RIB2024.60 Raadsinformatiebrief meicirculaire 2024
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan Gemeenteraad Van College van burgemeester en wethouders Datum Onderwerp
18 juni 2024 Meicirculaire 2024 van het gemeentefonds
Inleiding Over het algemeen verschijnen er jaarlijks drie circulaires: in mei, in september en in december. De meicirculaire geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, de septembercirculaire geeft de vertaling van de Miljoenennota en de decembercirculaire rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire 2024 is op 27 mei 2024 verschenen. Deze circulaire bevat informatie over de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2024. Accressen Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel. Het nominale deel (LPO deel) is ter compensatie van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. De meicirculaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024, een incidentele compensatie van 2024 tot en met 2029 en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026.
Uitkomsten meicirculaire en ontwikkeling stelpost LPO De uitkomsten van de meicirculaire 2024 leveren voor de gemeente Veenendaal het volgende beeld op:
Als gemeente hanteren we de systematiek om het meerjarenperspectief te indexeren conform CPB. Tegelijk met de meicirculaire hebben we actuele cijfers van het CPB bezien. De actualisatie van de index zou leiden tot aanpassing bij het meerjarenperspectief met een negatief effect zoals hieronder weergegeven. Waardoor een tekort ontstaat van 4 miljoen vanaf 2027. Financieel effect inclusief ontwikkeling stelpost LPO op basis van CPB index:
Zoals bij eerdere circulaires aangekondigd wijzigt de systematiek van het Rijk. In de gewijzigde systematiek in deze meicirculaire hanteert het Rijk voor het eerst ook een indexatie. Bovendien wijkt deze indexatie af van het CPB. Als indexatie deze meicirculaire zou volgen, zou dat leiden tot het navolgende beeld.
1
Financieel effect inclusief ontwikkeling stelpost LPO op basis van pbbp indexatie:
Om de impact van de indexen tussen de huidige gemeentelijke en nieuwe Rijkssystematiek nader te onderzoeken is tijd nodig waarin we kunnen bepalen wat het risico is, welke maatregelen we nodig hebben en hoe andere gemeenten, VNG, provincie en BZK hiermee omgaan. De uitkomsten van dit onderzoek worden gedeeld voor de bespreking van de Kadernota 2025-2028 in de raad. Beoogd resultaat Een actueel inzicht in het financieel meerjarenperspectief. Argumenten 1.1 De informatie vanuit de meicirculaire heeft invloed op het financieel meerjarenperspectief De eerste Bestuursrapportage 2024 en de Kadernota 2025-2028 bevatten het tot nu toe meest actuele financieel meerjarenperspectief van de gemeente Veenendaal. Dit perspectief is voornamelijk gebaseerd op de september- en decembercirculaire 2023. Op basis van de verschenen meicirculaire dient het meerjarenperspectief geactualiseerd te worden. Argument 1.6 geeft de vertaling van de consequenties van de meicirculaire voor het financieel meerjarenperspectief. 1.2 De meicirculaire bevat verschillende soorten mutaties in het gemeentefonds De middelen in de algemene uitkering en de integratie-uitkeringen zijn algemene middelen en hebben geen bestedingsverplichting. Wijzigingen in de omvang van het gemeentefonds hebben echter wel verschillende achtergronden.
Algemene mutaties hebben invloed op het begrotingssaldo van de gemeente (zie argument 1.3). Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering, gerelateerd aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om de bedragen van de taakmutaties toe te rekenen aan de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo (zie argument 1.4). 1.3 In de algemene uitkering is een aantal algemene mutaties opgenomen. De meicirculaire bevat een aantal algemene mutaties. Tegenover deze mutaties staan geen extra taken. Volume accres In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Dit betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt op basis van deze nieuwe systematiek vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de Miljoenennota 2023. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel.
Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. LPO accres In de meicirculaire 2024 is het LPO accres (accres voor de loon- en prijsontwikkeling) eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is, als gevolg van de nieuwe systematiek in de algemene uitkering, de indexatie voor loonen prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product (pbbp). Dit resulteert in een forse neerwaartse mutatie in het LPO accres.
2
Incidentele compensatie In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume- en LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2025. Voor 2024 worden de gemeenten volledig door het Rijk gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt geringe compensatie plaats. Schrappen opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 geschrapt. Dit betekent een structurele meevaller van in totaal € 675 miljoen voor alle gemeenten. In tabel 1 hieronder zijn de consequenties hiervan voor de gemeente Veenendaal opgenomen. WMO indexatie Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten. Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst, een nader te bepalen deel van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering.
Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is door het Rijk een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt, omdat het Rijk hier nog een besluit over moet nemen. Technische mutaties en WOZ-waarde De ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt voornamelijk beïnvloed door de hoeveelheidsverschillen. De hoeveelheden zijn voor meerdere maatstaven in deze circulaire gewijzigd op basis van de meest actuele gegevens. De WOZ-waarden zijn in deze circulaire tevens aangepast naar de waardestijging 2023. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZtijdvakken. Daarnaast zijn de rekentarieven voor de WOZ aangepast op onder meer de inflatie in 2023.
Per saldo leidt de technische mutatie en WOZ-waarde aanpassing voor Veenendaal tot een verhoging van de algemene uitkering van € 683.000 in 2024, en een verlaging van € 381.000 in 2025, € 247.000 in 2026, € 275.000 in 2027 en € 302.000 in 2028. BTW Compensatiefonds (BCF) Het BTW Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2023 van € 573 miljoen, wat overeenkomt met ongeveer 2 miljoen voor de gemeente Veenendaal, mag in de begroting 2025 een structurele stelpost opgenomen worden. Op dit moment is er een stelpost opgenomen van 1,13 miljoen. Dit betekent dat er een aanvullende stelpost van 0,87 miljoen opgenomen mag worden. De provinciaal toezichthouders gebruiken dit als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting. Wel adviseert het ministerie van BZK, gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte, om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel.
Het voorstel is om, in lijn met het advies van BZK, de stelpost niet te verhogen naar € 2 miljoen voordelig maar voorzichtigheidshalve naar € 1,5 miljoen.
3
Besparingsverlies Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing op Jeugdzorg opgenomen die oploopt naar structureel € 511 miljoen vanaf 2027. De geraamde besparing van € 500 miljoen in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Daarom wordt incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Deze mutatie heeft voor de gemeente Veenendaal geen invloed omdat er een stelpost is opgenomen hiervoor. Samengevat geven de algemene mutaties het volgende beeld: Tabel 1 Algemene mutaties in het gemeentefonds bij de meicirculaire 2024 (bedragen x € 1.000) Inkomsten Gemeentefonds Volume accres historisch Bbp LPO accres prijs Bbp Incidentele compensatie Schrappen oploop opschalingskorting Afrekening BCF 2023 Stelpost BCF 2025 t/m 2028 Technische mutaties: - Ontwikkeling uitkeringsbasis, WOZ, hoeveelheidsverschillen, uitekeringsfactor
Subtotaal effect van de meicirculaire 2024
2024
2025
2026
2027
2028
i i i i i i
-1.093 -1.881 2.624
-1.552 -4.358 2.384
2.966 -5.130 493 2.463
2.958 -5.376 399 2.461
2.999 -5.215 315 2.466
370
370
370
370
i
683
-381
-247
-275
-302
1.109
-3.537
915
537
633
776
De uitkomsten van de meicirculaire 2024 leveren een voordelig effect op in 2024 (€ 1.109.000), een nadeel in 2025 (€ 3.537.000), en een voordeel in 2026 (€ 915.000), 2027 (€ 537.000) en 2028 (€ 633.000). 1.4 De meicirculaire bevat mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan extra taken Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om de bedragen van de taakmutaties toe te rekenen aan de taakvelden waarop ze betrekking hebben. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. In de meicirculaire zijn de volgende taakmutaties opgenomen: - Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden (juli 2022) is € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Voor 2023 zijn deze middelen incidenteel beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 120.000 in 2024 oplopend naar € 146.000 in 2028. - Correctie extrapolatie participatie Met ingang van 2023 zijn de onderdelen Wajong en Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering overgeheveld (meicirculaire 2022).
Daarbij is overeengekomen om de meerjarige oploop van deze onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren. Daarom wordt de correctie op de extrapolatie voor 2028 (€ 8.4 miljoen) in deze circulaire verwerkt. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 26.000 in 2028. - Werkdrukverlaging jeugdbescherming In het bestuurlijk akkoord over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 120.000 in 2024 oplopend naar € 135.000 in 2028.
4
-
-
-
-
Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 miljoen vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Vanuit de algemene uitkering gaat het om € 27,9 miljoen. Het overige deel wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ Dit budget wordt ingezet om gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Voor Veenendaal betekent dit een verlaging van de uitkering ad € 112.000 in 2024. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wlz leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Daartoe wordt € 4,5 miljoen in 2024 en € 6,7 miljoen in 2025 overgeboekt naar het gemeentefonds. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 15.000 in 2024 en € 24.000 in 2025. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021.
In afwachting van een mogelijke structurele regeling is de pilot verlengd tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LVV-voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2024 (€ 10,3 miljoen). Voor Veenendaal betekent dit een verlaging van de uitkering ad € 56.000 in 2024. Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De gemeente Veenendaal ontvangt hiervoor een bedrag van € 207.000 in 2024.
- Overige Hieronder vallen enkele kleine en/of reeds bekende taakmutaties, zijnde: - Armoedebestrijding kinderen (verlaging van € 11.000 vanaf 2025); - Participatie (incl. loon- en prijsbijstelling) (verhoging € 1.015.000 in 2024, € 776.000 in 2025, € 743.000 in 2026, € 721.000 in 2027 en € 702.000 in 2028); - Voogdij 18+ (incl. loon- en prijsbijstelling) (verhoging € 7.000 in 2024, € 140.000 in 2025 en € 137.000 in 2026. € 141.000 in 2027 en € 147.000 in 2028); - Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen (verhoging € 10.000 in 2024) Door bovenstaande mutaties ontvangt Veenendaal € 1.329.000 in 2024, € 1.209.000 in 2025, € 1.149.000 in 2026, € 1.145.000 in 2027 en € 1.168.000 in 2028.
5
Samengevat geven de taakmutaties het volgende beeld: Tabel 2 Taakmutaties in het gemeentefonds bij de meicirculaire 2024 (bedragen x € 1.000) Inkomsten Gemeentefonds Algemene mutaties Taakmutaties Totaal gemeentefonds
2024
2025
2026
2027
2028
i i i
1.329 1.329
1.209 1.209
1.149 1.149
1.145 1.145
1.168 1.168
u u u u u u u u u u u u u
120
131
131
139
120
128 133 7
125 130 7
130 136 7
146 26 135 140 7
Uitgaven Taakmutaties Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Correctie extrapolatie participatie Werkdrukverlaging jeugdbescherming Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Wmo hulpmiddelen Landelijke Vreemdelingen Voorziening Armoedebestrijding kinderen (DU) Uitvoeringskosten Omgevingswet Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Participatie (IU) Diverse kleine taakmutaties > € 5.000 Totaal taakmutaties Subtotaal effect taakmutaties meicirculaire 2024 op het begrotingssaldo
7 -112 15 -56
24 11
11
11
11
207 10 1.015 3 1.329
776 -1 1.209
743 2 1.149
721 1 1.145
702 1 1.168
0
0
0
0
0
1.5 De Tweede Bestuursrapportage 2024, de Programmabegroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 zijn de geschikte momenten waarop de mutaties verwerkt kunnen worden. De financiële effecten van de meicirculaire bestaan uit enerzijds de mutaties bij het gemeentefonds en anderzijds de mutaties op de taakvelden. De mutaties bij het gemeentefonds bestaan uit de optelsom van de algemene mutaties (argument 1.3) en taakmutaties in de algemene uitkering (argument 1.4). 1.6 Het financieel perspectief van de Programmabegroting 2024 en de Kadernota 2025-2028 wordt in 2025 negatief en in de jaren daarna positief beïnvloed door de meicirculaire 2024. De Programmabegroting 2024 (inclusief de 1e Bestuursrapportage 2024) en de Kadernota 2025-2028 bevatten het meest actuele financieel meerjarenperspectief van de gemeente Veenendaal. Nu het Rijk de meicirculaire heeft uitgebracht, kan dit perspectief worden geactualiseerd. Samengevat geven de mutaties het volgende meerjarenperspectief: Tabel 3 Financieel meerjarenperspectief na verwerking meicirculaire 2024 (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo na verwerking Kadernota 2025-2028 *) Saldo meicirculaire 2024
1.109
1.858 -3.537
-5.310 915
-3.621 537
-1.887 633
Saldo meerjarenperspectief na meicirculaire 2024
1.109
-1.679
-4.395
-3.084
-1.254
*) in het saldo van de kadernota 2025-2028 zit de besluitvorming van het theater nog verwerkt op basis van variant B.
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief door de ontwikkelingen vanuit de meicirculaire resulteert in een positief saldo in 2024 van € 1.109.000, een negatief saldo in 2025 van € 1.679.000, in 2026 van € 4.395.000, in 2027 van € 3.084.000 en in 2028 van € 1.254.000. 2.1 De raad heeft de informatie over de meicirculaire nodig bij de behandeling van de Programmabegroting 2025-2028. De integrale afweging over de inzet van de beschikbare middelen vindt plaats bij de besluitvorming over de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028.Voor een goede beoordeling van de financiële positie is het belangrijk de gevolgen van deze circulaire mee te laten wegen.
6
Kanttekeningen Mutatie stelpost LPO De lagere uitkering LPO in deze circulaire is mede het gevolg van de door het Rijk lager geprognotiseerde prijs- en loonstijgingen. De huidige systematiek voor het indexeren van de budgetten van de gemeente Veenendaal is gebaseerd op de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Deze staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Prijsindexen CPB*CEP 2024
Omdat het Rijk de huidige systematiek van indexeren en daarmee compensatie van de LPO heeft aangepast naar het pbbp, zorgt het verschil tussen de in de algemene uitkering opgenomen (lagere) raming voor loon- en prijsontwikkeling en de in de begroting opgenomen (hogere) stelpost daarvoor tot mogelijke forse nadelen vanaf 2027. “Mogelijk” omdat beide indexeringen schattingen zijn voor de toekomst, en ook beide de komende jaren zullen worden bijgesteld aan de hand van de werkelijke ontwikkelingen. Bij het bepalen van de stelpost ten behoeve van loon- en prijsindexatie zal er op basis van de huidige gemeentelijke systematiek (actuele CPB indexeren) aanvullend € 1 miljoen in 2027 en € 3 miljoen in 2028 gereserveerd moeten worden voor deze verwachte LPO ontwikkeling. De raming van het CPB voor loonontwikkeling sector overheid is voor de jaren 2027 en 2028 geprognotiseerd op respectievelijk 4,8% en 4,0% en daarmee fors hoger dan de pbbp index (2,6% en 2,5%). Het verschil tussen beide indexen zou een verschil betekenen in de jaren 2027 en 2028 van respectievelijk € 2,6 en € 4,4 miljoen. Voor de jaren tot en met 2026 zal een gedeelte van de gereserveerde stelpost voor LPO kunnen vrijvallen. De stelpost kan verlaagd worden in 2025 en 2026 met € 2 miljoen.
Deze verlaging is mogelijk omdat de gereserveerde middelen voor LPO vanuit vorige circulaires gebaseerd waren op hogere geprognotiseerde LPO. De opgenomen stelpost is gebaseerd op de septembercirculaire 2023 en de in eerdere circulaires ontvangen compensatie voor LPO. Zoals hierboven weergegeven blijkt de compensatie vanuit het Rijk in 2027 en 2028 onvoldoende (index op basis van pbbp) ten opzichte van de huidige gemeentelijke systematiek waarbij we indexeren conform CPB indexen. Tabel 5 laat zien wat, naast het financiële effect van de meicirculaire, het financiële effect is op het meerjarenperspectief van de geactualiseerde stelpost LPO, volgens de voor de gemeente Veenendaal gebruikelijke indexatie CPB. Tabel 6 laat zien wat, naast het financiële effect van de meicirculaire, het financiële effect is op het meerjarenperspectief van de stelpost LPO, als de door het Rijk gehanteerde indexatie wordt toegepast op de stelpost LPO. Daarnaast kan het zijn dat er in de toekomst sprake zal zijn van een ander benodigd indexpercentage dan nu gehanteerd wordt, op basis van contractafspraken en wettelijke regelgeving. Dit is onder andere van toepassing bij de gemeenschappelijke regelingen en de zorg uitgaven (reële tarieven). We zullen het dilemma van de indexen voor andere instellingen nader uitwerken in de voorbereiding van
7
de Programmabegroting 2025-2028. Dit gerelateerd aan het nog als nader te onderzoeken punt “indexering conform één systematiek (algemene uitkering)” zoals genoemd in de Kadernota. Tabel 5 Financieel effect inclusief ontwikkeling stelpost LPO op basis van CPB index (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo na verwerking Kadernota 2025-2028 *) Saldo meicirculaire 2024 Stelpost mutatie LPO aangepaste indexatie CPB
1.109
1.858 -3.537 2.001
-5.310 915 1.999
-3.621 537 -1.023
-1.887 633 -3.012
Saldo meerjarenperspectief inclusief effect stelpost LPO
1.109
322
-2.396
-4.107
-4.266
(bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Saldo na verwerking Kadernota 2025-2028 *) Saldo meicirculaire 2024 Stelpost mutatie LPO op basis van pbbp
1.109
1.858 -3.537 2.001
-5.310 915 1.999
-3.621 537 1.600
-1.887 633 1.400
Saldo meerjarenperspectief inclusief effect stelpost LPO
1.109
322
-2.396
-1.484
146
Tabel 6 Financieel effect inclusief ontwikkeling stelpost LPO op basis van pbbp indexatie
Aanpak en uitvoering De financiële effecten van de meicirculaire verwerken wij bij de 2e bestuursrapportage 2024 en de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Bijlagen - Meicirculaire 2024
8