RIB2025.96 Regionaal Actieplan Dakloosheid - technische vragen en antwoorden - aanvullend
Tekst van het document
Technische vragen Raadsinformatiebrief - aanvullend Raadsinformatiebrief RIB2025.96
Datum
24 november 2025
Naam fractie
ChristenUnie en ProVeenendaal
Vragen Namens de ChristenUnie en ProVeenendaal hebben wij vragen gesteld naar aanleiding van de regionale raadsbijeenkomst Regionaal Actieplan Dakloosheid (d.d. 3 november) en RIB 2025.96 regionaal actieplan dakloosheid. Naar aanleiding van de antwoorden hebben wij een aantal aanvullende vragen. Wij lezen in de beantwoording dat de er twee opvanghuizen voor gezinnen zijn in Veenendaal en dat de andere maatschappelijke opvang in Wageningen en Ede is georganiseerd. 1. Is dit afdoende voor de opvang van mensen uit Veenendaal die te maken heeft met dak en thuisloosheid. Antwoord: We zien bij de maatschappelijke opvang dat de groep dak- en thuisloze mensen de afgelopen jaren is toegenomen en ook meer divers is geworden. Het gaat daarbij steeds vaker om inwoners die niet thuishoren in de maatschappelijke opvang, maar vooral een huisvestingsprobleem hebben. In de praktijk merken we dat de opvang hierdoor vaker vol zit. Als het gaat om gezinnen die dakloos zijn, wordt er altijd gekeken naar een oplossing. De gezinsplekken zijn echter regelmatig bezet, waardoor wordt uitgeweken naar onconventionele opvanglocaties, zoals een hotel of vakantiewoning. Dit wordt door de gemeente Ede geregeld, en tot nu toe is er altijd een passende oplossing gevonden voor inwoners uit Veenendaal.
Omdat maatschappelijke opvang niet voor iedereen de juiste oplossing is, richten we ons steeds meer op huisvesting. In samenwerking met wonen streven we naar het bouwen van voldoende (sociale) huurwoningen en zorgen dat deze op korte termijn beschikbaar zijn. Daarnaast worden op basis van de huisvestingsverordening en prestatieafspraken met de woningcorporatie maximaal 10 procent van de sociale huurwoningen per loting aangeboden.
2. Wanneer inwoners van Veenendaal voor de opvang naar Ede moeten hoe is dan het vervoer geregeld. Antwoord: Sinds de regiowijziging van Amersfoort naar Ede vormt bereikbaarheid geen knelpunt meer. Inwoners reizen op eigen gelegenheid naar de opvang. In de praktijk ontvangen we geen signalen dat vervoer een belemmering vormt. Mocht iemand door persoonlijke omstandigheden niet zelfstandig kunnen reizen, dan wordt in overleg met hulpverleners bekeken welke ondersteuning nodig is. Indien echt nodig, kan een begeleider iemand de eerste keer naar de opvang brengen.
Technische vragen
3. Er wordt in de beantwoording genoemd dat er gezocht wordt naar andere vormen van hulpverlening en opvang. Is de gemeente bezig om deze vormen van opvang voor de regio ook in Veenendaal te organiseren. Antwoord: De maatschappelijke opvang zelf wordt regionaal gefinancierd en georganiseerd. Binnen deze regionale samenwerking kijken we welke aanvullende vormen van opvang en ondersteuning nodig zijn. Daarbij kijken we naar: wat regionaal nodig is, wat elke gemeente kan bieden, en waar dit het beste aansluit bij de doelgroep. We houden daarbij rekening met expertise, veiligheid en kosten. In Veenendaal bekijken we in nauwe samenwerking met woningcorporaties welke woon- en begeleidingsvormen passend zijn binnen onze gemeente. Veel inwoners zijn immers meer geholpen met huisvesting. We hebben in de gemeente al verschillende mogelijkheden, waaronder tijdelijke woonplekken via Welkom, al dan niet in combinatie met ambulante begeleiding, beschermd thuis of beschermd wonen voor mensen met ggz-problematiek, en tijdelijke verblijfsplekken voor zowel de GGZ- als MO-doelgroep. Binnen het regionale afsprakenkader aandachtsgroepen worden bovendien afspraken gemaakt over urgentieverlening en een evenwichtige verdeling van doelgroepen over de regio.
Datum
6 november 2025
Naam fractie
ChristenUnie en ProVeenendaal
Vragen Namens de ChristenUnie en ProVeenendaal hebben wij de volgende (technische) vragen naar aanleiding van de regionale raadsbijeenkomst Regionaal Actieplan Dakloosheid (d.d. 3 november) en RIB 2025.96 regionaal actieplan dakloosheid. In het regionaal actieplan dakloosheid wordt de Ethos-telling genoemd. De vragen gaan over deze telling en het actieplan. 1. Waren bij de gemeente Veenendaal de aantallen daklozen bekend die in de Ethos-telling genoemd worden voor de regio en in het bijzonder voor Veenendaal. Antwoord: De exacte aantallen uit de Ethos-telling waren vooraf niet bekend bij de gemeente. De Ethostelling is juist ook bedoeld om “onzichtbare” dak- en thuislozen in beeld te krijgen. Wel hebben we veel inwoners die onder de eerste drie categorieën van de Ethos-classificatie vallen (mensen in de openbare ruimte, in noodopvang of in tijdelijke opvang) grotendeels in beeld. Vooral de groep die tijdelijk wordt opgevangen is in Veenendaal relatief groot. Hieronder vallen bijvoorbeeld inwoners die verblijven bij Welkom in verband met dakloosheid en bijkomende problematiek. Ook van inwoners die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven, is mogelijk wel contact met hulpverlening, bijvoorbeeld via maatschappelijk werk, de Wmo, het CJG of via inkomensondersteuning, maar die contacten zijn niet altijd direct gekoppeld aan de woonsituatie.
2 van 4
Technische vragen
De meerwaarde van de Ethos-telling is dat deze vanuit de woonsituatie een vollediger beeld geeft van dak- en thuisloosheid. Daardoor kunnen we, niet alleen lokaal maar vooral regionaal, gezamenlijke afspraken maken over ondersteuning en preventie. 2. Heeft de gemeente concrete gegevens wie de 26 kinderen zijn die genoemd zijn en waar ze verblijven? Worden er concrete acties genomen richting deze kinderen? Zo ja, welke zijn dit? Antwoord: De Ethos-telling is anoniem, waardoor niet bekend is om welke kinderen het precies gaat. Wel weten we dat er geen kinderen zijn gesignaleerd die verblijven in de openbare ruimte of in de noodopvang. Het gaat hier om kinderen die verblijven in opvanglocaties of tijdelijk bij familie of vrienden. Gezinnen met kinderen die tijdelijk verblijven in opvanglocaties, zijn bij ons doorgaans wel in beeld. Wanneer gezinnen tijdelijk bij familie of vrienden verblijven, is dat niet altijd het geval. Als zij geen ondersteuning vragen, komen ze niet vanzelf in beeld. De kracht van de Ethos-telling is dat meerdere organisaties gezamenlijk hebben meegeteld, waardoor ook groepen die normaal minder zichtbaar zijn qua aantal in beeld komen. De resultaten helpen ons om als gemeenten en partners in de regio beter te bepalen waar aandacht en ondersteuning nodig zijn, ook voor gezinnen met kinderen.
Daarnaast zal naar verwachting volgend jaar de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting in werking treden. Daarin zijn enkele verplichte urgentiecategorieën opgenomen, waaronder (per aangenomen amendement van de kamer) daklozen gezinnen met minderjarige kinderen. De precieze afbakening zal nog door het Rijk worden bepaald. 3. In de regionale aanpak wordt gesproken over de maatschappelijke opvang van de dak- en thuislozen. Is het mogelijk om de maatschappelijke opvang in de gemeente Veenendaal in de toekomst te laten plaatsvinden? Zo ja, wat is daarvoor nodig? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De Ethos-telling laat zien dat dak- en thuislozen een zeer diverse groep vormen, met uiteenlopende achtergronden en ondersteuningsbehoeften. Voor een deel van deze mensen is maatschappelijke opvang niet passend of nodig. Bijvoorbeeld wanneer iemand tijdelijk bij familie verblijft of een andere tijdelijke woonplek heeft zonder complexe problematiek. Er blijft echter ook een groep voor wie tijdelijke (maatschappelijke opvang) wel noodzakelijk is, soms kortdurend en soms langduriger. Deze diverse vormen van opvang (denk aan dagopvang, nachtopvang, 24/7 opvang voor gezinnen, 24/7 opvang voor alleenstaanden) wordt binnen de regio momenteel in Ede georganiseerd onder meer vanwege de benodigde beveiliging, expertise en kosten.
Eerder was dit Amersfoort, met de overstap naar Ede hebben we de opvang zowel fysiek als qua regionale afstemming al een stuk dichterbij georganiseerd. Vanuit oudsher bevindt deze opvang zich vooral in de grotere (centrum)gemeenten, waar ook relatief meer mensen met complexere problematiek verblijven. Daarnaast zijn er in Wageningen een aantal opvangplekken en in Veenendaal twee opvangplekken voor gezinnen. In de Valleiregio verkennen we verder de mogelijkheden voor: • Woonoplossingen vanuit het principe ‘Wonen Eerst’, waarbij huisvesting als basis wordt gezien voor herstel. • Uitbreiding van ‘Housing First’ binnen de Valleiregio, voor mensen die een langere periode dak- en thuisloos zijn. Dit is een product dat we vanuit de regio in Ede en Wageningen aanbieden. • Alternatieve woonvormen (“Anders Wonen”) voor mensen die langdurig geen reguliere woning kunnen betrekken • Kleinschalige opvangvoorzieningen op meerdere plekken in de regio; Omdat de zwaardere problematiek zich vooral in de grotere steden concentreert, is het niet vanzelfsprekend om
3 van 4
Technische vragen
dergelijke opvang in alle gemeenten aan te bieden. Daarnaast is het vanuit overzicht, expertise en kosten vaak wenselijk om bepaalde vormen van opvang regionaal te organiseren. In de Valleiregio kijken we binnen het Actieplan Dakloosheid welke gemeente wat kan bieden en wat al beschikbaar is, bijvoorbeeld op het gebied van beschermd wonen en de huisvesting voor verschillende doelgroepen. Voor een eventuele lokale opvanglocatie spelen doelgroepafbakening, de eisen aan de voorziening en benodigde begeleiding en kosten en rol.
4 van 4