SV2023.1 Schriftelijke vragen CDA inzake verzet tegen nieuwbouw op grote hoogte
Tekst van het document
Aan het College van Burgemeester en Wethouders, gemeente Veenendaal Per e-mail.
Betreft: Verzet tegen nieuwbouw op grote hoogte Veenendaal, 16 januari 2023 Geacht college, Ruim twee jaar geleden stelde de gemeenteraad de omgevingsvisie vast. Inmiddels zijn diverse projecten in een vroeger of later stadium in de gemeenteraad en bij omwonenden voorbijgekomen. De fractie van het CDA is bezorgd over het grote aantal klachten die wij de afgelopen maanden hebben ontvangen, met een opvallende piek in de kerstvakantie. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Boompjesgoed hebben wij ons verwonderd over de hoogte en het gebrek aan positieve bijdrage van het project voor de wijk, zoals ik namens het CDA ook heb uitgesproken in een stemverklaring in de Raad van november 2022. Omwonenden en de molenaar hebben grote zorgen over de bouwhoogte en de voorzieningen rondom het project De Meesters. Eerder zijn hierover in juni vorig jaar schriftelijke vragen gesteld door ChristenUnie n.a.v. een petitie met handtekeningen namens circa 100 huishoudens die vorig jaar aan de Raad is aangeboden. In de kerstvakantie hebben vele inwoners van Het Franse Gat zienswijzen ingediend tegen de geplande hoogbouw en het op grote schaal vervangen van gezinswoningen voor appartementen in deze wijk, waardoor de wijk een volledig ander karakter krijgt.
En ook bij de nieuwbouw ‘t Goeie Spoor hebben ruim 160 huishoudens van omliggende woningen aangegeven het project in de huidige vorm onaanvaardbaar te vinden, zo blijkt uit de handtekeningen die eerder aan de Raad zijn aangeboden. De weerstand tegen deze nieuwbouwprojecten en de vaak op diverse punten terechte kritiek van omwonenden baart het CDA grote zorgen. In de omgevingsvisie 2030 zijn diverse kaders vastgesteld voor inbreidingsprojecten en nieuwbouwlocaties binnen Veenendaal. Na een serie overleggen heeft de Raad vastgesteld dat alle nieuwbouw moet bijdragen aan een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal. Verder is op pagina 45 van de omgevingsvisie onder andere vastgelegd dat ‘participatie een belangrijke rol speelt bij nieuwe ontwikkelingen en het bepalen van bouwhoogtes’. Daarnaast, kort gezegd, dat bij hoogbouw de initiatiefnemer in overleg met omwonenden en de gemeente tot een haalbaar en aanvaardbaar plan moet komen. Juist omdat hoogbouwprojecten veel impact hebben en extra druk geven op de omgeving heeft de Raad deze beleidsmatige waarborg voor omwonenden vastgesteld. Omwonenden hebben dus een bijzondere plek in het proces. Tot slot staat vermeld dat parkeergelegenheid en capaciteit van wegen een beperkende factor zijn voor hoogbouw waar een projectontwikkelaar rekening mee dient te houden.
Kortom, van een nieuwbouwproject mag worden verwacht dat het niet alleen een mooie plaats biedt aan de nieuwe bewoners, maar dat het project ook voor hen bereikbaar is en dat het project bij gaat dragen aan de buurt en aan Veenendaal. Verder dient ongemak en overlast voor huidige bewoners in de omgeving te worden beperkt. Concreet hebben wij daarom de volgende vragen: 1.
(A) Op welke wijze werken de door de Raad vastgestelde eisen dat een nieuwbouwproject moet bijdragen aan een gezonder, duurzamer en veiliger Veenendaal door richting de ontwikkelaar/initiatiefnemer van bouwprojecten? (B) En hoe zijn deze vertaald naar aanvullende kaders? (C) En op welke wijze zijn deze eisen verzwaard voor hoogbouw? (D) En waar dat per project verschilt: kan dit voor de projecten Boompjesgoed, De Meesters, ‘t Goeie Spoor en de diverse projecten/fasen in Het Franse Gat specifiek worden aangegeven?
2.
Op welke wijze is de rol van omwonenden betreffende de aanvaardbaarheid, zoals hiervoor genoemd en zoals beschreven op pagina 45 van de omgevingsvisie, geborgd in de besluitvorming over het uiteindelijke plan (deze vraag gaat dus uitdrukkelijk over de besluitvorming over het uiteindelijke plan zoals genoemd in de omgevingsvisie, niet over de inspraak bij het opstellen van het plan)?
3.
(A) Wat betekent het binnen het huidige beleid en de huidige werkwijzen van de gemeente voor de gemeentelijke medewerking en besluitvorming indien de initiatiefnemer een voor de omwonenden onaanvaardbaar plan aan de gemeente voorlegt? (B) En hoe verhoudt zich dit tot hetgeen op pagina 45 van de omgevingsvisie (onder de laatste bullet) staat beschreven?
4.
Omwonenden geven regelmatig aan dat de aard van het project, het gevoel/karakter van het project en de impact op de wijk tijdens het proces flink wijzigt, door toename in schaal en hoogte. Hierdoor is de reactie die wij van omwonenden horen vaak ‘dit is zo groots, dat past hier niet en dat was ook niet wat eerder werd gecommuniceerd’
of woorden van gelijke strekking. (A) Herkent u dit en kunt u uw antwoord toelichten? Kunt u in uw toelichting in ieder geval de volgende informatie toevoegen: (B) Kunt u voor de vier projecten die in vraag 1 zijn genoemd aangeven hoe bouwhoogte, bouwvolume en aantal wooneenheden zich hebben ontwikkeld van de eerste tekeningen die met omwonenden zijn gedeeld tot de stand in het huidige ontwerp? (C) Kunt u per in vraag 1 genoemd project aangeven hoe hoogbouw is gemotiveerd aan de hand van de drie uitgangspunten van de omgevingsvisie (positieve bijdrage aan gezond, duurzaam en veilig Veenendaal)? (D) En kunt u aangeven hoe bij hoogbouw de capaciteit van wegen en parkeerplaatsen is vertaald naar een beperkend kader voor het aantal wooneenheden (zoals aangegeven op pagina 45 van de omgevingsvisie)? 5.
Gehoord de stevige bezwaren van inwoners tegen de in vraag 1 genoemde projecten: (A) welke verbeterpunten ziet u in ontwikkelingen en participatietrajecten die binnen de kaders van de omgevingsvisie (en het aan de hand van deze visie uitgewerkte beleid) plaatsvinden, (B) welke acties gaat u hierop ondernemen en (C) op welke momenten betrekt u de Raad hierbij?
Wij zien uit naar de beantwoording.
Met vriendelijke groet, Namens de fractie van het CDA Veenendaal,
Mark Ruitenbeek