Technische vragen en antwoorden CDA - RIB2022 92 Onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN - RAADSINFORMATIEBRIEF Datum:
14 juli 2022
Naam fractie:
CDA
Onderwerp:
RIB2022.92 Onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost
Vragen:
Inleiding: De vragen gaan over een complex en gevoelig onderwerp, waarbij het enerzijds gaat over de belangen van kinderen en anderzijds over het afwegingskader voor onderwijshuisvesting en mobiliteit. Voor mobiliteit betreft het dan ook nog verkeer op lokaal èn provinciaal niveau. Hierdoor is het soms moeilijk om tot een eenvoudige formulering van de antwoorden te komen. Voor de septembercyclus heeft de fractie van het CDA de RIB onderwijs huisvesting IKC Oost geagendeerd. De fractie heeft hierbij een aantal technische vragen. Kunnen onderstaande vragen vast uitgezet worden? Ze zijn best gedetailleerd, dus dan heeft de organisatie wat meer tijd om een goed antwoord te formuleren. Bij voorbaat dank! 1. U constateert in de RIB opnieuw dat de leerlingenprognoses hoger zijn dan verwacht. a) Kunt u voor de scholen in Veenendaal Oost (Tamim, De Bron en Balans) per schooljaar over de afgelopen 10 jaar aangeven wat het leerlingenaantal was? Antwoord: Voor de onderwijshuisvesting geldt 1 oktober van het voorgaande jaar als teldatum. Dat betekent bijvoorbeeld dat voor 2022 als teldatum 1 oktober 2021 geldt. Daarnaast wordt door DUO het leerlingenaantal per school geregistreerd. Balans en De Bron zijn beide een dislocatie. Dat betekent dat hiervoor de leerlingaantallen niet geregistreerd worden door DUO.
De Gemeente Veenendaal laat 2-jaarlijks een prognose opstellen, in die jaren worden de leerlingaantallen uitgesplitst in hoofd- en dislocatie. De Bron vormt samen met De Engelenburgschool en de Rehobothschool één school. De leerlingaantallen worden dus gesplitst in drie locaties. Het schoolbestuur heeft er echter voor gekozen om per 1 augustus 2022 de naam Engelenburgschool niet meer te gebruiken, dat betekent dat vanaf die datum de leerlingaantallen over 2 locaties (De Bron en Rehobothschool) uitgesplist worden. Voor de toekomst (2023 e.v.) zal er dus een afwijking in de leerlingaantallen van De Bron ontstaan.
Tamim - CPOV Balans - WereldKidz De Bron - Onderwijsgroep GAVE
2012 53 8
2013 95 24
2014 130 38 17
2015 201 97 28
2016 231
2017 216 125 94
2018 202
2019 212 252 197
2020 221 277 237
2021 242 290 270
2022 255 299 314
b) Kunt u aangeven wat de leerlingenprognoses voor de komen jaren is op basis van de situatie in 2012, de situatie in 2013, de situatie in 2014, de situatie in 2015, de situatie in 2016, de situatie in 2017, de situatie in 2018, de situatie in 2019, de situatie in 2020, de situatie in 2021 en de situatie in 2022 (dus de 10 verschillende prognoses op basis van de zich ontwikkelende situatie in de afgelopen 10 jaar)? Kunt u trends en verschillen toelichten?
Antwoord: Zoals al aangegeven wordt 2-jaarlijks de leerlingenprognose opgesteld. In de onderstaande grafiek zijn de prognoses samengevoegd.
De prognose moet aan de voorwaarden voldoen zoals in de verordening (voorzieningen huisvesting onderwijs; VVHO) zijn opgenomen. Dit betekent dat er een analyseperiode van 6 jaar geldt. In aanvang (prognose 2013) wordt de ontwikkeling van de basisgeneratie (4-12 jarigen) uit Veenendaal-Oost vermenigvuldigd met het te verwachte belangstellingspercentage per denominatie. Het verwachte belangstellingspercentage wordt gebaseerd op het werkelijke belangstellingspercentage over heel Veenendaal. Dit sluit ook aan op de voorwaarden die gesteld worden voor het stichten van een nieuwe school (Plan van Scholen), waarbij de leerlingen die naar een bestaande school (lees: bestaande wijk) gaan, in mindering gebracht worden op de prognose. Vervolgens zie je dat niet alleen de basisgeneratie uit Veenendaal-Oost gebruik maakt van het Ontmoetingshuis, maar ook uit andere wijken. Dit gaat een steeds groter deel vormen in de analyseperiode, vandaar dat de prognose steeds oploopt. c) Hoe anticipeert u in uw beleid op de situatie in de komende jaren, op basis van de verschillen tussen de diverse prognoses die de afgelopen jaren zijn afgegeven en de forse verschillen tussen realisatie en prognoses die we de afgelopen jaren hebben gezien? Antwoord: De weergegeven prognose is slechts de prognose van drie van de in totaal 27 basisscholen.
De getoonde verschillen staan niet model voor de ontwikkelingen in de basisgeneratie (4-12 jarigen). Met andere woorden de prognoses zijn juist uitgevoerd, maar er worden andere schoolkeuzes gemaakt. In gesprekken met de schoolbesturen is ook veelvuldig aangegeven dat deze ontwikkeling leidt tot een ruimtetekort in het Ontmoetingshuis en leegstand bij andere locaties. Het schoolbestuur is echter zelf verantwoordelijk voor het aannamebeleid. De gemeente is echter niet verplicht tot het uitbreiden van de huidige scholen, maar kan verwijzen naar leegstand elders. Het uitgangspunt van het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) is thuisnabij onderwijs, dat betekent dat er slechts sprake is van uitbreiding van de onderwijscapaciteit als dit noodzakelijk is om een dekkend onderwijsaanbod te garanderen. 2. Aangaande de verkeerskundige analyse: a) Hoe verhouden de conclusies van Sweco zich tot de conclusies van de Gedeputeerde dat de geplande verbreding van de Rondweg-Oost ruimschoots voorziet in de verkeersbehoefte van de wijk Groenpoort, conform stand van zaken april 2022? Zie de beantwoording van vragen Provinciale Staten van Utrecht in documentnummer UTSP-1885969417-1425 in april van dit jaar. Kunt u de tegenstrijdige conclusies van de analyse van de gemeente Veenendaal en de analyse van de provincie Utrecht aangaande de capaciteit van de toegangswegen duiden?
Antwoord: In de genoemde statenbrief is de volgende vraag en het bijbehorende antwoord opgenomen: “Is het college op de hoogte van de geplande ontsluiting van deze wijk en de toename van de verkeersbelasting op de N233 die dit met zich mee zal brengen? Antwoord: Ja, door de verwachte toename van het verkeer veroorzaakt door de (geplande) bouw van Veenendaal Oost, inclusief Groenpoort, is mede het besluit genomen door PS op 18 februari 2019 om de N233 Rondweg-Oost te verbreden.” De beantwoording van PS zien toe op de vraag of er voldoende capaciteit is voor de aansluiting op de Rondweg zelf gebaseerd op een woonwijk van afgerond 1.000 woningen Daar is terecht een positief antwoord op gegeven.. De verbreding inclusief t-splitsing kennen voldoende capaciteit uitgaande van dit programma. De analyse van Sweco ten behoeve van de school kent uiteraard een ander bouwprogramma. Hierbij is de school wel opgenomen in de verkeersprognose en is ingezoomd op de aansluiting zelf. De grotere piekbelastingen van de school ten opzichte van woningbouw zorgt voor capaciteitsproblemen op de t-splitsing (aansluiting Groenpoort).Juist op deze plek ontstaan knelpunten die per saldo ook weer effect hebben de rondweg zelf. Als de uitvoegstrook naar Groenpoort voor het verkeerslicht vol staat, heeft dit ook een negatief effect op de doorstroming op de rondweg.
Dit wordt zoals aangegeven vooral veroorzaakt door de grote piekbelasting van een onderwijsvoorziening (net voor aanvang en aan het einde van de lestijden). Kortom er is geen sprake van tegenstijdige conclusies van de provincie en de gemeente. b) Ik begrijp van de betreffende scholen dat de kinderen uit Veenendaal Oost die buiten Veenendaal Oost naar school gaan voor minimaal 1/3e deel met de auto naar school worden gebracht door hun ouders, dit gezien de grotere reisafstand en het gegeven dat ouders in korte tijd vaak meerdere kinderen op meerdere plekken naar school moeten brengen en vaak zelf ook naar hun werk moeten. Wat zijn de verkeerseffecten van de kinderen die nu buiten de wijk Veenendaal-Oost naar school worden gebracht omdat in Oost geen ruimte is? En wat is het te verwachten effect van het onderbrengen van leerlingen van t Speelkwartier op IKC Oost op de verkeersbewegingen? Antwoord: De vraag hanteert een omgekeerde benadering. Het aantal leerlingen dat nu noodgedwongen buiten VeenendaalOost gehuisvest wordt (vanwege het ruimtetekort) is veel kleiner dan het aantal leerlingen wat van buiten Veenendaal-Oost naar het Ontmoetingshuis komt. U vraagt om een oplossing voor het (verkeers)effect, terwijl het veel effectiever is om de oorzaak aan te pakken.
Het onderbrengen van leerlingen van ’t Speel-Kwartier op IKC Oost heeft een positief effect op het verminderen van het aantal verkeersbewegingen, omdat momenteel 218 leerlingen van ’t Speel-Kwartier uit Veenendaal-Oost komen. ’t Speel-Kwartier is daarmee de school met de meeste leerlingen uit Veenendaal-Oost. In de onderstaande tabel is het aantal leerlingen uit Veenendaal-Oost per schoolbestuur/denominatie afgezet tegen het aantal leerlingen per school in het Ontmoetingshuis:
PC - CPOV Openbaar - WereldKidz Hervormd - Onderwijsgroep GAVE
Uit Veenendaal-Oost 401 Tamim 133 Balans 215 De Bron
Aantal leerlingen 255 299 314
In de bovenstaande tabel is bijvoorbeeld te zien dat in Veenendaal-Oost er 133 kinderen naar een Openbare school gaan, dat betekent er tenminste 166 kinderen (= 299-133) van buiten de wijk naar basisschool Balans gaan. Het kan echter ook zijn dat een deel van de kinderen naar uit Veenendaal-Oost voor een andere openbare school kiest. In dat geval ontstaan er nog extra verkeersbewegingen. Dat zie je bijvoorbeeld bij Protestant Christelijk (PC) onderwijs. Hiervoor kiezen 401 kinderen uit Veenendaal-Oost, hiervan gaan er (zoals in bovenstaande tekst weergegeven) 218 leerlingen naar ’t Speel-Kwartier (buiten de wijk). Er gaan dus maximaal 183 leerlingen (= 401-218) uit VeenendaalOost naar Tamim, wat betekent dat minimaal 102 leerlingen (= 255-183) van buiten de wijk naar Tamim gaat. De tabel laat daarmee zien dat het aantal verkeersbewegingen wat ontstaat door de (onbeperkte) vrije schoolkeuze veel groter is dan door het ruimtetekort in het Ontmoetingshuis.
3. Aangaande de keuze om Tamim en ‘t Speelkwartier samen in het kleinere IKC Oost te plaatsen en Het Ontmoetingshuis te verbouwen: a) In juni 2021 besloot de gemeenteraad om een nieuw IKC te bouwen in Oost om het ruimtetekort bij de scholen die nu in Het Ontmoetingshuis zijn gevestigd op te lossen. Het besluit om ‘t Speelkwartier deels in Oost te vestigen heeft de Raad niet genomen. Waar komt dit besluit vandaan? Op basis waarvan is dit besluit genomen en door wie? Kunt u onderliggende stukken delen? Antwoord: Om een oplossing te vinden voor de problematiek rondom de onderwijshuisvesting in Veenendaal-Oost zijn er een aantal scenario’s in een scenario-analyse uitgewerkt. Op 26 mei 2021 is deze scenario-analyse aan de raad ter consultatie voorgelegd. De raad heeft aangegeven dat een tweetal scenario’s ter besluitvorming voorgelegd moesten worden, namelijk scenario ‘Zuiderkruis’ (= scenario 8) en een scenario ‘nieuwbouw Veenendaal-Oost’. Scenario ‘nieuwbouw Veenendaal-Oost’ maakte echter geen onderdeel uit van de aangeboden scenario-analyse. Bij het raadsvoorstel op 24 juni 2021 is daarom een herziene scenario-analyse als bijlage opgenomen, hieraan is scenario ‘nieuwbouw Veenendaal-Oost’ toegevoegd. De raad heeft besloten om scenario ‘nieuwbouw Veenendaal-Oost’ uit de scenario-analyse in de uitvoeringsagenda van het IHP te verwerken.
In de scenario-analyse is Tamim en ’t SpeelKwartier opgenomen voor de 2e onderwijslocatie in Veenendaal-Oost. De raad heeft dus zelf besloten dat de extra onderwijslocatie bestemd is voor Tamim en ’t Speel-Kwartier, want dat was het beslispunt. De vraag is echter niet meer relevant omdat in de raadsinformatiebrief is aangegeven dat een locatie met een omvang voor Tamim en ’t Speel-Kwartier niet mogelijk is. Blijft wel staan dat wij op zoek zijn naar een goede oplossing voor leerlingen uit Veenendaal-Oost, hier horen ook de leerlingen van ’t Speel-Kwartier bij. b) Is de verwachting dat De Bron en Balans beiden volledig in het Ontmoetingshuis passen na de verbouwing en rekening houdend met de cijfers, prognoses en ontwikkelingen uit vraag 1? Zo nee, over welke locaties worden deze scholen na oplevering van IKC Oost dan verdeeld? Antwoord: Op basis van de huidige prognose past de structurele ruimtebehoefte van Balans en De Bron in het Ontmoetingshuis. Ook de piekbehoefte kan opgevangen worden in het Ontmoetingshuis. Het betekent echter op de lange termijn dat er structurele leegstand in het Ontmoetingshuis ontstaat, dat is ook de reden waarom wij in de scenario-analyse de kleinste school (Tamim) uit het Ontmoetingshuis plaatsen.
In de uitvoeringsagenda is niet voorzien in een verbouwing van het Ontmoetingshuis! Wat wij nu echter zien is dat het ’t Speel-Kwartier een leerlingenstop invoert (terwijl er in het huisvestingsprogramma ruimte beschikbaar is gesteld in De Windroos), hierdoor stijgt het leerlingenaantal van De Bron harder dan verwacht. De effecten op de prognose zijn nog niet helder. Op basis van de teldatum van 1 oktober 2022 wordt de nieuwe prognose opgesteld. Wat wij wel weten is dat dit leidt tot een grotere ruimtebehoefte in het Ontmoetingshuis en een kleinere ruimtebehoefte in de 2e onderwijslocatie in Veenendaal-Oost. Dit illustreert wel wat de impact van de schoolbesturen op de prognose is. In het Huisvestingsprogramma 2022 hebben wij een oplossing geboden voor de ruimtebehoefte tot en met 2025. Mocht door de nieuwe ontwikkelingen er eerder ruimte nodig zijn, dan dient het schoolbestuur hiervoor een aanvraag in. De verwachting is nu dat De Bron voor 1 februari 2023 een aanvraag zal indienen. Deze aanvraag zal beoordeeld worden. Indien er recht is op aanvullende capaciteit, zal in lijn met de verordening er vanaf 1 januari 2024 bij de Rehobothschool ruimte beschikbaar worden gesteld. Het schoolbestuur is echter vrij om hier al eerder gebruik van te maken.
c) Zal Tamim dan volledig in het IKC Oost passen, wanneer ook ‘t Speelkwartier een deel van dit IKC krijgt toegewezen? Antwoord: Ja, in de scenario-analyse is uitgegaan van de prognose van beide scholen. d) Is er voldoende ruimte gepland voor kinderopvang in Het Ontmoetingshuis en in het IKC Oost? Antwoord: Kinderopvang is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid (maar een marktverantwoordelijkheid). In het kader van ons beleid op Integrale Kindcentra, is in de uitvraag ook ruimte voor kinderopvang meegenomen. De benodigde ruimte is ook, vanwege een kostprijsdekkend huurtarief, budgetneutraal in de programmabegroting opgenomen.
e) En kunnen de plannen voor de kinderopvang die in het landelijke regeerakkoord staan beschreven in Oost, in het Ontmoetingshuis en in de IKC’s elders in Veenendaal voldoende worden gefaciliteerd? Zo nee, welke acties neemt het college om in voldoende kinderopvang bij deze scholen te voorzien? Antwoord: Bij alle projecten die op de uitvoeringsagenda staan, wordt in overleg met alle partners gekeken op welke wijze er invulling gegeven kan worden aan de IKC-ontwikkeling (doorgaande leerlijn). De uitkomsten worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Deze dient als basis voor de kredietaanvraag bij de raad. 4. Vorig jaar ontraadde het college het plaatsen van noodgebouwen. a) Er zijn nieuwe ontwikkelingen in leerlingenaantallen en er is besloten tot het toevoegen van een nieuwe school in Veenendaal. Kan dit nog steeds binnen de bestaande gebouwen worden opgevangen? En kunt u per school aangeven op welke locaties deze gevestigd zal zijn en of er op elke locatie in voldoende kinderopvang kan worden voorzien? Antwoord: Zoals onder vraag 1C al aangegeven wijzigt de basisgeneratie (4-12 jarige) niet. Door de komst van Basisschool Al Amana stijgt het leerlingenaantal wel iets, maar zal het met name een verschuiving van leerlingen zijn. Dit betekent dat de leegstand aanwezig blijft, deze kan volgens de verordening ingezet worden.
Kinderopvang is niet altijd in een school gevestigd, maar kan ook in de directe omgeving aanwezig zijn. Momenteel is er op 19 van de 27 basisschoollocaties kinderopvang aanwezig of in de planning (IKC Franse Gat). Daarnaast komen er schoollocaties vrij, deze hoeven echter niet ingezet te worden zolang er naar leegstand verwezen kan worden. 5. Planning a) Kunt u aangeven wat de planning is richting de oplevering van IKC Oost? Antwoord: In overleg met de betrokken schoolbesturen onderzoeken we welke mogelijke oplossingsrichtingen gedragen worden, door de gemeente, de scholen en de directe omgeving. In oktober wordt u over de uitkomsten geïnformeerd. Daarna zal er een gewijzigde uitvoeringsagenda van het IHP vastgesteld moeten worden. Op basis van deze uitvoeringsagenda worden de kaders van het/de project(en) verder uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst. Deze dient als basis voor de kredietaanvraag. b) Kunt u aangeven op welke momenten betrokkenen (ouders, schoolbesturen, medezeggenschap binnen de scholen) hun advies of inbreng kunnen leveren en op welke wijze ze dit kunnen doen? Antwoord: Als gemeente voeren wij het gesprek met de schoolbesturen, hier is reeds een aantal gesprekken mee gevoerd. Er staan in augustus, september en oktober vervolgoverleggen gepland.
c) Kunt u aangeven op welke momenten college en Raad naar verwachting formele besluiten zullen nemen in dit traject? Antwoord: In oktober ontvangt u een raadsinformatiebrief, waarbij wij ingaan op de inhoudelijke (on)mogelijkheden van een 2e onderwijslocatie in Veenendaal-Oost. Afhankelijk van de uitkomsten zal er (herziene) integrale besluitvorming moeten plaatsvinden. Op basis van dit besluit volgt het reguliere proces van de IHP-projecten, waarbij wij met de betrokken partijen tot een samenwerkingsovereenkomst (SOK) komen. Deze SOK dient als basis voor de kredietaanvraag bij de raad.