SV2023.19 CDA Onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Aan het College van Burgemeester en Wethouders, gemeente Veenendaal Per e-mail.
Betreft: Goed onderwijs verdient een mooi schoolgebouw
Veenendaal, 12 oktober 2023 Geacht college,
Voor het CDA is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Kinderen verdienen goed onderwijs. En schoolgebouwen moeten bijdragen aan goed onderwijs. Voldoende ruimte, frisse lucht, goede sanitaire voorzieningen en een prettig binnenklimaat, zodat kinderen goed kunnen leren en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Daarnaast vinden wij duurzaamheid bij publiek vastgoed een belangrijk aandachtspunt, ook bij scholen. Op 3 oktober j.l. ontvingen wij uw bericht aan de gemeenteraad waarin u aangeeft dat de uitvoering van nieuwbouw van scholen onder druk staat. Tegelijk constateerden wij eerder dat veel van de huidige schoolgebouwen niet aansluiten bij de ruimtebehoeften en kwaliteitseisen van de aldaar gehuisveste scholen. En die huisvesting is een wettelijke taak van de gemeente. Wanneer wij kijken naar de huidige schoolgebouwen die we in Veenendaal hebben, dan zien we een beperkt aantal mooie nieuwe gebouwen en een groot aantal verouderde panden die niet aansluiten bij de behoefte van scholen: sommige gebouwen zijn te groot, andere gebouwen juist veel te klein. Daarnaast zijn een aantal gebouwen sterk verouderd en daarmee niet duurzaam en in sommige gevallen door technische problemen erg duur in het onderhoud. En dat geld dat de school extra uitgeeft aan onderhoud gaat dan dus niet naar onderwijs aan onze kinderen.
Verder is in het raadsakkoord aangegeven dat voor goede onderwijshuisvesting extra investeringen nodig zijn. Om die reden is het IHP opgenomen in de lijst met belangrijke onderwerpen voor de integrale afwegingen. Voor het CDA was die constatering een belangrijke reden om het raadsprogramma te steunen. Toch meldt het college nu al dat er door gebrek aan financiële middelen nog eens kritisch naar het uitvoeringsprogramma moet worden gekeken, terwijl die integrale afweging nog moet plaatsvinden. De fractie van het CDA heeft hierbij de volgende vragen: 1. Kunt u in het proces om te komen tot een nieuwe IHP ook terugkijken met de schoolbesturen naar de oorzaken van de lange discussies om tot de juiste locaties en omvang van gebouwen te komen? En kunt u aangeven wanneer u de Raad informeert over de uitkomsten van deze evaluatie? 2. In hoeverre speelt de door de gemeente verlangde samenwerking tussen verschillende organisaties in een IKC een rol bij het ontstaan van de in de RIB genoemde vertragingen bij nieuwbouw? En wegen de beoogde voordelen1 van de vorming van Integrale Kindcentra naar uw mening nog op tegen de nadelen2? 3.
In hoeverre kan 1 schoolbestuur het bouwheerschap op zich nemen, zoals beschreven in de RIB van 3 oktober als mogelijkheid om nieuwbouw te versnellen, wanneer de gemeente juist streeft naar de bouw van IKC’s waarin meerdere scholen en kinderopvangorganisaties zijn gevestigd? Past het bouwheerschap van 1 schoolbestuur bij de aard van de beoogde samenwerking en kunt u schetsen 1 Bij voordelen denken wij in ieder geval aan de doorgaande leerlijnen tussen scholen en opvang en aan een financieel voordeel doordat
faciliteiten worden gedeeld. 2 Bij nadelen denken wij in ieder geval aan de soms stroeve samenwerking binnen het IKC; veel tijd nodig om tijdens bouwproces en na ingebruikname af te stemmen tussen gebruikers, deelnemers die op dezelfde momenten schoolpleinen en sportfaciliteiten willen benutten, wat samenwerking onder druk zet, enz.
4.
5. 6. 7.
hoe u dit in de praktijk voor u ziet, gegeven de, op punten tegenstrijdige, belangen van de beoogde gebruikers van een IKC? Het door omstandigheden uitstellen van nieuwbouw zorgt ook voor een financieel voordeel voor de gemeente, doordat afschrijvingen later starten en de Uitvoeringsagenda Onderwijshuisvesting in zijn geheel wordt uitgesteld. Hoeveel geld wordt er op deze wijze bespaard t.o.v. de gepresenteerde financiële impact bij het vaststellen van het huidige IHP in de gemeenteraad, gerekend over de hele looptijd van het IHP? En gerekend over de looptijd van de huidige Uitvoeringsagenda? En op welke wijze zijn deze besparingen in de gemeentelijke financiën verwerkt? Welke impact heeft het uitstellen van de genoemde IKC’s op het onderwijs van de betrokken scholen? Hoe verhoudt het proces om te komen tot een nieuw IHP zich tot het voortdurende uitstel van de Integrale financiële afweging? En welke knelpunten levert dit op? Hoe komt het college tot haar conclusie zoals geformuleerd in de RIB van 3 oktober 2023 dat de ‘grote ambities in het IHP (in 40 jaar tijd vernieuwing van de vastgoedportefeuille voor onderwijsvastgoed) opnieuw tegen het licht moet worden gehouden’, gegeven het feit dat de integrale afweging zoals vastgelegd in het raadsakkoord nog steeds niet heeft plaatsgevonden?
Wij zien uit naar de beantwoording. Met vriendelijke groet, Namens de fractie van het CDA Veenendaal,
Mark Ruitenbeek