CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB2021 151c Raadsinformatiebrief inzake Quick Scan detailhandel op bedrijventerreinen - Veenendaal QS brancheverbreding

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Visie Bedrijventerreinen 2021- 20406.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN EFFECTEN DETAILHANDEL OP BRANCHEVERBREDING BEDRIJVENTERREINEN GEMEENTE VEENENDAAL 29 OKTOBER 2021

QUICKSCAN

EFFECTEN DETAILHANDEL OP BRANCHEVERBREDING BEDRIJVENTERREINEN GEMEENTE VEENENDAAL 29 OKTOBER 2021

Status: Definitieve versie Datum: 29 oktober 2021 Een product van: Bureau Stedelijke Planning bv Silodam 1E 1013 AL Amsterdam 020 - 625 42 67 www.stedplan.nl amsterdam@stedplan.nl Team Winkelen Ellen Scholten MSc Floor Planken MSc Voor meer informatie: Ellen Scholten MSc, es@stedplan.nl Review: Drs. Toine Hooft In opdracht van: Gemeente Veenendaal

De in dit document verstrekte informatie mag uitsluitend worden gebruikt in het kader van de opdracht waarvoor deze is opgesteld. Elk ander gebruik behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van Bureau Stedelijke Planning BV©. Projectnummer: 202100178 Referentie: 202100178 Veenendaal QS brancheverbreding_291021

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING

7

1

ESSENTIE VAN DE EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN .............................................. 9

2

ANALYSE CONSISTENTIE BELEID ........................................................................ 10 2.1 BELEIDSKADERS EN -DOELEN VEENENDAAL 2.2 CONCLUSIE: SPRAKE VAN CONSISTENT BELEID

3

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING ........................................................................................ 13 3.1 AFWEGING GESCHIKTHEID MAATREGEL 3.2 BEHOEFTE EN EFFECTEN 3.3 QUICKSCAN EVENREDIGHEID – DRAGEN DE BRANCHEBEPERKINGEN BIJ AAN BELEIDSDOELEN 3.4 SLOTSOM

BIJLAGE 1 DISTRIBUTIEVE TOETS BIJLAGE 2 PDV EN ABC UITGELEGD BIJLAGE 3 VERSLAG PARTICIPATIEAVOND 1 SEPTEMBER 2021 AANWEZIGEN OPZET EN PRESENTATIE AAN DE SLAG – DISCUSSIE OVER DILEMMA’S EN AFWEGINGEN

INLEIDING

7

INLEIDING

De gemeente Veenendaal heeft recent haar Detailhandelsbeleid 2021-2025 geactualiseerd. In de raadsvergadering van 10 mei 2021 zijn twee moties (M2021.13 en M2021.14) aangenomen waarin wordt gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken naar de verbreding van de bestemmingen voor detailhandel op bedrijventerreinen.

AANGENOMEN MOTIE VAN PROVEENENDAAL M2021.13 (10 MEI 2021)

AANGENOMEN MOTIE VAN LOKAAL VEENENDAAL M2021.14 (10 MEI 2021)

De gemeente Veenendaal heeft Bureau Stedelijke Planning verzocht middels een quickscan na te gaan welke effecten er zijn als de brancheverbreding wordt toegestaan. Daartoe zijn de volgende vragen beantwooord: • Kan op basis van huidige regelgeving, jurisprudentie, beleid of anderszins als aanvulling op ABC (Auto’s, Boten, Caravans) andere detailhandelsbranches - waaronder (elektrische) scooters en (elektrische)

8

•

INLEIDING

fietsen, stepjes en drones - worden toegestaan op bedrijventerreinen (specifiek Noorderwerk) in Veenendaal?1 Welk effect heeft een dergelijke toevoeging van branches op de bedrijventerreinen in Veenendaal op de huidige detailhandelsstructuur, ook rekening houdend met precedentwerking?

AANPAK

We volgen in de quickscan de lijn van de Europese Dienstenrichtlijn, te weten het noodzakelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Daarin geven we eerst inzicht in hoeverre het beleid consistent is en of hier mogelijkheden zijn voor brancheverbreding. In lijn met de evenredigheidseisen in de Europese Dienstenrichtlijn doen we daarna een eerste toets of de branchebeperkingen 1) in de algemene landelijke situatie standhouden en 2) specifiek voor de Veenendaalse situatie de beleidsdoelen ondersteunen. Naast het onderzoek zijn vijf interviews afgenomen en heeft 1 september 2021 een brede participatieavond plaatsgevonden, waar circa 35 personen aan hebben deelgenomen (ze bijlage 3 voor het verslag). De uitkomsten zijn verwerkt in deze quickscan.

1 We focussen daarbij op de fietsenwinkelsector, omdat dat de grootste sector is. Voor de andere producten (scooters,

stepjes en drones) zullen gelijke conclusies getrokken kunnen worden als voor de fietsenwinkels.

ESSENTIE VAN DE EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN

9

1 ESSENTIE VAN DE EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN

Het Europese Hof van Justitie heeft op 30 januari 2018 geoordeeld (arrest ECLI:EU:C:2018:44) dat de detailhandel in goederen een “dienst” is zoals bedoeld in artikel 4 van de Europese Dienstenrichtlijn (richtlijn 2006/123). De bepalingen van de Dienstenrichtlijn zijn daarmee van toepassing op detailhandel. Volgens het Hof is de Dienstenrichtlijn er niet op gericht om de vestigingslocatie van een dienst – en dus ook een winkel – afhankelijk te stellen van een geografische beperking. In dit hoofdstuk is de essentie van de Dienstenrichtlijn toegelicht. ESSENTIE VAN DE EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN

Simpel gezegd: daar waar in een bestemmingsplan gronden zijn bestemd voor diensten, mogen slechts onder specifieke voorwaarden nadere eisen worden gesteld ten aanzien van: • Branchering, oftewel het uitsluiten van diensten. • Omvang, oftewel het vasthouden aan een minimale of maximale maatvoering van de vestiging van een dienst. • Aantal vestigingen van een dienst, oftewel het vasthouden aan een minimaal of maximaal aantal vestigingen. De Dienstenrichtlijn sluit deze beperkingen niet op voorhand volledig uit. Conform artikel 15 lid 3 zijn deze nog steeds wel mogelijk, mits wordt voldaan aan de eisen van: • Non-discriminatie. Eisen die geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van de statutaire zetel. • Noodzakelijkheid. De door centrale overheden gestelde eisen aan dienstverleners zijn gerechtvaardigd vanwege een dwingende reden van algemeen belang. • Evenredigheid. De door overheden gestelde beperking is geschikt om het nagestreefde doel – de dwingende reden van algemeen belang – te bereiken en gaat niet verder dan strikt genomen noodzakelijk is. Concreet gevolg van de Dienstenrichtlijn is het omkeren van de bewijslast. Voorheen konden gemeenten verwijzen naar bestemmingsplanregels om een (ongewenst) initiatief te weigeren.

Als gevolg van de Dienstenrichtlijn moeten (decentrale) overheden hun eigen regelgeving die betrekking heeft op een vestiging van een dienst toetsen aan de Dienstenrichtlijn. Het is dus aan de gemeente om te onderbouwen dat de maatregel (bestemmingsregeling) nodig is omwille van een dwingende reden van algemeen belang, geschikt is om dat doel te bereiken en dat het doel niet met andere, minder vergaande maatregelen bereikt kan worden.

10

ANALYSE CONSISTENTIE BELEID

2 ANALYSE CONSISTENTIE BELEID

We voeren eerst een analyse uit betreft bestaande lokale, regionale, provinciale en landelijk geldende beleidsdocumenten en -regels uit. We gaan na wat de hoofdlijnen zijn en of er sprake is van consistent beleid.

2.1 BELEIDSKADERS EN -DOELEN VEENENDAAL De vraag of brancheverbreding op bedrijventerrein negatieve effecten heeft voor de gemeente Veenendaal dient getoetst te worden aan verschillende beleidsdocumenten en de belangrijkste beleidsdoelen uit het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid. INZETTEN OP DE BESTAANDE STRUCTUUR

In beleid van de provincie Utrecht en de gemeente Veenendaal is het inzetten op de bestaande winkelstructuur prioriteit. Een focuspunt is hoe om te gaan met het afnemende aanbod van de niet-dagelijkse sector. Voor een stad als Veenendaal betekent de afnemende behoefte aan meters in de niet-dagelijkse sector dat er afgewogen keuzes gemaakt moeten worden als het aankomt op de omvang van de winkels die zich er vestigen, als wel als het aanbod van de niet-dagelijkse winkels (Retailvisie Provincie Utrecht 2018). In lokaal beleid uit zich dit door in te zetten op de huidige winkelstructuur die de gemeente kent. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden integraal en in relatie met de omgeving beoordeeld om zo negatieve gevolgen van nieuwe ontwikkelingen voor te zijn (Omgevingsvisie Veenendaal 2030). Dit betekent tevens dat detailhandel buiten de bestaande structuur als ongewenst wordt gezien en dat de gemeente een actief beleid voert op het verminderen van de winkelmeters die zich momenteel buiten de gewenste detailhandelsstructuur bevinden. FOCUS OP KWALITEIT DETAILHANDEL EN NIET OP AANTAL EN METERS

Een ander belangrijk punt in het beleid van de gemeente is de focus op het verbeteren van de kwaliteit van de detailhandel. Dit staat boven de focus op de kwantiteit van de detailhandel (Detailhandelsstructuur Veenendaal, Nu en in de toekomst 2012).

ANALYSE CONSISTENTIE BELEID

11

LEEGSTAND BEPERKEN EN VOORKOMEN

Het doel van het terughoudend toevoegen van meters en actief terugbrengen van meters buiten de structuur is het actief beperken van de leegstand (in het centrum van) Veenendaal (Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021 – 2025). Daarnaast wordt er momenteel niet meegewerkt aan het verruimen van het aanbod op PDV locaties om verdere leegstand in het centrum tegen te gaan (Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021 – 2025). En de gemeente stimuleert winkels buiten de gewenste detailhandelsstructuur te verplaatsen naar de detailhandelsstructuur, zodat de marktspanning op orde blijft en de leegstand beperkt (Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021-2025). EEN VITALE BINNENSTAD

Het focuspunt vitale binnenstad wordt naar voren gebracht in verschillende beleidsstukken, niet alleen op gemeentelijk niveau maar ook op provinciaal niveau wordt er aandacht aan besteed. Zo staat in het provinciale beleid dat middelgrote centra zich moeten focussen op het creëren van een vitaal centrum met voldoende aanbod voor de eigen inwoners (Retailvisie Provincie Utrecht 2018). Dit zou bereikt kunnen worden door het creëren van een goede functiemix in de centra. Ook in het gemeentelijk beleid is het creëren van een vitale binnenstad en een goede concentratie en mix van functies hiervoor essentieel (Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021 – 2025, Programmaplan Vitale Binnenstad 2020 en Distributieplanologisch Onderzoek Detailhandel 2019). Het creëren van deze goede functiemix en dit beleidsdoel vormt al sinds 2012 een rode draad in het beleid dat de gemeente Veenendaal hanteert (Detailhandelsstructuur Veenendaal, Nu en in de toekomst 2012, Vitale Winkelstad 2017). GEEN DETAILHANDEL OP BEDRIJVENTERREINEN OM BESTAANDE STRUCTUUR EN BERDIJVENTERREINEN TE BESCHERMEN

Regionaal gezien valt de gemeente Veenendaal onder de regio Foodvalley en in dit regionale beleid is het behouden en concentreren van het huidige aanbod op de PDV-clusters zonder deze verder uit te breiden een van de doelen. Detailhandelsbranches die in verband kunnen worden gebracht met de ABCbranches zijn tweewielers zoals scooters en fietsen en diverse vormen van Outdoor-sport. Ondanks de relatie met de ABC-branches zijn er weinig argumenten om deze branches op een perifere locatie te huisvesten. Het gaat bijna altijd om een substantieel aandeel relatief kleine artikelen (Actualisering PDV-beleid regio Foodvalley 2020-2025). Ook de gemeente Veenendaal stelt dat het verruimen van het aanbod op de PDV-locaties binnen de gemeente moet worden tegengegaan. Daarnaast stelt de gemeente de eis dat een detailhandelsvestiging op een PDVlocatie een winkelvloeroppervlak moet hebben van minstens 500 m 2 (Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021-2025, Distributieplanologisch Onderzoek Detailhandel 2019). Ook de regio Foodvalley stelt een minimale maatvoering van

12

ANALYSE CONSISTENTIE BELEID

500 m2 wvo voor een winkel op een PDV-locatie (Actualisering PDV-beleid regio Foodvalley 2020-2025). Ook zal de verruiming van de branchering van bedrijventerreinen de aantrekkingskracht van de PDV-clusters doen verminderen, aangezien het aanbod zich meer verspreid en minder synergie is (Distributieplanologisch Onderzoek Detailhandel 2019, Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021-2025). Het vestigen van detailhandel op de bedrijventerreinen wordt momenteel actief tegengegaan door de gemeente Veenendaal. Een belangrijke reden, die ook vanuit de Provincie wordt beaamd, om de vestiging van detailhandel tegen te gaan is de schaarse ruimte die momenteel beschikbaar is voor bedrijvigheid niet zijnde detailhandel op de bestaande bedrijventerreinen (Detailhandelsbeleid Veenendaal 2021 – 2025, Omgevingsvisie Veenendaal 2030). Daarbij is er op niveau van de Foodvalley tot 2030 een kwantitatief tekort van 21 á 42 ha aan bedrijventerreinen voor de Utrechtse gemeenten (Prognose bedrijventerreinen Provincie Utrecht 2019).

2.2 CONCLUSIE: SPRAKE VAN CONSISTENT BELEID De huidige beleidsrichting die gevoerd wordt door de gemeente Veenendaal is al bijna 10 jaar geleden ingezet, door de visie Detailhandelsstructuur Veenendaal Nu en in de toekomst (2012). Door te focussen op de bestaande structuur, kritisch te zijn op uitbreidingen, leegstand tegen te gaan en geen detailhandel toe te laten op bedrijventerreinen in Veenendaal over deze periode laat de consistentie van het beleid zien. Ook provinciaal en regionaal beleid ondersteunen de beleidsdoelen van de gemeente Veenendaal. Het initiatief van tweewielerspeciaalzaken op een bedrijventerrein, past niet binnen het bestaande beleid. Dit omdat bedrijventerreinen in de gemeente Veenendaal geen plek hebben in de detailhandelsstructuur. Daarnaast speelt het feit dat de tweewielerspeciaalzaken niet passen binnen de branchering van de PDV-clusters in de gemeente Veenendaal en van de Foodvalley (tweewielerspeciaalzaken vallen niet binnen de gewenste branches wonen, doehet-zelf en tuincentra).

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

13

3 EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

In lijn met de evenredigheidseisen in de Europese Dienstenrichtlijn doen we een eerste toets of de branchebeperkingen 1) in de algemene landelijke situatie standhouden en 2) specifiek voor de Veenendaalse situatie de beleidsdoelen ondersteunen. Dit betreft geen volledige onderbouwing aan de Europese Dienstenrichtlijn, maar een eerste inschatting op basis van eerste analyses. De quickscan kan optioneel wel uitgebouwd worden tot een volledige onderbouwing.

3.1 AFWEGING GESCHIKTHEID MAATREGEL In deze paragraaf is nagegaan of de gemeente Veenendaal zo bijzonder of afwijkend is dat de toepasbaarheid van de op landelijke gegevens gebaseerde onderzoeken hier niet geldt. • Ruimtelijke kenmerken. Wat de geografische kenmerken betreft geldt dat de gemeente Veenendaal geen grote fysieke barrières (als de zee of (grote) rivieren) heeft die invloed hebben op het detailhandels- en voorzieningenaanbod. Daarbij is er ook geen sprake van een grensligging, waardoor er geen grote uitwisseling is met andere landen. • Demografische en sociaaleconomische structuur. De leeftijdsopbouw en andere demografische kenmerken van Veenendaal is niet bijzonder afwijkend van Nederland. Ook het gemiddeld inkomen is in Veenendaal niet dusdanig afwijkend dat het niet als gemiddelde gemeente gezien kan worden. • Toerisme. Veenendaal heeft geen bijzonder toeristisch karakter. • (Ruimtelijke) detailhandelsstructuur. Ook de ruimtelijke detailhandelsstructuur van de gemeente Veenendaal is niet uitzonderlijk. Er is een centrumgebied en een wijkstructuur. Daarnaast zijn er twee perifere detailhandelslocaties aanwezig (Woonboulevard Groeneveldselaan en de Grote Beer met Eijerkamp en Gamma). Daarmee is Veenendaal zeer vergelijkend met andere gemeenten van dezelfde omvang.

De conclusie is dat op geen van deze vijf deelaspecten Veenendaal bijzonder of afwijkend is, waardoor de uitgangspunten in beleidsstukken en in analyses ook van toepassing zijn op de gemeente Veenendaal.

14

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

FIGUUR 1 DETAILHANDELSSTRUCTUUR VEENENDAAL MET FIETSENWINKELS Bron: Locatus; Gemeente Veenendaal; PDOK, achtergrondkaart; bewerking Bureau Stedelijke Planning

3.2 BEHOEFTE EN EFFECTEN Doordat de gemeente inzet op kwalitatief en niet kwantitatieve verbetering van het aanbod, én op het beperken van de leegstand, zijn de behoefte en effecten relevant. Door inzicht te hebben in de behoefte kunnen we beantwoorden of de toevoeging ook een kwalitatieve impuls betekent (door een huidig beperkt aanbod). En de effecten geven inzicht in of de ontwikkelingen effect hebben op de leegstand.

HUIDIG AANBOD FIETSENWINKELS

In Veenendaal zijn volgens Locatus momenteel 7 fietsenwinkels gevestigd. De volgens Locatus verspreid gelegen winkels betreffen locaties in aanloopstraten naar het centrum. Hier is (van oudsher) een detailhandelsbestemming aanwezig. De gemeente Veenendaal hanteert zelf een andere winkelgebiedsindeling. Volgens deze indeling liggen Profile de Fietsspecialist op de Patrimoniumlaan en de Giant Store buiten de structuur. Beiden liggen wel in een strip van meer retailaanbod en met een detailhandelsbestemming. BikeBear is nog niet opgenomen in het overzicht en zal een uitbreiding van dit aanbod betreffen.

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

NAAM

ADRES

WINKELGEBIEDSTYPERING

15

LOCATUS

GEMEENTE

M2 WVO

Rein Veenendaal

Davidsplein 1

Wijkcentrum

Aanloopstraat

739

Giant Store

Holleweg 26

Wijkcentrum

Verspreide bewinkeling

164

Van Beek Rijwielen

Valleistraat 12

Verspreide bewinkeling Aanloopstraat

157

Profile de Fietsspecialist

Veenslag 15

Wijkcentrum klein

Buurtwinkelcentrum

184

Stella

Tuinstraat 77

Binnenstad Veenendaal

Binnenstad Veenendaal

200

Profile de Fietsspecialist

Patrimoniumlaan 25

Wijkcentrum

Verspreide bewinkeling

308

Bike Totaal

Pr. Bernhardlaan 110

Verspreide bewinkeling Aanloopstraat

225

TABEL 1 OVERZICHT TWEEWIELERSPECIAALZAKEN IN VEENENDAAL Bron: Locatus juli 2021

BEHOEFTE TWEEWIELERSPECIAALZAKEN: TOEVOEGING OOK KWALITATIEVE TOEVOEGING?

Op basis van een distributieve toets hebben we de behoefte voor tweewielerspeciaalzaken berekend voor de huidige situatie en de toekomstige situatie in 2030 (zie voor volledige lijst uitgangspunten Bijlage 1). De toevoeging van meer fietsenwinkelmeters is een kwalitatieve toevoeging als er kwantitatief ook voldoende ruimte is. Anders kunnen er andere winkels (binnen de structuur) uitvallen en daarmee betreft het geen impuls. PARAMETER

HUIDIGE SITUATIE

2030

Inwoners

66.493

74.330

Bestedingen per hoofd in €

€ 71

€ 71

Bestedingspotentieel in € mln

€5

€5

Bestedingspotentieel in € mln, incl. inkomenscorrectie

€4

€5

Koopkrachtbinding

66%

66%

Gebonden bestedingen in € mln

€3

€3

Koopkrachttoevloeiing

25%

25%

Omzet door toevloeiing in € mln

€1

€1

Totale bestedingen in € mln

€4

€4

Gemiddelde vloerproductiviteit in € per m2 wvo

€ 2.094

€ 2.094

Gerealiseerde vloerproductiviteit

€ 1.984

€ 2.218

Haalbaar aanbod in m2 wvo

1.873

2.094

Gevestigd aanbod in m2 wvo

1.977

1.977

Uitbreidingsruimte in m2 wvo

-104

117

TABEL 2 DISTRIBUTIEVE TOETS FIETSENWINKELS GEMEENTE VEENENDAAL

16

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

De behoefte in 2030 is beperkt tot ca. 117 m2 wvo. Er is daarmee niet voldoende behoefte voor de toevoeging van een grote fietsenwinkel als BikeBear van 730 m² wvo2. Zeker als we rekening houden met het verder toenemen van online fietsen kopen3, is de verwachting dat er met de toevoeging een overaanbod ontstaat. Daarbij is er voor heel Veenendaal voor de niet-dagelijkse sector een overaanbod van winkelmeters van ca. 10.000 m² wvo in het centrum en 30.000 m² wvo voor de gehele gemeente (Programmaplan Vitale Binnenstad Veenendaal 2020). Er zullen in de toekomst naar verwachting meer winkels leeg komen te staan. Dan is het ongewenst om detailhandel op nieuwe locaties toe te staan, waarbij er ook geen synergie is met omliggende zaken. MOGELIJKE EFFECTEN (OP LEEGSTAND)

Een te groot aanbod detailhandel in een bepaalde sector kan leiden tot (grote) negatieve effecten bij ander aanbod en mogelijk tot leegstand. We gaan even uit van de berekening van het effect van de toevoeging van Bike Bear. We gaan er daarbij van uit dat het volledige metrage wordt ingevuld met fietsen. Dit is mogelijk als detailhandel op deze locatie toegestaan wordt. Daarbij kunnen bij de toelating van deze fietsenwinkel ook andere fietsenwinkels op de bedrijventerreinen vestigen (precedentwerking), waardoor de effecten nog veel groter uit kunnen vallen. BEREKENING EFFECTEN Maximale toevoeging meters BikeBear

7304

Gemiddelde vloerproductiviteit fietsenwinkels

€ 2.049

Rekenkundige extra omzet Bestaand fietsenwinkelaanbod Huidige omzet fietsenwinkelaanbod Omzetclaim Theoretisch maximale leegstandstoename

€ 1.528.620 1.977 € 3.921.932 39% 385 m² wvo

TABEL 3 BEREKENING KWANTITATIEVE LEEGSTANDSEFFECTEN Bron: Omzetkengetallen 2019; Bewerking Bureau Stedelijke Planning

Voor de theoretische toename van leegstand gaan we er op basis van ervaringscijfers van uit dat elke 1% omzetderving leidt tot een leegstandstoename van 0,5% van het huidige gevestigde aanbod. Immers, omzetderving gaat niet 1-op1 gepaard met een stijging van de leegstand. Dit komt doordat een (kleine) omzetdaling ondernemers niet direct in de gevarenzone brengt. De theoretische

2 Op basis van Galileistraat 20 913 m² bvo, verhouding m² bvo : m² wvo van 1,0 : 0,8. Daarmee gaan we ervan uit dat de

gehele winkel ingevuld wordt met fietsen, wat mogelijk is als de bestemming detailhandel hier wordt toegelaten. 3 BOVAG – Versterking fietsretail Nederland 2017 4 Op basis van adres Galileistraat 20 913 m² bvo, verhouding m² bvo : m² wvo van 1,0 : 0,8

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

17

maximale leegstandstoename bij de invulling van BikeBear blijft beperkt tot een kleine 400 m² wvo. In de twee moties (M2021.13 en M2021.14) wordt in ieder geval verzocht om als aanvulling op ABC (Auto’s, Boten, Caravans) (elektrische) scooters en (elektrische) fietsen, stepjes en drones toe te staan op bedrijventerreinen (specifiek Noorderwerk) in Veenendaal. Er kan op basis van de Dienstenrichtlijn (en overigens ook de twee moties) geen uitzondering worden gemaakt voor één specifieke formule5 of één specifieke bedrijventerrein of locatie met ABCbestemming. Bij brancheverruiming kan theoretisch in alle bedrijfspanden met ABCbestemming een fietsenwinkel komen. Het is zeer waarschijnlijk dat fietsenwinkels de trek naar een bedrijfspand met ABC-bestemming volgen, zijnde verplaatsers dan wel nieuwkomers. Met als gevolg dat alle bestaande fietsenwinkels van in totaal 1.977 m² wvo uiteindelijk verdwijnen, met eenzelfde leegstandstoename als consequentie.

3.3 QUICKSCAN EVENREDIGHEID – DRAGEN DE BRANCHEBEPERKINGEN BIJ AAN BELEIDSDOELEN De evenredigheid van de beperking van de bestemming van de bedrijventerreinen in de gemeente Veenendaal wordt via een quickscan getoetst aan de hoofddoelen die uit het beleid naar voren zijn gekomen (naast inzetten kwalitatief aanbod en tegengaan leegstand in bovenstaande paragraaf). Per beleidsdoel wordt gekeken naar het effect dat een verbreding van de bestemming heeft op het beleidspunt en welke argumenten hier voor of tegen aan te voeren zijn. INZETTEN OP DE BESTAANDE STRUCTUUR

Het inzetten op de bestaande structuur heeft als doel dat de gemeente Veenendaal zijn regionale functie kan behouden maar ook dat in de verschillende wijkcentra voldoende aanbod blijft voor de inwoners van de gemeente Veenendaal. Precedentwerking andere sectoren. Naast fietsenwinkels zullen ook andere winkels uit andere branches de wens hebben zich op een bedrijventerrein met ABC-bestemming te vestigen. Dat geldt zeker voor winkels in branches uit het grijze gebied (dierenwinkels, sportwinkels en bruin&witgoed/elektronica), maar mogelijk ook reguliere detailhandel (zoals supermarkten of modewinkels). 7 VKP

2 VKP

11 VKP

14 VKP

1.977 M² WVO

826 M² WVO

2.245 M² WVO

1.991 M² WVO

FIETSENWINKELS

DIERENWINKELS

SPORT/OUTDOOR

BRUIN&WITGOED

TABEL 4 AANBOD IN AANTAL EN METERS SECTOREN PRECEDENTWERKING EN HUIDIGE AANBOD VEENENDAAL Bron: Locatus juli 2021

5 https://poelmannvandenbroek.nl/omzeteffecten-voldoende-voor-doorstaan-toets-dienstenrichtlijn/

18

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

Ze doen een beroep op dezelfde uitzonderingsclausule als fietsenzaken. Wanneer ook deze winkels naar ABC-locaties op bedrijventerreinen mogen verplaatsen of zich nieuw kunnen vestigen legt dit grote druk op de bestaande structuur van Veenendaal. Daar komt bij dat ook de traditionele PDV-branches als de bouwmarkten en woonwinkels dan naar de bedrijventerreinen kunnen. Dit zorgt voor een verspreid detailhandelsaanbod, dat elkaar niet versterkt, waardoor er uiteindelijk sprake zal zijn van een onaantrekkelijke structuur en leegstand. Ook zijn de panden op bedrijventerreinen zeer groot, waardoor een grote vestiging in een bepaalde branche alle andere winkels met een dusdanige omzetclaim belasten waardoor deze uitvallen. Oneerlijke concurrentie met andere zittende spelers binnen structuur. Binnen de

bestaande detailhandelsstructuur zijn verschillende fiets(speciaal)zaken gevestigd. Bij toestaan van detailhandel en specifiek fietszaken op bedrijventerreinen leidt dit tot oneerlijke concurrentie tussen de verschillende spelers op de markt. In Nederland ligt de gemiddelde huurprijs van bedrijfsruimten rond de € 63 per m2. Voor winkelruimte ligt de huurprijs aanzienlijk hoger, namelijk rond de € 160 per m2.6 Zelfs al zal de huurprijs van een winkelpand op een bedrijventerrein hoger liggen dan dat van gewone bedrijfsruimten, kunnen de spelers op bedrijventerreinen een groter oppervlakte huren en een kleinere omzet draaien en nog steeds een gelijke of betere exploitatie behalen. Overaanbod terugdringen in plaats van vergroten. Uit de Actualisatie

detailhandelsbeleid 2021-2025 blijkt een overschot van 30.000 m² wvo in nietdagelijkse detailhandel. Met het verruimen van de mogelijkheden voor detailhandel op ABC-locaties op bedrijventerreinen loopt het overaanbod verder op, in plaats van terug, met een verdere versnippering, leegstand en ondermaats functioneren als gevolg. EEN VITALE BINNENSTAD

Naast de focus in algemeenheid op de bestaande structuur is ook een vitale binnenstad een van de belangrijkste beleidsdoelen. Een veelzijdige binnenstad waar men goed kan verblijven en waar leegstand tegen gegaan wordt. Grote(re) gevolgen Veenendaal Centrum. Doordat het aanbod fietsenzaken in het

centrum beperkt is, zijn ook de effecten van het vertrek van een enkele fietsenzaak in directe zin beperkt. Echter, doordat er sprake kan zijn van precedentwerking en meer winkels naar de bedrijventerreinen uitwijken krijgen de zaken in het centrum wel een klap (zie ook uitspraak RvS Decathlon ZuidHolland7). Ook al zou er niet direct combinatiebezoek zijn tussen de fietsenwinkel 6 Stand van Zaken Commercieel vastgoed 2020, NVM Business 7 Provincie Zuid-Holland mocht toestemming weigeren voor sportwinkels buiten centrum - Raad van State en

ECLI:NL:RVS:2020:2570, Raad van State, 201908991/1/R3 en 201908992/1/R3 (rechtspraak.nl)

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

19

en een andere winkel, de andere winkels zullen inboeten op hun attentiewaarde en bekendheid. Bezoekers zullen daardoor minder geneigd zijn een andere keer ook de binnenstad van Veenendaal te bezoeken. Daarbij is de combinatie tussen een doelgerichte winkel als de fietsenzaak en horeca wel een hele gewone (44% van de bezoekers aan winkelgebied bezoekt ook horeca – KSO Randstad 2018). De horecazaken in de binnenstad zullen nu niet profiteren en bij grotere trek uit de binnenstad zal er ook een afgeleide uitval zijn van andere zaken, als een deel van de horeca.

GEMEENTE

FIETSENWINKEL BUITEN REGULIERE STRUCTUUR

2018/2019* GEMEENTE

2018/2019* CENTRUM

Haarlemmermeer

Bosstad Tweewielers XL (Hoofddorp)

9%

8%

Doetinchem

Fluit Tweewielers

9%

12%

Assen

Bikeshop Hay

11%

19%

Amersfoort

Fietsvoordeelshop

10%

9%

Barendrecht

Peter Terlouw

9%

13%

Castricum

Kroone Liefting

10%

12%

Vlaardingen

Bike2build

17%

24%

Enschede

Ten Tusser

9%

10%

Hengelo

Biketotaal

12%

21%

Heerlen

ITEK

29%

31%

Roermond

ITEK

29%

30%

Venray

ITEK

28%

29%

Kerkrade

Fietsenwinkel.nl

30%

31%

6,7%

Ca. 8%

Nederland 2019

TABEL 5 VERGELIJKING LEEGSTAND GEMEENTEN MET VERRUIMDE BRANCHERING Bron: KSO *voor de gemeenten Randstad betreffen het cijfers voor 2018 en betreft leegstand voor detailhandel, voor het noorden, oosten en Limburg 2019. Locatus: Voor Nederland zijn de cijfers afkomstig uit 2019 en betreft het leegstand totaal retail – Centrum een middeling tussen binnenstad en hoofdwinkelgebied groot

Andere gemeenten met grootschalige fietsenwinkel buiten reguliere clusters kennen gemiddeld een hoge leegstand (Tabel 5). Als we kijken naar enkele andere gemeenten

die in maat en functie vergelijkbaar zijn met Veenendaal en waar een fietsenwinkel op een bedrijventerrein of soortgelijke solitaire locatie buiten de structuur gelegen is, blijkt uit de referenties dat van de winkelleegstand in bijna alle gemeentes (duidelijk) voor zowel de verkooppunten als meters hoger ligt dan het Nederlands gemiddelde8. Ook in de binnensteden ligt de leegstand gemiddeld hoog. Daaruit blijkt dat er minimaal geen positief effect is voor de binnenstad van Veenendaal. Investeringen in binnenstad tenietgedaan. De gemeente Veenendaal investeert al jaren

in een vitale binnenstad. In 2020 is er nog een nieuw Programmaplan opgesteld en 8 https://locatus.com/blog/na-jaren-van-herstel-neemt-de-leegstand-weer-flink-toe/

20

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

de afgelopen jaren hebben in het centrum diverse ontwikkelingen plaatsgevonden door of met ondersteuning van de gemeente. Voorbeelden zijn de ontwikkeling ‘Brouwerspoort’ met onder meer realisatie van 5.000 m² commerciële ruimte (o.a. verplaatsing van supermarkt Hoogvliet), realisatie van het cultuurcluster aan het Kees Stipplein en was is in het Programmaplan ‘Vitale Winkelstad 2017’ al ingezet op het compacter maken van de binnenstad met diverse themagebieden, onder meer door de inzet van een verplaatsingscoach en activerend detailhandelsbeleid. Als er nu de bestemming op bedrijventerreinen wordt losgelaten of verruimd, dreigen diverse van deze investeringen teniet gedaan te worden. Mogelijkheid tot vestiging in de binnenstad van Veenendaal. In het centrum van

Veenendaal staan meerdere panden leeg met een winkelvloeroppervlak van meer dan 500 m² wvo, namelijk negen (Locatus juli 2021). Daarmee is op verschillende plekken ruimte voor het vestigen van een tweewielerspeciaalzaak van meer dan 500 m2 wvo. Hiermee wordt ingegaan op het beleidsdoel om tot een concentratie te komen in het centrum en de bestaande structuur te versterken. Mogelijk is er wel een subsidie nodig om de onrendabele top van vestiging in de binnenstad te overbruggen. Dit is wel een subsidie die voor alle retailers in de binnenstad zou moeten gelden en wordt daarmee naar verwachting kostbaar. Ook een leegstandsverordening kan een stimulans zijn, omdat eigenaren verplicht zijn actief te zoeken naar herinvulling en mogelijk hun huurprijs laten zakken 9. GEEN DETAILHANDEL OP BEDRIJVENTERREINEN OM BESTAANDE STRUCTUUR EN BERDIJVENTERREINEN TE BESCHERMEN

In detailhandelsbeleid wordt detailhandel op bedrijventerreinen tegengehouden. De volgende redenen zijn er om er wel en niet aan vast te houden. Geen volumineuze artikelen, wel brandgevaarlijke accu’s. Tweewielers vallen niet onder

volumineuze artikelen, en horen ze dus niet op een perifere locatie. Echter zijn er wel diverse incidenten met accu’s van elektrische fietsen die in de brand vliegen10. Vanuit dat perspectief is een vestiging op een bedrijventerrein aantrekkelijker en veiliger dan in een binnenstad waar meer verblijvers en bewoners aanwezig zijn. De beschikbare ruimte op de Veenendaalse bedrijventerreinen beperkt. De beschikbare

bedrijfsruimte op de bedrijventerreinen in de gemeente Veenendaal is de afgelopen jaren aan het afnemen (Omgevingsvisie Veenendaal 2030). Daarbij voldoen de langer leegstaande panden veelal niet meer aan de wensen van bedrijven en kantoren. Het toestaan van detailhandel op bedrijventerrein zal de druk op de beschikbare ruimte enkel vergroten. Dit is een paradox, aangezien er momenteel al een overaanbod aan winkelmeters in de niet-dagelijkse sector in Veenendaal aanwezig is en deze naar verwachting minimaal gelijk blijft in overschot (Programmaplan Vitale Binnenstad Veenendaal 2020) en er voor 9 Platform31 kennis- en netwerkorganisatie voor stad en regio - Achtergrondartikel: Leegstandsverordening – het

uiterste middel? 10 Elektrische fietsen niet zonder gevaar: accu's spontaan in brand | RTL Nieuws

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

21

bedrijventerreinen juist een tekort geldt voor de regio van 21 á 42 ha waar Veenendaal onder valt (Prognose bedrijventerreinen Provincie Utrecht 2019). Om andere bedrijvigheid kansen te blijven bieden is het ongewenst om de schaarse ruimte in te laten nemen door detailhandel11. Hindering zittende bedrijven op bedrijventerrein. De publieksfunctie die de winkel met

zich meebrengt kan overlast veroorzaken voor bedrijven die hier gevestigd zijn. Momenteel is het aantal parkeerplekken op de bedrijventerreinen al beperkt. Met de toevoeging van een publieksgerichte functie zal daarbij het aantal verkeersbewegingen significant toenemen. Veiligheid klanten bij proefrit in geding. Daarnaast is er de vraag hoe veilig het is voor

klanten om een proefrit te maken op een fiets over een bedrijventerrein. Zo is de infrastructuur voor fietsers vaak beperkt. Daarbij zijn er vaak vrachtwagens op de bedrijventerreinen aanwezig die laden en lossen. Tot slot betreft de Compagnie Oost een bedrijventerrein met veel autozaken. Hier gaan klanten met een onbekende auto ook proefritten maken. Al met al maakt het een gevaarlijke situatie. Het aantal ongelukken op het bedrijventerrein is dan ook relatief groot 12. Ook in de binnenstad is een proefrit met winkelend publiek niet praktisch. Aan de randen van de reguliere winkelgebieden zijn echter verschillende mogelijkheden denkbaar. OVERIGE AFWEGINGEN IN LIJN MET BELEID EN TRENDS

Naast de afwegingen aansluitend op de beleidsdoelen betreft detailhandel en bedrijventerreinen, zijn er nog enkele onderwerpen die ook relevant voor de Veenendaalse situatie: • Veenendaal profileert zich graag als fietsstad. In 2020 werd de gemeente dan ook uitgekozen tot beste fietsstad van Nederland. De gemeente wil fietsen stimuleren vanuit duurzaam oogpunt en voor de gezondheid van inwoners. Zo wordt er geïnvesteerd in snelfietsroutes (o.a. naar Ede)13. Bij een dergelijke ambitie hoort ook een fietswinkelaanbod dat op orde is, zodat alle inwoners voldoende keuze hebben uit verschillende fietstypen en merken. • De sector verandert, zo komen er andere verschijningsvormen, concepten en businessmodellen in de fietsenwinkelwereld. Je hebt de echte niche-spelers met een merk of een type fiets, maar ook juist de grote winkels waar een breed scale aan types en merken aanwezig 14. Deze trend uit zich goed in concepten als Mantel. Het is natuurlijk de vraag hoeveel van deze grote spelers naast elkaar kunnen bestaan.

11 Omgevingsvisie Veenendaal 2030 12 Deze Veenendaalse buurten scoren slecht op verkeersveiligheid - indebuurt Veenendaal 13 Doe mee aan fietsstad Veenendaal - Duurzaam Veenendaal 14 BOVAG – Versterking fietsenretail Nederland 2017

22

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

3.4 SLOTSOM Het al dan niet verbreden van detailhandel op bedrijventerreinen hebben beide hun eigen positieve punten en nadelige consequenties. BRANCHERING POSITIEVE EFFECTEN BEDRIJVENTERREINEN

(MOGELIJK) NEGATIEVE CONSEQUENTIES

Verbreden

•

• • •

Ruimte aan de ondernemer en om

Precedentwerking: andere

te ondernemen

winkeliers zijn waarschijnlijk niet

Ruimte voor nieuwe grotere

tegen te houden en

initiatieven die inspelen op trends

verplaatsen/vestigen zich ook

Aan de snelweg kunnen zich aantrekkelijke en aantrekkende

verspreid over Veenendaal •

Hierdoor is er minder

winkels vestigen die Veenendaal

combinatiebezoek in reguliere

sterker op de kaart zetten

clusters •

En zal er leegstand in de reguliere winkelgebieden ontstaan

•

Investeringen van de afgelopen jaren in centrum (deels) tenietgedaan

•

Oneerlijke concurrentie zittende winkeliers

•

Minder ruimte voor bedrijfsruimten waar momenteel al een te kort aan is

Beperkt houden

•

Bescherming zittende

•

ondernemers en geen oneerlijke concurrentie met deze zittende •

Mogelijkheden ondernemers worden beperkt tot huidige kaders

•

Winkeliers of ketens wijken

winkeliers

mogelijk uit naar andere

Schaarse bedrijfsruimte in

gemeenten met ruimere

Veenendaal blijft beschikbaar voor

bestemming

bedrijvigheid en kantoren •

Bevordering van clustering in de reguliere detailhandelsstructuur en daarmee een sterk centrum

•

Geen risico precedentwerking: branchebeperkingen voor bedrijventerreinen kunnen in stand gehouden worden

TABEL 6 OVERZICHTSTABEL EFFECTEN BRANCHEVERRUIMING BEDRIJVENTERREINEN VEENENDAAL

Het zonder meer verruimen van de mogelijkheden voor detailhandel op bedrijventerreinen ondermijnt de zorgvuldige opgebouwde voorzieningenstructuur, is in strijd met de consistente beleidslijn en ambities in

EERSTE TOETS GESCHIKTHEID EN EVENREDIGHEIDSEIS - EFFECT LOSLATEN BRANCHEBEPERKING

23

Veenendaal, zorgt voor minder ruimte voor bedrijvigheid (die al schaars is), met onaanvaardbare ruimtelijke effecten op leegstand en op het woon- en leefklimaat en ondernemersklimaat tot gevolg. Resteren twee routes: 1. Een beperkte verruiming van detailhandel op bedrijventerreinen door een beargumenteerde (eenmalige) uitzondering te maken voor: a. het concept Bike Bear of; b. detailhandel voor (elektrische) scooters en (elektrische) fietsen, stepjes en drones in Veenendaal. Dit moet dan op ruimtelijke relevante gronden, zoals volumineuze artikelen, veilige testmogelijkheid buiten, veilige accuopslag, et cetera. Er bestaat echter een aannemelijk risico dat ook andere retailers (fietsenzaken voorop, maar ook dierenwinkels, sportwinkels en bruin&witgoed/elektronica en PDVwinkels) zich op dezelfde gronden zullen beroepen. Of onder het gelijkheidsbeginsel en de Dienstenrichtlijn ook van deze uitzonderingsclausule gebruik wensen te maken. Het risico is daarmee levensgroot dat andere retailers en branches volgen, met alle negatieve consequenties voor de zorgvuldige opgebouwde detailhandelsstructuur als de bedrijventerreinen. Doordat jurisprudentie geen concreet uitsluitsel geeft over de mogelijkheden en stand houden van deze eenmalige uitzonderingsregeling, is de dreiging van het alsnog inzetten van precedentwerking reëel.

Deze route wijkt af van de beleidslijn en keuzes van het afgelopen decennium en zorgt voor onzekerheid onder ondernemers en vastgoedeigenaren en draagt niet bij aan een betrouwbare overheid. 2. Het weigeren van alle vormen van detailhandel (niet zijnde ABC) op ABC-locaties op bedrijventerreinen op grond van de vigerende en consequente beleidslijn en de onaanvaardbare effecten, wanneer de lijn wordt losgelaten. Dit is de meest logische en verantwoorde route.

24

BIJLAGE 1

BIJLAGE 1 DISTRIBUTIEVE TOETS

DEMOGRAFISCH EN SOCIAAL-ECONOMISCHE STRUCTUUR

Belangrijke factoren voor het detailhandelsaanbod in een gemeente is de demografische en sociaaleconomische structuur. Met name het aantal inwoners, de leeftijdsopbouw en het inkomensniveau bepalen deze structuur. Van deze factoren is het potentieel dat te besteden is binnen de winkels afhankelijk. In de gemeente Veenendaal zijn ca. 66.500 inwoners woonachtig. De leeftijdsopbouw van de gemeente Veenendaal is vergelijkbaar met dat van Nederland. Het gemiddelde inkomen per inwoner ligt in de gemeente Veenendaal 8% lager dan in de rest van Nederland. Daarmee ligt het iets onder het landelijk gemiddelde.

Veenendaal Nederland

INW.

% 0 – 15

% 15 - 25 % 25 - 45 % 45 – 65 % 65+ GEM HH. GEM INK. GROOTTE PER INW.

66.493

18

13

25

26

18

2,3

€ 24.100

16

12

25

28

19

2,1

€ 26.100

TABEL 7 DEMOGRAFISCHE KENMERKEN VEENENDAAL EN NEDERLAND Bron: CBS 2020 (inkomen 2018, meest recente cijfers)

Het inwonertal van Veenendaal groeit tot 2030 met ongeveer 12% (o.b.v. Primos 2021). Dit ligt hoger dan de verwachte ca. 6,1% die Nederland zal groeien (CBS prognose 202015). DISTRIBUTIEVE TOETS

Bij de distributieve berekening zijn de volgende (ken)getallen gehanteerd: • Voor het draagvlak is uitgegaan van een inwoneraantal binnen de gemeente Veenendaal, het verzorgingsgebied, van 66.493 in 2021 (CBS Statline 2020). Naar verwachting zal het inwoneraantal in 2030 toenemen tot circa 74.330 inwoners. • Jaarlijks geldt een bestedingscijfer van € 71 per persoon in fysieke tweewielerspeciaalzaken (exclusief BTW). Dit cijfer is gebaseerd op de meest recente gegevens over bestedingen (Omzetkengetallen INretail 2020). Het inkomen in het verzorgingsgebied ligt lager dan het landelijk gemiddelde, waardoor het feitelijke bestedingsbedrag lager ligt. De bestedingen zijn hiervoor gecorrigeerd (met een prijselasticiteit van 0,7 15 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/51/prognose-bevolking-blijft-komende-50-jaar-groeien

BIJLAGE 1

•

•

•

•

voor de niet-dagelijkse sector). De bestedingen worden constant verondersteld. De koopkrachtbinding betreft de mate waarin inwoners van het verzorgingsgebied voor niet-dagelijkse vrije tijds aankopen georiënteerd zijn op winkels in het verzorgingsgebied. De cijfers zijn gebaseerd op de uitkomsten van het koopstromenonderzoek 2018. Voor de gemeente Veenendaal ligt de koopkrachtbinding op 66%. We veronderstellen dat de binding constant blijft tot 2030. De koopkrachttoevloeiing bedraagt het deel van de winkelomzet van nietdagelijkse winkels in de vrije tijds branche in het verzorgingsgebied dat afkomstig is van inwoners buiten het verzorgingsgebied. De cijfers zijn gebaseerd op de uitkomsten van het koopstromenonderzoek 2018. Voor de gemeente Veenendaal ligt de koopkrachttoevloeiing op 25%. Dit betekent dat van de omzet 25% afkomstig is van buiten het verzorgingsgebied. We veronderstellen dat deze gelijk zal blijven naar de toekomst. De gemiddelde vloerproductiviteit geeft aan wat een gemiddelde fysieke winkel per jaar en per m2 wvo omzet. In Nederland is de gemiddelde vloerproductiviteit voor tweewielerspeciaalzaken € 2.094 per m 2 wvo per jaar (exclusief BTW). Het huidige aanbod tweewielerspeciaalzaken in het verzorgingsgebied bedraagt 1.977 m2 wvo.

25

26

BIJLAGE 2

BIJLAGE 2 PDV EN ABC UITGELEGD

De begrippen PDV (Perifere Detailhandelsvestigingen) en GDV (Grootschalige Detailhandelsvestigingen) dateren van het ruimtelijk detailhandelsbeleid dat op rijksniveau van 1973 tot 2006 is gevoerd. Daarbij waren ontwikkelingen buiten de bestaande winkelstructuur aan strenge regels gebonden. Een uitzondering is in 1973 van rijkswege gemaakt met het perifere detailhandelsbeleid (PDVbeleid). Dat liet de vestiging van bepaalde, nauwkeurig omschreven categorieën verkooppunten buiten de bestaande winkelgebieden toe. Het ging om auto’s, boten en caravans en handel in brandgevaarlijke stoffen (niet vallend onder detailhandel). In 1985 werd het PDV-beleid op rijksniveau vervolgens verruimd om winkels in ‘volumineuze’ goederen, zoals bouwmarkten, tuincentra en meubelzaken, de mogelijkheid te geven om zich in de periferie te vestigen. Het gaat hierbij vooral over de volumineuze aard van de goederen. Deze benadering van perifere winkels is vanuit het voormalige rijksbeleid ingestoken en dus met name branchegericht. In het beleid van de regio FoodValley worden de termen PDV en ABC uitgelegd. Hieronder nemen we het kort op.

• Definitie PDV-branches: branches die vanwege de omvang en aard van de volumineuze goederen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden: bouwmarkten, tuincentra, keukens en sanitair, en de gehele woninginrichting, waaronder meubelen. Dit komt overeen met de drie PDV-branches Wonen, Doe-hetzelf en Tuincentra. • Auto-Boot-Caravan (ABC, de branche Automotive van Locatus inclusief Carparts en aanhangers, Motoren, Campers). Detailhandelsbranches die in verband kunnen worden gebracht met de ABC-branches zijn tweewielers zoals scooters en fietsen en diverse vormen van Outdoor-sport. Ondanks de relatie met de ABC-branches zijn er weinig argumenten om deze branches op een perifere locatie te huisvesten. Hiermee wordt gestimuleerd dat deze branches zich alleen in de binnenstedelijke winkelgebieden kunnen vestigen om aldaar het brede aanbod aan detailhandelsbranches te kunnen garanderen. Beleid omtrent PDV en ABC in de FoodValley is als volgt: In de acht PDV-concentratiegebieden alleen de PDV-branches Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra toestaan, inclusief Tuinartikelen en Tuinmeubelen. Voor ABC (Automotive) en overige PDV-branches is de regio FoodValley terughoudend bij de uitbreiding van het aantal PDV-locaties om versnippering te voorkomen.

Overige branches zijn voorbehouden aan de binnenstedelijke winkelgebieden.

BIJLAGE 2

27

28

BIJLAGE 3

BIJLAGE 3 VERSLAG PARTICIPATIEAVOND 1 SEPTEMBER 2021

AANWEZIGEN GEMEENTE VEENENDAAL • • •

Dylan Lochtenberg – Wethouder economie en werk Herman van Rijnbach - Beleidsadviseur Economische Zaken Jan Heijkamp - Teamleider Ruimtelijke Ordening en Bouwen

BUREAU STEDELIJKE PLANNING • • •

Toine Hooft – Managing partner Ellen Scholten – Senior consultant Floor Planken – Junior consultant

AANWEZIGEN

In verband met privacy hebben we enkel de bedrijven of organisaties erachter opgenomen: • Winkelstad Veenendaal (3 personen) • De Wildernis Veenendaal (1 persoon) • GeHa van Leeuwen Vastgoed (1 persoon) • Puur Blauw (1 persoon) • OMU (1 persoon) • BikeBear Adventure (1 persoon) • BOVAG (2 persoon) • Leeuwis Personenvervoer B.V. (1 persoon) • Van Zeist Advies B.V. (1 persoon) • Ros Automotive / Ros Finance (1 persoon) • CIGO Scheepjeshof (1 persoon) • Argonex – De Apple Specialist (2 personen) • Primera Van Walsem (1 persoon) • De 2wieler Veenendaal (1 persoon) • Van Ekris Vastgoed (2 personen) • Deloitte Real Estate (1 persoon) • ARC Real Estate (1 persoon) • BOV (1 persoon) • CMC Bedrijfsmakelaars (1 persoon)

BIJLAGE 3

• • • •

CMC Vastgoedbeleggingen (1 persoon) Autobedrijf Hardeman (1 persoon) BOV Veenendaal (1 persoon) Zandschulp zonwering (2 personen)

OPZET EN PRESENTATIE OPZET AVOND • • • • • •

Introductie Toine Hooft (Bureau Stedelijke Planning) en Dylan Lochtenberg (wethouder Veenendaal) Twee korte interviews Ton Schoeman en Henny Jansen Presentatie Bureau Stedelijke Planning: wat zijn de dilemma’s? Aan de slag: Dilemma > Afwegingen > Advies Terugkoppeling uit werksessies Afsluiting

PRESENTATIE: WAT ZIJN DE DILEMMA’S

29

30

BIJLAGE 3

BIJLAGE 3

31

AAN DE SLAG – DISCUSSIE OVER DILEMMA’S EN AFWEGINGEN DRIE DILEMMA’S

De groep is opgesplitst in drie groepen. Alle drie gingen ze met een eigen dilemma aan de slag. Wat zijn de belangrijkste afwegingen voor de groep en welk advies kunnen zij ons mogelijk meegeven? De drie dilemma’s voor de discussie zijn: 3. Waarschijnlijke precedentwerking 4. Investeren structuur/centrum deels teniet gedaan 5. Belangen van bedrijventerreinen DE BELANGRIJKSTE OVERWEGINGEN

De overwegingen in de verschillende groepen waren zeer vergelijkbaar. Hieronder zijn de overwegingen uit de discussies opgenomen: • Mooi initiatief graag faciliteren in Veenendaal. Zonde als deze uit wijkt naar een buurgemeente. • Echter, ook andere bedrijvigheid wijkt al uit naar buiten de gemeente doordat er een te beperkte ruimte beschikbaar is voor bedrijvigheid in Veenendaal. • Een uniek concept aan de snelweg (zichtlocatie) zet Veenendaal verder op de kaart en zorgt er misschien wel voor dat meer mensen ook de binnenstad van Veenendaal bezoeken (hiervoor geldt dat de een denkt dat hiervan sprake is en de ander dat er geen combinatiebezoek zal zijn). • Is er wel een alternatief voor de leegstaande showrooms? Dat is geen aantrekkelijk beeld. • Moeten we krampachtig de binnenstad beschermen? Is marktwerking niet beter en mee gaan met de tijd. • Goede overgang van ABC winkels (Auto, Boot, Caravan) naar een fietsenwinkel.

32

•

• • •

BIJLAGE 3

Echter, als dit leidt tot precedentwerking (ofwel veel meer winkels die ook op de bedrijventerreinen vestigen), dan is dit niet wenselijk. (Dit was een punt wat heel sterk in alle discussies naar voren kwam.) Als we toestaan, dan wel heel duidelijk afkaderen wat kan, dus alleen dit concept. Als dit niet mogelijk is niet wenselijk. Er is voldoende ruimte in de panden in de binnenstad. Al zal dit soms om enige creativiteit vragen. Vanuit productie en andere bedrijvigheid is het niet wenselijk dat detailhandel zich ook op bedrijventerreinen kan vestigen. Er is momenteel al te weinig ruimte voor bedrijven/kantoren in Veenendaal. Als we detailhandel toestaan wordt deze druk nog groter. Daarbij leveren de bedrijven gemiddeld meer werkgelegenheid op dan detailhandel met dezelfde maatvoering op bedrijventerreinen. Dus ook gezien werkgelegenheid is brancheverruiming tegen gaan wenselijk. (Korte termijn wensen winkels zou niet boven belang andere bedrijvigheid staan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10734515/1