RIB2023.17 Raadsinformatiebrief inzake Onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan Van
Datum Onderwerp
1
2023/42244 Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders 20 maart 2023 onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost
In de raadscommissie van 16 maart 2023 is gesproken over het raadsvoorstel (2081045) onderwijshuisvesting Veenendaal-Oost. Tijdens de commissievergadering is toegezegd om een aantal onderwerpen nader te duiden. Het betreft met name de uitgangspunten zoals Onderwijsgroep GAVE in haar brief d.d. 6 maart 2023 heeft geformuleerd en de toezeggingen die het college op deze punten heeft gedaan. In deze raadsinformatiebrief zullen wij deze onderwerpen toelichten. HEVO-rapport De onderwijscapaciteit van het Ontmoetingshuis bedraagt 4.370 m² (BVO; bruto vloeroppervlakte). De ruimte wordt deels zelfstandig gebruikt door de schoolbesturen en deels gedeeld (verdeelsleutel) met de beheerstichting. Hieronder is weergegeven hoe de capaciteit is opgebouwd: Huidige toewijzing Alternatieve toewijzing Onderwijsruimte Speellokaal 1 Speellokaal 2 Grote Zaal Lounge Techniek TOTAAL TOTAAL (leerlingen)
% onderwijs 100% 80% 80% 80% 60% 80%
m² 3.701 132 129 299 248 90
m² 3.701 106 103 240 149 72
% onderwijs 100% 100% 100% 0% 0% 100%
4.370 829
m² 3.701 132 129 299 248 90
m² 3.701 132 129 0 0 90 4.052 766
HEVO heeft in haar rapportage geconcludeerd dat de functioneel nuttige vloeroppervlakte (FNO) van het Ontmoetingshuis lager is dan de benchmark. Het Ontmoetingshuis is gerealiseerd op basis van een gezamenlijk vastgesteld Programma van Eisen (PvE). Overeenkomstig de aanbevelingen uit de HEVO-rapportage willen wij gezamenlijk met de schoolbesturen en de beheerstichting een realistisch, herzien PvE opstellen. Hierin houden wij rekening met de toekomstige ruimtetoedeling conform het raadsvoorstel en met de beperkingen die het Ontmoetingshuis kent. Het is niet de bedoeling dat het volledige Ontmoetingshuis gestript wordt en opnieuw ingedeeld wordt. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de capaciteit om en nabij de 4.370 m² blijft, maar dat deze ruimte efficiënter te benutten is door het onderwijs. Op deze wijze kan het Ontmoetingshuis voorzien in de behoefte van zowel de schoolbesturen als de beheerstichting. Mocht tijdens de verkenning blijken dat er meer onderwijsruimte beschikbaar is, zonder dat dat ten koste gaat van de effectiviteit, dan zullen wij dat in de uitwerking meenemen. Voor deze aanpassingen zullen extra middelen noodzakelijk zijn, waarvoor aan de raad een investeringsbudget gevraagd wordt. Hierover ontvangt u een separaat raadsvoorstel.
Om een derde locatie te voorkomen wordt tijdens de verkenning onderzocht of er binnen het Ontmoetingshuis ook tijdelijk extra ruimte gevonden kan worden, zoals bijvoorbeeld de ruimte van het CJG en de huiskamer.
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag
Verkeersveiligheid Met de scholen, de ouders en de omwonenden van het Benedeneind en het Gelders Benedeneind willen we de fietsroutes vanuit Veenendaal-Oost richting de Fuikenweide gaan onderzoeken om deze veiliger te maken. Het gaat hierbij om de inrichting en de verlichting van de fietsroute. Hierbij maken we graag gebruik van de (reeds ontvangen) input van de ouders. Eén van de maatregelen waaraan gedacht wordt is dat we van het Benedeneind en het Gelders Benedeneind een fietsstraat willen maken. Hier willen wij met de ouders, bewoners en schoolbesturen nog nader afspraken over maken. Daarnaast zijn bij het eventueel realiseren van IKC Groenpoort extra verkeersmaatregelen noodzakelijk om op een veilige manier de Spitsbergenweg te passeren. Sweco heeft in haar rapportage aangegeven dat er een ongelijkvloerse kruising met de Spitsbergenweg aangelegd moet worden, hiervoor moet de onderdoorgang van Spitsbergenweg onder de nieuwe Rondweg dan verder worden verlengd en verdiept. De mogelijkheden en kosten hiervoor moeten nog nader onderzocht worden, maar de kosten zullen substantieel zijn (meerdere miljoenen). Ruimte Ontmoetingshuis Het onderwijsveld kent een grote verscheidenheid aan onderwijsconcepten. Om een goede aansluiting op de behoefte van schoolbesturen te krijgen, stellen gemeente sinds 2008 onderwijscapaciteit ter beschikking.
De schoolbesturen zijn hierdoor in staat om de ruimte in te richten, zodat het bij hun onderwijsvisie past. Binnen dit kader kunnen schoolbesturen hun programma van eisen vormgeven. Om Openbaar- en Hervormd onderwijs in Veenendaal-Oost mogelijk te maken, zijn Balans en De Bron een dislocatie van een reeds bestaande school. Hierdoor hebben zij echter geen vaste voet van 200 m² (hierover ook meer bij de paragraaf ‘derde locatie’). Dat betekent dat er minder ruimte beschikbaar is voor nevenruimten en/of grotere klaslokalen. De schoolbesturen bepalen hierin zelf de prioriteiten. Zoals in de brief aan Onderwijsgroep GAVE reeds verwoord is onze inschatting dat met het toekennen van 248 m² extra aan De Bron het realiseren van 2 extra lokalen mogelijk moet zijn in combinatie met de aanpassingen aan het Ontmoetingshuis om de functioneel nuttig oppervlakte te verbeteren. Er zullen echter altijd keuzes gemaakt moeten worden door de schoolbesturen. Derde locatie Het Rijk stelt stichtingsnormen vast per gemeente. Voor gemeente Veenendaal is de norm voor het stichten van een nieuwe school hoog. Dat betekent in de praktijk dat een schoolbestuur niet zo snel een nieuwe school kan starten. Om toch te zorgen voor voldoende aanbod in de wijken wordt met de schoolbesturen bekeken hoe de kinderen in een nieuwe wijk wel op een goede manier naar school kunnen en er voldoende aanbod aanwezig is.
In het vigerende Integraal Huisvestingsplan is thuisnabij naar school gaan een belangrijk uitgangspunt. In Veenendaal Oost betekent dat dat Balans een dislocatie is van Achtbaan en dat De Bron een dislocatie os van De Bron aan de Fuikenweide (voorheen Engelenburgschool). Uitgangspunt bij het toekennen van een dislocatie in een nieuwe wijk is dat de leerlingen die naar de school gaan in de nieuwe wijk ook daadwerkelijk uit de wijk komen en niet uit andere wijken (hierin voorzien namelijk al de bestaande scholen). Het is belangrijk dat schoolbesturen in het aannamebeleid hier rekening mee houden. In Veenendaal wordt een dislocatie dus niet zoals gebruikelijk ingezet als tijdelijke voorziening die nodig is om de overloop van leerlingen tijdelijk op te vangen, maar als middel om een
2
breed onderwijsaanbod te kunnen bieden. Het gevolg van een breed onderwijsaanbod is dat Veenendaal veel scholen heeft met meerdere locaties. Het is daarom de vraag of het vanwege de specifieke Veenendaalse situatie het wenselijk is om een maximum te stellen aan het aantal locaties. Als een school ruimtetekort heeft dan dienen zij hiervoor een huisvestingsaanvraag in. Bij de oplossingsrichting van het ruimtetekort wordt er binnen de kaders van de verordening gezocht naar de best mogelijke oplossing. Hierbij wordt uiteraard gezocht naar een oplossing die zo min mogelijk negatief effect heeft op de onderwijskwaliteit, zoals het beperken van het aantal locaties. Hierbij kunnen wij een derde locatie niet uitsluiten, maar dit is pas aan de orde als er geen andere alternatieven mogelijk zijn. Indien een derde locatie toch noodzakelijk is, proberen wij de periode hiervan te beperken. Het kan zijn dat bijvoorbeeld een geplande ontwikkeling naar voren gehaald wordt (zoals in het raadsvoorstel) of dat er door het schoolbestuur een aannamebeleid gevoerd wordt. Een derde locatie zal in ieder geval onderdeel zijn van de gesprekken voor de volgende beleidsperiode van het IHP. In het Huisvestingsprogramma 2022 is de ruimtetoekenning tot en met 2025 bepaald. Tijdens de raadscommissie van 16 maart jl. ging het met name over de ruimtetoekenning van De Bron.
In de onderstaande tabel is weergegeven wat de geprognotiseerde ruimtebehoefte was en de werkelijke ruimtebehoefte, afgezet tegen de beschikbare capaciteit.
Hierin is te zien dat er tot en met 2025 voldoende ruimte beschikbaar is. Er hoeft in deze periode ook geen gebruik gemaakt te worden van een derde locatie. Voor de periode 20262028 is er een klein ruimtetekort (circa 300 m²). Het is afwachten hoe het leerlingaantal zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Welke ruimtevraag er daardoor ontstaat, maar ook welke ruimte er beschikbaar komt. Hierbij spelen ook de ontwikkelingen rondom het HEVO-rapport en de mogelijke impact van de stichting van de nieuwe school Al Amana een rol. In het jaarlijkse huisvestingprogramma wordt een zorgvuldige afweging gemaakt over eventuele bijstelling. Door deze toekomstige onzekerheden is het lastig nu al besluiten te nemen over deze periode. Wel zien wij dat De Bron harder groeit dan was voorzien. De groei is ten koste gegaan van Balans en ’t Speel-Kwartier, dat betekent dat de aan hen beschikbaar gestelde ruimte deels onbenut blijft. Per saldo is het aantal leerlingen ongeveer gelijk aan de verwachting. Dit blijkt uit de onderstaande tabel:
3
Tamim Balans De Bron Engelenburgschool 't Speel-Kwartier TOTAAL
Prognose 1-10-2022 266 308 311 97 464
Werkelijk 1-10-2022 283 283 442 426
Verschil
1446
1434
-12
17 -25 34 -38
Noodlokalen Tijdens de raadscommissie zijn hiervoor 3 verschillende locaties genoemd:
2
1 3
1. Spitsbergenweg 2. Groenzone 3. Ontmoetingshuis Wij begrijpen dat er opnieuw gevraagd wordt naar noodlokalen. Hier zijn, aanvullend op het raadsvoorstel, wel enkele kanttekeningen op te maken. In grote lijnen kunnen de volgende constateringen worden gedaan: 1. Voor een tijdelijke voorziening geldt altijd dat er geen directe relatie is met de permanente voorziening. Zelfs binnen hetzelfde gebouw, perceel of wijk komt het samenspel tussen leerkrachten onderling en leerlingen onderling onder druk te staan en wordt de voorziening als dislocatie ervaren. Dit betekent dat noodlokalen altijd als tweede of derde locatie nodig zijn, dit vinden wij als gemeente en schoolbesturen ongewenst. Daarnaast kent een tijdelijke voorziening een lagere kwaliteit van de onderwijsomgeving, dat geldt ook voor de buitenruimte. De kosten voor een tijdelijke voorziening zijn hoog, deze kosten besteden wij liever aan het verwezenlijken van de ambities voor de permanente locaties. 2. Noodlokalen in of aan de rand van Groenpoort vragen veel aandacht als het gaat om tijdig bouwrijp, energieaansluitingen, afstemming bouwverkeer, voorkomen van geluidsoverlast enzovoort. In de optiek van het college zijn dit geen gewenste oplossingsrichtingen. Indien noodzakelijk kan er beter gekeken worden naar gebieden in Buurtstede (bv de centrale groenvoorziening) of bij ’t Speel-Kwartier. 3.
In alle gevallen dient rekening gehouden te worden met proceduretijd 4. In het kader van het HEVO-rapport onderzoeken wij samen met de scholen en de beheerstichting welke mogelijkheden er zijn het Ontmoetingshuis zo effectief mogelijk
4
in te richten (zie ook eerder).Er wordt dan ook gekeken in hoeverre andere ruimtes ook beschikbaar zijn te maken voor onderwijs. We realiseren ons wel dat hiermee de brede inzetbaarheid van het Ontmoetingshuis als podium in de wijk, waar de laatste jaar op is ingezet hiermee teniet wordt gedaan. Een en ander is echter afhankelijk van de ontwikkeling van de leerlingaantallen, zie hiervoor ook onder het kopje ‘derde locatie’ en later onder ‘leerlingenprognose’. Jaarlijks wordt dit bij de beoordeling van het huisvestingsprogramma bezien. 5. De gemeente heeft beperkte capaciteit om onderwijsprojecten in uitvoering te brengen. Tijd investeren in tijdelijke huisvesting heeft dan ook automatisch gevolgen voor de planning van de structurele oplossing. 6. Voor de kosten van tijdelijk voorzieningen gaan wij uit van huurunits. De kosten hiervoor bedragen circa € 1.115.000,-. Deze bestaan uit eenmalige kosten (plaatsen, aansluiten, buitenterrein en verwijderen) en de jaarlijkse huurkosten. Hiermee zijn het dure voorzieningen. Voor de vernieuwing van de permanente onderwijsportefeuille gaan wij conform het IHP uit van sober en doelmatige gebouwen. Gemeente en schoolbesturen hebben hiervoor grotere ambities. Hier is tijdens de behandeling van het IHP ook aandacht voor gevraagd.
Wij besteden de middelen liever aan de ambities voor de permanente voorzieningen, dan aan tijdelijke voorzieningen. Vertraging voor andere projecten De discussie rondom de onderwijshuisvesting in Veenendaal-Oost heeft voor vertraging gezorgd bij de projecten IKC Dragonder-Noord en IKC SO/SBO/PO. De reden hiervoor is dat beide projecten binnen het zoekgebied van Veenendaal-Oost gelegen zijn en er mogelijk consequenties voor het bouwprogramma ontstonden. Dit is ook in de bestuursrapportage aan de raad gemeld. De volgende projecten moeten rond 2025/2026 gereed zijn: a. IKC Dragonder-Noord b. IKC SO/SBO/PO c. IKC Dragonder-Zuid d. IKC Calvijnschool Hiervoor zal er extra formatie ingehuurd moeten worden. De kosten hiervoor bedragen circa een ton extra per project, resulterend in een totaalbedrag van ongeveer € 400.000,-. Het is daarnaast nog de vraag of, gezien de krapte op de arbeidsmarkt, deze inhuur ingevuld kan worden. Daardoor is er kans op vertraging. Dit is ook afhankelijk van of de scholen het bouwheerschap zelf oppakken. Na besluitvorming zullen deze kosten opgenomen worden in de eerstvolgende bestuursrapportage. IKC SO/SBO/PO Gedurende het voorbereidingsproces hebben de betrokken partners van IKC SO/SBO/PO meermaals aangegeven dat zij liever op een andere locatie gesitueerd worden dan aan het Zuiderkruis. De drie scholen hebben een groot verzorgingsgebied.
Bij de Van Leersumschool en De Windroos maken veel leerlingen gebruik van leerlingenvervoer. Een locatie aan het primaire wegennet is wenselijk, zodat de bussen niet de woonwijk in hoeven. Momenteel wordt hiervoor een locatie-onderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt breed naar mogelijke locaties gekeken, zowel gemeentelijke- als locaties van derden. De betrokken partijen hebben aangegeven dat er snel duidelijkheid moet komen rondom de discussie over de onderwijshuisvesting in Veenendaal-Oost. Zeker gelet op de speciale doelgroep, het ruimtetekort en de verouderde gebouwen.
5
Stikstof Voor de bovengenoemde projecten IKC Dragonder-Noord, IKC Dragonder-Zuid en IKC Calvijnschool. is sprake van bestaande scholen die vervangen moeten worden. Oude, niet duurzame schoolgebouwen worden vervangen door nieuwe energieneutrale scholen. Hierdoor kan, als het nodig is, gebruikt worden gemaakt van het zogenaamde intern salderen. Hiermee wordt nieuwe stikstof-uitstoot gecompenseerd met bestaande uitstoot. De verwachting is dat hierdoor geen sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie. Dit geldt niet voor een locatie in Groenpoort. Voor deze wijk is een zogenaamde Wnbvergunning verleend. In de onderliggende berekeningen is geen onderwijsvoorziening als onderdeel opgenomen. Bij het opstellen van een bestemmingsplan voor een schoolgebouw in Groenpoort, zal dus separaat een onderzoek naar stikstof uitgevoerd moeten worden. Op dit moment is nog niet aan te geven wat de uitkomst hiervan is. Tot slot dient opgemerkt te worden dat ook de bouwfase in beeld moet worden gebracht (in alle varianten). De bouwvrijstelling is namelijk komen te vervallen. Hierbij kan de stelregel worden gehanteerd, dat naarmate de afstand tussen het bouwproject en een N2000-gebied kleiner wordt, de kans op een tijdelijke toename van depositie groter wordt.
Consequenties uitvoering Engelenburg in 2026 Het eerder realiseren van IKC Engelenburg heeft voor meerdere onderwerpen gevolgen: Leerlingenprognose Elke wijziging heeft invloed op de leerlingenprognose; ouders kunnen andere afwegingen maken. Het raadsvoorstel zal dus ook invloed hebben op de leerlingenprognose. Het is op dit moment niet in te schatten wat de consequenties zullen zijn. Door IKC Dragonder-Zuid en IKC Engelenburg gelijktijdig uit te voeren, kan er niet ingespeeld worden op wijzigingen binnen de leerlingenprognose, zoals beoogd is met de spreiding in de oorspronkelijke planning van het IHP. Daarnaast start basisschool Al Amana per 1 augustus 2023 in Veenendaal. Ook dit zal invloed hebben op de leerlingenprognose. Op basis van de huidige gegevens is het de verwachting dat Al Amana groeit naar 357 leerlingen. Dit zal ten koste gaan van de leerlingenprognoses van de overige scholen. Op dit moment is nog niet in te schatten wat de consequenties op schoolniveau zijn, maar dat kan in sommige gevallen aanzienlijk zijn. Indien IKC Engelenburg in 2026 gerealiseerd moet zijn, kunnen wij hierop niet anticiperen. Er is dan een groot risico op leegstand. Locatiekeuze Voor IKC Engelenburg willen wij onderzoeken op welke wijze de samenwerking met Panorama (welzijn en sport) versterkt kan worden. De locatiekeuze kan daar onderdeel van zijn.
Indien IKC Engelenburg in 2026 gereed moet zijn, ontbreekt hiervoor de tijd om een zorgvuldige afweging te kunnen maken. In dat geval zal er hoogstwaarschijnlijk gekozen moeten worden voor de locatie naast De Bron (locatie Fuikenweide). Financieel Indien IKC Engelenburg in 2026 gereed moet zijn, dan stijgen de lasten voor onderwijshuisvesting voor de jaren 2025-2027. De stijging bedraagt respectievelijk € 225.000,, € 450.000,- en € 225.000,-. Daarnaast zijn er dan veel projecten die gelijktijdig uitgevoerd moeten worden. Zoals hierboven reeds vermeld, zal hier extra formatie voor ingehuurd moeten worden. De kosten hiervoor bedragen circa € 100.000,-. Het is daarnaast nog de vraag of, gezien de krapte op de arbeidsmarkt, deze inhuur ingevuld kan worden.
6
7