Beantwoording technische vragen D66 Haalbaarheidsonderzoek Citycentrum
Tekst van het document
Technische vragen D66 inzake Haalbaarheidsonderzoek ontwikkeling Citycentrum t.b.v. agendapunt 6.2 Haalbaarheidsonderzoek ontwikkeling Citycentrum
Zie onderstaande technische vragen over het haalbaarheidsonderzoek van het citycentrum. Het is wat kort dag, maar kan ik de antwoorden uiterlijk maandag 12 uur ontvangen? Heel graag. 1. Wat is de reden dat de bestemmingsreserve al in 2027 ingesteld moet worden? Wat is de impact als dit besluit wordt uitgesteld tot na de verkiezingen of totdat er zekerheid is over mogelijke subsidies? 2. Aan welke aanvullende investering moeten we denken voor de stichtingskosten van een nieuw te realiseren bibliotheek (evt een bandbreedte)? 3. In het haalbaarheidsonderzoek (p.13) wordt aangegeven dat de gehanteerde prijzen laag zijn. Wat zouden passende prijzen zijn in de huidige woningmarkt, en tot welk verschil in oppervlakte en aantallen woningen leidt dit? 4. In het segment ‘Vrije sector koop klein’ wordt een GBO van 42 m² genoemd bij een BVO van 129 m². Is dat correct? 5. In het raadsvoorstel staat dat voor de T-zone een separate projectopdracht moet worden uitgewerkt, terwijl onderdelen hiervan al in fase 1 worden gerealiseerd. a. Wanneer staat dit onderzoek gepland? b. Is hiermee rekening gehouden in de planning van fase 1? c. Kunnen de uitkomsten van invloed zijn op de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling? d. Wordt de culturele hotspot in dit onderzoek meegenomen? 6.
Hoeveel m² grondgebonden horizontaal groen wordt er nieuw toegevoegd op welke locatie om te voldoen aan de norm van 8m2 per toegevoegde woning? Een kaartje zoals dat op p.30 van het haalbaarheidsonderzoek, maar dan met leesbare getallen, zou fijn zijn. 7. Het rapport over de parkeerbalans gaat in op autoparkeren. Is er ook onderzoek gedaan naar de behoefte aan fietsparkeren en wat waren daarvan de uitkomsten? 8. Hoeveel fietsparkeerplekken worden er gerealiseerd? Het rapport spreekt van 1.800 plekken, maar de cijfers (oppervlakte en financieel) lijken te wijzen op 2.000 plekken. 9. Is bij de berekening van de behoefte aan fiets- en autoparkeren rekening gehouden met e ecten van de mobiliteitsvisie? 10. Is in het haalbaarheidsonderzoek rekening gehouden met netcongestie en eventuele (tijdelijke) maatregelen? Zo niet, welk e ect kan dit hebben op de planning en begroting?
Antwoord: 1. Het voorgestelde moment van opname is gebaseerd op de verwachting dat in 2027 een grondexploitatie (GREX) voor deze gebiedsontwikkeling wordt geopend. Zodra een verlieslatende GREX wordt vastgesteld, is de gemeente op grond van het voorzichtigheidsprincipe verplicht dit verlies direct financieel te verwerken. De bestemmingsreserve kan in dat geval worden ingezet als dekking. Met het voorstel wordt beoogd om, op basis van de huidige inzichten, tijdig ruimte in de begroting te reserveren voor het te verwachten tekort. Hiermee geeft de gemeente bovendien
een duidelijk signaal van bereidheid tot cofinanciering, wat van belang is bij toekomstige subsidieaanvragen. 2. Het is op dit moment niet mogelijk om een prijs per vierkante meter te noemen, aangezien een gedetailleerde studie naar de wensen en vereisten voor een nieuwe bibliotheek nog ontbreekt. De uiteindelijke kosten zijn sterk afhankelijk van factoren zoals locatie en gebouwtype (bijvoorbeeld geïntegreerd in een plint of vrijstaand). 3. Voor het betaalbare segment vormen de uitgangspunten uit de Woonzorgvisie en de afspraken met het Rijk in het kader van de Woondeal het uitgangspunt. De gehanteerde grenzen van de betaalbaarheidscategorieën worden jaarlijks geactualiseerd en opgenomen in de Regionale Begrippenlijst. Er is geen standaard doorvertaling te maken van prijssegmenten aan woonoppervlakte. Wel zien we op dit soort stedelijke locaties doorgaans kleine appartementen, voornamelijk geschikt voor alleenstaanden en starters. Dit geldt zowel voor de koop als (sociale) huursector. Daarnaast is er ruimte in de vrije sector appartementen. Voor stedelijke centrumlocaties zijn appartementen met een gebruiksoppervlak van circa 80 tot 97 m² hiervoor passende producten. Een recente onafhankelijke taxatie bevestigt dat marktwaarden van circa € 416.000 en € 485.000 voor dergelijke appartementen op deze locatie marktconform zijn.
Het realiseren van grotere appartementen zou resulteren in minder woningen bij een vergelijkbaar financieel resultaat (los van de extra parkeeropgave die dan ontstaat). Dit sluit niet aan bij de beleidsdoelstelling om in het centrum een substantieel aantal woningen voor uiteenlopende doelgroepen toe te voegen. 4. Dit betreft een fout in de tabel. Bij een GBO van 97 m2 hoort een BVO van 129 m2. Onderstaande had in de tabel moeten staan:
5. a. Door beperkte capaciteit is deze opdracht nog niet uitgezet binnen de organisatie. We verwachten dat het onderzoek zo spoedig als mogelijk wordt opgestart. b. Ja. Er is hiermee rekening gehouden in de planning van fase 1. c. Het onderzoek naar de T-zone is een separate projectopdracht met een eigen budget en t.z.t. ook een eigen kredietaanvraag. Met het onderzoek worden de programmatische, financiële en ruimtelijke consequenties en haalbaarheid van de ontwikkeling van de T-zone in beeld gebracht. Dit heeft voor nu geen invloed op de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling zoals gepresenteerd. d. De culturele hotspot zit in de scope van het T-zone onderzoek (programmatische koppeling, ruimtelijke inpassing en financiële kaders). 6. Dit wordt verder uitgewerkt in de vervolgfase. We hebben voor het totaal in beeld gebracht dat de uitbreiding van het park (inclusief de vergroening van de Repel) en de vergroening van Meiveld, Pleintjes en nieuwe winkelstraat (met als uitgangspunt dat 30% van de in te richten meters groen wordt ingericht) leid tot de resultaten zoals weergegeven in onderstaande tabel.
7. Er is geen specifiek onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan fietsparkeren. Voor nieuwe ontwikkelingen zijn er echter landelijke bestaande normen en richtlijnen waarmee het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen kan worden vastgesteld. 8. Het exacte aantal fietsparkeerplaatsen en de ruimtelijke inpassing worden in een vervolgfase uitgewerkt. Voor het huidige programma wordt uitgegaan van gemiddeld circa 1.800 fietsparkeerplaatsen. De normen verschillen per functie, zoals bij woningen, commerciële en maatschappelijke voorzieningen, vergelijkbaar met de variatie in parkeernormen voor auto’s. 9. De mobiliteitsvisie is als kader meegenomen bij de ontwikkeling, de verdere uitwerking vindt plaats in de vervolgfase. 10. Bij de realisatie en oplevering van de eerste fase wordt ervan uitgegaan dat er nog geen aanvullende capaciteit vanuit het energienet beschikbaar is. Dit kan met name gevolgen hebben voor de commerciële- en maatschappelijke voorzieningen. De verdere uitwerking m.b.t. duurzame warmte, elektriciteit en bijbehorende energieoplossingen vinden in de vervolgfase plaats, wanneer de stedenbouwkundige- en gebouwontwerpen en inrichting van de openbare ruimte bepaald worden. De kosten m.b.t. gebouwinstallaties zijn voorzien in de bouwkosten.