CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB2022.10 Raadsinformatiebrief inzake tussenevaluatie Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023

Raadscommissie 12 april 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie inzake Tussenevaluatie Integraal beleidskader sociaal domein 2020-20231.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan Van

Datum Onderwerp

2022/ Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders 18 januari 2022 Tussenevaluatie Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023

Geachte leden, Op 23 januari 2020 is het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 “Sterker door verbinding” (IBK-SD) door de raad vastgesteld. Het IBK-SD focust zich op de volgende zaken: • Eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid is het uitgangspunt; • Versterken van de sociale basis; • Realiseren van een uniforme toegang en integrale aanpak waar nodig; • Versterken van de samenwerking met externe partners en afscheid nemen van partners die niet in de gewenste richting mee bewegen; • Versterken van de mogelijkheden voor datagedreven sturing; • Balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën. Het IBK-SD gaat uit van de 10 maatschappelijke doelen die zijn vastgelegd in de “Visie sociaal domein’ (2017). Hieraan zijn in het IBK-SD beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veense samenleving in de periode 2020 – 2023. In het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsplan zijn de beoogde meerjarige effecten vertaald in beoogde resultaten die we in dat jaar nastreven en zijn de inspanningen benoemd. De beoogde resultaten en inspanningen van het uitvoeringsplan zijn opgenomen in de Effectmonitor Sociaal Domein. De verantwoording over het sociaal domein (aan de hand van IBK-SD) volgt de de reguliere Planning en Control Cyclus. Het IBK-SD heeft een looptijd tot 31 december 2023.

Het college heeft bij het vaststellen van het IBKSD aan de raad onder andere de volgende toezeggingen gedaan: • Intensievere reflectie met elkaar op IBK-SD begin 2022. Wat zijn de dingen die we dan inhoudelijk zouden moeten aanpassen; en • Daarbij breder terugkijken en de cliëntervaring nadrukkelijk een plaats geven in de evaluatie. Mede op initiatief van de raad zelf heeft het college samen met de griffie op 11 oktober 2021 een bijeenkomst c.q. markt georganiseerd waar raads- en collegeleden en leden van vrijwilligersorganisaties en andere belanghebbenden in het sociaal domein informeel met elkaar van gedachten hebben kunnen wisselen over de manier waarop het sociaal domein wordt uitgevoerd. Naast de bijeenkomst van 11 oktober heeft het college nog informatie opgehaald bij: • Adviesraden (Wmo-forum, Jeugdbelang, cliëntenraad); • Partners (waaronder CJG, st. Veens Welzijn, IW4); • Diverse cliëntervaringsonderzoeken; • Collegiale (ambtelijke) interactieve sessies rondom bepaalde maatschappelijke doelen. Het advies van de cliëntenraad en de reactie van het college voegen we toe aan de stukken. Het WMO-forum en Jongerenbelang hebben aangegeven dat de effectmonitor voldoende inzicht geeft in

Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag

de huidige voortgang. Er is voor hen geen aanleiding om nu een advies in te dienen, daar wachten ze mee tot de eind-evaluatie en het nieuw op te stellen IBK. Tussenevaluatie In de tussenevaluatie kijken we terug op de afgelopen twee jaren en beschrijven we wat is gerealiseerd. We concluderen dat in de afgelopen twee jaar, ondanks de moeilijke omstandigheden, veel is bereikt. Wel moet in de uitvoering nog een aantal zaken worden doorontwikkeld. Het IBK-SD (uitgangspunten en maatschappelijke doelen) biedt als kader voor de komende twee jaar nog voldoende houvast en ruimte en hoeft niet te worden gewijzigd. Met deze tussenevaluatie voldoet het college aan haar toezegging. Daarnaast liepen we in de afgelopen twee jaar aan tegen een aantal dilemma’s en er moest worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen buiten ons beïnvloedingskader. Aan de hand van stellingen wordt u gevraagd hoe u tegen deze zaken aankijkt. Deze stellingen reflecteren niet persé de mening van het college, maar kunnen bijdragen aan de bespreking van de tussenevaluatie in de commissie van februari 2022 en het aanscherpen van de discussie. Deze dilemma’s en stellingen leggen we graag ter consultatie voor. Het is aan de raad hoe en wanneer zij de evaluatie en stellingen wil behandelen. Aan de hand van de bespreking zal college het vervolgproces schetsen. Stellingen 1.

Meer geld voor het sociaal domein is niet de oplossing; soms is de inwoner juist gebaat met minder voorzieningen. De zoektocht binnen het sociaal domein moet niet liggen op het inzetten van meer en/of duurdere instrumenten. Deze werken soms averechts. We moeten ons richten op instrumenten die bewezen effectief zijn. Meer geld voor de jeugdzorg leidt niet automatisch tot meer geluk voor de jeugd. Het kan zelfs leiden tot meer schade voor de jeugd.

2. We kunnen leren van zorgaanbieders die (veel) winst maken. De gemeente doet zaken met veel zorgaanbieders. Juist van de zorgaanbieders die winst maken (en goede zorg bieden) kunnen we leren. Immers zij werken efficiënt en effectief. 3. We nemen afscheid van aanbieders die onze visie niet delen. Het IBK-SD gaat uit van normaliseren en de-medicaliseren. Dit betekent afschalen waar mogelijk en opschalen indien noodzakelijk. Met de raad, inwoners en aanbieders gaan we deze termen uitdiepen en vormgeven. Aanbieders die deze visie in de praktijk niet delen, kunnen niet langer rekenen op opdrachten van de gemeente. Dit betekent dat de inwoner ook minder te kiezen heeft. 4. We mogen als gemeente meer de randen van de wet opzoeken als dit de doelen van het IBK-SD dichterbij brengt. Bepalingen uit de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet schuren soms met de doelen van het IBK-SD. Moeten we de letter van de wet volgen en ons begrenzen of kunnen we binnen de bedoeling van het IBK-SD de ruimte opzoeken. Om zaken helder te krijgen en ons doel van het IBK-SD te bereiken

2

zoeken we deze grens op. Dit kan ook betekenen dat over de grens wordt gegaan en de gemeente wordt teruggefloten. Wmo

Schoonmaakondersteuning is enkel voor hen die dit niet zelf kunnen regelen en/of betalen

Wet

De wetgever bepaalt dat een maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan het realiseren van een situatie waarin een inwoner van een gemeente in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. In deze wet is geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip 'eigen kracht' te scharen

Praktijk

Steeds meer inwoners doen een beroep op de gemeente voor schoonmaakondersteuning. De groei in aanvragen zit sinds de invoering van het abonnementstarief voor een belangrijk deel bij mensen met een midden- tot hoger inkomen. Deze groep regelde en betaalde voorheen de schoonmaakondersteuning zelf. Met de invoering van het abonnementstarief betalen ze voor maatwerkvoorzieningen (waaronder schoonmaakondersteuning) nu € 19,- per maand totaal. De rest betaalt de gemeente.

Wens

Deze groei is ongewenst. De gemeente onderzoekt hoe deze groei kan worden afgeremd. Eventueel kan een inkomenstoets worden ingevoerd

Participatiewet

Bijstandsgerechtigden dienen naar vermogen bij te dragen aan de maatschappij.

Wet

Het gaat bij de tegenprestatie naar vermogen om ‘additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’. De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. De duur en de omvang van de op te dragen tegenprestatie dient in de regel beperkt te zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden

Praktijk

In de verordening dienen regels gesteld te worden over de duur en de omvang van de op te dragen tegenprestatie. Om aan de veilige kant van internationale bepalingen met betrekking tot het verbod op dwangarbeid te blijven (artikel 4 EVRM) kiezen gemeente vaak voor 4 tot 8 uur tegenprestatie per week. Veenendaal heeft in haar verordening ook deze bandbreedte staan.

Wens

Het verrichten van een tegenprestatie past binnen de visie van het sociaal domein. Vier tot acht uur wordt daarbij gezien als minimum. Een optie zou kunnen zijn deze te verhogen naar maximaal 16 uur per week.

3

Jeugd

We hechten aan de adviezen van jeugd en huisartsen, maar ambiëren een regiefunctie met betrekking tot inzet van instrumenten

Wet

De jeugdwet maakt gemeente bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor alle jeugdzorg. In de nieuwe jeugdwet is geborgd dat de huisarts mag doorverwijzen naar alle vormen van jeugd. Zowel de huisarts als de medisch specialist heeft vanuit zijn specifieke expertise een verantwoordelijkheid om goede diagnoses te stellen, zorg te verlenen of de jeugdige te begeleiden naar ondersteuning, hulp of zorg die volgens de professionele standaard nodig is. Daarnaast stellen de Jeugdwet en de wet op passend onderwijs het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) verplicht. Het OGOO stemt onder andere de samenwerking van onderwijs en door de gemeenten gefinancierde hulp af.

Praktijk

De huidige vorm betekent dat de huisarts bepaalt en de gemeente betaalt. Mede vanuit het oogpunt van de kwaliteit van hulpverlening en kostenbeheersing wil de gemeente ook sturen op volumebeheersing. Het CJG zet hiervoor contactpersonen per wijk in. De gemeente wil niet tornen aan het verwijsrecht van huisartsen, maar hier wel meer regie in voeren.

Wens

Mogelijk kan de gemeente (CJG) komen met een pallet aan voorzieningen waar de huisartsen naar door kunnen verwijzen. De expertise blijft daarbij ook bij de huisarts, maar de gemeente doet een toets op (effectiviteit) aanbod en kwaliteit aanbieder. Deze werkwijze kan ook worden toegepast in de samenwerking met het onderwijs.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11070067/1