CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen en antwoorden CDA LV - bijlage Analyse HEVO

Raadscommissie 15 november 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsinformatiebrief inzake Onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost (RIB2022.122)6.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Analyse ontmoetingshuis Veenendaal

Opdrachtgever Gemeente Veenendaal Datum 29 september 2022 Referentie 1304803-0007.4.0 Auteur(s) mevrouw I. van de Craats MSc - HEVO B.V. de heer ir. G.P. Jacobs - HEVO B.V.

Foto: Aronsohn

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

www.hevo.nl

ISO 9001-gecertificeerd

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

info@hevo.nl

1.

Inleiding

3

2.

Historie en gebruik

3

3. 3.1. 3.2.

Programma van ruimten ontmoetingshuis BVO/FNO verhouding en tarra Vierkante meters per functie

4 4 4

4. 4.1. 4.2.

Onderwijsvisie en visie op samenwerking Consequenties van gekozen onderwijsconcepten Voorgenomen samenwerking in het ontmoetingshuis

7 7 8

5.

Constateringen gebruik en functionaliteit ontmoetingshuis

9

6. 6.1. 6.2. 6.3.

Oplossingsrichtingen Oplossingsrichtingen voor de korte termijn Gevolgen voor de vergelijking met de benchmark Structurele oplossingen voor de middellange termijn

10 10 11 12

7.

Indicatieve financiële vertaling

13

Bijlage 1: Ruimtelijst ontwerp LKSVDD 2016

14

Bijlage 2: Studie Onderwijshuis LKSVDD 2022

14

Bijlage 3: onderliggende berekeningen

15

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 2 van 16

1. Inleiding In Veenendaal-Oost is men voor de onderwijshuisvesting aangewezen op het Ontmoetingshuis. De toename van het aantal leerlingen gaat harder dan wat volgens de leerlingenprognose verwacht mocht worden. De capaciteit voor het onderwijsdeel van het Ontmoetingshuis is daardoor ontoereikend. Daarnaast speelt de discussie dat de schoolbesturen van mening zijn dat de beschikbare capaciteit in het Ontmoetingshuis niet effectief voor onderwijs ingezet kan worden. In voorliggend onderzoek worden de functionaliteit, het beoogd gebruik en het werkelijk gebruik van het ontmoetingshuis voor de onderwijsfunctie geanalyseerd. Uit voorliggend onderzoek volgt een oplossingsrichting en aanpak om te komen tot de benodigde wijzigingen die ervoor zorgen dat het gebouw goed als onderwijslocatie functioneert.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt beknopt stilgestaan bij de historie en afspraken die bij de totstandkoming van het ontmoetingshuis zijn gemaakt. Vervolgens wordt stilgestaan bij het huidige gebruik en ervaringen. In hoofdstuk 3 volgt een analyse van de voor onderwijs bestemde ruimten in het ontmoetingshuis. Het programma van ruimten op basis waarvan het ontmoetingshuis is ontworpen wordt vergeleken met tien referentieprojecten, grotendeels (integrale) kindcentra. In hoofdstuk 4 wordt omschreven hoe gekozen onderwijsconcepten en voorgenomen samenwerkingen in het ontmoetingshuis van invloed zijn geweest op de gebouwopzet. In hoofdstuk 5 volgen enkele constateringen over het huidige gebruik en de functionaliteit van het gebouw. Tot slot geeft hoofdstuk 6 diverse oplossingsrichtingen.

•

Het realiseren van podia voor volwassenen voor ontmoeting, ontspanning, ontplooiing en educatie. Om deze ambities te verwezenlijken is het Ontmoetingshuis gerealiseerd. Het Ontmoetingshuis is gebouwd op basis van een gezamenlijk vastgesteld Programma van Eisen (PVE). Bij de start in 2007 is een Programma van Eisen opgesteld en bij fase 2 in 2016 zijn deze afspraken herzien Dit is gebeurd in gezamenlijkheid tussen de gemeente en de drie schoolbesturen CPOV, Wereldkidz en GAVE.

Beoogd en werkelijk gebruik In het programma van eisen (PvE) in 2016 (bij fase 2) en in het ontwerp wat hieruit volgt is het uitgangspunt geweest dat er drie ‘soorten’ onderwijsruimte zijn: • Zelfstandig onderwijsruimte – vooral leerpleinen en klaslokalen • Onderwijsruimte gedeeld met de nadere scholen – ondersteunende voorzieningen zoals spreekruimten en personeelskamer • Onderwijsruimte gedeeld met het ontmoetingshuis (de beheerstichting) – twee speellokalen, de grote zaal, het technieklokaal en de lounge met kookvoorziening. Het uitgangspunt bij de totstandkoming van dit PvE en ontwerp was dat de drie scholen in samenspraak gezamenlijk gebruik zouden maken van de vierkante meters gedeelde onderwijsruimten. Het werkelijk gebruik is echter zo dat de scholen geen of nauwelijks gebruikmaken van de lounge en grote zaal.

2. Historie en gebruik Historie Bij de start van de planontwikkeling van Veenendaal-Oost zijn voor de maatschappelijke voorzieningen de volgende ambities geformuleerd: • Het aanbieden van integrale opvang-, onderwijs- en zorgarrangementen voor kinderen van 0-12 jaar uit Veenendaal-Oost vanuit een vraaggerichte en vraaggestuurde context van leren en ontwikkelen;

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 3 van 16

3. Programma van ruimten ontmoetingshuis Om het programma van ruimten van het ontmoetingshuis te analyseren is deze vergeleken met het programma van 10 referentieprojecten. In tabel 3.1 en 3.2 onderaan dit hoofdstuk zijn de referentieprojecten benoemd en de analyse van vierkante meters samengevat. Voor de referentieprojecten is uitgegaan van de vierkante meters zoals opgenomen in het programma van eisen. Voor het ontmoetingshuis is uitgegaan van de ruitmelijst van het ontmoetingshuis, zoals door LKSVDD gemaakt in 2016 (bijlage 1).

3.1. BVO/FNO verhouding en tarra Voor deze analyse is de verhouding van bruto vierkante meters ten opzichte van functioneel nuttige vierkante meters vergeleken. Om deze verhouding zuiver te kunnen berekenen is uitgegaan van het totale BVO van gebouwen (inclusief overig gebruik zoals kinderopvang of een gymzaal). Om deze reden zijn ook de functionele vierkante meters van het overig gebruik opgenomen in de tabel. De verhouding BVO/FNO is voor de referentieprojecten gemiddeld 1,42. Voor het ontmoetingshuis Veenendaal is de verhouding BVO/FNO 1,54. Dit betekent dat er naar verhouding minder functioneel nuttige vierkante meters in het gebouw zitten. De oorzaak hiervan is vooral een relatief hoog aandeel verkeersruimte (horizontaal en verticaal) en wat meer techniekruimte dan gebruikelijk. Het tarra oppervlak is met 9% van het totale BVO gelijk aan het gemiddelde van de referentieprojecten. •

Bruto Vloeroppervlak (BVO): Het bruto vloeroppervlak (bvo) is de totale vloeroppervlakte van het gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies, dus de buitenzijde van het gebouw inclusief buitenwanden, constructies en installaties, maar exclusief vides (groter dan 4 m²) (zoals omschreven in NEN 2580);

•

Functioneel Nuttig Oppervlak (FNO): de opsomming van functionele vierkante meters. Dit betreft enkel de ruimten die, in geval van de onderwijsfunctie, voor het onderwijs inzetbaar zijn. Het betreft dus bijvoorbeeld klaslokalen, leerpleinen, spreekkamers, een speellokaal en een aula. Ruimten die niet worden meegeteld zijn o.a. toiletten, garderobes, gangen, trappen en techniekruimten. De term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) komt als zodanig niet voor in de NEN 2580, maar gelet op het gebruik komt dit overeen met de term ‘woonoppervlak’.

•

Tarra: het oppervlakte wat besteed wordt aan constructie, schachten, wanden en gevels.

•

Normatieve ruimtebehoefte: de ruimtebehoefte berekend conform de verordening

3.2. Vierkante meters per functie In tabel 3.2 is weergegeven hoe de functioneel nuttige vierkante meters van het onderwijs zijn onderverdeeld over vier categorieën: onderwijs, onderwijs ondersteunend, kantoor/spreekruimte/personeel en berging. In de tekstkaders op de volgende pagina is omschreven welke typen ruimten on deze categorieën vallen. Voor alle referentieprojecten en het ontmoetingshuis zijn deze categorieën onderscheiden. Ten behoeve van de vergelijking is per categorie berekend hoeveel vierkante meters per leerling aan deze categorie is besteed. Uit het vergelijk van de referentiescholen en het ontmoetingshuis Veenendaal valt een aantal zaken op. • Ten eerste valt op dat het functioneel nuttig vloeroppervlak per leerling bij ontmoetingshuis Veenendaal (3,47 m2) lager ligt dan gemiddeld (4,14 m2). Dit is een logisch gevolg van het gegeven dat slechts één van de drie scholen in Veenendaal een vaste voet is toegekend i.c.m. de hoge BVO/FNO verhouding. • Het oppervlakte in de categorie onderwijs ligt met 2.51 m2 per leerling lager dan het gemiddelde (2,86 m2). Er is in totaal ca. 2.081 m2 FNO aan onderwijsruimten in het ontmoetingshuis, gemaakt voor 829 leerlingen.

Ter vergelijking rekenen we uit hoeveel vierkante meters FNO dit zou zijn als er voor het ontmoetingshuis 2,86 m2 functionele onderwijsruimte per leerling zou zijn, gelijk aan het gemiddelde van de referentieprojecten. In dat geval zou er 829 leerlingen x 2,86 m2 = 2.371 m2 FNO onderwijsruimte zijn. Dit is bijna 300 m2 meer dan er in werkelijkheid is. • De hoeveelheid onderwijs ondersteunende ruimten per leerling ligt dichtbij het gemiddelde. Een kanttekening hierbij is wel dat er voor de scholen in het ontmoetingshuis slechts één vaste voet is toegekend, en niet een vaste voet per school. Een logisch gevolg hiervan zou zijn om relatief minder vierkante meters te besteden aan ruimten zoals de zaal en lounge. Deze vierkante meters gaan namelijk ten koste van andere onderwijs vierkante meters. • De hoeveelheid kantoor/spreekruimte/personeelsruimte is naar verhouding erg laag. Er zijn in totaal 8 individuele spreek/kantoorruimten. Dit is voor het aantal leerlingen een redelijk goed aantal. Er is echter maar 1 personeelskamer, terwijl er drie scholen zijn. De personeelskamer is 55 m2 groot. Met part-time personeel, ondersteunende en medewerkers zul je bij een school van 829 leerlingen al snel op 60 medewerkers zitten en het zou nog meer kunnen zijn. Dat maakt de personeelskamer duidelijk te klein voor de omvang van de drie scholen.

onderwijshuisvesting.

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 4 van 16

•

Het aandeel vierkante meters wat ingezet wordt voor bergingen is ook relatief laag. Het is echter onduidelijk of er meer bergingen in het gebouw zijn die ook door de scholen mogen worden gebruikt. In de ruimtelijst zijn namelijk meer bergingen benoemd, die niet in een categorie zijn ingedeeld. Eén berging die niet in het onderdeel ‘scholen’ van de ruimtelijst wordt genoemd heet ‘berging scholen’. Deze is al wel meegeteld met de bergruimte voor de scholen.

Omschrijving van de categorieën die zijn onderscheiden in tabel 3.2.

Onderwijs: Instructieruimten Klaslokalen Leerpleinen Andere plekken waar lessen worden ‘ingeroosterd’

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Onderwijs ondersteunend Aula Techniek/kook/speciaal lokaal Speellokaal incl. berging Lounge/ontmoeting/café

Kantoor/spreekruimte/personeel: Directie Spreekruimten/IB/RT Personeelskamer Administratie conciërge

Berging: Berging leermiddelen Centraal magazijn Repro

Pagina 5 van 16

Tabel 3.1: Overzicht van BVO en FNO referentiescholen en ontmoetingshuis

Naam school De Parkschool en Ibn-i Sina Cortendijck/Saffier De Kroevendonk IKC van Harte De Zyp IKC De Klimboom Arentschool IKC De Stern Confetti Zeeheldenwijk GEMIDDELD

Plaats Arnhem Roosendaal Roosendaal Houten Arnhem Arnhem Rotterdam Rotterdam Arnhem Urk

Ontmoetingshuis ontwerp

Aantal scholen

Norm. ruimteAantal totaal behoefte leerlingen vaste voet onderwijs

Totaal BVO incl. overig gebruik

FNO school

FNO overig gebruik

Tarra m2

Tarra % van bvo

bruto / FNO factor

school FNO per leerling

2 2 1 1 1 1 1 1 1 2

505 239 350 220 248 285 350 400 335 500

400 400 200 200 200 200 200 200 200 400

2940 1602 1961 1307* 1447 1646 1961 2212 1890 2986

2945 2056 3083 2382 1535 1856 2200 3027 1906 3032

2091 1100 1546 975 962 1174 1437 1588 1322 2149

328 640 692 86 142 149 571 -

268 204 280 217 152 169 218 275 173 276

9% 10% 9% 9% 10% 9% 10% 9% 9% 9% 9%

1,41 1,44 1,41 1,43 1,46 1,41 1,39 1,40 1,44 1,41 1,42

4,14 4,60 4,42 4,43 3,88 4,12 4,11 3,97 3,95 4,30 4,19

3

829

200

4370

8743

2839

2811

771

9%

1,55

3,42

*Dit is ca. 50m2 meer dan waar de school recht op zou hebben conform de verordening voor dit leerlingaantal.

2 2 1 1 1 1 1 1 1 2

505 239 350 220 248 285 350 400 335 500

Referentie: 1304803-0007.4.0.

3

829

3,42

2,97 3,22 3,25 2,84 2,31 2,81 2,91 2,77 2,96 2,87

240 150 180 170 218 190 250 255 142 357

2,86 2081

2,51

0,48 0,63 0,51 0,77 0,88 0,67 0,71 0,64 0,42 0,71

260 115 160 117 126 120 106 128 124 267

0,63 456

0,55

0,51 0,48 0,46 0,53 0,51 0,42 0,30 0,32 0,37 0,53

92 65 70 64 44 64 57 97 64 90

0,44 200

0,24

le er lin g pe r

FN O on On de de al rst rwi ge e js m un ee en n d pe rl ee rli ng FN O sp ka re nto pe ekr or/ rs uim on te ee e ls n pe ka rl m ee er rli ng FN O ov Be er rgi ig ng en

le er lin g

O

1499 770 1136 624 574 800 1020 1108 992 1435

4,19

GEMIDDELD Ontmoetingshuis ontwerp

4,14 4,60 4,42 4,43 3,88 4,12 4,11 3,97 3,95 4,30

pe r

Plaats Arnhem Roosendaal Roosendaal Houten Arnhem Arnhem Rotterdam Rotterdam Arnhem Urk

school Aantal FNO per leerlingen leerling

FN

Naam school De Parkschool en Ibn-i Sina Cortendijck/Saffier De Kroevendonk IKC van Harte De Zyp IKC De Klimboom Arentschool IKC De Stern Confetti Zeeheldenwijk

Aantal scholen

on de rw ijs

Tabel 3.2: Overzicht analyse functionele onderwijsruimten op gebruikstype

0,18 0,27 0,20 0,29 0,18 0,22 0,16 0,24 0,19 0,18

0,21 102

0,12

Pagina 6 van 16

4. Onderwijsvisie en visie op samenwerking 4.1. Consequenties van gekozen onderwijsconcepten Om een beeld te krijgen bij de inzetbaarheid van de onderwijshuisvesting in het ontmoetingshuis is beknopt onderzocht in hoeverre het gebouw voor diverse onderwijsconcepten in te zetten is. Uit de plattegronden van het ontmoetingshuis is te concluderen dat er keuzes zijn gemaakt in het ontwerp op basis van verschillende onderwijsconcepten. In de onderwijs ‘torens’ zijn grofweg drie onderwijshuisvestingsconcepten te onderscheiden: 1. Relatief grote lokalen met een gang die enkele bedoeld is als verkeersruimte; 2. Lokalen van gemiddeld formaat waarbij drie tot vier lokalen een leerplein delen. Het leerplein is beperkt in omvang en waarschijnlijk vooral bedoeld voor uitwerking / samenwerking tussen instructies door, in kleine groepjes. 3. Enkele kleine instructieruimten (ca. 40 m2) rond grote leerpleinen. Een groot deel van de tijd wordt doorgebracht verspreid over de leerpleinen en instructieruimten, waarbij kinderen zelfstandig en in groepjes werken.

de noordzijde van het gebouw vooral geschikt voor scholen met een onderwijsconcept gericht op een variatie aan werkvormen en vrij weinig klassikaal onderwijs. De andere twee torens zijn juist minder geschikt voor dit type onderwijsconcept. Uiteraard leidt een wijziging van een onderwijsconcept of het toetreden van een nieuwe gebruiker altijd tot beperkte aanpassingen in het gebouw. Het verschil is dat de onderwijstoren aan de noordzijde grootschaliger zou moeten worden aangepast om hierin een school te huisvesten die (vooral) klassikaal onderwijs aanbiedt. De onderscheidde ruimten zijn namelijk te klein of te groot voor een gemiddelde klasgrootte.

Met name in het derde huisvestingsconcept van figuur 4.3 is de inrichting zeer bepalend voor het onderwijsconcept wat hierin past. Hierdoor is de onderwijstoren aan

Figuur 4.1: onderwijshuisvestingsconcept 1

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Figuur 4.2: onderwijshuisvestingsconcept 2

Figuur 4.3: onderwijshuisvestingsconcept 3

Pagina 7 van 16

4.2. Voorgenomen samenwerking in het ontmoetingshuis Er zijn verschillende manieren waarop scholen en kinderopvangorganisaties met elkaar kunnen samenwonen of samenwerken onder één dak. Het is belangrijk om tijdens de definitie- en ontwerpfase al goed na te denken over de mate waarin je wilt samenwerken. De opzet van het gebouw moet daar namelijk bij passen. In grote lijnen zijn er vier samenwerkingsvormen: • Back to back: Er is weinig sprake van samenwerking. Vanuit noodzaak worden wellicht enkele ruimten om de beurt gebruikt. • Face to face: Partijen staan hier al wat meer voor elkaar open en delen diverse ruimten. Kinderen komen elkaar ook hier en daar tegen.

“We zitten samen onder één dak, we delen misschien het speellokaal, maar komen elkaar verder niet tegen.”

“We passen goed bij elkaar, sommige ruimten delen we, maar we hebben onze eigen visie.”

“We doen veel samen, zowel onderwijskundig / pedagogisch als gebouwelijk. Expertises worden gedeeld, maar we blijven wel eigen organisaties.”

• •

Hand in hand: Partijen werken echt met elkaar samen. Zo wordt gebruikgemaakt van elkaars expertises en is er niet zo’n harde lijn tussen ‘dit is van mij en dat is van jou’. Cheek to cheek: Van buitenaf is (bijna) niet meer zichtbaar dat er verschillende organisaties zijn. Alles (onderwijs, opvang, zorg) wordt vanuit één visie en één leiding georganiseerd.

Het ontwerp voor het ontmoetingshuis Veenendaal heeft veel weg van een ontwerp voor scholen en kinderopvangorganisaties die ‘face to face’ willen samenwerken. Scholen, kinderopvang en BSO hebben duidelijk hun eigen gebouwdelen, maar komen elkaar in de gangen tegen. Bovendien delen zij de speellokalen, de zaal, een technieklokaal en de lounge met elkaar.

“We gaan alles samen doen. Opvang, onderwijs, zorg, we vormen één organisatie. Echt een integraal kindcentrum.”

De samenwerking tussen de school Tamim en kinderopvang Luna uit zich in de werkelijkheid ook als zodanig. De samenwerking tussen de drie scholen onderling kenmerkt zich echter meer als ‘back to back’. Hoewel de speellokalen wel worden gebruikt, worden de andere gedeelde ruimten niet door de scholen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat een aanzienlijk deel van de vierkante meters die bedoeld zijn voor het onderwijs niet als zodanig worden gebruikt. Dit is één van de redenen dat de scholen een tekort aan functionele ruimte ervaren. De onderwijshuisvesting wordt anders gebruikt dan hoe het in 2016 bedacht is. Er was ten tijde van het eerste PvE (2007) sprake van twee scholen, in 2016 werden het drie scholen. Dit heeft waarschijnlijk invloed gehad op de complexiteit van samenwerken, wat wellicht in 2016 nog niet is geconstateerd.

Figuur 4.4: Verschillende vormen van samenwerking in een gedeeld gebouw

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 8 van 16

5. Constateringen gebruik en functionaliteit ontmoetingshuis Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen een aantal constateringen ten aanzien van het gebruik en de functionaliteit van het ontmoetingshuis Veenendaal op een rij worden gezet. 1. In het ontmoetingshuis zijn drie scholen gehuisvest, slechts voor één school is een vaste voet gerekend. De vaste voet is bedoeld voor onderwijs ondersteunende ruimten zoals een speellokaal of aula, maar ook een personeelskamer en spreekruimten. De scholen hebben deze voorzieningen alle drie nodig, ondanks dat ze sommige centrale voorzieningen goed kunnen delen. Het aanbod aan personeelsruimte, kantoren en spreekruimten lijkt in het ontmoetingshuis vrij laag, zie verder punt 4 van dit hoofdstuk. 2. Het ontmoetingshuis heeft een hoge BVO/FNO factor, wat ertoe leidt dat de beschikbare functioneel nuttige vierkante meters voor het onderwijs laag zijn. Dit blijkt uit een vergelijking met programma’s van eisen van andere scholen. 3. De beschikbare onderwijsruimte (lokalen en leerpleinen) per leerling is in vergelijking met de referentieprojecten aan de lage kant. Dit is vermoedelijk het gevolg van de twee bovenstaande punten. 4. De beschikmare vierkante meters voor personeelsruimten, kantoren en spreekruimten per leerling is ook laag in vergelijking met de referentieprojecten. Met name de personeelsruimte is te klein.

Een tweede personeelsruimte of een grotere gedeelde ruimte zou wenselijk zijn. 5. Hetzelfde geldt voor bergruimte, welke relatief gezien wat minder aanwezig is dan bij de referentieprojecten. 6. Over de gezamenlijke ruimten (met name de zaal en lounge) zijn een aantal constateringen te benoemen: a. Er zijn veel vierkante meters naar deze ruimten gegaan. De zaal en lounge zijn samen ca. 380 m2, waarvan ca. 270 m2 wordt toebedeeld aan de scholen. Niet buitensporig veel op basis van het aantal leerlingen, maar tenzij deze ook dagelijks integraal worden ingezet voor het onderwijs, is dit zonde van de vierkante meters. Bovendien is de zaal i.c.m. het podium/speellokaal zo groot dat iedere individuele school er vermoedelijk met alle leerlingen in past. De vraag is hoe vaak dit gebeurt (bijvoorbeeld alleen bij de Sinterklaasviering en de groep 8 musical?). De

Referentie: 1304803-0007.4.0.

7.

8.

overweging is of je zo veel vierkante meters zou willen besteden aan de zaal, terwijl je die vierkante meters ook voor klaslokalen en leerpleinen zou kunnen inzetten. b. De realiteit is dat de ruimten niet of nauwelijks worden ingezet voor het onderwijs. De scholen maken geen gezamenlijk gebruik van deze ruimten en er is verder ook weinig sprake van samenwerking. Dit zorgt ervoor dat er minder vierkante meters worden gebruikt voor het onderwijs dan wat vooraf was voorzien. Een gevolg is dat de scholen een functioneel ruimtetekort ervaren. De drie ‘onderwijstorens’ zijn volgens verschillende onderwijsconcepten ingericht. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het zegt wel iets over de flexibiliteit van de huisvesting om voor een ander onderwijsconcept ingezet te worden. Dit speelt vooral voor de onderwijstoren aan de noordzijde, welke is ingericht op het onderwijsconcept van Tamim. De leerlingaantallen nemen toe, wat logischerwijs ook druk uitoefent op de ruimtebehoefte. Dit versterkt het ervaren ruimtetekort in het ontmoetingshuis.

Een constatering van compleet andere aard heeft te maken met de opbouw van het ruimtelijk functioneel PvE uit 2016. In het exceldocument ‘V1523’ met de naam ‘overzicht ruimtelijk programma van eisen’ van 19 januari 2016 wordt een ongebruikelijke methode toegepast om het aantal onderwijs vierkante meters te bepalen. Er wordt geconstateerd dat er doorgaans 25 leerlingen in een groep zitten en dat de richtlijn voor een lokaal 56 m2 is. Vervolgens wordt geconcludeerd dat er 56 / 25 = 2,24 m2 nuttig oppervlak onderwijs per leerling nodig is. Deze benadering leidt mogelijk tot een verkeerd inzicht in de benodigde onderwijsruimten. Het is namelijk puur op het onderwijslokaal gericht, waardoor andere ruimten die nodig zijn voor het onderwijs (zoals spreekruimte, verwerkingsruimte op de gang, leerplein, etc.) worden gepasseerd. Ook is het een risico om uit te gaan van een gemiddelde van 25 leerlingen, omdat er ook wel eens grotere klassen zijn, bijvoorbeeld wanneer het nodig is om een combinatieklas te maken. Via deze benadering wordt dus voorbij gegaan aan verschillende onderwijsconcepten en benodigde ruimten en kan de illusie worden gewekt dat er nog veel vierkante meters beschikbaar zijn voor algemene ruimten, circulatieruimten, etc. Het is niet met zekerheid te zeggen of deze benadering echt (negatieve) gevolgen heeft gehad op hoe het ontwerp tot stand is gekomen.

Het is wel duidelijk dat er uiteindelijk meer dan 2,24 m2 nuttig oppervlak onderwijs per leerling is gerealiseerd, zoals te zien in tabel 3.2.

Pagina 9 van 16

6. Oplossingsrichtingen

2.

U heeft ons verzocht mee te denken in oplossingsrichtingen om het ontmoetingshuis beter te laten aansluiten bij de ruimtebehoefte van het onderwijs. Wij maken bij deze oplossingsrichtingen onderscheid tussen oplossingen voor de korte termijn en structurele oplossingen voor de middellange termijn.

Een meer ingrijpende manier om dichterbij de onderwijstorens onderwijsruimte te creëren is het opnieuw inrichten van de hal en multifunctionele ruimte nabij de hoofdentree. Door de hoofdentree naar links te verplaatsen (i.v.m. toegang tot de sportfuncties), kan rond de huidige hoofdentree onderwijsruimte gecreëerd worden (zie figuur 6.1).

6.1. Oplossingsrichtingen voor de korte termijn Zoals uit voorgaande hoofdstukken volgt kan geconstateerd worden dat de beschikbare onderwijsruimte per leerling laag is in vergelijking met de benchmark. Er zijn diverse theoretische en praktische denkrichtingen op basis waarvan de beschikbare onderwijsruimte voor de scholen vergroot kan worden, met beperkte ingrepen. Een eerste denkrichting is om één van de speellokalen in te zetten als onderwijslokaal, maar dit lukt niet qua bezetting van de speellokalen i.v.m. het hoge leerlingaantal en daaruit volgende klokuren bewegingsonderwijs. Ingrepen die wel denkbaar en realistisch zijn staan hieronder opgesomd. De eerste punten leiden daadwerkelijk tot bouwkundige aanpassingen in het gebouw, de laatste drie gaan (ook) over organisatorische wijzigingen. De toelichting van de berekeningen die zijn gemaakt voor deze oplossingsrichtingen is te vinden in bijlage 3. 1.

Er diverse ruimten die zonder intensieve verbouwing in functie gewijzigd kunnen worden naar onderwijsruimte. De scholen kunnen deze ruimten dan effectief benutten als groepsruimten en/of leerpleinen voor het onderwijs. De ruimten waarvoor dit mogelijk is, zijn grotendeels aangeduid in bijlage 2. a) De multifunctionele ruimte nabij de hoofdentree van het ontmoetingshuis kan ingezet worden als groepsruimte; b) De lounge kan opgesplitst worden en ingezet worden als twee groepsruimten (wij hebben begrepen dat de lounge als tijdelijke voorziening al als zodanig wordt gebruikt); c) Diverse ruimten op de tweede verdieping die nu in gebruik zijn door de beheerstichting kunnen omgebouwd worden tot onderwijsruimten. De afmetingen van deze ruimten sluiten echter matig aan bij de behoefte voor een groepsruimte onderwijs (omdat ze lang en smal zijn) en de ruimten liggen op grote afstand van de onderwijstorens.

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Figuur 6.1: Mogelijkheid om middels een verbouwing onderwijsruimte in het entreegebied van het ontmoetingshuis te realiseren (contouren ruimten zijn indicatief)

Door organisatorisch aanpassingen door te voeren met als gevolg een lager leerlingaantal wat gehuisvest is in het ontmoetingshuis, gaat de hoeveelheid beschikbare ruimte per leerling automatisch omhoog. 3.

Momenteel is het zo dat de speellokalen, de zaal en het technieklokaal voor 80% zijn toebedeeld aan het onderwijs en de lounge voor 60%. De overige vierkante meters tellen mee in het ontmoetingshuis. Een theoretisch benadering is om de speellokalen voor 100% toe te wijzen aan het onderwijs en de zaal en lounge aan het onderwijs te onttrekken. Door deze wijziging daalt het aantal vierkante meters BVO voor de scholen naar 3.978 m2. Een onderwijsgebouw van 3.978 m2 bvo met één vaste voet staat normatief gezien gelijk aan 752 leerlingen. Aangezien het leerlingaantal daalt, maar de beschikbare ruimte in de categorieën onderwijs,

Pagina 10 van 16

4.

5.

kantoor/spreekruimte/personeel en berging/overig gelijk blijven, is er per leerling meer ruimte beschikbaar in deze categorieën. Dit brengt het ontmoetingshuis dichterbij het gemiddelde van de benchmark voor die categorieën. Een belangrijke kanttekening is dat er geen ruimte met aula- of ontmoetingsfunctie meer overblijft tot de beschikbaarheid van de scholen, wat voor een onderwijsgebouw van deze omvang niet wenselijk is. In hoofdstuk vijf is geconstateerd dat er naar verhouding weinig beschikbare onderwijs vierkante meters zijn. Daarnaast zijn er, gegeven het feit dat er slechts voor één van de drie scholen een vaste voet is toegekend, veel vierkante meters naar ondersteunende functies gegaan (lounge, zaal, podium). Een mogelijk scenario is om, naast het toevoegen van vierkante meters onderwijs (zoals in punt 2 en 3), vierkante meters van de zaal en/of lounge aan het onderwijs te onttrekken. Hier zou in overleg tussen gemeente en schoolbesturen voor kunnen worden gekozen als manier om functionele onderwijsruimte toe te voegen zonder het totale oppervlak BVO van de scholen te verhogen. Tot slot heeft het effect wanneer een tweede school een vaste voet wordt toegekend, door hier een hoofdlocatie van te maken. De hoeveelheid onderwijs ondersteunende vierkante meters past immers beter bij een situatie waar twee scholen een vaste voet hebben.

De extra 200 vierkante meter vaste voet moet natuurlijk wel ergens vandaan komen. Een mogelijkheid kan zijn om het aantal leerlingen in het ontmoetingshuis met 40 leerlingen te minderen, theoretisch gezien komt er dan 40 leerlingen * 5,03 m2 = 201 m2 beschikbaar. In de praktijk betekent het dat dezelfde onderwijsruimten kunnen worden gebruikt voor een lager leerlingaantal, waardoor er dus meer ruimte per leerling is. De vraag is of de functionele opzet van de onderwijstorens hier echt door verbetert, gezien de ruimtelijke verdeling over drie scholen. Dit zou in overleg met de schoolbesturen nader onderzocht moeten worden.

6.2. Gevolgen voor de vergelijking met de benchmark Een kanttekening bij deze denkrichtingen en beoogde ingrepen in het gebouw is dat deze doorgaans niet ten gunste komen van de functionaliteit en kwaliteit van het onderwijs. De ruimten die ‘omgebouwd’ worden voor het gebruik door onderwijs zijn daar niet voor ontworpen en hebben ook niet allemaal een logische ruimtelijke relatie met de onderwijstorens.

Referentie: 1304803-0007.4.0.

De oplossingsrichtingen bij punt 1 en 2 leveren wel effectief functionele onderwijs vierkante meters op. Er wordt namelijk onderwijsruimte gecreëerd in ruimten die voorheen niet aan de scholen waren toegekend. Het creëren van meer onderwijsruimte zal leiden tot een beschikbaarheid van onderwijsruimte per leerling die beter aansluit bij de benchmark. Voor diverse oplossingsrichtingen zal een combinatie van de twee tabellen van de benchmark zoals gepresenteerd in hoofdstuk 3 opnieuw worden ingevuld, om te laten zien welke cijfers na doorvoeren van de wijziging beter aansluiten bij de benchmark. Deze analyse wordt gedaan voor onderstaande oplossingsrichtingen: 1. Bestaande ruimten van het ontmoetingshuis geschikt maken als onderwijsfunctie a. Multifunctionele ruimte als onderwijsruimte inzetten b. Lounge opsplitsen en als onderwijsruimte inzetten c. Diverse ruimten op de tweede verdieping geschikt maken als onderwijsruimte 2. Drie nieuwe onderwijslokalen realiseren ter plaatse van de hal en multifunctionele ruimte op de begane grond 3. speellokalen volledig toekennen aan de scholen en de grote hal en lounge onttrekken aan het onderwijs, met als uitgangspunt dat er minder leerlingen in het gebouw zitten, namelijk 752. 4. Voor optie 1c en 2 wordt ook uitgerekend wat er gebeurt in de vergelijking met de benchmark als de lounge en/of zaal onttrokken worden aan het onderwijs. 5.

Een tweede school wordt hoofdlocatie, krijgt een vaste voet van 200 m 2 en als gevolg hiervan worden 40 leerlingen elders gehuisvest. 6. De combinatie van onderdeel 3 en 5 wordt ook doorgerekend. Bovenstaande oplossingsrichtingen zijn allen doorgerekend in vierkante meters, om te kunnen zien wat er verandert in de vergelijking met het gemiddelde van de benchmark, ten opzichte van de huidige opzet en organisatie van het ontmoetingshuis. In tabel 6.1 is per oplossingsrichting inzichtelijk gemaakt hoe deze impact heeft op de FNO en BVO en op de beschikbare ruimte per leerling in de diverse categorieën. Logischerwijs betekent een hoeveelheid vierkante meters per leerling dat dichterbij het gemiddelde van de benchmark ligt een verbetering. Er zijn diverse oplossingen die ervoor zorgen dat de beschikbare vierkante meters per leerling in de categorie onderwijs sterk verbetert. Tegelijkertijd hebben diverse oplossingen ook een negatief gevolg voor de beschikbare ‘onderwijs ondersteunende’ vierkante meters. Dit is allemaal terug te zien in tabel 6.1.

Pagina 11 van 16

4,19

GEMIDDELD Ontmoetingshuis ontwerp

Oplossing 1a Oplossing 1b Oplossing 1c Oplossing 2 Oplossing 3 Oplossing 4 i.c.m. 1c Oplossing 4 i.c.m. 2 Oplossing 5 Oplossing 5 i.c.m. 3

829 829 829 829 829 752 829 829 789 712

200 200 200 200 200 200 200 200 400 400

4370 4370 4370 4370 4370 3983 4370 4370 4369 3981

2839 2899 2848 3083 3007 2606 2815 2842 2839 2606

2811 2751 2802 2567 2643 3044 2835 2808 2811 3044

4343 4435 4358 4717 4600 3987 4308 4348 4343 3987

-27 65 -12 348 231 4 -62 -22 -25 6

6.3. Structurele oplossingen voor de middellange termijn Voordat over concrete oplossingen voor de middellange termijn kan worden gesproken is het belangrijk om met de scholen, kinderopvang, bso en beheerstichting in gezamenlijkheid een aantal onderwerpen te onderzoeken: • Wie worden of blijven gebruiker van het ontmoetingshuis op de korte, middellange en lange termijn? • Hoeveel kinderen en hoeveel klassen / groepen betreft het dan? • Welk onderwijsconcept hebben de scholen? Willen de scholen dit onderwijsconcept blijven toepassen of zijn er ambities om hier verandering in aan te brengen? Wat betekent het beoogd onderwijsconcept voor de huisvesting die zij nodig hebben? • Welke activiteiten gaan plaatsvinden in het gebouw? Welke ruimten zijn hiervoor nodig? Met welke frequentie? • In hoeverre willen de gebruikers met elkaar samenwerken? Zowel de scholen onderling als de school/scholen met kinderopvang en BSO. Hoe uit zich deze samenwerking? Voor welk type ruimten is het realistisch om uit te gaan van gedeeld gebruik en voor welk type ruimten is dat niet zo?

Referentie: 1304803-0007.4.0.

3,42 3,50 3,44 3,72 3,63 3,47 3,40 3,43 3,60 3,66

2,86 2081 2141 2193 2325 2249 2081 2325 2249 2081 2081

2,51 2,58 2,64 2,80 2,71 2,77 2,80 2,71 2,64 2,92

0,63 456 456 354 456 456 223 188 291 456 223

0,55 0,55 0,43 0,55 0,55 0,30 0,23 0,35 0,58 0,31

0,44 200 200 200 200 200 200 200 200 200 200

0,24 0,24 0,24 0,24 0,24 0,27 0,24 0,24 0,25 0,28

le er lin g pe r

FN O on On de de al rst rwi ge e js m un ee en n d pe rl ee rli ng FN O sp ka re nto pe ekr or/ rs uim on te ee e ls n pe ka rl m ee er rli ng FN O ov Be er rgi ig ng en

le er lin g

school BVO +/FNO per normatief leerling

pe r

BVO school

O

FNO overig gebruik

FN

Naam school

Norm. ruimteAantal totaal behoefte FNO leerlingen vaste voet onderwijs school

on de rw ijs

Tabel 6.1: Effecten van oplossingsrichtingen in vergelijking met de benchmark

0,21 102 102 102 102 102 102 102 102 102 102

0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 0,14 0,12 0,12 0,13 0,14

Het komt erop neer dat het raadzaam is om, in samenspraak, een herijking van het PvE voor het onderwijs-deel van het ontmoetingshuis op te stellen. Het is belangrijk om eerst een visie op onderwijsconcepten en samenwerking vast te stellen, daarna te bepalen wat dit vraagt van de gebouwopzet en als laatste stap te onderzoeken wat mogelijk is binnen de beperkingen (en kansen) van het bestaande gebouw. Deze werkwijze hoeft niet hoeft te leiden tot ingrijpende aanpassingen in het gebouw, maar is enkel bedoeld als wijze om goed na te denken over de toekomst en een juiste en structurele oplossing te kiezen. Door LKSVDD is in mei 2022 al een eerste studie gedaan (bijlage 2). Hierin is voornamelijk onderzocht welke ruimten in het ontmoetingshuis als aanvullende onderwijsruimten zouden kunnen worden ingezet, om de toenemende leerlingaantallen op te vangen. Daarnaast is een scenario onderzocht waarin één van de scholen naar een andere locatie verhuist en de overgebleven onderwijsruimte opnieuw wordt verdeeld. Zodra de visie voor het onderwijs en de kinderopvang in het ontmoetingshuis en de beoogde samenwerking stevig staat, kan met behulp van de studie van LKSVDD onderzocht worden met welke (beperkte) ingrepen het gebouw functioneel beter inzetbaar wordt gemaakt.

Pagina 12 van 16

7. Indicatieve financiële vertaling De oplossingen die leiden tot bouwkundige aanpassingen aan het gebouw zijn in dit hoofdstuk ook indicatief financieel doorberekend. In tabel 7.1 is te zien welke ingrepen benodigd zijn per oplossingsrichting en wat de totale indicatieve kosten zijn van deze ingrepen. Uiteraard zal nader onderzoek en een precieze omschrijving van de ingrepen benodigd zijn alvorens de werkzaamheden in gang te zetten. Tabel 7.1: Indicatieve financiële vertaling van de oplossingsrichtingen

Oplossing

Globale ingrepen

1a multifunctionele ruimte

• Eén dubbele deur dichtzetten, andere vervangen door een pui met enkele deur en zijraam; • Elektrotechnische aanpassingen t.b.v. ICT (o.a. aansluitpunten digiboard); • Eerste inrichting klaslokaal; • Lichtwering voorzien aan binnenzijde; Aanname is dat ventilatie voldoende is en zonwering aanwezig zijn. • Lange wand en tussenwand plaatsen; • Elektrotechnisch: splitsen schakeling licht, aanpassen lichtbakken, beide lokalen voorzien van aansluitpunten waaronder Digibord aansluitpunten; • Eerste inrichting klaslokaal; • Aanpassen luchtinstallatie kanalenwerk; • Aanpassen plafond als gevolg van bovengenoemde ingrepen; Aanname is dat zonwering aanwezig/overbodig is en dat de hoofdinstallatie van het gebouw voldoende luchtdebiet heeft.

1b Lounge

1c Ruimten 2e verdieping 2 Nieuwe lokalen creëren in hal begane grond

Indicatieve totaalkosten € 22.500,-

€ 45.000,-

De ingrepen en aanname zijn gelijk aan oplossing 1a, maar dan worden er vier ruimten gerealiseerd. De kosten worden dus vermenigvuldigd met vier.

€ 90.000.-

• Sloopwerk huidige entree en multifunctionele ruimte; • Plaatsen nieuwe binnenwanden voor drie lokalen; • Plaatsen nieuwe hoofdentree; • Aanleggen nieuwe lucht- en verwarmingsinstallatie; • Elektrotechnisch: schakelpunten, databekabeling incl. aansluitpunten digiborden en lichtarmaturen; • Aanleggen nieuwe plafondafwerking; • Aanhelen overgang nieuwe ruimten naar gang en centrale hal; • Eerste inrichting klaslokaal; • Vloerafwerking nieuwe lokalen; • Open gevel gedeeltelijk voorzien van folie; • Lichtwering voorzien aan binnenzijde; Aanname is dat zonwering aanwezig/overbodig is en dat de hoofdinstallatie van het gebouw voldoende luchtdebiet heeft.

€ 150.000,-

Bedragen zijn incl. btw en prijspeil 07-2022.

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 13 van 16

Bijlage 1: Ruimtelijst ontwerp LKSVDD 2016

Bijlage 2: Studie Onderwijshuis LKSVDD 2022

Wordt als separate bijlage meegeleverd.

Wordt als separate bijlage meegeleverd.

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 14 van 16

Bijlage 3: onderliggende berekeningen Omrekenen naar bruto vierkante meters In de oplossingsrichtingen hebben we het over functionele vierkante meters (FNO), zoals het toevoegen van een klaslokaal. Voor de vergelijking met de benchmark in tabellen 6.1 en 6.2 is ook per oplossingsrichting omgerekend hoeveel bruto vierkante meters (BVO) het onderwijs tot haar beschikking heeft. Hiervoor is gerekend met een gemiddelde tussen de werkelijke bruto/FNO factor in het ontwerp van het gehele ontmoetingshuis (1,55) en de bruto/FNO factor waarmee in het PvE is gerekend (1,51). We komen dan uit op een bruto/FNO factor van 1,53. Oplossing 1a: het multifunctioneel lokaal op de begane grond wordt een onderwijsruimte Deze ruimte van 59 me wordt opgeteld bij de onderwijs vierkante meters. In de ‘FNO overige ruimten’ is te zien dat het deze ruimte in mindering is gebracht. De ruimte gaat immers van ontmoetingshuis naar onderwijs. Oplossing 1b: De lounge omzetten naar twee klaslokalen Functioneel komt er de oppervlakte van twee klaslokalen (112 m2) bij in het onderwijs. De lounge is groter dan dat, maar een deel van de vierkante meters zal verloren gaan aan wanden en circulatieruimte. 112 m2 functioneel wordt dus opgeteld bij de categorie onderwijs. De 60% van de lounge die in de huidige situatie meetelt in de categorie onderwijs ondersteunend wordt in mindering gebracht.

Oplossing 3: Speellokalen volledig toekennen aan scholen en zaal en lounge onttrekken Om dit te berekenen in tabel 6.1 zijn de functionele vierkante meters in de categorie ‘onderwijs ondersteunend’ gewijzigd. In plaats van 80% van de speellokalen wordt nu 100% meegerekend en in plaats van 80% van de zaal en 60% van de lounge worden deze helemaal niet meegeteld. Omgerekend naar bvo met bovengenoemde factor 1,53 wordt het bruto vloeroppervlak 3.887 m2. Teruggerekend op basis van één vaste voet is dit geschikt voor 752 leerlingen, met zoveel leerlingen wordt dus gerekend. Oplossing 4: een vorm van 1c, waar de hal en lounge worden onttrokken aan het onderwijs De berekening is gelijk als bij oplossing 1c, alleen dan worden de zaal en lounge niet meer meegerekend als FNO onderwijs ondersteunend. Oplossing 4: een vorm van 3, waar de hal wordt onttrokken aan het onderwijs De berekening is gelijk als bij oplossing 2, alleen dan wordt de zaal niet meegerekend in FNO onderwijs ondersteunend. De Lounge blijft er wel bij staan, wat ervoor zorgt dat de beschikbare vierkante meters BVO aardig kloppen, normatief gezien. Oplossing 5 en 5 i.c.m. 3: uitgaan van een tweede hoofdlocatie incl. vaste voet Geen aanvullende toelichting t.o.v. reeds omschreven in hoofdstuk 6.

Oplossing 1c: Er worden vier onderwijsruimten gerealiseerd op de tweede verdieping Deze ruimten zijn bij elkaar opgeteld (rekening houdend met circulatieruimte) 245 m 2 functioneel. Deze vierkante meters komen er dus bij in de categorie onderwijs en worden in mindering gebracht bij ‘overig gebruik’, omdat ze niet meer bij het ontmoetingshuis horen. Oplossing 2: er worden drie nieuwe onderwijsruimten gerealiseerd op de begane grond bij de hal De drie onderwijsruimten zijn samen 168 m2 en worden opgeteld bij de categorie onderwijs.

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 15 van 16

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 29 september 2022

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch

Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch

T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1304803-0007.4.0.

Pagina 16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12055664/2