RIB2021.171 Raadsinformatiebrief inzake stand van zaken lachgasverbod horeca
Tekst van het document
A 1
genkdapuntt1k6kg nge omen s u en
\
rl· fl/Ó
l'-1
B&W-vergadering d.d. 7 december 2021 Besluit: Voor kennisgeving aangenomen en deze aanbieden aan de raad.
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer Aan van Kopie aan Datum Bijlage Onderwerp
2021 /38522 Gemeenteraad Burgemeester College van burgemeester en wethouders 30 november 2021 Uitspraak rechtbank van 26-11-2021 Stand van zaken lachgasverbod horeca
Geachte leden, Op 14 januari 2020 bent u door het college geïnformeerd over de uitvoering van de door u aangenomen motie 'Lachgas is niet om te lachen' van 8 juli 2019. Een deel van deze uitvoering is het lachgasverbod voor horecabedrijven. Op 1 februari 2020 heb ik dit verbod ingevoerd door het verbinden van een voorschrift aan de exploitatievergunning van horecaondernemers. Op 8 februari 2021 heb ik u via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de stand van zaken. Drie horecaondernemers hebben bezwaar gemaakt tegen de gewijzigde exploitatievergunning. De bezwaarschriftencommissie heeft geadviseerd om de bezwaren gegrond te verklaren, omdat ik niet bevoegd zou zijn om een dergelijk voorschrift aan de vergunning te verbinden. Na lezing van het advies heb ik besloten de bezwaren ongegrond te verklaren, omdat ik van mening was dat ik op grond van de door u vastgestelde Algemene Plaatselijke Verordening (APV) wel bevoegd was om voorschriften aan een exploitatievergunning te verbinden die zagen op de bescherming van de volksgezondheid. Daaropvolgend hebben twee horecaondernemers bij de Rechtbank MiddenNederland beroep ingesteld omdat zij het niet eens waren met mijn besluit. De rechtbank heeft vrijdag 3 december 2021 uitspraak gedaan in beide zaken .
Uitspraak De rechtbank oordeelt dat ik niet bevoegd was om het lachgasverbod op te leggen. De voorschriften die ik mag opleggen aan een exploitatievergunning, mogen slechts in het belang van de openbare orde worden gesteld. De rechtbank is het met de uitbaters van de cafés eens dat die openbare orde momenteel niet verstoord wordt. Ik kan en mag voorschriften aan een vergunning verbinden, ook om veiligheidsrisico's te voorkomen, maar het gaat hier om een al bestaande situatie en er zijn geen incidenten geweest, dus is er volgens de rechtbank geen sprake van een dreigende verstoring van de openbare orde die het opleggen van zo'n verbod kan rechtvaardigen. De rechtbank geeft in de uitspraak aan dat u als gemeenteraad mij in de APV niet de bevoegdheid had kunnen geven om voorschriften te mogen verbinden aan een exploitatievergunning in het kader van volksgezondheid, omdat de exploitatievergunning een uitvloeisel is van het Gemeentewetartikel dat ziet op de bescherming van de openbare orde (artikel 174 Gemeentewet). Daarnaast staat in de Gemeentewet dat een burgemeester ook mag optreden in het belang van de veiligheid en gezondheid, maar dat is beperkt tot acute situaties waarin ingrijpen nodig is en daarvan is geen sprake (artikel 172 Gemeentewet). De rechter oordeelt dat lachgas bovendien vooralsnog legaal is en niet in strijd met de Opiumwet.
Dat betekent ook dat het voorhanden hebben en de verkoop van lachgas op zich geen inbreuk vormen voor de openbare orde. De rechtbank benadrukt in de uitspraak heel goed te begrijpen dat 'de burgemeester zich zorgen maakt over het lachgasgebruik onder jongeren en de schadelijkheid daarvan voor de gezondheid. Hij
Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 •Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.ni/vraag
wil iets doen zolang er landelijk niets geregeld is.' Maar het is volgens de rechtbank niet aan de burgemeester om op deze manier het lachgasgebruik een halt toe te roepen. Dat is aan de wetgever in Den Haag. De uitspraak heb ik in de bijlage toegevoegd. Gevolgen De rechtbank heeft mijn besluit vernietigd en haar uitspraak komt daarvoor in de plaats. Dat betekent dat het lachgasverbod in de horeca op dit moment niet meer van kracht is. Stand van zake landelijk verbod De Staatssecretaris heeft inmiddels in een reactie op mijn bericht op Facebook laten weten dat er een landelijk verbod op recreatief gebruik van lachgas komt. Hiervoor wordt een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld. De Ministerraad heeft inmiddels ingestemd met het voorstel. De Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog wel mee akkoord gaan, maar hij gaat ervan uit dat dat lukt. Uit de stukken blijkt dat hij het ontwerpbesluit op 1 november 2021 heeft voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer. In deze brief staat dat er "gestreefd wordt naar een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding". Hoger beroep Uiteraard ben ik teleurgesteld in de uitspraak van de rechtbank. Juridisch gezien heb ik de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Een overweging om dit te kunnen doen is het principiële punt dat het toezicht op horecabedrijven ook zou moeten gaan over de bescherming van de volksgezondheid. Daarnaast zijn er ook inhoudelijke redenen om hoger beroep te overwegen. Ik verwacht echter dat het landelijke lachgasverbod al van kracht is op het moment dat de Raad van State mijn Hoger beroep in behandeling neemt. Ik heb op dit moment besloten niet in hoger beroep te gaan en de uitspraak van de rechtbank te respecteren. Daarnaast blijf ik mij bezighouden om het lachgas gebruik in het algemeen en in de horeca specifiek tegen te gaan . Hoe hebben andere gemeenten het verbod van lachgas geregeld? Andere gemeenten hebben net als Veenendaal een verbod op de verkoop en het gebruik van lachgas in de openbare ruimte geregeld. Naast Veenendaal heeft ook Arnhem gezocht naar de mogelijkheden om de verkoop van lachgas in de horeca te verbieden. De gemeente Arnhem heeft hiervoor de Wet Milieubeheer gebruikt. Tegen het besluit van de gemeente Arnhem om op deze wet te handhaven dient nog een hoger beroep bij de Raad van State. In andere steden zijn horecaondernemers zelf gestopt met de verkoop van lachgas, naarmate meer duidelijk is geworden hoe schadelijk het is. Ik doe een omroep aan de horecaondernemers in Veenendaal om dit voorbeeld te volgen.
2