CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2026.57 2e TB 4 onderzoek stikstofdepositie (tb4) Geanonimiseerd

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op evaluatierapport participatieproces (tb5). Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op evaluatierapport participatieproces (tb5)

Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e

, 5.1.2e

Veenendaal,

maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit plan wordt onderbouwd met het evaluatierapport participatieproces (rapport tb5), opgesteld door SIR communicatie & participatie d.d. 19 februari 2025. Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de voorgenomen ontwikkeling.

1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze heeft uitsluitend betrekking op: •

het Evaluatierapport participatieproces deelgebied 3, Franse Gat Zuid (rapport tb5);

•

de wijze waarop dit rapport is gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat aan de participatie-eisen van de Omgevingswet is voldaan;

•

de betekenis die het bevoegd gezag aan dit rapport heeft toegekend in de planologische besluitvorming.

Andere milieu- of planaspecten blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.

2. Evaluatierapport heeft geen planologische of juridische toetsingswaarde Het rapport vermeldt expliciet dat het doel van de evaluatie is: “om samen met bewoners, ondernemers en projectgroep terug te kijken op het participatieproces en om ervan te leren voor toekomstige projecten.” (tb5, Managementsamenvatting) Hieruit volgt dat:

•

het rapport niet is opgesteld als juridisch-inhoudelijke toets;

•

het rapport geen beoordeling bevat van de planologische aanvaardbaarheid;

•

het rapport geen analyse bevat van de vraag of participatie daadwerkelijk heeft geleid tot evenwichtige belangenafweging.

Desondanks wordt het rapport in de toelichting bij het ontwerp-omgevingsplan kennelijk gebruikt als onderbouwing dat het participatieproces “zorgvuldig” is geweest. Daarmee krijgt het rapport een juridische betekenis die het zelf niet pretendeert en ook niet kan dragen.

3. Methodiek gericht op procesbeleving, niet op rechtsbescherming Het rapport is opgesteld aan de hand van de Relevant Gesprek®-methodiek, welke – blijkens het rapport – is gericht op: •

proceservaring;

•

communicatie;

•

verwachtingsmanagement;

•

tevredenheid van deelnemers.

Deze methodiek toetst niet: •

of alle relevante belangen daadwerkelijk zijn meegewogen;

•

of inhoudelijke bezwaren serieus en verifieerbaar zijn beoordeeld;

•

of keuzes planologisch en juridisch zijn gemotiveerd.

Daarmee kan deze evaluatie niet dienen als vervanging van een juridischinhoudelijke motivering, zoals vereist onder de Omgevingswet.

4. Beperkte en niet-representatieve deelname Het rapport vermeldt dat: •

360 adressen tot de participatiecirkel behoorden;

•

slechts 66 bewoners de enquête hebben ingevuld.

Dit betekent een respons van circa 18%. Het rapport trekt echter conclusies over “bewoners” in algemene zin, zoals: “Bewoners geven aan zich goed geïnformeerd en betrokken te voelen.” (tb5, conclusies)

Deze generaliserende conclusies zijn: •

statistisch en inhoudelijk niet representatief;

•

onvoldoende onderbouwd;

•

juridisch niet geschikt om te concluderen dat het participatieproces breed gedragen is.

5. Kritiek wordt gerelativeerd, niet inhoudelijk beoordeeld Het rapport stelt: “Een kleine groep deelnemers is niet volledig tevreden en uit vooral kritiek op de inhoudelijke keuzes binnen de nieuwbouwplannen.” (tb5, conclusies) Deze passage: •

kwalificeert kritiek als een kwestie van “tevredenheid”;

•

bevat geen inhoudelijke analyse van de bezwaren;

•

laat in het midden of deze bezwaren planologisch relevant zijn.

Onder de Omgevingswet is participatie echter geen tevredenheidsmeting, maar een instrument om belangen inzichtelijk te maken en zorgvuldig af te wegen. Dat blijkt hier niet.

6. Ontbreken van aantoonbare doorwerking van participatie in besluitvorming Hoewel het rapport stelt dat input is “meegewogen”, ontbreekt: •

een concrete koppeling tussen inbreng en planregels;

•

een inzichtelijke belangenafweging;

•

een toetsbare motivering waarom bepaalde wensen of bezwaren zijn verworpen.

Daarmee is niet controleerbaar of participatie daadwerkelijk invloed heeft gehad op het uiteindelijke plan, hetgeen wel vereist is voor een zorgvuldige besluitvorming.

7. Strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel Door het evaluatierapport tb5 te gebruiken als onderbouwing dat aan de participatieeisen is voldaan, terwijl:

•

het rapport geen juridisch toetsingskader hanteert;

•

geen inhoudelijke beoordeling van bezwaren bevat;

•

geen verifieerbare belangenafweging inzichtelijk maakt,

handelt het bevoegd gezag in strijd met: •

het zorgvuldigheidsbeginsel;

•

het motiveringsbeginsel;

•

de eisen die de Omgevingswet stelt aan participatie bij planvorming.

8. Conclusie: participatieonderbouwing onvoldoende Het evaluatierapport participatieproces (tb5): •

is primair procesmatig en reflectief van aard;

•

is niet bedoeld en niet geschikt als juridische onderbouwing;

•

toont niet aan dat sprake is van een evenwichtige en navolgbare belangenafweging.

Daarmee kan dit rapport niet dienen als dragende onderbouwing voor de vaststelling van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. inzichtelijk is gemaakt hoe participatie-inbreng concreet is gewogen in de planvorming; 2. inhoudelijke bezwaren expliciet en gemotiveerd zijn beoordeeld; 3. participatie niet enkel procedureel, maar ook inhoudelijk toetsbaar is onderbouwd. Hoogachtend, 5.1.2e

26-1-26 Veenendaal

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer

1, 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16631971/1