CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2026.57 2i TB 8 uitsluitend gericht op luchtkwaliteitsonderzoek (tb8) Geanonimiseerd

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op onderzoek externe veiligheid (tb9)Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op onderzoek externe veiligheid (tb9)

Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e

, 5.1.2e

Veenendaal,

maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit plan is gebaseerd op het rapport “Onderzoek externe veiligheid Franse Gat deelgebied 3” (rapport tb9), opgesteld door Sweco Nederland B.V. d.d. 3 juli 2025. Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de voorgenomen ontwikkeling.

1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze heeft uitsluitend betrekking op: •

het rapport Onderzoek externe veiligheid Franse Gat deelgebied 3 (tb9);

•

de wijze waarop dit rapport is gebruikt ter onderbouwing van de conclusie dat externe veiligheid geen belemmering vormt;

•

de planologische aanvaardbaarheid van het ontwerp-omgevingsplan vanuit het perspectief van externe veiligheidsrisico’s voor kwetsbare gebouwen.

Andere milieu- of planaspecten blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.

2. Juridisch kader: externe veiligheid onder de Omgevingswet Het rapport stelt terecht dat de te realiseren woningen op grond van bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moeten worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen. Dit brengt met zich dat: •

het plaatsgebonden risico (PR) van 10⁻⁶ per jaar een harde grenswaarde vormt;

•

aandachtsgebieden (brand, explosie, gifwolk) integraal moeten worden beoordeeld;

•

het bevoegd gezag moet aantonen dat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaatsvindt (artikel 5.1 Omgevingswet).

Dit vereist een volledige, actuele en navolgbare analyse van alle relevante risicobronnen en scenario’s.

3. Beperkte onderzoeksreikwijdte en afhankelijkheid van vaste zoekstralen Het rapport baseert zijn conclusies uitsluitend op: •

een straal van 1,0 km voor risicovolle inrichtingen;

•

een straal van 1,5 km voor basisnetroutes en buisleidingen;

•

een raadpleging van de risicokaart.

Daarmee wordt het onderzoek beperkt tot een statische momentopname, terwijl: •

de Omgevingswet uitgaat van voorzorg en robuustheid;

•

toekomstige wijzigingen in transportintensiteit, routering of regelgeving niet zijn meegenomen;

•

cumulatieve of keteneffecten niet zijn beoordeeld.

Het enkele feit dat binnen deze vaste zoekstralen “geen risicobronnen zijn geïdentificeerd” is onvoldoende om externe veiligheidsrisico’s structureel en toekomstbestendig uit te sluiten.

4. Onvoldoende motivering ten aanzien van kwetsbare gebouwen Het rapport erkent expliciet dat: “de woningen worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen.” (tb9, hoofdstuk 1) Juist bij kwetsbare gebouwen verlangt het recht een verzwaarde motiveringsplicht. Desondanks: •

wordt geen scenarioanalyse uitgevoerd;

•

wordt geen aandacht besteed aan zelfredzaamheid, bereikbaarheid of evacuatiemogelijkheden;

•

wordt niet gemotiveerd waarom aanvullende beschermende maatregelen niet noodzakelijk zijn.

De conclusie dat “externe veiligheid geen belemmering vormt” is daarmee te algemeen en onvoldoende toegespitst op de aard van de functie.

5. Geen beoordeling van restrisico en verantwoording groepsrisico Het rapport stelt dat het groepsrisico niet hoeft te worden berekend en beperkt zich tot een beschrijvende toelichting. Daarmee ontbreekt: •

een expliciete verantwoording van het restrisico;

•

een bestuurlijke afweging over aanvaardbaarheid van dat restrisico;

•

een inzichtelijke belangenafweging zoals vereist bij nieuwe woningbouw.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag een planologische keuze voor kwetsbare functies niet uitsluitend leunen op het ontbreken van normoverschrijding, maar moet ook het restrisico worden betrokken.

6. Ontbreken planologische borging van externe veiligheid Het ontwerp-omgevingsplan bevat: •

geen specifieke regels over externe veiligheid;

•

geen aanduidingen of voorschriftengebieden;

•

geen voorwaarden ten aanzien van bouwkundige of organisatorische maatregelen.

Hierdoor is niet geborgd dat: •

externe veiligheid ook in de toekomst wordt meegewogen;

•

wijzigingen in de omgeving niet alsnog tot onaanvaardbare risico’s leiden;

•

bewoners voldoende worden beschermd bij calamiteiten.

Dit is in strijd met het beginsel van rechtszekerheid.

7. Strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel Gelet op: •

de beperkte onderzoeksopzet;

•

het ontbreken van een toekomstgerichte en scenario-gebaseerde analyse;

•

het ontbreken van een expliciete restrisicoverantwoording;

•

het ontbreken van planologische borging,

kan niet worden geconcludeerd dat externe veiligheid zorgvuldig, volledig en evenwichtig is meegewogen. Het rapport tb9 heeft daarmee een verkennend en beschrijvend karakter, maar mist de juridische diepgang die nodig is om woningbouw met kwetsbare functies te dragen.

8. Conclusie: externe veiligheidsonderbouwing onvoldoende Het onderzoek externe veiligheid (tb9): •

sluit normoverschrijding niet planologisch robuust uit;

•

verantwoordt het restrisico niet;

•

borgt externe veiligheid niet juridisch in het omgevingsplan.

Daarmee vormt dit rapport geen deugdelijke grondslag voor de vaststelling van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. een volledige en toekomstbestendige externe veiligheidsafweging is gemaakt; 2. het restrisico expliciet en bestuurlijk gemotiveerd is aanvaard; 3. externe veiligheidsaspecten planologisch bindend zijn vastgelegd; 4. is aangetoond dat kwetsbare gebouwen duurzaam en adequaat worden beschermd. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e

Veenendaal

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer

1, 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16631977/1