LIS2026.57 2j TB 9 uitsluitend gericht op onderzoek externe veiligheid (tb9) Geanonimiseerd
Tekst van het document
Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op verkeerscirculatieplan (tb10)Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op verkeerscirculatieplan (tb10)
Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e
, 5.1.2e
Veenendaal,
maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit plan wordt onderbouwd met het rapport “De verkeerscirculatie in het Franse Gat – Op weg naar een gezond, duurzaam en veilig Franse Gat” (rapport tb10), opgesteld door Sweco Nederland B.V. d.d. 20 maart 2023. Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de voorgenomen herstructurering en de daarmee samenhangende verkeersmaatregelen.
1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze heeft uitsluitend betrekking op: •
het verkeerscirculatieplan zoals vastgelegd in rapport tb10;
•
de wijze waarop dit rapport is gebruikt als onderbouwing voor de verkeerskundige en planologische aanvaardbaarheid van het ontwerp-omgevingsplan;
•
de gevolgen van de voorgestelde verkeersmaatregelen voor bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en rechtszekerheid.
Andere milieu- of planaspecten blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.
2. Karakter van rapport tb10: visie- en procesdocument, geen toetsend verkeerskundig onderzoek Rapport tb10 betreft nadrukkelijk een visiedocument en groeimodel, gericht op: •
beleidsmatige ambities;
•
participatief verkende maatregelen;
•
een gefaseerde verkenning van mogelijke verkeersstructuren.
Het rapport bevat geen normatief toetsend verkeerskundig onderzoek dat: •
de verkeersintensiteiten per straat juridisch bindend onderbouwt;
•
de concrete effecten van maatregelen kwantitatief doorrekent;
•
aantoont dat verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid planologisch aanvaardbaar blijven.
Desondanks wordt het rapport gebruikt als onderbouwing voor een omgevingsplan dat rechtsgevolgen heeft. Daarmee wordt aan een verkennend visiedocument een juridische betekenis toegekend die het rapport niet kan dragen.
3. Structurele onzekerheden doorgeschoven naar latere fases In het rapport wordt herhaaldelijk benadrukt dat: •
maatregelen gefaseerd worden ingevoerd (0–5 jaar, 5–10 jaar, >10 jaar);
•
effecten na iedere fase moeten worden geëvalueerd;
•
aanvullende maatregelen mogelijk noodzakelijk blijken.
Daarmee staat vast dat: •
de uiteindelijke verkeersstructuur nog niet vastligt;
•
de concrete verkeersbelasting per straat niet vooraf is vastgesteld;
•
negatieve effecten pas achteraf worden beoordeeld.
Onder de Omgevingswet is dit juridisch onaanvaardbaar. De planvaststelling vereist een ex ante toets of het plan leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze toets kan niet worden vervangen door een evaluatie achteraf.
4. Sectorenmodel en verkeersknippen: ingrijpende gevolgen zonder planologische borging Het rapport introduceert het zogenoemde sectorenmodel, waarbij: •
doorgaande autoroutes door de wijk worden “geknipt”;
•
bewoners moeten omrijden via wijkranden;
•
verkeersstromen bewust worden verlegd naar andere straten.
Hoewel dit model ingrijpende gevolgen heeft voor: •
bereikbaarheid van woningen;
•
verkeersdruk in omliggende straten;
•
rijafstanden en verkeersbewegingen,
worden: •
exacte locaties van knippen;
•
juridische verankering van maatregelen;
•
maximale verkeersintensiteiten per straat;
niet planologisch vastgelegd. Daarmee ontbreekt rechtszekerheid voor bewoners en kan niet worden getoetst of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is.
5. Verkeersveiligheid en leefbaarheid onvoldoende onderbouwd Het rapport erkent expliciet dat: •
snelheidremmende maatregelen kunnen leiden tot geluidtoename en trillingen;
•
verkeersverplaatsing een waterbedeffect kan veroorzaken;
•
sommige maatregelen de verkeersintensiteit in andere straten verhogen.
Desondanks ontbreekt: •
een integrale beoordeling van verkeersveiligheid per straat;
•
een analyse van cumulatieve effecten;
•
een toets aan aanvaardbare normen voor woonstraten.
Het enkele hanteren van een globale richtwaarde van 5.000 motorvoertuigen per etmaal is onvoldoende, nu: •
deze norm niet juridisch bindend is;
•
niet per straat wordt aangetoond dat hieraan wordt voldaan;
•
toekomstige ontwikkelingen (nieuwbouw, deelmobiliteit, gedragsverandering) onzeker zijn.
6. Participatieve input kan planologische toets niet vervangen Hoewel het rapport uitgebreid verwijst naar bewonerssessies en suggesties, geldt dat: •
participatie geen juridisch toetsingskader is;
•
draagvlak geen substituut is voor motivering;
•
keuzes planologisch en juridisch onderbouwd moeten zijn.
Het rapport vermengt participatieve wensbeelden met beleidsambities, zonder een toetsbare belangenafweging inzichtelijk te maken. Daarmee voldoet het niet aan het motiveringsvereiste.
7. Strijd met zorgvuldigheids-, motiverings- en rechtszekerheidsbeginsel Door rapport tb10 als dragende onderbouwing te gebruiken terwijl: •
de maatregelen globaal, voorwaardelijk en gefaseerd zijn;
•
effecten niet vooraf volledig zijn onderzocht;
•
planologische borging ontbreekt,
handelt het bevoegd gezag in strijd met: •
het zorgvuldigheidsbeginsel;
•
het motiveringsbeginsel;
•
het rechtszekerheidsbeginsel.
8. Conclusie: verkeerskundige onderbouwing onvoldoende Rapport tb10: •
is beleidsmatig en verkennend van aard;
•
bevat waardevolle ideeën en aandachtspunten;
•
maar is juridisch en planologisch onvoldoende om een omgevingsplan te dragen.
Daarmee kan op basis van dit rapport niet worden vastgesteld dat het ontwerp TAMomgevingsplan leidt tot een aanvaardbare verkeerssituatie.
9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. een volledig toetsend verkeerskundig onderzoek is uitgevoerd; 2. verkeersmaatregelen en knippen concreet en planologisch bindend zijn vastgelegd;
3. per straat is aangetoond dat verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid gewaarborgd zijn; 4. cumulatieve effecten inzichtelijk en gemotiveerd zijn beoordeeld. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e
Veenendaal
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 5