CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB2026.11a Aanvullend memo concrete wijziging

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen verordening leerlingenvervoer968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend Memo wijziging verordening Leerlingenvervoer VSO Van Team Datum

Anne van den Brink MO beleid (Maatschappelijk Ondersteuning-Beleid) 2 februari 2026

Dossiernummer Aan

5241

Tijdens het college van 27 januari 2026 is beeldvormend gesproken over de wijziging in de verordening Leerlingenvervoer met betrekking tot het VSO. Het college heeft gevraagd: 1. Nogmaals helder en concreet uit te werken wat het effect is van de wijziging, en; 2. Of het mogelijk is om op basis van interpretatie van het gewijzigde artikel, alsnog Leerlingenvervoer naar het VSO toe te kennen. Algemeen Een leerling kan op grond van de onderwijswetten in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening wanneer hij/zij door een handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken óf wanneer de leerling verder moet reizen dan 6 km naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Dit kan in de vorm van het aangepast vervoer (taxibusje), een fietsvergoeding, een OV vergoeding, of tegemoetkoming in de kosten van het eigen vervoer (ouder rijdt zelf). • In ons huidige beleid maakten we hiervoor onderscheid in de afstandsgrens voor het basisonderwijs (6 km), het speciaal basisonderwijs (4 km), en het (voortgezet) speciaal onderwijs (2 of 4 km, afhankelijk van het cluster). • In ons nieuwe beleid sluiten we aan bij de wet, en hanteren we voor zowel basisonderwijs, speciaal basisonderwijs als speciaal onderwijs de afstandsgrens van 6 km.

Voor het voortgezet speciaal onderwijs wordt geen afstandsgrens meer beschreven, wat betekent dat er op basis van een afstand geen recht meer kan ontstaan op leerlingenvervoer. Echter, als er sprake is van een handicapte leerling hoeft niet aan een afstandsgrens te worden voldaan. Dan ontvangt de leerling altijd een vervoersvoorziening (dit is meestal het aangepast vervoer, soms is dit een vergoeding voor eigen vervoer). Specifiek betekent dit voor leerlingen die het voortgezet (speciaal) onderwijs bezoeken: • In ons oude beleid ontvingen leerlingen zonder handicap naar het reguliere voortgezet onderwijs geen vervoersvoorziening (ongeacht de afstand naar school). Leerlingen die naar het voortgezet speciaal onderwijs gaan konden op basis van een afstandsgrens wél in aanmerking komen voor leerlingenvervoer, zonder dat er sprake hoefde te zijn van een handicap (zie oude beleid artikel 9 lid 1 sub c). • In het nieuwe beleid ontvangen leerlingen zonder handicap naar het reguliere voortgezet onderwijs én voortgezet speciaal onderwijs geen vervoersvoorziening, ongeacht de afstand naar school. Nieuwe (gewijzigde) beleid Wanneer we de wijziging behouden luidt artikel 9 als volgt:

1. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen. 2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij: a. er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs en de leerling door een handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra; of b. de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. Zoals in lid 2 staat, wordt er geen vervoersvoorziening toegekend voor leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan. Tenzij er sprake is van een handicap, dan ontvangen zij aangepast vervoer (AV) naar school of een vergoeding voor eigen vervoer. Dit geldt zowel voor het voortgezet speciaal onderwijs (sub a), als het reguliere voortgezet onderwijs (sub b). Concreet Alle leerlingen die naar het voortgezet (speciaal) onderwijs gaan ontvangen geen vervoersvoorziening meer als zij geen gehandicapte leerling zijn.

In de praktijk betekent dit het vervallen van de fietsvergoeding en een openbaar vervoer vergoeding De leerlingen die op het VSO zitten en een handicap hebben behouden het recht op aangepast vervoer, maar de ov-vergoeding die leerlingen zonder handicap op dit moment ontvangen vervalt. Deze leerlingen moeten dus per jaar om en nabij €2000,- aan ov kosten zelf betalen als zij zijn aangewezen op bijvoorbeeld een school in Arnhem, Utrecht of Amersfoort, of de ouder moet zelf rijden met de kosten van dien. De ouder krijgt hiervoor geen vergoeding als er geen sprake is van een gehandicapte leerling. We hanteren, net als bij de wijziging van de afstandsgrens, een overgangsjaar voor de leerlingen die nu Leerlingenvervoer naar het VSO ontvangen en geen handicap hebben. Voor hen vervalt de ovvergoeding dus pas in schooljaar 2027-2028. “Of het mogelijk is om op basis van interpretatie van het gewijzigde artikel, alsnog Leerlingenvervoer naar het VSO toe te kennen. “ Het is niet mogelijk om op basis van het gewijzigde artikel alsnog Leerlingenvervoer voor deze groep toe te kennen. Er is een duidelijke afwijzingsgrond geformuleerd. Het is wel mogelijk om op basis van de hardheidsclausule af te wijken van het beleid. De hardheidsclausule is echter bedoeld voor zeer uitzonderlijke situaties en niet bedoeld om in situaties toe te passen die zich regelmatig of op structurele basis voordoen.

Als het college besluit terug te willen naar ons oude beleid, zal het artikel moeten worden aangepast. Voorstel wijziging artikel Als het college voorstelt om het artikel zo te wijzigingen dat we leerlingen naar het VSO weer behandelen zoals we deden bij ons oude beleid, is ons voorstel om het artikel te wijzigen zodat het als volgt luidt: Artikel 9 1. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan 6 km. Deze grens geldt niet voor gehandicapte leerlingen. 2. Geen vervoersvoorziening wordt toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. 3. Het tweede lid is niet van toepassing op het bezoeken van het voortgezet speciaal onderwijs. Voor de definitieve versie van de wijziging zal team juridische zaken hier later desgewenst in ondersteunen.

2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16558634/4