CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2026.57 2d TB 3 archeologisch onderzoek (tb3) Geanonimiseerd

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op onderzoek stikstofdepositie (tb4)Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op onderzoek stikstofdepositie (tb4)

Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e

, 5.1.2e Veenendaal,

maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit plan is gebaseerd op het onderzoek stikstofdepositie (rapport tb4), opgesteld door Sweco Nederland B.V. Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de voorgenomen ontwikkeling.

1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze richt zich uitsluitend op: •

het onderzoek stikstofdepositie Franse Gat fase 3 (rapport tb4);

•

de conclusies over het al dan niet kunnen uitsluiten van significante effecten op Natura 2000-gebieden;

•

de wijze waarop dit onderzoek is gebruikt als onderbouwing voor de vaststelling van het ontwerp-omgevingsplan.

Andere milieu- of planaspecten blijven uitdrukkelijk buiten beschouwing.

2. Relevantie Natura 2000-gebieden en overbelaste habitats In het rapport wordt vastgesteld dat meerdere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de nabijheid van het project liggen: “Rondom het projectgebied zijn de volgende Nederlandse Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden aanwezig.” (Rapport tb4, p. 6) Daarbij wordt expliciet benoemd dat in deze gebieden sprake is van een structurele overbelasting:

“In de Nederlandse Natura 2000-gebieden is door een overbelasting met stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) de staat van instandhouding van veel soorten en habitats niet gunstig.” (p. 5) Dit betekent dat het plan zich afspeelt in een juridisch zeer gevoelig stikstofkader, waarin slechts bij volledige zekerheid kan worden geconcludeerd dat significante effecten zijn uitgesloten.

3. Vastgestelde toename stikstofdepositie tijdens realisatiefase Het rapport concludeert dat tijdens de realisatiefase daadwerkelijk een toename van stikstofdepositie optreedt: “Alleen de emissies die vrijkomen tijdens de realisatiefase veroorzaken een toename in stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar.” (p. 13) Concreet wordt vastgesteld: “De maximale tijdelijke toename van de stikstofdepositie […] bedraagt 0,02 mol N/ha/jaar.” (p. 14) Deze toename treedt op in het Natura 2000-gebied Binnenveld, waar reeds sprake is van (naderende) overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW).

4. Juridisch relevante conclusie: significante effecten niet uitgesloten Het rapport trekt zelf een juridisch doorslaggevende conclusie: “Omdat er sprake is van een tijdelijke depositietoename, zijn negatieve effecten in stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden niet op voorhand uitgesloten.” (p. 14) Dit betekent dat: •

significante effecten niet kunnen worden uitgesloten;

•

het plan niet vergunningvrij is onder het Natura 2000-regime;

•

een nadere ecologische beoordeling noodzakelijk is.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag een plan niet worden vastgesteld zolang deze zekerheid ontbreekt.

5. Ontbreken ecologische beoordeling / passende beoordeling Hoewel het rapport expliciet stelt dat vervolgonderzoek noodzakelijk is: “In een ecologische beoordeling zal worden onderzocht of significant negatieve gevolgen […] kunnen worden uitgesloten.” (p. 14) is: •

deze ecologische beoordeling niet bij het ontwerp-omgevingsplan gevoegd;

•

geen passende beoordeling uitgevoerd;

•

geen mitigerende of compenserende maatregelen planologisch vastgelegd.

Daarmee ontbreekt de vereiste zekerheid “op voorhand”, zoals vereist onder de Omgevingswet en artikel 6 Habitatrichtlijn.

6. Onjuiste doorschuiving naar latere fase Door het ontbreken van een ecologische beoordeling wordt de toetsing: •

feitelijk doorgeschoven naar een later vergunningentraject;

•

losgekoppeld van de planologische besluitvorming.

Dit is in strijd met vaste rechtspraak, waarin is bepaald dat: •

significante effecten planologisch moeten worden uitgesloten;

•

onzekerheden niet mogen worden doorgeschoven naar de uitvoeringsfase.

7. Strijd met Omgevingswet en jurisprudentie Gelet op: •

de vastgestelde stikstofdepositietoename;

•

het ontbreken van zekerheid over het uitblijven van significante effecten;

•

het ontbreken van een ecologische of passende beoordeling;

•

het ontbreken van planologisch geborgde mitigerende maatregelen,

is het ontwerp TAM-omgevingsplan in strijd met: •

artikel 5.1 en 5.10 Omgevingswet;

•

artikel 6 Habitatrichtlijn;

•

het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.

8. Conclusie: stikstofonderbouwing onvoldoende Het onderzoek tb4 toont aan dat: •

sprake is van een meetbare toename van stikstofdepositie;

•

significante effecten niet zijn uitgesloten;

•

nadere ecologische beoordeling noodzakelijk is.

Onder deze omstandigheden kan het ontwerp TAM-omgevingsplan niet rechtmatig worden vastgesteld.

9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. een volledige ecologische beoordeling / passende beoordeling is uitgevoerd; 2. significante effecten op Natura 2000-gebieden met zekerheid zijn uitgesloten; 3. eventuele mitigerende of compenserende maatregelen planologisch bindend zijn vastgelegd. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e

Veenendaal

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer

1, 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16631970/1