RIB2021.147 Raadsinformatiebrief inzake septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Documentnummer
1764889
Aan
Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders
Van
Datum Onderwerp
26 oktober 2021 Septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds
Inleiding Over het algemeen verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september geeft de vertaling van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De belangrijkste onderwerpen in de septembercirculaire 2021 zijn: 1. Een toename van de accressen vanaf 2022 als gevolg van: a. Hogere loon- en prijsontwikkelingen; b. Hogere rijksuitgaven voor klimaatmaatregelen, compenseren gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en de EU-afdrachten. 2. Het verstrekken van een voorschot op de verwachte onderschrijding van het BTW compensatiefonds (BCF) in 2021; 3. Het incidenteel schrappen van de oploop van de opschalingskorting in 2022; 4. Een incidentele compensatie voor de tekorten in de jeugdzorg in 2022; 5. Aanvullende compensatie vanuit het Corona steunpakket voor de jaren 2021 en 2022; 6. Diverse taakmutaties. Ontwikkelingen en gevolgen voor Veenendaal De septembercirculaire bevat een aantal algemene en -taakmutaties. Algemene mutaties hebben invloed op het begrotingssaldo van de gemeente. Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Het is gebruikelijk in Veenendaal om het extra geld te reserveren voor de taakvelden waarop ze betrekking hebben.
Daarmee verlopen de taakmutaties budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Naast de algemene en -taakmutaties bevat de circulaire mutaties vanwege het Corona steunpakket. De ontvangen gelden vanuit dit steunpakket worden ingezet dan wel gereserveerd voor het opvangen van de gevolgen van de Coronacrisis. Daarmee verlopen ze budgettair neutraal oftewel: ze hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Algemene mutaties in het gemeentefonds bij de septembercirculaire 2021
De uitkomsten van algemene en technische mutaties in de septembercirculaire 2021 leveren een voordelig effect op in 2021 (€ 258.000,-), 2022 (€ 3.346.000,-), 2023 (€ 2.482.000,-), 2024 (€ 2.521.000,-) en 2025 (€ 3.006.000,-).
1
De effecten zijn het gevolg van de volgende ontwikkelingen: a. Accressen 2022 -2025 Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranche voor 2021 wijzigt in deze circulaire om die reden niet. In de septembercirculaire 2021 zijn de accressen vanaf 2022 weer bijgewerkt. Alle jaren vallen positief uit. De mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2021 zijn op macroniveau als volgt: 2022: + € 583,3 miljoen 2023: + € 67,4 miljoen 2024: + € 16,2 miljoen 2025: + € 90,6 miljoen De bedragen zijn structureel en cumuleren. De hogere accressen zijn het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van de verwachte uitgaven voor klimaatmaatregelen, het compenseren van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, de zorg en de EU-afdrachten. Voor onze gemeente leidt de aanpassing van de accressen tot een verhoging van de algemene uitkering met € 2.143.000,- in 2022, € 2.360.000,- in 2023, € 2.414.000,- in 2024, € 2.747.000,- in 2025. b. BTW compensatiefonds (BCF): Gemeenten zullen in 2021 naar verwachting minder declareren bij het BTW Compensatiefonds (BCF) dan eerder gedacht. Daarom heeft het Rijk het voorschot voor 2021 iets hoger vastgesteld dan in de vorige circulaire.
Voor Veenendaal gaat het in 2021 om een aanvullende uitkering van € 99.000. In de meicirculaire 2022 zal de realisatie van het BCF over 2021 worden opgenomen. Op basis van die realisatie zullen we ook meerjarig de raming van het BCF verwerken in onze begroting. c. Schrappen opschalingskorting 2022 Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen. Voor Veenendaal betekent dit een verhoging van de uitkering met € 989.000,-. De opschalingskorting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf is opgelegd. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021 cumulatief op macroniveau al € 1,5 miljard gekost en daarnaast € 150 miljoen als gemist accres over de opschalingskorting. De (demissionair) minister van BZK en tevens beheerder van het gemeentefonds, is ook van mening dat de opschalingskorting geschrapt zou moeten worden gezien haar uitspraak in de Eerste Kamer op 11 mei jl. Het is echter aan een nieuw kabinet om een besluit te nemen over het structureel schrappen van de opschalingskorting vanaf 2023. d. Technische mutaties De ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de hoeveelheidsverschillen. De hoeveelheden zijn voor meerdere maatstaven in deze septembercirculaire gewijzigd op basis van de meeste actuele gegevens.
Daarnaast zijn ook de WOZgegevens en de overige mutaties geactualiseerd. De ontwikkeling van de technische mutaties leidt per saldo tot een verhoging van de algemene uitkering met € 159.000 in 2021,-, € 214.000,- in 2022, € 122.000,- in 2023, € 107.000,- in 2024 en € 259.000,- in 2025.
2
Compensatie corona steunpakket 2021 en de taakmutaties in de septembercirculaire 2021
Corona steunpakket 2021 en 2022 In deze circulaire zijn de volgende mutaties vanuit het Corona steunpakket opgenomen: Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen. In die situatie kunnen zij in meerdere gevallen de noodzakelijke (woon)kosten niet meer voldoen en andere regelingen bieden niet of onvoldoende soelaas. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. In de maartbrief 2021 is de eerste tranche door het Rijk aan de gemeenten beschikbaar gesteld. Nu zijn de 2e en 3e tranche in de circulaire verwerkt. Voor de Gemeente Veenendaal gaat het in 2021 om een aanvullend bedrag van € 727.000,-. Buurt- en dorpshuizen en lokale cultuur Voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen heeft het kabinet € 60 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 50 miljoen voor cultuur en € 10 miljoen voor buurt- en dorpshuizen, ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Voor Veenendaal bedraagt de uitkering in 2021 € 38.000,- voor buurt- en dorpshuizen en € 192.000,voor de lokale cultuur.
Extra middelen voor re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 14,740 miljoen in 2022). Gemeenten ontvangen
3
deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor re-integratie (€ 43,438 miljoen) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Voor onze gemeente bedraagt de uitkering in 2022 resp. € 34.000,- en € 100.000,- voor de reintegratie van bijstandsgerechtigden. Extra middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 30 miljoen in 2022) en de bijzondere bijstand (€ 15 miljoen in 2022) beschikbaar, gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek. De uitkering bedraagt voor Veenendaal in 2022 resp. € 110.000,- en € 55.000,-. Taakmutaties In de septembercirculaire zijn de volgende taakmutaties opgenomen: Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo.
Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Op basis van realisatiegegevens vindt nu een nacalculatie plaats. Er is sprake van een aanvullende uitname uit het gemeentefonds. Voor de gemeente Veenendaal wordt de uitkering verlaagd met € 59.000,- in 2021 aflopend naar € 47.000,- in 2025. Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Op basis van die bestuurlijke afspraken ontvangen gemeenten in 2021 € 15,503 miljoen via de algemene uitkering voor de implementatie van de onderdelen van Breed offensief die géén wetswijziging vereisen en sowieso zullen worden doorgezet. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening. Voor Veenendaal bedraagt de uitkering in 2021 € 44.000,-.
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering wordt in 2021 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. De uitkering voor Veenendaal bedraagt in 2021 € 6.000,-. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen en Logisch ontwerp GBA Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de rijksbegroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2021 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2020. De bedragen zijn zoals afgesproken met de VNG in 2021 ten laste gebracht van de algemene uitkering. Per saldo gaat het op macroniveau om een bedrag van € 3,264 miljoen.
4
Ook treedt op korte termijn het Logisch Ontwerp GBA 3.14 in werking ten behoeve van enkele wijzigingen in de Basisregistratie Personen. In verband met aanpassingen in de systemen en de bijbehorende kosten ontvangen gemeenten voor 2021 in totaal € 0,483 miljoen via de algemene uitkering. De uitkering is voor Veenendaal in 2021 resp. verlaagd met € 12.000,- (BRP) en verhoogd met € 2.000,- (GBA). Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden In de meicirculaire 2021 zijn we geïnformeerd over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Hiervan is een bedrag van € 255 miljoen beschikbaar gesteld met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. In totaal is € 55 miljoen van de € 255 miljoen in de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt in de verdeling van de algemene uitkering omdat het Rijk en de VNG een klein deel hiervan wilden inzetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg.
Inmiddels hebben de VNG en het Rijk deze kosten begroot op € 3,175 miljoen waardoor bij deze circulaire het resterende deel (€ 51,825 miljoen) kan worden toegevoegd aan de algemene uitkering. De aanvullende uitkering in 2021 voor onze gemeente bedraagt € 236.000,-. Landelijke structuur interventieteams In de Landelijke Structuur Interventieteams (LSI) werken gemeenten samen met andere overheidsorganisaties ter voorkoming en terugdringing van belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden zoals door de LSI aangeduid. Voor de ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van projecten binnen de LSI zal het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar stellen via de algemene uitkering. Voor Veenendaal bedraagt de uitkering € 7.000,- in de jaren 2022 tot en met 2024 en € 8.000,- in 2025. Toezicht en handhaving gastouderschap Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking via de algemene uitkering. De uitkering voor Veenendaal bedraagt € 23.000,- in 2022 oplopend naar € 25.000,- in 2025.
Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar. Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd met € 2,778 miljoen. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Voor Veenendaal bedraagt de uitkering structureel € 12.000,- vanaf het jaar 2022. Uitvoeringskosten SVB PGB Jeugdhulp en Wmo Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB trekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag van € 27,142 miljoen uit de algemene uitkering te nemen, waarvan € 19,979 miljoen uit het subcluster Wmo 2015 en € 7,163 miljoen uit het subcluster Jeugdhulp.
5
Voor Veenendaal betekent dit een verlaging van de algemene uitkering in 2022 met € 32.000,- voor het onderdeel jeugdhulp en een verlaging met € 74.000,- voor het onderdeel Wmo. De uitvoeringskosten van de SVB worden jaarlijks verrekend met de algemene uitkering. De verrekening heeft derhalve een structureel karakter. Bij een volgende circulaire zal deze verrekening meerjarig worden ingeschat en verwerkt. Suppletie-uitkering integratie sociaal domein De gemeenten hebben tot de nieuwe verdeling van het gemeentefonds te maken met de suppletieuitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). Bij de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.4.1) zijn de definitieve bedragen van de suppletie-uitkering voor 2019 en 2020 bekend gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. Voor onze gemeente wordt de uitkering structureel vanaf 2021 verlaagd met € 17.000,-.
Gezond in de stad Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Voor genoemd jaar is een bedrag van € 19,440 miljoen beschikbaar gesteld. Bij de verdeling van de middelen wordt de tot nu gehanteerde systematiek voortgezet. Op basis van de statusscore van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is een selectie van wijken met de laagste statusscore ten opzichte van andere wijken in Nederland gemaakt. De middelen zijn verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal inwoners in deze wijken, met een minimum van € 20.000 per gemeente. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. De uitkering voor Veenendaal bedraagt € 44.000,- in 2022. Participatie Het UWV voert structureel de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Om dit te financieren zijn middelen verschoven van het gemeentefonds naar het UWV. Met de VNG is bestuurlijk afgesproken de uitgaven aan de no -riskpolis elke vijf jaar te herijken op basis van de realisaties in de voorafgaande periode. Er is daarbij een rekenregel afgesproken voor de wijze waarop meevallers of tegenvallers verrekend zouden worden. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd.
Dit heeft conform de overeengekomen rekenregel een extra overheveling tot gevolg van de middelen voor begeleiding (middelen voor re -integratie nieuwe doelgroep in het gemeentefonds, integratieuitkering Participatie) naar het UWV. Het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026. De volgende herijking vindt plaats in 2026. Dan zal opnieuw bekeken worden hoe de uitgaven zich hebben ontwikkeld De uitkering in het kader van de participatie wordt voor onze gemeente verlaagd met € 21.000,- in 2021 oplopend naar € 56.000,- in 2025. Jeugdzorg 2022 a. Extra middelen Per brief van 29 juni jl. zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering.
Vanwege de kosten voor de uitvoering van de hervormingsagenda valt de toekenning aan de algemene uitkering per gemeente in deze circulaire lager uit dan het gepresenteerde indicatiebedrag uit de brief van 29 juni jl.
6
Voor Veenendaal bedraagt de uitkering in 2022 € 5.817.000,-. b. Effect ten opzichte van de Programmabegroting Op grond van de toezegging in de eerdergenoemde brief van 29 juni jl. zijn de extra middelen voor de jeugdzorg in 2022 reeds in de Programmabegroting 2022 verwerkt. In de Programmabegroting 2022 is rekening gehouden met een aanvullende uitkering in 2022 van € 6.010.000,-. De daadwerkelijke uitkering bedraagt € 5.817.000,-. Ten opzichte van de begroting betekent dit een verlaging van € 193.000,-. In de Programmabegroting is het beschikbare budget voor het sociaal domein in 2022 (mede door de hierboven genoemde aanvullende rijksbijdrage) hoger dan de geprognosticeerde kosten. De verlaging van de rijksbijdrage met € 193.000 in deze circulaire leidt niet tot een verandering van dit beeld.De baten voor het sociaal domein blijven in 2022 hoger dan de lasten. Tevens is in deze begroting een doorrekening van de lasten van de jeugdzorg gemaakt op basis van de huidige ontwikkelingen. We gaan ervan uit dat deze prognose nog steeds realistisch is. Het is niet gewenst om het jeugdbudget in 2022 op dit moment te verlagen. We stellen u daarom voor om de lagere uitkering van € 193.000,- in 2022 ten laste van het begrotingssaldo (lees: algemene middelen) te verwerken. c.
Vervolgafspraken Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (onder andere cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een hervormingsagenda. Deze agenda bestaat uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. De hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten. Overige financiële effecten ten opzichte van de begroting Naast de bovengenoemde afwijkingen vanuit de septembercirculaire dienen wij ook rekening te houden met een tweetal overige ontwikkelingen. Zo ontvangen wij regelmatig vanuit het Rijk tussentijds betaalspecificaties en correcties van de algemene uitkering over voorgaande dienstjaren. Dit gebeurt met name als de aantallen bij de verschillende maatstaven (achteraf) worden bijgesteld op grond van actuele informatie.
In de raming voor 2021 is rekening gehouden met een aanvullende uitkering over voorgaande jaren van € 158.000,-. Naar aanleiding van recente betaalspecificaties bedraagt deze aanvullende uitkering € 51.000,-. Ten opzichte van de begroting betekent dit een verlaging van € 107.000,-. Ook is in de Kadernota 2022-2025 rekening gehouden met een extra uitkering van € 55.000,- in 2024 en € 108.000,- in 2025 vanwege de verwachte woningbouwontwikkelingen in het Franse Gat. In de huidige meerjarige berekening van de algemene uitkering voor Veenendaal wordt reeds rekening gehouden met de verwachte woningbouwontwikkelingen in de komende jaren. Om dubbelingen te voorkomen wordt voorgesteld om deze meerjarige berekening als basis voor de begroting aan te houden en de effecten van de afzonderlijke projecten, waaronder het Franse Gat, niet afzonderlijk meer te ramen. Ten opzichte van de begroting betekent dit een verlaging van de algemene uitkering met € 55.000,- in 2024 en € 108.000,- in 2025. Voor een juiste raming van de algemene uitkering in het meerjarenperspectief is het gewenst om, naast de effecten uit de septembercirculaire 2021, ook de hiervoor genoemde ontwikkelingen mee te nemen.
7
Overzicht financiële gevolgen en meerjarenperspectief Alle eerdergenoemde ontwikkelingen hebben het volgende budgettaire effect op onze begroting.
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er sprake is van een positief effect op onze begroting van € 151.000,- in 2021, € 3.153.000,- in 2022, € 2.482.000,- in 2023, € 2.466.000,- in 2024 en € 2.898.000,- in 2025. Samengevat geven de mutaties het volgende meerjarenperspectief:
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief door de ontwikkelingen vanuit de septembercirculaire resulteert in een positief saldo in het jaar 2021 van € 940.000, een positief saldo in 2022 van € 4.344.000,-, een positief saldo van € 2.510.000,- in 2023, een positief saldo van € 1.970.000,- in 2024 en een positief saldo van € 1.489.000,- in 2025. Mogelijke effecten hogere loon- en prijsstijging Opgemerkt dient te worden dat de hogere uitkering in deze septembercirculaire mede het gevolg is van hogere loon- en prijsstijgingen, zoals die door het CPB zijn geprognosticeerd. Naar verwachting zal een gedeelte van de aanvullende uitkering uit deze circulaire bij het opstellen van de Kadernota 2023-2026 dan ook ingezet worden voor het aanpassen van de gemeentelijke budgetten op basis van actuele indexcijfers. Om u inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van deze prijs- en loonstijging voor het financieel meerjarenperspectief, is een indicatieve berekening opgesteld. Hierbij worden de huidige indexcijfers vanuit de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 vergeleken met de indexcijfers vanuit de septembercirculaire 2021. De vergelijking levert het volgende beeld op:
Doorrekening van de hogere indexeringen in de meerjarenbegroting leidt indicatief tot de volgende bedragen:
8
Uit het overzicht valt op te maken dat het doorvoeren van de hogere indexen in de begroting naar verwachting zal leiden tot een nadelig effect van € 388.000,- in 2022 oplopend naar € 1.198.000 in 2025. Als rekening gehouden wordt met de bovengenoemde effecten, dan ziet het financieel meerjarenperspectief er indicatief als volgt uit:
Het geprognosticeerde saldo van het meerjarenperspectief bedraagt afgerond € 4,0 miljoen in 2022 aflopend naar afgerond € 0,3 miljoen in 2025. In bovenstaande berekeningen is geen rekening gehouden met een aanpassing van de indexcijfers voor de budgetten in het sociaal domein. Voor deze budgetten is in de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 reeds een (gemiddeld) indexcijfer opgenomen van 2,2%. Nogmaals willen we benadrukken dat het om een indicatieve berekening gaat. Bij het opstellen van de Kadernota 2023-2026 zullen de budgetten op basis van de meest actuele CPB-indexcijfers worden aangepast. Het is aannemelijk dat de indexeringen, zoals ze vermeld staan in de septembercirculaire 2021, ten tijde van het opstellen van de kadernota door actuele ontwikkelingen gewijzigd zijn. Risico’s Op dit moment zijn er nog vele onzekerheden die van invloed kunnen cq zullen zijn op de hoogte van de algemene uitkering in komende jaren. Wij denken daarbij onder meer aan: De onzekerheid over de uitkomsten van de herverdeling van het gemeentefonds vanaf 2023 en het besluit hierover door een nieuw kabinet. Voor de mogelijke negatieve effecten is een stelpost in de begroting opgenomen van structureel € 500.000. De onduidelijkheid over de compensatie van de structurele tekorten in de jeugdzorg vanaf 2023.
De beslissing hierover is doorgeschoven naar het nieuwe kabinet; Het (structureel) schrappen van de opschalingskorting en het afschaffen van het abonnementstarief. Een nieuw kabinet zal ook hierover een besluit nemen; De discussie over de accresontwikkeling en de wijziging van de normeringssystematiek van het gemeentefonds. Deze ontwikkelingen zijn eveneens afhankelijk van de keuzes van een nieuw kabinet; De onzekerheid over de uitkering vanuit het BTW compensatiefonds. Deze fluctueert jaarlijks omdat het gebaseerd is op de werkelijke afrekening van het vorige jaar (t-1). We baseren
9
onze raming op basis van de provinciale richtlijn, dat wil zeggen dat we nu structureel rekening houden met het bedrag van de afrekening 2020. Door de systematiek en de ervaringen vanuit de afgelopen jaren zullen de bedragen naar verwachting jaarlijks afwijken van hetgeen nu geprognosticeerd is.is. Ook zien we een aantal ontwikkelingen op ons afkomen die van invloed zullen zijn op ons financieel meerjarenperspectief. We denken daarbij onder andere aan de verwachte kostenstijging van het onderhoud in de openbare ruimte, de bouw van het IKC in Veenendaal-Oost, de verwachte nieuwbouw- dan wel onderhoudskosten van Theater de Lampegiet en de overige ontwikkelingen/risico’s zoals ze in de Programmabegroting 2022 zijn opgenomen. Geadviseerd wordt daarom om terughoudend om te gaan met de inzet van de beschikbare middelen. Verwerking financiële gevolgen De financiële effecten van de septembercirculaire verwerken wij bij de 3e bestuursrapportage 2021, 1e Bestuursrapportage 2022 en de Kadernota 2023-2026.
10