RIB2025.95 Raadsinformatiebrief Septembercirculaire 2025
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Voorstel Septembercirculaire 2025 Dossiernummer
1653
Aan
Gemeenteraad
Ambtenaar
Otto de Jong
Van
College van burgemeester en wethouders
Team
Financiën
Datum College
7-10-2025
Aantal bijlagen: 1
Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds Over het algemeen verschijnen er jaarlijks drie circulaires, namelijk in mei, in september en in december. De meicirculaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, de septembercirculaire geeft de vertaling van de Miljoenennota en de decembercirculaire rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit document beschrijft de effecten van de septembercirculaire voor de gemeente Veenendaal. De septembercirculaire heeft invloed op het financieel (meerjaren)perspectief De tweede Bestuursrapportage 2025 en ‘Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029’ bevatten het tot nu toe meest recente financieel (meerjaren)perspectief van de gemeente Veenendaal voor 2025 en volgende jaren. Dit perspectief is voornamelijk gebaseerd op de meicirculaire 2025. Na het verschijnen van de septembercirculaire 2025, dient het (meerjaren)perspectief aangepast te worden aan de actuele gegevens. Dit wordt verderop toegelicht. De septembercirculaire bevat verschillende soorten mutaties in het gemeentefonds De middelen in de algemene uitkering en de integratie-uitkeringen zijn algemene middelen en hebben geen bestedingsverplichting. Wijzigingen in de omvang van het gemeentefonds hebben echter wel verschillende achtergronden. Algemene mutaties hebben invloed op het begrotingssaldo van de gemeente.
Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering, gerelateerd aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. In de algemene uitkering is een aantal algemene mutaties opgenomen De septembercirculaire bevat een aantal algemene mutaties. Tegenover deze mutaties staan geen extra taken. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: Volume accres Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar. Conform rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet.
In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026.
Raadsinformatiebrief: Voorstel Septembercirculaire 2025 Dossiernummer: 1653
Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Indices CPB bbp MEV 2026 Indices CPB bbp CEP 2025 Verschil
2026 1,91% 1,93% -0,02%
2027 1,76% 1,82% -0,06%
2028 1,66% 1,72% -0,06%
2029 1,54% 1,61% -0,07%
Voor de jaren 2027 tot en met 2029 is de raming van het volumedeel heel iets bijgesteld. Deze bijstelling heeft een negatief effect op de algemene uitkering voor Veenendaal van, € 115.000 in 2027, € 225.000 in 2028 en € 341.000 in 2029. LPO accres De indexatie voor inflatie volgt de prijsBBP van het lopende jaar. Voor 2026 is de raming voor de prijsBBP met 0.25% omlaag bijgesteld. Voor Veenendaal geeft dit een nadelig effect van € 345.000 in 2026 en 2027, € 338.000 in 2028 en € 341.000 in 2029. In de eerste bestuursrapportage 2026 en de Kadernota 2027-2030 zal de inzet van deze reservering worden meegenomen. prijs bbp
2026
2027
2028
2029
Indices CPB bbp MEV 2026
2,49%
2,53%
2,65%
2,49%
Indices CPB bbp CEP 2025
2,74%
2,52%
2,61%
2,50%
Verschil -0,25% 0,01% 0,04% -0,01% Aangezien voor de ontwikkeling van de loon- en prijs er sprake is van een meerjarige stelpost, kan het negatieve effect op de bijstelling van het LPO accres op de stelpost prijs- loonontwikkeling verwerkt worden. Het uitgangspunt is dat de indexatie volgens de prijsBBP voldoende moet zijn. Eventuele effecten op deze stelpost worden vanaf 2027 meegenomen bij het opstellen van de Kadernota 20272030. Kanttekening hierbij is wel, zoals ook reeds eerder beschreven in de diverse P&C producten, wanneer de werkelijke prijs- en loonstijgingen hoger zijn dan de indexeringen vanuit de pbbpsystematiek dit betekent dat de gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen onvoldoende compensatie ontvangen ten opzichte van de reële loonstijging en een tekort zelf moeten opvangen dan wel dat de gemaakte afspraken moeten worden herzien. Dit geldt ook voor hogere CAO- en prijsstijgingen binnen de gemeentelijke taakvelden. Dit heeft mogelijk als gevolg dat het positieve begrotingseffect lager wordt indien de stelpost onvoldoende is om deze stijging te dekken.
BTW-Compensatiefonds (BCF) Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In 2025 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,5 miljard. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een onttrekking. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2025 € 428 miljoen. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2025 tot en met 2030 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeentes is voor 2025 geraamd op € 428 miljoen. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCFplafond. Voor Veenendaal gaat het in 2025 om een aanvullende uitkering van € 519.000,-. In de meicirculaire 2026 zal de realisatie van het BCF over 2025 worden opgenomen. Technische mutaties (WOZ-waarden, hoeveelheidsverschillen, overige mutaties) De ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de hoeveelheidsverschillen.
De hoeveelheden zijn voor meerdere maatstaven in deze septembercirculaire gewijzigd op basis van de meeste actuele gegevens. Daarnaast zijn ook de WOZgegevens en de overige mutaties geactualiseerd. De ontwikkeling van de technische mutaties leidt per saldo tot een verhoging van de algemene uitkering met € 760.000 in 2025, € 771.000 in 2026, € 695.000 in 2027, € 757.000 in 2028 en € 803.000 in 2028.
2 van 6
Raadsinformatiebrief: Voorstel Septembercirculaire 2025 Dossiernummer: 1653
Samengevat geven de algemene mutaties het volgende beeld: Tabel 1 Algemene mutaties in het gemeentefonds bij de septembercirculaire 2025
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er sprake is van een voordelig effect in 2025 (€ 1.279.000), in 2026 (€ 771.000), 2027 (€ 580.000), 2028 (€ 532.000) en in 2029 (€ 462.000). De septembercirculaire bevat mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan extra taken Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. De volgende twee taakmutaties, Hervormingsagenda Jeugd 2023-2024 en vervroegde Tweede Kamerverkiezingen, worden niet budgettair neutraal verwerkt, maar komen ten gunste van het begrotingssaldo. Reden hiervan is dat het budget in de huidige begroting, op basis van de tweede bestuursrapportage al reeds reëel begroot. In de septembercirculaire 2025 zijn de volgende taakmutaties opgenomen: Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Voor Veenendaal bedraagt de verhoging van de uitkering € 39.000 in 2026 oplopend naar € 44.000 in 2029.
Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 en loon- prijsbijstelling jeugd Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten over de genoemde jaren (2023 en 2024) in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze eventueel kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. Voor Veenendaal resulteert dit in een verhoging van € 2.917.000 in 2025. Aangezien de middelen ten aanzien van Jeugdzorg in de huidige begroting zijn gebaseerd op basis van reële ramingen, met hierin opgenomen het eerder gerapporteerde tekort jeugd, kan dit bedrag ingezet worden ten gunste van het algemene begrotingssaldo en betreft het geen budget neutrale taakmutaties direct ten gunste van de taakvelden binnen jeugd. Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd.
Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026, € 19,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 19 miljoen structureel vanaf 2029. Voor Veenendaal betekent dit een verhoging van € 95.000 in 2026, € 80.000 in 2027, € 82.000 in 2028 en € 84.000 in 2029.
3 van 6
Raadsinformatiebrief: Voorstel Septembercirculaire 2025 Dossiernummer: 1653
Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar landelijk. Er wordt landelijk € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. De middelen worden verdeeld via het cluster Participatie. Voor Veenendaal betekent dit een verhoging van de uitkering ad € 113.000 in 2025, € 49.000 in 2026, € 12.000 in 2027, € 3.000 in 2028 en € 4.000 in 2029. Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen.
Voor Veenendaal bedraagt dit een verhoging van de uitkering van € 232.000 in 2025. In de tweede bestuursrapportage zijn middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van het organiseren van de verkiezingen. Deze extra middelen in de circulaire kunnen daarom worden ingezet ten behoeve van het algemene begrotingssaldo. Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar Opvangplekken. Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. De verhoging voor Veenendaal is € 53.000 in 2025. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. In 2026 wordt een bedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op he gebied van klimaat- en energiebeleid. Van dit bedrag wordt € 30,5 miljoen in een volgende circulaire verdeeld op basis van een nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 2030 maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering.
Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering voor de vergroting van hun capaciteit. Daarnaast zijn aanvullend middelen beschikbaar voor gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben aangevraagd voor bijvoorbeeld het instellen van een zero emissie-zone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgrasvrij maken van woningen. De verhoging voor Veenendaal is € 2.403.000 in 2026. Overheidsbrede Dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de DU Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar. De verhoging voor Veenendaal is € 58.000 vanaf 2026. Overige Hieronder vallen enkele kleine en/of reeds bekende taakmutaties, zijnde: - Participatie (compensatie om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren) (verhoging € 118.000 in 2025, € 126.000 in 2026 en € 134.000 in 2027); - Diverse kleine taakmutaties (verhoging van € 32.000 in 2025 aflopend naar € 16.000 in 2029);
4 van 6
Raadsinformatiebrief: Voorstel Septembercirculaire 2025 Dossiernummer: 1653
Samengevat geven de taakmutaties het volgende beeld: Tabel 2 Taakmutaties in het gemeentefonds bij de septembercirculaire 2025
De Decemberwijziging 2025, de eerste bestuursrapportage 2026 en de Kadernota 2027-2030 zijn de geschikte momenten waarop de mutaties verwerkt kunnen worden. De budgettaire effecten van de algemene mutaties over 2025 en de (structurele) taakmutaties worden verwerkt in de Decemberwijziging 2025. De gevolgen van de algemene mutaties over 2026 krijgen hun beslag in de eerste bestuursrapportage 2026 en de afwijkingen op de algemene mutaties vanaf 2027 worden opgenomen in de Kadernota 2027-2030. Het financieel (meerjaren)perspectief wordt positief beïnvloed door de septembercirculaire 2025. De tweede bestuursrapportage 2025 en de ‘Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 20262029’ bevatten het meest recente financieel (meerjaren)perspectief van de gemeente Veenendaal. Nu het Rijk de septembercirculaire heeft uitgebracht, kan dit perspectief worden geactualiseerd. Samengevat geven de mutaties het volgende (meerjaren)perspectief: Tabel 3 Financieel (meerjaren)perspectief na verwerking septembercirculaire 2025
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief inclusief de ontwikkelingen vanuit de septembercirculaire resulteert in een positief saldo in het jaar 2025 van € 4.428.000, van € 771.000,- in 2026, van € 885.000,- in 2027, van € 936.000,- in 2028 en van € 1.245.000,- in 2029. De positieve uitkomst van de septembercirculaire heeft mogelijk ook een positief effect op de jaren 2030 en verder, deze effecten worden bij de verwerking van de meicirculaire 2026 meegenomen. Zoals reeds hierboven beschreven is er sprake van een voordelig saldo in deze circulaire, wat onder andere ontstaat omdat de lagere loon- prijsontwikkeling met de opgenomen stelpost hiervoor is verrekend. Belangrijk hierbij is te melden dat wanneer de werkelijke prijs- en loonstijgingen hoger zijn dan de indexeringen vanuit de pbbp-systematiek dit betekent dat de gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen onvoldoende compensatie ontvangen ten opzichte van de reële loonstijging en een tekort zelf moeten opvangen dan wel dat de gemaakte afspraken moeten worden herzien. Dit geldt ook voor hogere CAO- en prijsstijgingen binnen de gemeentelijke taakvelden. Dit heeft mogelijk als gevolg dat het positieve begrotingseffect lager wordt indien de stelpost onvoldoende is om deze stijging te dekken.
5 van 6
Raadsinformatiebrief: Voorstel Septembercirculaire 2025 Dossiernummer: 1653
De raad heeft de informatie over de septembercirculaire nodig bij de behandeling van de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Vanwege het korte tijdsbestek tussen publicatie van de septembercirculaire en gereedkomen van de programmabegroting is het niet mogelijk deze hierin te verwerken. Voor een goede beoordeling van de financiële positie is het belangrijk de gevolgen van deze circulaire wel mee te laten wegen.
Bijlagen 1. Gemeentefonds Septembercirculaire 2025
6 van 6