RIB2023.18 Raadsinformatiebrief inzake Toezending Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan Van
Datum Onderwerp
1
2023/46599 Gemeenteraad Burgemeester 14 maart 2023 Toezending Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops
Toezending Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops Hierbij ontvangt u de door mij recentelijk vastgestelde beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops. Deze beleidsregels heb ik geüpdatet naar aanleiding van het per 1 januari 2023 van kracht geworden 'lachgasverbod'. Daarnaast heb ik mijn beleid aangepast naar aanleiding van ontwikkelingen in de jurisprudentie, met name op het gebied van evenredigheid. De geel gearceerde tekst bevat de wijzigingen ten opzichte van mijn vorige beleidsregels. Bijlage 1: Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag
GEMEEN~EENENDAAL
De burgemeester van de gemeente Veenendaal; overwegende dat
¡:_
artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, danwel een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 1 0a, eerste lid, onder 3º, of artikel 11 a voorhanden is; in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een bestuursorgaan dat bevoegd is om bestuursdwang toe te passen in Rlaats daarvan aan overtreder een last onder dwangsom kan ORL~ggen; de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet in beginsel gericht is op het pand en is niet gericht tegen de eigenaar c.q. gebruiker(s). Het betreft namelijk geen punitieve sanctie maar een herstelmaatregel. De bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet strekt ertoe de geconstateerde overtreding van de Opiumwet in het pand te beëindigen en herhaling te voorkomen.
de bevoegdheid van artikel 13 b Opiumwet wenselijk maakt een beleidsregel vast te stellen over de toepassing van deze bevoegdheid ter bevordering van de rechtsgelijkheid en de rechtszekerheid; voor de toepassing van de bevoegdheid voortvloeiende uit artikel 13b van de Opiumwet voor de gedoogcriteria voor coffeeshops aansluiting is gezocht bij het gestelde in de Aanwijzing Opiumwet; in de gemeente Veenendaal is gekozen voor het onder strikte voorwaarden gedogen van de twee bestaande coffeeshops, gevestigd aan de Schrijverspark 81 en Prins Bernhardlaan 3; bij de beëindiging van de exploitatie door de huidige exploitant/ vergunninghouder de exploitatie van de coffeeshops op deze locaties onder dezelfde strikte voorwaarden mag worden voorgezet; het daarnaast wenselijk is om indien een van de twee bestaande coffeeshoplocaties om welke reden dan ook vervalt, criteria vast te stellen waaraan een nieuwe locatie voor een locatie moet voldoen;
gelet op
artikel 13b van de Opiumwet en de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Veenendaal (APV);
BESLUIT:
de Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops vast te stellen
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Drugshandel het verkopen, afleveren of verstrekken, dan wel het daartoe aanwezig zijn van harddrugs of softdrugs als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet; onder verkoop wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de aflevering van de drugs elders plaatsvindt;
b. Voorbereidingshandelingen het voorhanden hebben van een voorwerp of een stof als bedoeld
k. Wet:
in artikel 1 0a, eerste lid, onder 3, of artikel 11 a van de Opiumwet. Deze artikelen vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, dan wel voor grootschalige"o11 bedrijfsmatige illegale hennepteelt. een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat voor bewoning wordt gebruikt (woongenot) en mag worden gebruikt Een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. een alcoholvrije horecagelegenheid waarin met inachtneming van gedoogcriteria de handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt; Indien er geen sprake is van een 'woning', wordt het pand/de ruimte beschouwd als 'lokaal' in de zin van dit beleid. Dit is onder andere het geval als er sprake is van schijnbewoning. Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen (zoals winkels en horecabedrijven) met bijbehorende erven en de niet voor publiek toegankelijke lokalen (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten) met bijbehorende erven in deze categorie.
een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal (APV); besluit dat niet handhavend zal worden opgetreden tegen de verkoop van softdrugs in een coffeeshop; een persoon die zijn woonadres heeft in een gemeente van Nederland; sluiting is een vorm van bestuursdwang die feitelijk van aard is en met zich meebrengt dat de woning of het lokaal en het bijbehorende erf door niemand mag worden betreden. de Opiumwet;
I. Kernwinkelgebied:
winkelgebied in het centrum van Veenendaal (zie bijlage 2);
m. Aanloopstraat:
doorgaande weg die toegang biedt tot het centrum (zie bijlage 2).
c. Woning d. Erf
e. Coffeeshop f. Lokaal
g. Exploitatievergunning h. Gedoogbeschikking i.
Ingezetene:
j.
Sluiten:
§1 Handhaving artikel 13b Opiumwet in woningen, lokalen en erven Artikel 2 Drugshandel in woningen en lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven 1.
2.
3.
4.
De burgemeester kan op grond van artikel 13b van de wet overgaan tot sluiting van een woning, lokaal of erf waarin drugshandel plaatsvindt, of geconstateerd is dat hiervoor voorbereidingshandelingen zijn getroffen, zonder dat daartoe op grond van de wet vereiste verloven zijn verstrekt . Eveneens kan de burgemeester op grond van artikel 13b van de wet overgaan tot het sluiten van een lokaal wanneer het aannemelijk is dat buiten het lokaal, doch in directe relatie daarmee, de hiervoor genoemde middelen zonder de vereiste verloven worden verhandeld. Met de sluiting wordt beoogd om de drugshandel te beëindigen c.q. de bekendheid van het pand in het criminele drugscircuit te doorbreken en/of de openbare orde en veiligheid in de omgeving van het pand te herstellen. Met betrekking tot de invulling van het begrip 'drugshandel' wordt aansluiting gezocht bij de Aanwijzing Opiumwet en de daarin vermelde gebruikershoeveelheden soft- en harddrugs.
2
5. 6. 7.
8.
De burgemeester gaat in ieder geval over tot sluiting van een woning, lokaal of erf op grond van lid 1 of 2 indien het woon- en leefklimaat of de openbare orde wordt verstoord. Bij een sluiting bepaalt de burgemeester de duur van de sluiting, waarbij de sluitingstermijnen in de tabel in bijlage 1 als uitgangspunt worden genomen. In geval van een ernstige overtreding kan de burgemeester in afwijking van de tabel in bijlage 1 overgaan tot een sluiting van langere duur. Er is in ieder geval sprake van een ernstige overtreding in geval van een zeer grote handelshoeveelheid (>1 O keer de
gebruikershoeveelheid of als er andere feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die een langere sluitingstermijn noodzakelijk maken. Indien de sluiting van het pand onevenredige gevolgen heeft voor de eigenaar of gebruikers(s}.,_ kan de burgemeester overgaan tot oplegging van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
§2 Handhaving coffeeshops Artikel 3 Handhaving coffeeshops 1.
2.
Door de burgemeester zal slechts tegen de twee coffeeshops, gevestigd op het adres Schrijverspark 81 en Prins Bernhardlaan 3 te Veenendaal, bestuursrechtelijk handhavend worden opgetreden door toepassing van artikel 13b van de Opiumwet, indien: a. blijkt dat de coffeeshop toegankelijk is voor en er verkocht wordt aan anderen dan ingezetenen van Nederland; b. de coffeeshop reclame voert (afficheert); c. het aannemelijk is dat in de coffeeshop harddrugs worden verhandeld of gebruikt of wanneer het aannemelijk is dat buiten de coffeeshop, doch in directe relatie daarmee, harddrugs worden gebruikt of verhandeld; d. de handel in softdrugs (mede) een oorzaak is van overlast voor de omgeving; e. minderjarigen in de coffeeshop worden toegelaten; f. meer dan 5 gram softdrugs per persoon wordt verstrekt of verhandeld; g. zich in de coffeeshop een handelsvoorraad van meer dan 500 gram softdrugs bevindt; h. in de coffeeshop alcoholhoudende dranken worden geschonken; i. de coffeeshop de aan hen toegestane sluitingstijden overtreedt; j. in de coffeeshop geen leidinggevende aanwezig is; k. verkoop van softdrugs op de openbare weg plaatsvindt, waarbij is geconstateerd of een redelijk vermoeden bestaat, dat de verkoop of levering in relatie staat met de exploitatie van de coffeeshop in de omgeving; I.
in of buiten het pand doch in relatie met de coffeeshop criminele activiteiten, waaronder in ieder geval worden gerekend illegaal (vuur)wapenbezit, heling of geweldsdelicten, plaatsvinden of worden voorbereid; m. het verhandelen van softdrugs in de coffeeshop door een andere natuurlijke of rechtspersoon wordt voortgezet (na beëindiging van de exploitatie van het betreffende lokaal) dan door degene die, blijkens de vergunning verleend op grond van de APV voor het verstrekken van alcoholvrije dranken, gerechtigd is het betreffende lokaal te exploiteren. Indien de burgemeester besluit om de exploitatievergunning van een coffeeshop in te trekken op grond van artikel 2:29A van de APV, is het gestelde onder lid 1 niet langer van toepassing op de desbetreffende coffeeshop en wordt de verkoop van softdrugs op dit adres niet gedoogd zolang er geen nieuwe gedoogbeschikking is afgegeven.
3
Artikel 4 Stappenplan handhaving coffeeshops 1.
2.
3. 4. 5.
6.
In gevallen waarbij sprake is van het gestelde in artikel 3 lid 1 sub of a. (verkoop aan nietingezetenen), b. (affichering). d. (overlast), f. (de verkoop van > 5 gram per transactie), j.(het overtreden van de sluitingstijden). k. (leidinggevende niet aanwezig) of in andere gevallen waar sprake is van een geringe overtreding, kan de burgemeester besluiten een waarschuwing te geven bij de eerste overtreding. Indien sprake is van het gestelde in artikel 3 lid 1 sub m (bedrijfsovername) vindt sluiting van een (nieuwe) coffeeshop plaats, tenzij deze inmiddels beschikt over de benodigde gedoogbeschikking en exploitatievergunning. De burgemeester bepaalt de duur van de sluiting van het lokaal. Bij overtreding van alle andere onder artikel 3 lid 1 beschreven gedoogcriteria sluit de burgemeester de coffeeshop voor bepaalde tijd. In de tabel in bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de overtredingen en de daarbij behorende sluitingstermijnen. De burgemeester kan besluiten een termijn te hanteren die afwijkt van het gestelde in Q_ijlage 2 indien onder andere sprake is van een ernstige overtreding, diverse opvolgende overtredingen of een samenloop van meerdere overtredingen. De sluiting bij een overtreding van artikel 3, lid 1 onder I (criminele activiteiten) kan worden opgeheven indien degene die de leiding heeft in de coffeeshop onomstotelijk kan aantonen dat: a.
hem de feiten niet kunnen worden verweten; en, b. de door hem genomen maatregelen herhaling van voorgedane feiten voorkomen.
Artikel 5 Intrekking exploitatievergunning van een coffeeshop 1.
2.
3.
Met in achtneming van het bepaalde in de APV, het bepaalde in artikel 4 en het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Bibob), vindt intrekking van de op grond van de APV verleende exploitatievergunning van de coffeeshop plaats indien redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat degene die de feitelijke leiding heeft in de coffeeshop direct of indirect betrokken is bij activiteiten genoemd onder artikel 3 lid 1 sub c. (handel harddrugs) en I. (criminele activiteiten); Intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunning vindt tevens plaats indien binnen 2 jaar na een 2e overtreding redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er sprake is van herhaling van het gestelde onder a. (verkoop aan niet-ingezetenen), b. (affichering). d. (overlast), e. (aanwezigheid minderjarigen). f. (verkoop >5g per keer), g. (handelsvoorraad >500g). h. (verkoop alcoholhoudende dranken). i. (overtreding sluitingsuur). j. (geen leidinggevende aanwezig), k. (verkoop softdrugs op de openbare weg in relatie tot de coffeeshops). Intrekking van de in het eerste lid genoemde vergunning vindt ook plaats indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er sprake is van (hernieuwde) verkoop van softdrugs vanuit een ander horecabedrijf dan vanuit één van de bestaande coffeeshops.
§3. Beleid voor de vestiging van nieuwe coffeeshops Artikel 6 Bedrijfsovername en de vestiging van nieuwe coffeeshops 1.
2.
Bij beëindiging van de exploitatie van de in artikel 3 lid 1 opgenomen coffeeshops, is het mogelijk de coffeeshop aan een nieuwe ondernemer over te dragen, dan wel op een andere daarvoor geschikte locatie een nieuwe coffeeshop te beginnen waarbij geldt dat de twee coffeeshops niet tegelijkertijd door dezelfde ondernemer geëxploiteerd kunnen worden. Indien één van de in artikel 3 lid 1 opgenomen coffeeshoplocaties komt te vervallen, kan een nieuwe coffeeshop alleen worden gevestigd op een locatie die voldoet aan de volgende eisen: a. de locatie is niet gelegen binnen een loopafstand van 350 meter van instellingen voor voortgezet en beroepsonderwijs voor jongeren jonger dan 18 jaar;
4
b.
3.
het woon- en leefklimaat in een straat of wijk noch het karakter van een straat wordt niet op ontoelaatbare wijze verstoord door de vestiging van een coffeeshop. Bij vestiging van een coffeeshop in woonwijken is zonder meer sprake van ontoelaatbare verstoring van het woon- en leefklimaat. c. de locatie is gelegen in een aanloopstraat mits er voldoende parkeergelegenheid in de buurt is en het bestemmingsplan ter plaatse horeca toe laat; d. indien de locatie ligt in een winkelgebied mag het winkelklimaat in de naaste omgeving niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed of dreigen te worden beïnvloed door de aanwezigheid van de coffeeshop. Van ontoelaatbare verstoring van het winkelklimaat is in elk geval sprake als een coffeeshop wordt gevestigd binnen het kernwinkelgebied (zie bijlage 2); e. vanwege de mogelijkheden van sociale controle en controle door de gemeente en politie, is een lokaal goed zichtbaar vanaf de openbare weg en heeft het lokaal een open en transparant uiterlijk: er is zicht van buiten naar binnen mogelijk; f. tegen het rondhangen van jongeren kunnen maatregelen worden getroffen. Voor het starten van een coffeeshop is een exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28 e.v. van de APV vereist. Voorafgaand aan de vergunningverlening zullen de betrokkenen worden onderworpen aan een screening op grond van de Wet Bibob.
Artikel 7 Intrekken oude regeling De beleidsregels coffeeshops en overige lokalen van 19 november 2015 , laatstelijk gewijzigd op 20 februari 2019, wordt ingetrokken.
Artikel 8 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 9 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops.
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Veenendaal op 20 maart 2023
d heer
.J ..
b
5
Bijlage 1 Tabel sluitingstermijnen voor drugshandel in woningen. lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven SI u,·t·mgs termunen voor drugs han dl" e m /kl o a en en daar:bii 11 t» e h oren de erven Overtreding Om sch rijvi ng Duur van de sluiting per overtreding 1 e constatering Harddrugs Drugshandel, met een handelsvoorraad >0,5 gram, ten aanzien van Sluiting voor de duur van 6 een middel als maanden. bedoeld in lijst I (harddrugs), in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en op daarbij behorende erven.
2e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering: Sluiting voor de duur van 12 maanden.
3e en volgende constatering binnen twee jaar na de vorige constatering: Sluiting voor de duur van 24 maanden. Softdrugs
Drugshandel, met een handelsvoorraad >5 gram cannabis, >5 hennepstekjes of een in de Aanwijzing Opiumwet beschreven hoeveelheid van een andere stof waarvan wordt verondersteld dat deze meer is dan voor eigen gebruik, ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs), in al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen en op daarbij behorende erven.
1 e constatering Sluiting voor de duur van 3 maanden
2e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering Sluiting voor de duur van 6 maanden 3e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering:
6
Sluiting voor de duur van 12
maanden 4e en volgende constatering
binnen twee jaar na de vorige constatering Sluiting voor de duur van 24 maanden Verzwarende omstandigheden In het geval van een constatering van een zeer grote handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of II kan de burgemeester besluiten om een constateringsstap over te slaan. Horecabedrijven In geval van een horecabedrijf, niet zijnde een coffeeshop, kan de burgemeester naast sluiting eveneens besluiten tot intrekking van de exploitatievergunning. SI uitinastermiinen .. voor d rugs han deI in woningen en daarbij behorende erven
Overtreding
Omschrijving
Harddrugs
Drugshandel, met een handelsvoorraad >0,5 gram, ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs), in woningen of op bij woningen behorende erven.
Duur van de sluiting per overtreding 1 e constatering: Sluiting voor de duur van 3 maanden
2e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering
Sluiting voor de duur van 6 maanden 3e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering:
Sluiting voor de duur van 12 maanden 4e en volgende constatering
binnen twee jaar na de vorige constatering: sluiting voor de duur van Sluiting voor de duur van 24 maanden Softdrugs
Drugshandel, met een handelsvoorraad >5 gram cannabis, >5 hennepstekjes of een in de Aanwijzing Opiumwet beschreven hoeveelheid van een
7
1e constatering: in beginsel geen sluiting maar een waarschuwing
andere stof waarvan wordt verondersteld dat deze meer is dan voor eigen gebruik, ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs), in woningen of op bij woningen behorende erven.
2e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering: sluiting voor de duur van 3 maanden 3e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering: sluiting voor de duur van 6 maanden 4e en volgende constatering binnen twee jaar na de vorige constatering: sluiting voor de duur van 12 maanden
Verzwarende omstandigheden In het geval van een constatering van een zeer grote handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I of II kan de burgemeester besluiten om één of meerdere constateringsstappen over te slaan.
8
Bijlage 2 Tabel handhaving coffeeshops Ter uitoefening van vorenstaande bevoegdheid dient de navolgende tabel als uitgangspunt in het geval dat bij de twee gedoogde coffeeshops en bijbehorende erven overtredingen van de gedoogcriteria worden geconstateerd. Naast de verschillende bestuurlijke maatregelen staan voor de volledigheid zijn ook de strafrechtelijke sancties vermeld. Overtreding Toelaten nietingezetenen (art 3, lid 1 onder a)
Gemeente artikel 13b Opiumwet artikel 2:29A APV 1 e overtreding: mogelijkheid Waarschuwing 2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
1e overtreding: rapport+ PV + inbeslagname + vervolging 2e overtreding binnen 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand}. 3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Sluitinq 3 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting 6 maanden. 4e overtreding binnen 2 jaar na eerste overtreding
Politie/ OM
intrekking exploitatievergunning
Sluiting 12 maanden. Affichering (art 3 lid 1 onder b)
1 e overtreding: geen actie.
1 e overtreding: mogelijkheid Waarschuwing 2e overtreding binnen 2 jaar na vorige overtreding
2e overtreding binnen 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging
Sluiting 3 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na vorige overtreding Sluiting 6 maanden 4e overtreding binnen 2 jaar na vorige overtreding Sluiting 12 maanden Harddrugs (art 3, lid 1, onder c)
intrekking exploitatievergunning (als er bij de eerste stap niet gekozen is voor een waarschuwing)
3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand}.
intrekking exploitatievergunning (als er bij de eerste stap gekozen is voor een waarschuwing) 1 e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolqino
1 e overtreding Sluitinq 12 maanden
9
Overtreding
Gemeente artikel 13b Opiumwet artikel 2:29A APV
Politie/ OM
2e en volgende intrekking constatering binnen twee exploitatievergunning jaar na de vorige constatering
2e overtreding binnen 3 jaar :rapport+ PV + inbeslagname+ vervolging {idem als vorenstaand).
Sluiting voor de duur van 24 maanden Overlast (art 3, lid 1 onder d)
1 e overtreding: geen actie
1 e overtreding: mogelijkheid Waarschuwing
2e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging
2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting voor de duur van 3 maanden intrekking exploitatievergunning (als er bij de eerste stap niet gekozen is voor een Sluiting voor de duur van waarschuwing) 6 maanden
3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding:
3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
4e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
intrekking exploitatievergunning (als er bij de eerste stap gekozen is voor een Sluiting voor de duur van waarschuwing) 12 maanden.
Aanwezigheid Minderjarigen (art 3, lid 1 onder e)
1 e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging
1 e overtreding Sluiting 2 weken 2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting 3 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na de vorige overtreding
intrekking exploitatievergunning (als er bij de eerste stap niet gekozen is voor een waarschuwing)
intrekking exploitatievergunning {als er bij de eerste stap gekozen is voor een Sluiting voor de duur van waarschuwing) 6 maanden
10
2e overtreding binnen 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand). 3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Overtreding
Gemeente artikel 13b Opiumwet artikel 2:29A APV
4e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
Politie/ OM
intrekking exploitatievergunning
Sluiting voor de duur van 12 maanden. Verstrekking van meer dan 5 gram per persoon per keer (art 3 lid 1 onderf)
1 e overtreding
1 e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging
Sluiting 2 weken 2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
2e overtreding binnen 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Sluiting 3 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding:
3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Sluiting 12 maanden. 4e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering
Intrekken exploitatievergunning
Sluiting voor de duur van 12 maanden Te grote 1 e overtreding: sluiting 2 handelsvoorraad weken (>500gram <2000 gram) (art 3, lid 1 onder g) 2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
1 e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging 2e overtreding binnen 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Sluiting 6 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting 12 maanden
3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Te grote 1 e overtreding handelsvoorraad (>500gram >2000 gram) Sluiting 3 maanden
1 e overtreding: rapport + PV + inbeslagname + vervolging
2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting 6 maanden
11
intrekking exploitatievergunning
2e overtreding binnen 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Overtreding
Gemeente artikel 13b Opiumwet artikel 2:29A APV
3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
intrekking exploitatievergunning
Sluiting 12 maanden Verkoop alcoholhoudende dranken (art 3, lid 1 onder h)
1 e overtreding Sluiting 2 weken 2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting 6 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
intrekking exploitatievergunning
Sluiting 12 maanden. Overtreding sluitingstijden (art 3, lid 1 onder i)
1 e constatering: Waarschuwing 2e overtreding binnen twee jaar na de vorige overtreding Sluiting voor de duur van 3 maanden 3e overtreding binnen twee jaar na de vorige overtreding Sluiting voor de duur van 6 maanden 4e en volgende Intrekken overtreding binnen twee exploitatievergunning jaar na de vorige constatering Sluiting voor de duur van 12 maanden
Leidinggevende niet aanwezig (art 3, lid 1 onder j)
1 e constatering: Waarschuwing
12
Politie/ OM
3e overtreding binnen weer 3 jaar: rapport + PV + inbeslagname + vervolging (idem als vorenstaand).
Overtreding
Gemeente artikel 13b Opiumwet artikel 2:29A APV 2e constatering binnen twee jaar na de vorige overtreding
Politie/ OM
Sluiting voor de duur van 3 maanden 3e constatering binnen twee jaar na de vorige constatering Sluiting voor de duur van 6 maanden
Verkoop softdrugs op de openbare weg in relatie tot de coffeeshops (art 3, lid 1 onder k)
1 e overtreding Sluiting 2 weken 2e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding Sluiting 3 maanden 3e overtreding binnen 2 jaar na eerdere overtreding
intrekking exploitatievergunning
Sluiting 12 maanden.
Criminele activiteiten in of in relatie met de coffeeshop (in elk geval vuurwapenbezit, heling of geweldsdelicten)
Heling
intrekking exploitatievergunning
Sluiting 9 maanden Overige activiteiten
intrekking exploitatievergunning
(art 3 lid 1 onder I}
nader te bepalen termijn
Voortzetten handel in softdrugs door andere (rechts)persoon dan vergunninghouder zonder exploitatievergunning/ gedoogbeschikking
Sluiting van de nieuwe coffeeshop. Burgemeester bepaalt de duur van de sluiting.
Proces-verbaal, tevens vervalt de lage Opsporingsprioriteit
Art 3 lid 1 onder m) Bij ernstige overtredingen, diverse opvolgende overtredingen of bij samenloop van meerdere overtredingen kan de burgemeester besluiten om één of meerdere constateringsstappen over te slaan of van de hierboven genoemde termijnen afwijken.
13
Bijlage 3 kaart Kernwinkelgebied en aanloopstraten
kernwinkel gebied Veenendaal incl. pleinen.
I I I I I I
I
I
I I I I I V
I
__ _,
pleinen
~ - - kernwinkelgebied
•
horecaconcentratie
-
aanloopstraten
i
centrumring
f
R
Raadhuisplein
K
K. Stipplein
s
Scheepjeshofplein
z
Zwaai plein
A¡¡n eeee gegevens kun rien geen rechten ontlffod worden S--.J'laal 1 5000 O
50
100
14
150m
28 Febu.ian 2013
15
Toelichting bij Beleidsregels voor handhaving artikel 13b Opiumwet bij woningen, lokalen en coffeeshops In deze beleidsregels zijn zowel de regels rond de vestiging van coffeeshops opgenomen als de stappenplannen voor handhaving die van toepassing zijn op de gedoogde verkooppunten van drugs (coffeeshops), de niet gedoogde verkooppunten van drugs en de handel in drugs vanuit woningen en lokalen. Door het vaststellen van de beleidsregels kan de burgemeester op een zorgvuldige en uniforme wijze optreden tegen overtredingen van artikel 13b Opiumwet. Juridisch kader De bevoegdheid om handhavend op te treden tegen drugshandel is geregeld in artikel 13b Opiumwet. Het coffeeshopbeleid is daarnaast ook gebaseerd op de APV. Bevoegdheid burgemeester Op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Op basis van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Bovendien is in artikel 13b van de Opiumwet geregeld dat de burgemeester bevoegd is tot de toepassing van bestuursdwang bij drugshandel.
Hieruit volgt dat de burgemeester bevoegd is beleid vast te stellen over de vestiging van coffeeshops en over de handhaving ten aanzien van de handel in drugs. Artikel 13b Opiumwet Voor het huidige Nederlandse drugsbeleid is de wijziging van de Opiumwet in 1976 van groot belang. In de wet is het onderscheid tussen soft- en harddrugs tot stand gebracht. Harddrugs zijn als stoffen met een onaanvaardbaar risico op lijst I geplaatst. Op lijst II staan met name de hennepproducten die als softdrugs worden aangemerkt. Het bezit van harddrugs is strafbaar gesteld als zijnde een misdrijf. Sinds 1991 hanteert de Nederlandse overheid een expliciet gedoogbeleid ten aanzien van de verkoop van softdrugs. Dit beleid is vooral gericht op het beheersbaar maken en houden van het gebruik en de verkoop van softdrugs, het scheiden van de hard- en softdrugsmarkt, een afname van het aantal cannabisverkooppunten (kwantitatieve sanering), een toename van het aantal bonafide ondernemingen (kwalitatieve sanering) en een afname van het gebruik van (soft-)drugs onder minderjarigen. De invoering van de zogenaamde Wet Damocles (artikel 13b Opiumwet) op 21 april 1999 heeft de burgemeester de bevoegdheid gegeven bestuursdwang toe te passen als er in voor publiek toegankelijke lokalen drugs worden verhandeld. Deze bepaling vormt de bestuursrechtelijke basis van het coffeeshopbeleid.
Artikel 13b Opiumwet is tevens het juridische instrument om op te treden tegen een coffeeshop die gestelde voorwaarden overtreedt. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt: 1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. Voorbereidingshandelingen
Onder voorbereidingshandelingen wordt verstaan: het voorhanden hebben van een voorwerp of een stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3, of artikel 11a van de Opiumwet. Deze artikelen vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, dan wel voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Dit kan blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stof, uit de combinatie van aangetroffen voorwerpen en stoffen, uit de context en overige bevindingen van de politie of gemeentelijke toezichthouders. Sluiting is aan de orde zodra het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs. Niet alle strafbare voorbereidingshandelingen staande in artikel 10 of 11a van de Opiumwet vallen binnen de reikwijdte van deze beleidsregel; Woning of lokaal De wetgever heeft ervan afgezien het begrip ‘woning’ te definiëren. De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een ‘woning’: een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat voor bewoning wordt gebruikt (woongenot) en mag worden gebruikt.
Of een woning in de aangetroffen staat wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen dan wel bestuurlijke rapportage van de politie of gemeentelijk toezichthouders. Indien er geen sprake is van een ‘woning’, wordt het pand/de ruimte beschouwd als ‘lokaal’ in de zin van dit beleid. Dit is onder andere het geval als er sprake is van schijnbewoning. Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen (zoals winkels en horecabedrijven) met bijbehorende erven en de niet voor publiek toegankelijke lokalen (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten) met bijbehorende erven in deze categorie.
Handhaving verkoop in woningen of lokalen of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven (verder ‘panden’) (artikel 2) De beleidsregels in artikel 2 zien toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Met de wijziging van artikel 13b Opiumwet per 1 november 2007 kunnen alle drugspanden aangepakt worden, dus ook woningen. Zoals artikel 13b Opiumwet aangeeft heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in panden de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Van bestuursdwang gaat een duidelijk preventieve werking uit doordat een pand zichtbaar aan de openbaarheid wordt onttrokken. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom. Bij de beoordeling of bestuursdwang wordt toegepast in het kader van artikel 13b Opiumwet moet in ieder geval sprake zijn van het verkopen, verstrekken, afleveren dan wel daartoe aanwezig zijn van drugs. In geval van een hoeveelheid van meer dan 5 hennepstekjes of planten wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt. Er is dus geen sprake van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik.
Er is bij hennepknipperijen, drogerijen en buitenteelt vaak sprake van meer dan 30 gram hennep of hasjiesj. In het geval van 30 gram of meer hennep of hasjiesj brengt dit het risico van overdraagbaarheid met zich mee. Dit -meer dan 5 planten of meer dan 30 gram softdrugs- wordt in deze beleidsregel in ieder geval beschouwd als een handelshoeveelheid als bedoeld voor het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn in de zin van artikel 13b Opiumwet. Bij harddrugs gaat het om een handelshoeveelheid van meer dan 0,5 gram. Zienswijzen/spoedeisende bestuursdwang Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang of wordt alvorens tot besluitvorming over te gaan de belanghebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken. In de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen die gevolgd moeten worden indien tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan. Tabel drugshandel in woningen en lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven
In tabel 1 is de tabel opgenomen voor de handhaving van artikel 13b van de Opiumwet bij drugshandel in woningen of lokalen en/of bijbehorende erven of in het geval dat er voorbereidingshandelingen geconstateerd zijn. Als er sprake is van een huurwoning van een woningbouwcorporatie, wordt gehandeld in overleg met de betreffende corporatie. Bij overtreding van de Opiumwet gaat de woningbouwcorporatie in beginsel over tot uitzetting van de huurder. Sluiting van een woning op grond van dit beleid is dan niet noodzakelijk. In het geval van overige woningen zal bij het aantreffen van een hennepplantage/handel in softdrugs in beginsel eerst een schriftelijke waarschuwing worden verstuurd aan de pandeigenaar. Bij handel in harddrugs volgt in beginsel wel sluiting van het pand, tenzij dit leidt tot onevenredige gevolgen voor de eigenaar of gebruiker(s). Bij bedrijfspanden wordt zowel bij de constatering van hard- als softdrugshandel in beginsel meteen gesloten, tenzij er uit onderzoek feiten en omstandigheden naar voren komen die maken dat een last onder dwangsom of waarschuwing beter op zijn plaats is. Gedoogbeleid coffeeshops De burgemeester heeft ervoor gekozen om de verkoop van cannabisproducten alleen in coffeeshops toe te staan en te reguleren via afgifte van gedoogbeschikkingen die gekoppeld zijn aan een exploitatievergunning voor een alcoholvrij horecabedrijf.
Alleen in deze shops wordt het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van geringe hoeveelheden softdrugs (cannabis) gedoogd, mits wordt voldaan aan een aantal strikte voorschriften, zoals de landelijk door het college van procureurs-generaal Openbaar Ministerie in de Aanwijzing Opiumwet vastgestelde AHOJGI-criteria: A H O J
G
I
geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshops, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar; geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (= 5 gram) én slechts een beperkte handelsvoorraad (niet meer dan 500 gram); geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland.
In artikel 3 zijn de gemeentelijke gedoogcriteria voor coffeeshops beschreven. Dit zijn de AHOJGIcriteria uit de Aanwijzing Opiumwet aangevuld met de eis dat er geen alcoholhoudende dranken mogen worden verhandeld en een aantal eisen die strekken tot bescherming van het woon- en leefklimaat tegen de negatieve effecten van de exploitatie van coffeeshops. Maximumstelsel In de gemeente Veenendaal wordt een maximum gesteld van 2 coffeeshops. Verdere aanvragen voor de exploitatie van een coffeeshop worden op basis van dit criterium afgewezen. Algemene Plaatselijke Verordening Om de mogelijke vestiging van een coffeeshop aan preventief toezicht te onderwerpen moet een exploitant beschikken over een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 ev van de APV. Op grond van de ingediende aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een alcoholvrij horecabedrijf wordt de coffeeshopexploitant aan een Bibob-toetsing onderworpen. Een dergelijke toetsing kan ook worden gevraagd voor een bestaand bedrijf indien hiertoe aanleiding is. Op grond van de “Bibob-beleidslijn gemeente Veenendaal” is besloten dat iedere aanvrager van een exploitatievergunning aan een Bibob-toets wordt onderworpen door de burgemeester. Dit betekent dat er een onderzoek naar de integriteit van de aanvrager c.s. wordt uitgevoerd. Indien hiertoe aanleiding
is, wordt aan het Landelijk Bureau Bibob advies gevraagd inzake de integriteit van de aanvrager van een exploitatievergunning. De “Bibob-beleidslijn gemeente Veenendaal” is de uitwerking van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). De Wet Bibob maakt het mogelijk om een vergunning te weigeren dan wel in te trekken, indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat de aangevraagde vergunning voor het plegen van strafbare feiten zal worden gebruikt of zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten (witwassen van zwart geld). Indien een exploitatievergunning niet kan worden afgegeven, komt de (potentiële) exploitant niet in aanmerking voor een gedoogbeschikking. Tabel handhaving coffeeshops en exploitatievergunning Voor de coffeeshops is met de politie en het OM een handhavingsarrangement afgesproken waarin de diverse overtredingen met daarop de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen worden weergegeven. In de tabel handhaving coffeeshops is ervoor gekozen om per overtreding van een gedoogcriterium de sluitingstermijnen te definiëren. In alle gevallen is ervoor gekozen om de laatste stap te koppelen aan de intrekking van de exploitatievergunning.
Het kan zijn dat er sprake is van een ernstige overtreding, zoals een forse overschrijding van de maximale handelsvoorraad, het aanwezig hebben van meerdere minderjarigen tegelijkertijd of het overtreden van meerdere voorschriften tegelijkertijd. In dergelijke gevallen kan de burgemeester afwijken van de in bijlage 1 benoemde stappen. Dit kan ook indien er jaarlijks een andere overtreding wordt waargenomen. In artikel 2:29A en 1:6 van de APV zijn de intrekkingsgronden voor een exploitatievergunning op grond van de APV opgenomen. Indien de burgemeester besluit om op grond van dit artikel de exploitatievergunning in te trekken, vervalt ook de gedoogtoestemming voor de coffeeshop in het betreffende pand totdat er een nieuwe vergunning is verleend. De coffeeshop mag gedurende de toetsing van de aanvraag niet geopend zijn. Op de nieuwe aanvraag wordt ook een screening uitgevoerd in het kader van de wet Bibob. Bedrijfsovername en de vestiging van nieuwe coffeeshops (artikel 6) In artikel 6 zijn de zaken geregeld waaraan een nieuwe coffeeshop moet voldoen. Bedrijfsovername Met dit artikel is het mogelijk om een bestaande coffeeshop over te doen aan een nieuwe eigenaar. Het is wel van belang om bij een eventuele overname na te gaan of de nieuwe eigenaar voldoet aan de eisen zoals gesteld in de APV en deze beleidsregels. Ook is een screening op grond van de wet Bibob vereist.
Gedurende de periode dat deze procedure loopt, mag het betreffende bedrijf nog niet overgenomen worden. Indien dat nodig is kan de burgemeester het bedrijf hierop sluiten. Vestigingscriteria nieuwe coffeeshops De in de beleidsregels opgenomen ruimtelijke eisen zijn opgenomen om te beperken, de controle te kunnen behouden en de drempel tot coffeeshops voor jongeren te verhogen. Opgemerkt moet worden dat voor de nieuwvestiging van een coffeeshop altijd vooraf advies gevraagd wordt aan de politie en de wijkmanagers. Indien er een negatief advies wordt gegeven inzake het woon- en leefklimaat ter plaatse dan wel het beschermen van de volksgezondheid tegen het gebruik van drugs in zijn algemeenheid en in het bijzonder voor jeugdigen onder de 18 jaar, zal de burgemeester geen exploitatievergunning en gedoogbeschikking afgeven.