CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Raad (besluitvormend) 25 maart 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen 1ste begrotingswijziging en regionaal risicoprofiel VRBZO 202538.980 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Andere risicofactoren zijn defecte elektrische apparaten en bouwfouten, zoals beschadigde leidingen. Technologische ontwikkelingen, zoals gassensoren, kunnen bijdragen aan de preventie van explosies, hoewel het gebruik hiervan niet verplicht is. Strengere bouwvoorschriften en verbeterde onderhoudsregels

39

bieden ook extra bescherming. Toch brengen nieuwe technologieën, zoals lithium-ion thuisbatterijen die bij productiefouten kunnen exploderenven het gebruik van waterstofgas in de energietransitie, nieuwe risico's met zich mee. De waarschijnlijkheid van woningexplosies hangt af van factoren zoals de staat van de infrastructuur, de onderhoudsniveaus van gasleidingen en elektrische installaties, en het gebruik van gecertificeerde bedrijven voor installatie en onderhoud. Verouderde infrastructuur vergroot het risico, terwijl nieuwe risico's door de energietransitie nog verder onderzocht moeten worden.

7.5

Maatschappij

Het maatschappelijk thema ‘maatschappij’ omvat crisistypen die de openbare veiligheid en orde kunnen verstoren en grote impact hebben op de samenleving. Het gaat om crisistypen die direct van invloed zijn op het dagelijkse leven en de stabiliteit van gemeenschappen in de regio. Het gaat hier om de volgende crisistypen: verstoring van de publieksveiligheid bij evenementen, openbare ordeverstoringen, extreem geweld in de openbare ruimte, cyberaanvallen en rampen op afstand. Verstoring publieksveiligheid evenementen Verstoring van de publieksveiligheid bij evenementen in de regio Zuidoost-Brabant kan ontstaan door een breed scala aan incidenten, zoals brand, extreem weer, vechtpartijen, bouwwerkinstorting, of massale paniek door een incident. Dergelijke verstoringen vormen een aanzienlijk risico door de hoge publieksdichtheid bij evenementen, wat kan leiden tot verdrukking als er onvoldoende ruimte is om veilig te vluchten. Verdrukking kan optreden door paniek, maar kan ook een gevolg zijn van een slecht georganiseerd evenement waar te veel mensen in een te kleine ruimte zijn toegelaten. De gevolgen kunnen ernstig zijn, met verwondingen of zelfs dodelijke slachtoffers als gevolg. Jaarlijks worden in de regio Zuidoost-Brabant diverse grote evenementen georganiseerd, waaronder festivals, sportwedstrijden en lokale festiviteiten.

Deze evenementen trekken zowel lokale bezoekers als toeristen. Grote evenementenlocaties, zoals het E3 Strand in Eersel, Aquabest en het Philips Stadion in Eindhoven, trekken jaarlijks tienduizenden bezoekers. Technologische ontwikkelingen op het vlak van crowd management en bewaking hebben het beheer van grote menigten verbeterd, waardoor sneller kan worden ingegrepen bij incidenten. Sociale media spelen daarnaast een belangrijke rol in het verspreiden van informatie en waarschuwingen tijdens evenementen, maar kunnen ook paniek en desinformatie snel verspreiden. Klimaatverandering brengt extra risico’s met zich mee voor evenementen, aangezien extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven of stormen, kunnen fungeren als triggers voor paniek en verdrukking. Hoewel de kans op ernstige incidenten bij goed georganiseerde evenementen laag blijft, blijft verdrukking een reëel risico, vooral bij grote evenementen met beperkte ruimte en ontsnappingsroutes. Openbare orde verstoringen Openbare ordeverstoringen verwijzen naar ernstige verstoringen van de maatschappelijke rust en orde, waarbij grootschalige rellen de meest extreme vorm zijn. Rellen zijn vaak gewelddadige uitbarstingen waarbij grote groepen mensen geweld gebruiken tegen autoriteiten, publieke of private eigendommen of andere personen.

Deze verstoringen vinden meestal plaats in stedelijke gebieden met hoge bevolkingsdichtheid en slechte sociaal-economische omstandigheden. Ze leiden vaak tot fysieke schade, verstoringen van het dagelijks leven, en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Rellen worden meestal veroorzaakt door een combinatie van sociale en economische ongelijkheden, zoals werkloosheid, armoede, en discriminatie, die leiden tot ontevredenheid en frustratie onder de bevolking. Politieke onrust, onvrede over overheidsbeleid, en incidenten met autoriteiten, zoals buitensporig politiegeweld, kunnen als directe triggers fungeren. Ook culturele en etnische spanningen kunnen bijdragen aan de escalatie van protesten naar grootschalige rellen. Sociale media spelen een cruciale rol in het verspreiden van geruchten en het mobiliseren van grote

40

groepen mensen, wat de kans op escalatie vergroot. De gevolgen van rellen zijn divers en verstrekkend. Ze veroorzaken vaak materiële schade door vernielingen aan eigendommen, zoals winkels en voertuigen, en leiden tot de onderbreking van het dagelijks leven, zoals stilgelegd openbaar vervoer en gesloten bedrijven. Daarnaast kunnen gewelddadige confrontaties tussen relschoppers en de politie resulteren in gewonden of zelfs dodelijke slachtoffers. Moderne ontwikkelingen, zoals de beschikbaarheid van mobiele technologie en sociale media, hebben de aard van rellen veranderd. Deze technologieën maken het gemakkelijker om grote groepen mensen snel te mobiliseren en kunnen realtime monitoring van incidenten mogelijk maken. Tegelijkertijd zorgen ze ook voor een versnelde verspreiding van geruchten en desinformatie, wat rellen kan verergeren. Globalisering zorgt ervoor dat lokale gebeurtenissen snel internationale aandacht trekken en zelfs aanleiding kunnen geven tot solidariteitsprotesten in andere landen. De waarschijnlijkheid van grootschalige openbare ordeverstoringen blijft significant, gezien de toename van sociale en economische ongelijkheden, politieke polarisatie, en de invloed van moderne communicatietechnologieën.

Extreem geweld in openbare ruimte Extreem geweld omvat situaties waarbij geweld op een overweldigende, afschrikwekkende manier wordt ingezet om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Terrorisme is een specifieke vorm van extreem geweld, waarbij ideologische motieven een rol spelen en het doel is om de maatschappij te ontwrichten, angst te zaaien en politieke besluitvorming te beïnvloeden. Extreem geweld kan variëren van kleinschalige incidenten met een grote maatschappelijke impact tot zeer gewelddadige acties met veel slachtoffers. Het hoeft niet altijd om terrorisme te gaan, zoals bij schietpartijen of gijzelingen. Deze vormen van geweld kunnen een directe weerslag hebben op de samenleving, vooral in dichtbevolkte of symbolische locaties. In de regio Zuidoost-Brabant is de dreiging van extreem geweld en terrorisme voorstelbaar, mede vanwege de aanwezigheid van belangrijke infrastructuur zoals Eindhoven Airport en openbare vervoersknooppunten. Locaties zoals overheidsgebouwen en religieuze of culturele instellingen kunnen specifieke doelwitten zijn voor aanslagen. Terroristische organisaties zoals Al Qaida en ISIS blijven een grote bedreiging vormen, en er zijn zorgen over terugkerende Syriëgangers en de toenemende polarisatie binnen de Nederlandse samenleving. De oorzaken van extreem geweld zijn divers en kunnen variëren van ideologische tot sociaal-economische factoren.

De gevolgen van een incident met extreem geweld zijn vaak groot: er kunnen veel dodelijke slachtoffers en gewonden vallen, en de sociaal-psychologische impact is enorm, met angst en psychisch trauma als gevolg. De waarschijnlijkheid van een dergelijk incident is voorstelbaar. Het dreigingsniveau in Nederland staat sinds december 2023 op niveau 4, wat betekent dat een terroristische aanslag in Nederland mogelijk is. Verschillende scenario's in de RbRa beschrijven situaties zoals een aanslag door een alleenhandelende dader of een aanval tijdens een groot evenement, waarbij dit soort incidenten als enigszins tot zeer waarschijnlijk worden ingeschat. Cyberaanval Nederland is een van de meest gedigitaliseerde samenlevingen ter wereld, wat veel kansen biedt, maar ook grote risico’s met zich meebrengt. Digitale systemen zijn sterk verweven met alle aspecten van de samenleving, van energievoorziening en transport tot gezondheidszorg en communicatie. Deze toenemende afhankelijkheid van digitale processen maakt Nederland kwetsbaar voor cyberaanvallen. Cyberaanvallen kunnen verschillende vormen aannemen, zoals hacking, ransomware en DDoS-aanvallen, en worden uitgevoerd door diverse actoren, waaronder statelijke actoren, cybercriminelen en hacktivisten.

Veel vitale infrastructuren, zoals energie, waterbeheer en telecommunicatie, zijn onderling verbonden, waardoor een aanval op één systeem grote keteneffecten kan veroorzaken. De afhankelijkheid van digitale supply chains en cloud-diensten vergroot deze kwetsbaarheid. Ook hulpdiensten en alarm- en communicatiesystemen kunnen worden getroffen. De dreiging van cyberaanvallen in Nederland is aanzienlijk toegenomen, mede door geopolitieke spanningen zoals de oorlog in Oekraïne. Statelijke actoren

41

gebruiken cyberaanvallen voor spionage en sabotage, terwijl cybercriminelen zich richten op financieel gewin via ransomware. Hacktivisten voeren ideologisch gemotiveerde aanvallen uit. Deze aanvallen hebben vaak een brede impact, die verder reikt dan nationale grenzen. De gevolgen van cyberaanvallen zijn divers en kunnen leiden tot economische schade, zoals stillegging van productie, verlies van klantgegevens, verstoringen in het betaalverkeer en hoge herstelkosten. De verspreiding van misinformatie via sociale media kan bovendien leiden tot verdere polarisatie en maatschappelijke onrust. Vele scenario’s zijn denkbaar bij cyberaanvallen, vanwege de brede dreigingscategorieën en de verwevenheid van digitale systemen. Hierdoor is het moeilijk om generaliserende conclusies te trekken over de omvang en aard van de impact. De effecten kunnen sterk variëren afhankelijk van de getroffen sectoren, de ernst van de aanval en de keteneffecten die optreden. De waarschijnlijkheid van ontwrichtende cyberaanvallen is hoog, gezien de groeiende complexiteit van digitale systemen, de toegenomen technologische afhankelijkheid en de wereldwijde toename van cybercriminaliteit en geopolitieke spanningen. Cyberaanvallen vormen dan ook een blijvende dreiging voor Nederland en vereisen voortdurende aandacht en versterking van de weerbaarheid.

Ramp op afstand Een ramp op afstand verwijst naar een ramp die buiten Nederland plaatsvindt, maar waarvan de gevolgen merkbaar zijn voor Nederlanders, zoals natuurrampen of conflicten in gebieden waar veel Nederlanders reizen of werken. Dit kan leiden tot Nederlandse slachtoffers of gewonden, en heeft vaak grote emotionele en psychologische impact op nabestaanden en gemeenschappen in Nederland. Voorbeelden van rampen op afstand zijn de neergeschoten vlucht MH17 in 2014 en de aardbeving in Nepal in 2015. Nederlanders die veel reizen, zoals diplomaten, hulpverleners, expats en toeristen, lopen een groter risico direct betrokken te raken bij een ramp op afstand. Bepaalde etnische gemeenschappen in Nederland kunnen ook sterk betrokken zijn als de ramp plaatsvindt in hun land van herkomst. De kans op een ramp op afstand neemt toe door de groeiende globalisering en het toenemende aantal Nederlanders dat naar verre bestemmingen reist, vooral tijdens vakantieperiodes. Dit vergroot de kans dat een ramp impact heeft op Nederlandse burgers. De gevolgen van een ramp op afstand zijn divers, van doden en gewonden tot emotionele en psychosociale gevolgen voor de betrokkenen en hun families in Nederland. Daarnaast kan een ramp op afstand leiden tot aanzienlijke kosten voor repatriëring en medische zorg, en diplomatieke uitdagingen wanneer internationale samenwerking vereist is.

Media-aandacht speelt ook een belangrijke rol bij rampen op afstand, wat vaak leidt tot publieke betrokkenheid en steunbetuigingen. Hoewel de exacte waarschijnlijkheid moeilijk te berekenen is, is het duidelijk dat de toenemende reisactiviteit en globalisering de kans op een ramp op afstand groter maken.

42

8

Conclusie

Hoewel tussentijds de risico’s uit dit risicoprofiel en relevante ontwikkelingen tegen het licht worden gehouden en nog nader worden doorleefd met partners, kan al wel focus worden aangebracht. Het gaat onder meer om de focusgebieden klimaatverandering, cyberveiligheid, geopolitieke spanningen, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en complexe langdurige crises. Hieronder volgt een beknopte toelichting op de focusgebieden. Klimaatverandering Allereerst zorgt het veranderende klimaat voor grotere risico’s. In de Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024 wordt klimaatverandering aangemerkt als een van de belangrijkste fenomenen om aandacht aan te besteden, omdat deze ontwikkeling almaar versnelt en nog ernstiger wordt dan eerder werd gedacht. Hogere temperaturen en veranderende weerspatronen vertalen zich naar verwachting vaker naar meer extreem weer, zoals extreme hitte, droogte en neerslag. Door klimaatverandering nemen daarmee de gevolgen en waarschijnlijkheid van natuurbranden en overstromingen toe. En ook neemt het risico op grootschalige ziekte-uitbraken en de verstoring van vitale processen toe. Bovendien kunnen zogenaamde ‘keteneffecten’ optreden doordat veel vitale processen afhankelijk zijn van elkaar. Maar door een toename van weersextremen nemen bijvoorbeeld ook de veiligheidsrisico’s van grote evenementen toe.

Klimaatverandering en adaptatie en extreme weersomstandigheden vormen grote uitdagingen die vragen om zowel aangepaste en uitgebreidere preventieve als reactieve maatregelen van verschillende partijen. Zo zal de brandweer flink moeten investeren in materieel voor het effectief bestrijden van natuurbranden. Cyberveiligheid Een ander aandachtsgebied voor Zuidoost-Brabant is cyberveiligheid. Het digitale domein is sterk verweven met de samenleving, waardoor cyberaanvallen op veel verschillende plaatsen kunnen optreden en de impact zich snel door de maatschappij kan verspreiden en tot onrust kan leiden. Het Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) 2023 wijst erop dat de digitale dreiging voor Nederland onverminderd groot is en ook voortdurend verandert. De waarschijnlijkheid van cyberaanvallen met een ontwrichtende werking in Nederland is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Dit komt door een combinatie van factoren, waaronder een groter en complexer aanvalsoppervlak, geopolitieke spanningen, lucratieve mogelijkheden voor cybercriminaliteit en de ontwikkeling van steeds geavanceerdere aanvalstechnieken. Deze trends maken Nederland, en daarmee ook Zuidoost-Brabant, bijzonder kwetsbaar voor cyberaanvallen met een ontwrichtende werking.

Hoewel de veiligheidsregio's vaak niet direct betrokken zijn bij het bestrijden van de oorzaak van een digitale verstoring, moeten zij wel adequaat omgaan met de gevolgen. Geopolitieke spanningen en internationale gebeurtenissen Verder vormen geopolitieke spanningen en internationale gebeurtenissen, zoals de oorlog in Oekraïne, een toenemende dreiging voor Nederland en daarmee ook voor Zuidoost-Brabant. Deze gebeurtenissen leiden tot een verhoogde kans op hybride dreigingen zoals cyberaanvallen, economische verstoringen en mogelijke sabotage van vitale processen. De civiel-militaire samenwerking in deze relatief nieuwe context vraagt de komende periode om extra aandacht van VRBZO. Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen Ook diverse sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen vormen een belangrijk aandachtspunt voor Zuidoost-Brabant. De groeiende economische aantrekkingskracht van de Brainportregio zorgt voor een toenemende instroom van internationale kenniswerkers en immigranten, wat bijdraagt aan de diversiteit van de bevolking. Daarnaast speelt de vergrijzing een belangrijke rol. Deze ontwikkelingen leiden tot een hogere bevolkingsdichtheid en verstedelijking, wat de

43

druk op infrastructuur en voorzieningen verder vergroot en de dynamiek van de regio aanzienlijk verandert. Tegelijkertijd neemt de polarisatie in de samenleving toe, onder meer door verschillen in sociaaleconomische positie en culturele achtergronden. Ook hier zullen extra preventieve en reactieve maatregelen getroffen moeten worden. De toenemende complexiteit van de infrastructuur vraagt bijvoorbeeld om andere bestrijdingsmiddelen en werkwijzen van de brandweer. Complexe langdurige crises Naast de klassieke flitsrampen komen bovendien steeds vaker andersoortige crises voor, zoals de coronacrisis en de vluchtelingencrisis. Deze crises hebben niet alleen een langdurig karakter, maar beïnvloeden vaak meerdere beleidsdomeinen tegelijkertijd en zijn lastig te beheersen door hun complexe aard. Zuidoost-Brabant heeft ten tijde van de coronacrisis ook te maken gehad met een langdurige grootschalige natuurbrand, waarbij coronamaatregelen belemmerend werkten in de reguliere aanpak. Deze stapeling en verwevenheid van crises, ook wel 'verknoopte crises' genoemd, vergroten de complexiteit. Afnemend vertrouwen in de overheid Tot slot is het van belang te benoemen dat het vertrouwen in de overheid de afgelopen jaren aanzienlijk is afgenomen.

Uit de voorjaarsmeting 2023 van de Risico- en Crisisbarometer blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse bevolking weinig tot geen vertrouwen heeft in de overheid. Met name de opeenvolgende crises, zoals de coronapandemie, hebben bijgedragen aan deze daling. Sindsdien blijft het vertrouwen in de overheid relatief laag. Dit afnemende vertrouwen kan de effectiviteit van crisisbeheersing ondermijnen, omdat een succesvolle aanpak van crises in belangrijke mate afhankelijk is van de samenwerking tussen overheid en bevolking.

44

9

Bijlagen

9.1

Impactcriteria vitale belangen

Vitaal belang 1 Territoriale veiligheid 2 Fysieke veiligheid

Impactcriteria 1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

3 Economische veiligheid 4 Ecologische veiligheid

5 Sociale en politieke stabiliteit

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten in euro’s 4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna).

5.1 Verstoring van het dagelijks leven 5.2 Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 Sociaal psychologische impact

6 Veiligheid van cultureel erfgoed

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

Toelichting Het feitelijke of functionele verlies van, dan wel het buiten gebruik zijn van, dan wel het verlies van zeggenschap over delen van de regio. Dodelijk letsel, direct overlijden of vervroegd overlijden binnen een periode van 20 jaar. Letsel gevallen behorend tot categorie T1 en T2, en personen met langdurige of blijvende gezondheidsproblemen zoals ademhalingsklachten, ernstige verbrandingen of huidaandoeningen en gehoorbeschadiging. Blootstelling aan extreme weer- en klimaatomstandigheden, alsmede het gebrek aan voedsel, drinkwater, energie, onderdak of anderszins primaire levensbehoeften. Euro’s in termen van herstelkosten voor geleden schade, extra kosten en gederfde inkomsten. Langdurige of blijvende aantasting van de kwaliteit van het milieu, waaronder verontreiniging van lucht, water of bodem, en langdurige of blijvende verstoring van de oorspronkelijke ecologische functie, zoals het verlies van soortendiversiteit flora en fauna, het verlies van bijzondere ecosystemen, overrompeling door uitheemse soorten. De aantasting van de vrijheid zich te verplaatsen en samen te komen op publieke plaatsen en in openbare ruimten, waardoor de deelname aan het normale maatschappelijke verkeer wordt belemmerd.

De aantasting van het functioneren van de Nederlandse overheid, in het bijzonder de lokale en regionale overheid, en haar instituties en/of de aantasting van rechten en vrijheden en andere kernwaarden verbonden aan de Nederlandse democratie en vastgelegd in de grondwet. Gedragsmatige reactie van de bevolking die door uitgingen van angst en woede (mogelijk ook vermengd met verdriet en afschuw) worden gekarakteriseerd en waaraan de media aandacht besteden. Deze uitingen kunnen komen van personen die direct worden getroffen, en van de rest van de bevolking, en moeten waarneembaar zijn (d.w.z. hoorbaar, zichtbaar, leesbaar). De beschadiging, vernietiging of verdwijning van materiële sporen of getuigenissen uit het verleden in het heden die de samenleving om redenen van o.a. collectieve herinnering en identiteitsbehoud dan wel identiteitsvorming van belang acht om te bewaren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren.

45

9.2

Landgrensoverschrijdende risico’s

Deze bijlage behandelt de landgrensoverschrijdende risico’s die zich in België bevinden en een mogelijk risico voor de regio Zuidoost-Brabant vormen. In de kaart hieronder is de grens van VRBZO (rood omlijnd) en de 15-kilometerzone (zwart omlijnd) weergegeven. De reikwijdte van 15 kilometer van de landsgrens is conform het Verdrag van Helsinki.

De Belgische gemeenten die zich in deze 15-kilometerzone bevinden worden hieronder vermeld. Dit zijn niet alleen de grensgemeenten. De gemeenten bevinden zich zowel in grensprovincie Antwerpen als in Limburg. Provincie Limburg

Provincie Antwerpen

Lommel

Ravels

Pelt

Arendonk

Hamont Achel

Mol

Bocholt

Turnhout

Bree

Oud-Turnhout

Hechtel Eksel

Retie

Peer

Kasterlee Dessel Balen

46

De risico-inventarisatie is in 2010 tot stand gekomen en wordt periodiek geactualiseerd. Op basis van deze inventarisatie en professionele expertise is gekeken welke risico’s in het grensgebied (kunnen) voorkomen. Het gaat om de volgende risico’s: Overstromingen In de gemeente Pelt bevindt zich een wachtbekken voor hoogwater. Wanneer men deze vlakte na gebruik te snel weer laat leeglopen zonder afstemming met Waterschap De Dommel bestaat de kans op overlast in de regio ZuidoostBrabant. Geografisch gezien ligt België een stuk hoger dan Nederland, wat gunstig is voor België aangezien het de kans op een overstroming verkleint. Natuurbranden Op het grensgebied tussen de regio Zuidoost-Brabant en de 15-kilometerzone in België bevinden zich veel grote bos- en heidegebieden. Het merendeel van deze gebieden is groter dan 100 hectare. Het gaat om De Liereman, Keiheuvel-De Most, Bosland, Achelse Kluis, Warmbeek Vallei, Lozerheide, Kempenbroek en Kamp Beverlo. Volgens de variabelen uit de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel 2009 worden deze gebieden dan ook aangeduid als een risico. Veel van deze natuurgebieden zijn ook grensoverschrijdend. Een brand die in België begint zou daarmee ook een risico voor de regio Zuidoost-Brabant kunnen vormen.

Ongeval vervoer gevaarlijke stoffen weg De doorgaande rijkssnelwegen in onze regio en België verbinden binnen- en buitenlandse chemieclusters en chemische industrieën met elkaar. Transport van gevaarlijke stoffen in het grensgebied vindt plaats over provinciale en rijksgewestwegen, te weten: Venlo – Antwerpen, A67 (NL) – A21 (BE): Ten westen van Eersel gaat de Belgische E34 vanaf Antwerpen over in de A67, door een bosgebied met een relatief lang stuk zonder een aansluiting. De eerste aansluiting voor Eindhoven is Hapert en daarna Eersel. Met name de A67 / A21 is een zeer belangrijke route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze weg is onderdeel van een route voor vrachtwagens die het Duitse Ruhrgebied met de Antwerpse haven verbindt. Valkenswaard – Lommel, N69 (NL) – N74 (BE): De N69 begint aan de zuidkant van Eindhoven aan de A67. De N69 is een enkelbaans gebiedsontsluitingsweg en loopt dwars door de kern Aalst. Hierna volgt een bosgebied, en loopt de N69 door het centrum van Valkenswaard. Ten zuiden van Valkenswaard volgen er geen bebouwde kommen meer, en loopt de N69 met 1x2 rijstroken door een bosgebied, waarna men de grens met België bereikt. Na een kruispunt met de weg naar Lommel-Kolonie begint de N74, die verder naar het zuiden richting Hasselt loopt. Budel – Hamont N71 (BE): De N71 start in het centrum van Hamont aan de Nederlandse grens, vlakbij Budel.

Iets verder kruist hij de N76. Na de bebouwde kom van Hamont passeert de weg een industriezone en daarna loopt hij door wat minder bebouwd gebied.

47

Daarnaast vindt lokaal vervoer van gevaarlijke stoffen in de regio plaats over provinciale en gemeentelijke wegen naar onder meer (LPG-)tankstations, propaanreservoirs, koel- en vriesinstallaties, opslag- en verwerkende bedrijven met gevaarlijke stoffen en defensieterreinen. De bodem, het grondwater en oppervlaktewater kunnen verontreinigd raken. Vloeistoffen en verontreinigd bluswater kunnen in de riolering lopen en kunnen verdere effecten veroorzaken, zoals de aantasting van het functioneren van rioolwaterzuiveringen. Incident wegverkeer Naast bovenstaande wegen is er nog een verbinding tussen Reusel en Arendonk. Hier vindt geen vervoer gevaarlijke stoffen plaats. Reusel – Arendonk, N284 (NL) – N139 (BE): De N284 begint ten westen van Reusel op de grens met België, aan Belgische zijde gaat de N139 verder naar Arendonk en Turnhout. Aan Nederlandse zijde van de grens staat nog een oud grenscomplex, en verder naar Reusel toe staat ook veel bebouwing langs de weg. Ongeval spoorvervoer In de 15-kilometerzone in België bevinden zich enkele spoortrajecten waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, te weten: -

Traject Turnhout – Lier

-

Traject Weert – Mol – Herentals

Ongeval transport buisleiding In de 15-kilometerzone in België bevinden zich verschillende aardgas- en buisleidingen voor het vervoer van brandbare stoffen en buisleidingen voor andere gevaarlijke stoffen, geëxploiteerd door verschillende bedrijven. Vanuit Nederland is een inventarisatie van deze gegevens tot nu toe erg moeilijk te bepalen en beperken we ons alleen tot de gegevens die we vanuit de (Nederlandse) provinciale risicokaart kunnen halen. De risicokaart geeft twee buisleidingen aan die grensoverschrijdend vanuit Nederland naar België zijn. Deze buisleidingen worden door de volgende bedrijven geëxploiteerd: -

Defensiepijpleiding organisatie (NATO)

-

Gasunie

-

Verschillende Fluxys hogedrukpijpleidingen (tot 600mm op 80 Bar)

Ongeval stationaire inrichtingen Binnen de 15-kilometerzone in België bevinden zich meerdere hoog drempelwaardige Seveso bedrijven. Naam bedrijf

Type bedrijf

Gemeente

AGC Glas Europe Belgium

Produceert isolerend glas

Mol

AJINOMOTO Omnichem N.V

Produceert farmaceutische ingrediënten

Balen

Nyrstar Belgium SA/NV

Produceert zink, lood en legeringen

Balen

Nyrstart

Produceert zink, lood en legeringen

Pelt

EverZinc

Vervaardiging zinkpoeders voor batterij-industrie

Pelt

48

Tigro industries

Opslag en behandeling van o.a. chemische stoffen

Lommel

H. Essers

Opslag en behandeling van o.a. chemische stoffen

Lommel

Soudal

Produceert o.a. silicone, lijm en PU schuim

Turnhout

Stralingsongevallen Onder stralingsongevallen wordt verstaan ongevallen met nucleaire installaties of radioactieve bronnen en vervoersongevallen met radioactief materiaal. Een stralingsongeval kan nucleaire straling in een groot gebied tot gevolg hebben. Op 14 km van de Nederlandse grens bevindt zich in Mol/Dessel in België nucleaire industrie: -

Het verwerkingsbedrijf van radioactief afval Belgoprocess;

-

Het Studiecentrum voor Kernenergie SCK CEN

-

Het onderzoeksinstituut JRC te Geel

De onderzoeksreactor in Mol heeft overigens een kleiner vermogen dan een kerncentrale. Delen van de gemeenten Reusel-De Mierden, Bladel, Eersel en Bergeijk liggen binnen een straal van 20 km van deze bedrijven.

49

9.3

Uitwerking crisistypen

9.3.1

Wateroverlast als gevolg van hoge rivierwaterstanden

Eigenschappen risico Geografische en temporele kenmerken Gelet op de hoge en topografische ligging ten opzichte van de grote rivieren (vooral de Maas), valt de regio ZuidoostBrabant buiten de directe invloedssfeer van een eventuele overstroming van de grote rivieren. Desondanks is er wel een risico op wateroverlast als gevolg van hoge rivierwaterstanden in de regio Zuidoost-Brabant. Tijdens de winter en het vroege voorjaar is er in de regio Zuidoost-Brabant een grotere kans op wateroverlast als gevolg van hoge rivierwaterstanden. In deze seizoenen komt er vaak veel neerslag voor in combinatie met smeltwater uit hoger gelegen gebieden, wat de waterstanden in rivieren zoals de Maas doet stijgen. Dit verhoogt het risico op wateroverlast aanzienlijk. Zoals ook in het crisistype ‘overstromingen: wateroverlast als gevolg van extreme neerslag’ beschreven is, lijkt de scheiding tussen de reguliere hoogwaterperiode (oktober – april) en de zomerse extreme neerslag echter te vervagen. Klimatologische ontwikkelingen maken dat opwarming van de aarde leidt tot warmere luchtstromen die meer water kunnen vasthouden en vervolgens in neerslag weer loslaten. Het aandeel neerslag lijkt daarmee een grotere impact op rivierstanden te krijgen. Door langdurige neerslag zijn watersystemen vaker en langer verzadigd (hoge grondwaterpeilen en oppervlaktewaterpeilen).

In het regionaal systeem lijken riviertjes daardoor ook vaker tot hoge peilen te komen en buiten hun oevers te treden. De kans dat een hoge Maaswaterstand samenvalt met hoge pieken in het regionaal systeem (die dan niet / minder water kan afvoeren en dus tot extra overlast kan leiden) neemt ook toe. De gebieden langs kleinere rivieren en beken, zoals de Dommel, de Aa en de Nete, zijn extra kwetsbaar voor wateroverlast door hoogwater. Vooral laaggelegen en dichtbebouwde gebieden in de buurt van deze waterwegen zijn daardoor gevoelig voor wateroverlast.

Bron: atlasleefomgeving kaart Kans op een overstroming vanuit zee, meer of rivier.

50

Casuïstiek en statistiek In de regio Zuidoost-Brabant is in zowel 2023 als 2024 in bepaalde gebieden sprake geweest van grootschalige incidenten met wateroverlast door hoge rivier- en grondwaterstanden in combinatie met aanhoudende neerslag. Het was niet zo zeer de Maas, waar het regionaal watersysteem uit de regio Zuidoost-Brabant op afwatert, die tot problemen leidde. In plaats waren het de kleinere rivieren en beken, zoals de Dommel, de Aa en de Kleine Beerze, die bij aanhoudende neerslag in combinatie met een volledig verzadigd regionaal watersysteem en hoge grondwaterstanden, voor lokale wateroverlast zorgden. De kans op dergelijke overlast neemt toe door klimaatverandering, met name tijdens de winter en het vroege voorjaar wanneer zowel neerslag als smeltwater bijdragen aan verhoogde rivierwaterstanden. De kans dat in de omliggende gebieden wateroverlast wordt veroorzaakt als gevolg van hoge rivierwaterstanden wordt geschat op 1 keer per 100 jaar (of: ieder jaar 1% kans op zo’n situatie). Kijken we echter naar de combinatie van langdurig aanhoudende neerslag, zoals in de periode 2023 – 2024, dan is de verwachting dat deze kans zal stijgen. Dit kan nog niet met nieuwe cijfers worden onderbouwd.

Oorzaken In de regio Zuidoost-Brabant is wateroverlast door hoge rivierwaterstanden vooral het gevolg van zware regenval en smeltwater die de waterstanden in kleinere rivieren en beken zoals de Dommel, de Aa en de Kleine Beerze doen stijgen. Deze waterwegen kunnen bij extreme weersomstandigheden of langdurige periodes van aanhoudende regenval snel vol raken, wat kan leiden tot wateroverlast wanneer voorziene waterbeheersingsmaatregelen (zoals regionale keringen en waterbergingsgebieden) onvoldoende oplossingen bieden. Klimaatverandering draagt bij aan deze problematiek door meer extreme en langdurige neerslag die de kans op hoge rivierwaterstanden doet toenemen. Objecten van belang Bruggen en wegen die de Dommel en de Aa kruisen zijn kwetsbaar voor hoge rivierwaterstanden, wat mobiliteitsproblemen in de regio zou kunnen veroorzaken. Ook liggen er waterzuiveringsinstallaties in het invloedsgebied van de Dommel en de Aa. Deze installaties zijn van cruciaal belang voor het beheer van afvalwater en moeten bestand zijn tegen wateroverlast door hoge rivierwaterstanden om vervuiling te voorkomen. Laaggelegen woonwijken en dorpen langs de rivieren lopen risico op aanzienlijke waterschade. Landbouwpercelen in de buurt van de Dommel en de Aa kunnen overstromen bij hoge waterstanden, wat leidt tot gewasschade en economische verliezen voor boeren.

Hoge rivierwaterstanden kunnen tot slot aanzienlijke gevolgen hebben voor het scheepvaartverkeer in de regio ZuidoostBrabant. Wanneer de waterstanden in de kanalen (Wilhelminakanaal en Zuid-Willemsvaart) te veel stijgen, kunnen verschillende problemen optreden of maatregelen genomen moeten worden die de scheepvaart beïnvloeden (bijvoorbeeld het sluiten van waterkeringen en sluizen). Ook kan wateroverlast door hoge rivierwaterstanden leiden tot storingen in elektriciteit, water en gas, wat bijkomende problemen veroorzaakt voor inwoners en bedrijven. Wateroverlast door hoge rivierwaterstanden kan tevens aanzienlijke schade toebrengen aan cultureel erfgoed in de regio Zuidoost-Brabant. Historische gebouwen, monumenten en archeologische sites in laaggelegen gebieden langs rivieren zoals de Dommel en de Aa zijn kwetsbaar. Ontwikkelingen De waarschijnlijkheid van wateroverlast door hoge rivierwaterstanden in Nederland wordt beïnvloed door verschillende ontwikkelingen. Klimaatverandering leidt tot intensievere en frequentere regenval, wat zorgt voor hogere waterstanden in rivieren, maar vooral ook gedurende een langere periode, niet alleen in het najaar en de winter maar mogelijk ook steeds vaker daar buiten. Daarnaast maakt de toenemende digitalisering van waterbeheersystemen de systemen kwetsbaar

51

voor cyberaanvallen, wat de controle over deze systemen (en onderliggende ICT) kan verstoren. Tot slot verhogen bevolkingsgroei en verstedelijking de druk op de het ruimtelijk gebruik en het watersysteem. Maatregelen Preventief Steeds meer gemeenten passen het beleid ruimtelijke ordening aan (meer onverharde oppervlakte en meer ruimte voor water). De provincie Noord-Brabant en de Brabantse Waterschappen werken met de veiligheidsregio’s, Rijkswaterstaat en Defensie samen om voorbereid te zijn op hoogwater en extreem weer in Noord-Brabant (project bovenregionale samenwerking hoogwater en extreem weer). Waterschappen werken aan het creëren van waterbergingsgebieden en de watertransitie (water en bodem -

sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen). Gemeenten en waterschappen passen rioolsystemen aan.

Reactief Plaatsen noodpompen en nooddijkjes door het waterschap. Het waterschap zorgt voor de inzet van de waterbergingsgebieden. De gemeente laat gebieden ontruimen (mensen en dieren) en wegen afsluiten. Partners Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor kanalen in de regio Zuidoost-Brabant, de waterschappen (‘Aa en Maas’ en ‘De Dommel’) voor het regionale watersysteem en de afvalwaterzuivering en de gemeenten voor de riolering . Het KNMI is verantwoordelijk voor de informatievoorziening over actuele en verwachte weersomstandigheden die van invloed kunnen zijn op de (dreigende) overstroming. Perceptie Risicoperceptie onderzoek VRBZO 2021, overstroming als gevolg van hoge rivierwaterstanden. Maakt zich wel eens zorgen: 21% van de inwoners maakt zich minimaal 1 keer per jaar zorgen. Ik ben niet voorbereid: 89% van de inwoners vindt zich niet voorbereid. Informatiebehoefte: 10% geeft aan in (zeer) grote mate informatiebehoefte te hebben. In de regionale factsheet VRBZO van de najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2023 is het risico ‘overstromingen’ opgenomen. Uit de factsheet blijkt: Ingeschatte waarschijnlijkheid: 36% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant vindt het (zeer) waarschijnlijk dat het risico ‘overstromingen’ plaatsvindt, tegenover 42% van de Nederlanders.

Zorgen over risico’s en dreigingen: 13% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant geeft aan zich zorgen te maken over overstromingen, tegenover 19% van de Nederlanders. (Verwachte) maatschappelijke aandacht De situatie rondom de jaarwisseling 2023 / 2024 en nadien heeft aangetoond dat de maatschappelijke aandacht enorm toeneemt. Zowel van mogelijke inwoners en bedrijven die geraakt worden, de media als de beleidsmakende en uitvoerende instanties (watertransitie: water- en bodem sturend). In die toenemende aandacht is ook een verharding richting het overheidsoptreden ontstaan.

52

Gevolgen en waarschijnlijkheid Gevolgen Impactcriteria 1.1

Aantasting integriteit grondgebied

2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronisch zieken

2.3

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

3.1

Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijks leven

5.2

Aantasting lokaal en regionaal bestuur

5.3

Sociaal psychologische impact

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

Score

Wateroverlast door hoge rivierwaterstanden in Zuidoost-Brabant kan diverse ernstige gevolgen hebben, maar deze hoeven niet direct op te treden. Bruggen en wegen langs bijvoorbeeld de Dommel en de Aa kunnen kwetsbaar zijn en mogelijk beschadigd raken, wat mobiliteitsproblemen en economische schade veroorzaakt. Laaggelegen woonwijken en dorpen kunnen aanzienlijke waterschade oplopen, wat tevens gezondheidsrisico’s kan veroorzaken en de primaire levensbehoeften van inwoners kan bedreigen. Landbouwpercelen kunnen overstromen, wat leidt tot mogelijke gewasschade en economische verliezen voor boeren. Hoge waterstanden kunnen verder het scheepvaartverkeer verstoren, wat economische vertragingen en logistieke problemen veroorzaakt. Ook kunnen storingen in elektriciteit, water en gas bijkomende problemen opleveren voor inwoners en bedrijven. Maar ook cultureel erfgoed, zoals historische gebouwen en monumenten, kunnen kwetsbaar zijn voor waterschade. De natuur en het milieu kunnen eveneens worden aangetast door verontreiniging en overstroming van natuurlijke habitats. Waarschijnlijkheid De kans dat in bepaalde gebieden in de regio Zuidoost-Brabant wateroverlast wordt veroorzaakt als gevolg van hoge rivierwaterstanden wordt geschat op 1 keer per 100 jaar (of anders gezegd: ieder jaar 1% kans).

De waarschijnlijkheid van wateroverlast door hoge rivierwaterstanden in Nederland wordt beïnvloedt door verschillende ontwikkelingen. Klimaatverandering leidt tot intensievere en frequentere regenval, wat zorgt voor hogere waterstanden in rivieren. Hoewel er nog geen concrete nieuwe cijfers met betrekking tot verwachting zijn, lijkt het gelet op de klimaatverandering en de ervaring 2023 / 2024 wel dat de kans dat dergelijke situaties zich voordoen stijgt. In welke mate is onzeker.

53

Illustratief scenario Het watersysteem kent al enkele weken verhoogde waterstanden als gevolg van langdurige neerslag. In februari begint het water in de Dommel en de Aa snel te stijgen door aanhoudende zware regenval en smeltwater uit hoger gelegen gebieden. Op een vroege ochtend in februari geven de waterschappen De Dommel en Aa en Maas aan dat er over een aantal dagen mogelijk sprake is van overstromingsgevaar voor laaggelegen gebieden. De rivieren treden buiten hun oevers, en het water begint landbouwpercelen en wegen in de omgeving te overspoelen. Inwoners van laaggelegen wijken worden gewaarschuwd en geëvacueerd naar hogere gronden en noodopvanglocaties. De waterschappen plaatsen noodpompen en zandzakken langs kritieke punten om de waterstroom te beheersen en verdere overstromingen te voorkomen. Ondanks deze maatregelen komen straten, kelders en woningen in tal van gebieden onder water te staan. In de overstroomde woonwijken ontstaat schade aan huizen door het binnendringende water, met als gevolg schimmelvorming en verzwakking van funderingen. Een aantal bruggen en wegen die de Dommel en de Aa kruisen, raken beschadigd of onbegaanbaar, wat leidt tot verkeersproblemen en economische verliezen door vertragingen en omleidingen. De pompgemalen worden maximaal ingezet om overtollig water af te voeren.

De overstromingen treffen ook de landbouwgebieden rondom de rivieren, waardoor gewassen beschadigd raken en vee in gevaar komt. Boeren in deze gebieden rapporteren aanzienlijke economische verliezen. Verschillende natuur- en recreatiegebieden lijden onder de wateroverlast. De natuur wordt beschadigd en recreatieve activiteiten komen tot stilstand, wat de lokale economie schaadt. Terwijl de waterstanden langzaam beginnen te dalen, blijft de situatie kritisch en houden de waterschappen en hulpdiensten de situatie nauwlettend in de gaten.

54

9.3.2

Wateroverlast als gevolg van extreme neerslag

Eigenschappen risico Geografische en temporele kenmerken Extreme neerslag kan op een aantal manieren weergegeven worden. Het KNMI gebruikt in zijn weeralarm-berichtgeving hiervoor de indicator 'zware neerslag'. Deze indicator staat voor het aantal dagen per jaar dat er ergens in Nederland 50 millimeter neerslag valt of meer. Waardes boven de 50 millimeter in een uur en 100 millimeter in een dag zijn voor het Nederlandse klimaat redelijk extreem. Dat deze kans op extreme neerslag klein is, betekent niet dat dit soort gebeurtennissen in Nederland heel weinig optreden. Een extreem in de uurneerslag treedt (vrijwel) ieder jaar wel ergens in Nederland op. Sterker nog, als gevolg van de klimaatverandering is te zien dat de neerslagextremen langzaamaan toenemen. Of een bui in een bepaalde categorie viel, kan vaak pas achteraf na nadere evaluatie worden bepaald. Een belangrijk kenmerk van dit crisistype is de (on)voorspelbaarheid. Het is erg lastig om te voorspellen waar en wanneer de te verwachten neerslag zal vallen, Deze grote onzekerheid maakt dat het handelingsperspectief (reactietijd) vaak veel korter is dan nodig om nog de juiste maatregelen te treffen. Neerslag kan op verschillende manieren extreem zijn. Er kan op een bepaalde locatie veel neerslag vallen in een korte duur, vaak binnen een uur of in enkele uren.

Deze neerslag valt voornamelijk uit buien, die relatief kort duren en deze treden voornamelijk in het zomerhalfjaar op. Het kan ook veel langer hard regenen over veel grotere gebieden. De intensiteit van de neerslag is in deze situatie veel lager, maar het regent wel lang en over grote gebieden. Dit soort neerslag valt vaak in de winter. Er wordt dan niet gesproken over buien, maar over grootschalige of frontale neerslag. Niet in alle gevallen is het verschil in buiige neerslag en grootschalige neerslag zo duidelijk. Er treden ook vaak mengvormen op waarbij het hard regent over relatief grote gebieden, en waarbij buien zich aaneen lijken te rijgen tot meer grootschalige gebieden. Extreme neerslag in korte tijd veroorzaakt vooral wateroverlast in de bebouwde omgeving en langdurige neerslag is vooral een groot probleem voor het landelijk gebied. Juist de eerder geschetste ‘cumulatie’ van hoge (grond)waterstanden en langdurige periode van neerslag, maakt dat de verwachting dat er vaker wateroverlast zal optreden bij op zichzelf minder extreme buien toeneemt. Dit risico neemt dus toe, buien op zichzelf hoeven wat betreft ‘neerslagintensiteit’ niet meer zo extreem te zijn om toch tot veel overlast te leiden. Stedelijke gebieden zijn vaak gevoelig voor wateroverlast, omdat ze uit veel bebouwing en verharding bestaan.

Die zorgen ervoor dat het regenwater moeilijk in de bodem weg kan zakken. Buurten met veel groen hebben daar veel minder last van. Daarnaast zijn sommige plekken gevoeliger voor wateroverlast dan andere. Door langdurige neerslag in grote hoeveelheden kan het watersysteem vol raken, waardoor regenwater in plassen op het land blijft staan. Ook kan het land onderlopen vanuit sloten of beken. Hoe erg de wateroverlast is, hangt vooral af van de duur en het landgebruik. Bebouwde gebieden en stukken grond met hoogwaardige teelt ondervinden meer wateroverlast dan bijvoorbeeld graslanden. Het soort wateroverlast dat ontstaat, hangt dus af van de plek, het type neerslag en het grond-/ ruimtegebruik van de plek van de overlast. Voor neerslagduren van minder dan een dag (korte duren tot 12 uur) zijn er geen aantoonbare verschillen in de extremen. Het regent overal in Nederland ongeveer even hard. Voor dagelijks extremen (lange duren vanaf 12 uur) zijn er wel aantoonbare regionale verschillen in neerslagextremen binnen Nederland. Zo regent het in het westen van Nederland, met name in Zuid-Holland, en in het zuiden van Limburg, harder dan in de rest van Nederland.

55

Casuïstiek en statistiek In de afgelopen jaren hebben zich in de regio Zuidoost-Brabant meerdere situaties voorgedaan met extreme neerslag die tot wateroverlast hebben geleid. In juni 2022 werden verschillende delen van Zuidoost-Brabant getroffen door extreme neerslag, wat resulteerde in wateroverlast in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Straten in Eindhoven en omliggende dorpen stonden onder water, wat leidde tot verkeersproblemen en schade aan eigendommen. Maar ook gezondheidsrisico’s door bijvoorbeeld schimmelvorming. Meldingen van wateroverlast kwamen vooral uit Eindhoven, Valkenswaard en Veldhoven In 2023 was er opnieuw sprake van hevige en vooral langdurige regenval die leidde tot overstromingen in de regio. Vooral boeren in de omgeving van De Kempen meldden aanzienlijke schade door de extreme neerslag, die ook de activiteiten van Waterschap De Dommel beïnvloedde. Tijdens de periode eind mei – begin juni 2024, toen het in delen van het beheersgebied van de waterschappen erg nat was en er lokaal veel overlast ervaren werd, zijn naar verwachting enkele buien gevallen van meer dan 50 mm. In deze periode is bijna twee keer zo veel neerslag gevallen dan normaal. Deze ervaring is ook voor de waterschappen relatief nieuw. Het was niet alleen langdurig erg nat, ook leken de buien zich te concentreren in bepaalde hoeken van Brabant (waaronder Wintelre / Vessem).

Met als hoogtepunt de weken rond de ‘jaarwisseling’. Het hele systeem (zowel grond- en oppervlaktewater) was verzadigd. Iedere bui, ook die van een relatief beperkte hoeveelheid mm’s, kwam direct tot afstroom en zorgde op verschillende plaatsen tot herhaaldelijke overlast. Feitelijk betrof dit een ander crisistype: ‘Overstromingen (wateroverlast als gevolg van hoge rivierwaterstanden)’. Deze situatie hield echter lang aan. Dit leidde er toe dat in een deel van het beheersgebied, ook na het ‘regulier hoogwaterseizoen’, nog steeds sprake was van een verzadigd systeem (grond- en oppervlaktewater). Buien die in mei en juni vielen leidde op sommige plaatsen daardoor, ook al vanaf een veel kleinere intensiteit dan 50 mm, direct tot opnieuw wateroverlast (ondergelopen percelen, ondergelopen kelders, rioolwater op straat). Oorzaken De oorzaken van wateroverlast door extreme neerslag zijn veelzijdig en omvatten zowel natuurlijke als menselijke factoren. Hierbij kan in eerste instantie worden gedacht aan de intensiteit en frequentie van neerslag. Maar ook onvoldoende waterafvoer door bijvoorbeeld stedelijke verharding of ondermaatse rioolcapaciteit zijn belangrijke factoren waardoor wateroverlast kan ontstaan in geval van extreme neerslag. De klimaatverandering leidt ook beleidsmatig tot nieuwe inzichten.

Zo is het principe ‘water en bodem sturend’ bij ruimtelijke ordeningsvraagstukken een steeds actueler thema. Dat vraagt echter veel tijd en aanpassing in denken en doen (watertransitie). Dit leidt tot gesprekken of het huidige ruimtegebruik in bepaalde gebieden nog wel bij deze inzichten past. Iets dat nu tot een overlastsituatie leidt, zou dat in de toekomst op dezelfde plek als gevolg van deze ontwikkeling wellicht niet meer of op zijn minst minder zijn. Objecten van belang In de regio Zuidoost-Brabant zijn diverse locaties kwetsbaar voor wateroverlast door extreme neerslag. Steden zoals Eindhoven en Helmond, met hun dichtbebouwde en laaggelegen wijken, zijn gevoelig voor wateroverlast, wat aanzienlijke schade en verstoringen kan veroorzaken. Verder speelt in verharde gebieden de riolering vaak een belangrijke rol bij het afvoeren van regenwater. Veel gemeenten hebben een gemengd rioolstelsel. Omdat de capaciteit hiervan beperkt is, kan het bij overbelasting overstromen. Regenwater komt dan gemengd met vuilwater op straat te staan of komt via een overstort terecht in oppervlaktewater. Dit kan gezondheidsrisico’s veroorzaken. De infrastructuur, waaronder de A2, A67 en belangrijke spoorlijnen, kan door overstromingen onbegaanbaar worden, wat leidt tot verkeerschaos en economische verliezen.

Ook kritieke infrastructuur zoals ziekenhuizen kunnen moeilijk bereikbaar worden, terwijl waterzuiveringsinstallaties bij overbelasting milieu- en gezondheidsrisico's kunnen opleveren.

56

Bedrijventerreinen zoals Brainport Industries Campus kunnen door wateroverlast hun productie en toeleveringsketens verstoord zien, met economische gevolgen. Landbouwgebieden rond Helmond en De Kempen kunnen gewasschade lijden door overstromingen, wat de voedselvoorziening beïnvloedt. Recreatiegebieden kunnen zwaar beschadigd raken, wat de natuur en recreatiemogelijkheden beperkt en de lokale economie schaadt. Ontwikkelingen Extreme neerslag is in Nederland sterk toegenomen. Het opvallendst is de toename van de dagen waarop ergens in Nederland meer dan 50 millimeter regen valt. Dat aantal dagen is sinds 1951 toegenomen met 85%. In de toekomst neemt het aantal lichte zomerse buien af. Het aantal zware buien met veel neerslag neemt daarentegen toe. Er vindt daarmee een verschuiving plaats van lichte naar zwaardere en intensere buien. De toename van de hoeveelheid neerslag komt vooral door de opwarming van de aarde. Warme lucht kan namelijk meer vocht bevatten. Er ontstaat meer kans op wateroverlast doordat de hoeveelheid en de hevigheid van neerslag toeneemt. De grens tussen een regulier hoogwaterseizoen (wateroverlast als gevolg van hoge rivierwaterstanden) en het zomerseizoen (wateroverlast als gevolg van extreme neerslag) lijkt als gevolg van de klimaatveranderingen te vervagen.

De kans op overlast neemt ook bij kleine buien al toe, juist vanwege de geschetste situatie van langdurige neerslag die leidt tot langdurig verzadigde watersystemen (grond- en oppervlaktewater). Daarnaast maakt de toenemende digitalisering van waterbeheersystemen de systemen kwetsbaar voor cyberaanvallen, wat de controle over deze systemen (en onderliggende ICT) kan verstoren. Tot slot verhogen bevolkingsgroei en verstedelijking de druk op de het ruimtelijk gebruik en het watersysteem. Daarnaast zien we een trend dat steeds meer ‘afkoppeling’ van verhard oppervlak plaatsvindt (schoon regenwater) om onnodige belasting van rioleringstelsels te voorkomen en effectiviteit van rioolwaterzuiveringsinstallaties te behouden. Dit water vind vervolgens zijn weg naar oppervlaktewater of zakt weg naar het grondwater. Wanneer deze echter ook al hoog zijn, dan kan dit afgekoppelde water ook niet meer weg en draagt het juist bij aan extra overlast. Daarentegen zorgt toenemende droogte in de zomer voor een extra uitdaging. Omdat regenwater moeilijk in een droge bodem kan infiltreren. Hierdoor kan sneller wateroverlast ontstaan. Verder is vooral de bebouwde omgeving gevoelig voor dit type wateroverlast. Er is weinig ruimte om grote hoeveelheden water te bergen of af te voeren. En water kan moeilijk infiltreren in gebieden met veel verharding.

Maatregelen Preventief Steeds meer gemeenten passen hun beleid ruimtelijke ordening aan (meer onverhard oppervlak en meer ruimte voor water). Er is een Coördinatiekaart ‘Waterkolom’. -

Waterschappen werken aan het creëren van waterbergingsgebieden en de watertransitie (water en bodem sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen). Gemeenten en waterschappen passen rioolsystemen aan. Aandacht voor normering voor ‘zomerse situaties’ (voor de bescherming van stedelijk gebied in winterse hoogwaterperiodes zijn normen, voor de zomersituaties nog niet of nauwelijks).

57

Reactief Het waterschap plaatst noodpompen en nooddijkjes. -

Het waterschap zet waterbergingsgebieden in. De gemeente laat gebieden ontruimen (mensen en dieren) en wegen afsluiten.

Partners De gemeenten hebben vooral een hemelwaterzorgplicht en een zorgplicht voor stedelijk afvalwater. De gemeenten zijn daarmee verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van afstromend hemelwater op openbaar terrein. En voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater, waaronder de aanleg en beheer van het riool. De waterschappen Aa en Maas en De Dommel zijn verantwoordelijk voor de inname en zuivering van het rioolwater en het beheer en onderhoud van watergangen. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer van de kanalen. Het KNMI is verantwoordelijk voor de informatievoorziening over actuele en verwachte weersomstandigheden die van invloed kunnen zijn op de (dreigende) overstroming. Perceptie Risicoperceptie onderzoek VRBZO 2021, overstroming als gevolg van extreme neerslag. Maakt zich wel eens zorgen: 35% van de inwoners maakt zich minimaal 1 keer per jaar zorgen. Ik ben niet voorbereid: 72% van de inwoners vindt zich niet voorbereid. Informatiebehoefte: 8% geeft aan in (zeer) grote mate informatiebehoefte te hebben. In de regionale factsheet VRBZO van de najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2023 is het risico ‘overstromingen’ opgenomen. Uit de factsheet blijkt: Ingeschatte waarschijnlijkheid: 36% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant vindt het (zeer) waarschijnlijk dat het risico ‘overstromingen’ plaatsvindt, tegenover 42% van de Nederlanders.

Zorgen over risico’s en dreigingen: 13% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant geeft aan zich zorgen te maken over overstromingen, tegenover 19% van de Nederlanders. (Verwachte) maatschappelijke aandacht De situatie rondom de jaarwisseling 2023 / 2024 en nadien heeft aangetoond dat de maatschappelijke aandacht enorm toeneemt. Zowel van mogelijke inwoners en bedrijven die geraakt worden, de media als de beleidsmakende en uitvoerende instanties (watertransitie: water- en bodem sturend). In die toenemende aandacht is ook een verharding richting het overheidsoptreden ontstaan.

58

Gevolgen en waarschijnlijkheid Gevolgen Impactcriteria 1.1

Aantasting integriteit grondgebied

2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronisch zieken

2.3

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

3.1

Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijks leven

5.2

Aantasting lokaal en regionaal bestuur

5.3

Sociaal psychologische impact

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

Score

In de regio Zuidoost-Brabant kan wateroverlast door extreme neerslag aanzienlijke gevolgen met zich meebrengen. Laaggelegen woonwijken kunnen te maken krijgen met ernstige waterschade, variërend van ondergelopen kelders en woonkamers tot structurele schade aan gebouwen. Schimmelvorming en verzwakking van funderingen zijn mogelijke gevolgen. Bedrijven en industrieën kunnen tijdelijk stilgelegd worden door wateroverlast, wat leidt tot productie- en inkomstenverlies. Leveringsketens kunnen verstoord raken, waardoor grondstoffen en producten moeilijker beschikbaar worden. Vooral agrarische bedrijven kunnen grote verliezen lijden door overstroomde velden. Belangrijke infrastructuur, zoals snelwegen en spoorlijnen, kan door overstromingen onbegaanbaar worden, wat resulteert in verkeerschaos en economische verliezen door vertragingen en omleidingen. Dit belemmert zowel het forensenverkeer als het goederenvervoer ernstig. Wegen, bruggen en spoorwegen kunnen beschadigd raken, vooral in landelijke gebieden en dorpen waar afwateringssystemen minder robuust zijn, wat kan leiden tot wegverzakkingen en beschadigingen aan bruggen en dijken. Overstroomde riolen kunnen leiden tot verontreiniging van het water met ziekteverwekkers, wat gezondheidsrisico's met zich meebrengt.

Stroom-, water- en gasleidingen kunnen beschadigd raken wat kan leiden tot tijdelijke uitval van elektriciteit, drinkwatervoorziening en verwarming. Ook kunnen zich milieurisico’s voordoen. Overstromingen kunnen leiden tot verontreiniging van drinkwaterbronnen en landbouwgrond, vooral als chemische stoffen en afval in het water terechtkomen. Dit kan langdurige milieuschade veroorzaken en de voedselveiligheid in gevaar brengen. Natuur- en recreatiegebieden lijden onder overstromingen die de natuur beschadigen en recreatieve mogelijkheden beperken, wat ook de lokale economie schaadt. Kritieke infrastructuur, zoals ziekenhuizen, kan bij wateroverlast moeilijk bereikbaar worden, wat de werking van vitale systemen verstoort en levensbedreigende situaties kan veroorzaken. Waterzuiveringsinstallaties kunnen tijdens hevige regenval overbelast raken, wat leidt tot verontreiniging van het oppervlaktewater en ernstige milieuschade en gezondheidsrisico's. Waarschijnlijkheid De kans op wateroverlast door extreme neerslag neemt toe door de toename in hoeveelheid en hevigheid van neerslag. Dit wordt verergerd door zomerse droogte, die de infiltratie van regenwater in de bodem belemmert. Vooral stedelijke

59

gebieden zijn kwetsbaar door beperkte ruimte voor waterberging en veel verharding. In de toekomst zullen lichte zomerse buien afnemen, terwijl zware, intensere buien toenemen door de opwarming van de aarde, omdat warme lucht meer vocht kan bevatten.

60

Illustratief scenario Op een zomerse middag voorspelt het KNMI een zware storm voor de regio Zuidoost-Brabant, waarbij binnen enkele uren 70 mm regen wordt verwacht. Rond twee uur ’s middags begint het hevig te regenen. Het verkeer ondervindt al snel hinder door de zware regenval, en binnen een half uur staan verschillende straten blank. Het verkeer komt langzaam tot stilstand en chaos begint zich te vormen. Een uur later, om drie uur, raken in verschillende gebieden de rioleringssystemen overbelast. De putdeksels worden door de enorme waterdruk omhooggeduwd, en ongezuiverd water stroomt de straten op. Op verschillende plaatsen treden de watergangen buiten hun oevers, wat leidt tot overstromingen op de landbouwpercelen in de omgeving. De infrastructuur begint ernstige schade te vertonen; tunnels en onderdoorgangen staan vol water, waardoor het verkeer compleet stilvalt en diverse wegen afgesloten moeten worden. Ook spoorlijnen zijn getroffen, met uitval van belangrijke trajecten als gevolg. Tegen vier uur staan de kelders en begane grond van woningen in laaggelegen wijken op een aantal plaatsen onder water. Inwoners moeten geëvacueerd worden omdat de waterstand blijft stijgen. Gemeenten en waterschappen reageren door noodpompen in te zetten en tijdelijke waterbergingsgebieden te creëren om het overtollige water op te vangen.

De economische impact wordt duidelijk als bedrijven in de getroffen gebieden hun activiteiten moeten staken. Scholen, ziekenhuizen en andere kritieke infrastructuur ondervinden ernstige hinder door de wateroverlast. Rondom De Kempen rapporteren agrarische bedrijven aanzienlijke schade aan hun gewassen door de overstroomde velden. Met de avond in zicht, rond zes uur, ontstaan gezondheidsrisico's door het contact met verontreinigd water. Hulpdiensten hebben moeite om alle noodoproepen te beantwoorden door de slechte bereikbaarheid van de wegen. In sommige wijken valt de stroom uit door beschadigde transformatorstations, en ook gas- en waterleidingen raken beschadigd, wat leidt tot uitval van verwarming en drinkwatervoorziening. De hele nacht blijven waterschappen en gemeentelijke diensten werken aan het beheersen van de situatie. Nooddijken worden geplaatst en extra noodopvanglocaties worden geopend voor geëvacueerden.

61

9.3.3

Dijkdoorbraak

Eigenschappen risico’s Geografische en temporele kenmerken Nederland heeft veel belangrijke dijken, dammen en duinen. Deze zijn vooral langs de kust en in het rivierengebied te vinden en worden ook wel primaire keringen genoemd. Deze zijn aangeduid met de kleuren oranje, rood en paars. De regio Zuidoost-Brabant valt buiten de directe invloedssfeer van een eventuele overstroming vanuit zee of van de grote rivieren zoals de Maas. De regio Zuidoost-Brabant heeft wel dijken, maar het aantal en de omvang zijn minder prominent dan in gebieden direct langs de zee of de grote rivieren. De dijken in Zuidoost-Brabant zijn voornamelijk gericht op het beheersen van waterstanden langs kleinere rivieren en beken zoals de Dommel en de Aa, zij worden ook wel regionale keringen genoemd. Desondanks zijn deze dijken essentieel om overstromingen in de regio Zuidoost-Brabant te voorkomen. In de onderste kaart is weergegeven hoe hoog het water maximaal kan stijgen in bepaalde gebieden bij een dergelijke overstroming.

62

De kans op dijkdoorbraken in de regio Zuidoost-Brabant is met name tijdens de winter en het vroege voorjaar groter. In deze periodes is er vaak veel neerslag in combinatie met smeltwater uit hoger gelegen gebieden, wat de waterstanden in rivieren zoals de Dommel en de Aa doet stijgen. De kans dat deze relatief kleine dijken (keringen) doorbreken, blijft erg klein. De kans dat het water ‘erover heen stroomt’ als gevolg van hoge waterstanden is groter dan dat een kering bezwijkt (doorbraak). Casuïstiek en statistiek In de afgelopen jaren (2022, 2023 en 2024) hebben zich in de regio Zuidoost-Brabant meerdere situaties voorgedaan met extreme neerslag die tot wateroverlast hebben geleid. De overlast ontstond niet door doorbraak van keringen, maar juist door te hoge waterpeilen in beken en rivieren waarbij het water over de keringen heen stroomde (zie risico ‘wateroverlast als gevolg van extreme neerslag). Maar een feitelijke doorbraak in deze regio heeft zich niet nog voorgedaan. Oorzaken De mogelijke oorzaken van dijkdoorbraken in de regio Zuidoost-Brabant kunnen divers zijn en zowel natuurlijke als menselijke factoren omvatten. Extreme neerslag en smeltwater, vooral tijdens de winter en het vroege voorjaar, kunnen de waterstanden in rivieren zoals de Dommel en de Aa sterk doen stijgen, waardoor de druk op dijken toeneemt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15262222/1