LIS2026.57 2b TB 1akoestisch onderzoek (tb1) Geanonimiseerd
Tekst van het document
Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op akoestisch onderzoek (tb1)Zienswijze ontwerp TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 – uitsluitend gericht op akoestisch onderzoek (tb1)
Geacht college van burgemeester en wethouders van Veenendaal, Ondergetekende, 5.1.2e , bewoner 5.1.2e
, 5.1.2e
Veenendaal,
maakt hierbij, op grond van artikel 16.62 van de Omgevingswet, een zienswijze kenbaar tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Franse Gat deelgebied 3’ (IMRO-id: NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-ow01), uitsluitend voor zover dit plan is gebaseerd op het akoestisch onderzoek (rapport tb1). Ondergetekende is eigenaar en bewoner binnen het plangebied en wordt rechtstreeks geraakt door de gevolgen van het plan.
1. Afbakening van deze zienswijze Deze zienswijze richt zich uitsluitend op: •
het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en installaties (rapport tb1);
•
de wijze waarop dit rapport is gebruikt ter onderbouwing van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Andere milieu- of planaspecten blijven in deze zienswijze buiten beschouwing.
2. Plangebied volledig gelegen binnen geluidaandachtsgebieden In het akoestisch onderzoek wordt expliciet vastgesteld: “Het plangebied bevindt zich in het wettelijke geluidaandachtsgebied van de gemeentewegen.” (Akoestisch onderzoek, p. 11) Dit betekent dat geluid een bepalend en zwaarwegend milieuthema is bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid. Desondanks wordt het plan vastgesteld zonder dat vooraf onvoorwaardig wordt aangetoond dat overal aan de standaardwaarden kan worden voldaan.
3. Overschrijding van standaardwaarden en voorwaardelijke aanvaardbaarheid
Het rapport erkent dat standaardwaarden niet zonder meer worden gehaald: “Bij overschrijding van de standaardwaarde dienen in eerste instantie mogelijke (aanvullende) geluidbeperkende maatregelen te worden onderzocht.” (p. 6) En: “Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde toestaan als zij geen geluidbeperkende maatregelen kan treffen om aan de standaardwaarde te voldoen.” (p. 7) Hieruit volgt dat: •
het voldoen aan geluidnormen niet vanzelfsprekend is;
•
aanvaardbaarheid afhankelijk wordt gesteld van nadere afwegingen en maatregelen.
Deze afwegingen zijn echter niet juridisch bindend vastgelegd in het omgevingsplan, maar doorgeschoven naar een later besluitmoment. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en vaste jurisprudentie, waarin is bepaald dat milieuhygiënische aanvaardbaarheid planologisch moet zijn verzekerd.
4. Geluidluwe gevels en gevelmaatregelen onvoldoende geborgd Het akoestisch onderzoek gaat impliciet uit van: •
geluidluwe gevels;
•
indelingsmaatregelen;
•
mogelijke gevelmaatregelen.
Deze maatregelen: •
worden niet dwingend voorgeschreven in de planregels;
•
zijn afhankelijk van toekomstige vergunningverlening;
•
beperken de gebruikskwaliteit van woningen (bijvoorbeeld beperkte te openen gevels).
Daarmee wordt de conclusie “aanvaardbaar woon- en leefklimaat” onvoldoende planologisch geborgd.
5. Warmtepompen en installaties: expliciet voorwaardelijke conclusie
Ten aanzien van warmtepompen vermeldt het rapport: “De conclusie gaat meer over of dat er specifieke voorwaarden opgenomen moeten worden over welk type warmtepomp of de opstellingsplaats van warmtepompen.” (p. 10) Dit betekent dat het rapport zelf aangeeft dat: •
aanvullende voorwaarden noodzakelijk kunnen zijn;
•
zonder deze voorwaarden geen zekerheid bestaat over naleving van normen.
Deze voorwaarden zijn echter niet opgenomen in bindende planregels, waardoor het akoestisch kader onvolledig is.
6. Verkeersgroei en indirecte geluideffecten Het rapport stelt: “Als een plan woningbouw toestaat met als gevolg een toename van de verkeersintensiteit op een bestaande weg, dan mag het geluid van die weg toenemen met hoogstens 1,5 dB Lden.” (p. 9) Het omgevingsplan bevat echter: •
geen harde verkeersbeperkende maatregelen;
•
geen juridisch afdwingbare monitoring;
•
geen garanties dat deze grens niet wordt overschreden.
Daarmee wordt het risico op een structurele verslechtering van het akoestisch leefklimaat afgewenteld op bestaande bewoners.
7. Ontbreken van cumulatieve beoordeling Het akoestisch onderzoek beoordeelt aspecten grotendeels separaat (wegverkeer, installaties), terwijl: •
cumulatie van geluidbronnen reëel is;
•
dit relevant is voor gezondheid en leefkwaliteit.
Een integrale beoordeling ontbreekt, terwijl deze onder de Omgevingswet juist centraal staat.
8. Conclusie: akoestische onderbouwing onvoldoende voor vaststelling plan Gelet op: •
de expliciete ligging binnen geluidaandachtsgebieden;
•
de erkende overschrijdingen van standaardwaarden;
•
het voorwaardelijke karakter van de conclusies;
•
het ontbreken van juridisch bindende borging van maatregelen;
is het akoestisch onderzoek onvoldoende basis om het ontwerp TAM-omgevingsplan vast te stellen.
9. Verzoek Ondergetekende verzoekt het college het ontwerp TAM-omgevingsplan niet vast te stellen, althans niet voordat: 1. is aangetoond dat onvoorwaardelijk aan geluidnormen wordt voldaan; 2. noodzakelijke maatregelen planologisch bindend zijn vastgelegd; 3. een integrale beoordeling van het akoestisch leefklimaat is gemaakt. Hoogachtend, 5.1.2e 5.1.2e
Veenendaal
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 4