RIB2024.99 Raadsinformatiebrief septembercirculaire 2024
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan Van
Datum Onderwerp
Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders 17 oktober 2024 Septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds
Inleiding Over het algemeen verschijnen er jaarlijks drie circulaires, namelijk in mei, in september en in december. De meicirculaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, de septembercirculaire geeft de vertaling van de Miljoenennota en de decembercirculaire rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit document beschrijft de effecten van de septembercirculaire voor de gemeente Veenendaal. Beoogd resultaat Een actueel inzicht in het financieel meerjarenperspectief. Argumenten 1.1 De informatie vanuit de septembercirculaire heeft invloed op het financieel (meerjaren)perspectief De 2e Bestuursrapportage 2024 en ‘Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028’ bevatten het tot nu toe meest recente financieel (meerjaren)perspectief van de gemeente Veenendaal voor 2024 en volgende jaren. Dit perspectief is voornamelijk gebaseerd op de meicirculaire 2024. Na het verschijnen van de septembercirculaire 2024, dient het (meerjaren)perspectief aangepast te worden aan de actuele gegevens. Bij argument 1.6 vindt u de vertaling van de consequenties van deze circulaire voor het financieel (meerjaren)perspectief. 1.2 De septembercirculaire bevat verschillende soorten mutaties in het gemeentefonds De middelen in de algemene uitkering en de integratie-uitkeringen zijn algemene middelen en hebben geen bestedingsverplichting.
Wijzigingen in de omvang van het gemeentefonds hebben echter wel verschillende achtergronden. Algemene en technische mutaties hebben invloed op het begrotingssaldo van de gemeente (zie argument 1.3). Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld vanuit taakmutaties te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo (zie argument 1.4). 1.3 In de algemene uitkering is een aantal algemene mutaties opgenomen. De septembercirculaire bevat een aantal algemene mutaties. Tegenover deze mutaties staan geen extra taken. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: a. Accressen 2024 -2028 Volume accres Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en
1
verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV25). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volumedeel neerwaarts bijgesteld. In het overzicht hieronder zijn de verschillen van het volumedeel weergegeven. Deze bijstelling heeft een negatief effect op de algemene uitkering voor Veenendaal van, € 56.000 in 2025, € 197.000 in 2026, € 387.000 in 2027 en € 569.000 in 2028. Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Indices CPB bbp MEV25 Indices CPB bbp MEV24 Verschil
2025 2,0% 2,1% -0,1%
2026 1,8% 2,0% -0,2%
2027 1,7% 1,8% -0,1%
2028 1,5% 1,7% -0,2%
LPO accres De indexatie voor inflatie volgt de prijsBBP van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijsBBP omhoog bijgesteld. De ramingen voor de ontwikkeling van de prijsBBP lijkt overigens wel structureel te laag te zijn, omdat het rijk de compensatie die gemeenten voor de prijsstijging ontvangen baseert op de voorjaarsraming. Zo is als voorbeeld het percentage van de prijsBBP voor het jaar 2024 vastgezet in de meicirculaire 2024 op basis van de CEP24 op 4%. Op basis van de werkelijke cijfers in het najaar bedraagt de werkelijke ontwikkeling op basis van de MEV25 5,1%. Er vindt in deze circulaire geen compensatie voor de hogere prijsontwikkeling plaats. De ontwikkeling van het prijsBBP is als volgt in de septembercirculaire. Voor Veenendaal geeft dit een positief effect van € 661.000 in 2025, € 757.000 in 2026, € 863.000 in 2027 en € 792.000 in 2028. In de 1e bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 2025-2028 zal de inzet van deze reservering worden meegenomen. prijs bbp Indices CPB bbp MEV25 Indices CPB bbp MEV24 Verschil
2025 2,7% 2,3% 0,4%
2026 2,7% 2,6% 0,1%
2027 2,6% 2,6% 0,0%
2028 2,4% 2,5% -0,1%
Gezien het feit dat de budgetten voor 2025 reeds zijn geïndexeerd conform de indexatie in de Programmabegroting 2025 kan de bijstelling voor 2025 ten gunste van het begrotingssaldo komen. De indexatie voor 2026 en verder wordt gereserveerd op de stelpost prijs- loonontwikkeling voor de jaren daarna. Het uitgangspunt is dat deze stelpost op basis van een indexatie conform de prijsBBP voldoende is. Kanttekening hierbij is wel, zoals ook beschreven in de Programmabegroting 2025, dat wanneer de indexering vanuit de pbbp-systematiek lager uitvalt dan de werkelijke loonstijging, de gemeente Veenendaal toch de hogere reële loonstijging moet betalen waarmee het positieve begrotingseffect lager wordt indien de stelpost onvoldoende is. b. BTW-Compensatiefonds (BCF) Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In 2024 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,3 miljard. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een onttrekking. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2024 € 447 miljoen.
Gemeenten zullen in 2024 naar verwachting minder declareren bij het BTW Compensatiefonds (BCF) dan eerder gedacht. Daarom heeft het Rijk het voorschot voor 2024 iets hoger vastgesteld dan in de vorige circulaire. Voor Veenendaal gaat het in 2024 om een aanvullende uitkering van € 515.000,In de meicirculaire 2025 zal de realisatie van het BCF over 2024 worden opgenomen. c. Technische mutaties (WOZ-waarden, hoeveelheidsverschillen, overige mutaties) De ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de hoeveelheidsverschillen. De hoeveelheden zijn voor meerdere maatstaven in deze
2
septembercirculaire gewijzigd op basis van de meeste actuele gegevens. Daarnaast zijn ook de WOZgegevens en de overige mutaties geactualiseerd. De ontwikkeling van de technische mutaties leidt per saldo tot een verhoging van de algemene uitkering met € 765.000 in 2024, € 68.000 in 2025, € 212.000 in 2026, € 392.000 in 2027 en € 592.000 in 2027. Samengevat geven de algemene mutaties het volgende beeld: Tabel 1 Algemene mutaties in het gemeentefonds bij de septembercirculaire 2024 (bedragen x € 1.000) Inkomsten Gemeentefonds Volume accres historisch Bbp LPO accres prijs Bbp Afrekening BCF 2024 Technische mutaties: - Ontwikkeling uitkeringsbasis, WOZ, hoeveelheidsverschillen, uitekeringsfactor
Subtotaal effect van de septembercirculaire 2024
2024
2025
2026
2027
2028
i i i
515
-56 661 -
-197 757 -
-387 863 -
-569 792
i
765
68
212
392
592
1.280
673
772
868
815
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er sprake is van een voordelig effect in 2024 (€ 1.280.000), in 2025 (€ 673.000), 2026 (€ 772.000), 2027 (€ 868.000) en in 2028 (€ 815.000). 1.4 De septembercirculaire bevat mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan extra taken Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Taakmutaties In de septembercirculaire 2024 zijn de volgende taakmutaties opgenomen: a. Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd. Voor de jaren 2025-2027 gaat het om € 5,4 miljoen, voor 2028 gaat het om € 5,5 miljoen.
Voor Veenendaal bedraagt de verhoging van de uitkering € 21.000 in 2025 oplopend naar € 23.000 in 2028. b. Digitaal Stelsel Omgevingswet Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd naar € 31,4 miljoen vanaf 2024. Het nog over te hevelen bedrag voor 2024 bedraagt € 10,6 miljoen, aangezien reeds € 20,9 miljoen naar de begroting van BZK is overgeheveld. Voor Veenendaal bedraagt de verlaging van de uitkering € 41.000 in 2024, 53.000 in 2025, € 65.000 in 2026, € 78.000 in 2027 en € 91.000 in 2028. c. Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21-minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee
3
is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten. Daarom worden er middelen vanuit de algemene uitkering overgeheveld naar de algemene bijstand, op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het gaat om jaarlijks € 9,4 miljoen vanaf 2026. Voor Veenendaal bedraagt de verlaging van de uitkering € 29.000 in 2026, € 31.000 in 2027 en € 32.000 in 2028. d. Besparingsverlies jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg uit de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. In de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van € 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van € 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Voor Veenendaal bedraagt dit een verlaging van de uitkering van € 8.000 in 2026 en een verhoging van € 68.000 in 2027 en € 141.000 in 2028. e. Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering.
Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. De verhoging voor Veenendaal is € 270.000 in 2026, € 550.000 in 2027 en € 840.000 in 2028. Voorgesteld wordt dit op een stelpost binnen de WMO te ramen. f. Wet Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa € 6,5 miljoen per jaar.
Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. De verhoging voor Veenendaal is € 35.000 in 2024, € 55.000 in 2025, € 47.000 in 2026, € 26.00 in 2027 en € 21.000 in 2028. g. Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt een bedrag van € 22,6 miljoen uitgekeerd. De verhoging voor Veenendaal is in 2024 € 134.000. h. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke
4
zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Voor Veenendaal is de verhoging van de uitkering € 205.000 in 2025 en 2026. i. Overige Hieronder vallen enkele kleine en/of reeds bekende taakmutaties, zijnde: Wet op de lijkbezorging (verhoging 2026 t/m 2028 van € 13.000 ); Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang (verhoging 2024 ad € 5.000 en in 2025 ad € 7.000); Einde lening inburgeringsplichtig (DU) (verhoging van € 7.000 in 2024); Participatie (compensatie Lage inkomensvoordeel LIV t.b.v. IW4 of gemeente) (verhoging € 74.000 in 2025, € 73.000 in 2026, € 72.000 in 2027, € 71.000 in 2028); Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) (verhoging van € 4.000 in 2024); Samengevat geven de taakmutaties het volgende beeld: Tabel 2 Taakmutaties in het gemeentefonds bij de septembercirculaire 2024 (bedragen x € 1.000) Inkomsten Gemeentefonds Algemene mutaties Taakmutaties Totaal gemeentefonds
i i i
2024
2025
2026
2027
2028
153 153
309 309
527 527
642 642
986 986
13
13
13
5
7 21 -53
21 -65 -29 -8 270
22 -78 -31 68 550
23 -91 -32 141 840
55
47
26
21
153
205 74 309
205 73 527
72 642
71 986
0
0
0
0
0
Uitgaven Taakmutaties Wet op de lijkbezorging Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) Digitaal Stelsel Omgevingswet Bijstand jongerennorm Besparingsverlies jeugd Indexatie Wmo demografie Einde lening inburgeringsplichtig (DU) Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) Wet Betaalbare huur Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Openbare bibliotheken Participatie (IU) Totaal taakmutaties Subtotaal effect taakmutaties septembercirculaire op het begrotingssaldo
u u u u u u u u u u u u u u
-41
7 4 35 143
1.5 De derde bestuursrapportage 2024, de eerste bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 20262029 zijn de geschikte momenten waarop de mutaties verwerkt kunnen worden. De budgettaire effecten van de algemene mutaties over 2024 en de (structurele) taakmutaties worden verwerkt in de 3e bestuursrapportage 2024. De gevolgen van de algemene mutaties over 2025 krijgen hun beslag in de 1e bestuursrapportage 2025 en de afwijkingen op de algemene mutaties vanaf 2026 worden opgenomen in de Kadernota 2026-2029. 1.6 Het financieel (meerjaren)perspectief wordt positief beïnvloed door de septembercirculaire 2024. De 2e bestuursrapportage 2024 en de ‘Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2028’ bevatten het meest recente financieel (meerjaren)perspectief van de gemeente Veenendaal. Nu het Rijk de septembercirculaire heeft uitgebracht, kan dit perspectief worden geactualiseerd. Samengevat geven de mutaties het volgende (meerjaren)perspectief: Tabel 3 Financieel (meerjaren)perspectief na verwerking septembercirculaire 2024 (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo 2e Berap 2024 en Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Saldo septembercirculaire 2024 Subtotaal Saldo loon- prijsstijgingen
1.280 1.280 -
63 673 736 -
-2.615 772 -1.843 -757
38 868 906 -863
20 815 835 -792
Saldo meerjarenperspectief na septembercirculaire 2024
1.280
736
-2.600
43
43
5
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief inclusief de ontwikkelingen vanuit de septembercirculaire resulteert in een positief saldo in het jaar 2024 van € 1.280.000, een positief saldo in 2025 van € 736.000,-, een negatief saldo van € 2.600.000,- in 2026, een positief saldo van € 43.000,- in 2027 en een positief saldo van € 43.000,- in 2028. 2.1 De raad heeft de informatie over de septembercirculaire nodig bij de behandeling van de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Vanwege het korte tijdsbestek tussen publicatie van de septembercirculaire en gereedkomen van de programmabegroting is het niet mogelijk deze hierin te verwerken. Voor een goede beoordeling van de financiële positie is het belangrijk de gevolgen van deze circulaire wel mee te laten wegen. Aanpak en uitvoering De financiële effecten van de septembercirculaire verwerken wij bij de 3e bestuursrapportage 2024, 1e bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 2026-2029. Kosten, baten, dekking In onderstaand overzicht is samenvattend het budgettaire effect van de septembercirculaire 2024 opgenomen. Tabel 4 Afwijkingen ten opzichte van de begroting (bedragen x € 1.000) Inkomsten Gemeentefonds Volume accres historisch Bbp LPO accres prijs Bbp Afrekening BCF 2024 Technische mutaties: - Ontwikkeling uitkeringsbasis, WOZ, hoeveelheidsverschillen, uitekeringsfactor
Subtotaal effect van de septembercirculaire 2024
2024
2025
2026
2027
2028
i i i
515
-56 661 -
-197 757 -
-387 863 -
-569 792
i
765
68
212
392
592
1.280
673
772
868
815
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er sprake is van een voordelig effect in 2024 (€ 1.280.000), in 2025 (€ 673.000), 2026 (€ 772.000), 2027 (€ 868.000) en in 2028 ( € 815.000). Tabel 5 Financieel meerjarenperspectief na verwerking septembercirculaire 2024 (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo 2e Berap 2024 en Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Saldo septembercirculaire 2024 Subtotaal Saldo loon- prijsstijgingen
1.280 1.280 -
63 673 736 -
-2.615 772 -1.843 -757
38 868 906 -863
20 815 835 -792
Saldo meerjarenperspectief na septembercirculaire 2024
1.280
736
-2.600
43
43
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief inclusief de ontwikkelingen vanuit de septembercirculaire resulteert in een positief saldo in het jaar 2024 van € 1.280.000, een positief saldo in 2025 van € 736.000,-, een negatief saldo van € 2.600.000,- in 2026, een positief saldo van € 43.000,- in 2027 en een positief saldo van € 43.000,- in 2028.
Bijlagen - Septembercirculaire 2024
6