CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_Beleidsplan 2027-2030 VRBZO

Raad (besluitvormend) 3 maart 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen Zienswijze beleidsplan 2027-2030 VRBZO18.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsplan 2027-2030

“Voorbereiden op de toekomst die gisteren al is begonnen”

Voorwoord Voor u ligt het Beleidsplan 2027-2030 van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). Dit document bevat onze koers voor de jaren 2027-2030 en geeft ook een aanzet voor een verkenning met als horizon het jaar 2040. Met het vaststellen van dit document wordt tegelijk voldaan aan de wettelijke verplichting om periodiek een nieuw beleidsplan op te stellen. Onze samenleving verandert snel. Klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, complexe infrastructuur en maatschappelijke onzekerheden vragen om een veiligheidsorganisatie die vooruitkijkt, samenwerkt en blijft vernieuwen. We willen daarom verder kijken dan de verplichte 4 jaar. Niet omdat we denken dat de wereld voorspelbaar en maakbaar is, maar omdat een langere termijn nodig is om koersvast te blijven. We weten niet precies welke crises of incidenten zich zullen voordoen, maar wél dat we voorbereid moeten zijn op bekende en onbekende risico’s, nu en in de komende jaren. Uitgangspunt voor onze kijk op risico’s en onze rol daarbij is onze missie: “Samen zetten wij onze hulp en kennis in voor fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit in Zuidoost-Brabant.” Daarbij hanteren we onze kernwaarden: samenwerken, professioneel, paraat en vitaal. Voor de komende jaren richten we ons op het op orde brengen van onze organisatie.

We willen een veiligheidsregio zijn die in de pas loopt met andere veiligheidsregio’s, en waar we met elkaar trots op zijn. Daarnaast gaan we aan de slag met acties die aansluiten op de ontwikkelingen die specifiek zijn voor ZuidoostBrabant. Uit de door ons uitgevoerde Omgevingsanalyse 2035 hebben we 4 strategische thema’s opgehaald: weerbaarheid, schaalsprong & complexe infrastructuur, klimaatveiligheid, en technologie, informatie en innovatie. Thema’s die ons dwingen om niet alleen onze organisatie te versterken, maar ook om nauwe samenwerking vragen met gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke partners. Veiligheid is immers nooit het werk van één partij. Het is een gezamenlijke opdracht. Naast onze beleidsvoornemens voor 2027-2030, gaan we ook een Verkenning 2040 uitvoeren. In de Verkenning 2040 starten we samen met gemeenten een onderzoek naar het wenselijke profiel van VRBZO richting 2040. Dit maakt duidelijk welke ontwikkeling onze organisatie moet doormaken om te blijven passen bij de sterk veranderende regio Zuidoost-Brabant. Het onderzoek levert scenario’s op waaruit het bestuur een expliciete keuze kan maken. De verkenning wordt uitgevoerd vanaf 2028. Met dit beleidsplan leggen we de basis voor een weerbare regio, waarin gemeenten, inwoners, bedrijven en instellingen samen werken aan fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit.

We leggen een basis voor een Veiligheidsregio die past bij de omvang, complexiteit en vooral de risico’s van onze regio, nu en in de toekomst. We nodigen u uit om dit plan niet alleen te lezen, maar ook om met ons mee te werken aan die veiligheid en continuïteit. Want samen maken we het verschil.

Jeroen Dijsselbloem

Marijke Wilms-Wils

Voorzitter VRBZO

Directeur VRBZO Commandant Brandweer Brabant-Zuidoost

2

Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave 1. Introductie

5

Waarom een beleidsplan?

5

Leeswijzer

5

2. Veiligheidsrisico’s

6

7 3. De organisatie VRBZO 7

Onze missie

7 Onze kernwaarden Onze taken

8

Onze organisatie

9

10 Onze samenwerkingspartners 4. Basis op orde

11

Aanleiding

11

Ons doel met basis op orde

11

14 Totaaloverzicht kosten Basis op orde 5. Omgevingsanalyse 2035

15

15 Trends en ontwikkelingen 6. Weerbaarheid

17

Trends en ontwikkelingen

17

Effect op het werk van VRBZO

17

Een mogelijk beeld van 2035

17

Hoe kunnen we dit bereiken?

18

Wat zijn de kosten?

19

7. Schaalsprong en complexe infrastructuur

20

Trends en ontwikkelingen

20

Effect op het werk van VRBZO

20

Een mogelijk beeld van 2035

20

Hoe kunnen we dit bereiken?

21

Wat zijn de kosten?

22

3

Inhoudsopgave 8. Klimaatveiligheid

23

Trends en ontwikkelingen

23

Effect op het werk van VRBZO

23

Een mogelijk beeld van 2035

23

Hoe kunnen we dit bereiken?

24

Wat zijn de kosten?

25

9. Technologie, informatie en innovatie

26

Trends en ontwikkelingen

26

Effect op het werk van VRBZO

26

Een mogelijk beeld van 2035

26

Hoe kunnen we dit bereiken?

27

Wat zijn de kosten?

28

10. Financieel overzicht

29

Totaaloverzicht kosten Basis op orde

29

Totaaloverzicht kosten Strategische Thema’s

30

Totaaloverzicht alle kosten

30

11. Verkenning 2040

32

Overzicht bijlagen

33

Bijlage A

Detailuitwerking Basis op orde

33

Bijlage B

Uitwerking artikel 14

45

Wet veiligheidsregio’s (Wvr)

Bijlage C

Business case Slimme Repressie -

Natuurbrandbestrijding

50

4

1. Introductie Waarom een beleidsplan? VRBZO stelt eens in de 4 jaar een beleidsplan op. Dat is een verplichting op grond van de Wet veiligheidsregio’s. In deze wet staat precies beschreven waar een beleidsplan aan moet voldoen. Wij gaan echter een stap verder. We hebben een grondige analyse gemaakt van de ontwikkelingen die de komende jaren op onze regio afkomen. Dat deden we door samen met veel partners een Omgevingsanalyse 2035 op te stellen. Uit die analyse kwamen 4 strategische, voor Zuidoost-Brabant kenmerkende thema’s naar voren. Daarnaast nemen we in dit beleidsplan op dat we samen met gemeenten een onderzoek starten naar het gewenste profiel van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost in 2040. Zo weten we welke richting onze organisatie moet opgaan. Verder beschrijven we in dit beleidsplan wat er nodig is om onze basis op orde te krijgen. Op heel veel onderdelen voldoen we immers nog niet en daarmee zijn we nog niet in staat om simpelweg de dingen die we moeten doen, goed te doen. De basis op orde brengen én houden is bovendien een absolute vereiste om onze organisatie op korte en lange termijn verder te ontwikkelen. Tegelijk zijn er ontwikkelingen die hier niet op kunnen wachten. Die vragen nu al om actie en betrokkenheid van VRBZO. Het Beleidsplan 2027-2030 is daarmee hét middel voor onze gemeenten om de koers voor onze organisatie in de komende jaren vast te stellen.

Het Beleidsplan 2027-2030 maakt onderdeel uit van de bestuurlijke opdracht waarbij het bestuur ons eerder heeft aangegeven drie zaken uit te werken: • Deelopdracht 1: Voldoen aan wet- en regelgeving • Deelopdracht 2: De basis op orde brengen • Deelopdracht 3: Komen tot een toekomstvisie De resultaten van de eerste deelopdracht - voldoen aan wet- en regelgeving - zijn in 2025 bestuurlijk vastgesteld en er is een eerste start gemaakt met de uitvoering. Zowel deelopdrachten 2 en 3 komen terug in dit beleidsplan. Onze beleidsvoornemens richten zich op de periode tot en met 2030. Elk jaar beoordelen we of ons beleid moet worden aangescherpt. Aan het einde van deze periode stellen we opnieuw een Regionaal Beleidsplan op, voor de jaren 2031-2034.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen wij het belang van fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit van de maatschappij. In hoofdstuk 3 lichten we onze missie, kernwaarden en taken toe. In hoofdstuk 4 beschrijven we wat er nodig is om onze basis op orde te krijgen. Hoofdstuk 5 gaat in op de uitgevoerde omgevingsanalyse. In de hoofdstukken 6 tot en met 9 zijn de strategische thema’s uit de omgevingsanalyse uitgewerkt. Hoofdstuk 10 bevat een totaaloverzicht van de financiële gevolgen van zowel Basis op Orde als de eerste acties op de 4 strategische thema’s. Ten slotte gaat hoofdstuk 11 in op de verkenning richting 2040.

5

2. Veiligheidsrisico’s Waarom zijn fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit zo belangrijk? Een complexe samenleving als de Nederlandse, en zeker die van Zuidoost-Brabant, moet goed kunnen inspelen op uiteenlopende fysieke veiligheidsrisico’s. Denk aan natuurbranden, overstromingen, infectieziekten, cyberaanvallen en uitval van nutsvoorzieningen. Deze bedreigen de vitale belangen van onze samenleving en raken de mensen die in onze regio wonen, werken en verblijven. Om de risico’s in onze regio goed in beeld te brengen, hebben we een Regionaal Risicoprofiel opgesteld. Om ook over een langere termijn vooruit te kunnen kijken is daarnaast met onze belangrijkste partners de Omgevingsanalyse 2035 opgesteld. Onze regio is sterk verstedelijkt rond Eindhoven, Veldhoven en Helmond, waar steeds meer hoogbouw verrijst. In de rest van de regio zien we vooral een mix van stedelijke en landelijke gebieden. De Brainportregio vormt een belangrijk economisch centrum met veel technologische bedrijven. De verdere ontwikkeling van Brainport zorgt voor een sterke schaalsprong met meer economische groei, woningbouw en veel nieuwe inwoners . Dit vergroot de druk op VRBZO en andere hulpdiensten. Ook een toenemend aantal grote evenementen en toenemend toerisme versterken deze druk.

Daarnaast vervult onze regio een belangrijke logistieke functie met snelwegen, spoorlijnen en Eindhoven Airport. Steeds vaker vinden opslag, verwerking en transport plaats in de nabijheid van woongebieden. Dat vraagt om extra aandacht voor veiligheid. We zien bovendien risico’s door natuurbranden in de uitgestrekte bos- en heidegebieden, en door wateroverlast en overstromingen. Naast de risico’s van rampen en crises zijn er ook alledaagse risico’s van branden en ongevallen. In Zuidoost-Brabant staan veel gebouwen waar kwetsbare personen verblijven en die daardoor extra brandveiligheid vragen, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen en kinderdagverblijven. Hoogbouw maakt brandbestrijding en evacuatie complexer. Ook grote publieksgebouwen, zoals stadions, stations en winkelcentra, brengen risico’s met zich mee omdat daar veel mensen tegelijk aanwezig zijn. Nieuwe ontwikkelingen brengen bovendien extra brand- en ongevalsrisico’s met zich mee, terwijl de regelgeving daar niet altijd in meegroeit. Natuurlijke materialen waarmee gebouwd wordt, zoals hout gedragen zich anders bij brand, zeker in hoogbouw. Ook de energietransitie leidt tot nieuwe risico’s, bijvoorbeeld bij accu’s van elektrische voertuigen en zonnepanelen. Complexe bouwvormen, vermenging van gebruiksfuncties en moderne technieken vragen om nieuwe manieren van brandbestrijding.

Tot slot verandert ook het politieke landschap. Polarisatie neemt toe en geopolitieke spanningen zorgen voor meer cyberdreigingen en hybride oorlogsdreiging. Tegelijkertijd zien we dat Defensie zich in toenemende mate terugtrekt uit civiel-militaire samenwerking.

6

3. De organisatie VRBZO Hoe dragen wij bij aan uw veiligheid? Onze missie De missie van VRBZO is:

Samen zetten wij onze hulp en kennis in voor fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit in Zuidoost-Brabant. Daar staan wij voor. Dit is wat ons drijft en motiveert om ons werk met volle overtuiging uit te voeren. Wij willen een veiligheidsorganisatie zijn die past bij de regio waarin én waarvoor wij werken.

Onze kernwaarden Om uitvoering te geven aan onze missie, hanteren we 4 kernwaarden. Deze kernwaarden geven richting aan ons handelen. We gaan aan de slag om deze kernwaarden met elkaar betekenis te geven in een proces van organisatieontwikkeling. Dit proces van verandering en verdere ontwikkeling van VRBZO gaat over de organisatiestructuur en –cultuur en over het individuele gedrag van leidinggevenden en medewerkers. Dit helpt ons om als organisatie flexibel te blijven en ons aan te blijven passen aan veranderende omstandigheden. De kernwaarden zijn hierbij een sturend mechanisme. Samenwerken Om ons gezamenlijke doel te bereiken, helpen we elkaar en maken we elkaar sterker. We communiceren open, tonen respect en delen verantwoordelijkheden. We luisteren goed naar elkaar en gebruiken ieders talenten. We waarderen wat de ander kan. Ook weten we wat er van ons verwacht wordt en wat de rol van anderen is. Elkaar vertrouwen, verantwoordelijkheid nemen en samen nieuwe ideeën bedenken; dat hebben we nodig om te kunnen groeien. We geloven dat dit de beste manier is om goede resultaten te halen. Want in een complexe omgeving kunnen we alleen samen echt het verschil maken, binnen onze organisatie én met onze partners. Professioneel We zijn deskundig, betrouwbaar, doelmatig en integer. Iedere collega is verantwoordelijk voor de eigen taken.

We nemen die taken serieus, werken zorgvuldig en leren steeds bij om goede kwaliteit te leveren. Als het nodig is, passen we ons aan. We zijn duidelijk, aanspreekbaar en transparant in ons werk. Collega’s, partners en inwoners kunnen op ons vertrouwen. Paraat We zijn altijd alert en klaar om te handelen. We zijn flexibel, daadkrachtig en goed voorbereid, zodat we snel en met een duidelijk doel kunnen werken als dat nodig is. We reageren niet alleen, we nemen ook initiatief en kijken vooruit. Collega’s, partners en inwoners kunnen op ons rekenen, ook als het plotseling druk of spannend wordt. We staan er als de situatie daarom vraagt.

7

Vitaal Vitaliteit is de energie die ons helpt goed te werken, elkaar te ondersteunen en kennis te delen. Fit blijven, zowel lichamelijk als mentaal, versterkt onze veerkracht en aanpassingsvermogen en geeft ons plezier in het werk. Het helpt ons ook vol te houden in lange crises of ingrijpende situaties. We blijven leren en blijven zo samen sterk om met enthousiasme bij te dragen aan de veiligheid in onze regio.

Onze taken Het takenpakket van VRBZO is wettelijk vastgelegd en door de gemeenten in Zuidoost-Brabant aan ons opgedragen. Op hoofdlijnen onderscheiden we 3 taken. We voeren deze uit binnen onze regio en werken waar nodig samen buiten onze regiogrenzen. Zicht op risico’s We inventariseren en analyseren risico’s die kunnen leiden tot rampen en crises. In het Regionaal Risicoprofiel brengen we al deze risico’s in beeld. We volgen voortdurend de ontwikkelingen in bestaande risico’s en het ontstaan van nieuwe risico’s. Met deze inzichten bepalen we onze strategische prioriteiten en trekken we samen op met samenwerkingspartners wanneer risico’s extra aandacht vragen. Onze eenheden en crisisfunctionarissen in het veld en in crisisteams hebben zo goed mogelijk zicht op risico’s en kwetsbaarheden wanneer zij een incident bestrijden. We doen dit niet alleen voor rampen en crises, maar ook voor alledaagse risico’s. Zo onderhouden wij een Brandrisicoprofiel, waarin ook risico’s zijn opgenomen op ongevallen, incidenten met gevaarlijke stoffen, waterongevallen en gebouwbranden. Op basis hiervan richten we onze brandweerzorg in en voeren we deze uit. Daarnaast onderhouden we een Zorgrisicoprofiel. Hierin analyseren we welke risico’s de grootste impact hebben op de zorg(keten). Op basis daarvan helpen we zorgorganisaties om zich beter voor te bereiden op deze risico’s.

Risicobeheersing De gezamenlijke uitdaging van overheid, bedrijfsleven, (zorg)organisaties en inwoners is om risico’s zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. VRBZO helpt daarbij door te adviseren over hoe risico’s kunnen worden verkleind en hoe we samen weerbaarder kunnen worden. We adviseren gemeenten en de provincie over risicovolle bedrijven en over de opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen. Ook geven we advies over ruimtelijke inrichting bij nieuwe ontwikkelingen, zoals woonwijken en industrieën, over veilig bouwen en het gebruik van gebouwen, en over natuurbrandbeheersing. Daarnaast adviseren we gemeenten en inwoners over het verkleinen van brandrisico’s en adviseren we gemeenten en organisatoren over veiligheid bij evenementen. We communiceren samen met gemeenten, vitale partners en andere relevante organisaties over risico’s in onze regio. Zo weten mensen en organisaties hoe ze zich kunnen voorbereiden en wat ze moeten doen bij brand, incidenten, rampen of crises. Crisisbeheersing en Incidentbestrijding We werken samen met politie en ambulancezorg in de Gemeenschappelijke Meldkamer Oost-Brabant om 112-meldingen te verwerken en snel de juiste hulp in te zetten. Deze meldkamer ontwikkelt zich steeds meer van een in- en uitgiftepunt tot een informatieknooppunt, van waaruit ingezette eenheden en functionarissen met actuele informatie worden ondersteund.

8

Bij branden, ongevallen en rampen rukt de brandweer snel uit om branden te blussen, mensen en dieren te redden en hulp te bieden. De GHOR coördineert de gezamenlijke inzet van de acute gezondheidszorg en de publieke gezondheidszorg. Bevolkingszorg coördineert voor gemeenten hun crisisprocessen, zoals opvang en verzorging. Waar nodig schalen we onze hulpverlening op. Dan sturen we crisisfunctionarissen naar het incident of naar het Regionaal Crisiscentrum, of werken we samen met netwerkpartners om coördinatie, informatiemanagement en crisiscommunicatie te organiseren. In het Gemeentelijk of Regionaal Beleidsteam adviseren we de burgemeester of voorzitter van de veiligheidsregio over de maatregelen om de ramp of crisis te beheersen. In de nafase van een incident zorgen we voor een goede overdracht naar andere overheden en organisaties, voor een soepele overgang naar de herstelfase. We bereiden ons goed voor op al deze taken. We leggen afspraken vast in plannen en procedures en zorgen dat onze medewerkers opgeleid, geoefend en getraind zijn in hun rol tijdens incidenten. We waarborgen dat onze eenheden, brandweer- en crisisfunctionarissen 24/7 oproepbaar zijn en beschikken over de juiste voertuigen, materialen en middelen voor onze taken. Vanuit het belang van uitwisseling van informatie met partners zetten we steeds meer in op informatiemanagement.

Waar nodig werken we bovenregionaal, landelijk en internationaal samen met andere veiligheidsregio’s, netwerkpartners, landelijke instanties en hulpdiensten in België.

Onze organisatie In Nederland zijn gemeenten verantwoordelijk voor brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Voor de uitvoering daarvan zijn zij bij wet verplicht een samenwerkingsverband aan te gaan: een zogenoemde gemeenschappelijke regeling. De burgemeesters van de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant vormen samen het bestuur van VRBZO. Het bestuur laat zich adviseren door de directeur VRBZO (tevens commandant brandweer), de directeur Publieke Gezondheid (tevens directeur van de GGD), de eenheidsleiding Politie Oost-Brabant, de coördinerend gemeentesecretaris, een vertegenwoordiger van Defensie en de coördinerend watergraaf. De gemeenteraden van onze 21 gemeenten bepalen de kaders voor VRBZO en toetsen onze uitvoering. Ieder jaar geven de gemeenteraden hun zienswijze op onze begroting voor het volgende jaar en nemen zij kennis van de jaarrekening over het voorgaande jaar. Eens in de 4 jaar wordt het Regionaal Risicoprofiel aangeboden aan de gemeenteraden met het verzoek om input te geven voor het beleidsplan. Dit 4-jaarlijkse proces is hét moment voor gemeenten om invloed uit te oefenen op het beleid van VRBZO. Waar gewenst organiseren we informatiebijeenkomsten en sluiten we aan bij commissie- of raadsvergaderingen. Onze organisatie bestaat uit 3 sectoren: • Incidentbestrijding: het organiseren van de voorbereiding op en uitvoering van de respons van de brandweer.

• Risico- en Crisisbeheersing: risico’s beperken, incidenten voorkomen, rampenbestrijding, crisisbeheersing en Bevolkingszorg organiseren, en een GHOR-organisatie in stand houden. • Bedrijfsvoering: alle ondersteunende diensten van VRBZO, zoals HRM, directieondersteuning, communicatie, financiën en control, en informatiemanagement en automatisering.

9

VRBZO werkt doelmatig en effectief Onze organisatie is doelmatig ingericht. We zijn erop gefocust om slim om te gaan met publieke middelen. We spannen ons in om een gelijkwaardige partner te zijn voor andere veiligheidsregio’s in Nederland. Daarbij maken we op een slimme manier gebruik van goede landelijke initiatieven en goede voorbeelden uit andere regio’s. Op deze slimme en efficiënte wijze dragen wij bij aan de fysieke veiligheid van onze inwoners en aan maatschappelijke continuïteit in Zuidoost-Brabant. VRBZO is een aantrekkelijke werkgever Wat ons werk bijzonder maakt, is de combinatie van dagelijks werk en acute inzet bij incidenten. In een krappe arbeidsmarkt zijn we een aantrekkelijke werkgever die goed werkgeverschap toont. We zijn een organisatie waar mensen graag werken en zich gewaardeerd voelen.

Onze samenwerkingspartners Aan een fysiek veilige regio en maatschappelijke continuïteit werken we samen met veel verschillende partijen. Samenwerking is een van onze kernwaarden: we brengen partijen bij elkaar en organiseren samenwerking. Dat doen we door open te communiceren, respect te tonen en ieders talent te benutten. Zo bouwen we vertrouwen op en behalen we samen betere resultaten. We werken samen met gemeenten, de GGD, politie, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat, andere veiligheidsregio’s en de Omgevingsdienst. Ook kennisinstituten, bedrijven en maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol. Iedere partij heeft een eigen rol en verantwoordelijkheid. Soms neemt VRBZO de regie, soms adviseren of ondersteunen wij. Samen houden we risico’s in beeld en werken we aan het verkleinen ervan. En natuurlijk ook aan het bestrijden van incidenten. Wij staan 24 uur per dag paraat om op te treden bij branden, ongevallen, rampen en crises. Juist dan werken we intensief samen met onze partners. We helpen hen zich goed voor te bereiden op die samenwerking. Bij incidenten nemen wij de regie, onder het opperbevel van de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio.

10

4. Basis op orde Hoe werken we onze achterstand bij? Aanleiding Ruim 10 jaar geleden zijn we ontstaan vanuit uitvoerende gemeentelijke brandweerorganisaties. Inmiddels zijn we verantwoordelijk voor veel meer dan dat. Bij de oprichting van VRBZO is vooral uitvoerende, operationele capaciteit overgekomen. Daarna is verder gebouwd op een te smalle basis. Onze bedrijfsvoeringsprocessen zijn niet altijd aangepast aan nieuwe wet- en regelgeving, niet overal geharmoniseerd binnen de organisatie en niet meegegroeid met de omvang van de regio. De beschikbare formatie bood hiervoor onvoldoende ruimte. Daardoor hebben we nauwelijks kunnen bouwen aan de noodzakelijke stevige basis. De organisatie is daardoor onvoldoende in control. Ook de uitvoering van het primaire proces is achtergebleven in ontwikkeling en sluit nog onvoldoende aan op de groei van de regio. Zoals eerder aangegeven, zijn in het kader van deelopdracht 1 van de bestuursopdracht extra middelen beschikbaar gesteld om te voldoen aan wet- en regelgeving. Voor veel onderwerpen is geïnventariseerd welke wettelijke bepalingen en brancherichtlijnen gelden, wat de stand van zaken binnen VRBZO was en wat nodig is om te voldoen aan die wet- en regelgeving.

Het bestuur heeft ingestemd met extra financiële middelen voor onder meer de vakbekwaamheid van de brandweer, de formatie van brandweervrijwilligers en beroepsbrandweer, advisering in het kader van de Omgevingswet, huisvesting en materieel, personele zorg en ondersteuning (o.a. cyberveiligheid, gegevensbescherming en IT-systemen). Vanaf eind 2024 is hard gewerkt om voor de belangrijkste onderwerpen de eerste stappen te zetten. Denk hierbij aan het op orde brengen van onze IT-systemen en het starten met het uitbreiden van de vrijwilligersposten en de formatie bij de repressieve beroepsdienst. Ook in de komende jaren blijft er echter veel werk te doen om volledig te voldoen aan wet- en regelgeving. Om onze kerntaken ook op lange termijn goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat alle essentiële processen van de organisatie goed worden ingericht en geborgd. Dat vormt onze volgende stap in de uitwerking van de bestuursopdracht. Die stap noemen we ‘de basis op orde’. Pas wanneer die basis op orde is en blijft, zijn we in staat om verder te bouwen en effectief in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

Ons doel met basis op orde Ons doel1 is dat we onze werkzaamheden gewoon goed kunnen doen. En we een gezonde organisatie zijn, die haar taken en werkzaamheden kan uitvoeren zoals van een goed functionerende veiligheidsregio verwacht mag worden. Een organisatie waar we trots op zijn en waar medewerkers met plezier en betrokkenheid werken. ‘De basis op orde’ betekent niet alleen meer financiële middelen. Het vraagt ook dat we onze organisatie en manier van werken slimmer en efficiënter inrichten. Uit de interne inventarisatie van wat nodig is om de basis op orde te brengen, zijn 7 bouwstenen naar voren gekomen.

1

In de bijlage is een uitgebreide toelichting opgenomen.

11

1. Publieke dienstverlening We helpen risico’s te beperken door middel van risicobeheersing, zoals objectadvisering, omgevingsadvisering en risicocommunicatie. Gemeenten en organisaties hebben echter meer behoefte aan advies dan wij met onze huidige capaciteit kunnen leveren. Door de sterke groei van de regio tussen 2014 en 2025 is een tekort aan adviescapaciteit ontstaan, waardoor onze dienstverlening aan gemeenten onder druk staat. Ook risicocommunicatie vraagt om meer inzet. Voor crisisbeheersing is uitbreiding van landelijke samenwerking belangrijk en is ontwikkeling van een informatiegestuurde aanpak nodig. Netwerkregie vraagt om vaste aanspreekpunten en betere samenwerking. Daarnaast is voor bevolkingszorg extra inzet nodig op het gebied van opleiden, trainen en oefenen. De brandweer heeft behoefte aan meer personeel voor preparatietaken en aan materieel dat beter aansluit op de veranderende incidentbestrijding. Tot slot is in de hele organisatie behoefte aan betere professionele ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering. 2. Medewerkers We willen dat alle medewerkers over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om hun werk goed te doen en dat dit ook meetbaar is. Opleiden, trainen en oefenen moeten beter worden georganiseerd en ondersteund met digitale leermiddelen. Nieuwe programma’s en methoden helpen om vakbekwaamheid aantoonbaar te maken.

De afdeling HRM moet beschikken over voldoende medewerkers. Deze willen we onder meer opleiden en trainen in processen en nieuwe systemen. Ook moeten achterstanden in dossiers worden weggewerkt, papieren dossiers worden gedigitaliseerd en functies worden beschreven. Ondersteunende systemen vragen verdere optimalisatie. Voor begeleiding naar een 2e loopbaan voor de medewerkers van de repressieve beroepsdienst zijn ondersteunende middelen nodig. Alleen met deze stappen ontstaat een stabiele basis voor personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. 3. Leiderschap en strategie Om de basis op orde te krijgen, moeten we beter inzicht hebben in processen en financiën. Interne controle gebeurt nu vooral achteraf, waardoor bijsturen lastig is. Extra capaciteit en digitalisering helpen om rapportages te verbeteren en contracten beter te beheren. Directie en management hebben meer ondersteuning nodig - bestuurlijk, juridisch, strategisch én administratief. Dit helpt om vanuit de juiste taak, rol en verantwoordelijkheid te kunnen adviseren en besluitvorming te versnellen. Met gerichte communicatie willen we daarnaast de organisatie beter zichtbaar maken voor inwoners, gemeenten, (keten)partners en de arbeidsmarkt. 4. Procesmanagement, kwaliteitszorg en bedrijfscontinuïteit Veel processen zijn nog niet beschreven of verouderd, en kwaliteitsafspraken ontbreken vaak.

Daardoor gebeurt veel werk ad hoc, ontstaan fouten en blijven verbeterkansen liggen. Procesmanagement en kwaliteitszorg moeten structureel worden versterkt. Ook bedrijfscontinuïteit verdient meer aandacht: we moeten kunnen blijven functioneren tijdens storingen of crises. Daarom investeren we in het in kaart brengen van de kwetsbare processen en inzichtelijk maken waar extra investeringen noodzakelijk zijn. Denk daarbij aan noodstroom, noodcommunicatie en een calamiteitenloket dat 24/7 bereikbaar is bij uitval van relevante systemen / middelen. Allereerst willen we verkennen we wat hiervoor nodig is - financieel én organisatorisch. De uitkomst van deze verkenning wordt in een later stadium voorgelegd. Tot slot richten we een interne bedrijfshulpverleningsorganisatie op. Daarvoor is het onder andere nodig een coördinator BHV aan te stellen.

12

5. Informatievoorziening We willen beslissingen nemen op basis van betrouwbare data en informatie. Dashboards, analyses en kunstmatige intelligentie helpen ons om sneller en beter te beslissen. Hiervoor zijn deskundige medewerkers, moderne technologieën en goed ingerichte beheerprocessen nodig. De afdeling Informatiemanagement & Automatisering is grotendeels op sterkte, maar werkt de komende jaren vooral aan het verbeteren van systemen, applicaties en processen. Denk aan het functioneel beheer van GEO-data en het terugdringen van het aantal applicaties. Ook archiefbeheer en het wegwerken van achterstanden in documentverwerking vragen aandacht, zodat we voldoen aan wetgeving en informatie snel beschikbaar is voor alle teams. 6. Huisvesting en facilitair Veel brandweerkazernes zijn verouderd en hebben hun afschrijvingstermijn overschreden. Ze vragen om onderhoud of vervanging. Uit het meerjarenonderhoudsplan blijkt dat een beperkte uitbreiding van budget en capaciteit nodig is. In opdracht van gemeenten vervangen we de komende jaren de kazernes in Hapert, Gemert, Eindhoven-Zuidoost en Deurne. De bouwkosten zijn voor rekening van de gemeenten, en VRBZO is verantwoordelijk voor de inrichting. De extra middelen hiervoor komen terug in de Kadernota.

Na onderzoek is gekozen om in tegenstelling tot wat in deelopdracht 1 is aangegeven, vooralsnog geen eigen baan voor Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) te bouwen, maar gebruik te maken van de faciliteit van Veiligheidsregio Brabant-Noord. Om onze duurzaamheidsdoelen te halen, plaatsen we laadpunten bij kazernes. Daarnaast onderzoeken we in opdracht van het bestuur de bouw van een centraal hoofdkantoor. Dit is onder andere nodig om samenwerking binnen de organisatie te verbeteren. Het Regionaal Crisiscentrum wordt in dit onderzoek meegenomen vanwege het verbeteren van de professionaliteit. De uitkomst van deze verkenning wordt in een later stadium voorgelegd. Zolang een nieuwe hoofdlocatie nog niet is gerealiseerd, zijn extra bindingsactiviteiten nodig om de verbinding en interne samenwerking te versterken. 7. Overhead Zoals elke organisatie berekent ook VRBZO overhead via een opslagpercentage. Sinds 2014 bedraagt dit 18% van de begroting. Bij het op orde brengen van de bedrijfsvoeringstaken voor wet- en regelgeving (deelopdracht 1) is ook gerekend met dat percentage. Maar met het genoemde percentage van 18% is de basis van onze bedrijfsvoering niet zonder meer op orde te brengen. Er kan momenteel alleen worden voldaan aan wet- en regelgeving, maar nog niet aan alle eisen voor een organisatie die volledig in control is.

Een gezonde en toekomstbestendige bedrijfsvoering vraagt meer dan alleen registreren en vaststellen. In de hiervoor beschreven punten staat aangegeven wat we op de inhoud extra moeten doen om de basis op orde te krijgen en te houden, en in control te komen en te blijven. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, passen niet meer binnen het huidige percentage. Door de bedrijfsvoering slimmer te organiseren, volstaat een beperkte stijging van opslag voor overhead, namelijk met een percentage voor overhead van 19% van de begroting. Ook dan blijft dit percentage laag als we kijken naar vergelijkbare organisaties. We zijn ervan overtuigd dat we met deze middelen een gezonde én doelmatige bedrijfsvoering kunnen realiseren.

13

Totaaloverzicht kosten Basis op orde We hebben de volgende kosten geraamd voor alle stappen die nodig zijn om de basis op orde te krijgen. In de bijlage zijn de genoemde onderwerpen en financiële onderbouwingen verder uitgewerkt. NB: Er volgt nog een volledige uitwerking van de benodigde capaciteit en middelen die voortkomen uit het onderzoek naar de nieuwe centrale huisvesting en de benodigde middelen in het kader van bedrijfscontinuïteit. Voor de uitkomsten van deze onderzoeken gelden daarom diverse PM-posten.

Totaal Basis op orde 1. Publieke dienstverlening

2026

2027

2028

2029

Incidenteel

€

205.000

€

125.000

€

15.000

€

-

Structureel

€

429.400

€

1.502.800

€

2.023.000

€

2.023.000

Incidenteel

€

837.000

€

948.000

€

229.000

€

-

Structureel

€

61.900

€

366.900

€

366.900

€

542.900

Incidenteel

€

55.000

€

15.000

€

10.000

€

10.000

Structureel

€

-

€

204.000

€

273.000

€

273.000

Incidenteel

€

120.000

€

-

€

-

€

-

Structureel

€

-

€

-

€

-

€

-

Incidenteel

€

150.000

€

75.000

€

30.000

€

-

Structureel

€

75.400

€

146.100

€

146.100

€

146.100

Incidenteel

€

100.000

€

180.000

€

-

€

-

Structureel

€

392.000

€

840.900

€

840.900

€

840.900

Subtotaal

Incidenteel

€

1.467.000

€

1.343.000

€

284.000

€

10.000

Subtotaal

Structureel

€

958.700

€

3.060.700

€

3.649.900

€

3.825.900

Totaal Basis op orde 1 t/m 6

€

2.425.700

€

4.403.700

€

3.933.900

€

3.835.900

7. Overhead

€

1.012.000

€

1.919.100

€

2.057.300

€

2.138.800

Totaal Basis op orde

€

3.437.700

€

6.322.800

€

5.991.200

€

5.974.700

Uitkomsten onderzoeken

pm

2. Medewerkers

3. Leiderschap en strategie

4. Procesmanagement, kwaliteitszorg en bedrijfscontinuïteit 5. Informatievoorziening

6. Huisvesting en facilitair

pm

pm

pm

14

5. Omgevingsanalyse 2035 De wereld om ons heen verandert snel Trends en ontwikkelingen Om koersvaste beleidsacties te bepalen die aansluiten op de risico’s in onze regio, hebben we in het voorjaar van 2025 samen met onze partners een omgevingsanalyse uitgevoerd. Daarbij onderzochten we welke ontwikkelingen de komende 10 jaar op de samenleving in Zuidoost-Brabant afkomen, en welke kansen en bedreigingen dit oplevert voor de veiligheid van onze inwoners.

Polit iek -Ju rid i

h sc

l

uree

ci

• Artificiële intelligentie • Quantumtechnologie • Immersieve technologieën • Robotica • Netwerken/verbinding • Energietechnologie

aa

ie

l- C

log

u lt

Eco

• Verhoogd risico opwateroverlast en overstromingen • Groeiend aantal natuurbranden • Toename extreme en langdurige hitte en langdurige droogte • Druk op biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen • Versterking van duurzaamheidswetgeving • Toename van circulaire economie en duurzaam bouwen

Demografie

ie om on Ec

• Bestuurlijke inrichting internationaal-nationaal-lokaal • Politiek veranderend landschap en politieke kleurin • Nieuwe en meer regelgeving/ juridische vereisten

So

T e c h n ol ogie

• Bevolkingsgroei (in stedelijke gebieden) • Dubbele vergrijzing • Ontgroening (minder jongeren in landelijk gebied) • Migratie en diversiteit • Huishoudverdunning

• Economische groei vlakt af in Nederland, maar Brainport zorgt voor schaalsprong • Veranderende arbeidsmarkt • Toenemende automatisering en digitalisering • Transitie naar ‘Groene Economie’: energietransitie en circulaire economie • Andere inrichting van leefruimte in Nederland en Zuidoost-Brabant (wonen, werken, reizen) • Spanning op balans tussen beleidshervormingen en overheidsfinanciën

• Toenemende polarisatie, afname vertrouwen overheid en dalende verdraagzaamheid • Gescheiden leefwerelden en afname sociale samenhang • Veranderende gezinsstructuur • Wokeness en cancelcultuur

Schematische weergave van de omgevingsanalyse 2035

De omgevingsanalyse is uitgevoerd aan de hand van de volgende 6 thema’s. Demografie De bevolking groeit. Er is sprake van dubbele vergrijzing: er komen meer ouderen en zij worden gemiddeld ouder. In landelijke gebieden wonen steeds minder jongeren. Migratie zorgt voor meer diversiteit, maar kan ook leiden tot sociale spanningen. Deze ontwikkelingen vergroten de druk op VRBZO en andere hulpdiensten. Economie De economische groei in Nederland vlakt af, maar onze regio blijft sterk groeien. Automatisering en digitalisering maken bedrijven afhankelijker van technologie en kwetsbaarder voor storingen en cyberaanvallen. Sociaal-cultureel Polarisatie en afnemend vertrouwen in de overheid kunnen leiden tot maatschappelijke onrust en minder draagvlak voor crisismaatregelen. Een afname van sociale samenhang zorgt voor minder gezamenlijke veiligheid.

15

Technologie Nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, robotica en quantumtechnologie, bieden kansen voor betere risicovoorspelling en veiliger werken. Tegelijkertijd maken ze organisaties afhankelijker van complexe systemen, wat extra risico’s geeft bij storingen. Cyberaanvallen kunnen zich snel verspreiden en grote gevolgen hebben voor de samenleving. Ecologie Klimaatverandering veroorzaakt extremer weer, meer natuurbranden, wateroverlast en droogte. Dit vraagt om extra kennis, middelen en nieuwe aanpakken. Politiek-juridisch Steeds meer taken komen bij gemeenten en veiligheidsregio’s te liggen, terwijl financiering en regelgeving achterblijven. Dat maakt het moeilijker om voldoende personeel en materieel te garanderen. Op basis van deze Omgevingsanalyse 2035 onderscheidt VRBZO de volgende 4 strategische thema’s: • Weerbaarheid • Schaalsprong en complexe infrastructuur • Klimaatveiligheid • Technologie, informatie en innovatie In de volgende hoofdstukken worden deze thema’s verder uitgewerkt. Per thema beschrijven we de trends en ontwikkelingen en geven we aan wat de gevolgen zijn voor fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit. Vervolgens lichten we toe wat dit betekent voor het werk van VRBZO en schetsen we een mogelijk toekomstbeeld voor 2035. Tot slot benoemen we onze beleidsacties voor 2027-2030 en de bijbehorende kosten.

16

6. Weerbaarheid Trends en ontwikkelingen De spanningen in de wereld nemen toe, en zelfs in Europa woedt oorlog. De kans op natuurrampen groeit. We krijgen te maken met nieuwe soorten incidenten en verstoringen van infrastructuur, aangewakkerd door klimaatverandering, energietransitie en datarevolutie. Onze afhankelijkheid van technologie maakt ons extra kwetsbaar. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot ontregeling en onrust. Als er iets misgaat, kunnen de gevolgen groot zijn voor de hele samenleving. De overheid kan dit niet alleen oplossen. Om rampen en crises goed aan te kunnen, moeten we samenwerken en zorgen voor een samenleving die weerbaar en veerkrachtig is. Op landelijk niveau wordt deze weerbaarheidsopgave gezien als een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Dit vraagt de komende jaren veel van de hele samenleving. VRBZO, gemeenten en netwerkpartners werken samen om inwoners zo goed mogelijk te beschermen. Maar bij een grote ramp of crisis kan niet iedereen tegelijk geholpen worden, bijvoorbeeld bij langdurige uitval van stroom of drinkwater. Recente voorbeelden laten zien dat dit ook in Nederland mogelijk is. Daarom is het belangrijk dat inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties zichzelf minimaal 72 uur kunnen redden, en dat zij ook omzien naar mensen en dieren in hun omgeving. Zo beperken we samen de impact van rampen en crises.

Dit noemen we zelfredzaamheid en samenredzaamheid. De overheid en hulpdiensten kunnen zich dan richten op het bestrijden van het incident en het helpen van mensen en dieren die dat het meest nodig hebben. Veel inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties willen graag zelfredzaam zijn en elkaar helpen, dat zal in 2035 niet anders zijn. Maar daarvoor hebben zij duidelijke informatie nodig om zich goed te kunnen voorbereiden. En tijdens een ramp moeten ze weten wat ze moeten doen, zodat ze zichzelf en anderen kunnen helpen. Weerbaarheid vraagt daarom om goede informatie en heldere risico- en crisiscommunicatie. Maar er is meer nodig: een langetermijnaanpak die we samen met gemeenten en andere partners ontwikkelen. Tegelijkertijd vraagt weerbaarheid ook nu al om actie, bijvoorbeeld met pilots voor noodsteunpunten. De hele samenleving moet voelen dat dit belangrijk is en moet gestimuleerd worden om weerbaarder te worden.

Effect op het werk van VRBZO VRBZO en gemeenten hebben hierin een belangrijke taak: mensen en organisaties helpen om hun eigen kracht te gebruiken en elkaar te steunen. De trend richting een weerbare samenleving vraagt van ons dat we niet alleen samenwerken met partners binnen het domein van fysieke veiligheid, maar ook met partners uit andere domeinen. Samen vergroten we het bewustzijn en de zelf- en samenredzaamheid. Zo worden we, naast klassieke hulpverleners, steeds meer partners in een weerbare samenleving. Het onderwerp weerbare samenleving raakt immers aan veel meer domeinen.

Een mogelijk beeld van 2035 In 2035 kennen we in Zuidoost-Brabant een weerbare samenleving. De regio kan tegenslagen aan, wat er ook gebeurt. Overheden, bedrijven, organisaties en inwoners zijn voorbereid op rampen en crises en beperken zo maatschappelijke ontwrichting. Mensen weten welke risico’s er zijn en hebben zich daarop voorbereid.

17

Inwoners, bedrijven en instellingen beschikken over voldoende informatie en weten wat zij zelf kunnen doen en wat zij van de overheid mogen verwachten. Zij zijn actief betrokken en daardoor zelf weerbaarder geworden. Ook VRBZO heeft de eigen regie versterkt tijdens crises die leiden tot grootschalige verstoringen. Na een crisis verloopt het herstel goed en is de juiste nazorg geregeld.

Hoe kunnen we dit bereiken? 1. Risicocommunicatie Ons doel is dat inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties zichzelf kunnen redden en elkaar kunnen helpen. Samen met gemeenten versterken we onze risicocommunicatie. We breiden de informatie op de website Brabant Alert verder uit en zetten de campagnes Brandveilig Leven voort. Deze breiden we uit naar Veilig Leven, zodat alle risico’s rond fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit aan bod komen. We brengen in kaart welke organisaties communiceren over deze risico’s - zoals politie, waterschappen, provincie, Rijkswaterstaat, het KNMI, het Rode Kruis en Stichting Dieren in Rampen - en maken afspraken over ieders rol, zodat informatie duidelijk is en elkaar versterkt. Daarnaast ontwikkelen we praktische informatie en tips over hoe mensen zich kunnen voorbereiden op risico’s. We onderzoeken welke doelgroepen moeilijk te bereiken zijn en passen onze communicatie daarop aan. Dat doen we bijvoorbeeld via meertalige communicatie, lokale bijeenkomsten, sleutelfiguren in gemeenschappen en nieuwe audio- en visuele middelen. 2. Actief betrekken samenleving Landelijk is het platform WeerbaarNL.nl sterk in ontwikkeling. VRBZO werkt hier al aan mee en gebruikt dit ook voor Zuidoost-Brabant. Het kabinet zet daarnaast in op de ontwikkeling van lokale noodsteunpunten: plekken waar getroffenen informatie en hulp kunnen krijgen.

Samen met gemeenten zorgen we voor de realisatie daarvan. De uiteindelijke invulling hangt deels af van de landelijke aanpak, waar we nog op wachten. Veel bestaande taken van VRBZO dragen nu al bij aan weerbaarheid. Denk aan de samenwerking van de GHOR met zorginstellingen en het Netwerk Acute Zorg Brabant. Via het Zorgrisicoprofiel helpen we zorgorganisaties zich voor te bereiden op verstoringen in de zorgcontinuïteit. We brengen in kaart wat we al doen en waar kansen liggen om dit verder te versterken. Daarbij maken we onze samenwerkingspartners bewust van het belang van weerbaarheid. 3. Regie bij crises We stimuleren weerbaarheid in de hele samenleving. Bij een militaire of hybride dreiging, of bij een langdurige maatschappelijke verstoring, neemt de overheid de leiding. De Rijksoverheid, veiligheidsregio’s, gemeenten en getroffen sectoren werken dan samen aan de crisisbeheersing. Samen met gemeenten, politie en andere partners onderhouden we een crisisorganisatie die we ook voor dit soort situaties kunnen opschalen. We maken een plan om de continuïteit van deze crisisorganisatie te waarborgen bij langdurige inzet, bijvoorbeeld tijdens een militair conflict. Daarnaast herijken we de civiel-militaire samenwerking, op basis van het geactualiseerde landelijke overzicht van civiele en militaire crisiscapaciteiten.

We onderzoeken ook welke groepen in de samenleving we onvoldoende bereiken met onze huidige vormen van crisiscommunicatie, net als bij risicocommunicatie. Tot slot versterken we onze eigen weerbaarheid tegen verstoringen die VRBZO zelf kunnen raken. Waar mogelijk sluiten we aan bij landelijke onderzoeken en initiatieven, zodat we optimaal gebruikmaken van bestaande kennis en samenwerking. 1 2

https://brabantalert.nl/ https://weerbaarnl.nl/default.aspx

18

4. Nafase en herstel Na een crisis is het belangrijk dat de samenleving snel kan herstellen. In de nafase zorgen we samen met gemeenten voor een zorgvuldige overdracht naar andere partijen die een rol hebben bij het herstel. Samen met de GGD bieden we getroffenen de juiste psychosociale nazorg. Ook op dit terrein versterken we de samenwerking met andere veiligheidsregio’s en met de Landelijke Expertgroep Nafase, zodat we samen leren van eerdere ervaringen. De lessen en goede voorbeelden verwerken we in onze plannen. Daarnaast ontwikkelen we maatgevende scenario’s voor nafase en herstel, om beter voorbereid te zijn op toekomstige situaties.

Wat zijn de kosten? Voor de genoemde activiteiten zijn extra en andere technische hulpmiddelen nodig. Ook is meer beleids- en uitvoeringscapaciteit vereist. Het gaat om: • beleidscapaciteit voor het ontwikkelen van een plan en aanpak voor de versterking van weerbaarheid in Zuidoost-Brabant, waaronder de opzet van noodsteunpunten; • werkbudget voor netwerkactiviteiten binnen het thema weerbare samenleving; • en voor extra uitvoeringscapaciteit voor de uitvoering van risicocommunicatie. De geraamde kosten staan vermeld in de onderstaande tabel. NB: Er volgt nog een volledige uitwerking van de benodigde capaciteit en middelen rond weerbaarheid. De uitkomsten daarvan worden opgenomen als PM-post. We verwachten hierbij een bijdrage vanuit het Rijk.

Weerbaarheid

2026

Incidenteel

€

- €

- €

- €

-

Structureel

€

214.800 €

384.300 €

384.300 €

384.300

2,50

pm

pm

pm

pm

pm

Uitwerking onderzoek

2027

2028

2029

Waarvan FTE

19

7. Schaalsprong en complexe infrastructuur Trends en ontwikkelingen In onze regio vindt de komende jaren een ware schaalsprong plaats. Bedrijven breiden uit en nieuwe, innovatieve ondernemingen vestigen zich hier. Er worden veel nieuwe woningen en bijbehorende voorzieningen gebouwd. Om de regio bereikbaar te houden, wordt fors geïnvesteerd in infrastructuur. Een voorbeeld is Knoop XL Eindhoven: een gebied waar nieuwe hoogbouw, een (deels ondergronds) trein- en busstation, ondergrondse parkeergarages, winkels en woningen samenkomen. Tegelijk zorgt de energietransitie voor meer stroomgebruik en nieuwe manieren om energie op te wekken en op te slaan. Door deze ontwikkelingen nemen ook de risico’s toe. Er komen meer mensen, meer vermenging van gebruiksfuncties, meer bedrijven en meer verkeersbewegingen. De infrastructuur wordt complexer en de druk op elektriciteit, drinkwater en andere voorzieningen groeit. Daardoor stijgt de kans op incidenten, terwijl hulpdiensten moeilijker snel ter plaatse kunnen zijn. Ook de risico’s voor de veiligheid van hulpverleners nemen toe. Bovendien kunnen verstoringen van elektriciteit of mobiele communicatie al snel domino-effecten veroorzaken op andere systemen en infrastructuur.

Effect op het werk van VRBZO We willen onze capaciteit en werkwijze bij brandweer, crisisbeheersing, bevolkingszorg en GHOR aanpassen aan nieuwe en veranderende risico’s. Ook de bereikbaarheid binnen ons verzorgingsgebied en de opkomsttijden van hulpdiensten vragen aandacht. Incidenten in hoogbouw, ondergrondse complexen en verdichte omgevingen vereisen aangepaste methoden van brandbestrijding en hulpverlening. Daarom is het belangrijk dat we deze ontwikkelingen goed monitoren en er proactief op inspelen. Dit vraagt om gerichte veiligheidsinnovatie. In het hoofdstuk Technologie, informatie en innovatie is dit verder uitgewerkt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen willen we vroegtijdig aan tafel zitten om te adviseren over maatregelen. Dat vraagt meer capaciteit, kennis, expertise en nauwere samenwerking met onze netwerkpartners.

Een mogelijk beeld van 2035 In 2035 is de schaalsprong van onze regio grotendeels gerealiseerd. De fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit zijn goed geborgd. We hebben zicht op de risico’s die complexe infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen met zich meebrengen en adviseren hierover deskundig. Zo zijn de grootste risico’s voorkomen of beperkt, en waar dat niet anders kon, bewust geaccepteerd. De zelfredzaamheid en samenredzaamheid bij complexe infrastructuur en bij uitval van nutsvoorzieningen zijn vergroot. Bij onze incidentbestrijding door de brandweer zijn innovatieve methoden ingevoerd, waardoor we effectief en veilig op kunnen blijven treden. En doordat we leren van incidenten kunnen we beter adviseren over preventieve maatregelen en incidenten doelgerichter bestrijden.

20

Hoe kunnen we dit bereiken? 1. Risicogericht werken Risicogericht werken is een harde noodzaak. Het betekent dat we onze capaciteit en middelen inzetten op die risico’s die het grootste effect kunnen hebben op de fysieke veiligheid en continuïteit van de samenleving in onze regio. Dit vraagt om een integrale, gebiedsgerichte aanpak: Waar zijn we het meest kwetsbaar? Wat kunnen we voorkomen of beperken? En waar moeten we juist investeren in weerbaarheid of slagkracht? De kern van deze aanpak is het voorkomen van incidenten en het beperken van gevolgen. Dat doen we door proactief te kijken waar de grootste risico’s liggen en hoe we die kunnen beïnvloeden. We bevorderen gericht de brandveiligheid in wijken en bij doelgroepen met het hoogste risico. We onderzoeken welke brandweerdekking het beste aansluit op de risico’s van de toekomst. Daarnaast analyseren we in het Zorgrisicoprofiel welke risico’s de grootste impact hebben op de zorg(keten). Op basis daarvan helpen we zorgorganisaties zich beter voor te bereiden. De schaalsprong in onze regio leidt tussen 2025 en 2040 tot 100.000 extra woningen, een groei van circa 210.000 inwoners en bijbehorende voorzieningen. Dit vraagt dat we vooruitkijken. Een integrale, gebiedsgerichte aanpak is nodig om risico’s te voorkomen, te beperken en slimme repressieve maatregelen te kunnen voorbereiden.

Dat begint met actuele informatie over risico’s. We werken hiervoor samen met overheden, kennisorganisaties en het bedrijfsleven om die informatie te ontsluiten, verbinden en verrijken. We halen de juiste expertise binnen en trainen onze medewerkers in risicogericht denken, scenarioplanning en kennis van systeemkwetsbaarheden. Zo kunnen we scherpere keuzes maken over de inzet van schaarse capaciteit. Deze kennis verwerken we in onze adviezen over ruimtelijke en infrastructurele projecten. Daarbij werken we samen met relevante organisaties en disciplines om vooraf tot slimme en uitvoerbare maatregelen te komen. 2. Zelf- en samenredzaamheid Bij incidenten, zoals bij complexe infrastructuur of uitval van nutsvoorzieningen, moeten niet alleen de hulpdiensten, maar ook bewoners, omwonenden en omstanders snel kunnen handelen. Zij moeten voorbereid zijn om zichzelf en anderen te helpen. Dat begint met duidelijke informatie over wat te doen en hoe men zich kan voorbereiden. Daarnaast denken we aan het organiseren van burgerhulpverlening. In onze risicocommunicatie besteden we specifiek aandacht aan incidenten die samenhangen met complexe infrastructuur en de uitval van nutsvoorzieningen. Tijdens incidenten werken hulpdiensten actief samen met inwoners en burgerinitiatieven.

De aanpak die we hanteren binnen het strategisch thema Weerbaarheid is ook op dit onderwerp Schaalsprong en complexe infrastructuur van toepassing. Die versterkt de zelf- en samenredzaamheid bij de groei en verdichting van onze regio.

21

3. Leren van incidenten We versterken ons brandonderzoek en breiden dit uit naar incidentonderzoek. Daarbij onderzoeken we niet alleen branden, maar ook incidenten in nieuwe installaties en complexe infrastructuur, zoals windturbines, zonneweides, buurtbatterijen en elektrische voertuigen. We richten ons ook op de voorbereiding op actuele dreigingen en de maatschappelijke impact van incidenten, rampen en crises, en hoe we daar als organisatie op kunnen inspelen. We verbinden onze bestaande expertise op het gebied van brandonderzoek en multidisciplinaire inzetevaluaties. De geleerde lessen verwerken we structureel in oefeningen, plannen en materialen. Ook worden deze lessen meegenomen bij de inrichting, bouw en het gebruik van gebouwen en infrastructuur. Zo verbeteren we ons optreden voortdurend en verkleinen we stap voor stap de risico’s.

Wat zijn de kosten? Voor de genoemde activiteiten zijn extra en aangepaste technische hulpmiddelen nodig. Daarnaast vraagt dit om aanvullende beleids- en uitvoeringscapaciteit. De geraamde kosten staan vermeld in de onderstaande tabel. De extra adviescapaciteit die nodig is voor de schaalsprong kan mogelijk op een andere manier worden gefinancierd. We onderzoeken de mogelijkheden hiervoor. Schaalsprong en complexe infrastructuur

2026

Incidenteel

€

150.000 €

180.000 €

- €

-

Structureel

€

31.700 €

1.332.100 €

1.332.100 €

1.332.100

13,00

pm

pm

Uitwerking onderzoek

2027

pm

2028

pm

2029

pm

Waarvan FTE

22

8. Klimaatveiligheid Trends en ontwikkelingen Het klimaat verandert, en daardoor krijgen we steeds vaker te maken met extreem weer. In Zuidoost-Brabant is vooral het risico op natuurbrand een belangrijk aandachtspunt in het risicoprofiel. Natuurbranden komen vaker voor, worden groter en kunnen in sommige gevallen onbeheersbaar worden. Ze kunnen slachtoffers veroorzaken en schade aanrichten aan natuur, woningen en bedrijven. Soms moeten mensen worden geëvacueerd of valt de stroom uit. Door droogte kan bovendien een tekort ontstaan aan blus- en drinkwater. In onze regio neemt ook de kans op wateroverlast toe, door langere en hevigere regenbuien. Deze kunnen schade veroorzaken en leiden tot ontruimingen, bijvoorbeeld van zorginstellingen. Klimaatverandering kan daarnaast zorgen voor de verspreiding van infectieziekten in Nederland. Ook komen hittegolven vaker voor, met hogere temperaturen over een langere periode. Dat veroorzaakt hittestress bij mensen en dieren. Vooral kwetsbare groepen, zoals ouderen, kinderen en mensen met chronische aandoeningen, lopen extra risico. Ook bezoekers van buitenactiviteiten en evenementen kunnen in de problemen komen door hitte of extreem weer. De economie wordt bovendien duurzamer om klimaatverandering tegen te gaan. Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, zoals meer branden door accu’s en overbelasting van het elektriciteitsnet.

Effect op het werk van VRBZO Bij klimaatrisico’s vervult VRBZO dezelfde rollen als bij andere risico’s. We monitoren en analyseren risico’s, geven advies om risico’s te voorkomen en te beperken, en organiseren de acute hulpverlening en multidisciplinaire samenwerking bij incidenten zoals natuurbranden en extreem weer. Samen met andere partijen verzorgen we de risico- en crisiscommunicatie. Onze rollen veranderen dus niet, maar klimaatverandering vraagt meer kennis en expertise. Voor de brandweer zijn aangepaste of nieuwe voertuigen, materialen en inzettactieken nodig. Daarnaast brengen we partijen samen die werken aan klimaatveiligheid. Inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties moeten samen weerbaarder worden tegen klimaatrisico’s.

Een mogelijk beeld van 2035 In 2035 is de samenleving zo aangepast aan de klimaatrisico’s dat de gevolgen van extreem weer beheersbaar zijn. In Zuidoost-Brabant zijn tal van maatregelen genomen die de weerbaarheid van de samenleving tegen klimaatverandering hebben vergroot. De regio kan beter omgaan met de gevolgen van langdurig extreem weer en de incidenten die daaruit voortkomen. De beheersbaarheid van natuurbranden is op een slimme en moderne manier vergroot. Iedereen heeft daaraan bijgedragen: overheden, inwoners, bedrijven en (zorg) organisaties.

23

Hoe kunnen we dit bereiken? 1. Aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering In 2035 werken we samen aan klimaatadaptatie: het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Onze samenwerkingspartners zijn onder meer gemeenten, de provincie, waterschappen, natuurbeheerders, GGD, zorgorganisaties, nutsbedrijven, inwoners en (recreatie)bedrijven. We monitoren klimaatrisico’s en analyseren hun mogelijke gevolgen. Zo adviseren we hoe natuurbrandrisico’s kunnen worden meegenomen bij het inrichten en onderhouden van natuur en de gebouwde omgeving. We helpen om gebieden aan te wijzen waar maatregelen nodig zijn en denken mee over slimme oplossingen in gemeentelijke gebiedscommissies. Voorbeelden zijn het aanpassen van de landschapsinrichting om deze weerbaarder te maken tegen onbeheersbare natuurbranden, het aanleggen van extra bluswatervoorzieningen en het verbeteren van de bereikbaarheid voor de brandweer. Ook zetten we het huidige gefragmenteerde werken aan klimaatveiligheid om in een geregisseerde aanpak. Landelijk wisselen we data, kennis en ervaringen uit. Door samen te werken vergroten we onze expertise en ontwikkelen we slimme maatregelen voor klimaatrisico’s. 2.

Slimme bestrijding van natuurbranden Om natuurbranden effectief te bestrijden, zetten we, in lijn met de landelijke Visie Natuurbrandbeheersing, in op een combinatie van technologische innovatie, aangepaste voertuigen en versterkte operationele inzet. Onder de noemer ‘basis op orde’ worden enkele tankautospuiten, die regulier aan vervanging toe zijn, aangepast om rijdend te kunnen blussen. Daarnaast starten we met 4 specialistische natuurbrandbestrijdingsvoertuigen, die flexibeler en sneller inzetbaar zijn dan reguliere blusvoertuigen. In de volgende planperiode breiden we dit verder uit volgens de landelijke richtlijn. Verder onderzoeken we de inzet van drones, satellietbeelden en andere technologieën om sneller informatie te verzamelen en de inzet te verbeteren. De meest actuele inzettactieken verwerken we in onze planvorming. Brandweermedewerkers worden hiervoor goed getraind en oefenen regelmatig, ook met de nieuwe materialen. Ook de overige hulpdiensten, gemeenten en partners oefenen hun samenwerking bij natuurbranden. 3. Weerbaarheid tegen klimaatrisico’s Iedereen moet zich aanpassen aan het veranderende klimaat en de risico’s die daaruit voortkomen. Ook inwoners en bedrijven kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door hun terrein vrij te houden van brandbaar materiaal of door regenwater op te vangen.

Inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties weten wat ze moeten doen bij extreem weer of een natuurbrand. Door samen met onze partners frequent te communiceren over klimaatrisico’s, vergroten we de weerbaarheid. In gebieden met een verhoogd risico op natuurbrand betrekken we inwoners en bedrijven actief om mee te denken en mee te doen.

24

Wat zijn de kosten? Voor een goede uitvoering en begeleiding van dit strategische thema zijn extra en andere technische hulpmiddelen nodig. Ook is extra beleids- en uitvoeringscapaciteit vereist om over te gaan van een gefragmenteerde naar een geregisseerde aanpak. De geraamde kosten staan in de onderstaande tabel. NB: de voorliggende businesscase Slimme Repressie - Natuurbrandbestrijding is de eerste stap om te voldoen aan de landelijke richtlijn. Er volgt nog een volledige uitwerking van de benodigde capaciteit en middelen rond natuurbrand. De uitkomsten daarvan worden als PM-post opgenomen. Klimaatveiligheid

2026

Incidenteel

€

- €

- €

- €

-

Structureel

€

45.000 €

230.000 €

230.000 €

401.600

2,00

pm

pm

pm

pm

pm

Uitwerking onderzoek

2027

2028

2029

Waarvan FTE

Het initiële investeringsbedrag voor de specifieke natuurbrandbestrijdingsvoertuigen bedraagt in totaal € 2.238.000 (afschrijving over 15 jaar). De kapitaallasten worden opgenomen vanaf 2029.

25

9. Technologie, informatie en innovatie Trends en ontwikkelingen De technologische ontwikkelingen gaan snel. Sociale media, drones, zelfrijdende auto’s en andere vormen van robotisering veranderen hoe we leven en werken. Artificial Intelligence (AI) versnelt deze veranderingen nog verder. Deze en andere technologische innovaties bieden ongekende kansen om het leven van mensen te verbeteren, maar brengen ook nieuwe risico’s met zich mee. De toenemende afhankelijkheid van technologie maakt onze samenleving kwetsbaarder voor uitval en cyberaanvallen. Industrieën kunnen met innovatieve technieken nieuwe veiligheidsrisico’s veroorzaken. De energietransitie kan leiden tot meer brandrisico’s, ander brandgedrag en kans op stroomuitval. Uitval van technologie maakt rampen en crises bovendien complexer, waardoor maatschappelijke ontwrichting sneller kan optreden. Ook binnen onze eigen organisatie vergroot het gebruik van innovatieve technologieën de kwetsbaarheid bij systeemuitval. De brandweer rukt nu al vaker uit voor accubranden. Nieuwe ontwikkelingen brengen nieuwe risico’s met zich mee. Om die zo goed mogelijk in beeld te krijgen en effectief en veilig te kunnen bestrijden, is kennis nodig van de gevolgen van technologische innovaties. Tegelijkertijd biedt technologie grote kansen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16605428/1