LIS2026.57 2f TB 5 evaluatierapport participatieproces (tb5) Geanonimiseerd
Tekst van het document
Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op rapport Weging van het waterbelang (tb6)Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op rapport Weging van het waterbelang (tb6)
Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e
, 5.1.2e
Veenendaal,
maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit plan wordt onderbouwd met het rapport “Weging van het waterbelang – Franse Gat deelgebied 3” (rapport tb6), opgesteld door RB-water d.d. 20 oktober 2025. Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de voorgenomen ontwikkeling.
1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze heeft uitsluitend betrekking op: •
het rapport “Weging van het waterbelang – Franse Gat deelgebied 3” (tb6);
•
de wijze waarop dit rapport wordt gebruikt ter onderbouwing van de conclusie dat het waterbelang voldoende is meegewogen;
•
de planologische aanvaardbaarheid van het ontwerp-omgevingsplan vanuit het perspectief van waterveiligheid, waterkwantiteit en grondwater.
Andere milieu- of planaspecten blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.
2. Juridisch kader: weging van het waterbelang onder de Omgevingswet Het rapport stelt terecht dat onder de Omgevingswet het instrument “weging van het waterbelang” van toepassing is (artikel 5.37 Bkl). Dit brengt mee dat: •
waterbelangen volwaardig en integraal moeten worden betrokken bij planvaststelling;
•
het bevoegd gezag moet aantonen dat waterveiligheid, wateroverlast, grondwater en klimaatadaptatie voldoende zijn geborgd;
•
onzekerheden niet mogen worden doorgeschoven naar een latere uitwerkingsfase zonder planologische borging.
De enkele aanwezigheid van een beschrijvend rapport is daarvoor onvoldoende; vereist is een navolgbare en juridisch verifieerbare belangenafweging.
3. Structurele onzekerheden in grondwater en infiltratie Het rapport erkent expliciet dat cruciale gegevens ontbreken: “De waterdoorlatendheid is in-situ (nog) niet onderzocht.” (tb6, par. 3.3) Desondanks wordt uitgegaan van infiltratievoorzieningen als dragend onderdeel van de waterhuishouding. Het rapport vermeldt slechts dat: “vooralsnog geen problemen worden verwacht” (tb6, par. 3.3) Deze verwachting is niet onderbouwd met metingen of berekeningen en voldoet daarmee niet aan de vereiste mate van zekerheid. Juist in een gebied waar: •
de GHG plaatselijk op 0,7 m beneden maaiveld ligt;
•
sprake is van kwel en een actief drainagestelsel;
•
water-op-straat reeds voorkomt bij hevige neerslag,
kan infiltratie niet zonder nadere onderbouwing als robuuste oplossing worden aangemerkt.
4. Doorschuiven van essentiële beoordeling naar latere fase Het rapport vermeldt herhaaldelijk dat: •
exacte dimensionering;
•
systeemkeuze;
•
ligging en hoogteligging;
•
civieltechnische uitwerking;
pas in een latere fase zullen worden bepaald. Daarmee wordt de kernvraag – of het plan waterhuishoudkundig aanvaardbaar is – feitelijk doorgeschoven naar de uitvoeringsfase. Dit is juridisch onaanvaardbaar, nu: •
het omgevingsplan het toetsingskader vormt;
•
waterbelangen reeds bij planvaststelling afdoende moeten zijn gewogen;
•
onzekerheden niet mogen worden opgelost via toekomstige vergunningverlening.
5. Onvoldoende borging bij extreme neerslag en klimaatverandering Hoewel het rapport verwijst naar klimaateffecten en water-op-straat bij buien van 46 en 74 mm per uur, blijft de planologische borging beperkt tot algemene uitgangspunten, zoals: “Toekomstige bouwpeilen worden minimaal 20 tot 30 cm hoger aangelegd.” (tb6, par. 3.9) Deze maatregel: •
is niet juridisch vastgelegd in regels of verbeelding;
•
biedt geen bescherming tegen wateroverlast in de openbare ruimte;
•
voorkomt geen toename van risico’s voor omliggende percelen.
Daarmee is niet inzichtelijk gemaakt dat het plan ook onder extreme klimaatscenario’s voldoet aan het beginsel van niet-afwentelen.
6. Afwezigheid van oppervlaktewater en beperkte afvoercapaciteit Het rapport stelt vast dat: “in de directe omgeving van de planlocatie geen oppervlaktewater is gelegen.” (tb6, par. 3.7) Dit betekent dat: •
afvoer- en bergingsmogelijkheden beperkt zijn;
•
infiltratie en ondergrondse berging essentieel zijn;
•
falen van deze systemen directe gevolgen heeft voor wateroverlast.
Juist in deze context is het ontbreken van harde, onderbouwde garanties problematisch en kan niet worden volstaan met globale aannames.
7. Strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel Gelet op: •
het ontbreken van in-situ onderzoek;
•
het ontbreken van uitgewerkte en geborgde maatregelen;
•
het doorschuiven van essentiële keuzes naar latere fases;
•
de bekende bestaande wateroverlast in het gebied,
kan niet worden geconcludeerd dat het waterbelang zorgvuldig en evenwichtig is meegewogen. Het rapport tb6 heeft daarmee een beschrijvend en verkennend karakter, maar mist de juridische diepgang die vereist is om een omgevingsplan te dragen.
8. Conclusie: weging waterbelang onvoldoende onderbouwd Het rapport “Weging van het waterbelang” (tb6): •
bevat relevante achtergrondinformatie;
•
signaleert terechte risico’s en aandachtspunten;
•
maar laat essentiële onzekerheden bestaan.
Daarmee biedt het rapport onvoldoende basis om te concluderen dat het ontwerp TAMomgevingsplan waterhuishoudkundig aanvaardbaar is.
9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. aanvullend in-situ onderzoek naar waterdoorlatendheid en grondwater is uitgevoerd; 2. waterbergings- en infiltratievoorzieningen volledig zijn uitgewerkt en berekend; 3. deze voorzieningen planologisch bindend zijn vastgelegd; 4. is aangetoond dat geen toename van wateroverlast optreedt, ook niet bij extreme neerslag. Hoogachtend, 5.1.2e
26-1-26 Veenendaal
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 4