CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Art. 42 SNO - Bijlage

Raad (besluitvormend) 2 juni 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: CDA inzake SNO2.351 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Onderwerp: Heroverweging SNO o.b.v. nieuwe informatie Van: I. Lagemaat/ E. Bouten Aan: BRT, BPF Datum: 28-8-2025, 3-9-2025 Doel: besluitvorming

VERTROUWELIJK (aanbieder wordt met naam genoemd) Onderwerp Standpuntbepaling ten aanzien van Specialistische Naschoolse Opvang (SNO) - hernieuwd Beslispunten Het BRT/ BPF besluit: 1. Te stoppen met de uitvoering van SNO per 1-1-2027, gelet op: - De al geconstateerde knelpunten om jeugdhulp en kinderopvang op deze manier te verbinden én het feit dat het hier niet om een jeugdhulptaak gaat; - De nu wederom aangetoonde extra knelpunten op dit vlak. 2. Voor de periode 1-1-2026 tot en met 31-12-2026 een overgangsperiode in te lassen, die er als volgt uitziet: - Per 1-1-2026: we voeren de doorontwikkelde producten 50P94 en 50V95 in (toegangen bereiden zich hier nu al op voor); - Omdat SNO geregeld verbonden is aan schooljaren, stoppen we per 1-9-2026 met het afgeven van nieuwe indicaties; - Alle indicaties kennen een uiterlijke datum van 31-12-2026. Inleiding Met deze memo en de toelichting tijdens het overleg willen wij u graag informeren over de laatste stand van zaken rond SNO en u, op basis van wederom nieuwe informatie, om een standpuntbepaling vragen. Ten behoeve van deze standpuntbepaling is het van belang nog kort de historie te schetsen van dit complexe dossier, aangezien dit ook mede verheldert waarom er opnieuw een standpuntbepaling noodzakelijk is. Deze memo schetst het één en ander in korte bewoordingen.

In de presentatie tijdens het overleg volgt meer toelichting en bent u in de gelegenheid aanvullende vragen te stellen. Historie - 2022: invulling SNO (op dat moment) SNO is een opvangproduct met een plus: dat betekent dat werkende ouders hun kinderen kunnen laten opvangen. De plus heeft betrekking op het feit dat het gaat om het opvangen van jeugdigen die een extra behoefte aan ondersteuning hebben gedurende de opvang. Het product wordt ingekocht door jeugdhulpaanbieders en geheel bekostigd via jeugdhulpbudget. - 2022-2023: doorontwikkeling SNO-product Omdat er geen begeleidingsdoelen aan de opvang verbonden zijn (daartoe zijn andere producten zoals begeleiding en respijt (ontlasting ouders) aangewezen), vinden we het redelijk dat werkende ouders een eigen bijdrage gaan betalen aan de opvang voor hun kind. Net zoals dat in de reguliere kinderopvang gebeurt. Ouders kunnen voor deze eigen bijdrage een tegemoetkoming aanvragen via de kinderopvangtoeslag. Omdat het gaat om jeugdigen die behoefte hebben aan een plus, zijn gemeenten bereid deze plus nog steeds te bekostigen. Dit gedachtegoed wordt samen met een aantal aanbieders uitgewerkt en geformuleerd in 2 nieuwe productkaarteni.

1

MEMO Onderwerp: Heroverweging SNO o.b.v. nieuwe informatie Van: I. Lagemaat/ E. Bouten Aan: BRT, BPF Datum: 28-8-2025, 3-9-2025 Doel: besluitvorming

- Oktober 2023: vaststelling nieuwe productkaarten BRT en FOT (Fysieke Overlegtafel) De nieuwe productkaarten, incl. tarieven worden vastgesteld door het BRT en voorgelegd aan de FOT van Segment 3, aanbieders stemmen in. De implementatieperiode start. - 2023-2024: Implementatie brengt (nieuwe) bezwaren van aanbieders aan het licht Aanbieders starten met de implementatie, maar laten al snel weten toch bezwaren te zien. Deze bezwaren zijn alle gelegen in het feit dat de (jeugdhulp)organisatie zich moeten registreren in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), willen ouders kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen. Dit gegeven was bekend. Het feit dat de optelsom van de eisen uit het LRK (welke door de GGD worden getoetst) niet verenigbaar lijken met die van een jeugdhulporganisatie, echter niet. Een eenduidige oplossing lijkt niet voorhanden: de regelgeving voor jeugdhulp en kinderopvang wijken zo ver van elkaar af dat aanbieders aangeven niet te willen of kunnen inschrijven op het nieuwe SNOproduct. De vraag of de GGD in dit geval bereid is lichter te toetsen op de LRK-registratie voor jeugdhulpaanbieder, biedt op dat moment weinig soelaas. Het gaat hier om landelijke regelgeving en toets voorschriften. De enige aanbieder die aangeeft te willen blijven inschrijven, is de aanbieder die van oudsher al kinderopvangorganisatie was en dus een LRK-registratie heeft, namelijk Kluppluz.

Zij bedienen maar een kleine doelgroep via de inkoop voor een 10vdJ, op dat moment ca. 15-20 jeugdigen (maximaal 10% van de totale SNO-doelgroep). Overigens geldt dat een aantal gemeenten binnen 10vdJ ervoor heeft gekozen andere afspraken te maken met deze aanbieder (subsidie, eigen maatwerk) en niet deel te nemen aan de inkoopafspraken. Dit betreft met name gemeente Veldhoven. - Augustus 2024: keuze scenario SNO door BRT (en BPF) De geconstateerde knelpunten lijken niet op te lossen en dus wordt aan het BRT een viertal scenario’s ten aanzien van het vervolg voorgelegd. Het BRT (en bekrachtigd door het BPF) kiest voor het scenario om door te gaan op de ingeslagen weg, bewust van het risico dat er waarschijnlijk een grote vermindering van het aantal aanbieders plaats zal vinden en daarmee mogelijk wachtlijsten voor jeugdigen op dit product. Deze keuze wordt met name onderbouwd op basis van het gegeven dat opvang geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is en al helemaal geen verantwoordelijkheid onder de Jeugdwet. De besparing van ca. € 500.000 voor de regio die dit scenario met zich meebrengt (omdat ouders gaan meebetalen) wordt daarmee niet alleen als welkom, maar ook legitiem beschouwd. -

Augustus 2024 – heden: zelfs aanbieders met een LRK-registratie haken af of dreigen af te haken en (mogelijke?) kansen samenwerkingsinitiatieven jeugdhulp-kinderopvang

Afhakende aanbieders Aanbieder X meldt zich en geeft aan de LRK-registratie weer ongedaan te gaan maken. In het BRT van juni 2025 wordt dit mondeling toegelicht door de Programmamanager. Deze aanbieder geeft aan dat waar een eerste toets van de GGD, goedkeuring van de GGD opleverde, komt de aanbieder bij herhaalde inspectie niet ‘door de keuring’. De eerder ‘op kinderen geschoolde’ MBO-medewerkers zijn vertrokken en vervangen door jeugdhulpmedewerkers, die volgens voorschriften niet voldoende worden beschouwd om kinderen op te vangen. De aanbieder geeft aan hier veel moeite mee te hebben: medewerkers die zo hooggeschoold zijn dat ze jeugdigen mogen begeleiden of behandelen

2

MEMO Onderwerp: Heroverweging SNO o.b.v. nieuwe informatie Van: I. Lagemaat/ E. Bouten Aan: BRT, BPF Datum: 28-8-2025, 3-9-2025 Doel: besluitvorming

zijn blijkbaar niet geschikt om kinderen ‘te laten spelen’ tijdens opvang. Dit heeft er vooral mee te maken dat jeugdhulpverleners een hulpverleningsopleiding hebben genoten, maar niet per se een opleiding waar ze praktijkervaring met jeugdigen hebben opgedaan. (De aanbieder geeft aan dat de kortste herscholing kan plaatsvinden door medewerkers een 14-daagse sportopleiding te laten volgen.) Bovendien vragen de regels rond kinderopvang andere zaken zoals de openstelling (ruimer dan bij jeugdhulp, etc.). Het gevolg van het niet ‘door de toets’ van de GGD komen, is dat deze aanbieder een dwangsom van de gemeente (andere regio) opgelegd krijgt. De aanbieder laat per ommegaande weten uit te schrijven in het LRK-register en het product niet meer te willen aanbieden. Het BRT geeft de dringende suggestie om in gesprek te gaan met de GGD om nogmaals de ‘lichtere toets’ te bespreken. Tot op heden heeft dit nog niet kunnen plaatsvinden. De verwachtingen hiervan zijn echter niet groot: de LRK-registratie betreft landelijke wet- en regelgeving en daarmee ook de toets voorschriften, Het lijkt niet waarschijnlijk dat een GGD hier zelf van af mag wijken. Uiteraard zal dit gesprek wel nog plaatsvinden. De enige aanbieder die redelijk stabiel leek in hun besluit in te schrijven en/ of uit te breiden, is Kluppluz.

Deze aanbieder is van oudsher gestart vanuit de kinderopvang en heeft deze LRKregistratie daardoor al geruime tijd. Echter, Kluppluz lijkt zich recent te realiseren dat de bijdrage van de gemeenten geen uurtarief betreft, maar een dagdeeltarief. Dit tarief gaat uit van gelijkblijvende inkomsten voor aanbieders: de bijdrage voor de plus van gemeenten is berekend op de bijdrage van ouders conform de kinderopvangtoeslagregeling. Kluppluz laat echter weten dat zij, in tegenstelling tot wat bekend is van een groot deel van reguliere kinderopvangorganisaties, een bijdrage van ouders vragen per uur. Dit betekent dat Kluppluz onvoldoende inkomsten van ouders ontvangt wanneer deze bijv. maar 2 uur (in plaats van het gehele dagdeel van 4,5 uur) betalen. In een eerste gesprek laat Kluppluz doorschemeren de bedrijfsvoering en declaratie naar ouders niet aan te willen passen. Het belang voor Kluppluz is hierbij niet zo groot: het aantal jeugdigen betreft onder de inkoopvoorwaarden immers maar een klein deel. De maatwerkafspraken, zoals die in Veldhoven zijn gemaakt, zijn financieel (veel) voordeliger. Gemeente Veldhoven geeft overigens aan dat het op dit moment onderzoekt en voornemens is (nog geen besluit) om vanaf 2026 over te willen stappen naar de nieuwe regionale producten van 10vdJ. De eerste berekeningen in Veldhoven laten zien dat deze maatwerkafspraken een forse kostenpost zijn.

In een gesprek met Kluppluz op 19 augustus jl. is gepolst of Kluppluz inderdaad overweegt uit te schrijven als wij vast blijven houden aan de gestelde tarieven. De reactie is: Kluppluz kan met de nieuwe tarieven voor SNO niet de zorg bieden aan de cliënten. Zij willen daarnaast ook niet inschrijven op de producten begeleiding groep en respijtzorg aangezien dit geen kinderopvang is. Kluppluz kijkt naar de inkoopregio hoe wij invulling willen geven aan het product met daarbij voor hen de juiste tariefstelling. Nieuwe initiatieven in de samenwerking jeugdhulp-kinderopvang Er lijken voorzichtige toenaderingen te zijn tussen genoemde partijen. Als 10vdJ juichen wij dit toe, aangezien hiermee inclusief beleid gestimuleerd wordt. Bijv. jeugdigen met een plusbehoefte op de LRK-geregistreerde locatie (met name reguliere kinderopvang) waarbij de jeugdhulp wordt ingevlogen/ toegevoegd. Om deze initiatieven een kans te geven, is de ingangsdatum van de nieuwe producten van 1 oktober aanstaande naar 1 januari 2026 verschoven.

3

MEMO Onderwerp: Heroverweging SNO o.b.v. nieuwe informatie Van: I. Lagemaat/ E. Bouten Aan: BRT, BPF Datum: 28-8-2025, 3-9-2025 Doel: besluitvorming

In hoeverre deze initiatieven haalbaar blijken en kunnen voldoen aan de besparingsopgave, dat is nog niet bekend. Ervaringen elders in dit land laten signalen zien dat deze samenwerkingen zelden goedkoper uitvallen. Reden nieuwe standpuntbepaling: vasthouden aan koers op basis signaal Kluppluz? De beschreven historie laat zien dat kinderopvang door een jeugdhulpaanbieder nauwelijks kans van slagen heeft. De eerdere keuze van het BRT is mede gemaakt vanuit de wetenschap dat opvang ook in principe geen jeugdhulptaak is. Daarmee werd ook het eerste vraagstuk ten aanzien van reikwijdte opgeworpen. En in theorie een ‘eenvoudig’ vraagstuk: immers dit besluit impliceert een beperking van de reikwijdte waar dit in principe geen jeugdhulptaak betreft. En hoewel daarmee het uitdunnende SNO-aanbiederslandschap te legitimeren valt, was de wetenschap om aanbieder Kluppluz nog wel achter de hand te hebben als aanbieder, een mooie ‘geruststelling’. Dit komt nu op losse schroeven te staan. Als Kluppluz aan hun standpunt vast blijft houden om ouders niet per dagdeel te willen laten betalen en daarom uit te schrijven, lijkt er geen aanbod meer over te blijven. Een bijkomende 'morele’ vraag aan onszelf Daarnaast kan zelfs de morele vraag aan onszelf worden gesteld: moeten wij aanbieders die nu investeren in het behalen van een LRK-registratie niet attenderen op de ervaringen van aanbieder X.

Hoewel het de verantwoordelijkheid is van een jeugdhulpaanbieder zelf om keuzes te maken en hierin de risico's vooraf in te schatten, is de vraag of het ook getuigt van goed partnerschap om deze ervaring/ risico's wel kenbaar te maken. Conclusie - Het potentiële zorglandschap op het gebied van SNO lijkt zich nóg verder uit te dunnen, kinderopvang en jeugdhulp, georganiseerd vanuit de jeugdhulp, lijken niet te verenigen. - Wanneer we vanuit jeugdhulp vast willen houden aan het SNO-product en geen risico willen lopen dat we de enige ‘gegarandeerde’ aanbieder verliezen, is de kans groot dat we hier een hoger tarief tegenover moeten stellen (en let wel: jeugdhulpmiddelen besteden aan een taak die niet onder de jeugdhulp valt). Mogelijke oplossing De vraag die gemeenten zich lokaal kunnen stellen in hoeverre ze bereid zijn om te investeren in het inclusieve aspect van de kinderopvang. Ofwel, wanneer lokale gemeenten kinderopvang voor iedereen mogelijk willen maken, kunnen zijn hiertoe besluiten om lokaal hierop te investeren. Hiermee wordt de zuivere aanpak vanuit de taak van kinderopvang bezien en niet de meer ‘discutabele’ weg van jeugdhulp en jeugdhulpmiddelen.

Advies Geadviseerd wordt: - Te stoppen met de uitvoering van SNO per 1-1-2027, gelet op: • De al geconstateerde knelpunten om jeugdhulp en kinderopvang op deze manier te verbinden én het feit dat het hier niet om een jeugdhulptaak gaat; • De nu wederom aangetoonde extra knelpunten op dit vlak.

4

MEMO Onderwerp: Heroverweging SNO o.b.v. nieuwe informatie Van: I. Lagemaat/ E. Bouten Aan: BRT, BPF Datum: 28-8-2025, 3-9-2025 Doel: besluitvorming

-

Voor de periode 1-1-2026 tot en met 31-12-2026 een overgangsperiode, die er als volgt uitziet: • Per 1-1-2026: we voeren de doorontwikkelde producten 50P94 en 50V95 in (toegangen bereiden zich hier nu al op voor); • Omdat SNO geregeld verbonden is aan schooljaren, stoppen we per 1-9-2026 met het afgeven van nieuwe indicaties; • Alle indicaties kennen een uiterlijke datum van 31-12-2026.

Juridische toets Dit advies is juridisch getoetst en heeft als conclusie Risico van deze keuze Dit besluit zullen wij moeten communiceren en heeft waarschijnlijk tot gevolg dat aanbieders die overwegen hun LRK-registratie te behalen voor 1-1-2026 hierop niet verder zullen investeren. Overigens wordt de impact van dit risico niet heel hoog ingeschat: op dit moment horen we hoogstens een hele enkele aanbieder die ‘bezig is’ met deze registratie, maar concrete inschrijvingen van aanbieders die er per 1-1-2026 klaar voor zouden kunnen zijn, zijn er op dit moment, behalve Kluppluz, nog niet. i

- 50P94: voor de opvang van jeugdigen van werkende ouders in de basisschoolleeftijd. Ouders kunnen kinderopvangtoeslag aanvragen, de plus wordt bekostigd uit jeugdhulpmiddelen; - 50V95: voor de opvang van jeugdigen van werkende ouders in de leeftijd van het voortgezet onderwijs. Hier kunnen ouders geen kinderopvangtoeslag voor aanvragen. In de reguliere kinderopvang wordt ervan uitgegaan dat jeugdigen vanaf die leeftijd zelf (enige tijd) thuis kunnen blijven en er geen opvang nodig is. Als dat voor de jeugdigen met een plusvraag toch nodig blijkt en aangezien ouders geen tegemoetkoming kunnen krijgen, is het besluit dat deze opvang in zijn geheel uit jeugdhulpmiddelen betaald blijft. Dit gaat om een substantieel kleiner deel van de SNO-doelgroep (ca. 25%).

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16955183/1