CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 07. Resort Eindhoven_Quickscan flora en fauna 2024

Raad (besluitvormend) 13 mei 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen Masterplan Resort Veldhoven5.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wnb Het Witven Veldhoven

Quickscan Wnb Het Witven Veldhoven

Titel

Quickscan Wnb, Het Witven, Veldhoven

Uitvoering

Bureau Bleijerveld

Opdrachtgever

Buro Boot Plesmanstraat 5 3900 AM Veenendaal

Datum

10 januari 2024

Status

1e versie

8451 KB Oudeschoot mob 06-40559568 bleijerveld@ruimtevooradvies.nl

www.ruimtevooradvies.nl

Schoterlandseweg 53

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep

1 1 2 2 6

2

Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden

7 7 7

3

NDFF-gegevens

8

4

Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting

9 9 9 10 11 12 12 13 13 14

5

Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten

15 15 15

Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid

17

1 1.1 Aanleiding & doel

Inleiding

Aan de Witvenseweg in Veldhoven is vakantiepark Het Witven gevestigd. Het voornemen bestaat om het terrein te reconstrueren. Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale omgevingsverordening (o.a. Nederlands Natuurnetwerk).

Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).

Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quickscan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

1

1.2 Methoden

Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de digitale atlas van provincie Noord-Brabant. Op 12 december 2023 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen. Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).

1.3 Plangebied

Het plangebied wordt gevormd door een vakantiepark van circa 14 hectare met van oorsprong circa 350 standplaatsen, deels in de vorm van chalets. Het park ligt aan een plas. Ten zuiden van de plas ligt het grootste deel van het terrein, dat in gebruik is voor verblijfsrecreatie. Ten noorden van de plas is een kleiner deel bestemt voor recreatieve activiteiten (strand, tennisbanen en een midgetgolfbaan). Het parkeerterrein en de horecagelegenheid die hier ook aanwezig zijn maken geen deel uit van het plangebied. Dit geldt ook voor de plas. In het deel ten noorden van de plas staan oudere bomen (ca. 1950). Het gaat voornamelijk om dennen en sparren. Verder komt zomereik regelmatig voor. Van het deel ten zuiden van de plas is de noordelijke helft eind jaren negentig aangelegd. De inrichting is kenmerkend voor campings en wordt gevormd door een complex aan velden met heggen en singels erlangs. Door het terrein lopen asfaltpaden en op het terrein staan verschillende facilitaire gebouwen. De begroeiing is relatief jong maar aan de randen staat oudere begroeiing. Het zuidelijke deel is recent aangelegd en de begroeiing is jonger dan tien jaar. De velden van dit complex zijn groter en er is minder begroeiing aanwezig waardoor dit deel een meer open karakter heeft. Langs de zuidrand is een lage wal aangelegd met struweel. Op het park zelf komt geen permanent oppervlaktewater voor.

Langs de buitenrand lopen kleine sloten en greppels. Langs de westkant loopt een grotere watergang. Rond het park liggen agrarische percelen en aan de westzijde een bosperceel. Langs de westzijde hiervan loop de Run. De beek loopt langs de noordzijde van het park in oostelijke richting.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

2

Figuur 2. Luchtfoto plangebied (rood).

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

3

Figuur 3. Beeld van het noorden van het park met begroeiing rond een tennisbaan.

Figuur 4. Voormalig facilitair gebouw in het noorden van het park.

Figuur 5. Strand langs het noorden van de plas.

Figuur 6. Hoofdentree van het park ten zuiden van de plas.

Figuur 7. Hoofdgebouw van de camping.

Figuur 8. Beeld van het park ten zuiden van de plas.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

4

Figuur 9. Recreatie-eenheden in het centrum van het park.

Figuur 10. Beeld van het nieuwe deel in het zuiden van het park .

Figuur 11. Recreatie-eenheden in het zuiden van het park.

Figuur 12. Wal met struweel langs de zuidkant van het park .

.

Figuur 13. Watergang langs de westkant met rechts het park en links het bos ten westen van het park.

Figuur 14. Zwemplas in noordwestelijke richting gezien.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

5

1.4 Ingreep

Het voornemen bestaat om het recreatieterrein te reconstrueren. Er zijn nog geen details van het ontwerp bekend maar in ieder geval verandert de indeling van het park en worden recreatie-eenheden geplaatst. In hoeverre de reconstructie effect heeft op de groenstructuur is nog niet bekend. De huidige recreatie-eenheden verdwijnen en mogelijk ook de bedrijfsgebouwen.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

6

2

Beschermde gebieden

2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden

Het recreatieterrein is geen onderdeel van beschermde natuurgebieden maar grenst aan de westzijde aan onderdelen van Natuurnetwerk Brabant. Net ten zuiden van de plas lijkt aan de westzijde een klein stuk van het park te overlappen met het Natuurnetwerk. De beek die rond het terrein loopt is onderdeel van Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. De afstand van het park tot de beek bedraagt minimaal 40 meter.

2.2 Effecten beschermde gebieden

De reconstructie van de camping heeft geen wezenlijke gevolgen voor het gebruik van het terrein waardoor negatieve effecten op het aangrenzende NNN en Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten. Op de locatie die mogelijk overlapt met het Natuurnetwerk is strikt genomen een beoordeling nodig bij wijzigingen. Een toetsing van eventuele effecten van stikstofdepositie valt echter buiten het kader van dit onderzoek.

Figuur 10. Ligging plangebied t.o.v. beschermde natuurgebieden.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

7

3

NDFF-gegevens

In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn van de afgelopen vijf jaar enkele waarnemingen van beschermde soorten uit het plangebied bekend. Het gaat met name om losse waarnemingen van algemene vogels zonder vaste nestplaats en om eekhoorn. In de omgeving van het park – met name – rond de beek is een aantal beschermde soorten waargenomen. Het gaat voornamelijk om vogels waaronder een soort met een vaste nestplaats, te weten steenuil. De twee waarnemingen zijn buiten het broedseizoen gedaan ten westen en zuiden van het park. Vogels zijn strikt beschermd in de Wet natuurbescherming volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Ten noorden en zuidoosten van het park is in 2022 in september een migrerende alpenwatersalamander waargenomen. Eén van de waarnemingen is gedaan op de kruising van de Runstraat en de Run, de tweede waarneming is op de Witvenseweg gedaan ter hoogte van de zuidoosthoek van het park. Van de beekrombout is eenmaal in 2023 een imago waargenomen boven de zwemplas. Van de bosbeekjuffer is eenmaal een waarneming gedaan bij de Run ten zuiden van het park. De drie genoemde soorten zijn nationaal beschermd in de Wet natuurbescherming Tot slot komt in de Run een populatie drijvende waterweegbree voor. Deze soort is strikt beschermd in de Wet natuurbescherming volgens het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn.

Van de overige soortgroepen zijn geen of alleen licht beschermde soorten waargenomen.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

8

4 4.1 Planten

Beschermde soorten

De open delen van het terrein worden gevormd door soortenarm gazon waarin algemene graslandsoorten voorkomen zoals madeliefje, kruipende boterbloem, smalle weegbree en kleine klaver. Met name in het nieuwe zuidelijke deel komen regelmatig ruigtesoorten voor als distels, ridderzuring en In de beboste stukken in het noorden van het terrein was weinig vegetatie aanwezig. De vegetatie was kenmerkend voor verrijkte, kalkarme zandbodem met veel braam en verder soorten als bonte gele dovenetel, bochtige smele, brede stekelvaren en robertskruid. In het deel ten zuiden van de plas zijn alleen vrij jonge tot zeer jonge stroken begroeiing aanwezig op voormalige landbouwgrond. Hier neigt de kruidlaag onder begroeiing naar stikstofminnende vegetatie met soorten als witte winterpostelein, stinkende gouwe, grote brandnetel, pitrus en braam. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden. De beoordeling van de vegetatie vond plaats in een periode die minder geschikt is. Op grond van de gevonden soorten en het beheer en gebruik is geen aanleiding gezien om te veronderstellen dat beschermde plantensoorten op het terrein zouden kunnen voorkomen. Een negatief effect op beschermde soorten uit deze soortgroep wordt daarom uitgesloten.

4.2 Zoogdieren

Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. Op het terrein zijn geen zoogdieren waargenomen. Wel zijn sporen van zoogdieren waargenomen in de vorm van holen van muizen en konijn. Uitgaande van de regio waarin het plangebied ligt en de aanwezige habitats zijn alleen algemene muizensoorten te verwachten zoals veldmuis, gewone bosmuis en rosse woelmuis. Van konijn zijn op enkele plaatsen verspreid over het terrein voornamelijk oude, ongebruikte holen gevonden. In de wal langs de zuidkant van het terrein bevond zich een locatie met verse sporen. De te verwachten muizensoorten en konijn zijn licht beschermd in de Wnb. Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ingrepen. Er zijn geen eekhoorns op het terrein waargenomen maar het is aannemelijk dat het park tot het leefgebied van eekhoorn behoort. Op het park zijn geen verblijfplaatsen van grotere zoogdieren aangetroffen. Met name de buitenrand van het terrein is in principe geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen. Door de permanente verblijfsrecreatie is het park minder geschikt voor wezel en hermelijn. In de wijde omtrek is een beperkt aantal waarnemingen van met name steenmarter en bunzing en in mindere mate wezel gedaan.

De meeste waarnemingen van steenmarter en bunzing hebben betrekking op verkeerslachtoffers langs de snelweg en grote doorgaande wegen. Op de Witvenseweg ter hoogte van het park is eenmaal een steenmarter als verkeersslachtoffer aangetroffen. De gebouwen op het terrein bieden geen toegankelijke verborgen ruimten die als verblijfplaats voor steenmarter. Wezels

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

9

zijn voornamelijk in natuurlijke terreinen in de omgeving waargenomen langs beken en dergelijke. Door de werkzaamheden kan verstoring en sterfte optreden van algemene, licht beschermde soorten zoogdieren waarvoor een algemene vrijstelling geldt. De kap van bomen kan een negatief effect hebben op eekhoorn. Afhankelijk van de mate kan het rooien van groen een negatief effect hebben op het leefgebied van eekhoorn en kleine marterachtigen.

4.3 Vleermuizen

Alle soorten vleermuizen zijn strikt beschermd in de Wnb volgens het regime van de Europese Habitatrichtlijn. Van dergelijke soorten is het functionele leefgebied jaarrond beschermd. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen.

Verblijfplaatsen bomen De bomen in het zuidelijke deel van het park zijn jonger dan tien jaar. Vanwege deze jonge leeftijd is het op voorhand uitgesloten dat in dit deel verblijfplaatsen voorkomen. De begroeiing van het noordelijke deel van het campingterrein (ten zuiden van de plas) is ook relatief jong. Enkele solitaire bomen zijn ouder en hebben een grotere diameter. In deze bomen zijn alleen beginnende holten aangetroffen die niet geschikt zijn als verblijfplaats. In het gedeelte ten noorden van de plas is de begroeiing het oudst. Het gaat echter voornamelijk om uitheemse coniferen en zomereiken. Holten die geschikt zijn voor vleermuizen zijn in uitheemse coniferen ongebruikelijk en zomereiken ontwikkelen vaak pas op late leeftijd holten. In de oudere bomen zijn geen evidente holten aangetroffen en ook kwijnende of dode bomen met losse schors ontbraken. Uit de inspectie zijn geen bomen gekomen die potentieel geschikt zijn als verblijfplaats.

Verblijfplaatsen gebouwen De gebouwen op het terrein worden gevormd door vakantiehuisjes en door enkele facilitaire gebouwtjes. De vakantiehuisjes worden gevormd door kleine prefab-gebouwtjes met één bouwlaag. De gebouwtjes zijn vervaardigd uit plaatmateriaal en sandwichpanelen zonder spouw. De daken zijn gedekt met plaatmateriaal of dakleer. Verblijfplaatsen zijn in deze gebouwen redelijkerwijs uit te sluiten. Op het campinggedeelte – ten zuiden van de plas – staan een receptie en twee toiletgebouwen. De receptie en het toiletblok nabij de ingang hebben een identieke bouwstijl en bestaan uit gemetselde gevels met een plat dak met brede overstek. In de gevels zijn geen open stootvoegen aanwezig en de overstek bestaat uit glad plaatmateriaal en een aluminium daktrim. De aansluiting van de overstek met de gevel is afgesloten door de lat waarop de platen zijn bevestigd. De kozijnen sluiten nauw aan op de gevel. In deze twee gebouwen zijn verblijfplaatsen redelijkerwijs uit te sluiten. Het toiletgebouw in het nieuwe zuidelijke deel is gebouwd met damwandplaten die voor een belangrijk deel zijn voorzien van rabatplanken. De ruimten achter de planken zijn toegankelijk voor vleermuizen en verblijfplaatsen zijn in dit gebouw niet geheel uit te sluiten.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

10

Vanwege de geringe hoogte (< 3 m) en de vermoedelijk oppervlakkige ruimten achter de planken heeft het gebouw met name potentie voor een klein zomerverblijf of paarverblijf van dwergvleermuizen. In het noordelijke deel van het park staat een vervallen clubhuisje bij de tennisbanen. Het gebouwtje is enkelwandig en het dak ontbreekt. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn hier uit te sluiten.

Vlieg- en foerageerroutes Het is onwaarschijnlijk dat het park een essentiële rol speelt voor vliegroutes omdat het terrein grenst aan open landbouwpercelen. Interlokale verbindingen zijn wel te verwachten van de laanbeplanting langs de wegen en van de Run. Omdat het terrein een parkachtig karakter heeft met lijnvormige groenelementen is het aannemelijk dat het onderdeel is van het foerageergebied van vleermuizen. Vanwege het gazonbeheer en het hoge percentage naaldhout is de waarde als foerageergebied beperkt. Binnen het terrein heeft de groene buitenrand en het noordelijke deel van de camping de meeste waarde. Het nieuwe zuidelijke deel is zeer open en heeft nauwelijks waarde als foerageergebied. Het belangrijkste foerageergebied ligt buiten het park en wordt gevormd door de westkant van de zwemplas die grenst aan opgaande begroeiing en door de strook bos ten westen van het park. Dit vochtige bos heeft een open structuur en de boomlaag bestaat uit oude, aftakelende populieren met veel ondergroei. Dergelijk bos vormt een hoogwaardig foerageerhabitat. Op het terrein is alleen het toiletgebouw in het nieuwe, zuidelijke deel (marginaal) geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Wanneer dit gebouw gesloopt kunnen verblijfplaatsen verloren gaan en kan verstoring en sterfte optreden. Het plangebied kan enig belang vertegenwoordigen als foerageergebied.

Bij rigoureuze wijzigingen in de groenstructuur waarbij ook de groene buitenrand verdwijnt zijn negatieve effecten op foerageergebied niet uit te sluiten. 4.4 Vogels

Alle inheemse broedvogels zijn beschermd in de Wnb volgens het regime van de Europese Vogelrichtlijn. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd.

Broedvogels zonder vaste nestplaats

In de opgaande begroeiing zijn allerlei algemene broedvogels zonder vaste nestplaatsen te verwachten zoals zwartkop, tuinfluiter, merel en roodborst. In de begroeiing zijn regelmatig nesten van kraaien, eksters en duiven aangetroffen en ook nesten van kleine zangvogels. In de bedrijfsgebouwen en vakantiewoningen zijn broedvogels uit te sluiten vanwege het ontbreken van nissen en toegankelijke verborgen ruimten. Wel zijn regelmatig nestkasten aan de woningen gehangen die gebruikt kunnen worden door verschillende soorten.

Broedvogels zonder vaste nestplaats

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

11

De oudere bomen op het terrein zijn gecontroleerd op aanwezigheid van grotere nesten die duiden op een vaste nestplaats, zoals een buizerdnest. In de bomen zijn geen grotere nesten aangetroffen. Op grond hiervan is de aanwezigheid van roofvogelhorsten uitgesloten. Met name het noordelijke deel van het campingterrein is geschikt voor ransuil vanwege de betrekkelijk jonge, dichte naaldbomen. Er zijn nergens roestende ransuilen vastgesteld of sporen van roestplaatsen. Op basis hiervan is de aanwezigheid van nestplaatsen niet aannemelijk. In de cluster vakantiewoningen in het noordelijke deel van de camping waren enkele huismussen aanwezig. Omdat het terreinbezoek in de winter plaatshad is niet te zeggen of het om broedvogels gaat of alleen om vogels uit de omgeving komen en voedertafels bezochten. De gebouwen op het terrein zijn ongeschikt als nestplaats maar wel kan in nestkasten worden gebroed. Het terrein is ongeschikt voor andere broedvogels met vaste nestplaatsen zoals kerkuil, steenuil en gierzwaluw. Bij het rooien van groen en het leegmaken van staanplaatsen met nestkasten kan tijdens het broedseizoen verstoring van broedsels en sterfte optreden van soorten zonder vaste nestplaatsen. 4.5 Amfibieën

Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. Op het terrein komt geen permanent oppervlaktewater voor behalve de strandzone van de zwemplas. Dit grote water zonder begroeiing in de strandoever is ongeschikt als voortplantingshabitat voor amfibieën. Het terrein is wel geschikt voor amfibieën in de landfase wat betreft de wat bredere groenelementen. Hier kan ook overwintering plaatsvinden. In 2019 zijn twee waarnemingen van de strikter beschermde alpenwatersalamander gedaan. Het is aannemelijk dat in de omgeving voortplantingwateren liggen. Omdat de soort een vrij grote actieradius heeft (ca. 350 m) en weinig kritisch ten aanzien van het watertype is het niet met zekerheid te zeggen waar deze zich bevinden. In theorie is zelfs de sloot langs de Witvenseweg geschikt wanneer deze in het zomerhalfjaar voldoende lang watervoerend is. Het is aannemelijk dat de soort op het park overwinterd. In de regio zijn geen populaties bekend van andere strikter beschermde amfibieënsoorten. Op grond van de regio en het karakter van het terrein zijn verder algemene soorten amfibieën te verwachten zoals bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Bij ingrepen op plaatsen met dichtere, opgaande begroeiing is een negatief effect op amfibieën te verwachten wanneer zij zich in de landfase bevinden.

Voor de meeste te verwachten soorten amfibieën geldt een algemene vrijstelling van de Wnb in geval van ruimtelijke ingrepen. Voor alpenwatersalamander geldt deze vrijstelling niet. Wanneer het groen op het park grootschalig verdwijnt kan dit een negatief effect hebben op het leefgebied van de alpenwatersalamander.

4.6 Reptielen

Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. In de omgeving zijn waarnemingen gedaan van levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen zijn beperkt tot natuurgebied Vlasrootvennen en de Dommel. Het plangebied en het tussenliggende grootschalige landbouwgebied zijn ongeschikt als leefgebied voor deze soorten.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

12

Een negatief effect op reptielen is uit te sluiten. 4.7 Vissen

In het plangebied komt geen oppervlaktewater voor. Een negatief effect op vissen in het algemeen is uitgesloten.

4.8 Ongewervelden

De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Geen van deze habitats komt in het plangebied voor. In de groenstrook op de wal langs de zuidkant van het park komt sleedoorn voor maar de strikt beschermde sleedoornpage komt niet in de regio voor. Deze soort is daarom redelijkerwijs uit te sluiten. De twee beschermde soorten libellen die in de directe omgeving zijn waargenomen zijn gebonden aan natte habitats die niet in het plangebied aanwezig zijn. Een negatief effect op beschermde soorten uit deze groep is uit te sluiten.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

13

4.9 Samenvatting

In het plangebied is het voorkomen van algemene, licht beschermde kleine zoogdieren en amfibieën te verwachten waarvoor een algemene vrijstelling geldt. In de oudere bomen, met name in de noordelijke helft van het park, kan eekhoorn voorkomen. De kap van bomen kan een negatief effect hebben op voortplantingslocaties en op individuen. Bij rigoureuze kap kan het leefgebied aangetast worden. Voornamelijk de buitenrand van het terrein vormt geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen, met name bunzing. Bij rigoureuze kap kan het leefgebied aangetast worden. In het toiletgebouw in het nieuwe, zuidelijke deel van de camping zijn verblijfplaatsen van dwergvleermuizen niet geheel uit te sluiten. Het terrein is beperkt geschikt als foerageergebied, met name de buitenrand en het centrum van het terrein. Bij rigoureuze kap kan het foerageergebied wezenlijk aangetast worden. Een effect op vliegroutes is niet te verwachten mits langs de Witvenseweg een min of meer aaneengesloten groenstrook behouden blijft. In opgaande begroeiing en in nestkasten moet rekening worden gehouden met broedsels van vogels zonder vaste nestplaatsen. Op het terrein is het voorkomen van licht beschermde soorten amfibieën aannemelijk. Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ingrepen. Tot slot is het voorkomen van alpenwatersalamander niet uit te sluiten.

Bij rigoureuze kap kan het leefgebied worden aangetast. Dit geldt met name voor de groene buitenrand. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP

TOELICHTING

BESCHERMDE SOORTEN GEEN

Planten Zoogdieren

WNB

HR

VR

X Algemene soorten

Alg. vrijstelling

Kleine marterachtigen

M.n. buitenrand

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Vleermuizen

Foerageergebied

Toiletgebouw zuid Rel. beperkt, m.n. buitenrand en centrum

Vleermuizen

Vliegroutes

Broedvogels

Zonder vaste nestplaats

Broedvogels

Met vaste nestplaats

Amfibieën

Algemene soorten

Niet wezenlijk Zeker X Alg. vrijstelling

Alpenwatersalamander

Mogelijk

Reptielen

X

Vissen

X

Ongewervelden

X

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

14

5

Conclusies

5.1 Beschermde gebieden

Het plangebied is geen onderdeel van beschermde natuurgebieden maar een klein deel van het park lijkt te overlappen met het Natuurnetwerk. Op grond van de aard van de ingrepen en de ongewijzigde bestemming is een negatief effect op natuurgebieden in de omgeving uit te sluiten. Mogelijk is ter plaatse van de overlap een toetsing noodzakelijk. Een toetsing van de eventuele effecten van stikstofdepositie vallen buiten het kader van dit onderzoek.

5.2 Beschermde soorten

Algemene zoogdieren en amfibieën (nationale soorten Wnb, art. 3.10) Door werkzaamheden op het terrein kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Noord-Brabant geldt deze vrijstelling voor alle te verwachten soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet nodig. Kleine marterachtigen (nationale soorten Wnb, art. 3.10) Rigoureuze kap kan een negatief effect hebben op kleine marterachtigen, met name bunzing. In dat geval is nader onderzoek gewenst naar de functie van het terrein voor deze soortgroep. Er wordt geadviseerd om de groene buitenrand van het terrein intact te laten. Eekhoorn (nationale soorten Wnb, art. 3.10) De kap van oudere bomen kan een negatief effect hebben op eekhoorn. Daarom dient de kap te worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Rigoureuze kap kan een negatief effect hebben op het leefgebied. In dat geval is nader onderzoek gewenst naar de functie van het terrein voor deze soort. Er wordt geadviseerd om de groene buitenrand van het terrein intact te laten. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn, art.

3.1) Tijdens het rooien van begroeiing en het leegmaken van staanplaatsen (nestkasten) tijdens het broedseizoen kan sterfte van vogels en verstoring van broedsels optreden. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dienen dergelijke ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een controle uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering. Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn, art. 3.5) Wanneer het zuidelijke toiletgebouw wordt gesloopt is een nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Rigoureuze ingrepen in de groenstructuur kunnen een negatief effect hebben op foerageergebied. In dat geval is nader onderzoek gewenst naar het belang van het terrein als foerageergebied. Er wordt geadviseerd de groene buitenrand intact te laten. Wanneer langs de Witvenseweg een min of meer aaneengesloten groenstrook of bomenrij aanwezig blijft zijn negatieve effecten op vliegroutes uit te sluiten.

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

15

Alpenwatersalamander (nationale soorten Wnb, art. 3.10) De bredere, besloten delen van het terrein zijn behoren mogelijk tot het leefgebied van alpenwatersalamanders. Bij rigoureuze kap kan het leefgebied worden aangetast. Dit geldt met name voor de groene buitenrand. Mogelijk is nader onderzoek naar deze soort nodig. Een vooroverleg met het bevoegd gezag is wenselijk. Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep

Soort

Maatregel/vervolgactie

Planten

Alle

¾

Vleermuizen

Alle

Bij sloop zuidelijke toiletgebouw nader onderzoek verblijfplaatsen Beoordeling wijziging groenstructuur m.b.t. vlieg- en foerageerroutes

Zoogdieren

Eekhoorn

Kappen volgens gedragscode + beoordeling wijziging groenstructuur m.b.t. leefgebied

Vogels zonder vaste

Kleine marters

Beoordeling wijziging groenstructuur m.b.t. leefgebied

Alle

Groenwerkzaamheden en leegmaken staanplaatsen (nestkasten) buiten de

nestplaats Vogels met vaste

periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli (1 sep) Alle

¾

Alle

Nader onderzoek of beoordeling leefgebied, vooroverleg met bevoegd gezag

verblijfplaats Amfibieën

gewenst Reptielen

Alle

¾

Vissen

Alle

¾

Ongewervelden

Alle

¾

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

16

Bronnen

1. www.ndff.nl 2. www.noord-brabant.nl

Quick scan Wnb Het Witven Veldhoven

17

Bijlage I

Wettelijk kader en beleidskader

De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •

Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet

Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •

•

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

deze onder zich te hebben.

dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Niet van toepassing.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst

Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

NNN/EHS

Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15316635/1