nl

23/48

ICS ADVISEURS

3.1.1.1

OBS Dick Bruna

OBS Dick Bruna heeft drie locaties in dit gebied: de hoofdlocatie Smelen (in MFA Noord) en de nevenvestigingen Roek en 't Heike. De hoofdlocatie Smelen bevindt zich in MFA Noord. MFA Noord is een gebouw uit 2011 met een uitbreiding in 2018. In 2021 zijn er interne (functionele) aanpassingen uitgevoerd op basis van het vorige IHP. Naast OBS Dick Bruna biedt MFA Noord huisvesting aan PWA (SO- leerlingen), Nummereen Kinderopvang, GGD en praktijk Kalkhoven. De locatie Roek is gevestigd in een gebouw uit 1999, met uitbreidingen in 2001,2006 en 2018. In 2018 heeft er een renovatie plaatsgevonden. In dit gebouw werkt de school samen met kinderopvangorganisatie IK-OOK. De locatie 't Heike is gevestigd bij de school Aan 't Heike zoals beschreven in paragraaf 3.1.4. De prognose voorspelt voor de drie locaties van OBS Dick Bruna een daling van het aantal leerlingen op termijn. De huidige onderwijscapaciteit is zowel op de korte als (middel)lange termijn ruim voldoende. Als OBS Dick Bruna door een daling van het aantal leerlingen minder locaties nodig heeft, worden de gemeente en het schoolbestuur Veldvest hier actief bij betrokken. In onderstaande tabel is de leerlingenprognose vertaald naar de ruimtebehoefte. Overzicht leerlingenprognose Naam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14793001/2