Aanvullende stukken op verzoek inzake 8.1 Vaststellen subsidieverordening ROW SGE
Tekst van het document
De raad van de gemeente.......
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van;
Gelet op het bepaalde in artikel 149 en 156 Gemeentewet en het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluit:
I.
de bevoegdheid tot subsidiëren waarbij als normenkader voor de gedelegeerde taak geldt de hieronder vast te stellen Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties, aan het bestuur van de besloten vennootschap Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties BV (hierna ROW) te delegeren;
II.
vast te stellen de volgende verordening:
Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties SGE Artikel 1 Begripsomschrijving a.
Boekwaarde: De reeds gemaakte kosten tot het moment van indiening van de subsidieaanvraag, welke door aanvrager worden toegerekend aan het uit te voeren project.
b.
Businesscase:
Een omschrijving van het project met een onderbouwde analyse in
economische en financiële zin, conform het vastgestelde aanvraagformulier. c.
De-minimissteun: Steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen.
d. e.
Garantieduur: Garanties worden verstrekt voor een periode van maximaal 6 jaar. Garantstelling: Een zekerheidsstelling/borg die wordt verstrekt ten gunste van een derde op het moment dat een risico/ prestatie zich voordoet. Ter vergoeding ontvangt het ROW een premie.
f.
Gemiddelde revolverendheid: Als gevolg van de toevoeging van het project aan de portefeuille van het ROW dient het rendement1 van de portefeuille > 500Zo te blijven. Berekend volgens de formule: fondswaarde na toevoeging project - fondskostem/ de totale fondsomvang van het fonds zoals gepubliceerd in het laatste rapportagemoment.
g.
(Geld)lening: Het verstrekken van een vreemd vermogen tegen een bepaalde vorm van zekerheid waarbij sprake is van aflossing en een vergoeding in de vorm van rentebetalingen.
h.
Investeringscommissie: Onafhankelijke deskundigencommissie zijnde de investeringscommissie van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij NV aangevuld met een deskundige met specifieke regionale kennis.
i. j. k.
Leningsduur: Leningen worden verstrekt voor een periode van maximaal 10 jaar. Marktwaarde: De waarde van het project(onderdeel) op moment X. Plankosten: De indirecte kosten die noodzakelijk zijn om het project te realiseren, waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen plankosten voor en na peildatum. Plankosten van voor de peildatum behoren in, elk geval, niet tot de subsidiabele kosten.
l.
Peildatum: Het moment waarop de ontvangstbevestiging is gestuurd op basis waarvan de aanvraag in goede orde is ontvangen.
m.
1
Portefeuille: Het aantal door het ROW verstrekte subsidies.
Dat deel van de middelen dat op basis van een worst case verwachting geacht wordt retour te komen
2 Fondskosten:
personele kosten & plankosten die gemaakt moeten worden om de doelstelling van het fonds te realiseren.
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
n.
Premie'. De vergoeding die door de ontvanger van de garantie wordt betaald aan de garantieverstrekker ter dekking van de kosten en risico’s.
o. p.
Project: Het onderwerp van de subsidieaanvraag. Projectomvang: De totale omvang van de te maken kosten, verminderd met de niet subsidiabele kosten, waarop de aanvraag betrekking heeft.
q.
Rapportagemoment: Twee keer per jaar wordt de waarde van het fonds opnieuw vastgesteld op basis van de situatie per 30-06 en 31-12 van het jaar.
r.
Revolverendheid: Het percentage van de middelen dat retour komt, berekend op basis van:
s.
Risicoanalyse: Een overzicht van de risico’s/ variabelen, die samenhangen met het wel/ niet
retour ontvangen middelen/ verstrekte subsidie.
slagen van de businesscase, die zich kunnen voordoen alsmede een inschatting van de kans en het effect op de businesscase. t.
Ruimtelijke ingreep: Een verandering welke plaatsvindt op een werklocatie, niet zijnde een aanpassing in het openbaar gebied, waarop de Businesscase betrekking heeft en waarmee de (economische) levensduur van het totale gebied, zoals bedoeld in dit investeringsregelement, wordt verlengd.
u.
ROW:
het bestuur van de besloten vennootschap Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
BV v.
Sluitende businesscase: De businesscase die op basis van de gehanteerde uitgangspunten, inclusief de bijdrage van het ROW sluit op “0” (nul) en/ of beschikt over voldoende buffers om aan de aan de subsidie gestelde voorwaarden blijvend te kunnen voldoen.
w.
Subsidieaanvraag: De aanvraag welke betrekking heeft op deze regeling op basis van overlegging van het ingevulde aanvraagformulier en de daarbij gevraagde bijbehorende stukken.
x.
Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE): De gebieden van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre tezamen.
Werklocatie: De bedrijventerreinen zoals opgenomen in bijlage 2. Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. aa. Worst-case scenario: Het scenario waarbij, op moment X, de alle in de risicoanalyse
y.
z.
opgenomen risico’s zich voordoen.
Artikel 2 Doel Met deze verordening wordt beoogd het, in beginsel op bestaande werklocaties, realiseren van projecten van regionaal economisch belang en passend binnen de regionale strategie die leiden tot werkgelegenheid, innovatie, versterking van regionale ketens van toeleveranciers en versterking van
.
clusters en campussen
Artikel 3 Subsidieaanvragers Subsidie kan aangevraagd worden door privaatrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 4 Te subsidiëren activiteiten l.
ROW kan een eenmalige subsidie verstrekken voor realisatie van (her)ontwikkelingsprojecten, bestaande uit een of meerdere onderstaande activiteiten: a.
realisatie van een ruimtelijke ingreep op een locatie;
b.
realisatie van het (her)ontwikkelen/ verbeteren van bebouwing;
c.
realisatie van (duurzame) innovatieve concepten op/ aan of in een gebouw;
d.
realisatie specifieke inrichtingsvereisten voor meerdere gebruikers binnen de doelgroep van deze regeling.
2. Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van: a. een lening; b. een garantstelling.
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
Artikel 5 Subsidieverlening in de vorm van een lening 1.
Indien er sprake is van een subsidieverlening in de vorm van een lening wordt deze verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en ROW een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt voor een looptijd van maximaal 10 jaar.
2.
In de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de subsidie in de vorm van een lening onder andere een regime voor betaling van rente en aflossing en afspraken met betrekking tot zekerheden opgenomen.
Artikel 6 Subsidieverlening in de vorm van een garantstelling 1.
Indien er sprake is van een subsidieverlening in de vorm van een garantstelling wordt deze verstrekt: a. voor ten hoogste 800Zo van de door derden verstrekte lening; b. met een looptijd van ten hoogste zes jaar.
2.
De subsidieverlening in de vorm van een garantstelling wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en ROW een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt.
Artikel 7 Subsidievereisten 1.
ROW toetst subsidieaanvragen voor een project als bedoeld in artikel 4 aan de volgende vereisten: a.
het project wordt uitgevoerd binnen de aangewezen werklocaties, zoals opgenomen in bijlage 2 en;
b.
sprake is van het behouden, creëren en/ of uitbreiden van werkgelegenheid en;
c.
het project levert een aantoonbaar positief effect op voor het SGE en;
d.
naast de subsidieaanvrager profiteert, in de vorm van een toename van innovatie en/ of groei, minimaal 1 andere partij binnen de keten van toeleveranciers/ afnemers van het project en;
e.
de subsidieaanvrager investeert, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit het aantrekken van vreemd vermogen dan wel uit verkregen subsidie niet verstrekt door één van de bij de SGE aangesloten bestuursorganen noch de besloten vennootschap Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, minimaal 500Zo van de totale projectomvang en;
f.
de projectaanvraag heeft betrekking op minimaal een
projectomvang van C 2.000.000,-,
en; g.
een brief vanuit de betrokken SGE gemeente waarin het project is gelegen waaruit blijkt dat minimaal is aangegeven dat zij positief staat tegenover het voorgenomen project en zich actief zal inspannen, binnen de wettelijke kaders, om het project (bestuursrechtelijk) mogelijk te maken en;
h.
er sprake is van een sluitende businesscase en;
i.
er is voldoende aangetoond dat het project zonder subsidie niet gerealiseerd kan worden en;
j.
het project waar de aanvraag betrekking op heeft start binnen 1 jaar na datum subsidiebeschikking, waarbij het bestuur de bevoegdheid heeft deze termijn één keer te verlengen .
2.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een subsidie alleen verleend indien na beoordeling van de businesscase blijkt dat door toevoeging van het project aan ROW, op basis van het worstcase scenario, de gemiddelde revolverendheid van 5007o uit komt.
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
ROW niet onder de
Artikel 8 Weigeringsgronden 1.
ROW weigert subsidie indien: a.
ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat;
b. 2.
In het geval geconstateerd wordt dat er mogelijk sprake is van ongeoorloofde staatsteun.
ROW kan bepalen dat een subsidie aan een rechtspersoon wordt geweigerd of wordt ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Artikel 9 Subsidieplafond 1.
ROW stelt het subsidieplafond vast op C 7.500.000,-, met dien verstande dat het budget in 1 of meer tranches beschikbaar wordt gesteld.
2.
In het geval dat er sprake is van een volgende tranche worden de termijnen vastgesteld en daarna bekend gemaakt door ROW.
3.
Indien er meerdere aanvragen voldoen aan de subsidievereisten zoals genoemd in artikel 7 en de som van het aantal aanvragen het subsidieplafond zoals bedoeld in het eerste lid te boven gaat, vindt een ranking zoals opgenomen in bijlage 1 plaats waarbij subsidies verstrekt kunnen worden tot maximaal het bedrag van het subsidieplafond.
Artikel 10 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie, bedraagt maximaal 500Zo van de subsidiabele kosten met een minimum van C 1.000.000 en maximum C 2.500.000 per aanvraag.
Artikel 11 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking met uitzondering van de volgende kosten:
a.
BTW die op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 kan worden verrekend;
b.
BTW die op grond van de Wet op het BTW compensatiefonds 2003 kan worden
c.
Kosten die te maken hebben met de aanleg/ inrichting van het openbare gebied;
d.
Kosten voor voorbereiding en reeds gemaakte plankosten vooraf aan het indienen van de
gecompenseerd;
subsidieaanvraag. e.
Boekwaarde van de vaste activa indien die afwijken van de op moment van aanvraag geldende marktwaarde.
Artikel 12 Aanvraagtermijn en bij aanvraag in te dienen gegevens. 1.
De termijn voor de subsidieaanvragen worden bekend gemaakt door ROW.
2.
Subsidieaanvragen worden ingediend bij ROW met gebruikmaking van een daartoe door ROW vastgesteld aanvraagformulier.
3.
Een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen en in ieder geval een omschrijving van: a. b.
het project en de bij het project betrokken partijen; de maatschappelijke en economische meerwaarde en daarmee een onderbouwing waarom het project in aanmerking komt voor een bijdrage vanuit ROW;
c.
Een financiële analyse van het project in de vorm van minimaal een begroting en kasstromen model;
d.
Een verantwoording op basis waarvan blijkt dat het project past en voldoet aan de subsidiecriteria en op basis waarvan blijkt hoe hoog de subsidieaanvraag is.
Artikel 13 Externe adviescommissie ROW legt subsidie aanvragen ter advisering voor aan de door haar benoemde investeringscommissie.
Artikel 14 Beslistermijn ROW beslist op een aanvraag, mits volledig, uiterlijk 12 weken na einde termijn voor indiening aanvragen.
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
Artikel 15 Betaling I bevoorschotting In de uitvoeringsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 5 worden bepalingen opgenomen ten aanzien van de bevoorschotting van de verleende subsidie.
Artikel 16 Verplichtingen ROW verbindt aan de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval de volgende verplichtingen: 1.
de subsidieontvanger rapporteert een keer per jaar aan ROW over de voortgang en de financiële stand van zaken, aan de hand van een door ROW op te stellen verantwoordingsformulier;
2.
de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven
3.
de subsidieontvanger doet onverwijld melding aan ROW zodra aannemelijk is dat de
en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb;
activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; 4.
de subsidieontvanger doet onverwijld melding aan ROW zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
Artikel 17 Wijze van vaststelling subsidie ! verantwoording 1.
De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidie vaststelling in bij ROW uiterlijk op de in de subsidiebeschikking opgenomen datum.
2.
De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de te verrichten activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en de in de beschikking genoemde beoogde effecten zijn behaald en; b. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan en; c. overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening): -
een balans van het afsluitende boekjaar met een toelichting daar op en;
-
een exploitatieoverzicht van de subsidieperiode en;
-
een controleverklaring voor subsidies van meer dan C200.000,-, overeenkomstig het daartoe door het ROW opgestelde controleprotocol.
3.
ROW stelt binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.
Artikel 19 Toezicht ROW kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidieaanvrager opgelegde voorwaarden en verplichtingen.
Artikel 20; Hardheidsclausule ROW kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1,2, 3, 4, 8 en 9 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 20 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018 of, indien bekendmaking niet voor 1 januari heeft plaatsgevonden, een dag na de bekendmaking.
Artikel 21 Citeertitel Deze Subsidieverordening wordt aangehaald als
Ontwikkelfonds Werklocaties SGE
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
Subsidieverordening Investeringen Regionaal
Bijlage 1 bij Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties Prioriteringscriteria bij concurrerende aanvragen ROW Categorie Werkgelegenheid
Criterium
Max score per criterium
Weging
Toelichting
Het project leidt tot toename/
10
200Zo
Werkgelegenheid wordt gemeten in full
behoud directe
time fte bij de aanvrager zelf. “/o
werkgelegenheid
toename van de geprognosticeerde werkgelegenheid binnen 5 jaar geldt hierbij als uitgangspunt.
Het project leidt tot toename/
5
Werkgelegenheid wordt gemeten in full
behoud indirecte
time fte bij anderen dan de aanvrager
werkgelegenheid
(keten). “/o toename van de geprognosticeerde werkgelegenheid binnen 5 jaar geldt hierbij als uitgangspunt.
Verwevenheid
In de aanvraag wordt
clusters
aansluiting gezocht bij
10
150/q
Aanvrager toont aan dat met zijn aanvraag de positie van bestaande
bestaande
campussen/ economische clusters
campussen/economische
wordt verstrekt/ verbeterd (meer
clusters
business en/ of kennisontwikkeling en/ of samenwerking).
Ketenversterking
5
Het aantal bedrijven c.q. de omzetgroei van partijen binnen het SGE die profiteren van of groeien in omzet als gevolg van het project.
Innovatie
Het project leidt tot innovatie
10
150Zo
Door de uitvoering van het project worden gebruikers in staat gesteld een bijdrage te leveren aan het versterken en/ of tot stand komen van innovatie en/ of innovatieprogramma's.
Aandeel van de ruimte die
10
Het deel van het project dat of het deel
beschikbaar wordt gesteld t.b.v.
van de projectruimte die beschikbaar
“open innovatie”
wordt gesteld ten behoeve van andere dan eigen innovatie.
Bijdrage
Het project richt zich direct/
10
Brainportagenda
indirect op één van de sectoren
hierbij:
die belangrijk zijn voor
»
Brainport.
»
Lifetec
»
Automotive
»
Energie/ duurzaamheid
»
Design
Er is sprake van een triple helix
5
Type locatie
10
10/
Speerpunten binnen het SGE zijn High tech systems & materials
Combinatie van partners uit bedrijfsleven/ overheid en onderwijs
Type werklocatie
10/
Beoordeling op lokaal en regionaal bedrijventerrein en bestaand/ nieuw aan de hand van een door de regio gebruikte methodiek om het belang van het bedrijventerrein te onderbouwen.
Invulling locatie
10
Onderscheid tussen modern, functioneel hoogwaardig bedrijventerrein
Beperken
Oplossen van leegstand
10
Voorkomen van leegstand
10
10/
leegstand
De investering wordt gedaan op een locatie die structureel leegstaat. Voorkomen dat vrijkomende panden als gevolg van de projectaanvraag leeg komen te staan
Circulariteit/
Energielabel/ certificering van
duurzaamheid
het gebouw
10
10/
Aanpassing van een lager energielabel richting een A of beter of een ander erkend certificaat op basis waarvan blijkt dat sprake is van een duurzame bebouwing.
Toepassen van materialen die
10
Inzicht in materalen/ installaties die
leiden tot energieneutraal en of
gebruikt zijn binnen het project en de
herbruikbaar zijn (circulariteit)
mate waarin deze bijdragen aan het milieu.
Risicoprofiel
Het inzichtelijk maken van de risico's die samenhangen met
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
10
5/
Een inschatting van het aantal risico's de kans dat dit risico zich voordoet en
het project middels een
waarbij wordt aangegeven hoe deze
risicoanalyse. Financieel
Revolverendheid project
beheerst worden. 10
507o
Een hogere revolverendheid leidt tot meer punten.
Multiplier
10
Hoe hoger de investeringen van derden zijn ten opzichte van de subsidie hoe hoger het aantal toegekende punten.
Inzetduur middelen
5
Hoe korter de middelen ingezet worden, des te beter
Exit mogelijkheden
2
Hoe beter de uitstapmogelijkheden voor het fonds hoe beter de beoordeling
Hoogte vergoeding ROW
2
Hoe hoger hoe beter
De punten per criterium in een bepaald categorie worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal criteria. De uitkomst hiervan wordt gewogen meegenomen om te komen tot een totaalscore.
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
Bijlage 2 Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties Onderstaande bedrijventerreinen komen voor subsidie in aanmerking voor de delen van het bedrijventerrein waar per 01-01-2018 reeds bebouwing was gerealiseerd:
GEMEENTE
WERKLOCATIE
Best
HEIDE
Best
PHILIPS HEALTH CARE CAMPUS
Best
BREEVEN
Best
T ZAND
Eindhoven
ACHTSE BARRIER
Eindhoven
DE HURK
Eindhoven
DE TEMPEL/ VLOKHOVEN
Eindhoven
DRIEHOEKSBOS
Eindhoven
EINDHOVEN AIRPORT (Welschap A)
Eindhoven
ESP
Eindhoven
FLIGHT FORUM
Eindhoven
GDC EINDHOVEN ACHT
Eindhoven
HERZENBROEKEN
Eindhoven
HIGH TECH CAMPUS EINDHOVEN
Eindhoven
KADE
Eindhoven
KAPELBEEMD
Eindhoven
PARKFORUM
Eindhoven
RAPENLAND
Eindhoven
STRIJP T
Eindhoven
TU SCIENCEPARK
Eindhoven
WOENSELSE HEIDE
Geldrop-Mierlo
BIJENKORF
Geldrop-Mierlo
BLEEKVELDEN
Geldrop-Mierlo
DE HOOGE AKKER
Geldrop-Mierlo
DE SMAALE
Geldrop-Mierlo
EMOPAD
Geldrop-Mierlo
OUDVEN
Geldrop-Mierlo
PEIJNENBURG
Geldrop-Mierlo
RIELSEPARK
Geldrop-Mierlo
SPAARPOT
Geldrop-Mierlo
VLIER-HULST
Helmond
BP SCHOOTEN
Helmond
BP BRANDEVOORT
Helmond
HIGH TECH AUTOMOTIVE CAMPUS
Helmond
BZOB TERREIN
Helmond
CENTRALE KANAALZONE
Helmond
DE WEIJER WEST
Helmond
DE WEIJER-OOST
Helmond
FOOD TECHNOLOGY PARK
Helmond
GANSENWINKEL
Helmond
GROOT SCHOOTEN
Helmond
HOOGEIND
Helmond
KANAALDIJK ZUIDWEST
Helmond
KANAALZONE NOORD
Helmond
RIJPELBERG
Nuenen C.A.
BERKENBOSCH PINKAERT (DUIVENDIJK)
Nuenen C.A.
EENEIND I
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
Nuenen C.A.
EENEIND II
Nuenen C.A.
EENEIND II ZUID
Nuenen C.A.
KERKAKKERS
Nuenen C.A.
UITBREIDING BERKENBOS
Oirschot
BEDRIJVENSTRIP MOORLAND
Oirschot
DE SCHEPER
Oirschot
IT OIRSCHOT (DE STAD)
Oirschot
KANAALDIJK NOORD
Oirschot
STEENFORT
Oirschot
UITBREIDING BT (DE STAD)
Son en Breugel
CEBESON
Son en Breugel
EKKERSRIJT
Son en Breugel
HOOGSTRAAT
Son en Breugel
KANAALDIJK ZUID
Son en Breugel
STEENFABRIEK
Veldhoven
DE HEIBLOEM
Veldhoven
DE RUN 1000
Veldhoven
DE RUN 2000
Veldhoven
DE RUN 3000
Veldhoven
DE RUN 4000
Veldhoven
DE RUN 5000
Veldhoven
DE RUN 6000
Veldhoven
DE RUN 7000
Veldhoven
DE RUN 8000
Veldhoven
HABRAKEN
Veldhoven
HEALTH INNOVATION CAMPUS
Veldhoven
UITBREIDING DE RUN 1000/2000
Veldhoven
ZANDVEN
Waalre
BEDRIJVENPARK HET BROEK
Waalre
DIEPENVOORDE
Waalre
VOLDIJN 1971
Indien het Poho werken tijdens de looptijd van deze subsidieverordening besluit om de lijst met bedrijventerreinen aan te passen, dan geldt deze regeling vanaf die datum voor alle terreinen op die aangepaste lijst.
SGE | SUBSIDIEVERORDENING
Veldh Datum besluitraad
30 mei 2017
Datum oordeelraad
Aqendapunt
15
Datum B en W
11 april 2017
Volqnummer
17ĎS00025/ 17.047
Proqramma beqrotinq
9 economie
Gewiiziqd voorstel
9 mei 2017
Productnummer
Portefeuillehouder
P. Wiiman
E-mail steller
Marlon.Hulshorst@veldhoven.nl
Adviesnota raad
Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven Samenvatting De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven werken samen aan een zo goed mogelijk vestigingsklimaat voor bedrijven in deze gemeenten. Om de regionale Brainportambities waar te kunnen maken en werkgelegenheid, innovatie en economische toegevoegde waarde te bevorderen is een voorstel uitgewerkt voor de herprogrammering van de bedrijventerreinen in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Daarnaast wordt een Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties voorgesteld dat kansen creëert en vernieuwing stimuleert op bestaande bedrijventerreinen. Beslispunten In te stemmen met het totale afspraken pakket, bestaande uit: a. programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 b. financieel arrangement programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 c. businessplan Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE inclusief financiering d. allonge behorende bij het Bestuursconvenant 2013
Inleiding De gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gebied functioneert als een economische en maatschappelijke eenheid, een Daily Urban System. Dit vraagt om een geïntegreerde bovenlokale aanpak. In het bestuursconvenant Stedelijk Gebied Eindhoven zijn afspraken vastgelegd op het gebied van Wonen, Werken en Voorzieningen die de basis vormen voor de gezamenlijke opgave van de stedelijke regio. Op het gebied van bedrijventerreinen omvat dit de volgende elementen: » Programmering: het aanbod aan bedrijventerreinen moet afgestemd zijn op de vraag (kwalitatief en kwantitatief); » 1-loket: ondernemers moeten op de beste wijze worden gefaciliteerd bij de zoektocht naar de meest passende vestigingslocatie; » Gemeenschappelijke grondprijssystematiek: er wordt samenhang gerealiseerd in het aanbod van gelijkwaardige terreinen. In de afgelopen periode is met marktpartijen samengewerkt aan regionale plannen om de kwalitatieve en kwantitatieve mismatch tussen aanbod en vraag van bedrijven terreinen op te lossen. Dit heeft geleid tot afspraken die deze mismatch oplossen en bovendien voldoende flexibiliteit geven om adequaat op ontwikkelingen te kunnen reageren.
Het totaalpakket omvat de volgende voorstellen: - (Her-) Programmering bedrijventerreinen SGE 2016 - Financieel arrangement - Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties Het stedelijk gebied Eindhoven loopt hierin in landelijk perspectief voorop en heeft een bijzonder resultaat behaald, dat niet alleen goed is voor het SGE maar ook voor Veldhoven omdat we het aanbod van terreinen nu meer op elkaar is afgestemd. Tevens wordt flexibiliteit en adaptiviteit ingebracht met een methodiek waarbij periodiek wordt gekeken naar de kwaliteit en kwantiteit van alle bedrijventerreinen in het SGE. Relevante (wettelijke) beleidskaders Bestuursconvenant Stedelijk Gebied Eindhoven
Beoogd effect In gezamenlijkheid komen tot een zo goed mogelijk vestigingsklimaat voor bedrijven in de negen gemeenten van het Stedelijk Gebied Eindhoven, zodat de regionale Brainport ambities kunnen worden waargemaakt en er werkgelegenheid, innovatie en economisch toegevoegde waarde ontstaat.
Argumenten a. 1
Deze programmering is de afstemming van aanbod op de marktvraag In het verleden werd per gemeente veelal ruimtelijk naar bedrijventerreinen gekeken. Dit is eigenlijk onlogisch. Op basis van marktanalyse zijn nu keuzes gemaakt en bestemmingen toegedeeld. De terreinen die nu direct uitgeefbaar zijn ('op groen gezet') voorzien in de vastgestelde marktbehoefte.
a.2
Deze programmering geeft invulling aan de 'Ladder van Duurzame Verstedelijking' Het ruimtelijke instrument 'Ladder van Duurzame Verstedelijking' is voor de provincie een belangrijk instrument bij de toetsing van plannen. Als een plan niet voldoet aan deze Ladder is het zeer waarschijnlijk dat de provincie negatief oordeelt over het plan. Doordat deze programmering aansluit bij de wens van de provincie om de hoeveelheid terreinen aan te passen aan de vastgestelde marktbehoefte vormt dit een robuuste onderbouwing voor de Ladder.
a.3
In de programmering zijn 'Specials' opgenomen om de regionale ambitie waar te maken Om de economische ontwikkeling van de Brainportregio mogelijk te maken moet er fysiek ruimte gereserveerd worden voor 'Specials'. Voor Veldhoven betreft dit 8,3 ha op de Run 6000 voor de Health Innovation Campus en 3,5 ha op De Run 7000 ten behoeve van toekomstige uitbreiding van ASML. Daarnaast is 15 ha op Habraken benoemd tot special Circulaire economie. Dit geeft Veldhoven kansen voor een nieuwe profilering en betekent dat vanuit het SGE de concentratie van circulaire bedrijvigheid in Veldhoven komt.
2/5
a. 4
Er is flexibiliteit ingebouwd om sneller te kunnen reageren op ontwikkelingen De economie ontwikkelt zich sneller dan de prognoses kunnen voorspellen. Daarom is een kleine voorraad aan bedrijventerrein achter de hand gehouden die bij een plotselinge vraag ook ingezet kan worden. Daarnaast draagt de gebruikte methodiek die periodiek wordt toegepast ook bij aan het niet alleen in tijd maar ook in ruimte flexibel meebewegen met de marktontwikkelingen om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken.
b. l
De gemeenten die gronden schrappen ontvangen een tegemoetkoming in de kosten Enkele gemeenten in het stedelijk gebied moeten financieel meer inleveren dan andere gemeenten. Omdat iedere gemeente profiteert van een 'sluitende' programmering is gezamenlijk besloten een financieel arrangement op te stellen waarbij gemeenten die gronden schrappen een tegemoetkoming ontvangen om de pijn te verzachten.
b.2
De bestuurlijke lasten zijn zo laag mogelijk gehouden De bestuurlijke lasten worden zo laag mogelijk gehouden door niet een fonds in te stellen maar door op 1 moment (1 juli 2017) met elkaar af te rekenen.
b. 3
Er worden alleen bijdragen gevraagd voor gronden die publiek eigendom zijn Teneinde tot een eenvoudige transparante oplossing te komen, is de regeling afgestemd op gronden in publiek eigendom. Afspraken met private partijen worden door individuele gemeenten, indien van toepassing, gemaakt.
c. l
Een regionaal ontwikkelingsfonds werklocaties (ROW) creëert kansen voor bestaande terreinen De programmering bedrijventerreinen gaat alleen over nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Maar veel van de innovatie- en ontwikkelingskracht ligt op bestaande terreinen. Om ontwikkelingen op bestaande terreinen te stimuleren wordt een ROW ingesteld waarin het Stedelijk Gebied Eindhoven en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) samenwerken om (her)ontwikkelingsprojecten te realiseren.
c.2
Een ROW helpt bij het behalen van de regionale economische ambitie De regio heeft de economische ambitie om in de top 10 te staan van de meest innovatieve regio's wereldwijd (top 3 van Europa). In de Brainport Next Generation Agenda en het Positionpaper Stedelijk Gebied is deze ambitie vertaald in een economische strategie: er is inzet nodig ter versterking van de werkgelegenheid, het stimuleren van innovatie en ketensamenwerking en het (door)ontwikkelen van bestaande en nieuwe campussen en economische clusters. Een regionaal ontwikkelingsfonds helpt om die zaken te realiseren.
c.3
BOM investeert extra gelden in het regionaal ontwikkelingsfonds Een van de doelstellingen van de BOM is het om de Brabantse economie te versterken. In het kader van het nieuwe Meerjarenprogramma van de BOM (2017-2020) heeft de BOM de expliciete opdracht gehad van de provincie om in samenwerking met het SGE het ROW op te zetten en invulling te geven. In het verlengde hiervan wil de BOM C 4 miljoen in het ROW investeren op voorwaarde dat gemeenten een zelfde bedrag inleggen. Voor Veldhoven brengt dit extra kansen met zich mee voor bedrijventerrein De Run.
c.4
Het ROW is een samenwerkingsconstructie tussen gemeenten en de BOM Het fonds wordt lean en mean opgericht, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van aanwezige expertise en netwerken binnen de gemeenten en de BOM. Er wordt een BV ROW opgericht met een door de gemeenten
3/5
benoemde vertegenwoordiger en de directeur van de BOM als fondsbestuur. De wethouders economische zaken van de 9 gemeenten vervullen de rol van aandeelhouder/toezichthouder. d.l
De allonge vormt een actualisering van het bestuursconvenant De gemeenteraden hebben in het Bestuursconvenant Stedelijk Gebied Eindhoven van 2013 afspraken gemaakt over een programmering voor bedrijventerreinen. Deze programmering wordt nu aangepast en er wordt een financieel arrangement toegevoegd. Om de afspraken die onder de samenwerking liggen actueel te houden is bijgevoegde allonge op het convenant gemaakt.
Kanttekeningen en risico's a. l
Er is een mogelijkheid dat niet alle gemeenten binnen het SGE positief besluiten over (alle onderdelen van) de herprogrammering Elke gemeente dient individueel te besluiten over de voorstellen rondom de herprogrammering. Inmiddels hebben alle 9 colleges van B&W en de gemeenteraden van Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Waalre positief besloten over de herprogrammering.
b. l
Wij nemen hiermee de volledige financiële verantwoordelijkheid De gemeente heeft een groot deel van de gronden van Habraken in eigendom. Een deel is in bezit van particuliere eigenaren. Bij de verdere uitwerking van de programmeringsafspraken wordt gekeken naar een homogene ontwikkeling van Habraken en de consequenties hiervan voor zowel gemeente als particuliere eigenaren. Omdat de particuliere eigenaren tijdig zijn geïnformeerd is het planschaderisico nihil.
b.2
Het volledige bedrag van de financiële consequenties is nog niet bekend De voorstellen leiden tot meer duidelijkheid voor Habraken. Daarom kan een deel van de verliesvoorziening Habraken vrijvallen. Dit wordt verwerkt in de jaarrekening 2016. Een visie op de verdere invulling van Habraken inclusief mogelijkheden voor circulaire economie en verdere financiële consequenties wordt in de loop van 2017 voor besluitvorming aan uw raad voorgelegd.
Financiën Instemmen met de programmeringsafspraken heeft financiële consequenties. Voor Veldhoven betekent dit: - voor de 12,6 hectaren direct uitgeefbare grond een betaling van -/- C 1,26 mln - voor de 15 hectaren te schrappen grond een ontvangst van C 3.29 mln Dit betekent per 1 juli 2017 een ontvangst van C 2,03 mln Daarnaast wordt van Veldhoven een bijdrage van in totaal C 327.000 (verdeeld over periode 2017-2019) voor het ROW gevraagd. Dekking hiervoor kan gevonden worden in de te ontvangen gelden vanuit het financieel arrangement. De programmering heeft ook personele consequenties voor Veldhoven: er moet ambtelijke capaciteit vrijgemaakt worden om nieuwe bestemmingsplannen te maken en zorg te dragen voor een goede andere invulling van de te schrappen hectaren op Habraken. Ook de special circulaire economie die mogelijk op Habraken komt vraagt de komende járen om nader onderzoek en verkenning en actieve acquisitie. Het resterende te ontvangen bedrag wordt aan de vrije reserve toegevoegd.
4/5
Communicatie en samenspraak Gedurende het proces rondom de programmering zijn marktpartijen en raadsleden van alle gemeenten actief geïnformeerd en betrokken. Er zijn twee marktconsultaties georganiseerd en twee algemene raadsledenbijeenkomsten. Daarnaast zijn in Veldhoven in oktober 2016 twee besloten bijeenkomsten georganiseerd waarbij door uw raad is gediscussieerd over vraagstukken rondom werken en wonen.
Uitvoering ļ planning Per 1 juli 2017 worden de financiële afspraken tussen de gemeenten uitgevoerd, te weten de tegemoetkoming in kosten voor het schrappen van gronden en een bijdrage voor het ROW. Het ROW krijgt in de loop van 2017 verder vorm. Lokaal wordt na positieve besluitvorming het proces rondom de verdere invulling van Habraken en de consequenties hiervan verder opgepakt. In 2020 worden de programmeringsafspraken geëvalueerd en waar nodig bijgesteld met toepassing van dezelfde methodiek.
Bijlagen 1. Oplegnotitie ten behoeve van programmering bedrijventerreinen, financieel arrangement en regionaal ontwikkelingsfonds werklocaties 2. Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 3. Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven Bijlagenboek 4. Programmering SGE 2016 excelbestand 5. Financieel arrangement bij Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 6. Businessplan Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties 7. Allonge Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 en bijbehorend financieel arrangement
Resultaat van de behandeling in de oordeelsvormende raad De oordeelsraad adviseert dit agendapunt ongewijzigd als bespreekstuk te agenderen voor de besluitvormende raadsvergadering op 30 mei aanstaande. Bespreekpunt is het Regionaal Ontwikkelings Fonds. De portefeuillehouder geeft aan dat er een rectificatie heeft plaatsvonden met betrekking tot de beantwoording van de technische vraag van de D66-fractie. De verliesvoorziening voor Habraken is, naar aanleiding van de regionale programmeringsafspraken, in de jaarrekening 2016 bijgesteld naar circa C 13,2 miljoen i.p.v. Cll miljoen. Reactie college n.a.v. behandeling in de oordeelsvormende raad De behandeling in de oordeelsvormende vergadering geeft geen aanleiding de stukken te wijzigen. Burgemeester en wethouders van Veldhoven,
H.J. de Ruiter secretaris
drs. J.M.L.N. Mikkers burgemeester
Raadsbesluit volgnummer datum raad agendapunt onderwerp
17.048 I 17bs00022 30 mei 2017 Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven
De raad van de gemeente Veldhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 april 2017, nr. 17.0000067 overwegende dat » » » »
»
»
een goed vestigingsklimaat voor bedrijven helpt bij het waarmaken van de regionale Brainport ambities; Het Stedelijk Gebied een teveel aan nieuwe bedrijventerreinen op de planning heeft staan en een aantal terreinen heeft die minder courant zijn; het daarom belangrijk is om als negen gemeenten binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven te komen tot een gezamenlijke programmering van bedrijventerreinen; consultatie van de marktpartijen heeft geleid tot een programmeringsvoorstel waarbij bedrijventerreinen worden geschrapt of toegewezen aan specifieke bedrijven of sectoren; daarnaast ook wordt voorgesteld om een Regionaal Ontwikkelingsfonds in te stellen voor kansrijke initiatieven die voor de toekomst vitale bedrijventerreinen garanderen; hierdoor werkgelegenheid, innovatie en economisch toegevoegde waarde ontstaat;
gelet op het Bestuursconvenant 2013;
besluit:
1. In te stemmen met het totale afspraken pakket bestaande uit: a. programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 b. financieel arrangement programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016 c. businessplan Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE inclusief financiering d. allonge behorende bij het Bestuursconvenant 2013
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Veldhoven in zijn openbare vergadering van 30 mei 2017
mr. G.M.W.M. Wasser griffier
drs. J.M.L.N. Mikkers voorzitter
2/2
Veldh Datum besluitraad
19 december 2017
Aqendapunt Volqnummer
17bs00217
1 17.040
Gewiiziqd voorstel
Datum oordeelraad
28 november 2017
Datum B en W
31 oktober 2017
Proqramma beqrotinq
6 economie
Productnummer
620000
Portefeuillehouder
A. van den Oever
E-mail steller
Marlon.Hulshorst@veldhoven.nl
Adviesnota raad
Oprichten rechtspersoon en vaststellen subsidieregeling Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties (ROW) Samenvatting Op 30 mei 2017, raadsbesluit 17.048 is ingestemd met het instellen van een Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties en het bijbehorende businessplan. Om met het fonds van start te kunnen moet een rechtspersoon worden opgericht en een subsidieregeling worden vastgesteld. Beslispunten 1. De Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE vast te stellen. 2. Te bepalen dat de Algemene Subsidieverordening Veldhoven 2017 buiten toepassing wordt gelaten op de subsidiebeschikking van de gemeente Veldhoven aan de ROW BV. 3. Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken op het voorgenomen besluit van het college om met de deelnemende gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven de stichting ROW op te richten.
Inleiding Op 30 mei 2017 heeft uw raad ingestemd met de intentie om een Regionaal Fonds Werklocaties op te zetten en bent u akkoord gegaan met het Businessplan ROW. Hierbij is ook al een besluit genomen over de financiële kaders en criteria voor de technisch'/juridische uitwerking. Inmiddels hebben alle raden in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) eenzelfde besluit genomen. Zoals aangegeven in het Businessplan ROW kunnen stakeholders projecten van regionaal economisch belang die anders niet of langzamer van de grond komen realiseren op, in beginsel, bestaande bedrijventerreinen. Voor Veldhoven betreft dit de Run, Heibloem, Zandven en het reeds gerealiseerde gedeelte van Habraken. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van subsidie in de vorm van een garantie of geldlening. Om met het fonds van start te kunnen wordt met 9 gemeenten en de BOM een privaatrechtelijke rechtspersoon opgericht: de ROW BV. Om de ROW BV subsidie te kunnen laten verstrekken dienen alle 9 gemeenten een gelijkluidende subsidieverordening vast te stellen. Daarnaast moet de ROW BV de gedelegeerde bevoegdheid krijgen om subsidie te verstrekken. Zo kan ROW BV rechtmatig aan de slag als uitvoerder van de subsidieverordening. Om samen als één aandeelhouder van ROW BV te kunnen functioneren wordt met de 9 gemeenten een stichting ROW opgericht.
Relevante (wettelijke) beleidskaders Bestuursconvenant Stedelijk Gebied Eindhoven Raadsbesluit 17.048 dd 30 mei 2017, Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties Beoogd effect Het binnen SGE realiseren van een optimaal vestigingsklimaat voor bedrijven. Het ROW draagt hieraan bij door het verstrekken van subsidie in de vorm van een garantie of geldlening voor marktinitiatieven op bestaande SGE-werklocaties die bijdragen aan de Brainport- en SGE ambities op het vlak van werkgelegenheid, innovatie en (circulaire) economie. Argumenten 1.1 Deze verordening is onderdeel van de technische uitwerking van het businessplan ROW ” ’ Op 30 mei jl. heeft u besloten om een Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties op te zetten. Hiervoor heeft u daarbij een besluit genomen over de financiële kaders en criteria voor de technisch-/juridische uitwerking. Die uitwerking ligt nu aan u voor en bestaat uit een verordening. 1.2 Er is een wettelijke grondslag nodig voor het verstrekken van subsidie Deze subsidieverordening vormt de wettelijke grondslag voor het verlenen van subsidies als bedoeld in artikel 4:23 Algemene wet bestuursrecht. 1.3 Er is een gelijkluidende verordening nodig voor 9 gemeenten Omdat het ROW wordt uitgevoerd in samenwerking met meerdere gemeenten, is een gelijkluidende en specifieke verordening nodig.
Deze verordening wordt in dezelfde periode aan 9 gemeenteraden voorgelegd en vastgesteld. 2.1 De algemene Subsidieverordening is niet van toepassing voor deze subsidie In de algemene Subsidieverordening is nadrukkelijk opgenomen dat deze niet van toepassing is voor subsidies op het gebied van economische zaken. Alle 9 SGEgemeenten stellen een nieuwe subsidieverordening vast waardoor het wettelijk kader voor de subsidiebeschikking voor ROW BV voor iedereen gelijk is en rechtstreeks gebaseerd op AWB (Algemene Wet bestuursrecht). 3.1 Uw Raad moet de kans krijgen om wensen en bedenkingen te uiten Op basis van artikel 160, lid 2 van de Gemeentewet neemt het college van B8iW pas een besluit tot oprichting van de stichting ROW nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 3.2 De wensen en bedenkingen gaan over de statuten en de gekozen rechtsvorm van de Stichting ROW De statuten van de Stichting ROW zijn in bijgevoegde oprichtingsakte (bijlage 3) in samenwerking met de deelnemende gemeenten in het SGE opgesteld. Om als SGEgemeenten als één aandeelhouder, daarmee dus één stem, binnen de ROW BV te functioneren is het juridisch gezien raadzaam om een stichting ROW op te richten. De stemverhoudingen in deze stichting zijn hetzelfde als in het bestuursconvenant.
3.3 De wensen en bedenkingen van 9 gemeenteraden worden verwerkt in het definitieve besluit tot oprichting van de stichting ROW. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in het SGE krijgen praktisch gelijktijdig de mogelijkheid om wensen en bedenkingen te uiten. Daarna gaan de diverse colleges van B8iW over tot de oprichting van de stichting ROW. De stichting ROW richt samen met de BOM de ROW BV op.
2/4
Kanttekeningen en risico's 2.1 De raad delegeert de bevoegdheid om subsidies te verstrekken aan de ROW BV De Gemeentewet maakt het mogelijk om de uitvoering van de verordening te delegeren. Dit is een bevoegdheid van de raad. De raad stelt de subsidieverordening vast en geeft de ROW BV de bevoegdheid om, als 'verlengd' bestuursorgaan de subsidies te verstrekken. 2.2 Er is geen zicht op het verstrekken van subsidies. In de subsidiebeschikking staan afspraken over de verantwoording over de financiële resultaten van het fonds. De ROW BV rapporteert jaarlijks over de voortgang van het fonds.
Financiën Bij het raadsbesluit op 30 mei jl. is ingestemd met een bijdrage voor het ROW van in totaal C 327.000 over de periode 2017 - 2019. Dit is verwerkt in de meerjarenbegroting. Door latere besluitvorming vindt een eerste bijdrage In 2018 plaats. Communicatie en samenspraak Communicatie over de oprichting van ROW BV en Stichting ROW loopt via het poho werken van het SGE. Er wordt een folder gemaakt die gebruikt kan worden om bedrijven te informeren over de mogelijkheden van het ROW. Andere communicatievormen worden verder uitgewerkt na besluitvorming. Uitvoering I planning De planning is om de ROW BV per 1 januari 2018 op te richten. Voorafgaand zal de stichting ROW moeten zijn opgericht. De eerste tranche voor subsidieaanvragen is gepland per 1 maart 2018. Bijlagen 1. Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE 2. Memo advies notaris Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocatie 3. Oprichtingsakte Stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE 4. Oprichtingsakte Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties B.V. 5. Conceptbrief reactie voornemenbesluit oprichting stichting ROW BV Resultaat van de behandeling in de oordeelsvormende raad
Reactie college n.a.v. behandeling in de oordeelsvormende raad
Burgemeester en wethouders van Veldhoven,
H.J. de Ruiter secretaris
A.M. Demmers - van der Geest burgemeester
4/4
REGIONAAL ONTWIKKELFONDS WERKLOCATIES (ROW) Samenwerking Stedelijk Gebied Eindhoven en de BOM
Evaluatie april 2018 - november 2019
(voorlopige eindversie 6 november 2019)
LPDconsultancy drs. L.P. (Leo) Dubbeldam november 2019
Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
6-11-2019
1
Inhoudsopgave
0. Managementsamenvatting
pag. 3
1. Beeld op hoofdlijnen
pag. 6
1.1 Doelstelling ROW 1.2 Aard en omvang van de regeling 1.3 Resultaten 1.4 Marktbehoefte 1.4 Werking van het fonds 1.6 Develop to invest 1.7 Organisatie 2
3
pag. 6 pag. 6 pag. 7 pag. 8 pag. 8 pag. 9 pag. 10
Specifieke evaluatievragen
pag. 12
-
pag. 12 pag. 12 pag. 13 pag. 14 pag. 15 pag. 15 pag. 16
Aanvragen en aanvragers Behoefte in de markt Regionaal Ontwikkelfonds Behandeling van aanvragen Rol van de fondsmanager Inzet van Develop to Invest Verloop van het ROW
Conclusies en aanbevelingen
pag. 17
Bijlagen: -
Geïnterviewde personen Geraadpleegde documenten
Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
pag. 19 pag. 20
6-11-2019
2
Managementsamenvatting
Het ROW is in april 2018 van start gegaan met als ambitie het gebiedsgericht stimuleren van (werk) locaties en innovatie. In dit samenwerkingsverband van de gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de BOM ligt de focus op (her)ontwikkelingsprojecten op bestaande werklocaties. Belangrijke overweging daarbij was dat het aanbod op bestaande terreinen lang niet altijd aansluit op de behoeften van bedrijven, wat een belemmering is voor de regionaal-economische ontwikkeling. Door ieder van de partners is C 4 mln ingebracht voor de uitvoering van de subsidieverordening. Dus men ging van start met een fonds ter grootte van C 8 mln voor een investeringsperiode van 4 jaar. Dit instrument paste goed bij de ambitieuze, bovengemeentelijke aanpak van bedrijvenlocaties waarvoor in het SGE is gekozen. Een aanpak waarmee de regio zich onderscheidt. Het ROW sloot eveneens goed aan bij de strategische opdracht van de BOM, gericht op de versterking van het economisch ecosysteem van Brabant en het ondersteunen van bedrijven bij het versneld realiseren van groei. Voorliggende evaluatie onderstreept de urgentie van het kernthema. Er wordt verwezen naar recente analyses van de vraag- en aanbodverhoudingen in het SGE, die wijzen op een tekort aan kleine en middelgrote stedelijke werkmilieus en een overschot aan functionele werkmilieus.
Als gevolg van de relatief forse kwalitatieve mismatch zullen knelpunten ontstaan in de huisvesting van zowel het reguliere MKB als de innovatieve starters en doorstarters. Bovendien heeft de regio een stevige herprogrammeringsopgave om de bestaande bedrijventerreinen 'next economyproof' te maken. En daar komt nog bij dat met het BIC in feite een contra-beweging is gemaakt, waardoor de druk op de revitalisering en herprogrammering van bestaande bedrijvenlocaties verder is vergroot. Dat is ook één van de directe aanleidingen geweest voor de instelling van het ROW. Met het ROW wordt ingespeeld op een zeer urgent en vitaal thema voor de regio. De doelstellingen zijn direct gerelateerd aan het versterken van de concurrentiepositie en het ondernemingsklimaat in de Brainportregio, het gaat dus om een kernthema van het te voeren regionaal economisch beleid. Daarover zijn overigens geen verschillen van mening in de regio. Hetgeen ook moge blijken uit het feit dat in het SGE bewust is gekozen voor een regionale aanpak van het werklocatiebeleid, met het instellen van één loket, teneinde suboptimale concurrentie tussen gemeenten te voorkomen. Probleem is echter dat inmiddels kan worden vastgesteld dat het ROW vanuit haar doelstellingen niet of onvoldoende effectief kan inspelen op de dynamiek in de markt.
Vooraf waren er hoge verwachtingen over de vraag naar het fonds, maar die vraag bleef, zeker in het begin, nagenoeg uit. Dit ondanks de toenemende marktbehoefte in een dynamische economie na de recessieperiode. Op het moment van deze evaluatie - anderhalf jaar na de start- moet worden geconcludeerd dat de resultaten tegenvallen. Er zijn tot dusverre 10 aanvragen in behandeling genomen, waarvan er inmiddels 2 zijn geresulteerd in een beschikking, maar nog geen enkele aanvraag is afgerond in de vorm van een financieringsovereenkomst. Ongeveer 75% van de aanvragen voldeed niet aan de voorwaarden en moest worden afgewezen. Om een extra impuls toe te dienen, is lopende het ROW-traject door de BOM via een aanvullende subsidieregeling procesgeld ter beschikking gesteld voor 'develop to invest', ofwel de ondersteuning bij uitwerking van de business case van de ondernemer. Deze extra procesinzet heeft er weliswaar toe bijgedragen dat partijen tijdiger tot een aanvraag zijn gekomen, maar anderzijds heeft deze extra inzet slechts in beperkte mate bijgedragen aan kwalitatief betere aanvragen.
Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
6-11-2019
3
Geconcludeerd kan worden dat de problematiek vooral van juridisch-technische aard is. De regeling bevat een stapeling van doelstellingen en voorwaarden en de procedure is tijdrovend en ingewikkeld voor aanvragers. Dit hangt samen met het publiekrechtelijke karakter van de regeling, die nauwelijks ruimte laat voor afwijking van criteria. Vanwege het grote aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan, moest vrijwel bij alle aanvragen uitstel worden verleend, de termijn van drie maanden bleek in alle gevallen te kort. Hier speelde ook mee dat rekening gehouden moest worden gehouden met de voorwaarden die derden financiers stelden. Vraag die door enkele ROW-bestuurders is gesteld is "waarom hebben we het met elkaar zo ingewikkeld gemaakt?". Op grond van de resultaten in de eerste fase kan nu reeds met zekerheid worden gesteld dat de belangrijkste ambitie van de partners, om met het ROW vroegtijdig te kunnen sturen op ecosysteemontwikkeling, met deze regeling en de daaraan verbonden voorwaarden niet zal kunnen worden gerealiseerd. De focus heeft vooral gelegen op het investeren in 'stenen' en niet op het steunen van bedrijfsontwikkeling en doorgroei. Daarom bleek de regeling voor veel kansrijke partijen niet interessant te zijn.
Voor een aantal partijen wel, maar dat betekende in de praktijk dat het ROW achter in het traject kwam te zitten, als de bedrijfsplannen al rond waren en alleen nog de financieringsvraag aan de orde was. De externe communicatie over het ROW is vooral via de gemeenten (EZ-bedrijfscontactfunctionarissen) en via de bedrijfsnetwerken verlopen. Er zijn verder geen actieve mailings e.d. geweest mede omdat de doelgroep moeilijk te identificeren is en bovendien wilde het bestuur voorkomen dat het budget in een klap zou worden uitgegeven. Achteraf bezien was dat niet aan de orde en waren met een uitgebreider communicatietraject mogelijk meer aanvragers bereikt. Het aanvraagproces is voor partijen voldoende inzichtelijk uitgewerkt in de regeling en weergegeven op de website. En voorts is gewerkt met een zeer beperkte organisatie (lean & mean), passend bij een regeling die vooral reactief werkt. Bestuur en fondsmanager vormden de spil van de organisatie, samen met de IC (investeringscommissie). Ondersteuning is geleverd vanuit de partners. Het algemene beeld is dat er binnen de mogelijkheden door iedereen zo pro-actief mogelijk is gewerkt. Een aandachtspunt is wel dat de fondsmanager aangeeft dat hij zich beperkt heeft gevoeld vanwege het publiekrechtelijk karakter van de regeling, waardoor vroegtijdig interactie met aanvragers beperkt moest blijven.
Deze evaluatie bevestigt nadrukkelijk de legitimiteit van het voornemen van het bestuur om de huidige ROW-regeling vroegtijdiger dan voorzien te beëindigen, de thans lopende trajecten af te werken en de boeken te sluiten. Ook met aanbrengen van aanpassingen in huidige regeling - binnen het vigerende kader van de subsidieverordening - zal het ROW niet conform de ambities gaan werken. Dat vraagt om een fundamenteel ander soort regeling. Vanwege de urgentie van dit thema, die door niemand wordt weersproken, worden bestuur en AVA geadviseerd te kiezen voor continuïteit en dus niet voor het terugsluizen van het resterende budget. Maar dat vraagt wel om een fundamenteel andere regeling, een ROW 2.0. Uit de interviews met de vertegenwoordigers van de diverse geledingen binnen het ROW kan worden afgeleid dat er meer dan voldoende draagvlak is voor een vorm van continuering en dus niet voor terugsluizing van de gelden, hoewel dat bij de aandeelhouders - gemeenten versus BOM - verschillend zal kunnen liggen.
Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
6-11-2019
4
Op grond van bovenstaande conclusies worden aan deze evaluatie de volgende aanbevelingen verbonden voor de aandeelhouders van het ROW:
1)
Kies, gelet op de urgentie van dit kernthema, voor continuïteit en vraag het bestuur om op korte termijn met een voorstel te komen voor een fundamenteel andere regeling (ROW 2.0), waarmee effectiever kan worden ingespeeld op de dynamiek in de mark. Onderzoek of dit instrument vanwege het bredere perspectief en omwille van de continuïteit zou kunnen worden aangehaakt bij de Nationale Brainportagenda.
2)
Probeer een scherper beeld te krijgen van de feitelijke marktbehoefte. Stel daarbij de kritische vraag of een investeringsfonds wel nodig is in een tijd met veel en goedkoop geld. En onderzoek wat de bepalende factoren zijn voor een regeling die de kwaliteit van het ecosysteem wil bevorderen (een regeling die redeneert vanuit bedrijven in plaats van stenen).
3)
Doe nader onderzoek naar wat toegevoegde waarde is geweest van een publiekrechtelijke regeling en heb het bestuurlijke lef om zo nodig te kiezen voor een privaatrechtelijke constructie (NV-vorm).
4)
Benut deze 'time out' om extra aandacht te besteden aan criteria gericht op het toekomstproof maken van werklocaties vanwege de snel veranderende opgaven aan werklocaties in verband met ontwikkelingen rond energietransitie, circulaire economie en criminaliteit. Zorg voor politieke agendering en betrek hierbij tevens de provincie omdat dit thema ook in andere Brabantse regio's speelt. Hierbij wordt verwezen naar een recent advies van BrabantAdvies.1
1 'Brabantse werklocaties toekomstproof!, 'BrabantAdvies, september 2019)
Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
6-11-2019
5
1. Beeld op hoofdlijnen
1.1 Doelstelling ROW Het ROW is een samenwerking tussen de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM). Het fonds zet in op het gebiedsgericht stimuleren van (werk)locaties en innovatie. Belangrijke overweging daarbij is dat het aanbod op bestaande terreinen lang niet altijd aansluit op de behoeften van bedrijven. De negen gemeenten en de BOM vinden het van belang om nieuwe innovatieve ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen waar nodig te faciliteren. Dat leidt tot werkgelegenheid, versterking van de concurrentiepositie en het geeft een kwaliteitsimpuls aan bestaande terreinen. De operationele start was in april 2018. Het fonds ondersteunt vastgoedprojecten op bestaande bedrijventerreinen, die zonder een (financiële) impuls niet gerealiseerd kunnen worden. Voorwaarde is dat project bijdraagt aan de herontwikkeling van een locatie. Daarnaast werden projecten getoetst op een aantal economische criteria: werkgelegenheid, innovatie, versterking van ketens van toeleveranciers en versterking van bestaande en nieuwe clusters en campussen. Het versterken van de cyclische economie vormde geen eigenstandig criterium, maar is wel meegewogen bij de beoordeling van de investeringsvoorstellen.
Onderliggende ambitie van de aandeelhouders was om met het ROW te sturen op ecosysteemontwikkeling. Dat verklaart de 'stapeling' van doelstellingen zoals in het voorgaande aangegeven. Door verschillende bestuurders uit ROW-kring wordt er echter op gewezen dat dit de achilleshiel is geweest van het ROW, omdat er ongewild een zeer complexe regeling is ontstaan.
1.2 Aard en omvang van de regeling De financiering vanuit het ROW loopt via het vastgoed (art. 4 Subsidieverordening), maar heeft feitelijk als doel de ondernemingsactiviteiten te financieren. Het businessplan ging aanvankelijk uit van de mogelijkheid om te participeren in ondernemingen of om leningen en/of subsidies beschikbaar het stellen. Dit als aanvulling op bestaande bedrijfsfacilitering zoals die reeds door de gemeenten en de BOM op dit vlak verricht werden. Echter, rekening houdend met het feit dat de middelen afkomstig waren van overheidsorganisaties, is er uiteindelijk voor gekozen om de regeling vorm te geven als een publiekrechtelijke subsidieregeling (lening tegen zachte voorwaarden) op basis waarvan partijen gefinancierd worden. Ondernemend participeren is als gevolg daarvan niet mogelijk geweest, evenmin het actief bemoeien, als toetsend orgaan, met de totstandkoming van businesscases en interveniëren in het ecosysteem. Zoals moge blijken uit de beantwoording van de evaluatievragen (zie par. 2) is dit één van de redenen waarom de regeling tot nu toe minder effectief is geweest dan verwacht.
Het fonds omvatte in totaal C 8 mln aan investeringskapitaal. Door de BOM en de gezamenlijke gemeenten is ieder C 4 mln ingebracht. Tussen april 2018 en november 2019 is 5 keer een tranche geopend. De minimale opvang van in te dienen projecten diende C 2.000.000 te zijn; het ROW draagt maximaal 50% bij van de totale projectkosten tot een maximum van C 2.500.000.
Evaluatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties
6-11-2019
6
Het algemene beeld van de regeling is niet positief: er is een regeling ontstaan die ingewikkeld en complex is, ook vanwege de staatssteunrechtelijke eisen, die te veel tijd kost en die te weinig mogelijkheid biedt om de allereerste fase van bedrijfshuisvesting te sturen. Door één van de betrokken bestuurders werd gesproken van 'een voertuig met vierkante wielen'.
1.3 Resultaten Er zijn vanaf april 2018 tien investeringsaanvragen ontvangen en in behandeling genomen. De vertaling van de businesscase naar de organisatie ROW en de bijbehorende opdracht heeft geresulteerd in het volgende overzicht: Uitgangspunten bij start:
Opdracht
Resultaat:
Aantal te helpen partijen
3 tot 5 projecten
^
8 aanvragen ontvangen
(Businessplan)
financieren
^
2 aanvragen teruggetrokken
^
2 projecten positief beschikt
^
0 projecten gefinancierd
^
0 trajecten compleet afgerond
^
In totaal voor circa C 11, 75 mln. aan leningen opgehaald
^
Pijplijn van "potentiële" projecten gecreëerd
Periode waarop de middelen
Middelen binnen 4 jaar
^
6 tranches opengesteld (C7 ,5 mln. beschikbaar gesteld)
ingezet worden (Businessplan)
uitzetten
^
3 tranches gesloten/ beoordeeld/ beschikt
^
27% van de middelen gereserveerd t.b.v. 2 partijen
^
2 partijen uitstel verleent om te komen tot een financieringsovereenkomst
Ondersteuning bieden in Develop
Iedere aandeelhouder
^
Inzet in uren is niet beschikbaar gesteld
to Invest
stelt hiervoor 500 uur/
^
Vanaf de 1ste tranche heeft de BOM een subsidieregeling
(Samenwerkingsovereenkomst)
jaar aan capaciteit ^
5 partijen aanvraag ingediend
^
4 partijen gebruik van gemaakt (circa C 30.000)
beschikbaar
Organisatie
Zo beperkt en efficiënt
beschikbaar gesteld voor inhuur van ondersteuning
^
mogelijk qua inzet.
Aandeelhouders faciliteren: -
Ieder haar eigen bestuurder
-
Gemeenten leveren ondersteuning in communicatie, faciliteren website en develop to invest capaciteit2
-
BOM levert administratieve ondersteuning en develop to invest capaciteit
Pro-actief aan de slag
Inzet via combinatie
^
Bestuur overlegt daar waar nodig
^
IC kent 4 leden en
^
Fondsmanager ingehuurd voor circa 800 uur per jaar
•
Reactief reageren op voorstellen die (in concept) worden
van kennis en kunde om samen met partijen
ingediend •
tot een businessplan te komen en op basis daarvan financieren,
Projecten zitten daarbij in de haalbaarheids-/ realisatiefase
•
In plaats van bouwen aan een project alleen maar toetsen op "harde" voorwaarden
door aan te sluiten in de initiatieffase
Het Businessplan (2017) heeft als doel gesteld om binnen een periode van 4 jaar in totaal 5 projecten te financieren. Tot en met de 3e tranche zou het ROW dan C 7 mln beschikt kunnen hebben voor maximaal 6 projecten. Feitelijke situatie per november 2019 is dat er beschikkingen zijn genomen voor een bedrag van in totaal C 2.500.000 voor twee projecten in Eindhoven en Helmond.