Technische vragen en antwoorden RIB inzake aanvraag Sportagenda Sportservice 2022-2026
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus d.d.
december 2022
Naam fractie:
D66
Onderwerp:
Raadsinformatiebrief inzake aanvraag Sportagenda Sportservice 2022-2026 (RIB2022.125)
Vragen D66 Hoeveel bestemmingsreserves (incl egalisatiereserve) kent Sportservice Nederland momenteel en voor welk bedrag? Welke adviezen zijn overgenomen van de Rekenkamercommissie inzake bestemmingsreserves? (zie rekenkamer brief 18 nov 2021).
Beantwoording Voor de huidige bestemmingsreserves van Stichting Sportservice Veenendaal verwijzen wij u naar bijgevoegd jaarverslag 2020 (pag. 54 en verder). Daarbij dient rekening gehouden worden met de gehanteerde systematiek. Sportservice werkt sinds de verzelfstandiging in 2012 met de systematiek van bestemmingsreserves. Daarmee spaart Sportservice als het ware voor investeringen in gebouw(en) of personeel. Zoals de realisatie van een nieuwe glijbaan of de investeringen aanpassing inventaris/meubilair. De reserves zijn dus gevormd ter dekking van de afschrijvingslasten van gedane investeringen. Vanuit werkelijk oogpunt zijn deze bestemmingen dus uitgeput, en staan zijn enkel op de begroting vanuit de dekking op gedane investeringen. Uitzondering hierop is het noodfonds Corona en het Schommelfonds. In de Rekenkamerbrief (18 nov. 2021) heeft de Rekenkamer de volgende kanttekeningen opgenomen over vermogensvorming bij Sportservice Veenendaal; Onze kanttekeningen bij de vermogensopbouw: 4. De Rekenkamercommissie vraagt zich af of het aantal en de omvang van deze reserves wel passen binnen de subsidierelatie tussen de gemeente en SSV. Weliswaar heeft de gemeente ieder van de voorgestelde bestemmingsreserves goedgekeurd, maar haar invloed op de verdere uitvoering is beperkt (wanneer? hoe? etc.).
Een alternatief kan zijn om voor een specifieke doel, waarvoor nu een bestemmingsreserve wordt gevormd, te zijner tijd de jaarlijkse subsidie vanuit de gemeente aan te passen. Dat heeft het voordeel dat voor iedere investering een uitgewerkt business plan met actuele data kan worden voorgelegd. Daarmee zou ook de invloed van de kanttekening onder nummer 1, tenminste deels worden gemitigeerd. 5. Ook als gekozen zou worden voor een eventuele quasi-inbesteding (als ware SSV een eigen afdeling van de gemeente) lijkt de huidige praktijk van vermogensopbouw minder in overeenstemming. 6. Deze praktijk is over een groot aantal jaren zo gegroeid. De Rekenkamercommissie heeft niet kunnen constateren dat op dit punt beleid of normen zijn vastgesteld door de raad. Wij hebben het advies om de jaarlijkse subsidie aan te passen, zodat daarin de investering kan plaatsvinden (zie kanttekening/advies 4), niet overgenomen. Het college acht de controle via het jaarlijks vaststellen van de subsidie, alsmede de bestuurlijke overleggen waarbij dit onderwerp standaard op de agenda terugkomt, afdoende. Daarbij wordt Sportservice nu via de gekozen systematiek gestimuleerd om effectief en efficiënt om te gaan met de middelen. Omdat zij mogen doteren aan vooraf vastgestelde bestemmingsreserves, is er een ‘incentive’ om te sparen en weten zij dat de middelen ten goede komen aan de ‘sportsector’.
In de aanbeveling van de Rekenkamercommissie (advies 4) wordt deze incentive ontnomen. Daarbij is gehanteerde systematiek voor zowel Sportservice als voor de gemeente eenvoudiger uit te voeren. In de Beantwoording vraag SGP inzake Rekenkamerbrief (2021 /39020) d.d. 18 januari 2021 heeft het college aangegeven; De bestemmingsreserves zijn met goedkeuring van het college gevormd en kunnen niet bezien worden als egalisatiereserves, maar zijn gevormd om investeringen te kunnen bekostigen.