Technische vragen en antwoorden CDA - RIB2022 122 Onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN – RAADSINFORMATIEBRIEF ➔ Verzoek: antwoorden graag voor beeldvormende avond 8 november
Datum:
28 oktober 2022
Naam fractie:
CDA
Onderwerp:
RIB2022.122 Onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost
Vragen: 1. Gezien de publicatie datum van het Sweco rapport, waarom is dit rapport -ondanks technische vragen bij de vorige RIB op dit onderwerp van ProVeenendaal- niet bij de bespreking van de vorige RIB op 6 september 2022 aan de Raad verstrekt? Antwoord: Het onderzoek rondom de mogelijkheden tot het realiseren van een IKC Groenpoort is in samenspraak met de scholen uitgevoerd. Deze overleggen hebben tot eind september plaatsgevonden. Wij hebben er voor gekozen om dit rapport pas te delen zodra de schoolbesturen hebben gereageerd op deze verkenningen het door het college is besproken tezamen met de opgestelde RIB. 2. In de vorige RIB die in de raadscommissie van 6 september 2022 is besproken concludeert u dat een IKC in Groenpoort niet mogelijk is. Sweco schrijft in het u toen reeds bekende rapport dat een klein IKC zeker mogelijk is en bij een groter IKC dat het ook kan, maar dat er dan in ieder geval hogere kosten zijn om het IKC verkeerskundige in te passen en dat er waarschijnlijk verkeersknelpunten overblijven. a. Kunt u toelichten hoe u het Sweco-rapport (bijv. Paragraaf 3.2.3) hebt vertaald naar de conclusie dat een IKC in Groenpoort niet mogelijk is zoals o.a. verwoord in RIB 2022.92 en uw toelichting in de commissie van 6 september? Antwoord: In het Sweco-rapport staat een deze conclusie:
Kortom de RIB 2022.92 sluit aan op deze conclusie. Wij hebben in de RIB 2022.92 gesteld dat een groot IKC onmogelijk is. Samen met de schoolbesturen hebben wij onderzocht of een kleine variant wel mogelijk was. Gezamenlijk is geconcludeerd dat een locatie in Groenpoort geen gewenste oplossing biedt binnen de gestelde voorwaarden. Dit heeft geleid tot 4 scenario’s buiten Veenendaal-Oost (RIB 2022.122). Paragraaf 3.2.3 gaat over de lange termijn behoefte aan onderwijsruimte voor de kinderen uit Veenendaal-oost. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat er structureel een behoefte is aan 5.318 m2 structureel vanuit het hele verzorgingsgebied Veenendaal-oost en er sprake is van een piekbehoefte van 659 m2. b. En kunt u twee scenario’s toevoegen. Een scenario waarin een klein IKC Groenpoort wordt gebouwd met een dislocatie in het nieuw te bouwen IKC Zuiderkruis voor leerlingen wel staan ingeschreven op de drie
scholen in Oost en t Speelkwartier, maar niet in de huisvesting in Oost en de huidige gebouwen van t Speelkwartier passen. En een tweede scenario waarin u een groot IKC Groenpoort bouwt met voldoende ruimte voor alle leerlingen van de scholen in Oost, indien nodig aanvullende ruimte voor t Speelkwartier in IKC Zuiderkruis en waarin u de wegen in Groenpoort optimaal aanpast en resterende knelpunten in beeld brengt? Antwoord: Uitgaande van ‘de kleine variant conform Sweco’ scenario 5 is: Scenario 6: klein IKC Groenpoort en dislocatie IKC Zuiderkruis. U spreekt over het nieuw te bouwen IKC Zuiderkruis. De (gewijzigde) uitvoeringsagenda behorende bij het IHP kent geen IKC Zuiderkruis. Het is daarom onduidelijk wat u bedoeld. Er zijn 2 mogelijkheden: • Het toevoegen aan de reeds geplande ontwikkeling aan het Zuiderkruis: IKC SO/SBO/PO. Dit betekent dat het totale oppervlakte van deze ontwikkeling 4.898 m² wordt, dit is ons inziens niet mogelijk op deze locatie (voor het beeld dit is meer dan het onderwijsprogramma in het volledige Ontmoetingshuis(4.400 m2)) • IKC Zuiderkruis toevoegen aan de uitvoeringsagenda. De reeds geplande voorziening IKC SO/SBO/PO moet dan uitwijken naar een andere locatie. (zie ook vraag 10). Het nieuw te bouwen IKC Zuiderkruis zal dan een hele kleine locatie (1.190 m²) zijn, waarbij de ambities uit het IHP niet mogelijk zijn.
(zie ook vraag 10) Ten opzichte van scenario's van het college IKC Groenpoort, is IKC Zuiderkruis in beide door u gevraagde varianten niet passend binnen het IHP dan wel niet uitvoerbaar. Scenario 7: Groot IKC Groenpoort met aanpassing wegen in de wijk Dit is feitelijk het scenario met het grote IKC gebouw in het Sweco-rapport. In theorie kunnen de wegen in Groenpoort worden aangepast. In de praktijk is dit op kleine aanpassingen na, niet uitvoerbaar dan wel zeer kostbaar. Dit betreft bijvoorbeeld aanpassing van de hoofdfietsroute tussen Ede en Veenendaal. Dit heeft ook grote effecten in de bestaande stad. Maar bovenal blijft het knelpunt met de aansluiting op de rondweg bestaan. Dit is simpelweg niet te veranderen. 3. Kunt u vervolgens voor de 4 in de RIB genoemde scenario’s en voor de twee in vraag 2b genoemde scenario’s dus in totaal voor 6 scenario’s- per scenario het volgende aangeven: a. Aantal leerlingen per school per locatie; b. Totale kosten; c. Analyse van verkeersbewegingen en parkeren in de omgeving van alle in dat scenario genoemde locaties. Waarbij in elk scenario dus in ieder geval ook de effecten op drukte op de Van Essenlaan worden meegenomen; d. De impact van het scenario op de doelstellingen zoals genoemd in het IHP; e.
De gevolgen van dat scenario voor het onderwijs op alle scholen op alle locaties, conform de aanbevelingen van het vastgestelde rekenkamerrapport Onderwijshuisvesting In Helder Perspectief. Dit antwoord dus uitsplitsen per school locatie en per scenario. Antwoord: Het volledig beantwoorden van deze vraag, vormt op zich al een nieuwe uitgebreide rapportage. In deze beantwoording een korte toelichting per punt. Scenario 1 t/m 4 zijn conform de RIB. Scenario 5 is de kleine variant conform het Sweco rapport en scenario 6 is het eerste scenario dat in uw vraag is toegevoegd. Het tweede toegevoegde scenario is niet opgenomen. Deze is niet uitvoerbaar. Locatie OH
scenario Schoolbestuur 1 CPOV 231 Gave 310 Wereldkidz 240 nader toe te delen totaal 781
712
778
789
1018
6 231 310 240 320 1101
Erf
CPOV + huidig LL
348
261
348
355
348
261
ZK
Wereldkidz CPOV nader toe te delen totaal
105 237
345 237
345
342
582
345
0
0
193 193
Hervormd
449
449
449
580
449
449
Locatie Palmengrift Wereldkidz Gave Totaal
104 184 288
104 184 288
104 184 288
283 200 483
209 184 393
104 100 204
RH
2 318 394
3 468 310
4 460 163 166
5 468 310 240
In de voorgaande tabel zijn indicatief het aantal leerlingen per locatie en per schoolbestuur aangegeven. (ZK= Zuiderkruis, RH = Rehobothschool). De kosten voor de gebouwen zullen dus ongeveer gelijk zijn. Alleen scenario 2 is duurder, omdat in dit scenario niet optimaal gebruik gemaakt wordt van het Ontmoetingshuis. De bijkomende kosten zijn in de scenario’s waarin grond aangekocht moet worden, zijn uiteraard hoger. De kosten voor De Bron kunnen nog fluctueren, afhankelijk of er gebruik gemaakt wordt van de leegstand bij de Rehobothschool. Bij scenario 4 is er geen extra locatie noodzakelijk, hierdoor zijn er geen verwervingskosten. Ook zijn de bouwkosten voor kleinere locaties hoger dan waarmee in het IHP rekening is gehouden. Ten aanzien van verkeer kan gesteld worden dat de effecten op hoofdlijnen beperkt verschillend zijn. Hoe meer leerlingen in hun eigen wijk naar school gaan, hoe positiever voor het verkeer. Specifiek inzoomend op de Van Essenlaan: op dit moment is er een behoorlijke pendel vanuit andere wijken naar het Ontmoetingshuis. Mede dit zorgt voor de huidige filevorming op de Van Essenlaan. Hoe minder pendel, hoe kleiner de problematiek. Na verbreding van de rondweg is er meer capaciteit.
De doelstellingen van het IHP zijn meerzijdig: - Doorlopende leerlijn - Vermindering aantal locaties, meer robuuste locaties die goed verspreid liggen over de stad - Verduurzaming van de complete vastgoedportefeuille voor onderwijs. Deze uitgangspunten zijn op dit moment goed verwerkt in het IHP en uitvoeringsprogramma. Hoe meer hiervan afgeweken wordt, hoe meer de doelstellingen onder druk komen te staan. Dus geen nieuwe kleine locaties en geen verschuiving onderwijsaanbod ten opzichte van de structurele vraag. Dit speelt met name aan de oostkant van Veenendaal. Ten aanzien van het rekenkameronderzoek kan opgemerkt worden dat het vinden van een ander mechanisme om het concurrentiemodel tussen scholen te verminderen complexer is dan zoals verwoord in deze rapportage. Zeker omdat dit alleen in onderling overleg met de schoolbesturen kan. 4. Welk normenkader is er door Sweco gebruikt bij de verkeerskundige aspecten van de analyse? Antwoord: Uitgangspunten voor het onderzoek zijn: - Verbreding van de Rondweg-oost naar 2x2 conform eerder advies van de raad en besluit Provinciale Staten - Realisatie aansluiting Groenpoort op de provinciale weg met een volwaardige T-splitsing gereguleerd met verkeerslichten. Hierbij is in 2020 door RHDHV onderzoek gedaan naar de effecten van de aansluiting van Groenpoort op de rondweg en omliggende wegen.
Dit onderzoek was vereist om toestemming te krijgen van de provincie als eigenaar en wegbeheerder van de rondweg. Ook is een dergelijk onderzoek gewenst omdat het risico op “oneigenlijk” verkeer door de wijk bestaat (verkeer dat van de aansluiting op de rondweg door de wijk naar de Buurtlaan-oost rijdt en visa versa). In dit onderzoek is geconstateerd dat de aansluiting in te passen is, maar in de ochtendspits 1 minuut extra reistijd oplevert richting de A12. Per saldo acceptabel maar wel een bevestiging dat dit specifieke deel van de rondweg ook na verbreding beperkt restcapaciteit heeft. En derhalve ook de aanleiding is om in het swecorapport specifiek op deze aansluiting in te zoomen. - Bouw van de wijk Groenpoort met circa 970 woningen (beperkt minder op het moment dat gemeente haar bouwclaim in zet voor de bouw van een onderwijsvoorziening) conform de contractueel vastgelegde bouw- en ontwikkelrechten (contracten tussen OVO en ontwikkelaars die in het verleden grond hebben ingebracht). - Bestemmingsplan Groenpoort en bestemmingsplan Buurtstede/Veenderij (inclusief onderliggende onderzoeken en MER-uitgangspunten). Een mobiliteitsonderzoek naar een gebieds- of locatieontwikkeling kent afhankelijk van omvang en mogelijke impact verschillende detailniveaus. Voor ontwikkelingen met enige omvang wordt in ieder geval het effect op het netwerk in beeld gebracht.
Hierbij wordt in beeld gebracht wat de verkeerstoename is en of dit passend is binnen de totale capaciteit. Indien er sprake is van lokaal te verwachte knelpunten of aanwijzingen hiervoor, wordt specifiek ingezoomd om een onderdeel van het netwerk. In voorliggende casus is niet alleen het extra verkeer in het netwerk onderzocht, maar juist ook gefocust op de tsplitsing Groenpoort / Rondweg-oost (zie hierboven). In het Sweco onderzoek is, op basis van de vraag naar een extra onderwijsvoorziening in Groenpoort, specifiek ingezoomd op de onder andere de T-splitsing Groenpoort / rondweg-oost.
In de verkenning is gekeken naar de wachttijden op de aansluiting van de nieuwe ontsluiting in Groenpoort en de Rondweg Oost. Verkeerskundig wordt een wachttijd tot 90 seconden als acceptabel beschouwd. Boven de 120 seconden wordt als niet acceptabel/knelpunt gezien. Waarom zijn deze wachttijden relevant: een te lange wachttijd zorgt voor vertraging op de hoofdrijbaan (in dit geval verkeer van en naar de A12). Hierdoor komt de doorstroming van een veel grotere verkeersstroom in gedrang, met als effect dat verkeer andere routes gaat zoeken die hier eigenlijk niet voor bedoeld zijn. En juist dit zorgt weer voor grote negatieve leefbaarheidseffecten voor de woningen aan deze wegen. Tot slot moet ook gedacht worden aan verkeer dat wel gebruik zou moeten maken van de aansluiting Groenpoort, op zoek gaat naar alternatieven (in dit geval de Buurtlaan-oost). Ten aanzien van de verkeerssituatie op de locatie ten noorden van het Ontmoetingshuis is (vooralsnog) gewerkt met expert judgements. 5.
Op welke manier is het in vraag vier genoemde normenkader bij andere nieuwbouwprojecten toegepast? Kunt u voorbeelden geven, waaronder in ieder geval de bouw van de Eilanden in Veenendaal-Oost en de impact van dit project op de Van Essenlaan? Antwoord: In principe verwijst u met uw laatste vraag naar de basis onderzoeken die destijds ten grondslag lagen van het bestemmingsplan Veenendaal-oost (ruim 10 jaar geleden). In deze onderzoeken is nadrukkelijk de verkeerssituatie onderzocht. Ook de Van Essenlaan is hierbij meegenomen. Destijds is een voorzichtig positieve conclusie getrokken en aangegeven dat de lange termijn om maatregelen ging vragen. Inmiddels wordt de situatie uiteraard veranderd door het besluit van de provincie om de rondweg te verbreden en juist de kruising met onder andere de Van Essenlaan ongelijkvloers te gaan maken. In een andere specifieke casus is ook een aansluiting van een project op het bestaande wegennet nader onderzocht. Dit betreft de projecten Nieuweweg Noord en 1e Melmseweg. Feitelijk om dezelfde reden als bij de mogelijke komst van een onderwijsvoorziening in Groenpoort.
6. Wij begrijpen dat een van de auteurs van het Sweco rapport eerder werkzaam was voor de gemeente Veenendaal. a. Kunt u aangeven of er enig overlap is tussen de dossiers waaraan hij als ambtenaar heeft gewerkt en dit adviestraject en kunt u dit toelichten? b. Heeft hij in dit rapport via zijn nieuwe werkgever Sweco geadviseerd over beleid of projecten waaraan hij als ambtenaar, via zijn vorige werkgever gemeente Veenendaal, heeft meegewerkt of enige betrokkenheid van welke aard ook heeft gehad? Antwoord: Het rapport is opgesteld door meerdere deskundigen van Sweco, waaronder een oud-medewerker van de gemeente Veenendaal. Het grootste knelpunt in dit onderzoek, de aansluiting vanuit Groenpoort op de Rondweg oost, speelt na het vertrek van deze medewerker (deze is pas sinds 2020 in beeld gekomen). Dit potentiële knelpunt is gesignaleerd door RHDHV in het kader van de aanvraag van deze aansluiting door de gemeente bij de provincie. Het betreft een objectief onderzoek waarbij ook nog gebruik is gemaakt van resultaten van andere bureaus. In de rapportage ziet u ook diverse bronvermeldingen. Kortom er is geen sprake van ‘oordelen over eigen werk’ of een belangenverstellingen. Wij betreuren de teneur van deze vraag, waarin u de onafhankelijkheid van één van onze adviseur ter discussie stelt. 7.
De wethouder heeft eerder toegezegd met een heldere planning in tijd te komen richting het realiseren van een oplossing voor de scholen in Oost. Dit document ontbreekt bij opgeleverde stukken. a. Kunt u deze planning / agenda / routekaart voor elk van de vier voorgestelde scenario’s en voor de twee in vraag 2 genoemde scenario’s verstrekken? Antwoord: De routekaart maakt onderdeel uit van het komende raadsvoorstel voor februari 2023 b. En kunt u hierin ook benoemen hoe de huisvesting er uit zal zien in de periode die nodig is om elk scenario te realiseren? Antwoord: Jaarlijks kunnen schoolbesturen een huisvestingsaanvraag indienen. In het huisvestings programma 2022 is de situatie tot en met 2025 weergegeven. Mochten er gewijzigde omstandigheden zich voordoen, dan dienen de schoolbesturen een nieuwe huisvestingsaanvraag in.
8. Kunt u aangeven wat de bij de gemeente bekende bezwaren zijn van Tamim, Balans, De Bron en t Speelkwartier zijn tegen het vestigen van een (nagenoeg) volledige school in IKC Zuiderkruis? Kunt u dit per school aangeven? Antwoord: Het grootste bezwaar is dat Veenendaal-Oost de groeiwijk is. Elk schoolbestuur wil daar aanwezig zijn. Een locatie op het Zuiderkruis verzwakt in de optiek van de besturen de concurrentiepositie ten opzichte van de andere schoolbesturen. Voor de overige bezwaren verwijzen wij u naar de brieven van de schoolbesturen die als bijlagen aan de raadsinformatiebrief zijn toegevoegd. . 9. Kunt u aangeven wat de gemeente heeft gedaan om het IKC Zuiderkruis aantrekkelijk te maken als vestigingslocatie voor elk van de betrokken scholen en waarom dit niet succesvol is geweest (of niet tot een scenario in deze RIB heeft geleid)? Antwoord: Zoals al gesteld in vraag 8 is het Zuiderkruis niet het probleem. Dit betreft een nieuw gebouw op een goed bereikbare locatie, dichtbij Veenendaal-oost. 10. De Onderwijsraad adviseerde al in februari 2013 in haar rapport ‘Grenzen aan kleine scholen’ om basisscholen (en schoollocaties die als zelfstandige school functioneren) waar mogelijk groter te maken dan 100 leerlingen, omdat op kleinere locaties het moeilijk en relatief kostbaar is om onderwijskwaliteit en sociale ontwikkeling van leerlingen vorm te geven.
Hoe verhoudt deze conclusie zich tot de scenario’s van het college waarin kinderen uit de wijk ruimte krijgen op een school locatie in Het Ontmoetingshuis en kinderen van buiten de wijk worden gevestigd op dislocaties van dezelfde school buiten de wijk Veenendaal Oost met vaak kleine leerlingaantallen? Antwoord: De scenario’s streven niet naar allerlei kleine dislocatie, maar naar een beweging waar bijvoorbeeld een deel van de toekomstige Tamim-leerlingen voor Het Erf, en De Bron-leerlingen voor de Rehobothschool kiest.Kortom juist een goede spreiding van robuuste scholen in Veenendaal. Het risico op kleine scholen is juist bij een forse uitbreiding van het onderwijsaanbod in Veenendaal-oost reëel. In de kleine variant wordt al gebouwd voor de leerlingen-piek in Veenendaal-oost. Bij de grote variant zelfs voor een fors aantal leerlingen van buiten de wijk. Hierdoor is de kans reeel in andere wijken zeker in de toekomst juist kleine niet levensvatbare scholen ontstaan. . 11. U gaf eerder aan dat ook wordt gekeken naar de drukte op de huidige scholen in Het Ontmoetingshuis in de huidige situatie, de mogelijkheden om Het Ontmoetingshuis aan te passen en de noodzaak tot het nemen van aanvullende maatregelen. Wij hebben begrepen dat u HEVO onderzoek heeft laten doen en dat dit rapport in september 2022 aan de gemeente is opgeleverd.
Kunt u dit onderzoek met de Raad delen? Antwoord: Dit rapport is als bijlage toegevoegd. 12. Wettelijk is vastgesteld in het uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO (https://wetten.overheid.nl/BWBR0008562/2022-08-01) dat er in het basisonderwijs per aanwezige leerling altijd minimaal 3,5 vierkante meter ruimte dient te zijn. a. Wordt deze norm in Het Ontmoetingshuis op dit moment gehaald als alle leerlingen van de daar gevestigde groepen aanwezig zijn? b. Wordt deze norm gehaald in elk van de vier scenario’s in de RIB en in de twee bij vraag 2b opgevraagde scenario’s? c. Wordt deze norm gehaald in de periode van tijdelijke huisvesting waar we de komende jaren in terecht zullen komen? Antwoord: Elke leerling heeft 5,03 m² ter beschikking. Dit is conform onze verordening, waarbij wij het advies van de VNG volgen. Dat geldt zowel voor het Ontmoetingshuis, de scenario’s als tijdelijke huisvesting. 13. Wij begrijpen dat naast de individuele eerste voorkeuren van de diverse scholen zoals verwoord in de bijlagen bij de RIB, de besturen Wereldkidz en Gave scholen ook een aantal gezamenlijke voorstellen hebben gedaan om uit de impasse te komen.
Kunt u deze voorstellen met de Raad delen en kunt u hier uw oordeel en aandachtspunten bij geven? Antwoord: Het voorstel van zowel WereldKidz als Onderwijsgroep GAVE is om in Groenpoort een kleine locatie voor een van de drie schoolbesturen te realiseren en ’t Speel-Kwartier buiten de vraagstelling te houden. Locatie Groenpoort De locatie Groenpoort voldoet daarmee niet aan de voorwaarden die Sweco stelt, namelijk een wijkgericht aannamebeleid. Bovendien is niet duidelijk welk schoolbestuur naar de nieuwe locatie zou moeten. Onze suggestie zou zijn om een eventuele onderwijsvoorziening in Groenpoort te zien als derde fase van het Ontmoetingshuis. Hierdoor is er een grotere mate van flexibiliteit, kan mogelijk meer gericht gestuurd worden op mobiliteit en blijft er wel
sprake van één onderwijsvoorziening in oost met gedeelde faciliteiten. Kortom stel vooral de kinderen uit Veenendaaloost centraal en niet zozeer naar welke school ze op dit moment gaan. ’t Speel-Kwartier Juist in ’t Speel-Kwartier zijn op dit moment al veel leerlingen uit Veenendaal-Oost aanwezig. Deze moeten in de vraagstelling meegenomen worden. De verschillende scholen afwijkend benaderen leidt tot een wijziging (=verschuiving) van de leerlingaantallen. Hierbij wordt het capaciteitsvraagstuk niet opgelost, maar wordt het alleen verplaatst. ’t Speel-Kwartier zelfstandig naar het Zuiderkruis verplaatsen is niet mogelijk, zie hiervoor de beantwoording van vraag 2B. 14. Ook de ouders zijn bij deze discussie betrokken en relevante stakeholder in dit proces. Kunt u de door ouders voorgestelde oplossingen en procesvoorstellen met de Raad delen, kunt u aangeven hoe u met deze voorstellen bent omgegaan en kunt u hier uw inhoudelijke duiding bij geven? Antwoord: Zie vraag 13. 15. U concludeert dat alleen scenario 4 juridisch afdwingbaar is.
Kunt u de juridische analyse van de vier scenario’s en van de door de schoolbesturen ingebrachte scenario’s delen met de Raad? Antwoord: Zonder goedkeuring van het schoolbestuur, is het niet mogelijk om de ruimtetoekenning in het Ontmoetingshuis onder de volgende waarde te verlagen: • Tamim: 1.956 m² (= 2.541 – 558 m²) • Balans: 835 m² • De Bron: 1.021 m² Alleen scenario 4 voldoet hieraan. Voor scenario 1, 2 en 3 is het wel mogelijk om de aanvullende onderwijshuisvesting aan het Zuiderkruis te realiseren, zonder dat er overeenstemming is met de schoolbesturen over de gewenste leerlingbeweging (zie beantwoording vraag 10) De aanvullende onderwijshuisvesting wordt wel benut. Eventueel kan in een later stadium alsnog de gewenste leerlingbeweging ingezet worden. 16. Wat zijn de kosten, de aandachtspunten en de mogelijkheden van het plaatsen van voldoende tijdelijke lokalen in de omgeving van Het Ontmoetingshuis vanaf de zomer 2023, om zo het aantal onderwijslocaties in de komende jaren te beperken? Antwoord:. Het formele antwoord is dat tijdelijke lokalen een voorziening is waarvoor een schoolbestuur voor 1 februari 2022 een aanvraag (huisvestingsprogramma 2023) had moeten indienen. Er is geen schoolbestuur die deze aanvraag heeft ingediendHet huisvestingsprogramma 2022 is inmiddels vastgesteld. De schoolbesturen hebben hierop geen zienswijze of bezwaar ingediend.
Wel is en wordt door de gemeente gezocht naar oplossingen voor het huidige knelpunt dat diverse ouders op dit moment ondervinden. Daarom is er extra ruimte beschikbaar gesteld op de Fuikenweide en het Tweespan. Deze extra ruimte voorziet in de ruimtebehoefte tot en met 2025. Ook gaan we op basis van het HEVO-rapport bezien hoe het Ontmoetingshuis geoptimaliseerd kan worden voor onderwijs. Mogelijk dient De Bron voor 1 februari 2023 een nieuwe aanvraag in voor 2024, omdat zij harder gegroeid zijn. Deze aanvraag zal dan opnieuw beoordeeld worden. Conform de verordening bedragen de kosten voor tijdelijke lokalen € 1.936,- per m². Dit is exclusief de grondkosten. Tot slot een praktische overweging: noodlokalen neerzetten binnen een half jaar is niet realistisch. Locaties liggen niet voor op rapen, Groenpoort is nog niet eens bouwrijp. Alleen al het aanvragen van nuts-voorzieningen duurt tegenwoordig al geregeld meer dan 6 maanden.