CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB2025.83b Bijlage 2 bij RIB - Ontwerp Omgevingseffectrapport, inclusief bijlagen

Raadscommissie 18 september 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 204029.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingseffectrapport

Omgevingsvisie Veenendaal

projectnummer 0500481.100 definitief 21 augustus 2025

www.anteagroup.nl

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 definitief 21 augustus 2025

Auteur(s) M. Kuiper T. Borgman T. den Heijer J. Verhoeven

Opdrachtgever Gemeente Veenendaal Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL

Gecontroleerd P. Verhoeven L. Fiscalini

datum 21 augustus 2025

beschrijving Definitief

vrijgave

Inhoudsopgave Samenvatting

5

1.

Inleiding

6

1.1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Een OER bij de omgevingsvisie Omgevingsbeleid en milieueffectrapportage De mer-procedure Doel van het OER Leeswijzer

6 6 7 7 8 8

2.

Methoden

10

2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.6 2.7

De rol van het OER Onderzoeksopzet Totstandkoming van de Omgevingsvisie Onderdelen van het OER Beoordelingskader Bouwsteen 1: beoordeling van de referentiesituatie Bouwsteen 2: het ontwerpend onderzoek De hoofdvraag van het ontwerpend onderzoek Toelichting op het ontwerpend onderzoek Beoordeling opties ontwerpend onderzoek Special: memo OER en ruimtelijke strategische keuzes Special: verkeerskundige analyse Bouwsteen 3: beoordeling van de ontwerp-Omgevingsvisie Wisselwerking OER en Omgevingsvisie

10 11 11 12 13 16 18 18 18 20 21 21 22 22

3.

Leefomgevingsfoto

24

4.

Ontwerpend onderzoek

26

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7 4.1.8 4.1.9 4.2 4.3 4.4

Groeipotentielocaties Het Ambacht Groenpoort Rondweg-west Centrum en Schrijverswijk Het westelijke deel van Engelenburg Franse Gat Gebied ten zuiden van de Dijkstraat De Nieuwe Meent De Klomp Integrale beschouwing ontwerpend onderzoek Special: memo OER en ruimtelijke strategische keuzes Special: mobiliteit

26 28 32 34 37 39 41 43 45 47 49 51 51

5.

Beoordeling ontwerp-Omgevingsvisie

52

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Beschrijving ontwerp-Omgevingsvisie De Veenendaalse principes Bestaande ruimtelijke kwaliteiten en inzichten als basis voor verdere groei Groeien in balans: ruimtelijke strategische keuzes Veenendaal 2040 Onderliggende ruimtelijke thema’s Thematische beoordeling Samenleving en gezondheid Wonen Economie

52 52 53 54 54 54 55 55 56

5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8 5.2.9 5.2.10 5.3

Ruimtelijke kwaliteit Energie Bodem, water en ondergrond Milieu Natuur Mobiliteit Overzicht van thematische beoordelingen Integrale beoordeling

56 57 57 58 59 60 61 62

6.

Aanbevelingen

64

6.1 6.1 6.2

Inhoud Afwegingskader Monitoring en evaluatie

64 64 65

7.

Bijlagen

67

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Samenvatting Het omgevingseffectrapport (OER) voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 brengt in beeld wat de ruimtelijke en maatschappelijke koers van de gemeente betekent voor de gehele fysieke leefomgeving. Het OER is opgesteld in het kader van de verplichte milieueffectrapportage (mer) en is breder opgezet dan een traditioneel mer: niet alleen milieuthema’s, maar ook sociale, economische en ruimtelijke kwaliteit zijn meegenomen. Het uiteindelijke doel van dit OER-traject is het borgen van een goede basis voor het belang van de fysieke leefomgeving bij verdere uitwerking van beleid. Daarom is juist op wisselwerking tussen OER en omgevingsvisie ingezet – en niet enkel op de uiteindelijke uitwerking van dit rapport. De wisselwerking tussen het OER-traject en de totstandkoming van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is constructief en dynamisch geweest. De processen zijn parallel doorlopen, waarbij het OER inhoudelijk input leverde voor de te maken keuzes in de visie (via onder andere wekelijks afstemmingsoverleg en een tussentijdse memo). Dit gebeurde allemaal binnen een strakke planning: de NRD en het concept-ontwerp van de omgevingsvisie hebben in juni 2025 ter inzage gelegen en dit OER is in augustus 2025 afgerond.

Het concept-ontwerp van de omgevingsvisie, dat gebruikt is voor de beoordeling in hoofdstuk 5, is bovendien pas eind juli door de gemeente met Antea Group, het bureau dat het OER opgesteld heeft, gedeeld. Dat betekende dat de laatste twee hoofdstukken van dit OER (waaronder bouwsteen 3) in twee weken opgesteld zijn. De krappe planning en de korte tijd voor dit traject zijn zaken die vanaf het begin helder waren. Daarom is de nadruk ook op de interactie tussen OER en visie buiten dit rapport komen te liggen. Het OER bestaat uit drie bouwstenen: 1. De leefomgevingsfoto: een analyse van de huidige situatie en de referentiesituatie in 2040 zonder ingrepen. 2. Ontwerpend onderzoek: een beoordeling van geselecteerde groeipotentielocaties en de hypothetische invulling, om kansen en risico’s te verkennen. 3. Beoordeling ontwerp-omgevingsvisie: een analyse van de effecten van de ontwerpvisie op alle thema’s in het beoordelingskader. Uit de leefomgevingsfoto komen vooral verbeterpunten naar voren op het gebied van voorzieningenniveau, woningaanbod, klimaatadaptatie, luchtkwaliteit en duurzame energie. Hier liggen belangrijke kansen voor synergie, bijvoorbeeld door woningbouw te koppelen aan energieneutrale bouw en klimaatadaptieve maatregelen.

Tegelijkertijd zijn er potentiële botsingen, zoals druk op voorzieningen en natuur, of negatieve effecten op luchtkwaliteit en groen door een toename van bebouwing en verkeer. Het ontwerpend onderzoek heeft negen groeipotentielocaties geïdentificeerd, variërend van binnenstedelijke herontwikkeling (o.a. Het Ambacht en het centrum) tot mogelijke uitbreidingsgebieden (o.a. De Klomp). De locaties zijn beoordeeld op thema’s als wonen, economie, mobiliteit, natuur en milieu. Binnenstedelijke verdichting scoort overwegend positief op duurzaamheid en voorzieningen, terwijl uitbreidingslocaties vaker leiden tot hogere druk op natuur en infrastructuur. Het ontwerpend onderzoek wordt bij de uiteindelijke vaststelling van de omgevingsvisie (na de terinzagelegging en het advies van de Commissie mer) aangevuld met een verkeerskundige analyse. De beoordeling van het ontwerp-omgevingsvisie laat zien dat deze in brede zin bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, mits aandacht wordt besteed aan knelpunten op het gebied van voornamelijk milieu, bodem en ruimtelijke kwaliteit. Integrale afstemming tussen woningbouw, bereikbaarheid, groen en energievoorziening blijft belangrijk. Voor mobiliteit is een cultuuromslag gewenst naar meer gebruik van de fiets, het ov en lopen, dit om de druk op infrastructuur en luchtkwaliteit te beperken. De omgevingsvisie speelt daar voor een deel al op in.

Het OER heeft in nauwe samenwerking met de totstandkoming van de visie gefunctioneerd. Bevindingen zijn tussentijds ingebracht in het proces, waardoor strategische keuzes tijdig zijn getoetst aan milieu- en omgevingsbelangen. De aanbevelingen richten zich op de verdere uitwerking in (gebiedsgerichte) programma’s, de uitwerking van een afwegingskader voor verdere uitwerking en het opzetten robuuste monitoring en evaluatie, zodat bijsturing in de uitvoering van de Omgevingsvisie 2040 mogelijk blijft.

5

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Veenendaal stelt de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 op als verplichting onder de Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is. Deze integrale visie, gericht op de fysieke leefomgeving, is een vervolg op de Omgevingsvisie 2030 en biedt richting aan ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. 1 Het omgevingseffectrapport (OER) speelt hierbij een essentiële rol, door milieueffecten te analyseren en in balans te brengen met andere belangen.

Figuur 1.1 De gemeente Veenendaal en directe omgeving

1.1

Een OER bij de omgevingsvisie Tot 1 januari 2024 was er in de Wet milieubeheer vastgelegd dat kaderstellende plannen voor (mogelijk) merplichtige activiteiten de procedure van de milieueffectrapportage (mer) moeten doorlopen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024) is er het een en ander veranderd. Sinds 1 januari 2024 is de wetgeving rond de mer ‘verhuisd’ van hoofdstuk 7 uit de Wet milieubeheer naar afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. In de Omgevingswet zijn plannen en

1

Hierbij is destijds, in 2020, een vormvrije mer-beoordeling opgesteld. Deze is bij de totstandkoming van dit OER bestudeerd bij het opstellen van het beoordelingskader (de doelstellingen) en het opstellen van de leefomgevingsfoto (toen gebruikt kaartmateriaal is waar mogelijk geactualiseerd).

6

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

programma’s die onder de plan-mer vallen generiek aangewezen. Het instrument omgevingsvisie valt hieronder en blijft/is dus mer-plichtig. De mer en het MER Het is gebruikelijk de afkortingen (de) mer en (het) MER te gebruiken. De afkorting mer (met kleine letters) staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt. De term OER of oer heeft geen wettelijke basis. In dit traject wordt gesproken over: A. B.

C.

De mer-procedure (formele traject van terinzagelegging NRD, inspraak, terinzagelegging OER, zienswijzen). Het OER (omgevingseffectrapport, resultaat en rapport waarmee de procedure wordt doorlopen) Het OER-traject: het proces waarin het omgevingsbelang is meegewogen bij het maken van keuzes die in de omgevingsvisie landen.

Voor een mer bij een omgevingsvisie verandert er weinig door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De ‘geest’ van de mer verandert wel (mee): het doel is om het milieubelang (nog meer) vroegtijdig en volwaardig in plan- en besluitvorming te betrekken. Daarnaast is het de bedoeling om niet enkel naar milieu te kijken, maar naar de gehele fysieke leefomgeving. Met de opzet van het MER is invulling gegeven aan deze inhoudelijke veranderingen. De opzet is gericht op het zo vroeg mogelijk meewegen van het milieu- en omgevingsbelang. Daarom wordt er een breed beoordelingskader geïntroduceerd (met als scope de gehele fysieke leefomgeving). Voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is gekozen voor het opstellen van een omgevingseffectrapport (OER, een ruimere invulling van het milieueffectrapport) om aan de mer-plicht te voldoen. In het OER worden de gevolgen van keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving onderzocht, in plaats van enkel de gevolgen op het milieu. Dit sluit beter aan bij de reikwijdte van de omgevingsvisie, die breder is dan van bijvoorbeeld een structuurvisie, waarin onder de oude Wet ruimtelijke ordening de integrale visie op een gebied werd gegeven.

Waar een structuurvisie opgesteld werd ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, wordt in een omgevingsvisie de basis gelegd voor een evenwichtige toedeling van functies in de fysieke leefomgeving aan de hand van de kwaliteiten en ambities die de gemeente nastreeft.

1.2

Omgevingsbeleid en milieueffectrapportage De sporen van het omgevingsbeleid (met de totstandkoming van de omgevingsvisie) en de mer (met de totstandkoming van het OER) zijn tegelijkertijd doorlopen. Vanuit de mer is input voor het maken van beslissingen in de omgevingsvisie gegenereerd. In deze paragraaf zijn de verschillende sporen, en de documenten die erbij horen, kort aangestipt. Omgevingsbeleid Hiermee wordt het omgevingsbeleid onder de instrumenten van de Omgevingswet bedoeld. De focus ligt vooral op het instrument omgevingsvisie, maar aandacht voor latere uitwerking in programma’s en omgevingsplan is in dit vroege stadium al wel belangrijk. De gemeente Veenendaal werkt, nu het Koersdocument is afgerond, in drie stappen naar een vast te stellen omgevingsvisie: A. concept-ontwerp-omgevingsvisie: de eerste richting; B. ontwerp-omgevingsvisie: compleet en uitgewerkt; C. omgevingsvisie: vast te stellen door de gemeenteraad. De gemeente Veenendaal heeft als eerste stap een concept-ontwerp van de omgevingsvisie opgesteld, dat als eerste inhoudelijke voorstel voor de uiteindelijke omgevingsvisie beschouwd kan worden. Na de conceptontwerp-omgevingsvisie is er nog veel uitgewerkt om tot de uiteindelijke (ontwerp-)omgevingsvisie te komen.

Milieueffectrapportage (mer) Bij de omgevingsvisie wordt in dit spoor een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld, om het milieu- en omgevingsbelang in (de totstandkoming van) de omgevingsvisie te borgen. De richtingen uit het concept-ontwerp van de omgevingsvisie vormen onderzoeksinput voor het OER.

1.3

De mer-procedure Start van de mer-procedure

7

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

De start van de mer-procedure is bekendgemaakt met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD is op hoofdlijnen beschreven wat er in het OER-traject wordt onderzocht (reikwijdte) en op welke wijze dat onderzoek uitgevoerd wordt (detailniveau). Dit wordt samen aangeduid als de reikwijdte en het detailniveau van de onderzoeken die worden gedaan in het kader van de mer. De NRD heeft gedurende vier weken ter inzage gelegen, waarbij belanghebbenden de mogelijkheid hebben gekregen om te reageren op de voorgestelde reikwijdte en het detailniveau van het OER. Er zijn geen reacties op de NRD binnengekomen. Stappen in de mer-procedure De procedure omvat verschillende stappen, die elk gericht zijn op het zo vroeg mogelijk en zo volledig mogelijk integreren van milieu- en omgevingsbelangen in de planvorming. De eerste stap in het proces is het opstellen van een zogenaamde ‘leefomgevingsfoto’. Deze foto geeft een gedetailleerd beeld van de huidige stand van zaken in de fysieke leefomgeving, inclusief milieuaspecten. Daarna volgt in dit OER het ontwerpend onderzoek: een verkennende studie naar de mogelijke effecten van ontwikkelingen op verschillende plekken in de gemeente. Ten slotte zijn de milieu- en omgevingseffecten van het ontwerp van de omgevingsvisie beoordeeld. De nadruk heeft in de mer-procedure voornamelijk op het proces gelegen.

Zo is er op meerdere momenten in de totstandkoming van de omgevingsvisie interactie met de mer-procedure geweest. In paragraaf 2.7 is hier verder op ingegaan. De beoordelingsstappen in het OER worden uitgevoerd met behulp van één beoordelingskader (paragraaf 2.3), dat de gehele scope van de fysieke leefomgeving representeert. Dit kader is ontworpen om de milieueffecten en de effecten op de fysieke leefomgeving te analyseren en om aanbevelingen te doen voor monitoring en evaluatie. Inzage en toetsing Na de terinzagelegging van het OER en de ontwerp-Omgevingsvisie, wordt er wederom de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen. Dit is een belangrijk onderdeel van de procedure. Tijdens deze fase geeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) een toetsingsadvies over het OER. Dit advies is een onafhankelijke toetsing van de inhoud en de reikwijdte van het OER. Afsluiting van de mer-procedure De mer-procedure wordt afgerond met de vaststelling van de Omgevingsvisie door het bevoegd gezag, waarbij het OER, de resultaten van de terinzagelegging en het toetsingsadvies van de Commissie mer worden betrokken. Dit besluit markeert het einde van de formele mer-procedure, maar het begin van de implementatiefase van de Omgevingsvisie.

Passende Beoordeling Vanwege de ligging van Natura 2000-gebied(en) in en net buiten de gemeente is er een Passende beoordeling bij de Omgevingsvisie uitgevoerd. De Passende beoordeling is een belangrijke component van de mer-procedure, die vereist is wanneer niet kan worden uitgesloten dat de Omgevingsvisie significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Deze beoordeling onderzoekt de mogelijke impact van de visie op beschermde natuurgebieden. Afhankelijk van de aard en omvang van de potentiële impact, kan de Passende beoordeling variëren in complexiteit. De passende beoordeling is te vinden in bijlage 3.

1.4

Doel van het OER Het doel van het omgevingseffectrapport (OER) voor de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is om ervoor te zorgen dat milieu- en omgevingsbelangen worden meegenomen in de besluitvorming. Het OER dient als een belangrijk instrument om de effecten van verschillende ontwikkelingen op de fysieke leefomgeving te analyseren en te beoordelen. Het OER helpt bij het identificeren van potentiële risico’s en biedt handvatten voor het minimaliseren van negatieve effecten. Verder biedt het OER inhoudelijke kaders die van pas komen bij de verdere uitwerking van omgevingsbeleid, zoals het ontwikkelen van gebiedsvisies, programma’s, plannen en projecten. Het OER fungeert ook als leidraad voor monitoring, zodat de effecten van de Omgevingsvisie op de langere termijn kunnen worden gevolgd en bijgestuurd waar nodig. In paragraaf 2.1 is de rol van het OER concreter vormgegeven.

1.5

Leeswijzer Het OER bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgen: 8

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

2. 3. 4. 5. 6.

Hoofdstuk 2: uiteenzetting van de methodiek en aanpak van dit OER. Hoofdstuk 3: de (verwijzing naar de) leefomgevingsfoto. Hoofdstuk 4: het ontwerpend onderzoek. Hoofdstuk 5: de beoordeling van de ontwerp-Omgevingsvisie. Hoofdstuk 6: de aanbevelingen.

9

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

2.

Methoden

2.1

De rol van het OER Het doel van het OER is om het milieu- en omgevingsbelang vroegtijdig en volwaardig mee te wegen in de besluitvorming over de omgevingsvisie. Binnen het proces van het OER-traject is er ruimte om vanuit dit belang met de inhoud van de omgevingsvisie te spiegelen. Op basis van het OER-traject kan de omgevingsvisie daarmee verder aangescherpt worden en worden de inhoudelijke kaders geboden voor de verdere uitwerking van het omgevingsbeleid van de gemeente. Het OER biedt handvatten voor de monitoring van de omgevingsvisie en de uitwerking van het beleid in gebiedsvisies, programma’s, plannen en projecten. In figuur 2.1 is het spoor van het omgevingsbeleid (met de omgevingsvisie en later de verdere uitwerking in programma’s en het omgevingsplan) in relatie tot het mer-spoor weergegeven. Te zien is dat er interactie tussen beide sporen bestaat. De omgevingsvisie is de basis voor het omgevingsbeleid. Het OER heeft twee functies: 1. 2.

Het OER zorgt voor een goede onderbouwing van de keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt (de ‘linkerkant’ van figuur 3.1). In het vervolg van dit hoofdstuk is uitgebreid uiteengezet hoe dit gebeurt. Het OER zorgt ook voor een basis voor de besluitvorming in de verdere beleidscyclus (de ‘rechterkant’ van figuur 3.1). Daarom is in het OER ook ingegaan op monitoring, evaluatie en de verankering van de omgevingsvisie in het ‘beleidshuis’: het totaal aan Veense beleidsinstrumenten op de verschillende abstractieniveaus. Hier is voornamelijk in hoofdstuk 6 op ingegaan.

Figuur 2.1 Processchema van de beoogde wisselwerking tussen het instrument mer en het omgevingsbeleid

De stappen uit het mer-spoor (de leefomgevingsfoto, het ontwerpend onderzoek en de afweging en beoordeling (van de ontwerp-Omgevingsvisie) vormen de drie bouwstenen die in het OER centraal staan. In de volgende paragraaf is hier uitgebreider op ingegaan. De mer-basis werkt door in het omgevingsbeleid, ook na de afronding van de omgevingsvisie. De aanbevelingen van het OER kunnen richting geven aan de verdere uitwerking in programma’s, maar de structuur van het OER kan ook de basis vormen voor een nieuw(e aanvulling op het) MER bij een programma of omgevingsplan. Door te blijven evalueren en bijsturen in de mer-basis ontstaat een cyclus waarin het omgevingsbeleid aan de hand van de mer verder wordt uitgewerkt. Op basis van de verzamelde informatie en de leemten in kennis wordt de monitoringsopgave voor de omgevingsvisie bepaald. In het OER wordt hier een verdere aanzet voor uitgewerkt, om ook in de toekomst een goede wisselwerking te borgen tussen de besluitvorming over en de afweging van de gevolgen voor de sociale en fysieke leefomgeving.

10

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

2.2

Onderzoeksopzet Dit OER bestaat uit drie bouwstenen: 1. de beoordeling van de huidige situatie en de referentiesituatie (leefomgevingsfoto); 2. het ontwerpend onderzoek, waarin ‘groeipotentielocaties’ op hun effecten worden beoordeeld; 3. de beoordeling van de uiteindelijke keuzes uit de omgevingsvisie.

Beoordelingskader Bouwsteen 1: Leefomgevingsfoto

Bouwsteen 2: Ontwerpend onderzoek

Bouwsteen 3: Beoordeling ontwerpOmgevingsvisie

Figuur 2.2: De drie bouwstenen van het OER

De bouwstenen zijn de hoofdonderdelen van dit OER. In dit hoofdstuk zijn de drie hoofdonderdelen toegelicht. Bij deze drie beoordelingsstappen wordt met één beoordelingskader gewerkt. Dat beoordelingskader representeert de scope van het OER-traject. Het beoordelingskader is in dit hoofdstuk opgenomen. Verder worden er in het OER aanbevelingen voor monitoring en evaluatie gedaan. Allereerst is echter ingegaan op de totstandkoming van de omgevingsvisie en hoe het OER daarmee verbonden is.

2.2.1

Totstandkoming van de Omgevingsvisie De gemeenteraad van Veenendaal heeft op 14 december 2023 gestemd voor de actualisatie van de Omgevingsvisie. Dit besluit werd genomen aan de hand van verschillende ontwikkelingen en nieuwe inzichten. Een van de voornaamste redenen voor het actualiseren van de Omgevingsvisie is onvoldoende integraal afwegen van verschillende vraagstukken in de vorige versie. Daarnaast zijn er ook nieuwe inzichten ontstaan vanuit nationaal-, regionaal- en lokaal niveau met betrekking tot de huidige ruimtelijke opgaven. Zo moeten er vanuit de NOVI tot 2040 45 duizend woningen bijgebouwd worden in de regio Foodvalley, waarvan ruim 10 duizend in Veenendaal. Veenendaal verwacht een groei van 85 duizend inwoners in 2040. Ook in de provinciale Omgevingsvisie zijn er grootschalige ontwikkellocaties aangewezen bij Veenendaal, terwijl Veenendaal zich ook heeft gecommitteerd aan het provinciale programma ‘Groen Groeit Mee’. Zo moet de vernieuwde Omgevingsvisie leidraad bieden voor het tegelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en ook zorgen voor een toename in woningbouw. In het koersdocument staat beschreven welke opgaven en nieuwe inzichten en prognoses hebben geleid tot de vernieuwd Omgevingsvisie. Het Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is de basis voor de nieuwe omgevingsvisie.

In het koersdocument worden aan de hand van participatieavonden en het inwonerspanel inwoners betrokken bij het ontwikkelen van de omgevingsvisie. Daarnaast zijn er diverse werksessies georganiseerd en is er een projectteam omgevingsvisie opgesteld waarin de vakgroepen Wonen, Werk & Voorziening, Mobiliteit, Ruimtelijke Ontwikkeling, Energie & Warmtetransitie, Circulariteit, Klimaatbestendige leefomgeving, Gezondheid, Grondbeleid & Financiën en Veiligheid zijn vertegenwoordigd. Op deze manier is er legitimiteit gecreëerd voor het Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040, dat de leidraad vormt voor de uiteindelijke Omgevingsvisie Veenendaal 2040. In het koersdocument zijn allereerst de belangrijkste trends en ontwikkelingen onderscheiden, op het gebied van: demografische verschuivingen; klimaatverandering, grondstoffenschaarste en energietransitie; de veranderende rol van de gemeente (vanuit bijvoorbeeld de Omgevingswet en regionale samenwerking); de ondergrond (bijvoorbeeld infrastructuren en drinkwater); digitalisering. Als leidende Veense principes zijn vervolgens vitaal, duurzaam en veilig gekozen. Onder een vitaal Veenendaal verstaat de gemeente een stad die levendig en leefbaar is. Met duurzaam Veenendaal wordt een Veenendaal bedoeld dat is voorbereid op de uitdagingen van de toekomst.

In een veilig Veenendaal is wonen, werken en leven voor inwoners en ondernemers altijd een belangrijk uitgangspunt. Een veilige en leefbare omgeving speelt ook in relatie tot het veiligheidsgevoel een grote rol. 11

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Het koersdocument is ten slotte gericht op de vier belangrijkste (brede) thema’s die spelen voor het opstellen van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040:  groen;  groei;  duurzaamheid;  mobiliteit. Door de koers uit te zetten op deze vier thema’s, kan de omgevingsvisie in het vervolgproces gemakkelijker worden gevuld. In de omgevingsvisie worden uiteraard nog veel meer andere belangrijke thema’s aangesneden.

1. Groeiende opgaven 2. Nieuwe inzichten 3. Betere aansluiting bij instrumenten Ow

Belangrijkste trends en ontwikkelingen

Omgevingsvisie 2030

De Veense principes: 1. Vitaal 2. Duurzaam 3. Veilig

Koersdocument

De koers van Veenendaal: 1. Groen 2. Groei 3. Duurzaamheid

Verdere uitwerking in de visie

4. Mobiliteit

Omgevingsvisie 2040

Figuur 2.3: Schema bepaling koers omgevingsvisie

2.2.2

Onderdelen van het OER Parallel aan het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn de hoofdstukken van dit OER geschreven. Dat heeft ertoe geleid dat bevindingen van dit OER tijdens het vormen van de omgevingsvisie meegenomen zijn. In Figuur 2.4 is te zien hoe het OER, naast de voor de omgevingsvisie gezette stappen, vorm heeft gekregen.

12

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Omgevingsvisie 2030

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

Integrale visie op fysieke leefomgeving in 2030

Start mer-procedure en definiëring inhoud OER

Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Leefomgevingsfoto

Leidraad voor uitwerking Omgevingsvisie 2040

Beoordeling van de huidige situatie en de referentiesituatie tot 2050.

Concept-ontwerp-Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Ontwerpend onderzoek

Uiteenzetting van de eerste richting van de omgevingsvisie

Beoordeling van de groeipotentielocaties in het ontwerpend onderzoek.

Ontwerp-omgevingsvisie Veenendaal 2040

Beoordeling ontwerp-omgevingsvisie

(De hoofdlijn) van de uiteindelijke Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Beoordeling van de ontwerp-omgevingsvisie (t.o.v. de referentiesituatie).

Figuur 2.4: Stappen totstandkoming omgevingsvisie Veenendaal en relatie OER

2.3

Beoordelingskader Het OER-traject wordt doorlopen aan de hand van een beoordelingskader. Het beoordelingskader is opgesteld om de staat van de fysieke leefomgeving te analyseren, belangrijke trends en ontwikkelingen te identificeren, en de impact van potentiële beleidsopties op de totale omgeving te beoordelen. In het OER wordt op twee niveaus beoordeeld:  op het niveau van de thema’s;  op het niveau van de aspecten. In het OER-traject wordt in eerste instantie een beoordeling op themaniveau opgesteld. Dit gaat om een kwalitatief beargumenteerde samenvatting van de beoordeling van de aspecten die bij dat thema horen. Deze beoordeling omvat over het algemeen de hele gemeente Veenendaal. Binnen deze beoordelingen, is waar dit relevant is, wel ruimte voor gebiedsgerichte nuances en kenmerken. De beoordeling op themaniveau is globaal en wordt geaggregeerd weergegeven. Er wordt hier dus geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende aspecten. Vervolgens zullen de thematische beoordelingen meer gedetailleerd op aspectniveau worden toegelicht. De tabel hieronder omvat het beoordelingskader voor het OER Omgevingsvisie Veenendaal 2040. Deze illustreert hoe de aspecten voortvloeien uit de thema’s en hoe hier de doelstellingen aan zijn gekoppeld. Aan de thema’s en 13

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

aspecten zijn de doelstellingen uit de omgevingsvisie 2030 en de opgaven uit het koersdocument (zie paragraaf 2.2.1) gekoppeld. Omdat de doelstellingen uit de omgevingsvisie 2030 en het koersdocument zijn gekopieerd, zijn ze in veel gevallen in de ‘we-vorm’ opgeschreven. Zo ontstaat er een relatie met bestaand beleid en bestaande ambities, maar wordt de objectiviteit van het beoordelingskader als complete kapstok voor de gehele fysieke leefomgeving gewaarborgd. De beoordeling vindt in het algemeen op basis van een kwalitatief deskundigenoordeel plaats. Al met al biedt dit beoordelingskader een gedegen structuur om de effectiviteit van de ambities binnen de gemeente Veenendaal in samenhang te beoordelen, rekening houdend met de lokale opgaven en prioriteiten.

14

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Thema’s VeenendaalAspecten Gemeente Voorzieningen

Doelstellingen Omgevingsvisie 2030 (en koersdocument) We zorgen voor voldoende voorzieningen in wijken In balans mee laten groeien van andere opgaven zoals werkgelegenheid, voorzieningen en groenstructuren

Gezondheidsbevordering

We bevorderen mogelijkheden leefomgeving voor vaker bewegen, ontspannen en ontmoeten We bevorderen mogelijkheden om te bewegen in openbare ruimte, parken en sportparken We maken wandelen en fietsen aantrekkelijker Groene ruimte realiseren voor ontmoeten en bewegen

Sociale cohesie

We realiseren meer mogelijkheden voor ontmoeten We richten de leefomgeving veilig in, een veilig ingerichte fysieke ruimte We hanteren vier vuistregels voor veilig ontwerp en beheer van het fysiek domein We richten een fysieke leefomgeving in die bijdraagt aan een veilig gevoel

Woningaanbod

We voldoen aan de woningbehoefte voor alle Veenendalers We hebben voldoende betaalbare sociale woningen Voor de lagere inkomens richten we ons op passende huisvesting We bieden mogelijkheden voor kamerverhuur Ouderen kunnen langer zelfstandig wonen We hebben voldoende aangepaste woningen Realiseren van 10.700 woningen, deels binnen Veenendaal en deels erbuiten in samenwerking met partnergemeenten

Zelfredzaamheid

Ouderen kunnen langer zelfstandig wonen Veenendaal blijft een bedrijvige stad, waar een groot deel van de beroepsbevolking van Veenendaal werkt Afstemming van het woningbouwprogramma op demografische ontwikkelingen en gewenste doelgroepen

Samenleving en Gezondheid

Wonen

Werkgelegenheid ondernemerschap

en

Economie Werklocaties

Het is van groot (economisch) belang dat we de bereikbaarheid van werkgebieden en winkelcentra goed houden en verbeteren We maken bedrijventerreinen duurzamer, aantrekkelijker en veiliger

Toerisme en recreatie Landschap cultuurhistorie

Ruimtelijke kwaliteit

Veenendaal blijft een bedrijvige stad, waar een groot deel van de beroepsbevolking van Veenendaal werkt We maken ondernemen aantrekkelijk We creëren een helder ICT-profiel in de Regio Foodvalley en daarbuiten Omdat ondernemerschap vaak thuis ontstaat, biedt Veenendaal ruimte aan ZZP’ers We behouden en versterken de huidige detailhandelsstructuur

We creëren een aantrekkelijke omgeving voor recreatie en toerisme en

We beperken zoveel mogelijk de ruimtelijke impact van duurzame energie opwek We versterken de eigenheid van de stad en haar wijken We behouden en versterken cultuurhistorische structuren en elementen die het Verhaal van Veenendaal ondersteunen en houden rekening met archeologie We behouden gebouwd erfgoed als onderdeel van de cultuurhistorische identiteit We brengen het Veense erfgoed meer onder de aandacht

Archeologie

We behouden en versterken cultuurhistorische structuren en elementen die het Verhaal van Veenendaal ondersteunen en houden rekening met archeologie

CO2-uitstoot

We werken actief samen met anderen bij de energietransitie We streven naar een aardgasvrij en fossielvrij Veenendaal We gaan stapsgewijs naar alternatieven voor aardgas Veenendaal is in 2050 klimaatneutraal

Duurzame energie

We stimuleren het opwekken van duurzame energie en faciliteren energieopslag We werken actief samen met anderen bij de energietransitie We gaan stapsgewijs naar alternatieven voor aardgas Bij ruimtelijke ontwikkelingen passen we gezonde, energieneutrale en circulaire oplossingen toe We geven de ruimte in de ondergrond doelmatig uit aan beheerders van warmteinfrastructuur Veenendaal is in 2050 energieneutraal Voldoende ruimte realiseren voor groei van de energie infrastructuur naar een opwek capaciteit voor 85.000 inwoners

Circulariteit

We werken toe naar een circulaire economie Bij ruimtelijke ontwikkelingen passen we gezonde, energieneutrale en circulaire oplossingen toe We geven de ruimte in de ondergrond doelmatig uit aan beheerders van warmteinfrastructuur We stimuleren ondernemers richting een circulaire economie Veenendaal is in 2050 circulair

Energie

15

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal Bodemkwaliteit Oppervlaktebodemwater Bodem, water en ondergrond

Milieu

en

We zorgen dat de bodemkwaliteit niet achteruitgaat en waar mogelijk of nodig verbetert

Klimaatadaptatie

We werken aan klimaatadaptatie We verbeteren de kwaliteit en beleefbaarheid van groen en water We zorgen voor meer groen bij ruimtelijke ontwikkelingen door groen- en natuurinclusief bouwen We versterken de relatie tussen stad en buitengebied We realiseren groen- en waterverbindingen op buurt- en wijkniveau Klimaatveiligheid: voldoende groen toevoegen of bestaand groen aanpassen zodat hittestress en wateroverlast worden voorkomen

Luchtkwaliteit

We behouden of verbeteren de kwaliteit van het milieu

Geluidsoverlast

We behouden of verbeteren de kwaliteit van het milieu

Geurhinder

We behouden of verbeteren de kwaliteit van het milieu

Trillingen

We behouden of verbeteren de kwaliteit van het milieu

Omgevingsveiligheid

We richten de leefomgeving veilig in, een veilig ingerichte fysieke ruimte We hanteren vier vuistregels voor veilig ontwerp en beheer van het fysiek domein We richten een fysieke leefomgeving in die bijdraagt aan een veilig gevoel

Natuurgebieden

We beschermen Natura2000, NNN en overige beschermde natuurgebieden

Biodiversiteit

We versterken de ecologie en de biodiversiteit Groei van biodiversiteit stimuleren

Groene woonomgeving

We zorgen voor meer groen bij ruimtelijke ontwikkelingen door groen- en natuurinclusief bouwen We realiseren meer groen (in de openbare ruimte en om, op en aan gebouwen) We versterken de relatie tussen stad en buitengebied We realiseren groen- en waterverbindingen op buurt- en wijkniveau We combineren groen met andere functies en gebruik We beschermen waardevolle groenelementen

Bereikbaarheid

Het is van groot (economisch) belang dat we de bereikbaarheid van werkgebieden en winkelcentra goed houden en verbeteren Veenendaal en haar woon-, winkel- en werkgebieden zijn goed bereikbaar met alle soorten vervoer. Fietsen en lopen worden gestimuleerd We zetten in op een hoogwaardig busnetwerk We zetten in op een hoogwaardig spoornetwerk, stations en optimale dienstregelingen We zetten in op passende parkeermogelijkheden We spelen in op nieuwe vormen van duurzame mobiliteit Veenendaal en haar woon-, winkel- en werkgebieden zijn goed bereikbaar met alle soorten vervoer. Fietsen en lopen worden gestimuleerd De groeiende en vitale stad optimaal bereikbaar houden

Vervoerswijzen

We maken de fiets als vervoermiddel aantrekkelijker We zetten in op een hoogwaardig busnetwerk We streven er naar het gebruik van de fiets en lopen binnen Veenendaal aantrekkelijker te maken Veenendaal en haar woon-, winkel- en werkgebieden zijn goed bereikbaar met alle soorten vervoer. Fietsen en lopen worden gestimuleerd Optimaliseren van de fiets infrastructuur Gezond en schoon vervoer realiseren door het aantal reiskilometers binnen Veenendaal te voet, per fiets, met het ov en met deelmobiliteit te vergroten

Verkeersveiligheid

Locaties of routes met een verhoogd risico voor de verkeersveiligheid pakken we met prioriteit aan We richten de openbare ruimte zodanig in dat dit veilig verkeersgedrag afdwingt De verkeerveiligheid verbeteren

Natuur

Mobiliteit

2.4

We zorgen dat de bodemkwaliteit niet achteruitgaat en waar mogelijk of nodig verbeteren

Bouwsteen 1: beoordeling van de referentiesituatie De eerste stap in het OER-traject is het in beeld brengen van de huidige en toekomstige staat van de sociale en fysieke leefomgeving. Dit gebeurt in de leefomgevingsfoto, die in bijlage 1 is opgenomen. De basis voor de leefomgevingsfoto wordt gelegd door een analyse van de actuele kwaliteit van de leefomgeving, op basis van het beoordelingskader. Dit is essentieel om inzicht te verkrijgen in de aanwezige waarden, aandachtspunten en belemmeringen die relevant zijn voor de Omgevingsvisie van de gemeente Veenendaal. In de foto van de leefomgeving worden de huidige situatie en de referentiesituatie inzichtelijk gemaakt.

16

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Huidige situatie De huidige situatie van de sociale en fysieke leefomgeving van de gemeente Veenendaal wordt gekenmerkt door diverse aspecten die van invloed zijn op de levenskwaliteit en het welzijn van de inwoners (meetbaar gemaakt door het beoordelingskader). De huidige situatie dient als vertrekpunt voor de beoordeling van mogelijke ontwikkelingen en veranderingen in het kader van de Omgevingsvisie voor het Veenendaal. Referentiesituatie De referentiesituatie geeft een beeld van de toekomstige situatie in het Veenendaal in het jaar 2040, indien er geen Omgevingsvisie wordt geïmplementeerd. Deze situatie wordt beschouwd als de prognose van de sociale en fysieke leefomgeving op basis van de voortzetting van huidige trends en beleidslijnen. Per thema wordt inzichtelijk gemaakt welk bestaand, strategisch beleid de gemeente en andere overheden voeren. Zonder de sturing en interventies die voortkomen uit de Omgevingsvisie, worden de verwachte ontwikkelingen en veranderingen in kaart gebracht. De referentiesituatie fungeert als een ijkpunt om de potentiële effecten van de Omgevingsvisie te kunnen evalueren. Wijze van effectbeoordeling In de leefomgevingsfoto worden de huidige situatie en de referentiesituatie per thema en aspect beoordeeld.

Hierbij gaat het om deze vragen:  Wat is de huidige kwaliteit?  In het geval van geen nieuw beleid wat zou dan de trend zijn op basis van de huidige trend en beleid?  Wat zijn op basis van de twee bovenstaande antwoorden mogelijke kansen en risico’s behorende bij dit thema? Op basis van deze uitspraken wordt per thema een beoordeling op een ordinale vijfpuntsschaal gevisualiseerd. Tabel 2.1: Toelichting beoordelingsscores

Waardering Toelichting De staat is overal goed, er zijn geen knelpunten (doelstellingen beoordelingskader worden overal gehaald) De staat is overwegend goed, lokaal zijn er wat knelpunten (doelstellingen beoordelingskader worden grotendeels gehaald) De staat is redelijk, verspreid zijn er knelpunten (doelstellingen beoordelingskader worden vaak wel, soms niet gehaald) De staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (doelstellingen beoordelingskader worden soms gehaald) De staat is overal slecht, er zijn overal knelpunten (doelstellingen beoordelingskader worden nergens gehaald)

De beoordeling van een thema wordt visueel weergegeven aan de hand van een trendgrafiek. Een trendgrafiek toont de ontwikkeling van het thema (positief of negatief) voor het verleden, het heden en de toekomst. In onderstaand voorbeeld is sprake van een negatieve trend: de situatie is de afgelopen 20 jaar verslechterd. Vervolgens wordt aan de hand van beschikbare data een prognose gemaakt voor de toekomstige situatie van een thema op basis van autonome ontwikkelingen. Onzekerheden vormen de aanleiding voor het gebruik van een bandbreedte. In onderstaand voorbeeld wordt de trend van de afgelopen jaren tot stilstand gebracht of vindt er een lichte verslechtering plaats. De beoordeling vindt voornamelijk op basis van een kwalitatief deskundigenoordeel plaats. Dit betekent dat deze beoordeling niet gebaseerd is op harde kwantitatieve gegevens, maar met name op de subjectieve inzichten en professionele ervaring van experts. Dit betekent dat deskundigen hun professionele inzichten toepassen om de trend te evalueren. Om de betrouwbaarheid te waarborgen, ondergaan de expertoordelen waar mogelijk een validatieproces. De leefomgevingsfoto is in samenwerking met de (beleidsmedewerkers van de) gemeente opgesteld. Dat zorgt ervoor dat actuele informatie gebruikt is en verschillende expertises betrokken zijn (zie paragraaf 2.7 over de wisselwerking tussen OER en omgevingsvisie).

17

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Figuur 2.5: Voorbeeld beoordelingsfiguur Leefomgevingsfoto per thema

Het opstellen van een leefomgevingsfoto geeft een eerste inzicht in potentiële kansen, risico’s, knelpunten en afhankelijkheden die een rol spelen bij de keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt. In hoofdstuk 3 wordt een samenvatting van de leefomgevingsfoto gegeven en in bijlage 1 is de gehele leefomgevingsfoto te lezen.

2.5

Bouwsteen 2: het ontwerpend onderzoek

2.5.1

De hoofdvraag van het ontwerpend onderzoek In het ontwerpend onderzoek zijn gericht verschillende ‘hoeken van het speelveld’ in kaart gebracht. Dat is niet gedaan door integrale alternatieven te bestuderen maar door te kijken naar één hoofdvraag: Hoe kan de gemeente Veenendaal in brede zin groeien en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving behouden of verbeteren? De hoofdvraag heeft als doel te onderzoeken hoe de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd kan worden, in acht nemend dat de druk op de ruimte in de gemeente Veenendaal groter wordt door onder meer de woningbouwopgave (van 10.700 woningen). Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn twee deelvragen belangrijk: 1. Wat is groeien in brede zin voor Veenendaal? 2. Wat houdt een kwalitatieve leefomgeving in voor Veenendaal? Wat is groeien in brede zin voor Veenendaal? Het realiseren van nieuwe woningen brengt een stijging van het aantal inwoners met zich mee, wat ervoor zorgt dat andere faciliteiten ook mee moeten groeien. Met groei in de brede zin wordt naast de groei van het aantal woningen dan ook de groei op andere noodzakelijke aspecten die dit met zich mee brengt bedoeld. Dit gaat om aspecten als werkgelegenheid, (commerciële) voorzieningen, groen, scholen en infrastructuur. Er wordt in het ontwerpend onderzoek in de gebiedsontwikkelingen rekening gehouden met een tijdshorizon tot 2040.

Wat houdt een kwalitatieve leefomgeving in voor Veenendaal? De kwaliteit van de leefomgeving betreft zowel de fysieke als de sociale kwaliteit van de leefomgeving. De kwaliteit van de leefomgeving gaat over hoe prettig, veilig en gezond mensen hun omgeving ervaren. Dit omvat zowel de fysieke kant (zoals gebouwen, groen, verkeer en milieu) als de sociale kant (zoals veiligheid, verbondenheid en betrokkenheid van bewoners). Samen bepalen ze hoe leefbaar een plek is. De verschillende aspecten opgenomen in het beoordelingskader omvatten deze fysieke en sociale kwaliteit. Met een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving wordt dus een vooruitgang op deze aspecten bedoeld ten opzichte van de huidige situatie zoals gemeten in de leefomgevingsfoto. Door te meten aan de hand van het beoordelingskader (paragraaf 2.3) kan dus worden bepaald in hoeverre de (brede groei in de) ontwerpomgevingsvisie scoort op de kwaliteit van de leefomgeving.

2.5.2

Toelichting op het ontwerpend onderzoek Groeipotentielocaties aanwijzen De eerste stap in het ontwerpend onderzoek is het onderscheiden van groeipotentielocaties. Dat zijn plekken in de gemeente Veenendaal waar brede groei, zoals in 2.5.1 geformuleerd, een plaats kan krijgen. 18

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Groeipotentielocaties worden op drie manieren onderzocht en bepaald. Het onderscheiden van de groeipotentielocaties gebeurt op basis van: 1. beleid en plannen van de gemeente; 2. de ‘GIS-kansenkaart’, op basis van een subset aan indicatoren; 3. een landschappelijke en stedenbouwkundige analyse met CB5. Op basis van deze drie manieren is er één lijst van groeipotentielocaties voor het ontwerpend onderzoek opgesteld. 1. Beleid en plannen van de gemeente Bij de gemeente Veenendaal is reeds een beeld van mogelijke locaties voor woningbouw. Deze informatie is meegenomen in het vaststellen van locaties voor groei. 2. De GIS-kansenkaart Op basis van verschillende relevante indicatoren is de GIS-kansenkaart gemaakt. Met behulp van deze kansenkaart is vastgesteld wat kansrijke groeilocaties zijn binnen de gemeente. Indicatoren die hierin meegenomen zijn, zijn bijvoorbeeld:  beschermde natuur (Natura 2000/Natuurnetwerk Nederland);  ov-ontsluitingskwaliteit;  milieugezondheidsrisico;  afstand tot verschillende voorzieningen;  omgevingsveiligheid. In een multicriteria-analyse zijn de verschillende indicatoren gescoord en met behulp van GIS (geografisch informatiesysteem) geanalyseerd, om zo tot een kansenkaart te komen. Door verschillende kaartlagen over elkaar heen te leggen ontstaat inzicht in de cumulatie van de beoordelingen van de indicatoren.

Hierin zullen kansrijkeen minder kansrijke gebieden naar voren komen. Dat inzicht draagt bij aan de keuze voor de uiteindelijke groeipotentielocaties. 3. Landschappelijke en stedenbouwkundige analyse De derde manier op tot groeipotentielocaties te komen is via een landschappelijke/stedenbouwkundige analyse van CB5. In dit OER-traject zijn de adviseurs van CB5 meermaals betrokken. Zo is er in een vroeg stadium, bij het opstellen van de NRD, al overleg geweest over de rol die CB5 in dit traject kan spelen. Daarnaast is er een werksessie met CB5 georganiseerd, waarbij een stedenbouwkundige en een landschapsexpert hun input een plek in dit OER-traject konden geven. Daarbij hebben zij zich vooral gericht op het onderscheiden van groeipotentielocaties, het optioneel invullen van deze locaties en het aanstippen van kansen en risico’s voor de ontwikkeling ervan. Groeipotentielocaties invullen Toen de lijst van groeipotentielocaties opgesteld is, is er gekeken naar de optionele invulling(en) van de locaties. Die invullingen zijn puur hypothetisch en opgesteld om indicatief enkele (extreme) richtingen te kunnen onderzoeken. De invullingen zijn zeer hoog over en (impliciet) na afstemming met CB5 tot stand gekomen. Met de optionele invullingen ontstaat inzicht in een brede range van mogelijke milieu- en omgevingseffecten.

De optionele invullingen van de groeipotentielocaties zijn vervolgens op basis van het beoordelingskader (paragraaf 2.3) beoordeeld.

19

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Wat is de scope? Het OER (en de omgevingsvisie) zijn gericht op het grondgebied van de gemeente Veenendaal. Omdat Veenendaal weinig buitengebied heeft, en de woningbouwopgave/groeiprognose groot is, onderzoekt de gemeente in regionaal verband en in samenspraak met buurgemeenten naar woningbouwlocaties buiten de gemeentegrenzen. Mochten deze mogelijkheden concreter worden, kan hiervoor een aparte mer doorlopen worden. Dit OER sluit qua scope aan bij de omgevingsvisie – en is dus gericht op het Veens grondgebied. Echter, bij het aanwijzen van groeipotentielocaties wordt bijvoorbeeld wel, ter verkenning en indicatief, over de gemeentegrenzen in uitbreidingsrichtingen gewezen. De mogelijke invulling van locaties net buiten de gemeentegrenzen is daarom, net als alle andere invullingen in het ontwerpend onderzoek puur ter verkenning en om vrijblijvend enkele richtingen te onderzoeken. Het is vooral van belang om de keuze die Veenendaal in de omgevingsvisie maakt met betrekking tot in- én uitbreiding van de stad te kunnen beoordelen dat deze locaties nét buiten de gemeentegrenzen ook meegenomen worden in dit OER. Zo wordt een goed beeld geschetst van de eventuele afwegingen die gemaakt kunnen worden.

De manier van werken in dit ontwerpend onderzoek, met de beoordeling van optionele invullingen van groeipotentielocaties, sluit beter aan bij de informatiebehoefte van de gemeente dan de beoordeling van integrale toekomstalternatieven. Het werken met groeipotentielocaties levert gebiedsspecifieke inzichten, ongeacht de status van bestaande plannen. In sommige gevallen worden groeipotentielocaties namelijk ingevuld en beoordeeld, terwijl de daadwerkelijke uitwerking van plannen op die locaties al verder is.2 In andere gevallen is er juist helemaal geen sprake van ontwikkelplannen, maar wordt de locatie toch in dit OER meegenomen.3 Toch wordt deze stap nuttig voor het OER bevonden, omdat de verkenning en beoordeling van opties voor de groeipotentielocaties tot een globaal inzicht in potentiële milieu- en omgevingseffecten in Veenendaal leidt. Daarnaast kunnen groeipotentielocaties gemakkelijk met elkaar worden vergeleken. De vergelijking van verschillende groeipotentielocaties geeft een beeld van de kansen en risico’s van in- en uitbreiding van woningen en andere functies. Het is hierbij belangrijk dat in- en uitbreiding niet lijnrecht tegenover elkaar gezet worden, beiden kennen andere eigenschappen en bieden specifieke kansen.

2.5.3

Beoordeling opties ontwerpend onderzoek Als de groeipotentielocaties onderscheiden zijn en een optionele invulling hebben gekregen, kunnen ze aan de hand van het beoordelingskader worden beoordeeld. Die beoordeling vindt, passend bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie, op basis van een kwalitatief deskundigenoordeel plaats. De beoordeling van opties wordt op themaniveau weergegeven in overzichtelijke tabellen en scoreborden. Voorbeelden hiervan zijn in Tabel 2.2 en Figuur 2.6 opgenomen. Tabel 2.2: Voorbeeld beoordelingstabel groeipotentielocatie ontwerpend onderzoek

Optionele invulling groeipotentielocatie

Toelichting

Samenleving en gezondheid

+

…

Wonen

0

…

Economie

0

…

Ruimtelijke kwaliteit

-/--

…

Energie

0

…

Bodem, water en ondergrond

-

…

Milieu

0/-

…

Natuur

0/-

…

Mobiliteit

0/+

…

2

Dit is bijvoorbeeld voor de groeipotentielocaties Het Ambacht en Veenendaal-Oost het geval. Daarvoor bestaan al concrete woningbouwplannen. 3 Bijvoorbeeld in het gebied ten zuiden van de Dijkstraat, waar enkele woningen in agrarisch en natuurrijk gebied zijn gelegen.

20

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Figuur 2.6: Voorbeeld beoordeling optie (op de rijen staan de thema’s)

Hiermee is in één oogopslag te zien welke integrale gevolgen de ontwikkeling van locaties hebben en waar knelpunten kunnen ontstaan. In de integrale beschouwing van het ontwerpend onderzoek zijn de scoreborden in een overzichtelijke samenvatting met elkaar te vergelijken. Het OER bevat hiermee de informatie die benodigd is om het belang van de fysieke leefomgeving mee te wegen bij de te maken locatiekeuzes. Het resultaat van het ontwerpend onderzoek is een strategische impactbeoordeling die de gemeente helpt bij het maken van de fundamentele keuzes in de omgevingsvisie. Overzicht in de range van effecten van verschillende opties geeft de gemeente input voor het opstellen van de uiteindelijke omgevingsvisie.

2.5.4

Special: memo OER en ruimtelijke strategische keuzes Om de gemeente Veenendaal op het juiste moment van de juiste informatie te voorzien is begin juli de memo ‘OER en ruimtelijke strategische keuzes omgevingsvisie Veenendaal 2040’ opgesteld. Hierin is vanuit het merperspectief op zeven ruimtelijke strategische keuzes gereflecteerd, die met het college van B en W besproken zijn. De zeven ruimtelijke strategische keuzes zijn vervolgens door de gemeente verder uitgewerkt en hebben een plek in (paragraaf 5.3 van) de omgevingsvisie gekregen. Met deze memo kon de gevraagde milieu- en omgevingsinformatie een plek in dit gesprek en het maken van keuzes krijgen. In de memo is informatie vanuit de leefomgevingsfoto en het ontwerpend onderzoek gebruikt om per ruimtelijke strategische keuze deze drie deelvragen te beantwoorden:  Wat zijn vanuit de huidige stand van het OER-traject de mogelijke kansen en uitdagingen per thema?  Wat wordt er in het OER nog verder uitgewerkt (welke beslisinformatie mag nog verwacht worden)?  Wat zijn, de strategische keuzes in samenhang bekeken, de mogelijke tegenstrijdigheden? Daar waar ongewenste effecten (kunnen) optreden, of frictie tussen doelstellingen optreedt, is dit in de memo als aandachtspunt meegegeven.

2.5.5

Special: verkeerskundige analyse Mobiliteit is een thema dat veel aandacht krijgt in Veenendaal. In het kader van het OER wordt er daarom ook een verkennende verkeerskundige analyse uitgevoerd voor het jaar 2040. Deze analyse is gericht op het inzichtelijk maken van potentiële verkeersmaatregelen in en rondom Veenendaal. De verkeerskundige analyse is geen onderdeel van dit rapport, maar kan wel bij de vaststelling van de omgevingsvisie betrokken worden. De resultaten ervan zullen namelijk beschikbaar zijn op het moment dat de gemeenteraad een besluit neemt over de omgevingsvisie (nadat de visie en het OER ter inzage hebben gelegen). In dit OER is wel beschreven hoe de verkeerskundige analyse eruit komt te zien en welke resultaten beschikbaar zullen komen. Voor het moment van de vrijgave van de ontwerp-omgevingsvisie worden deze werkstappen voor de analyse doorlopen: 1. Opstellen aangepaste referentiesituatie 2040 Allereerst wordt de referentiesituatie voor 2040 opgesteld. De uitgangspunten hiervoor worden in overleg met de verkeerskundige(n) van de gemeente bepaald. De referentiesituatie omvat door de gemeente beoogde ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen). Met de referentiesituatie kunnen later twee scenario’s vergeleken worden.

21

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

2. Modellering van twee scenario’s voor 2040 Naast de referentiesituatie worden twee toekomstscenario’s opgesteld. Deze toekomstscenario’s zijn verkennend van aard en dienen ertoe de gevolgen van een ‘hoek van het speelveld’ en een ‘tussenoptie’ inzichtelijk te maken. Dit zijn de twee scenario’s:  scenario ‘hoog’, met relatief vergaande maatregelen om mobiliteit te verduurzamen;  scenario ‘tussen’: met enkele maatregelen om mobiliteit te verduurzamen. 3. Te leveren modeluitvoer en analyses De opgestelde referentiesituatie en scenario’s worden doorgerekend. Zo ontstaat inzicht in de gevolgen van verschillende mobiliteitsmaatregelen en andere ontwikkelingen. De modeluitvoer zal bestaan uit (in ieder geval) deze onderdelen:  plots met verkeersintensiteiten (motorvoertuigen per etmaal, ochtend- en avondspits);  fietsintensiteiten en ov-reizigers (etmaalwaarden);  verschilplots ten opzichte van de referentiesituatie, voor motorvoertuigen, fietsers en ov-gebruik. In de verkeerskundige analyse wordt de modeluitvoer toegelicht en geduid. Zo wordt verkennende kwantitatieve informatie geleverd over potentiële mobiliteitsontwikkelingen. Door middel van deze special wordt er vanuit het OER-traject ook de voor de omgevingsvisie gewenste input voor het thema mobiliteit gepresenteerd. Die input kan door de gemeenteraad worden betrokken bij het vaststellen van de omgevingsvisie.

2.6

Bouwsteen 3: beoordeling van de ontwerp-Omgevingsvisie De laatste bouwsteen is de beoordeling van de ontwerp-Omgevingsvisie. Zo ontstaat inzicht in de effectbeoordeling op de verschillende thema’s en aspecten van het beoordelingskader. Daarnaast is er ook aandacht voor een integrale beoordeling. Er is vanuit de inhoud van de ontwerp-Omgevingsvisie nagegaan wat de impact op ieder thema en aspect is. De inhoud van de visie is (in lijn met de negen relevante ruimtelijke thema’s – exclusief het thema ‘regio’ - uit hoofdstuk 6 van de visie) geconfronteerd met alle aspecten van het beoordelingskader. Zo is de brede impact in kaart gebracht, en is er niet enkel nagegaan hoe bijvoorbeeld ambities van wonen op het thema Wonen scoren. Deze manier van beoordelen leidt tot een plussen- en minnentabel, met toelichtingen. In de tabel ligt de nadruk op de verschillen. Wanneer er geen significant onderscheid is tussen de omgevingsvisie en de referentiesituatie, is de situatie beoordeeld met een 0. Uiteindelijk is de ontwerp-Omgevingsvisie op ieder aspect van het beoordelingskader beoordeeld, dit wordt in hoofdstuk 5 toegelicht.

2.7

Wisselwerking OER en Omgevingsvisie Het uiteindelijke doel van dit OER-traject is het borgen van een goede basis voor het belang van de fysieke leefomgeving bij verdere uitwerking van beleid: zo wordt het milieu- en omgevingsbelang volwaardig geborgd. Daarom is juist op wisselwerking tussen OER en omgevingsvisie ingezet – en niet enkel op de uiteindelijke uitwerking van dit rapport. De wisselwerking tussen het OER-traject en de totstandkoming van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 is constructief en dynamisch geweest. De processen zijn parallel doorlopen, waarbij het OER inhoudelijk input leverde voor de te maken keuzes in de visie. Dit gebeurde allemaal binnen een strakke planning: de NRD en het concept-ontwerp van de omgevingsvisie hebben in juni 2025 ter inzage gelegen en dit OER is in augustus 2025 afgerond. Het concept-ontwerp van de omgevingsvisie, dat gebruikt is voor de beoordeling in hoofdstuk 5, is bovendien pas eind juli door de gemeente met Antea Group, het bureau dat het OER opgesteld heeft, gedeeld. Dat betekende dat de laatste twee hoofdstukken van dit OER (waaronder bouwsteen 3) in twee weken opgesteld zijn. De krappe planning en de korte tijd voor dit traject zijn zaken die vanaf het begin helder waren. Daarom is de nadruk ook op de interactie tussen OER en visie buiten dit rapport komen te liggen.

Een belangrijk moment in deze wisselwerking was de memo ‘OER en ruimtelijke strategische keuzes’, waarin vanuit het mer-perspectief op zeven strategische keuzes werd gereflecteerd. Deze memo is besproken met het college van B en W en heeft geholpen om milieu- en omgevingsinformatie tijdig te betrekken bij besluitvorming. De zeven strategische keuzes in de memo hebben de basis gevormd voor de keuzes die in paragraaf 5.3 van de ontwerp-omgevingsvisie (Groeien in balans: ruimtelijke strategische keuzes Veenendaal 2040) uiteengezet zijn.

22

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

Daarnaast vond er wekelijks afstemmingsoverleg plaats tussen de gemeente en Antea Group. Daardoor zijn de gemeente en Antea Group goed op de hoogte geweest van elkaars proces en konden veel OER-bevindingen mondeling en al in een vroeg stadium meegegeven worden. Voorbeelden hiervan zijn de uitkomsten uit de GISkansenkaart, die op deze manier niet alleen het doel hadden om tot de groeipotentielocaties te komen, maar ook inzicht in de milieu- en omgevingseffecten in de gemeente gaven. Op basis hiervan kon bijvoorbeeld al vroeg meegegeven worden dat concentratie van woningen op inbreidingslocaties in de stad overwegend positieve omgevingseffecten zou hebben. Daarnaast bleek dat de ontwikkeling van de uitbreidingslocatie De Klomp (op Edes grondgebied) vanuit milieuoogpunt overwegend negatief beoordeeld zou worden, maar dat hoe noordelijker de uitbreidingslocatie zou komen te liggen, de milieuomstandigheden positiever zouden worden. Verder is er in het OER-traject ook veel samengewerkt door Antea Group en de gemeente. Zo is het beoordelingskader samen met de gemeente, in een werksessie, opgesteld. De gemeente heeft daarnaast een grote rol gespeeld in de totstandkoming van de leefomgevingsfoto. De eerste aanzet tot de leefomgevingsfoto is geschreven door de verschillende beleidsmedewerkers van het gemeentelijk kernteam voor de omgevingsvisie.

Zo is de informatie die bij hen bekend en beschikbaar was dit OER ingebracht. Daarna is er actief door Antea Group en de gemeente samengewerkt om de leefomgevingsfoto verder aan te scherpen. De uiteindelijke duiding, afronding en beoordeling van de omgevingseffecten in de leefomgevingsfoto is door Antea Group gedaan. Door deze interactie tussen beide sporen heeft het OER niet alleen geleid tot een toetsingsinstrument, maar is het traject ook een inhoudelijke bouwsteen geworden voor de visie.

23

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Veenendaal projectnummer 0500481.100 21 augustus 2025 Gemeente Veenendaal

3.

Leefomgevingsfoto In bijlage 1 is de leefomgevingsfoto van de gemeente Veenendaal opgenomen. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen uit deze leefomgevingsfoto kort samengevat. Aspecten met een slechte tot matige beoordeling in de leefomgevingsfoto Na een sectorale analyse van de fysieke leefomgeving in Veenendaal, komen uit de leefomgevingsfoto vijf aspecten naar voren met een slechte tot matige beoordeling. De aspecten uit de leefomgevingsfoto met een slechte tot matige beoordeling zijn de aspecten: voorzieningenniveau, woningaanbod, klimaatadaptatie, luchtkwaliteit en duurzame energie. Omdat juist bij deze aspecten de urgentie het grootst is en de potentie voor verbetering het meest aanwezig, ligt het voor de hand om hierop in te zetten. Specifiek voor deze punten is daarom gekeken of verbetering op het ene vlak mogelijk ten koste gaat van vooruitgang op een ander gebied – de zogenoemde ‘botsingen’. Tegelijkertijd zijn er ook kansen waarbij een positieve ontwikkeling op het ene aspect juist een versterkend effect kan hebben op andere aspecten. Deze kansen en botsingen worden hieronder verder toegelicht. Kansen 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15923092/1