RIB2923.80 Raadsinformatiebrief Programmabegroting 2024 en 4 september 2023
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan Van
Datum Onderwerp
2056726 Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders 31 augustus 2023 Programmabegroting 2024
Aan de leden van de raad, Op 28 juni 2023 bent u door een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het proces en de route naar de programmabegroting 2024. Naast de inhoudelijke informatie is toen aangegeven dat u rond 31 augustus een uitgebreide raadsinformatiebrief ontvangt met daarin de actuele informatie omtrent het meerjarenperspectief, de mogelijke maatregelen om meer financiële ruimte te creëren en de mogelijk nieuwe uitgaven. Ook is aangegeven dat de maatschappelijke effecten en de risico’s van de verschillende maatregelen en uitgaven zo goed mogelijk worden omschreven. Met deze raadsinformatiebrief wordt uitvoering gegeven aan deze toezegging. Tevens wordt invulling gegeven aan de motie ‘integrale afweging conform raadsakkoord’. De bij de kaderbrief gestelde technische vragen die nog beantwoord moeten worden, zullen bij de programmabegroting 2024-2027 beantwoord worden. Financieel meerjarenperspectief Bij de kaderbrief 2024-2027 is besloten om voor het opstellen van de programmabegroting 2024-2027 het sluitend maken van de jaarschijf 2024 als primaire opgave te hanteren (waarbij gezien het huidige meerjarenperspectief 2025 ook sluitend is). Uitgangspunt voor de programmabegroting is op basis van de informatie uit de meicirculaire het volgende meerjarenperspectief:
Hieronder worden de reeds opgenomen bedragen voor ‘Majeure zaken’ uit het raadsakkoord en de ‘College- en raadsbesluiten en actualiseringen’ nader toegelicht.
1
Specificatie majeure zaken Om een helder beeld te krijgen van het meerjarenperspectief zijn de eerder opgenomen bedragen voor de majeure zaken uit het meerjarenperspectief gehaald. De majeure zaken zijn immers onderdeel van de nog te maken integrale afweging. Hieronder ziet u de weergave van wat per project opgenomen was en er nu uitgehaald is.
De geactualiseerde bedragen (kapitaallasten) van de investeringen (majeure zaken) uit het raadsakkoord zien er nu als volgt uit:
*Voor wat betreft de garage van het Theater is er ook de mogelijkheid om voor een 2-laags garage te kiezen. Hierbij gaat het om een investering van 16 miljoen in plaats van 22 miljoen, waarbij de kapitaallastenlasten evenredig lager uitvallen.
Specificatie college- en raadsbesluiten en actualiseringen Na de kaderbrief 2024-2027 en meicirculaire 2023 zijn er diverse ontwikkelingen geweest die leiden tot noodzakelijke uitgaven die van invloed zijn op het meerjarenperspectief. Zo heeft uw raad besloten om de WOZ en belastingen uit te besteden aan GBLT en een lokale rekenkamer in te stellen. Tevens heeft u ingestemd met de uitgangspuntennotitie ‘Nieuw theater in de Duivenweide’ waaruit een onderhoudsbudget voor theater De Lampegiet voortvloeit. Sinds 2022 zien we een sterke stijging van de structurele kosten voor jeugdzorg door de stijging van zowel de intensiteit op ambulante jeugdhulp (niet plaatsgebonden ondersteuning, thuis of elders buiten de zorginstelling) als residentiële casuïstiek (hulpverlening waarbij kinderen of jongeren op vrijwillige of gedwongen basis dag en nacht buiten hun eigen omgeving verblijven). Ook de ruimtelijke ontwikkelingen gaan door om Veenendaal duurzaam leefbaar en bereikbaar te houden. Om uitvoering te kunnen blijven geven aan de Cultuurnota 20222025 zijn extra uitgaven voor onder andere de bibliotheek, De Muzen en het Stadsmuseum Veenendaal noodzakelijk. Daarnaast moeten we rekening houden met structurele uitgaven op basis
2
van de 2e bestuursrapportage 2023. Tot slot geeft de actualisatie van de kapitaallasten, die voortvloeien uit de investeringen, de komende jaren een positief effect op het meerjarenperspectief, maar in latere jaren een negatief effect. Tijdens de extra raadsavond op 4 september a.s. worden de ontwikkelingen sinds de kaderbrief 2024-2027 en meicirculaire 2023 nader toegelicht. Mogelijke maatregelen om financiële ruimte te vergroten In het raadsakkoord is een beleidslijn opgenomen om de begroting structureel en reëel in evenwicht te houden. Primair worden daarbij de mogelijkheden bezien om de uitgaven te verminderen en de inkomsten – niet zijnde verhoging van de belastingen – te verhogen. De maatregelen die daar beschreven zijn, inclusief de mogelijkheden die in de kaderbrief zijn genoemd, zijn nader onderzocht. Hieronder bespreken we eerst de drie maatregelen die direct geld op leveren en vervolgens de analyse van de overige maatregelen. Analyse budgetten en lijst begroting 2023 Uit een uitgebreide analyse van de huidige budgetten is een structurele ruimte naar voren gekomen van afgerond € 1,2 miljoen. Hierbij zijn organisatiebreed budgetten tegen het licht gehouden en is kritisch gekeken naar zowel de onderschrijdingen als de overschrijdingen van budgetten.
Daar waar al een aantal jaren structureel geld over blijft op een budget is onderzocht of hier realistischer, “scherp aan de wind”, begroot kan worden, zodat structureel geld vrijgemaakt kan worden. Het verlagen van budgetten om scherper aan de wind te kunnen zeilen, betekent dat het risico op overschrijding vergroot wordt. Bij de programmabegroting 2023 is een complete lijst opgenomen met alle wensen/ gewenste ontwikkelingen. Dat was financieel mogelijk vanwege het feit dat veel incidenteel geld door het Rijk beschikbaar was gesteld in het Gemeentefonds. In tegenstelling tot de reguliere budgetten zit hier nauwelijks ruimte omdat veel zaken inmiddels zijn opgepakt. Stelposten Binnen onze begroting is een beperkt aantal stelposten beschikbaar. Hoewel de stelposten geen onderdeel zijn van het financieel beleid van het raadsakkoord/afwegingskader, zijn ze wel onderzocht om te bezien of hiermee de financiële ruimte kan worden vergroot. De stelpost energie kan op basis van de meest recente aanbesteding verlaagd worden met € 490.000 in 2024 en € 770.000 in 2025 en 2026. Binnen de stelposten groei, loon- en prijsstijgingen en rente is geen ruimte. OZB-tarief In de huidige situatie levert iedere procent verhoging van het OZB-tarief structureel € 155.000 op. Het betreft hier echter wel een verhoging van inkomsten door verhoging van de belastingen.
In het raadsakkoord is vastgesteld dat een boventrendmatige verhoging van belastingen inzetbaar is als de andere maatregelen onvoldoende blijken te zijn. Dit kan dan alleen als: - de andere bezuinigingsmaatregelen leiden tot een onverantwoorde aantasting van de basisvoorzieningen en de kerntaken van de gemeente; - duidelijk wordt aangetoond welke concrete kerntaken en/of basisvoorzieningen met de boventrendmatige belastingverhoging in stand worden gehouden of worden gerealiseerd. Gemeentelijke taken In het financieel afwegingskader uit het raadsakkoord is als maatregel voor het structureel en reëel in evenwicht houden van de begroting onder meer opgenomen dat gemeentelijke taken efficiënter en/of soberder worden uitgevoerd of aan anderen in de markt of samenleving worden overgelaten. Het uitbesteden van gemeentelijke taken vergt een grondig onderzoek naar de mogelijkheden en een
3
duidelijk afwegingskader. Er heeft een globale inventarisatie plaatsgevonden van de mogelijk uit te besteden activiteiten. Deze inventarisatie heeft op dit moment geen mogelijkheden voor het uitbesteden van taken opgeleverd. Om tot een nadere uitwerking te komen en te kunnen bepalen wat de mogelijk financiële consequenties zijn, moet onder andere een afwegingskader vastgesteld worden. Het college ziet momenteel geen noodzaak om dit verder uit te werken. Daarnaast bent u in de kaderbrief 2024 – 2027 ook geïnformeerd over het feit dat gemeenten zich afgelopen jaren meerdere keren door het Rijk geconfronteerd zien met extra taken waarvoor geen of onvoldoende middelen door het Rijk beschikbaar zijn gesteld. Gezien het karakter van deze verschillende taken en de verwerking hiervan in de middelen die de gemeente van het Rijk ontvangt, is het lastig om de precieze rijksbijdrage voor de benodigde uitgaven voor een specifieke taak te traceren. In de toekomst zullen wij bij de verschuiving van taken van Rijk naar gemeenten scherper zijn op de toegezegde rijksbijdrage. Investeringen Bij het actualiseren van de investeringen is gekeken of de planning realistisch is en hoe zich dit verhoudt tot de kostenramingen. Hierbij is rekening gehouden met de actuele loon- en prijsstijging en met een verhoging van het rentepercentage van 2,5% naar 3,5%.
De effecten zijn verwerkt in het financieel meerjarenperspectief. Vergroten inkomsten Hierbij is gekeken naar dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en leges. De leges zijn over de linie kostendekkend en bieden geen substantiële mogelijkheid voor het vergroten van inkomsten. Ook bij de DVO’s is geen mogelijkheid voor het vergroten van inkomsten. Uitgangspunt is dat de dienstverlening die we uitvoeren voor andere partijen in ieder geval kostendekkend moet zijn. In 2022 is een vergelijking gemaakt tussen een kostendekkend tarief en een marktconform tarief. Hieruit kwam naar voren dat het kostendekkende tarief en het marktconforme tarief na de bijstelling van de overhead nagenoeg gelijk zijn aan elkaar. Jaarlijks worden deze tarieven opnieuw beoordeeld. Het verhogen van tarieven voor de DVO’s heeft als gevolg dat we tarieven moeten hanteren die hoger liggen dan het marktconforme tarief. Circulair Bouwen Het ontwikkelen van een duurzaam (circulair en klimaatadaptief) gebouw is complex omdat er nog (te) weinig ervaring is met het opnieuw toepassen van producten en materialen. Op dit moment zijn daarom de investeringslasten voor het circulair bouwen hoger dan bij het traditioneel bouwen.
Uit verkennende onderzoeken blijkt dat de totale (rest)waarde van de materialen die na de gebruiksfase of levenscyclus van het gebouw kan worden gerealiseerd, op dit moment bij een optimaal circulair ontwerp, ongeveer 15% en naar verwachting op de lange termijn op ongeveer 25% van de bouwkosten uitkomt. De eventuele lagere lasten worden ingezet om de hogere investeringslasten (deels) te compenseren. Op de korte termijn levert circulair bouwen geen financieel voordeel op. Reserves Periodiek worden de beschikbare reserves beoordeeld op noodzakelijkheid. In het kader van het proces naar de programmabegroting 2024-2027 is opnieuw beoordeeld of er ruimte is voor eventuele vrijval. Tussentijds zijn geen veranderingen opgetreden en we zien hier momenteel geen ruimte. In de kaderbrief 2024 – 2027 is het voorstel gedaan om de incidentele uitgaven van de lijst zoals bij de programmabegroting 2023 is vastgesteld ten laste van de Algemene Reserve te brengen. Naar
4
aanleiding van het uitwerken van het financieel afwegingskader wordt hiervan afgezien omdat dit niet meer noodzakelijk is om 2024 en 2025 sluitend te maken. Beleidskeuze voor 2024 en proces integrale afweging Naar aanleiding van de uitwerking van het financieel afwegingskader zijn, zoals hierboven reeds weergegeven, drie mogelijkheden overgebleven die direct voor meer ruimte zorgen. Het college heeft nu gekozen voor twee van de drie opties, namelijk die van de budgetten en de stelposten. Deze ruimte is enerzijds nodig om tot een sluitende begroting voor de jaren 2024 en 2025 te komen, anderzijds om noodzakelijke keuzes te kunnen maken. Het gaat bij deze noodzakelijke keuzes om de volgende onderwerpen: -
IKC Noord IKC SO/SBO/PO IKC Dragonder Zuid. Stadspark
Voor deze afzonderlijke investeringen (majeure zaken) geldt dat wanneer hier nu niet voor gekozen wordt, dit grote en onomkeerbare (financiële) gevolgen heeft voor de toekomst. Tegelijk stelt het college voor om de (volledige) integrale afweging bij de kadernota 2025 - 2028 plaats te laten vinden ter voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028. Voornaamste reden hiervoor is dat het huidige meerjarenperspectief enerzijds voorzichtigheid vraagt bij het aangaan van meerjarige verplichtingen en anderzijds, in combinatie met de kennis van nu, onvoldoende aanleiding geeft om nu al volledig af te zien van investeringen (majeure zaken) uit het raadsakkoord. Bij de programmabegroting 2024-2027 worden de noodzakelijke keuzes meegenomen. Om de majeure zaken uit het raadsakkoord in beeld te houden, zal in deze programmabegroting ook een overzicht opgenomen worden van het meerjarig perspectief wanneer alle wensen uit het raadsakkoord worden uitgevoerd. Dit sluit bovendien aan bij de oproep van de VNG om de nadelige financiële gevolgen van het kabinetsbeleid zichtbaar op te nemen in de meerjarenramingen 2026 en 2027. Dit om via een krachtig en gezamenlijk signaal richting het Rijk aan te geven dat de gemeentelijke financiën momenteel onvoldoende zijn voor het uitvoeren van het huidige takenpakket. De brief van de VNG is als bijlage toegevoegd.
Wel is het zo dat bij de (volledige) integrale afweging ook bovengenoemde projecten weer betrokken worden, maar dan wel met de kanttekening dat het niet kiezen voor deze investeringen of terugdraaien hiervan grote financiële gevolgen heeft. Op basis van deze keuzes ziet het meerjarenperspectief er als volgt uit:
5
Om daadwerkelijk tot de integrale afweging te komen bij de kadernota 2025 – 2028 zal in aanloop hier naartoe zo nodig een aantal passende scenario’s worden opgesteld. Proces integrale afweging door raad Doordat het voornemen is om de integrale afweging plaats te laten vinden bij de kadernota 2025-2028 en hierbij de scenario’s mogelijk het uitgangspunt zijn, zal uw raad bij de kadernota voldoende concrete informatie hebben om een eigen afweging te maken. Tijdens de behandeling van de kadernota door uw raad kunt u het college uw afweging meegeven ten behoeve van de programmabegroting 2025-2028. Om ook de samenleving en uw raad in een vroeg stadium te betrekken wordt in het voorjaar van 2024 wederom een moment georganiseerd om vanuit de samenleving en raad ideeën, argumenten en overwegingen aan het college mee te geven. Programma extra avond voor de raad Op maandagavond 4 september a.s. vindt een extra avond voor de raad plaats. Op hoofdlijnen zal het programma bestaan uit de volgende onderdelen: -
toelichting op het huidige meerjarenperspectief; toelichting op de noodzakelijke uitgaven; beleidskeuze voor 2024.
Daarnaast nodigen wij u uit om uw wensen en behoeften te delen met betrekking tot de avond voor de samenleving op 2 oktober. Tijdens deze avond zal het college de samenleving meenemen in de totstandkoming van de programmabegroting 2024-2027, maar is er ook ruimte om informatie op te halen uit de samenleving die voor uw raad van belang is om het debat over de programmabegroting goed te kunnen voeren. De visuele weergave (infographic) die bij de presentatie van de begroting en tijdens deze avond gebruikt wordt, kunt u tijdens de bijeenkomst 4 september a.s. in concept bespreken. Uiteraard is er 4 september ook ruimte voor het stellen van vragen en het meegeven van zienswijzen aan het college ten behoeve van de programmabegroting 2024-2027.
6