CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2026.57 2l TB 11 uitsluitend gericht op Beeldkwaliteitsplan (tb11) Geanonimiseerd

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken763 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op de planregels (Regels deel 3)Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op de planregels (Regels deel 3)

Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e

, 5.1.2e Veenendaal,

maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit ontwerp bestaat uit en wordt gedragen door de planregels (“Regels deelgebied 3”). Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de juridische werking van deze regels.

1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze heeft uitsluitend betrekking op: •

de juridische opzet, inhoud en werking van de planregels van het TAMomgevingsplan Franse Gat deelgebied 3;

•

de mate waarin deze regels voldoen aan de eisen van rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en kenbaarheid;

•

de planologische borging van belangen via bindende regels, in plaats van via vergunningverlening en beleidsruimte.

De toelichting, onderzoeken en bijlagen blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.

2. Juridisch kader: eisen aan planregels onder de Omgevingswet Hoewel de Omgevingswet meer flexibiliteit biedt dan het voormalige bestemmingsplan, blijft gelden dat: •

planregels voldoende concreet en objectief bepaalbaar moeten zijn;

•

essentiële ruimtelijke keuzes in het omgevingsplan zelf moeten worden vastgelegd;

•

niet mag worden volstaan met het doorschuiven van wezenlijke afwegingen naar de vergunningfase.

Dit volgt uit het rechtszekerheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat een plan zelfstandig toetsbaar moet zijn.

3. Overmatige afhankelijkheid van vergunningverlening (artikelen 11 t/m 17) De planregels kennen een groot aantal bepalingen waarin: •

bouwen slechts mogelijk is na verlening van een omgevingsvergunning;

•

de beoordelingscriteria open en globaal zijn geformuleerd;

•

belangenafwegingen plaatsvinden per individueel besluit, zonder voorafgaande planologische begrenzing.

Voorbeelden hiervan zijn onder meer: •

artikel 11 (plaatselijke verhogingen);

•

artikel 12 en 13 (gebouw en hoofdgebouw bouwen);

•

artikel 16 en 17 (bijbehorende en andere bouwwerken).

Hierdoor wordt: •

de feitelijke ruimtelijke impact niet vooraf begrensd;

•

de rechtspositie van omwonenden onzeker;

•

de planvaststelling gereduceerd tot een kaderbesluit zonder inhoudelijke eindafweging.

Dit is juridisch onwenselijk.

4. Open normen zonder objectieve begrenzing In meerdere artikelen wordt gewerkt met normen als: •

“onevenredige aantasting”;

•

“voldoende parkeergelegenheid”;

•

“geen afbreuk aan woonkwaliteit”;

•

“belangen van omwonenden mogen niet onevenredig worden geschaad”.

Deze begrippen:

•

zijn niet nader gedefinieerd in het plan;

•

bevatten geen objectieve maatstaven;

•

maken vooraf niet inzichtelijk welke effecten aanvaardbaar zijn.

Hierdoor kunnen belanghebbenden niet vooraf beoordelen wat juridisch is toegestaan en wordt effectieve rechtsbescherming bemoeilijkt.

5. Onvoldoende planologische borging van omgevingskwaliteit Hoewel in de regels wordt verwezen naar: •

het Beeldkwaliteitsplan;

•

parkeernormen;

•

beleidsregels,

zijn deze: •

niet integraal verankerd in bindende planregels;

•

aan wijziging onderhevig zonder planprocedure;

•

niet gelijk te stellen aan harde, planologische normen.

Essentiële aspecten van leefkwaliteit, zoals: •

massa en schaal;

•

situering;

•

parkeerdruk;

•

gebruiksintensiteit,

worden daarmee onvoldoende planologisch vastgelegd.

6. Vergaande afwijkings- en beoordelingsruimte college De planregels kennen het college van burgemeester en wethouders een zeer ruime beoordelingsvrijheid toe, onder meer door: •

het ontbreken van maxima bij sommige effecten;

•

het ontbreken van cumulatieve toetsing;

•

het ontbreken van samenhangende randvoorwaarden per deelgebied.

Dit leidt tot:

•

een verschuiving van normstelling van de raad naar het college;

•

een verminderde democratische controle;

•

een onevenwichtige belangenafweging ten nadele van omwonenden.

7. Strijd met rechtszekerheids- en motiveringsbeginsel Gelet op: •

de open formulering van kernbepalingen;

•

het ontbreken van harde, vooraf kenbare normen;

•

de grote afhankelijkheid van vergunningbesluiten;

•

de beperkte planologische borging van leefkwaliteit,

voldoen de planregels niet aan de eisen die aan een juridisch houdbaar omgevingsplan mogen worden gesteld. Het plan biedt onvoldoende zekerheid over de maximale ruimtelijke gevolgen van de ontwikkeling.

8. Conclusie: planregels dragen het plan niet zelfstandig De planregels van het TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3: •

bevatten onvoldoende concrete begrenzingen;

•

laten essentiële keuzes over aan de uitvoeringsfase;

•

bieden onvoldoende rechtszekerheid aan omwonenden;

•

maken het plan als zodanig onvoldoende toetsbaar.

Daarmee kunnen deze regels niet zelfstandig dienen als dragende juridische basis voor de vaststelling van het omgevingsplan.

9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. essentiële ruimtelijke keuzes bindend in planregels zijn vastgelegd; 2. open normen zijn geconcretiseerd met objectieve en toetsbare criteria; 3. de beoordelingsruimte van het college is begrensd;

4. de maximale ruimtelijke impact voor omwonenden vooraf duidelijk en kenbaar is gemaakt. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e

Veenendaal

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer

1, 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16631980/1