CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB2023.31 Raadsinformatiebrief Onderwijshuisvesting Al Amana

Raadscommissie 16 mei 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsinformatiebrief (RIB2023.31) Onderwijshuisvesting Al Amana (Lokaal Veenendaal, ChristenUnie, SP, CDA, SGP, D66, PvdA/GroenLinks)2.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan

2023/ Gemeenteraad

Van

College van burgemeester en wethouders

Datum Onderwerp

18 april 2023 onderwijshuisvesting Al Amana

1.

Basisschool Al Amana start in Veenendaal

In de Staatscourant van 14 juni 2022 is door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bekend gemaakt dat Stichting Al Amana Scholen per 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking komt voor een basisschool in Veenendaal. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht ten aanzien van de huisvesting van scholen in basis-, voortgezet- en speciaal onderwijs. In september 2022 zijn de gesprekken met het schoolbestuur hierover gestart. In deze raadsinformatiebrief nemen wij u mee in wat de toekenning van het ministerie betekent voor de onderwijshuisvesting.

2.

Dilemma’s

De komst van Al Amana in Veenendaal voldoet aan een behoefte, waarop het ministerie de toekenning heeft gebaseerd. Er vindt met de basisschool Al Amana een uitbreiding van het onderwijsaanbod plaats. De toekenning zorgt wel voor dilemma's in de onderwijshuisvesting, zijnde: e Op welke wijze kunnen wij recht doen aan de belangen / rechten van alle

schoolbesturen? e

e

e

Om in aanmerking te komen voor huisvesting moet het schoolbestuur een huisvestingsaanvraag indienen. De nieuwe wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen doorkruist echter de termijnen die opgenomen zijn in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO). Het schoolbestuur heeft daarom geen reguliere aanvraag kunnen indienen, maar heeft op 19 januari 2023 een spoedaanvraag ingediend. Uit jurisprudentie blijkt dat bij de spoedvoorziening de directe voortgang van het onderwijs vooropstaat . Doel van de spoedvoorziening is een tijdelijke en kostenefficiënte huisvesting van leerlingen en de noodzaak om voor aanvang van het schooljaar in passende huisvesting te voorzien. Zij ziet niet op huisvesting op langere termijn. Al Amana wil per nieuwe schooljaar de leerlingen uit Veenendaal die nu naar school gaan in Ede en daar ook gehuisvest zijn direct in Veenendaal onderwijs geven. Willen I kunnen wij tegemoetkomen aan de wens van Al Amana om alle leerlingen die nu naar Ede gaan in Veenendaal te huisvesten ondanks dat dit niet de bedoeling is van

de nieuwe wet? 3. Constateringen / overwegingen Na toekenning door het ministerie is gestart met de gesprekken met Al Amana en zijn de verschillende mogelijkheden voor de huisvesting en de behoefte aan ruimte onderzocht. Tevens is met andere schoolbesturen gesproken waar ruimte leeg staat die ingezet kan worden voor de school. Op basis van de gesprekken en de onderzoeken constateren wij het volgende:

Raadhuisplein 1 * 3901 GA Veenendaal « Postbus 1100 » 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 « Fax (0318) 510 414 « www.veenendaal.nl » www.veenendaal .nl/vraag

De wet betrekt de gemeente niet voldoende bij de aanvraag van het initiatief, terwijl de consequenties voor de huisvesting en daarmee ook de financiën groot zijn De wet sluit niet aan bij de vigerende Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO). De tijd van aanvragen en toekenning sluit niet aan bij de processen die zijn opgenomen in de VVHO. Aanvragen voor huisvesting moeten voor 1 februari van een jaar worden ingediend om het jaar erop volgend een voorziening toegekend te krijgen. Door in juni het besluit te publiceren is de termijn van indienen van een aanvraag door het schoolbestuur niet mogelijk. Het is belangrijk om basisschool Al Amana het perspectief te bieden om in de toekomst zoveel mogelijk de leerlingen op één locatie te huisvesten. De leerlingenprognose op basis van de belangstelling geeft geen inzicht in de herkomst van de te verwachten leerlingen en waar in de toekomst mogelijk meer leegstand ontstaat bij de bestaande scholen. De beoogde locatie voor Al Amana is De Zoete Inval. Op deze locatie zijn de Dr. C. Steenblokschool en De Plantage naast elkaar gelegen. De beide locaties tezamen hebben op termijn voldoende capaciteit om te voorzien in de ruimtebehoefte van basisschool Al Amana waarvoor de gemeente de formele zorgplicht heeft. Dat betekent dat er bij de scholen een vordering moet plaatsvinden.

Uitgangspunt is, zoals ook de wet dat bedacht heeft bij het aanvragen van de school bij het ministerie, dat de groei van Al Amana geleidelijk van onderaf plaatsvindt. In onderling overleg met de betrokken schoolbesturen kijken wij op welke wijze hier invulling aan gegeven kan worden. Indien er aanvullende ruimte gewenst is om ook de leerlingen die nu naar Ede gaan te huisvesten, zal er een extra locatie of uitbreiding noodzakelijk zijn.

4.

Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen

Op 1 februari 2021 is de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen inwerking getreden. Het doel van de wet is om het aanbod van scholen beter te laten aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen. Daarbij speelt de richting van de school geen rol meer. Vanaf 1 juni 2021 hebben initiatiefnemers de mogelijkheid om hiervoor een initiatief te melden. Stichting Al Amana Scholen heeft hiervan gebruik gemaakt. Dit heeft geleid tot een definitieve aanvraag op 1 november 2021. De aanvraag wordt door het ministerie beoordeeld op belangstelling en onderwijskwaliteit. De wet streeft naar scholen waarvoor nu en in de toekomst voldoende belangstelling is. Hierbij wordt uitgegaan van een natuurlijke groei van de school van onderaf. Dit blijkt uit de Memorie van toelichting van de wet, waarin gesteld wordt: De belangstelling wordt gemeten onder ouders met twee- tot en met vierjarige kinderen. Deze ouders zijn bezig met schoolkeuze of hebben kinderen die maximaal één jaar op school zitten en mogelijk nog zullen overstappen naar een nieuwe school. Een school heeft tijd nodig om te groeien en om zich te bewijzen, daarom hoeven scholen pas aan het einde van de cursusduur de geldende minimum norm te halen.

Besturen in het basisonderwijs zijn verplicht om ervoor te zorgen dat alle leerlingen op de school een ononderbroken leerlijn aangeboden krijgen en in beginsel binnen een tijdvak van acht aaneensluitende schooljaren de school kunnen doorlopen. Omdat een school tijd nodig heeft om te volgroeien is het bevoegd gezag in de opbouwfase echter niet verplicht om leerlingen toe te laten van groepen die zij nog niet aanbiedt.

e

Om de bekostiging te behouden is het niet noodzakelijk om leerlingen die nu elders onderwijs volgen te laten instromen om zo aan het aantal gewenste leerlingen te

komen. Bij het indienen van een initiatief is de rol van de gemeente minimaal. Het uitnodigen van de gemeente voor een gesprek is voldoende. Tijdens dit gesprek, waarbij ook het samenwerkingsverband en enkele schoolbesturen aanwezig waren, heeft Al Amana haar initiatief toegelicht, er heeft geen inhoudelijke discussie plaatsgevonden. Op 14 juni 2022 is in de Staatscourant door het Ministerie van OCW gepubliceerd dat Al Amana in Veenendaal per 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking komt. Op basis van de belangstelling worden er 357 leerlingen op 1 januari 2032 verwacht. Als gemeente zijn we door het ministerie niet op een andere wijze op de hoogte gebracht van de toekenning. Wij en ook andere gemeenten ervaren inmiddels veel knelpunten in de uitvoering van de nieuwe wet. Inmiddels heeft het ministerie van OCW de opdracht gegeven om de wet te evalueren en is tevens een werkgroep gestart samen met de VNG. De Gemeente Veenendaal

neemt hieraan deel. 5. Leegstand inzetten bij capaciteitsvraagstukken De gemeente is verantwoordelijk om te voorzien in onderwijshuisvesting van scholen in het basis-, voortgezet- en speciaal onderwijs. Uitgangspunt in de onderwijswetgeving is dat de gemeente alle scholen op gelijke voet behandeld. De wet geeft geen duidelijkheid over de omvang en de kwaliteit van de onderwijshuisvesting bij aanvang van de bekostiging. De wetgever gaat er vanuit dat dit in onderling overleg bepaald wordt. In lijn met het Integraal huisvestingsplan (IHP) hanteren wij het uitgangspunt dat: e De bestaande capaciteit efficiënt ingezet wordt e Erallereerst gebruik gemaakt wordt van de aanwezige leegstand binnen de onderwijsportefeuille

omdat: e e

Eris voldoende leegstand beschikbaar binnen de onderwijsportefeuille. Het deels een herschikking betreft van de reeds aanwezige leerlingen over de

verschillende scholen. e «

Alle scholen worden op gelijke voet behandeld. Het initiatief dient zich te bewijzen. Op 1 februari 2028 dienen er tenminste 159 leerlingen te zijn, anders wordt de bekostiging vanuit het ministerie beëindigd. e In 14 maanden een uitbreiding realiseren van de onderwijsportefeuille is onmogelijk. Het huidige IHP heeft een looptijd van 2021-2024. In het nieuwe IHP 2025-2028 zal de permanente onderwijshuisvesting voor Al Amana opgenomen worden. Leegstand en vorderen Conform de afspraken in het IHP wordt de oplossing voor de huisvesting gezocht in leegstand. In de VVHO is opgenomen hoe de normatieve leegstand wordt bepaald (bijlage II Deel B). Er is sprake van leegstand als de vastgestelde capaciteit van een gebouw is groter dan de vastgestelde behoefte. Over deze leegstand ontvangt zowel de gemeente als het schoolbestuur geen rijksbekostiging. De totale leegstand binnen de onderwijsportefeuille bedraagt op dit moment ongeveer 9.000 m? verdeeld over meerdere gebouwen. De leegstand wordt jaarlijks zichtbaar gemaakt in het huisvestingsprogramma waar met de schoolbesturen het op overeenstemming gericht overleg over plaatsvindt in het overleg Lokale Educatieve

Agenda (LEA). Het doel hiervan is om de schoolbesturen bewust te maken van de aanwezige leegstand en de gezamenlijke afspraak uit het IHP om de leegstand terug te dringen. Het college kan conform de onderwijswetgeving de leegstand vorderen. Om te kunnen vorderen moet een schoolbestuur voor 1 februari een huisvestingsaanvraag indienen. Al Amana heeft die aanvraag niet kunnen doen, omdat de aanvraag voor bekostiging op dat moment door het ministerie nog niet was goedgekeurd. In de huidige wetgeving sluit de toekenning van de bekostiging waardoor gestart kan worden met een nieuwe school en de huisvesting niet op elkaar aan. Ondanks dat de wetgeving niet op elkaar aansluit zijn mogelijkheden onderzocht die moeten leiden tot een oplossing. Leegstand is reeds ingezet In praktijk zien we dat de leegstand in de scholen ingezet wordt voor andere doeleinden. Schoolbesturen moeten toestemming vragen aan het college om de leegstand in te zetten. De leegstand wordt ingezet voor bijvoorbeeld: e Kinder- en peuteropvang: Dit betreft enkel reguliere opvang die opgenomen is in het landelijke register kinderopvang. Voor verhuur is altijd toestemming van het college nodig (artikel 108 Wet op Primair Onderwijs). Verhuur is geen reden om niet te vorderen, er wordt alleen niet gevorderd indien de ruimte voor onderwijs noodzakelijk is (artikel 23 VVHO).

In het IHP hebben wij de onderwijsambitie voor IKC-vorming. De kinderopvang kan hierbij een belangrijke rol vervullen. Om de gezamenlijke leerlijn van onderwijs en kinderopvang te kunnen ontwikkelen zien wij af het vorderen van deze leegstand als hierover goede afspraken zijn gemaakt rondom de visie integrale kindcentra. In dat geval draagt het schoolbestuur wel een vergoeding af aan de gemeente, omdat deze ruimte niet langer ingezet kan worden voor onderwijs. De desbetreffende locaties zijn opgenomen in het IHP en er staat jaarlijks een overzicht in het huisvestingsprogramma. Deze ruimten worden ook niet meegenomen in het jaarlijkse leegstandsoverzicht. Voor de overige locaties wordt geen vergoeding betaald, maar wordt ook niet afgezien van het vorderingsrecht. e Buitenschoolse opvang: Anders dan bij de kinder- en peuteropvang gaan wij er vanuit dat hiervoor van dezelfde ruimte gebruik gemaakt wordt als het onderwijs en/of peuteropvang. Er is dus geen separate ruimte noodzakelijk. Dit is bedrijfseconomisch

ook niet haalbaar. e

Plusklassen, zorgklassen: Deze schoolbestuurlijke voorzieningen vallen binnen de criteria voor het vaststellen van de ruimtebehoefte (VVHO Bijlage II; Deel B). Hiervoor wordt dan ook geen aanvullende ruimte beschikbaar gesteld. Er wordt geen onderscheid gemaakt in scholen die wel of geen leegstand hebben. Indien de scholen een onderwijsachterstandenbudget ontvangen, is er ook een aanvullende

ruimtebehoefte. e

Instroomgroepen: Deze voorzieningen vallen binnen de criteria voor het vaststellen van de ruimtebehoefte (VVHO Bijlage I!; Deel B). Er is hiervoor dus geen aanvullende ruimte. Er wordt geen onderscheid gemaakt in scholen die wel of geen leegstand

hebben. e

Overige ruimte: RT, IB, overleg, handvaardigheid, bibliotheek, computerlokaal e.d. Deze voorzieningen vallen binnen de criteria voor het vaststellen van de ruimtebehoefte (VVHO Bijlage IIl; Deel B). Er is hiervoor dus geen aanvullende ruimte. Er wordt geen onderscheid gemaakt in scholen die wel of geen leegstand hebben.

Ontwikkelingen om rekening mee te houden Bij de verkenning van de leegstand moeten er een aantal ontwikkelingen in ogenschouw

worden genomen: -

Totaan het einde van het schooljaar wordt een gedeelte van de leegstand bij de Dr. C. Steenblokschool gebruikt door het onderwijs aan de Oekraïense leerlingen. Dit gebruik eindigt per 1 augustus 2023, maar de noodzaak is wel langer aanwezig. Dit betekent dat het gebruik bij de Dr. C Steenblokschool of elders voortgezet moet

worden. - _ In Veenendaal Noordoost zijn 2 ontwikkelingen conform het IHP gepland, namelijk IKC Dragonder-Noord en IKC SO/SBO/PO. Hiervoor is mogelijk tijdelijke huisvesting noodzakelijk op het moment dat de herontwikkeling start. - _ Het vraagstuk rondom de onderwijshuisvesting in Veenendaal-Oost. Mogelijk moet de beschikbare leegstand (tijdelijk) ingezet worden voor de ruimtebehoefte van het Ontmoetingshuis. 6.

Ruimtebehoefte, huisvestingswensen en huisvestingsmogelijkheden Al Amana

Ruimtebehoefte Al Amana De ruimtebehoefte wordt bepaald op basis van de belangstelling van de school. De wet streeft naar levensvatbare scholen, waarbij een natuurlijke groei van de school van onderaf mogelijk is, zoals onder paragraaf4 is benoemd. Voor de belangstellingsmeting voor Al Amana zijn 165 ouderverklaringen ondertekend. De wet gaat er vanuit dat 70% ook daadwerkelijk tot een inschrijving op de school leidt. Dit betekent 116 leerlingen. De kinderen vanuit de belangstellingsmeting zijn op het moment van de start van de bekostiging 4-6 jaar. De verwachting is dat er bij aanvang ruimte nodig is voor deze leerlingen. Dit geeft een ruimtebehoefte van 783 m2. Huisvestingswensen Al Amana Al Amana heeft tijdens de gesprekken aangegeven dat zij bij voorkeur willen starten met een volledige school (groep 1-8). Zij willen de leerlingen uit Veenendaal die nu naar Ede gaan ook verplaatsen naar de vestiging in Veenendaal. Op de locatie van Al Amana in Ede zijn op dit moment 159 leerlingen uit Veenendaal ingeschreven. Bij aanvang van de bekostiging is het de verwachting dat er 82 leerlingen uit Veenendaal van 7jaar en ouder zijn, de leerlingen van 4-6 jaar zijn al meegenomen bij de belangstellingsmeting. Dit aantal zal jaarlijks afnemen. De totale ruimtebehoefte bij aanvang bedraagt daarmee 198 leerlingen (=116+82), dit is 1.196 m2.

Basisschool Al Amana

300 250 200 150 100 50 0

2024

2025

2026

2027

2028

2029

D

eschool

B Bestaande school

2030

2031

2032

Uitgangspunten voor Al Amana Om de behoefte goed in te vullen en ook werkbaar te laten zijn voor het geven van goed onderwijs zijn de volgende uitgangspunten met het schoolbestuur besproken: e Bij voorkeur 783 m2 (= 116 leerlingen) op één locatie bij aanvang. e Bij voorkeur 412 m? (= 82 leerlingen) op locatie(s) in de nabijheid van de hoofdlocatie, voor de Veenendaalse leerlingen die nu nog naar Ede gaan. De locatie(s) kunnen op termijn ingezet worden voor de natuurlijke groei, omdat het aantal leerlingen die nu nog naar Ede gaan afneemt vanwege de uitstroom naar het Voortgezet Onderwijs. e Groeiscenario naar 1.996 m? (= 357 leerlingen), binnen een periode tot 1 januari 2032. Hiervoor dient het schoolbestuur een aanvraag voor het huisvestingsprogramma in. 7. Oplossingsrichting Gelet op de voor- en nadelen en de belangen van alle schoolbesturen en de gemeente heeft het de voorkeur om in te zetten op een locatie aan De Zoete Inval. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van de leegstand van de Dr. C. Steenblokschool en De Plantage. De Dr. C. Steenblokschool en basisschool De Plantage hebben naar de toekomst toe gezamenlijk voldoende ruimte voor de verwachtte 357 leerlingen. Al Amana kan dan starten met de jongste groepen (783 m?) in de Dr. C. Steenblokschool.

Voor aanvullende ruimte om ook de leerlingen die nu naar Ede gaan te huisvesten, moet er bij aanvang ook al gebruik gemaakt worden van De Plantage. Echter mede door de discussie rondom Veenendaal-Oost heeft de realisatie van IKC SO/SBO/PO vertraging opgelopen en daarmee ook de verhuizing van basisschool De Plantage. Hierdoor is er binnen De Plantage onvoldoende ruimte beschikbaar. Dit wordt versterkt door het verplaatsen van de leerlingen van Ede naar Veenendaal, daarom zal tijdelijk ook Basisschool TOV ingezet moeten worden om in de capaciteit te voorzien.

Basisschool Al Amana

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

mm Dr.C.Steenblokschool _ mmm Basisschool De Plantage mmm Bosisschool TOV ——Ruimtebehoefte (incl. Ede) ——Ruimtebehoefte (excl. Ede)

2032

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12657299/1