RIB2025.65 Raadsinformatiebrief uitkomsten meicriculaire 2025
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Zaaknummer Onderwerp
2251176 Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds
Telefoonnummer
Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders Financiën Otto de Jong +31318538906
Datum collegevergadering
24 juni 2025
Bijlagen
1
Aan Van Team Behandelaar
Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds Over het algemeen verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. De meicirculaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, de septembercirculaire geeft de vertaling van de Miljoenennota en de decembercirculaire rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Omdat dit jaar in de eerste bestuursrapportage 2025 en de kadernota 2026-2029 reeds inschattingen op basis van de voorjaarsnota van het rijk zijn ingerekend, zijn de effecten van de meicirculaire reeds grotendeels verwerkt. Navolgend leest u op onderdelen eerst de effecten van de circulaire waarna vervolgens wordt aangegeven wat reeds ingerekend is en welke bedragen dan resteren. De meicirculaire 2025 is op 28 mei 2025 verschenen. Deze circulaire bevat informatie over de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2025. Accressen Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel. Het nominale deel is ter compensatie van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. De meicirculaire bevat informatie over de demping van de terugval in het gemeentefonds, tekorten in het budget voor jeugdzorg en de actualisatie van het volume accres en LPO accres op basis van de Voorjaarsnota 2025.
De meicirculaire heeft invloed op het financieel meerjarenperspectief De eerste Bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 2026-2029 bevatten het tot nu toe meest actuele financieel meerjarenperspectief van de gemeente Veenendaal. Dit perspectief is voornamelijk gebaseerd op de september- en decembercirculaire 2024. Daarnaast is in het perspectief van de Kadernota 2026-2029 reeds een inschatting gemaakt van de effecten van de voorjaarsnota van het Rijk. Deze effecten zijn deels onderdeel van de uitkomsten van deze meicirculaire 2025. Op basis van de verschenen meicirculaire dient het meerjarenperspectief geactualiseerd te worden. Dit wordt verderop toegelicht. De meicirculaire bevat verschillende soorten mutaties in het gemeentefonds De middelen in de algemene uitkering en de integratie-uitkeringen zijn algemene middelen en hebben geen bestedingsverplichting. Wijzigingen in de omvang van het gemeentefonds hebben echter wel verschillende achtergronden. Algemene mutaties hebben invloed op het begrotingssaldo van de gemeente. Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering, gerelateerd aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo.
Pagina 1 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
In de algemene uitkering is een aantal algemene mutaties opgenomen De meicirculaire bevat een aantal algemene mutaties. Tegenover deze mutaties staan geen extra taken. Tabel 1 Algemene mutaties in het gemeentefonds bij de meicirculaire 2025
De uitkomsten van de meicirculaire 2025 leveren een voordelig effect op in 2025 ad € 2.785.000, in 2026 ad € 7.886.000, in 2027 ad € 7.400.000, in 2028 ad € 1.752.000 en in 2029 ad € 1.889.000. Volume accres Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de meicirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2025). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volumeaccres opwaarts bijgesteld. Het gaat specifiek om een hogere bijdrage van € 172.000 in 2026, € 366.000 in 2027, € 313.000 in 2028 en € 440.000 in 2029. LPO accres In de meicirculaire 2025 is het LPO accres geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP 2025). De indexatie voor loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). Met name voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld (+ 0,9%). Voor de jaren daarna zijn de bijstellingen beperkt. Mutatie stelpost LPO Tabel 2 Mutatie index prijs bbp
prijs bbp Indices CPB bbp CEP 25 Indices CPB decembercirculaire 2024 Verschil
2025 3,6% 2,7% 0,9%
2026 2,7% 2,6% 0,1%
2027 2,5% 2,6% -0,1%
2028 2,6% 2,4% 0,2%
2029 2,5% 2,4% 0,1%
Het effect voor de gemeente Veenendaal van de aanpassing van de prijsindexatie bbp is € 1.361.000 in 2025, € 1.658.000 in 2026, € 1.636.000 in 2027, € 1.744.000 in 2028 en € 1.940.000 in 2029. De verhoging van 2025 is reeds incidenteel meegenomen in de eerste Bestuursrapportage 2025.Normaal gesproken wordt voorgesteld deze gelden te reserveren op de stelpost loon- prijsontwikkeling voor aankomende jaren. Maar aangezien in de Kadernota 2026-2029 is voorgeteld de ophoging van 2025 ad 0,9% met een effect van € 1.100.000 niet door te rekenen in het uitgaven budget vanaf 2026 ontstaat er een structureel deel wat vrijvalt ten gunste van de algemene middelen. Dit is reeds opgenomen in het financieel perspectief bij de Kadernota 2026-2029. De mutatie op de stelpost voor reservering van loon- prijsstijgingen vanaf 2026 leidt per saldo tot de volgende reserveringen, in 2026 € 558.000, in 2027 € 536.000, in 2028 € 646.000 en in 2029 € 840.000 ten behoeve van prijs- en loonontwikkeling aankomende jaren. .
Pagina 2 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
BTW Compensatiefonds (BCF) Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds. Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2024 van € 332 miljoen, wat overeenkomt met ongeveer € 1,1 miljoen voor de gemeente Veenendaal, mag in de begroting een structurele stelpost opgenomen worden. Op dit moment is er een structurele stelpost opgenomen van € 1,5 miljoen. Dit betekent dat de stelpost structureel met € 0,4 miljoen vanaf 2025 verlaagd moet worden. Ontwikkelingen Jeugd: Demping terugval gemeentefonds jeugd en tekorten voor rekening van het Rijk Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. Het Rijk heeft deze middelen toebedeeld aan het cluster jeugdzorg. Voor de gemeente Veenendaal zorgt de demping van de terugval en tekorten voor rekening van het Rijk voor een ophoging van € 1.594.000 in 2026, € 1.731.000 in 2027, € 1.741.000 in 2028 en €1.799.000 in 2029. Vanaf 2028 dient de terugval weer via maatregelen binnen de jeugdzorg opgevangen te worden.
Dit betreffen de maatregelen eigen bijdrage Jeugdzorg, sturen op trajectduur jeugdzorg en indexeren opbrengst Hervormingsagenda In de Kadernota 2026-2029 is ten aanzien van deze ontwikkeling reeds rekening gehouden met een ophoging van € 1.360.000 in 2026 en € 1.435.000 in 2027. De bedragen voor 2028 en 2029 zijn niet in de kadernota verwerkt omdat, zoals hiervoor aangegeven, de ophoging opgevangen moet worden door maatregelen binnen de jeugdzorg en dus geen budgettair effect op het begrotingssaldo hebben. Tekorten voor rekening Rijk De Commissie van Ark heeft in haar rapport ‘Groeipijn’ berekend dat het tekort op de Jeugdzorg oploopt tot € 828 miljoen in 2024. In de voorjaarsnota kondigde het Rijk aan de komende jaren de helft van dit bedrag voor zijn rekening te nemen. Gevolg is dat er met ingang van 2025 € 414 miljoen aan het gemeentefonds wordt toegevoegd. Dit was bij de voorjaarsnota al aangekondigd en is nu verwerkt in de meicirculaire. Ook hier dient het budgettaire effect vanaf 2028 via maatregelen binnen de jeugdzorg gedekt te worden. Dit betreffen de genoemde maatregelen eigen bijdrage Jeugdzorg, sturen op trajectduur jeugdzorg en indexeren opbrengst Hervormingsagenda.
Voor de gemeente Veenendaal zorgt de compensatie van de tekorten voor rekening van het Rijk voor een ophoging van € 1.662.000 in 2025, € 1.671.000 in 2026, € 1.724.000 in 2027, € 1.773.000 in 2028 en € 1.825.000 in 2029. Vanaf 2028 dient de terugval weer via maatregelen binnen de jeugdzorg opgevangen te worden. In de Kadernota 2026-2029 is ten aanzien van deze ontwikkeling reeds rekening gehouden met een ophoging van € 1.697.000 in 2026 en € 1.697.000 in 2027. De bedragen voor 2028 en 2029 zijn niet in de kadernota verwerkt omdat, zoals hiervoor aangegeven, de ophoging opgevangen moet worden door maatregelen binnen de jeugdzorg en derhalve geen budgettair effect op het begrotingssaldo heeft. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt, zo verwacht het Rijk, vooralsnog vanaf 2028 gerealiseerd. In het voorjaar van 2027 zal de deskundigencommissie opnieuw een zwaarwegend advies uitbrengen welke als basis moet dienen voor het budgettair kader voor de jeugdzorg vanaf 2028. Dus de door het Rijk gehanteerde bedragen vanaf 2028 zullen naar verwachting nog wijzigen op basis van dit advies.
Pagina 3 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
Voor de gemeente Veenendaal heeft het verzachten van het groeipad een hogere uitkering van € 1.984.000 in 2026 en € 1.838.000 in 2027. In de Kadernota 2026-2029 is ten aanzien van deze ontwikkeling reeds rekening gehouden met een ophoging van € 2.042.000 in 2026 en € 1.833.000 in 2027. Eigen bijdrage Jeugdzorg Met ingang van 1 januari 2028 wordt er naar verwachting een eigen bijdrage ingevoerd voor de mensen die Jeugdzorg ontvangen. Deze maatregel moet de gemeenten € 260 miljoen vanaf 2028 opleveren. Voor Veenendaal wordt deze inkomst ingeschat op € 1.023.000 in 2028 en € 1.053.000 in 2029.Tegelijkertijd wordt het gemeentefonds met hetzelfde bedrag verlaagd en ziet het Rijk dit als mogelijkheid voor de invulling van de taakstelling op het jeugdbudget. Onzeker is op dit moment of deze ontwikkeling daadwerkelijk vanaf 2028 zijn beslag krijgt en ingevoerd zal worden. Dit zal mede afhangen van het advies van de deskundigencommissie wat in het voorjaar van 2027 wordt verwacht. Mocht deze ontwikkeling zich daadwerkelijk voordoen, dan kan de inkomst vanuit de eigen bijdrage mogelijk ingezet worden voor de gedeeltelijke invulling van taakstelling op het jeugdbudget. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe beter gestuurd kan worden op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028.
Voor Veenendaal wordt deze inkomst ingeschat op € 267.000 in 2028 en € 275.000 in 2029. Ook hier geldt de onzekerheid zoals die in het vorige punt is aangehaald. Mocht ook deze ontwikkeling zich daadwerkelijk voordoen, dan kan de inkomst vanuit de eigen bijdrage ingezet worden voor de gedeeltelijke invulling van taakstelling op het jeugdbudget. Indexeren opbrengst hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van de verhoging van de besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028. Voor Veenendaal betekent dit een verlaging van de bijdrage met € 1.994.000 in 2028 en € 2.052.000 in 2029. De VNG heeft recent een begrotingsadvies uitgebracht voor de periode 2026 tot en met 2029. Hierin wordt geadviseerd om een algemene stelpost “Van Ark” op te nemen om de baten en lasten voor jeugdzorg in 2028 en 2029 in balans te brengen. Daarentegen acht de provinciaal toezichthouder deze stelpost momenteel onvoldoende onderbouwd en daarom niet realistisch om op te nemen in de begroting. Op dit moment volgen we het advies van de provinciaal toezichthouder. Mocht hier richting de programmabegroting meer duidelijkheid over komen dan wordt dit in de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 meegenomen.
Bij het opvoeren van de stelpost vervalt het sluitend maken vanuit het surplus van de Algemene Reserve. Daarmee maken we jaren 2028 en 2029 sluitend met de stelpost Jeugd. Omdat de toezichthouder, de provincie, deze stelpost niet goedkeurt, zal ze dus ook de Meerjarenraming als niet structureel sluitend beoordelen. Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat, ook indien de provincie wel met een positief advies komt voor het opnemen van een stelpost, dit effecten heeft voor de reeds opgenomen taakstellingen binnen de jeugdzorg. In de huidige begroting zit reeds een taakstelling van ruim € 7 miljoen, bij overname van het advies zal deze taakstelling vanaf 2028 nog verder toenemen. Hervormingsagenda Jeugd Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. In deze circulaire vindt de verdeling plaats van € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. Met deze middelen is binnen de gemeente Veenendaal reeds rekening gehouden middels een stelpost Jeugd, die moet nu gecorrigeerd worden.
Pagina 4 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
Hierdoor is het effect voor de gemeente Veenendaal een hogere uitkering van € 185.000 in 2025 oplopend naar € 363.000 in 2029. In onderstaande tabel zijn de effecten vanwege Jeugd weergegeven. Tabel 3 Totaal Effect Jeugd meicirculaire 2025 en reeds verwerkt in de Kadernota 2026-2029
Het voordelige effect wordt meegenomen in de totale uitkomsten van de meicirculaire. Zie hiervoor tabel 5. Technische mutaties en WOZ-waarde De ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt voornamelijk beïnvloed door de hoeveelheidsverschillen. De hoeveelheden zijn voor meerdere maatstaven in deze circulaire gewijzigd op basis van de meest actuele gegevens. De WOZ-waarden zijn in deze circulaire tevens aangepast naar de waardestijging 2024. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZ-tijdvakken. Daarnaast zijn de rekentarieven voor de WOZ aangepast op onder meer de inflatie in 2024. Per saldo leidt de technische mutatie en WOZ-waarde aanpassing voor Veenendaal tot een verhoging van de algemene uitkering van € 589.000 in 2025, € 1.022.000 in 2026, € 324.000 in 2027, en een verlaging van € 349.000 in 2028 en € 698.000 in 2029. De meicirculaire bevat mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan extra taken Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo.
In de meicirculaire zijn de volgende taakmutaties opgenomen: Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 794.000 in 2026. De in de begroting opgenomen inkomstenraming voor het abonnementstarief bij de Wmo zal met hetzelfde bedrag verlaagd worden.
Pagina 5 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds. In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 35.000 in 2026. IBO problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 58.000 in 2025. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken8.
De inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereist vaak een regionale aanpak, daarom worden de middelen uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. Het impulsbudget betreft tijdelijke middelen voor een periode van 10 jaar. In 2025 is € 35 miljoen beschikbaar. In de periode 2026 – 2030 is jaarlijks € 31,5 miljoen beschikbaar. Daarna bouwt dit af naar € 19,8 miljoen in 2034. Het impulsbudget wordt verdeeld op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’. Veenendaal ontvangt hiervoor -ook voor de gemeenten Rhenen en Renswoude- een bedrag van € 184.000 in 2025, en € 166.000 vanaf 2026 t/m 2029. Naast het impulsbudget sociale infrastructuur ontvangen gemeenten ook een Rijksbijdrage sociale infrastructuur. Deze is onderdeel van de integratie uitkering Participatie (zie onder overige). Zowel het impulsbudget als de Rijksbijdrage worden – zoals reeds in de Kadernota 2026-2029 is benoemd) gebruikt voor het aflossen van de langlopende lening van € 2,65 miljoen die de GR SWZOU heeft bij de BNG. Overige Hieronder vallen enkele kleine en/of reeds bekende taakmutaties, zijnde: Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingsdienst (verhoging € 234.000 in 2025); Alleenverdienersproblematiek (verhoging van € 180.000 in 2025); Participatie (incl.
loon- en prijsbijstelling, en inclusief Rijksbijdrage sociale infrastructuur (verhoging € 641.000 in 2025, € 588.000 in 2026, € 565.000 in 2027, € 513.000 in 2028 en € 505.000 in 2029); Diverse kleine mutaties (verhoging € 16.000 in 2025, 10.000 in 2026, en € 1.000 in 2028 en 2029 Door bovenstaande mutaties ontvangt Veenendaal € 1.313.000 in 2025, € 1.593.000 in 2026, € 731.000 in 2027, € 680.000 in 2028 en € 672.000 in 2029.
Pagina 6 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
Samengevat geven de taakmutaties het volgende beeld: Tabel 4 Taakmutaties in het gemeentefonds bij de meicirculaire 2025 (bedragen x € 1.000) Inkomsten Gemeentefonds
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene mutaties Taakmutaties Totaal gemeentefonds
i i i
1.314 1.314
1.593 1.593
731 731
680 680
672 672
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Wmo hulpmiddelen IBO Problematische schulden Impulsbudget sociale infrastructuur Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Alleenverdienersproblematiek Participatie (IU) Diverse kleine taakmutaties > € 15.000 Totaal taakmutaties
u u u u u u u u
58 184 234 180 641 16 1.313
794 35 166 588 10 1.593
166 565 731
166 513 1 680
166 505 1 672
0
0
1
0
0
Uitgaven Taakmutaties
Subtotaal effect taakmutaties meicirculaire 2025 op het begrotingssaldo
Mutaties worden verwerkt in de tweede Bestuursrapportage 2025 en de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 De financiële effecten van de meicirculaire bestaan uit enerzijds de mutaties bij het gemeentefonds en anderzijds de mutaties op de taakvelden. De mutaties bij het gemeentefonds bestaan uit de optelsom van de algemene mutaties en de taakmutaties in de algemene uitkering. De meicirculaire heeft een positief effect op het financieel perspectief De Programmabegroting 2025 (inclusief de eerste bestuursrapportage 2025) en de Kadernota 2026-2029 bevatten het meest actuele financieel meerjarenperspectief van de gemeente Veenendaal. Nu het rijk de meicirculaire heeft uitgebracht, kan dit perspectief worden geactualiseerd. Tabel 5 Verwerkte mutaties surplus algemene reserve
Inzet surplus algemene reserve Bij de Programmabegroting 2025 en de Kadernota 2026 is het surplus van de algemene Reserve ingezet om tekorten in de jaren 2026-2029 te dekken, zie hiervoor tabel 5. De inzet van de algemene reserve wordt gecorrigeerd met eventuele positieve effecten uit deze meicirculaire. De totaal in de Kadernota 2026 opgenomen dekking vanuit de algemene reserve is voor 2026 € 2.061.000, voor 2027 € 1.627.000, in 2028 € 920.000 en in 2029 € 906.000. De dekking kan aangepast worden vanwege de uitkomsten van de meicirculaire 2025, waardoor de bijdrage na meicirculaire vanuit de algemene reserve voor 2027 aangepast zal worden naar € 428.000, voor 2028 € 512.000 en voor 2029 naar € 557.000. De exacte onttrekking is aan verandering onderhevig als gevolg van mutaties in de saldi meerjarenperspectief alsmede mutaties in het benodigde weerstandsvermogen. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 zal opnieuw bepaald worden hoe hoog de toegestane onttrekking kan zijn. In tabel 6 wordt het perspectief na verwerking van de meicirculaire 2025 gepresenteerd inclusief het verlagen van de reeds geraamde dekking uit de algemene reserve. Samengevat geven de mutaties het volgende meerjarenperspectief:
Pagina 7 van 8
Raadsinformatiebrief, Onderwerp: Meicirculaire 2025 van het gemeentefonds zaaknummer 2251176
Tabel 5 Financieel meerjarenperspectief na verwerking meicirculaire 2025
Dit jaar zijn enkele effecten uit de meicirculaire 2025 reeds verwerkt in diverse documenten vooruitlopend op de uitkomst van de meicirculaire. Bij de eerste bestuursrapportage 2025 is het voordelig effect van de aanvullende prijscompensatie en de uitkomsten van het BCF verwerkt. Daarnaast is in de Kadernota 2026-2029 een voorlopige inkomst opgenomen op basis van de voorjaarsnota voor de uitkomsten van Jeugd, de doorrekening afrekening BCF en de bijstelling LPO accres prijsdeel 2025. Om het effect op het perspectief te bepalen is daarom meegenomen wat de reeds verwerkte mutaties zijn geweest. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief door de ontwikkelingen vanuit de meicirculaire, rekening houdend met de reeds geraamde voordelen in de Kadernota 2026-2029 en 1e bestuursrapportage 2025 en het surplus uit de algemene reserve resulteert in een positief saldo in 2025 van € 1.845.000, een negatief saldo in 2026 van € 122.000, en een saldo van nihil vanaf 2027. Indexering Er zijn afspraken gemaakt rondom de gemeentelijke indexering van een aantal begrotingsposten op dit moment, zie ook de toelichting onder mutaties stelpost LPO. Op basis van contractafspraken en wettelijke regelgeving kan het betekenen dat er in de toekomst sprake zal zijn van een hoger indexpercentage.
Dit is onder andere van toepassing bij de gemeenschappelijke regelingen en de zorg uitgaven (reële tarieven). Dit kan financiële gevolgen hebben indien de gecompenseerde indexatie van het rijk (op basis van het bppb) lager is dan specifieke indexatie afspraken. Tot slot De grootste aandachtspunten/risico’s bij de gemeentefondsuitkering zijn de uitwerking van de nieuwe financieringssystematiek en de loon- prijsontwikkeling. De VNG heeft recent een begrotingsadvies uitgebracht voor de periode 2026 tot en met 2029. Hierin wordt geadviseerd om een algemene stelpost “Van Ark” op te nemen om de baten en lasten voor jeugdzorg in 2028 en 2029 in balans te brengen. Daarentegen acht de provinciaal toezichthouder deze stelpost momenteel onvoldoende onderbouwd en daarom niet realistisch om op te nemen in de begroting. Op dit moment volgen we het advies van de provinciaal toezichthouder. Mocht hier richting de programmabegroting meer duidelijkheid over komen, dan wordt dit in de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 meegenomen. Bij het opvoeren van de stelpost vervalt het sluitend maken vanuit het surplus van de Algemene Reserve. Daarmee maken we jaren 2028 en 2029 sluitend met de stelpost Jeugd. Omdat de toezichthouder, de provincie, deze stelpost niet goedkeurt, zal ze dus ook de Meerjarenraming als niet structureel sluitend beoordelen.
Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat, ook indien de provincie wel met een positief advies komt voor het opnemen van een stelpost, dit effecten heeft voor de reeds opgenomen taakstellingen binnen de jeugdzorg. In de huidige begroting zit reeds een taakstelling van ruim € 7 miljoen, bij overname van het advies zal deze taakstelling vanaf 2028 nog verder toenemen.
Bijlagen 1.
Gemeentefonds Meicirculaire 2025
Pagina 8 van 8