LIS2026.57 2m TB 12 uitsluitend gericht op de planregels (tb12) Geanonimiseerd
Tekst van het document
Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 in relatie tot de Omgevingsvisie Veenendaal 2030Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 in relatie tot de Omgevingsvisie Veenendaal 2030
Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e
, 5.1.2e
Veenendaal,
maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), voor zover dit plan zich niet verdraagt met de Omgevingsvisie Veenendaal 2030. Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de voorgenomen ontwikkeling.
1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze heeft uitsluitend betrekking op: •
de juridische en inhoudelijke samenhang tussen het ontwerpbestemmingsplan en de Omgevingsvisie Veenendaal 2030;
•
de mate waarin het ontwerpplan uitvoering geeft aan, dan wel afwijkt van, de strategische doelstellingen uit de Omgevingsvisie;
•
de vereiste doorwerking van de Omgevingsvisie in het omgevingsplan, zoals bedoeld in de Omgevingswet.
Andere rapporten en milieuaspecten blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.
2. Juridische status en doorwerking van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is het strategisch kader waarbinnen de gemeenteraad het omgevingsplan dient vast te stellen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en vormt het beleidsmatige fundament voor concrete planregels . Hoewel de Omgevingsvisie formeel geen rechtstreeks bindende normen bevat, volgt uit vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie dat: •
van beleidskaders gemotiveerd moet worden afgeweken;
•
inzichtelijk moet worden gemaakt hoe de doelen van de Omgevingsvisie in het omgevingsplan zijn betrokken.
Een loutere verwijzing naar de Omgevingsvisie zonder concrete planologische doorwerking is onvoldoende.
3. Evenwichtige toedeling van functies en leefkwaliteit De Omgevingsvisie benadrukt dat verdichting en herontwikkeling alleen aanvaardbaar zijn indien sprake is van een integrale afweging van wonen, gezondheid, groen, klimaat en leefbaarheid . Het ontwerp-bestemmingsplan zet in op: •
een substantiële toename van woningdichtheid;
•
hogere bebouwing;
•
intensiever ruimtegebruik.
Daarbij ontbreekt echter een inzichtelijke motivering dat deze verdichting: •
niet ten koste gaat van woon- en leefkwaliteit;
•
past binnen het door de Omgevingsvisie beoogde evenwicht tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving .
De evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) wordt daarmee onvoldoende onderbouwd.
4. Groen, klimaatadaptatie en water als structurerend principe De Omgevingsvisie stelt dat klimaatadaptatie en groen-blauwe structuren integraal en sturend moeten zijn bij gebiedsontwikkeling, mede ter voorkoming van hittestress en wateroverlast . In het ontwerp-bestemmingsplan: •
worden ambities voor vergroening en klimaatadaptatie voornamelijk beschrijvend geformuleerd;
•
ontbreken bindende planregels die deze ambities juridisch borgen;
•
wordt onvoldoende gemotiveerd hoe bestaande knelpunten daadwerkelijk worden opgelost.
Daarmee wordt niet inzichtelijk gemaakt dat het plan uitvoering geeft aan de kernambities van de Omgevingsvisie op dit punt.
5. Mobiliteit, bereikbaarheid en parkeerdruk De Omgevingsvisie erkent expliciet het spanningsveld tussen woningbouw, bereikbaarheid en automobiliteit en vraagt om terughoudendheid en maatwerk bij binnenstedelijke verdichting . Het ontwerp-bestemmingsplan: •
gaat uit van een toename van het aantal woningen;
•
erkent een hogere parkeer- en verkeersdruk;
•
maar laat wezenlijke keuzes over mobiliteitsoplossingen grotendeels over aan latere uitwerking.
Hiermee wordt onvoldoende aangetoond dat het plan structureel in lijn is met de mobiliteitsdoelstellingen van de Omgevingsvisie.
6. Participatie en draagvlak in strijd met visie “Samen maken we de stad” De Omgevingsvisie stelt dat bewoners een gelijkwaardige positie moeten hebben bij ontwikkelingen in hun leefomgeving en dat participatie meer is dan een procedurele stap . Het ontwerp-bestemmingsplan toont echter niet overtuigend aan: •
hoe wezenlijke bezwaren van bewoners hebben doorgewerkt in planregels;
•
dat sprake is geweest van daadwerkelijke gezamenlijke afweging.
Daarmee wordt onvoldoende invulling gegeven aan het participatie-ideaal dat de Omgevingsvisie centraal stelt.
7. Motiveringsgebrek bij afwijking van strategische doelen Voor zover het ontwerp-bestemmingsplan afwijkt van: •
de nadruk op leefkwaliteit;
•
het groen-blauwe raamwerk;
•
het voorzorgsbeginsel bij verdichting;
ontbreekt een expliciete en draagkrachtige motivering waarom deze afwijking aanvaardbaar zou zijn. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel en de systematiek van de Omgevingswet.
8. Conclusie Het ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3: •
verwijst weliswaar naar de Omgevingsvisie Veenendaal 2030;
•
maar laat onvoldoende zien hoe de strategische doelen concreet en juridisch bindend zijn doorvertaald;
•
biedt daardoor geen inzicht in een evenwichtige en toekomstbestendige belangenafweging.
Hiermee is het plan in zijn huidige vorm onvoldoende in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp-bestemmingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. expliciet en navolgbaar is gemotiveerd hoe het plan uitvoering geeft aan de Omgevingsvisie; 2. afwijkingen van de Omgevingsvisie inhoudelijk zijn onderbouwd; 3. kernambities zoals leefkwaliteit, groen, klimaatadaptatie en participatie juridisch bindend zijn vastgelegd. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e
Veenendaal
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 4